396. Als de warmte toeslaat

Het dorp Schipluiden wordt overspoeld. Bootjes varen af en aan. Het weer bepaalt.

Op de achterplaats brandt de zon er valt niet te koelen. De thermometer die op de deur is geplakt geeft 34.0°C aan. Het is volgens ingewijden code oranje. Het zonnescherm is uit. De parasol staat. Een witte doek hangt aan het zonnescherm om ook de laatste zonnestralen buiten de schaduwplek te houden. Het wordt tijd voor een ijsje.

Rustig wandel ik met mijn lief de Brugstraat uit. Bij de Paardenbrug aangekomen zie ik kinderen van de brug af springen. Jongens en meisjes in zwembroek en bikini in neonkleuren. Er hangen badhanddoeken over het hekje aan de overzijde. Spectaculair springt men met de knieën vasthouden naar beneden. Het water spat op. “En ik had nog zo gezegd, geen bommetje!”, schiet er door mijn gedachten, denkend aan de reclame van Peer Mascini en die koe. Bootjes varen onder de brug door. Het is dus opletten geblazen.

Aan de overkant op de houten bank zit Jan, hoedje op tegen het verbranden. Hij houdt het spektakel in de gaten, maakt een praatje met de mensen die voorbij lopen en duikt zijn antiekwinkeltje in, als het belletje rinkelt. Even goed laat hij zijn klanten rustig rondneuzen en houdt hij in de gaten wanneer ze weer naar buiten komen. Zijn hond Koos heeft ook zojuist wat verkoeling gezocht en zwemt wat rond, om via het trapje de kant weer op te zoeken.

Ik wandel richting De Vergulde Valk waar Rob en Leo hun café/restaurantje, ijszaakje, runnen. Café Sport komt eerst. Op het terras tegen het café tref ik de stamgasten. Op de boot die tegen de kant aan ligt genieten de gasten van wat er op het water gebeurt. Er hoort een drankje bij.

Bij bakkerij Hoek, even verderop, zoeken mensen het kleine terras op, bestellen een drankje en soms een stukje gebak. ‘Aarbeienschep met slagroom’, staat er op het bord aan de waterkant. Fietsen staan geparkeerd in de, hoe kan het anders, Bakkerstraat.

Weer verder richting valbrug De Vergulde Valk. Ook hier staan de fietsen kris kras geparkeerd. Het wat grotere terras is vol. Alle stoelen zijn bezet. In de deuropening staat een rij klanten voor ijs. Het is achteraan aansluiten. Ik sta op de straat en schat dat ik zo’n vijfentwintig klanten voor me heb. Het is geduldig wachten, want snel gaat het niet. Naast ijs moet ook het terras worden bediend, ze doen het samen en dat betekent ‘wachten’.

Terwijl ik geduldig in de rij sta komen er meer mensen aan fietsen. Een plekje voor de fiets is er nauwelijks. Men parkeert ook voor de deur van een bewoner aan de Dorpsstraat. Wanneer een wat oudere vrouw haar fiets wil wegzetten stoot ze tegen een reeds geparkeerde fiets. Er ontstaat een domino-effect. Hevig verschrikt schiet haar man te hulp en raapt de fietsen weer op.

Inmiddels ben ik een halve meter opgeschoten. Je moet geduld hebben. Achter mij vult de rij zich aan. Bootjes worden aangelegd en bootgasten schuiven, al dan niet, met ontbloot bovenlijf aan. Een vrouw in een veel te kleine bikini stapt van de boot en zet zich als laatste in de rij. Er wordt gefluisterd.

Het is gezellig druk op de Dorpsstraat. Een rits lelijke eendjes komt voorbij. Er moet worden getoeterd. Even later een ronkend vermogen dat nog even wat gas bijgeeft. Het is een reeks motoren die kennelijk een toertocht hebben gepland door het dorp. Ik ga in gesprek met mijn voorganger. “Het schiet hier niet op”, zegt hij. Ik weet niet beter. “Ik stond hier donderdag, met dat warme weer ook al voor de deur”, geeft hij te kennen, “maar toen waren ze dicht.” Ik weet niet beter. “Ze hebben het zeker niet nodig”, antwoord ik. “Ze hebben beiden al de pensioengerechtigde leeftijd.”

Na anderhalve meter verder sta ik in de deuropening. Een bootgast probeert zich er doorheen te wringen. “Een toilet?”, vraagt hij. Hij wordt door verwezen naar achteren. Rob heeft inmiddels een blad gevuld met een bestelling voor buiten. Ook hij probeert er door heen te gaan, maar dan in omgekeerde richting.

Langzaamaan kom ik bij het uitdeelpunt. Een jongeman die even voor mij staat blijkt zijn gevolg buiten te hebben gelaten. Een naast hem staand meisje haalt de bups binnen. Zeven in getal. “Een kinderfeestje”, zegt hij. Dan ben ik aan de beurt. “Doe me maar twee ijsjes”, zegt ik. “Een kleintje en een obliehoorn.” Mijn lief houdt niet van grotere ijsjes. Ik haal gepast geld uit mijn portemonnee. “€2,15”, zegt Leo. Vooroorlogse prijzen nog hier. Ik wurm mezelf met twee ijsjes in de hand naar buiten. Mijn vrouw heeft een plekje gevonden op een bankje aan de waterkant. Eenden zwemmen in de buurt, het laatste van het wafeltje wordt vaak in het water gegooid.

Het is een komen en gaan van boten. Sloepjes, rubberbootjes en kleine jachten. Een boot heeft een surfplank achter zich aan, kinderen springen er af en klimmen er weer op. Er varen ook zuipschuiten. Schippers met een biertje in de hand, stapels kratten bier aan boord. Ze moeten wachten tot personeel van Indigo de valbrug omhoog draait. Het is file als de eerste boten door de openstaande brug varen. De groene zak aan de steel is als de collectezak in de kerk, het betaalpunt. Als alle bootjes richting Delft zijn vertrokken komt de stoet vanuit Delft. Een van de schippers heeft zijn boot niet onder controle. Hij botst op een sloep die ligt aangemeerd. Er volgen zware woorden. Even verder op speelt de schipper wederom botsbootje. Hij vaart veel te hard en maakt geen vrienden.

Aan de overzijde op de Vlaardingsekade rijden fietsers over de ka, waar het toch echt wandelgebied is. Men houdt zich niet aan de borden die aan weerskanten zijn geplaatst. Afstappen, ho maar. Bij Net Even Anders staat een groepje wandelaars die kennelijk met een gids op stap is. Ze kijken in de etalage, maar lopen door. Bij het kerkelijk museum staat het bord buiten. ‘Niet de bijbel van buiten, maar van binnen kennen’, staat er op het bord. Het museum is gesloten.

Nog even blijven we zitten om te genieten van het windje dat waait over het water. Allicht koeler dan in de achtertuin. Dan wordt het tijd om onze plek af te staan aan de volgende ijslikker.

Rustig wandelen we terug. De temperatuur loopt nog verder op. Bij thuiskomst geeft de aan de deur hangende thermometer 39.0°C aan. We gaan naar binnen, waar alle deuren en ramen gesloten zijn gebleven en het zonnescherm en parasol hun werk hebben gedaan. Het is binnen 24.0°C. Een betere temperatuur. De Tour de France gaat aan, ik nestel me in de bank. Kijk naar de laatste kilometers van de dag om te zien dat het Dylan Groenewegen wederom niet lukt om de zege te pakken. Weer scoor ik geen punten in het AD-klassement. Niet druk maken, het is maar een spel. Druk maken geeft energie en warmte en daar hebben we vandaag genoeg van.