359. Wandel je mee met Sinterklaas?

Het is een drukke tijd geweest voor de Sint. Jongste zoon heeft aangegeven een dagje mee te gaan. Ooit heeft hij het afgezworen. Hij is niet zo gek als zijn vader, maar zijn liefde vindt het leuk en dus doen ze het samen. Na een feestje in een naast gelegen dorp slapen ze de nacht bij ons. De wekker loopt vroeg af. Op tijd schminken om daarna naar Appie op het dorp te gaan. Ze komen er geweldig uit, uit de schmink. Grappig ook. Daar moet een foto van worden gemaakt. Bij Albert Heijn staan moeders en vaders met hun kroost al te wachten. Waar blijft de Sint? In de winkel heeft men een spellencircuit uitgezet. Pieten die lesgeven over cadeautjes in schoorstenen gooien, over daken lopen en andere allerhande activiteiten. Voor de Sint is er een plekje ingeruild bij de vleeswaren. Hier worden chocoladeletters versierd en speculaaspoppen. Er liggen kleurenplaten en de ingeleverde schoentjes staan netjes gesorteerd in het rek. De schoen wordt gevuld met een spelletje en mandarijn. Een enkel kind krijgt zijn capuchon vol met strooigoed. Er worden foto’s gemaakt met kids op schoot of een moeder met ‘n kind op de hurken naast de Sint. Ik zie mensen vragen: “Wie is het”. “Aad”, hoor ik zeggen. Iemand zegt: “Die van het Algemeen Dagblad”. Het artikel is veel gelezen hoor ik gedurende mijn metamorfose. Na een uurtje zitten wordt het rustig, nog even een half uurtje volhouden. Mijn zoon en schoondochter vermaken zich prima. Hier en daar worden winkelwagentjes extra gevuld. Ze stralen naar kinderen toe. Ik voel mij trots. Ook de Pieten van Albert Heijn Buckers doen heel enthousiast hun spelletjes. Het is weer een feest om hier te mogen zijn. Toch dreigt het even uit te lopen op een relletje. Een oudere vrouw snauwt me toe dat ik niet goed bezig ben door Zwarte Pieten mee te hebben genomen. Ze weigert door te lopen en wil me een hand geven. Ik negeer haar en stuur haar door naar de eigenaar van Appie. Om 12 uur geeft mijn chauffeur het teken dat het tijd is om te gaan.

We gaan even naar het Pietenhuis bij scouting Schipluiden. Een leuk initiatief. Na wat rondwandelen en een breaker, als voeding, wordt het voor mij tijd om afscheid te nemen van mijn Pieten. Ik ga naar huis in afwachting van wat meer drukte in het Pietenhuis, dan mag ik mijn gezicht laten zien. Thuis blijft alles aan en op. Even onderuit in de bank. Het sloopt je, maar even een uurtje rust dan kom je daar wel weer bovenop.

Om half drie staat mijn chauffeur weer voor de deur. Het is druk in het scoutinggebouw, annex Pietenhuis. Bij binnenkomst zingt men, de kruidnootjes lucht komt me tegemoet. Kinderen hollen en vliegen. Jongste en liefde doen druk mee. Een ieder hangt aan hen. Twee andere Pieten liggen languit op de slaapmatrassen. Kinderen stoeien met de Pieten. Van slapen komt niet veel. Opnieuw foto’s maken en even meedoen met het spel twister. Dat is voor Sint niet helemaal lekker, als zijn ene been langzaam wegglijdt. Spagaat gaat niet meer. Na een half uurtje ga ik weer naar mijn eigen stekkie. Ik ben daar in afwachting van mijn chauffeur voor wat vervolgbezoeken.

Om half vijf gaat de telefoon. “We komen eraan.” Nu op weg voor twee huisbezoeken. Eerst naar Delft dan naar De Lier. In Delft een bezoek met vier kleine kinderen. De zakken staan op zolder, Cadeautjes Piet heeft ze handig boven gezet. Kleine Piet, schoondochter, vindt het niks, zo grasduinen in iemands privé. Ze komt naar beneden. “Niets gevonden, Sinterklaas”, zegt ze. Andere Piet, zoon, neemt de kinderen mee naar boven en komt met drie zakken tegelijk naar beneden. Het uitreiken van de cadeautjes kan beginnen. Daar hoort wel een verhaaltje bij. Positief liefst, al wil men de Sint soms opvoeren als de boeman. Ik draai dat altijd de andere kant op. Na 20 minuten is het tijd voor het afscheid en op naar De Lier. Een familie met zes kinderen en zes volwassenen. Een behoorlijke drukte dus. Een ouder, man, begint plots flink te lachen. “Binnenpretje”, vraag ik hem. “Die eikel van de staf, wat een bijzonder ding”. Ik maak er een gênante opmerking over. Waarom een tweeling een tweeling is kunnen twee jongetjes niet uitleggen. Na voor alle kids een cadeautje te hebben uitgereikt neem ik afscheid. Een flink aantal cadeaus blijft achter. Die mogen ze zelf doen. Nu op naar huis. Na negen uur in ‘t pak is het welletjes.

De volgende dag. Opnieuw aan de bak. Met nieuwe Pieten, waar ik vaker mee op pad ben geweest en een nieuwe chauffeuse. Het is een 75% Boeier aangelegenheid. Een buufpiet en een buufchauffeur. We gaan op weg naar Ypenburg, alwaar een Pietenbezoek. Dat betekent in de auto blijven, daar heb ik geen zin in. Ik ga mee naar binnen. Ook hier vier kinderen. Een van de kinderen wil graag Zwarte Piet worden. Hij krijgt alvast een grote veer voor op zijn Pietenmuts. Een hele lieve jongen die straalt als hij zijn cadeautje krijgt. De camera’s draaien aan een stuk door. We rekenen af en vertrekken richting Den Hoorn. Een opbreking van de weg noopt ons voor een deel te moeten lopen. Een huis vol en zenuwachtige oma. Tot driemaal geeft ze me een hand en heet mij welkom. Het is een gezin waar ik al een aantal jaren kom. Ik ken hen ook persoonlijk. Hier kan ik net ietsjes meer dan elders. Na alle kinderen te hebben gesproken gaan we naar de Lier. De TomTom wordt op de straat ingesteld, niet-wetend dat we op het laatste nummer moeten zijn. Een forse wandeling brengt ons op de plaats van bestemming. De huiseigenaar staat ons al zwaaiend op te wachten. De cadeautjes komen uit de naast het huis staande auto. Hier al wat grotere kinderen, dat gaat gemakkelijker. Dat er Westlands wordt gesproken in de Lier is mij nu ook duidelijk. Ik herhaal de tekst, er wordt om gelachen. Na 25 minuten is het tijd om te gaan. We zijn uit het schema gelopen. Een belletje naar het volgende adres is verstandig. Daar ontmoet ik vier kinderen, de oudste is vier, twee kindjes van drie en één van zes maanden. Oei, hier kan ik niet echt veel mee. Ze geven geen antwoord en vader of moeder moet antwoorden geven op door hen aangeleverde zelfde gemaakte tekst. Eigenlijk zijn ze te klein, vanaf een jaar of zes wordt het leuk, een kleintje ertussen maakt dan niet uit, maar alleen zo klein en geen tekst van volwassenen is een verzoeking. We voldoen aan de 20 minuten en hebben de tijd weer teruggepakt. We gaan op weg naar Rijswijk. Het is harder gaan waaien. Hoor de wind waait door de bomen. Aangekomen in Rijswijk stappen we uit en wandelen een flat in op zoek naar huisnummer 481. Dat kunnen we niet vinden. Dat kan ook niet anders, We staan in de verkeerde flat. Nu wordt het wandelen. Ik heb mijn handen nodig om mijn baard in het gareel te houden, de staf mee te nemen en de mijter op het hoofd te houden. Kunst en vliegwerk, dus. Voor de flat waar we moeten zijn, worden we verwelkomd door een schoondochter. We moeten even beneden wachten. Zij gaat eerst naar boven, naar de 16e. We laten de lift naar beneden komen. In de hal komt een oudere man aanlopen. Hij heeft zijn eten gehaald bij de afhaalchinees. Als ik aan hem vraag of hij chinees gaat eten, gaat de deur open en komt er een Chinese vrouw binnen. “Wie vroeg om een Chinees”, vroeg ze. Dat is lachen geblazen. Hier een bezoek met grote familie. Acht volwassen, acht kinderen. Een heerlijk bezoek dat wordt afgesloten met een baby van zes maanden op schoot. Wanneer we weg willen rijden, begint de auto plots te piepen, blijkt er een teckel voor de beveiligingscamera te lopen. Wederom lachen als de eigenaar rukt en trekt om het beestje weg te halen. Dan op weg naar huis. Het zit erop. Terug naar de verkleedbasis. Een fantastisch leuke dag.

Op maandag brengen we een bezoek aan een kinderdagverblijf in Ypenburg. Ik kom er al jaren. Veelal allochtone ouders die hun kind graag bij Sinterklaas op schoot zetten. Een foto schieten voor het thuisfront en vriendelijk lachen. In de middag vrijaf.

Dinsdag een dagje MUSSEN even iets anders. Mijn bovenlip tekent. Het plakwerk van de snor geeft mijn gezicht een rode streep boven de mond.

Op woensdag moet ik in mijn eentje de huisbezoeken doen. Een lange dag en veel bezoeken. Ik probeer binnen de tijd te blijven, dat valt niet altijd mee. Hier en daar moeten we wat smokkelen met de tijd. Waar we niet snel genoeg over de Hoornse brug kunnen rijden, nemen mijn Pieten het heft in handen en loodsen onze auto snel naar de overkant. Tijdens de rit hebben we een Pietenchange. We gaan met vijf Pieten naar binnen. Een hoop koude drukte ineens in de kamer. Dan verdwijnen er twee Pieten en ga ik met drie totaal onbekende jongens op pad. Ze spelen alle drie voor de eerste keer, de première is niet zoals ik hem graag zou zien. Als dooie dienders kijken ze rond en zitten als stille muizen te wachten wat er gebeurd. Dat kan beter, stukken beter. Een van hen heeft het in zich om volgend jaar weer mee te doen, bij de anderen heb ik mijn twijfels. In Delft krijgen we drie zakken in handen gedrukt voor een adres waar we niet hoeven te zijn. Net op tijd kunnen we naar het afgesproken adres, een oud-collega. Ik ontmoet er een leuke spontane dochter die zo in haar sas is dat de Sint eindelijk eens bij hen aankomt. Wat een leuk bezoek. Het is ons laatste bezoek van 2018. Tegen zeven uur zijn we thuis. Er staat een frietje te wachten.

Ik kan terugkijken op een drukke tijd met veel bezoeken, veel leuke mensen ook die ik heb leren kennen. Hier en daar heb ik mogelijk wel eens een opmerking gemaakt die ik beter niet had kunnen maken. Soms floept het eruit en word ik er aan herinnerd. Je moet ad rem zijn. Alert op wat er gebeurt. Het is cabaret maken en toneelspelen. Met veel plezier heb ik Sinterklaas 2018 afgerond. Ik ben de organisatoren, mijn Pieten, chauffeurs, grimeurs dankbaar dat zij hun tijd beschikbaar hebben gesteld om dit mooie en leuke sprookje te kunnen spelen. Dank ook aan hen die de kleedlocatie beschikbaar stellen. Wie ik zeker niet mag vergeten is mijn lief. Vaker wassen, alleen eten, vaak alleen zitten. Het wordt weleens vergeten wat de achterban betekent.

Doe ik het volgend jaar nogmaals? Ik ga het per jaar bekijken, maar in goede gezondheid is het niet uitgesloten dat je me volgend jaar gewoon weer tegenkomt.

357. Als het AD op bezoek komt bij de Sint

21 november 2018, een drukke dag. Ik ben al vroeg op. De verkleedkist is leeg. De Sinterklaasoutfit ligt in de auto. Naast het feit dat ik zelf op bezoek ga, krijg ik vandaag ook zelf bezoek. Een fotograaf van het Algemeen Dagblad komt foto’s maken. Tijdens het schminken zal de camera snorren. Ik ben benieuwd.

Mijn eerste optreden als Sinterklaas voor 2018 is een Zonnebloemadres. De avond tevoren heb ik mijn outfit en staf al in de auto gelegd. Ik durf het risico niet te nemen om de spullen ‘s ochtends vroeg in de auto te doen, omdat dit gelijk is met het naar school gaan van gelovige kids. Het zou niet fijn zijn als mijn staf, die ik de dag ervoor stevig heb gepoetst, het sprookje om zeep zou helpen. Glimmend ligt het gevaarte met de krul naar beneden onder mijn kledingtas.

Om even over negenen rijd ik naar de locatie. Via een achterdeur breng ik mijn spullen naar binnen. In het invalidentoilet is men druk bezig met het schminken van mijn zwarte Pieten. Prachtig om te zien hoe twee dames op leeftijd veranderen in jong uitziende Pieten. Ik moet even wachten om zelf aan de bak te gaan. Het wachten is op de fotograaf die stapsgewijze wil fotograferen hoe de metamorfose gaat plaatsvinden. Even is er een lichte paniek. De fotograaf heeft op naastgelegen adres gebeld, waar men hem doorstuurt naar de locatie waar het feest zal plaatsvinden. Kort daarop ontmoeten we elkaar toch en kan ik aan de slag. Met het fototoestel in de aanslag klikt de fotograaf raak. Bij het aanbrengen van de snor loopt hij mee naar de spiegel, waar ik de snor op mijn gezicht aanbreng. De mijter gaat op de handschoenen aan en de staf in de hand. Het plaatje is compleet.

Door de kerk loop ik naar de feestlocatie. Opnieuw wordt er een foto gemaakt. Bij binnenkomst hoor ik dat er gezongen wordt. Een tiental kinderen van de basisschool St. Jozef met twee leerkrachten zingen met de ouderen wat Sinterklaasliedjes. De voorzitster van de Zonnebloem heet mij van harte welkom, ik krijg de mooie stoel toegewezen. Nog even een foto maken met de Sint, dan gaan de kinderen terug naar school. Een van de deelnemers van de Zonnebloem heeft een ‘politiek’ getint gedicht geschreven dat hij graag aan Sinterklaas wil voorlezen. Tradities, dat is waar het om gaat en die mogen niet uit handen worden genomen. Over enkele bezoekers heb ik een verhaaltje. De namen liggen op tafel. Het Grote boek is uit elkaar gevallen. Sint haalt de genomineerden naar voren. Het spel wordt door de ouderen meegespeeld, zij zetten de Sint soms op het verkeerde been. Het gaat er leuk aan toe. Het advocaatje-slagroom en het borreltje maken het af. Om half twaalf is het tijd om te vertrekken. Sint heeft de vrijheid gekregen om zijn verhaaltjes te doen. Ik neem van iedereen persoonlijk afstand, noem de gast bij naam en ga naar de volgende, tot ik ze allemaal een hand heb gegeven.

Terug in de schminkkamer moet alles uit. Een drijfnatte albe, een witte coltrui die je uit kan wringen en een baardstel waar behoorlijk het vocht in zit. De snor gaat af, de schmink verdwijnt van het gezicht. Snel een zeepje door de snuit en dan op naar het volgende optreden. Wederom als Sinterklaas.

Even langs huis om droge kleding op te halen en dan naar SnowWorld in Zoetermeer voor een bedrijfsbezoek. Het bedrijf, mijn oude werkgever, heeft bij SnowWorld haar kinderfeest georganiseerd. De doos waar mijn baardstel en pruik in zit gaat in de auto op de grond open voor de bijrijdersstoel. De verwarming gaat op hoog. Wanneer ik op locatie aankom zijn de Pieten al bijna klaar. Sommige zwart geschminkt en anderen als roetveeg. Voor het eerst als roetveeg, nee toch niet. Bij het optreden voor het ‘Feesthuis, een paar jaar terug, heeft er ook één meegelopen op verzoek van het bedrijf dat we bezochten. Ook bij mijn oude werkgever wil de directeur, in navolging van de NTR, dat er met roetveeg Pieten wordt gewerkt. Twee werknemers lenen zich ervoor drie andere werken zwart. Het gezelschap van het Delfland Pieten wordt aangevuld met die van SnowWorld, ook zwart geschminkt. Voor mij is het even pauze, tijd voor een broodje.

De eerste ouders en kinderen komen binnen. Ik voeg me in burger tussen de binnenkomende gasten. “Moet jij niet……” en dan, dan wordt er wat gesmoesd. Ik heb de tijd. Tijd ook om de laatste stand van zaken binnen het bedrijf door te nemen. Ik wil het graag actueel opnemen. Hier heb ik geen tekst en mag ik me botvieren, ik heb daar alle vrijheid in. Rond de klok van half drie is het tijd voor opnieuw aankleden. Een nieuwe en droge albe en mantel. Het pak hangt nog in de plastic tas die de stomerij eroverheen heeft gedaan. Het is wederom achter de spiegel plaatsnemen en kleuren. Ik ben bijna klaar als de directeur mij de hand drukt. “Heb je nog iets speciaal voorbereid”, vraag ik hem. “Nee”, antwoordt hij mij, “jij”. Ook ik heb niets speciaals. “We laten het gewoon gaan”, zeg ik hem. Hij lacht en wenst me succes.

Dan word ik gehaald door twee Pieten. Het is zover. De deuren zijn gesloten als ik aan kom lopen en worden even later opengegooid. Er wordt uit volle borst gezongen. De eerste high-five is er met een kleuter van een jaar of vijf. Sint begeeft zich naar het podium dat rijkelijk is versierd met pakjes. Een mooie, grote, rode stoel is hier de zetel. Na een paar korte woorden komt de directeur op het podium. Er ontstaat een leuke discussie, waar zelfs wordt overwogen om een coupe te plegen en het Hoogheemraadschap van Rijnland te annexeren. Medewerkers die mee willen doen kunnen zich achter in de zaal inschrijven.

Dan is het tijd om de cadeautjes te verdelen. Op leeftijdsklasse komt de zak naar voren en worden de pakjes uitgedeeld. Een kleine hummel van drie staat als eerste op het podium als de zevenjarigen worden uitgenodigd. Ze wil ook niet meer weg. Na de pakjes een foto met de hele groep en dan de kinderen van zes en zo verder. Kinderen houden het cadeautje dicht tot iedereen een pakje heeft. Sint telt terug van tien naar één en dan mag er gescheurd worden. Als alle pakjes zijn uitgepakt komen kinderen Sinterklaas bedanken en willen even met hem op de foto. Wanneer ik zie dat de eerste ouders al in de vertrekhouding staan, stap ik ook gauw op. Ooit heb ik het licht uit moeten doen toen alle ouders vertrokken waren en Sint alleen achter bleef, dat gaat niet meer gebeuren.

Opnieuw afschminken. Mijn bovenlip vertoont al wat irritatie, nadat ik de snor ervan af heb getrokken. Opnieuw heb ik een drijfnatte pully aan. Ook de albe is nat. Mijn speciale schoenen gaan de tas in, de broek gaat uit en verruil ik voor een ander, geen herkenning van kleding en schoenen. Met Andrelon ei-shampoo smeer ik mijn gezicht flink in om het vervolgens met een tissue te verwijderen. Mijn gezicht is schraal. Dat is voor later. Wanneer ik weer in burger ben ruim ik alle spullen weer op. Opletten dat ik alles meeneem, want het wordt een druk jaar en ik heb echt alles nodig.

Nog even een glaasje fris, een babbeltje, een prachtig, versierde chocoladeletter S. Vrijwilligers moet je koesteren, al is het maar een kleine attentie. Rond half zes voel ik de vermoeidheid. Ik ga op weg naar huis. ’s Avonds wordt het banken.

De volgende dag verwacht ik de journaliste van het Algemeen Dagblad. Zij heeft mij er voor uitgenodigd en komt bij mij thuis op bezoek. De Sinterklaasshizzle heeft alweer een plekje gekregen op de kast. De Jan van Haasterenpuzzel van Sinterklaas hebben we net afgemaakt en ligt te pronken op de tafel. Nog even bij Appie Heijn wat strooigoed halen en gevulde speculaas. Dat hoort bij de Sint. Om tien uur gaat de bel mijn bezoek is gearriveerd. We kletsen wat af, de voicerecorder neemt het gesprek op. Het is een aangenaam gesprek, ik ben benieuwd naar de uitwerking.

Op zaterdag staat het interview in de regionale kranten Delft en Westland. Het is mooi verwoord. Leuk ook zoals het is opgepakt. Natuurlijk komt er een reactie op het woord ‘macht’ dat is opgenomen in het redactionele stuk, ik had niet anders verwacht. Het had beter geweest als er ‘alle vrijheid’, had gestaan. Macht is niet wat bij mij hoort, vrijheid des te beter.

355. Is het mijn laatste jaar?

“Hoi Aad, wij hebben een groot probleem, onze Sinterklaas heeft er de brui aan gegeven. Heb jij nog tijd?” Zo word ik gebeld door een medewerker van een bedrijf dat kennelijk Sinterklaas loos is. Ik moet er even over nadenken. Ik heb immers mijn tijd geschonken aan scouting Schipluiden. Na een nacht slapen besluit ik om het toch te doen. Wanneer ik hen heb bevestig en er ‘ja’ op heb gezegd, komt de aap uit de mouw. De directeur van het bedrijf waar Sinterklaas moet komen heeft besloten om het te doen volgens de NTR-normen. Dat betekent roetveegpieten en geen zwarte Pieten meer. Daar heeft die Sinterklaas helemaal geen zin in. Hij is van mening en dat ben ik eigenlijk ook, het is een toneelvoorstelling waar rollen voor zijn geschreven. Een rol van Sinterklaas en een aantal rollen voor zwarte Pieten. Zo wordt het toneelstuk opgevoerd en zo gaat het al jaren.

Nu wordt het voor mij toch wel een ander verhaal, want ik blijf van mening dat er een toneelspel wordt gespeeld zoals het toneelscript is geschreven. Niks over racisme, niks over vernedering, niks over slavernij. Mijn connectie geeft tevens aan dat er geen spelers zijn die de rol van roetveeg willen spelen. Het probleem wordt dus steeds groter. Moeten het gewoon witte Pieten worden, dan? Wie komt er dan weer in opstand?

Ik moet er opnieuw een nachtje over slapen. Sinds wanneer is het de NTR die bepaalt hoe toneelstukken met een jarenlange traditie moeten worden gespeeld. Gebeurt dit ook met een stuk als Hamlet waar Shakespeare rollen heeft bedacht. Bepaalt de NTR dan ook ineens dat de rol van de Prins van Denemarken, Hamlet, opeens een straatveger moet zijn in plaats van een prins.

Van de organisator krijg ik direct een WhatsApp berichtje er achteraan. Niet meteen ‘nee’ zeggen, hé. Ik vraag me echter af, als er geen roetveegpieten beschikbaar zijn, moet ik het dan in mijn eentje gaan doen? Het blijft even stil, zowel van mijn kant als van de kant van de uitnodigende organisatie.

Twee dagen later heb ik weer een berichtje. Het blijft complex. Één iemand heeft aangegeven de rol van roetveegpiet te willen vervullen, de anderen hebben geweigerd. Waar ik het meeste mee zit is, de kinderen. De kinderen hebben een uitnodiging ontvangen. Ze hebben een kleurplaat mogen inleveren en Sinterklaas zal de ingeleverde platen beoordelen. Maar wat nou als er geen Sinterklaas komt.

Het is mijn kinderhart dat zegt: “Je kunt de kinderen niet in de steek laten. Je moet ernaartoe.”

Dan blijken dat er meer en meer organisaties hebben besloten dat de zwarte Piet moet verdwijnen. De politieorganisatie is er daar ook een van. Maar er komen er ook hoe langer hoe meer die het als een racistisch feest gaan bestempelen. Organisaties die van alles erbij halen om het kinderfeest om zeep te helpen. Een rechtszaak om de landelijke intocht te verbieden met Zwarte Piet of roetveegpiet, hoe verzin je het. Het gaat nu echt een kant op dat ik straks niet meer durf. Ik sta voor veiligheid van mijn medespelers maar besef me ook, dat ikzelf, als Sinterklaas de volgende ben die zal worden beschimpt. De lol is ervan lieverlee van af. Gaat het na 25 jaar hobby stoppen?  Ik kijk het nog één jaar aan. Er zullen minder kinderen worden bezocht, al merk ik het bij onze boekingen nog niet. Ik ga er nog een jaartje voor, het kan zo maar de laatste zijn.

344. Zwart of Roetveeg

De kogel is door de kerk. De NTR heeft besloten om definitief afscheid te nemen van Zwarte Piet. Er is nog net geen dag bepaald waarop hij ten grave wordt gedragen. Roetveegpieten wordt de inzet als knecht voor Sinterklaas. Hoe vaker ze door de schoorsteen zijn gegaan hoe meer roet men op het gezicht krijgt. Wat een grote onzin. Er is straks geen identieke Piet meer. De handschoenen en maillots van de pieten zijn ook niet meer zwart, maar afgestemd op de kleurstelling van het pietenpak. Ze dragen daarnaast geen gouden ringen meer.

Ik hoorde het gisteravond aan en moest een traan wegpinken. Moet ik me dit jaar nog wel in het Sinterklaaspak hullen. Ik heb me er altijd tegen verzet dat dit zou gaan gebeuren, nu het definitief is geworden ontstaat wederom de discussie. Nog steeds zijn er, net als ik, veel mensen die helemaal niet zitten te wachten op zo’n beslissing. De NTR is van mening dat het Sinterklaasprogramma wordt gemaakt voor heel Nederland en zij beweren dat veel Nederlanders zicht aangesloten voelen bij deze verandering. Ik geloof het niet. Het is steeds slechts een klein clubje dat zich verzet tegen het in stand houden van deze Nederlandse traditie van zwart.

Steeds opnieuw krijg ik de vraag of ik straks met roetveegpieten ga werken of kleurpieten, waar dat laatste fenomeen vandaan is gekomen weet ik niet, want heb je gekleurde schoorstenen. Ik houd vol aan zwart, al proef ik al wel de onhandigheid omdat er naast roetveegpieten ook om traditionele wordt gevraagd bij boekingen. Ik ben er nog niet uit, al blijf de traditionele mijn grootste voorkeur hebben. Daarnaast heeft een aantal mede toneelspelers aangegeven zich niet als roetveegpiet in te willen zetten. De herkenbaarheid is hier de voornaamste reden van.

Opnieuw ontstaan er discussies dat kan niet uitblijven. Voor en tegen zullen recht tegenover elkaar blijven staan. Wie zijn er uiteindelijke de dupe? Ouders met kinderen willen de traditie doorgeven aan het nageslacht, maar moet men dan vertellen dat in hun tijd Sint werd vergezeld met Zwarte Pieten waar het nu ineens Roetveeg Pieten zijn.

Kinderen weten niets van rassendiscriminatie, in ieder geval niet de doelgroep waar het Sinterklaasfeest zo’n geweldige beleving voor is. Het zijn de opstandige volwassenen die ‘roet’ in het eten gooien.

Het zal afhangen van waar de Sint met Pieten zijn intrede doet, op de dorpen zal er beduidend minder weerstand zijn dan in de steden. Maar waar de TV het voorbeeld geeft zullen, scholen, kinderdagverblijven, clubs en bedrijven de trend volgen. Ik wacht het af, maar als er met roetveegpieten gewerkt gaat worden, wil ik niet op de foto of met een balkje over mijn gezicht. Ik wil dit wel privé houden en er niet op worden aangesproken.

270. Inkijk in het leven van Sinterklaas

Dit jaar is het voor mij al vroeg Sinterklaas. De Personeelsvereniging van mijn werkgever heeft het feest georganiseerd op 22 november bij Onder Ons. Ook dit jaar zijn de kinderen tussen drie en acht jaar weer van harte welkom.

Op de dag van het feest eigen ik me de vrijheid toe om wat later aan te komen waar ik voorheen ook altijd meehielp met het versieren van de locatie. Bij binnenkomst krijg ik een hartelijke begroeting. Ik ben inmiddels thuis en hoef niet meer te werken. Met uitzondering van vandaag want dan moet ik Sinterklazen en kan ik mijn uren wegschrijven op de PV.

Het wordt dit keer een heel spektakel. Er zijn wat kleine Pietenpakken bijgekocht en daarom komen we binnen met vier grote en vier kleine Pieten. Zij moeten allemaal worden geschminkt, zwart. Ik zie al direct dat men niet op de juiste manier de kleur opbrengt, eerst het gezicht zwart en dan de lippen rood is net als papeten met een vork, dat is ook lastig om netjes weg te werken. Eerst de lippen en dan het gezicht, dat is de volgorde. Even later zijn de Pieten gekleurd. Ik heb nog even tijd en maak mezelf op. Na de clownPiet, die optreedt, mogen wij op. We sluipen via de achterdeur het pand uit om er aan de voorkant weer binnen te komen.

Het geluid staat op hard. De stereo buldert uit de boxen. De kinderen en ouders zingen uit volle borst mee. Op het podium staat de hoogste baas van Delfland, de dijkgraaf. Met ambtsketen om verwelkomt hij mij. Waar ik anders nog weleens een discussie kan opzetten is dat nu niet van toepassing. “U komt toch voor de kinderen”, krijg ik mee. De microfoon wil mijn stem niet echt versterken. Ik moet gaan stem verheffen. Een voor een worden de kinderen op leeftijd naar voren gehaald om hun cadeautje te halen. Dan even door onze fotograaf op de groepsfoto en terug naar hun ouders. Als alle leeftijdsklasse het cadeautje hebben gekregen wordt het aftellen van tien naar nul en mag het zojuist gekregen stukje speelgoed worden ontdaan van het pakpapier. Kinderen komen Sinterklaas op advies van hun vader of moeder bedanken voor wat men heeft gekregen. Intussen gaan er kinderen met Sinterklaas op de foto. Als ik net een kind op schoot wil halen, komt er een vijfjarig meisje naar mij toe. “Sinterklaas, ik vind het cadeautje helemaal niet mooi”, zegt ze. Oei, dan wordt het even improviseren. “Leg het cadeautje maar bij jouw schoen en laat mama er een briefje bij leggen. Laat ze maar aan Zwarte Piet vragen of het kan worden geruild.” Mama of papa hebben zelf dit cadeautje uitgezocht, het is dus niet mijn probleem, ik leg het terug bij de veroorzaker.

Nog even wat foto’s met kinderen en dan weg, dat wil zeggen de statiefoto moet nog worden gemaakt. Buiten zou Americo moeten staan, maar hij heeft kennelijk de stal bij Chardon geroken en is verdwenen. Een stenen koe wordt de vervanger. Rondom dit grazend beest maken we nog wat gezellige plaatjes. Dan is het snor en baardstel verwijderen, afschminken en douchen. Terug in de zaal is het tijd voor een biertje. De eerste verkleedpartij zit erop.

Tweede Bezoek

Een week later is het de beurt bij de Zonnebloem Schipluiden, waar ik zelf ook als vrijwilliger bij betrokken ben. Ik heb al mijn spullen opgezocht, in tassen gedaan en in de avond voorafgaand alvast in de auto gebracht. Het tijdstip van vertrek die ochtend ligt gelijk met het naar school gaan van gelovige kinderen uit de straat. Ik wil het niet verpesten als ze mij met een staf voorbij zien lopen. Wanneer ik bij de Schelp, naast de katholieke kerk in Schipluiden, aankom, komen er net kleuters naar buiten met hun ouders. Ze gaan naar ’t Sinthuis te Maasland. Ook nu dus even wachten. Als ze zijn vertrokken kan ik uitstappen. Ik breng mijn tassen en staf naar binnen en zoek en plekje om om te kleden. Het toilet is bezet, hoor ik, daar worden mijn Pieten in de kleur gezet. Dit keer bijzondere Pieten, ouder dan de werkelijke leeftijd van de Sint. 67 en 70 jaar. Geweldig.

Ik krijg het advies om naar het administratiekantoor van de kerk te gaan en daar om te kleden. Alle spullen worden door de kerk heen gezeuld, waar mensen al zitten te wachten tot de mis gaat beginnen. In de pastorie is de pastor zich aan ’t voorbereiden als ik binnenstap. Hij kijkt verschrikt op. “Jaha”, zeg ik, “de bisschop is er ook vandaag.” Hij moet erom lachen.

Bij het kantoor van de administratie wordt druk gewerkt aan het kerkblaadje van het weekend. Ik zet mijn tassen en staf neer en krijg direct mee dat de kopieerder ook jarenlang Sinterklaas is geweest. Ik moet nu op gaan schieten, want de tijd dringt. Als ik mijn paarse gewaad en albe aanheb kom ik tot de ontdekking dat mijn mijter nog thuis ligt. Zonder kan ik niet naar binnen. Ik heb mijn jas nodig die hangt aan de andere kant in de Schelp, maar de kerk is inmiddels begonnen en ik kan niet door de kerk heen om deze op te halen. De administratieve kracht haalt op de fiets mij jas op. Ik moet naar mijn auto en naar huis. Met de helft van de kleding aan sla ik mijn jas om en hol naar mijn auto. Dat kan met kleine pasje i.v.m. de jurk. Snel naar huis en de mijter ophalen. Ongezien kom ik terug. Snel de mantel om en gaan.

De kerk is intussen afgelopen en de pastor komt nog even langs. Even een foto maken. “Niet voor Facebook toch?” vraag ik hem. “Waarom niet, u ziet er fantastisch uit.”

Bij binnenkomst in de zaal is deze helemaal vol. Zo’n 50 gasten en nog eens 20 vrijwilligers hebben zich voor deze gelegenheid netjes aangekleed. Ik ben nog geen vijf minuten binnen als ik het al hoor gonzen: “Wie is het? Wie is het?”. Ik probeer het eerst geheim te houden maar door wat expresse versprekingen is men er al snel achter. In het grote boek staan een aantal gasten genoemd die ik naar voren haal. De oudste gast, 95 jaar, wandelt nog elke week naar het seniorenkoor. Twee gasten die in december negentig jaar worden. Ik laat ze vertellen hoe een Sinterklaasfeest er zo’n negentig jaar geleden uit zag. “We zongen liedjes bij de schoorsteen en kregen dan kleurtjes of een schriftje”, zegt de een. “We mochten onze schoen zetten en soms zaten er twee pepernoten in”, zegt de ander. Er is dus weinig veranderd, alleen een schriftje of kleurtjes dat zie ik nooit meer in een zak zitten. De waarde van de cadeaus is intussen wel behoorlijk gestegen. En het blijft niet bij één zak. We zijn dit jaar bij huisbezoeken geweest waar wel acht of negen zakken mee naar binnen moesten en daar zaten echt niet veel kinderen en volwassenen.

Bij de chocomel die uitgeserveerd wordt zit uiteraard dat stukje speculaas. Het is tijd voor een bingoverhaal. Een luxe chocoladeletter van de bakker als hoofdprijs. Twee dagen voor mijn bezoek heb ik het bingoverhaal geschreven van Zwarte Piet die met de Sint heeft afgesproken om zijn vriendinnetje ten huwelijk te vragen bij de intocht. Tijdens het verhaal worden de 75 nummers van het bingoblaadje genoemd. Het is muisstil als ik mijn verhaal vertel. Soms roept men om nogmaals het nummertje te noemen. Een valse bingo wordt bestraft met het zingen van een Sinterklaasliedje.

De kleinste Piet, Pedro, heeft een gedicht gemaakt dat aansluit bij het cadeautje dat de gasten zullen krijgen. Ze wil het graag tijdens het bingoverhaal voorlezen. Nog even wordt men in het ongewisse gelaten wat dat cadeautje is.

Halverwege het verhaal komt plots Burgemeester Rodenburg binnenwandelen. Hoe leuk. Hij heeft even tijd vrij gemaakt om langs te komen. Gasten en vrijwilligers waarderen zichtbaar het bezoek. De burgemeester neem naast mij plaatst en luistert hoe hij ook zelf in het verhaal wordt genoemd.

Dan komt Paco, de ‘jongste’ Piet aan de beurt voor een gedicht. Zij heeft wat werkzaamheden van de Burgemeester, maar ook van de Sint, genoemd in haar komisch gedicht.

Alle gasten krijgen dan hetzelfde cadeau in handen. Nog even wachten met openmaken. Maar als het open is horen we direct de waardering. Door een gift van het Zomerfeest Schipluiden heeft de Zonnebloem een boekje kunnen maken met daarin alle verslagen van activiteiten die het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden.

De laatste bingonummers worden genoemd en dan is het voor Sinterklaas ook tijd om te vertrekken. Opnieuw gaat het baardstel, snor en mantel af en uit en ben ik gewoon weer wie ik door de weeks altijd ben.

Derde Bezoek

De volgende ochtend gaan we op bezoek bij een kinderdagverblijf in Ypenburg. Met twee van mijn favoriete Pieten, nichtjes van elkaar, mag ik heel klein volk plezieren. Opnieuw de verkleedpartij en lijm aanbrengen om de snor vast te houden. Daar gaan we. Onderweg worden we gezien en herkend. Men toetert op de rijksweg als men ons passeert.

Aangekomen bij het kinderdagverblijf staat men met smart op ons te wachten. Ouders hebben vrij genomen om foto’s te maken. En dat gaat het die dag ook alleen worden. Driejarige, tweejarige, éénjarige, maar ook baby’s van twee of drie maanden krijg ik op schoot of naast me. Bij de allerkleinste is het altijd oppassen. Er is nog weinig controle en de kleine knuistjes pakken alles vast. Ook de baard. Dan is het voorzichtig loshalen om niet alles van mijn hoofd af te trekken. Na een goed uur heb ik de meeste kids gehad. Met een goed gevoel kan ik weer vertrekken.

Dan is het wachten, wachten, wachten. Het vertrek voor het vierde bezoek is ruim drie uur later. Ik haal mijn baardstel weer af, trek opnieuw mijn snor los en doe de mantel uit. Inmiddels heb ik al de nodige irritatie op mijn bovenlip van het lostrekken van de snor. In mijn witte albe word ik thuis afgezet. Daar zit ik dan, hopend dat ik niemand aan de deur krijg.

Vierde Bezoek

Omdat een hulpsinterklaas vorig jaar een zooitje heeft gemaakt van zijn bezoek, heeft men ons gevraagd om er een leuk feestje van te maken. We moeten naar Amsterdam.

In de stromende regen word ik opgehaald. Terug naar de schminklocatie en dan door. Net aan de A4 op beginnen de waarschuwingsborden al aan te geven dat de maximale snelheid 50km is. Dat kan nog een lange rit worden. Er is ruim tijd ingepland dat zal dus geen probleem zijn. Ook nu worden we begroet door automobilisten.

Het is gezellig onderweg. We kletsten lekker maar het schiet niet op. Af en toe is het even kijken op de klok. Als we de snelweg afdraaien is het contact opnemen met de contactpersoon van het bedrijf. We worden netjes de parkeergarage ingeloodst. Met de lift naar etage vier waar kinderen zitten te kleuren. Van alle kinderen hebben ik een verhaal gekregen en ik haal ze dan ook een voor een naar voren. Na wat lieve woordjes, al geven sommige ouders ook een bestraffend woord mee, mogen ze hun cadeau uitpakken. Ook hier de dankbaarheid. Spontaan komt men het cadeau laten zien en bedanken. Na driekwartier is het over. Intussen is de patat binnengebracht en mogen de kinderen en ouders gaan eten. Het is inmiddels kwart over zes. Terug in de lift ruiken we de patatlucht. De honger slaat toe.

Opnieuw de file in terug naar Schipluiden. Ook nu een gezellig onderons. Om kwart voor acht zijn we thuis en mijn maag knort. Ik hoop dat mij lief nog wat heeft laten staan voor mij, maar dat is een stomme hoopvraag. Ze zorgt zo goed voor mij. Al is ze wel een aantal dag Sinterklaasweduwe. En dat al ruim 20 jaar.

De volgende dagen hebben er nog veel meer bezoeken plaatsgevonden, maar meer in particuliere zin. Van huis naar huis, 20 minuten op en dan door. Al is tijd voor mij wel altijd een dingetje. Het is goed als ik een sturende chauffeur heb, dan lukt het. Ik wens u nog een prettige Sinterklaasavond en denk aan u als ik in het pak rondloop.

268. De organisatie achter Sinterklaas

Het is weer zover. De rode mantel, altijd zorgvuldig opgeborgen, is voor het eerst weer uit de kledingtas gekomen. Het is altijd een heel gedoe om alle attributen elke keer weer mee te nemen. De mantel alleen is niet genoeg. Wat te denken van de mijter, de albe, de stola, de rouge voor de blosjes, wenkbrauwkleurstof, snorrenlijm, baardstel en pruik, koord, kruis, paarse onderrok en paarse pasmouwen, een donkere broek, donkere sokken, Sinterklaas schoenen, lijmremover, snor, handschoenen, staf, ring en natuurlijk het boek. Ja het is altijd goed tijd te besteden om alles mee te krijgen en dan ook nog ongezien in de auto te krijgen. Er wonen nog gelovigen in de straat dus het moet allemaal in het geniep. Het is ook zaak om er goed en levensecht uit te zien als je alles aan hebt. Zo af en toe zie ik Grobbebollen voorbij komen op internet. Een baardstel dat absoluut niet past is een drama. Hoe duur ook, dat moet op maat zitten en verzorgd zijn. De mond is vaak niet zichtbaar waar dat toch echt moet. Je moet er ook het postuur voor hebben, groter zijn dan 1.85mtr en een brede schouderpartij hebben.

Inmiddels zijn bijna alle boekingen binnen, tenminste op degenen na die op het allerlaatste moment nog een bezoek verwachten. Grotere bedrijven boeken of bellen al in september. Soms bespreekt men zelfs direct al als je net weg bent. Je kunt het maar geregeld hebben. Als vanaf half oktober de boekingssite open wordt gesteld, komen particulieren boeken.

Boekers kunnen opmerkingen maken, zoals voorkeur voor een Sint, kinderen bij scouting, dan moet je opletten dat er geen leiding van die speltak meegaat. Men geeft aan om hoeveel personen het gaat en op welke dag en tijdstip men de Sint verwacht. Dan is het aan de planning om er een passend programma voor te maken. We zijn afhankelijk van de aanmelding van Pieten. Dat loopt de laatste jaren terug en daardoor is het soms lastig om zaken te matchen. Voor de man in de rode mantel is dat niet van toepassing, want de Sinten staan vast. Dan wordt er ook nog eens gekeken naar hoe we de route kunnen rijden en of er voorkeurboekingen zijn. Dan wordt het bezoekschema opgesteld om op tijd en met zo weinig mogelijk verplaatsingen op het optreden te zijn. De informatie over de kinderen, maar ook volwassenen moet er ook nog zijn, al geeft men die ook gerust nog even mee als je voor de deur staat. En dan gaat het spel beginnen.

Het is opletten, altijd. Hoe reageert een kind, een ouder soms. Wat kan je wel zeggen, maar ook wat beslist niet. Kan je grappen maken over de kinderen heen naar de ouders. Het is een kwestie van aanvoelen. Ik onderstreep mijn kritische teksten in het boek, dat valt direct op. Het is ook leuk als er iets over de aanwezige ouderen is doorgekomen.

Het eerste optreden zit er op. Met een flink aantal Pieten gaan we bij onze werkgever langs. Collega’s waar ik al jaren mee samenwerk spelen de grote Pieten. Kinderen van collega’s zijn kleine Pietjes. Ik wil graag van te voren even kennismaken met de kleintjes. Als ik dan ook aan tafel sta waar een kind zit met haar moeder, vraag ik haar naam. “Naomi”, zegt ze. “Weet je wie dat is?” vraagt de moeder aan het kind, wijzend naar mij. Ze schudt haar hoofd. “Sinterklaas”, zegt haar moeder. “Echt”, zegt het meisje, “echt, bent u echt Sinterklaas.” Alsof Sinterklaas geen acteur is en echt bestaat. Hoe grappig.

Tijdens het optreden van een goochel Zwarte Piet, die ook een leuke show opvoert, maak ik mezelf op. Het blijft lang stil. Ik heb geen idee hoe laat het is. Sinterklaas heeft geen horloge om, net als dat mijn trouwring is thuis gebleven. Ook de telefoon gaat uit de zak en doet niet mee in ‘t spel. Dan komt iemand mij halen. Ik word ontvangen door de dijkgraaf. Dat gaat formeel. Hij heeft ook zijn ambtsketen om. Normaliter is er wel een spel van woorden, maar dit keer niet. “U komt toch voor de kinderen”, krijg ik mee. Dat wordt alleen een kort welkomstwoord.

De cadeautjes worden op leeftijd uitgereikt. Er zijn ruim 70 kinderen, dat moet dus snel gebeuren, zeker voor de kleinste van drie jaar. Even een foto maken met de leeftijdsgroep en de Sint en dan de volgende groep Cadeautjes blijven ingepakt tot alle kinderen die hebben ontvangen. Zo gaat dat met de vijf leeftijdsgroepen. Dan is het aftellen en scheuren.

Blije gezichten. Kinderen die komen bedanken. Dan ineens een meisje dat haar cadeautje in haar hand heeft en komt zeggen dat ze niet blij is met hetgeen ze heeft gekregen. “Ik wil dit helemaal niet”, zegt het vijfjarig meisje. Moeders of vaders heeft de keuze gemaakt uit een aantal cadeautjes, dus ik speel het in stijl terug. “Leg vanavond of morgen jouw cadeautje maar bij je schoen en vraag aan mama of papa of zij/hij een briefje erbij wil leggen om het te ruilen. Als Piet dan langskomt kan hij dat doen.” Ik hoop dat het goed overkomt, maar het is niet mijn probleem.

Kinderen willen bij Sint op schoot voor het fotootje. Soms til ik ze zelf op schoot, maar sommige ouders zetten rustig twee kinderen bij je op schoot. Mazzel als ik er met mijn face tussendoor mee word gefotografeerd. Hele kleintjes, baby’s, weten niet waar hun handjes blijven en raken vaak verstrikt in Sint’s baard. Dan is het even oppassen dat je ware identiteit niet zichtbaar wordt.

Kinderen hebben hun cadeau ontvangen en uitgepakt. Men vertrekt bijna direct. Het is voorgekomen dat ik bijna de laatste was die het pand verliet. Nu maak ik zelf de keuze en ga op tijd weg. Het eerste optreden zit erop, er zullen er nog velen volgen. Wie weet kom ik u ergens tegen.

267. De mooie Veluwe bracht me even terug in mijn geboortedorp

Even, heel even was ik in gedachte terug in Den Hoorn. Eind jaren ‘50 begin jaren ‘60. Het kwam naar boven in Hoog Soeren, in het witte kerkje waar ik de boekpresentatie mocht bijwonen van Anne Nowee. Het boekje heet Geloof, hoop en… angst. Ze beschrijft daarin haar eigen jeugd, Hoe zij haar worstelingen, eenzaamheid en overgevoeligheid heeft doorleefd en verwerkt en daar weer ‘werk’ van heeft gemaakt. Met veel humor en lichtheid heeft zij dit boek beschreven.

Maar hoe kom je dan weer even terug in Den Hoorn, Aad. Toen ik Anne en haar zussen zag, herinnerde ik me hoe verdeeld Den Hoorn was in die tijd. Als je katholiek was, mocht je niet met protestanten, of met niets belijdenden omgaan. Of, mocht, nou niet ‘mocht’ maar toch liever niet. Ik denk dat dat andersom ook zo was. Gelukkig is die tijd niet meer en is dit voorbij. Ik liep aan de rechterkant van de stoep naar school. Eerst het huis uit, de poort onderdoor, oversteken bij Garage Kleyweg, langs de winkel van Loek Loomans en die van Cor van Dijk. Oversteken bij de boerderij en vrachtwagenbedrijf van Arie van den Berg, kortweg Arie Berg, genaamd langs de slijterij van Aad van Velzen naar het plein. Aan de overkant liepen de andersdenkenden in mijn ogen. Ik was niet van het matten, ik heb het gehoord. “We slaan ze in elkaar, die protestanten.” Het was jeugd die dat zei. Het zat vaak diep geworteld en waarom? Geen idee.

Nu zie ik Anne terug, met haar zussen. Ik ken haar niet. Weet dat er een familie Nowee woonde in de kleine straatjes, Willibrordus- of Van Marrewijkstraat. Vader Nowee noemde wij Prummeltje, dat was niet omdat hij uitblonk in lengte. De kleine Cor had een groot gezin. Dan heb je een familie Nowee in de kleine huisjes aansluitend aan de Beatrixstraat in de Dijkshoornseweg, waar ook ome Freek Steenks woont, die hoe oud ook, twee dagen voor het Sinterklaasfeest voor zwarte Piet speelt. Van die familie Nowee heet hun jongste zoon, Eddy. Hij sleutelt aan brommers. We komen hem ook vaak tegen met het schillen ophalen door de familie Schrier. Hij is volgens mij bevriend met de jongste jongen van de familie Schrier. Dan heb je nog een Nowee wonen in de buurt van de Prinses Margrietschool aan de Dijkshoornseweg, hier is de koordirigente Sonja van, meen ik. En dan heb je de meidenfamilie Nowee aan de Prins Bernhardstraat. Later als de grote woningen aan het Oranje Nassauplein gereed zijn verhuizen ze naar het middelste blok van de drie. Dat Anne zoveel zussen heeft, heb ik nooit geweten en dat er ook nog een jongen tussenin zit is mij echt helemaal ontgaan in die tijd. Ze zijn met zeven ontdek ik tijdens de boekpresentatie. Één ervan ken ik nog van gezicht, Rita is de naam. Ik kan me hun vader nog voor me halen. Een man met een bruin getint gezicht en zwarte wenkbrauwen. ‘Een echte Nowee’, beschreef een van de zussen van Anne me, tijdens de bijeenkomst.

Ik ben door Anne uitgenodigd omdat zij op mijn blog ‘Detailhandel in mijn jeugd in Den Hoorn’, is gekomen door Google en daar heeft ze delen uit verwerkt in bovenstaand boek. Een hele eer, dat zeker.

We zijn een dag voor de presentatie al afgereisd. Mijn lief heeft een hotelletje geboekt in Hoog Soeren. Een twee sterren knus en sfeervol familiehotel te midden van de kroondomeinen. Iets gedateerd, maar bij twee sterren mag je geen super-de-luxe verwachten. Het is gezellig aan de tafeltjes. Er heerst een warme sfeer bij de familie Piek. Ze hebben een Joost in de bediening lopen die zo bij Fawlty Towers zou passen een, zeg maar, Engelse butler. Met een wat kromme rug en brilletje half op de neus bedient deze flamboyante ‘butler’ de gasten van het restaurant. Er is nog meer aardig personeel en als we veel te vroeg arriveren is het geen probleem als we onze kamer al betrekken. Het is half elf, waar we normaliter pas om twee uur op de kamer mogen.

We zetten onze spulletjes op de kamer en gaan vervolgens fietsen. Eerst nog even een cappuccino voordat we weggaan. Nadat ik de fietsen van de drager heb gehaald, fietsen we op een knooppuntenroute richting Apeldoorn. Onderweg schieten we wat mooie plaatjes. De weg is niet overal veilig. Door de gevallen bladeren is het fietspad en de berm niet van elkaar te onderscheiden. Met een eerdere vervelende ervaring, niet prettig.

Zoals we gewend zijn, is ook de eerste bui al gevallen als we net op onze fietsen zitten. Het VanMeursvakantieweer is opnieuw weer van toepassing. Omdat het de goden verzoeken is om het regenpak mee te nemen is het pak in het hotel gebleven. Handig? Niet echt. Als we Apeldoorn binnenrijden bemerken we dat Sinterklaas hier net is aangekomen. Door de straten lopen pikzwarte Pieten. Krulletjes Pieten. Een Surinaamse man pakt een van de vrouwelijke Pieten beet en maakt een selfie. Zo kan het dus ook. Ook komen we twee roetveeg Pieten tegen. Ook zij hebben geen problemen met het winkelend publiek en kunnen zich zonder opmerkingen tussen hen bewegen.

Tijdens een tweede bui schuilen we in een winkelcentrum. De fietsen zoeken het maar even uit in de regen. Buienradar geeft echter aan dat het rest van de middag blijft regenen. Dan is blijven schuilen ook geen optie. We stappen van winkel naar winkel. Dan als we op de markt lopen, komt warempel ineens de zon. Zou het dan toch? Het wordt een gezellige middag. Wanneer we echter besluiten om terug te gaan en ik nog even wat snorrenlijm wil halen bij een feestwinkel, gaan de regenbakken wederom open. We fietsen maar terug naar de stad en drinken een kopje koffie. Als de blauwe regenpieken even weg zijn fietsen we wederom naar het hotel, om toch onderweg nog maar een buitje mee te pikken. De regen is net een magneet, als ie eenmaal aan je kleeft, blijft je er elke keer weer mee te maken krijgen.

In het hotel aangekomen gaan de jassen op de verwarming. We besluiten maar direct om hier te blijven eten. In het hotel hebben ze het restauratieve gedeelte losgekoppeld van het hotel. De naam is No. 15, refererend aan het huisnummer van het hotel. We gaan de deur niet meer uit, hoe mooi het op de Veluwe ook is.

Die avond hebben we heerlijk gegeten. De nacht is wat rumoerig omdat er een doorgang naar buiten is die direct aan onze slaapkamer is gelegen. Gasten kunnen kennelijk de deur niet vasthouden en gooien hem dicht. Tot laat in de nacht hebben we er last van.

De volgende ochtend willen we vroeg eten, om er nog een fietsrit tegenaan te gooien. Nu nemen we de regenpakken wel mee en dat is niet voor niets. We zijn nog geen tien minuten onderweg als we ons regenpak aan moeten doen. We besluiten deze de rest van de rit aan te houden. Als echter het zonnetje er door komt en de hei begint te dampen, gaat de jas uit. We krijgen nog tweemaal een bui op ons kop en vluchten er bij een ‘n uitspanning in.

Terug in het hotel lunchen we nog even om daarna naar de boekpresentatie te gaan. Opnieuw een flinke bui. Met natte jas en broek stappen we het witte kerkje in. Er is veel publiek dat aandachtig luistert als Anne wordt geïnterviewd. Een kennis van Anne zingt twee nummers, van Ramses Shaffy het lied ‘Laat me’ en van Frank Sinatra ‘I Did it My Way’. Twee heel toepasselijke nummers. De man heeft een mooie stem. Ondersteund door het meezingend publiek krijgen de nummers een eigen dimensie. En Anne straalt, straalt als ze ziet hoe iedereen meezingt.

Hierna is de verkoop van het boek. Ik kreeg er één vanwege mijn bijdrage uit mijn blog. Ze had het via WhatsApp met mij afgesproken. Op de kansel van het kerkje even een persoonlijk contact. Lieve woorden schrijft ze in het boek, dat ik vlak daarvoor heb ontvangen.

Zo wordt het een reuze fijn en bijzonder weekend, ondanks al die regen. Ik maakte mooie plaatjes onderweg en die koester ik. Het boek van Anne brengt mij terug naar Den Hoorn. Ik ga het aandachtig lezen. Mooi om erbij te zijn geweest.