426. De Zonnebloem in Coronatijd

“Zullen we nog eens iets leuks organiseren”. Ik ontvang een Whatsappje van mede-Zonnebloemvrijwilliger Aad. “Ik heb een idee om op Bevrijdingsdag cupcakes te bezorgen bij onze gasten”, schrijft hij mij. Ik vraag hem of het goed is als ik die avond even bij hem langs mag komen om e.e.a. te bespreken. Er is immers een lockdown. Het is in orde. Na lange tijd weer eens een ander contact dan met alleen mijn eigen lief. We fietsen er samen die avond naar toe.

Ik laat mijn ideeën die middag de vrije loop en besluit om een quiz in elkaar te zetten. Vragen die voor eenieder te maken zijn. Het moet voor iedereen een leuke bezigheid zijn. Ik ga er direct mee aan de slag. 50 vragen worden het. Met als afsluiting drie woorden waar men weer woorden uit moet halen met samengestelde letters uit die woorden. De woorden zijn: Zonnebloem – Corona – Thuisblijven. Toepasselijk. Daar kan men mee aan de slag.

Die avond brainstormen we hoe het te organiseren, zodat er zo min mogelijk contact is. Het moet duidelijk omschreven worden, wat mag en niet mag, maar ook wat kan en niet kan. Alles zo veilig mogelijk.

Besloten wordt om iedereen winnaar te maken door een presentje af te geven op 5 mei, een dag die zeker het gros van onze mensen koestert. Vaak ook zelf de oorlogsjaren heeft meegemaakt. Dat doet ze vast goed.

Die avond worden er spijkers met koppen geslagen. Aad, mijn Whatsapper gaat de volgende dag bij de plaatselijke bakker, Hoek, langs om Zonnebloemchocolaatjes te bestellen. We draaien een lijst uit van de website van de afdeling, de e-mail wordt in elkaar geflanst, maar er moet ook nog toestemming komen van de man van de centen. Die is direct enthousiast. De volgende dag staat alles als een huis. Alle vrijwilligers hebben de mail in hun digitale brievenbus. Ze moeten echter nog wel de bijlage uitprinten en even rondbrengen. Al vrij snel komen er allerlei leuke reacties los. Gasten hebben met hun kinderen en kleinkinderen aan de puzzel gezeten, hoe en op welke manier, dat weet ik niet. Hier en daar is vast een pc of tablet opgestart. Anderen doen het gewoon uit het blote hoofd.

Op 4 mei worden bij andere Aad de traktaties opgehaald. Hij heeft er met zijn eega een lieve kaart bij gemaakt. Dan op 5 mei worden de ingevulde formulieren weer verzameld. Opnieuw een contactmoment met de gasten. Wel op 1,5 meter. Men lost het creatief op. Een groot aantal formulieren komt terug. Er zit creativiteit in. Zowel in de antwoorden op de vragen als het maken van de woordjes uit de drie woorden. Creatief als je vraagt wat de kleinste fluit is, waarbij je als samensteller denkt aan het muziekinstrument de piccolo, en men scheidsrechtersfluit invult. Als je vraagt waar je aan denkt bij de letters AH en je krijgt dan als antwoord, ‘let op de kleintjes’, of ‘Buckers‘, onze plaatselijke retailer. Bij het maken van de woordjes heeft een van de deelnemers niet genoeg aan het voorgedrukte vakkenvel en plakt er een vel aan vast. Ze komt tot over de 200 woordjes.

De jury, bestaande uit Aad en Aad, denkt creatief mee, met de beantwoording. Ook bovenstaande antwoorden zijn goed. Als je vraagt wat is een dier met zwart/witte strepen en men antwoordt, das, dan is dat ook goed. Er zijn er echter maar drie die alle antwoorden goed hebben. Zij ontvangen een plantenbon bij Langelaan, de plaatselijke bloemist. Ook degene met de meeste woorden ontvangt zo’n bon.

Een leuke activiteit die niet veel heeft gekost. Maar de leuke reacties maken zoveel goed. Eind juni organiseren we weer een activiteit. Zo laten we de Zonnebloemgast niet in de steek. Er is zoveel meer mogelijk bij de Zonnebloem. En niet alleen de gast heeft er plezier in, ook de Zonnebloemvrijwilliger zet er met een lach de schouders onder. Het was weer TOP. Met dank aan onze vrijwilligers.

403. Rotterdam en MPS De Zonnebloem

Er is voor vrijwilligers een mogelijkheid om te kijken op het vakantieschip MPS De Zonnebloem. De wereldhavendagen zijn in Rotterdam een mooie gelegenheid om het schip van de Zonnebloem te presenteren. En dat het niet zomaar een schuitje is blijkt als we er aan komen. MPS de Zonnebloem is 115 meter lang en 11.50 meter breed.

Al enige tijd vooraf reserveerden we kaartjes voor het bezoek. Je krijgt een tijd toegewezen en mag een half uurtje op het schip vertoeven. Voor ons is dat op 2 september om 15:00uur.

We willen er een mooie Rotterdamdag van maken. Lekker op de fiets naar de Antoine Platekade fietsen, wat rondwandelen in Rotterdam en weer fietsend terug.

Via de App Fietsknoop zet ik de avond voorafgaand aan het bezoek de richting uit. 18,8km geeft de App aan. Een mooi ritje. We zijn wel afhankelijk van het weer. D.w.z. fietsen in de regen is geen optie, dan gaan we met de trein en metro.

De avond voorafgaand zijn we heerlijk gaan eten in Delft met onze jongens en schoondochter i.v.m. de verjaardag van René. Ook op de fiets, dat is het makkelijkst. Heen is het heerlijk om de pedalen rond te trappen, wanneer we echter om half tien terug willen, hoost het van de regen. Trouwens, wanneer niet als we fietsen? Drijfnat komen we thuis aan. De accu’s moeten worden opgeladen, want met een volle accu weet je zeker dat het goed te doen is. Met m’n natte zooitje nog aan hang ik ze aan de prik.

De volgende dag geeft geen regen, zeggen de weerApp’s. Vol goede moed stappen we op de e-bikes. Wanneer we echter halverwege de Zouteveenseweg rijden kom ik tot de ontdekking dat mijn accu die nacht niet goed is opgeladen. Ik heb het zelf gedaan, dus kan er niemand de schuld van geven. Maar met zo weinig streepjes op de display gaan we het niet redden. Gaan we terug? “Nee”, zegt Wilma, “we rijden naar het station van Schiedam en stappen daar op de trein om te vervolgen met de metro.” Zogezegd, zo gedaan. Maar als zoiets is dat niet loopt zoals ik dat graag wil, ben ik geen vrolijke jongen. Misschien wel de meest irritante die er bestaat. Het zijn niet de mooie woorden die uit de mond komen, nee, ik ben goed chagrijnig. “Zullen we maar teruggaan”, zegt vrouwlief. Het is voor haar niet leuk met mij. We fietsen echter door, maar de angst dat ik straks zonder ondersteuning kom te staan houd me gedurende de rit bezig. Zo af en toe zet ik mijn ondersteuning uit omdat het even voor de wind gaat. Je hebt nog 34km, geeft de display aan.

Maar nu? Hoe komen we bij het station van Schiedam. We fietsen door het dorpje Kethel en volgen de bordjes Centrum. We zijn het spoor nog niet gepasseerd, die richting moet ik uit. Dan ben ik een avonturier en blijf fietsen. “Vraag het nou effen”, zegt Wilma. Eigenwijs blijf ik fietsen, tot ik het zelf ook niet meer weet. “Meneer u gaat naar de A20 toe en dan blijft u het Hazepad volgen”, zegt een mevrouw die ik aanspreek. Dat pad komen we tegen. We rijden onder het spoor door en zitten dus aan de verkeerde kant van het station. Bij het stoplicht een student. Hij neemt ons mee naar het station, moet er zelf ook heen.

De OV-kaarten komen tevoorschijn en we stappen in. “Rotterdam Centraal of Blaak”, vraagt mijn lief. “Rotterdam CS”, geef ik aan. “Daar pakken we de metro.”

Tot zover gaat het goed. Ik kijk op mijn telefoon welke metro ik moet hebben. Blijkt ook deze zo goed als leeg. U begrijpt het al, denk ik….. Even vragen aan een perronhulp en we kunnen de metro pakken. “Leuvenhaven”, zeg ik, “daar stappen we uit.” Opnieuw fout. Het had Wilhelminaplein moeten zijn. We wandelen de Erasmusbrug over en komen aan de overzijde van de Nieuwe Maas. Daar zien we de MPS De Zonnebloem liggen. Maar het is nog veel te vroeg.

We doen een cappuccino bij hotel New York. Een stukje gebak erbij, dat maakt weer wat goed. Wanneer het op is, worden we bijna weggekeken. Het is prachtig weer, dus de bankjes langs de binnenhaven waar de Watertaxi’s liggen is heerlijk. De zon schijnt strak in het gezicht. Hij is fel, dat merken we ’s avonds. We hebben allebei een verbrand gezicht, ik meer dan vrouwlief, zij heeft zich ingesmeerd, ik niet.

Rond kwart voor drie wandelen we naar het Zonnebloemschip. We zijn niet de enigen. We melden ons met het kaartje en krijgen een keycord om. Geel is voor de hele uren, blauw voor de halve. Het is nog even wachten. Mijn lief zet zich op een bankje, ik hang wat tegen een prullenbak. Wanneer ik daar weg wil lopen, blijft mijn jasje wat hangen. Heb ik tegen een plakkaat kauwgom aan gestaan. Het kan er nog wel bij.

Inmiddels ontmoeten we er een oud-vrijwilligster van Zonnebloem Schipluiden met haar collega. Zij is al vele malen meegevaren als vrijwilliger en weet alles van het schip. Dan mogen we aan boord. Met oranje pijlen is de looproute aan gegeven. We wandelen achter de Schipluidense aan en doen zo veel indrukken op. In de stuurhut staat ook de kapitein van het schip. Men wil foto’s van hem maken. Hij vindt het goed, maar niet op ‘vleesboek of Instagram’ geeft hij mee. Als afsluiting van de rondleiding doen we een kopje koffie. Nog even kletsen we met elkaar. Ik heb echter zoveel indrukken opgedaan dat het is gaan kriebelen. Ik wil graag een keer als vrijwilliger mee gaan. Dezelfde avond nog stuur ik een e-mail richting Breda.

De terugweg verloopt zoals de heenweg. Metro en trein tot Schiedam en dan de kortste weg naar Schipluiden. Mijn display loopt terug en ook in eco-stand kan ik niet voorkomen dat het de vraag blijft of ik ondersteund ga halen of niet. Thuis aangekomen heb ik nog 2km ondersteuning. Mijn telefoon is leeg, ik heb nog wel wat foto’s kunnen schieten en een berichtje op ‘Vleesboek’ kunnen zetten.

Gelukkig heeft mijn lief in Rotterdam wel nieuwe sneakers en een broek gevonden. Dat maakt het nog een beetje goed.

398. Koetsen en paarden, de Zonnebloem geniet

1 augustus, de tweede rolstoelwandeling 2019 van de Zonnebloem Schipluiden. Terwijl ik mijn boterham op eet valt de regen met bakken uit de hemel. ‘Dat wordt niks om met gasten het dorp in te gaan’, gaat er door mijn hoofd. Ik zoek mijn regenjack op. Zoals gebruikelijk kan ik die niet vinden. Mijn vrouw is niet thuis, dus vragen kan ook niet. Ik vind die van vrouwlief. Hij past.

De warmte hangt nog in de lucht, niet druk maken want voor je het weet heb je een nat shirt aan, is het niet van het zweet, dan is het van de regen. Met de jas aan ga ik naar mijn afgesproken gast. Ik hoef niet te bellen, ze staat al met haar winterjas aan in de gang, de deur is los. Nog even help ik met het op slot doen van de voordeur. Dan wandel ik met haar in de rolstoel richting Korpershoek. “Heb ik mijn deur op slot gedaan?”, vraagt ze me. Ik kan haar geruststellen. “Waar gaan we heen?”, vraagt ze aan mij als we net onderweg zijn. Ik kan er geen antwoord opgeven, ik weet het ook niet.

De rolstoelwandelingen van de Zonnebloem worden altijd in het geniep geregeld. Alleen de indelingscommissie weet het en uiteraard degene die de wandeling heeft voorbereid.

Langzaam komen de vrijwilligers aan wandelen bij het verzamelpunt. “Zou het droog blijven?”, hoor ik, terwijl we wachten. Ik kijk nog even op buienradar. Geen blauw streepje op de App. Dat komt goed. Ik gooi gauw mijn jas uit.

Dan vraagt de organisator het woord. “We gaan naar het koetshuis”, zegt hij, “wie weet waar dat is?” Het blijft angstig stil.

Eenmaal buiten komt de zon tevoorschijn. Het wordt heerlijk weer. We boffen. We lopen het zwarte pad af richting Akkerleven. Dan linksaf de Holierhoek op. “Van Dorp”, hoor ik iemand zeggen, “we gaan naar Van Dorp.”

Via de ijsbaaningang komen we op de Zouteveenseweg. De verkeersregelaars letten goed op bij het oversteken. Dan het bedrijfsterrein op bij Van Dorp. Er wordt een rouwkoets naar buiten gereden. Er ligt nog een bloemstuk op. De koets krijgt de aandacht van de gasten. Dan lopen we verder en via de achteringang rijden we het koetshuis in. Er staat een prachtig crèmekleurige koets buiten waar Jan van Dorp ons koninklijk paar in heeft vervoerd. Ook binnen staan er nog een aantal. Een oude Spijker, een Tilbury, nog wat andere rijtuigen, een Jan Plezier en wat arrensleeën. Aan de muur hangen schilderijen met koetsen, met paarden. Er hangen hoofdstellen, lampen voor op de koets, pluimages voor de paarden aan de muur van het koetshuis.

Terwijl de koffie met wat lekkers wordt rondgedeeld klimt koetsier Dirk op de bok. Hij heeft zich er speciaal voor aangekleed. Lange blauwe jas met epauletten, zwarte broek, witte sjaal en hoge hoed. In zijn hand een zweepje. Hij verhaalt over de verschillende koetsen. Voor arme maar ook voor rijke mensen. Nog altijd wordt er gereden met de koetsen, een rouwtje of een trouwtje. Soms een verjaardag of speciale gelegenheden met de koning en de koningin.

Voor de koets twee paarden. Mooie donkere Friezen. Het zweepje gebruikt hij alleen om de aandacht van het paard te houden. Paarden zijn nieuwsgierige beesten, is er iets op rechts dan zijn ze geneigd daarop aan te trekken. Een aai van het zweepje bij het linker paard haalt de aandacht weg. Verder wordt de zweep gebruikt voor richting geven. Een enkele keer wordt er wel eens een corrigerend tikje gegeven, maar nooit een mishandeling, zoals men soms denkt als men de zweep van de koetsier ziet.

Even haalt hij de zwarte koets aan die buiten staat. De rouwkoets. “U bent allemaal potentiële klant”, merkt hij gekscherend op.

De koffie en thee doen het goed. Ook het lekkere koekje, beschikbaar gesteld door de familie Van Dorp, wordt bij een tweede kopje van de schaal gepakt.

Wanneer er over de arrensleeën wordt gesproken laat vader Jan de bellen rammelen. “Herkent u het”, zegt hij. Er wordt geknikt.

Het wordt tijd om verder op het bedrijf te kijken. Na een dankwoord aan de familie Van Dorp en Dirk, overhandigt Janus hen een flesje wijn. De groep wandelt achter Lisette en Miran aan naar de paarden. Vader Jan zet zich in zijn blauwe golfkarretje. Lisette haalt twee zwarte paarden uit de stal en laat ze ravotten in de zandbak. Rollend door het zand spelen ze. De gasten van de Zonnebloem zien het met een glimlach op het gezicht. Dan gaan we even door de stallen, de paardenhoofden komen toch wel heel dichtbij. Het is helemaal spannend als een paard dat met zijn snuit bijna tegen je gezicht aankomt. We nemen wat afstand. Vrolijk vliegen de zwaluwen door de stal ook dat geeft soms een schrikeffect. Nog even maken we een foto. Opletten dat de buiten lopende paarden hun oortjes omhoog hebben staan, dan nemen we afscheid.

We hebben nog even tijd en maken een ommetje langs de golfbaan en het gemeentehuis. Dan linksaf richting Singel, waar vrijwilligers bezig zijn om de corsoboot Schipluiden op te tuigen. De voorzitter komt er aan met de dozen met ijsjes. Ook de vrijwilligers doen mee. Als afsluiting een lolly of toffee.

Het is inmiddels etenstijd. We wandelen rustig terug. Een geslaagde rolstoelwandeling is ten einde Onze dank gaat uit naar de familie Van Dorp, Dirk, Miran en onze vrijwilligers die de gasten hebben geduwd. Het was weer een feest.

De volgende rolstoelwandeling is op 7 augustus.

378. 40-jaar Zonnebloem, afdeling Schipluiden

Zo rond maart 2018 komt er tijdens een bestuursvergadering van de Zonnebloem afdeling Schipluiden ter sprake dat de afdeling in 2019 40 jaar bestaat. Ik hoor het aan en zie er voor mij als coördinator niet echte een taak in om dit op te pakken. Maar het blijft stil. Er is niemand die opstaat en zegt: “Ik”. Dan neem ik het besluit om mijn coördinerende rol echt op te pakken. De eerste contacten worden gelegd. De Dorpshoeve bespreek ik als ik toevallig toch koffie kom drinken. De Stichting Vivendi, ken ik uit een eerder optreden en vind ik een perfecte afsluiter van het evenement. Ook met hen wordt het eerste contact gelegd. Alle contacten verlopen via de e-mail. Op de site van de stichting bekijk ik wat filmpjes. Er blijft een prettig contact en als ik een aantrekkelijke offerte krijg toegestuurd, breng ik dat in het bestuur en leg het gezelschap vast. Ik stel voor om er een commissie voor te starten, niet alles alleen, maar samen doen.

Nog drie vrijwilligers staan op. Het gaat allemaal een beetje hapsnap. Totdat er draaiboek wordt gemaakt. Dan gaat het wat meer gestroomlijnd. De ideeën komen op tafel en zo regelmatig komen we bij elkaar. Een gezellig clubje.

Gaandeweg worden er zaken vastgelegd. We proberen geld te verzamelen en ook dat krijg z’n beslag. Een mooi bedrag komt binnen via de Rabobank Clubkas Campagne. Fonds 1818 bestaat 200 jaar en doet een duit in het zakje, Bij Albert Heijn Schipluiden mogen we de opbrengst komen ophalen van een maand statiegeld Goede Doelenknop. Leveranciers doneren of geven korting. Den Burg Catering, De Dorpshoeve, Restaurant Indigo, Groencentrum Langelaan en een aantal particulieren storten spontaan een mooi bedrag in de pot.

Om aan meer geld te komen schrijf ik twee potentiële subsidieverstrekkers aan. Een haakt er af. Van de ander blijft het antwoord nog even weg. Ik heb er wel verwachtingen van en hoop er ook op, want er is een financieel gat. De vereniging is niet echt vermogend, maar uit eigen middelen moet dan ook nog een flink deel worden opgehoest. En, is mijn verwachting, aan het eind van de dag zal er uit de melkbus die voor de deur staat ook nog wel een leuk bedrag op tafel komen.

De plannen kunnen verder. Wie gaan we uitnodigen? Uiteraard, de gasten, de vrijwilligers en gast-vrijwilligers, oud-bestuursleden, Burgemeester en wethouder, het Regiobestuur en onze buurZonnebloem Den Hoorn. Alles bij elkaar zo’n 140 mensen.

140 mensen is veel. We gaan om de tafel met de beheerder van de Dorpshoeve. Past dat? En zo ja, hoe dan? Er worden tekeningen gemaakt voor de opstelling van de tafels en het buffet. Het kan allemaal net. Er zullen afvallers zijn is de inschatting. Toch zullen we rekening moeten houden met dit aantal.

Na de uitnodiging te hebben verstuurd komen zo mondjesmaat de aanmeldingen binnen. Maar ook de eerste afmeldingen vallen in de bus. Uiteindelijk blijft er een mooi aantal over van 120. Op de dag zelf zijn er echter door ziekte en zeer ook nog afzeggingen en blijven we met 110 mensen over. Nog altijd een mooi aantal.

Het buffet is besteld, de afstemming voor het gesponsorde toetje heeft plaatsgevonden. Zo langzamerhand krijgt het zicht. De vrijwilligers en gastvrijwilligers krijgen een taak toebedeeld. Vele handen maken licht werk.

Op de bewuste feestdag, 23 februari 2019, zijn we met vier man al vroeg in de weer om de zaal in orde te krijgen. De vloer krijgt een kleedje, De stoelen moeten worden uitgeklapt. De tafels krijgen een plekje, het podium moet worden opgezet. In korte tijd echter zijn we al zover dat we besluiten te stoppen omdat anders de middagploeg voor niets komt. Het is even tijd om thuis te gaan eten.

Om 13:00uur komt de middagploeg opdraven. De tafels worden aangekleed, ballonnen gehangen, een vlaggetjesslinger en alle in huis zijnde Zonnebloemvlaggen krijgen een plekje en het ‘theater’ wordt verder ingericht. Binnen korte tijd is de zaak gepiept. Het feest kan beginnen.

Om half vijf staan de eerste gasten al voor de deur. Onze secretaris ontvangt, met hoge hoed op, de gasten. De fotograaf schiet plaatjes. Lopend of rollend over de rode loper krijgt men een vrijwilliger toegewezen die de gast naar de tafelplek brengt. Gestaag komen de mensen binnen. Er ontstaat al gauw een vrolijke stemming. Om 17:00uur kan het feest los. Maar waar is de Burgemeester? Hij zou een van de sprekers zijn. Op de rand van vijven komt hij binnen.

Ik mag zelf het welkomstwoord doen en dan de microfoon overdragen aan onze voorzitster. Daarna de Burgemeester om vervolgens de secretaris van de Regio het woord te geven. Het glas kan worden geheven en de toast uitgebracht.

Er valt veel te vertellen getuige het geroezemoes. Na het opnemen van een drankje loopt men langs het buffet. Geen haast, genieten van de heerlijke geuren die uit de schalen komen. Zo kan iedereen op het gemak zijn/haar bordje vullen. Voor wie wil is er een tweede gang of zelfs een derde, want het is lekker allemaal.

In de keuken zijn dames bezig met het afmaken van de toetjes. De ingrediënten zijn aanwezig, het definitieve lekkers moet nog worden gemaakt.

In een heel gezellige sfeer wordt na het toetje nog een kopje koffie of thee uitgeschonken. Het Zonnebloemchocolaadje valt bij iedereen zeer in de smaak. Dan is het moment aangebroken dat men naar de voorstelling van Stichting Vivendi gaat.

De eerder geplaatste stoelen zijn wat uit elkaar getrokken zodat de artiesten er tussendoor kunnen lopen. Met een heerlijk liedjesprogramma nemen Astrid, Vérie en Joep ons mee terug in de tijd. Op een mooie Pinksterdag, er zit een gat in mijn emmer, daar aan de waterkant, spring maar achterop, lieve pop. Liedjes die zo herkenbaar zijn en die dan ook volmondig worden meegezongen. Er wordt geklapt en gelachen als er weer een hilarisch tafereel op de planken wordt gezet. Een perfecte performance die zo duidelijk past in de doelgroep waar we het als Zonnebloem voor doen.

Na een goed uur is het nog even een drankje doen om dan huiswaarts te gaan. Voor sommige is de dag te lang geweest, voor anderen had het nog wel even door mogen gaan . Een aantal is al naar huis als de show nog moet beginnen. Het kan en mag allemaal.

Wanneer alle gasten zijn vertrokken wordt met man en macht de zaal weer in originele staat teruggebracht. En wat schetst mijn verbazing, zelfs de wethouder zet de schouders er onder en loopt met stoelen te sjouwen. Hoe mooi is dat.

Nog even een gezellig samenzijn met de vrijwilligers en gastvrijwilligers. Nog even napraten over een zeer geslaagde dag. Een dag waar bij mij de energie die ik er aan heb gegeven, is teruggevloeid. Met een zeer tevreden gevoel kunnen we terugkijken op een zeer succesvolle dag. Ik dank dan ook iedereen die er zijn/haar steentje aan heeft bijgedragen.

’s Avonds thuis, als ik toch wel moe zit bij te komen, open ik mijn e-mailbox. Ik heb zojuist een e-mailtje ontvangen om op 13 april a.s. een cheque op te komen halen bij de uitreiking aan Goede Doelen in de kringloopwinkel Habbekrats te De Lier. Een mooiere afsluiting kan je je niet wensen.

In het dorp wordt er over nagepraat, mensen komen bij mij aan de deur en vertellen hoe leuke en gezellige ze het hebben gehad. Nog meer energie stroomt er bij mij terug. Wat is het volgende? De dag erop sta ik op de Huishoudbeurs, ik ‘verkoop’ er het Fietsen voor m’n eten. Nagenietend is ook deze dag weer een heerlijke. Wat is er veel moois uit het leven te halen.

353. Veel regen en mooie momenten

De regen valt met bakken tegelijk uit de hemel. De weergoden zijn ons niet goed gezind. Ik heb MUS-dienst. De eerste rit staat vroeg gepland. Om 09:00uur moet ik mijn eerste klant ophalen. Mijn buitentemperatuurmeter (mooi scrabble woord) geeft aan dat het 3,8° Celsius is. Ik twijfel of ik mijn handschoenen aan zal doen. De MUS heeft geen verwarming dus misschien is het wel handig. Ik haal om halfnegen mijn fiets uit de schuur. Ik heb al snel een natte haardos. Snel, snel fietsen naar Akkerleven. Daar aangekomen gaat de deur niet open. Begint er niemand zo vroeg, en wat is vroeg, het is 08:35uur. Wanneer ik op de bel heb gedrukt gaat zonder woorden de deur open. Ik wil snel doorlopen en loop met mijn snufferd tegen de volgende deur aan. Dan zie ik de mededeling dat deze deur pas open gaat als de eerder gepasseerde deur is gesloten. Het zomerse weer is ook hier voorbij of heeft het met de wintertijd te maken? Ik haal de sleutel, de telefoon en de kenteken papieren van de MUS op en wandel naar het onder stroom staande voertuig. Als ik de deur open ligt er een plasje water voorin. Via de zijkant aansluitingen zie ik een straaltje water naar binnen lopen. Ik trek de stekker uit de wandcontactdoos. Mijn dag kan beginnen.

Omdat ik inmiddels de ervaring heb dat de snelheid invloed heeft op de duur van de accu, rijd ik als een slak het terrein af. Ik ga niet harder rijden dan 30 km vandaag en hoop daardoor de dag uit te kunnen zingen. Door het slechte weer gaat het licht aan en de ruitenwissers constant op heen en weer gaan, ook dat heeft invloed. Er staat wel het e.e.a. gepland voor vandaag. Terwijl ik rijd beslaan mijn ramen. Ik kan zo niet vegen dat het raam schoon blijft. Gelukkig is er weinig verkeer op het fietspad.

De eerste klant haal ik op in Den Hoorn. Betrokken klant moet worden afgezet bij het Reinier de Graafziekenhuis. Na een vakantie heeft mijn passagier wat ribbreuken over gehouden aan een quadrit. Hij gaat voor controle terug naar het ziekenhuis. In Den Hoorn moet ik tot tweemaal toe tussen wat paaltjes door. Dat is centimeterwerk. Men verbaast zich erover dat we er zonder kleerscheuren tussendoor kunnen. Bij het ziekenhuis geef ik betrokkene een kaartje mee met het rechtstreekse nummer van de MUS. De receptie is zo vriendelijk om mij direct te bellen als betrokkene klaar is zodat ik snel de klant weer op kan halen.

Ik heb nu een half uurtje pauze en rijd naar huis.

Mijn volgende klant haal ik op in Schipluiden. Een vrouw van de Zonnebloem die haar cheque op gaat halen van de stemmenactie die de RaboBank heeft georganiseerd. Ik ben wat aan de vroege kant, mede gezien het feit dat ik tegelijk een andere klant op moet halen. Het is een zgn. combinatierit. Wanneer ik heb gebeld duurt het even voor mevrouw naar buiten komt. De regen valt en valt. Een goed gebruik is om mensen te helpen met in en uitstappen. Omdat ik denk dat het snel zal gaan wacht ik buiten in de regen. Wanneer mevrouw is ingestapt geeft ze te kennen dat ze zich wat opgelaten voelt in mijn karretje. “Is dit wel voor mij bedoelt?”, vraagt ze zich hardop af. Er staat nergens dat je niet mee zou mogen en er is plek. Dan door naar mijn volgend adres. Het is even zoeken waar mevrouw ook al weer precies woont. Wanneer ik het heb gevonden bel ik aan. De rollator staat al pontificaal te wachten onder het afdak. De schoenen van meneer liggen ondersteboven op de buitenmat. Na de bel, roept mevrouw dat ze er aan komt. Ook zij gaat naar het ziekenhuis. Ze gaat alleen. “Ik mag niet mee”, zegt meneer. “Nee”, zegt mevrouw, “hij houdt niet van wachten en het kan vandaag wel even duren.” Wanneer mevrouw is ingestapt gaat de rollator ook achterin. Dan gaan we op weg. Eerst het ziekenhuis, dan de RaboBank. Bij het Reinier moet ik op een kaartje schrijven wat mijn rechtstreeks nummer is. Mevrouw heeft voor mij een potloodje, omdat de balpoints liggen verstopt. Wat ik wel vind is de anticondens spuitbus. Dat scheelt een slok op een borrel. Wanneer mevrouw klaar is belt ze me. Nu naar de Rabo om de andere vrouw af te zetten. Ik spreek met haar af om rond de klok van 11 weer terug te zijn.

Bij mijn schoonmoeder in Den Hoorn vind ik deze keer de koffiepauze. Hierdoor hoef ik niet helemaal naar Schipluiden en ben ik snel bij het ziekenhuis als er wordt gebeld.

Wanneer ik een half uurtje aan de koffie zit gaat de telefoon. Mijn eerste klant kan worden opgehaald. Ik ga opnieuw op pad. Bij het ziekenhuis staat er een file voor de parkeergarage. Ik ben blij dat ik daar geen gebruik van hoef te maken en te mogen staan op de afhaalplek. Mijn MUS-meerijder komt al aan wandelen. Ik breng hem weer naar huis. Hij heeft geen leuke boodschap gehad, als chauffeur van de MUS ben je de eerste uitlaadklep. Als ik de man heb thuisgebracht kan ik direct door naar de Rabo. Mevrouw komt met een mooie cheque naar buiten. Ik breng haar blij naar huis terug.

Ik ga wederom terug naar schoonmama. Mijn volgende rit start in Den Hoorn. Op tijd ga ik een vrouw ophalen. Zij heeft na 46 jaar huwelijk haar man moeten achterlaten in een verzorgingshuis. Na lange tijd zelf de verzorging te hebben gedaan is er geen terugweg meer. Als ze instapt ruik ik een lekker geurtje uit een van haar tassen. “Ik heb drie appeltaarten gebakken”, zegt ze. “Ik ga die oudjes lekker verwennen.” We hebben een indrukwekkend gesprek. Ze woont alleen en is blij met een luisterend oor, zegt ze. De rit gaat sneller dan mij lief is. Ik wil haar nog zoveel aanbieden, maar we zijn gearriveerd. “Tot 16:00uur”, zegt ze als ze het verzorgingshuis binnenwandelt. De appeltaarten gaan mee.

Omdat de accu toch harder leegloopt dan gedacht besluit ik om de MUS aan de prik te hangen. Ik heb zo’n anderhalf uur, dan kan het voertuig wat opladen. In de stromende regen fiets ik huiswaarts.

In afwachting van het telefoontje uit het ziekenhuis wacht ik het nu verder thuis af. Even een broodje eten en dan de middagsessie. Het telefoontje uit het ziekenhuis blijft uit. Waarom? Duurt het dan zo lang? Ik waag er een telefoontje aan en bel het telefoonnummer van mevrouw. Ze neemt zelf de telefoon op. Hoe kan dat? En waarom niet even gebeld dat ik niet hoeft te wachten? Ik vergeet er naar de vragen.

Om 14:00uur haal ik mijn vaste klant op. Altijd op dinsdag om 14:00uur staat de afspraak om meneer op te halen en bij Albert Heijn af te zetten. Daarna naar het appelvrouwtje voor het oude gemeentehuis. Wanneer ik in Akkerleven aan kom, zie ik geen klant, waar hij doorgaans al op zijn rollator zit te wachten. Ik wacht het even af. Als het echter een kwartier wordt vraag ik aan de receptie om hem te bellen. Hij blijkt een ‘slaapie’ te hebben gedaan en wordt wakker geschud door een verpleegkundige. Hij komt naar beneden. Dan komt direct de humor van de man weer naar boven en maakt hij zich er met een grap vanaf. We gaan op weg naar supermarkt die op de kleintjes let. Wanneer er een jongeman op een scooter van links komt denk ik mijn voorrang te krijgen. Dat is echter niet het geval. De jongeman rijdt met zijn voorband zachtjes tegen mijn deur. Hij steekt zijn middelvinger op. Ik weet dat het regent, maar daardoor veranderen de verkeersregels nog niet. De oude man naast me maakt er wederom een grap over. Bij Albert Heijn haal ik een winkelwagentje, zijn rollator, dan ga ik in het halletje achter de ingang staan. Mijn jas is nat, mijn handen en mijn voeten koud en hier brandt de kachel. Aan de overkant het appelvrouwtje. “Ga jij effe”, zegt meneer, “hier is mijn portemonnee. Ik wil 15 appels. Het meissie weet wel welke.” Ik doe wat me wordt opgedragen. Dan kunnen we terug naar huis. Nog een ritje, mevrouw ophalen uit het verzorgingshuis en haar dan weer naar huis brengen.

Om 10 voor vier ben ik al bij Akkerleven. Ik kijk op het gemak het aangeboden fotoboek door dat op de tafel ligt. Herkenbare plekken die men heeft vastgelegd en zo veel doet met mensen die niet meer echt in de maatschappij staan en zich soms het verleden nog wel herinneren en het heden niet.

Om 16:00uur exact komt mevrouw naar beneden. Ik help haar met instappen. Het tasje met de appeltaarten is er niet meer bij. Ik ga in gesprek met mevrouw, dan vertelt ze dat ze vandaag jarig is. Daarom wilde ze de mensen trakteren. Ze heeft geholpen met eten geven, ze heeft met bewoners gesjoeld, gesprekken gevoerd. Een mooi gesprek dat ik met haar kan voeren. Bij thuiskomst geeft ze aan dat haar zonen haar op komen halen. Ze hoeft niet te koken vanavond en wordt mee uit eten genomen.

Mijn dag zit erop als ik naar huis rijd. De regenachtige dag hebben me weer mooie contacten opgeleverd. Een luisterend oor heb ik geboden. De kou is uit mijn handen, mijn lichaam gloeit. Wat mooi dat ik me vandaag weer verdienstelijk heb mogen maken.

263. Hoe snel is je agenda gevuld?

Vandaag mijn eerste bijeenkomst behorend bij een ‘gepensioneerde’. Ik ging naar de bijeenkomst van de Katholieke Bond van Ouderen. Een club van senioren waar ik al vanaf mijn 55e contributie aan betaal.

Ik ben vroeg wakker en zie dat mijn lief al onderweg is naar haar werk. Gisteren vroeg ze het me nog: “Wat heb je morgen op het programma staan?” Ik had in mijn agenda al deze bijeenkomst genoteerd, maar niets veranderlijker dan dat ik zelf ben, dus de vraag is terecht. Ik moet er wel rekening mee houden op tijd weer op te stappen omdat ik er nog een bedrijfsafspraak over het Sinterklaasfeest achteraan heb staan.

Om kwart over negen rijd ik richting de katholieke kerk. Een bijeenkomst van deze club senioren gaat doorgaans vooraf met een kerkdienst, zo ook vandaag.

Wanneer ik mijn fiets stal naast de kerk, schiet iemand mij direct aan. “Zo een nieuw gezicht”. Even vraag ik me af wat er aan mijn gezicht is veranderd. Ik ben me er niet van bewust. Maar ik begrijp hem, men verwacht mij er niet.

In de kerk zelf tel ik slecht 28 mensen. Niet druk maar wel voldoende om de dienst door te laten gaan. Ik kijk het eens af. Verhouding mannen – vrouwen: 7 – 21. Gelukkig is de voorganger ook een man dat maakt het iets dragelijker. De organist maakt er een potje van. Slaat regelmatig op de witte toetsen als het de zwarte moeten zijn en omgekeerd en vergeet voor het gemak wat coupletten. Ik zit me te verbijten, maar kan het zelf niet beter. We zullen er naar moeten luisteren.

Na de dienst worden we uitgenodigd om een kopje koffie te drinken in de naastgelegen ontspanningsruimte. Ik rijd mijn fiets om, om even later binnen te stappen. Daar zie ik wat er vroeger bij ons thuis ook vaak ontstond bij een verjaardag. Een mannen- en meerdere vrouwentafels. Gescheiden van elkaar koffiedrinken. “Anders gaat het over strijken, stofzuigen en wassen”, zegt een van de mannen. Oh, is dat het.

Dames schenken de koffie in en de schaal met koekjes gaat rond. Natuurlijk wil men weten waarom ik er ben en of ik al met pensioen ben. Ik leg hen uit dat ik nu nog met vakantie ben om eind december van Drees te gaan trekken. Het gesprek aan tafel is geanimeerd en als er even later ook twee dames aansluiten wordt het nog gezelliger.

Ik zit nauwelijks aan tafel als ik twee handen op de schouder voel. “We zoeken nog een voorzitter”, zegt de vrouw die achter mij staat, in mijn oor. “Iemand die een beetje gebekt is en weet van organiseren en het klappen van de zweep kent”. Dit overvalt me, al is het me niet vreemd.

De afgelopen weken ben ik benaderd om voorzitter te worden van de EHBO-vereniging in Den Hoorn. Ook bij het bestuur van het varend corso Schipluiden is een plekje ingeruimd, mijn hulp op een school zou van grote betekenis zijn. Een functie als staf bij Zonnebloemvakanties, er is een vacature als koster in de kerk. Ik kan als vrijwilliger bij de Voedselbank aan de slag. Ik ben nog verbonden aan de Zonnebloem Schipluiden als activiteitencoördinator en heb de ledenadministratie van de Oranjevereniging nog in beheer. Daarnaast ben ik nog buitengewoon ambtenaar van de burgerlijk stand. Mijn Sinterklaasactiviteiten heb ik nog, maar ook mijn boek wil ik nu eindelijk eens afmaken. De agenda is al weer volledig gevuld als ik overal ‘ja’ op zou zeggen.

Tijdens de cursus Pensioen in Zicht/Afscheid van Arbeid heb ik al meegekregen mijn agenda enige tijd leeg te houden. Bij voorbaat zeg ik dus nergens ‘ja’ tegen en neem het in overweging. Ik schep hierin geen verwachtingen en spreek af een goede afweging te maken.

De koffieochtend wordt afgesloten met een plaatsnamenquiz. Een mevrouw heeft er zinnen omheen gebouwd waarbij de zin eindigt met een plaatsnaam. Het valt nog niet mee, maar bij wat afkijken bij elkaar, ja ook ouderen doen dat, heeft bijna iedereen een 100% score.

Ik moet op tijd weg voor de volgende bijeenkomst. Effen de fiets in hoogste ondersteuning om er nog een beetje op tijd te zijn. Bij aankomst is men zo goed als klaar. Ik mag mijn inbreng nog aangeven.

Het overleg moet op tijd stoppen. Een deelnemer vertelt een heftig verhaal over zijn gezondheid. Hij heeft een afspraak bij het Daniël den Hoedt. Jaren jonger dan dat ik ben. Ik schrik er van.

Op de terugweg naar huis vraag ik me af of ik de vrije maanden moet nemen, het kan zo maar eens fout zijn. Ik ga er niet van uit, probeer toch nog een paar maanden te genieten en dan te kijken wat ik nog wil. Je hoort het.

223. Zonnebloemvakantieweek 2017

Afgelopen week mocht ik als vrijwilliger mee met een Zonnebloemvakantieweek. Vorig jaar had ik mij er al voor opgegeven. Met 20 andere vrijwilligers en 22 gasten ging de reis dit keer naar De Heerenhof in Mechelen, Limburg. Het werd een stralende week met af en toe tropische temperaturen.

Op maandag 19 juni brengt mijn lief mij naar het Westcordhotel naast de Ikea in Delft. Bij het eerste contact voel ik me al direct op mijn gemak. Veel andere vrijwilligers kennen elkaar, er wordt al gelijk gekust als men elkaar ziet. Na de voorstelronde worden de taken verdeeld. Ik moet samen met een vrijwilliger zorgen dat de koffers de bus in komen en heb met hem ook de verantwoording over rollators en rolstoelen. Als de gasten langzaamaan binnen zijn wordt na het kopje koffie het sein gegeven om te vertrekken. Als we net aan onderweg zijn haalt één van de dames, 93 jaar, haar mobiel tevoorschijn. Ze zou hem in de week niet meer loslaten en is constant op haar Facebook bezig. Mobiele apparaten zijn dus niet leeftijdgebonden, blijkt.

Bij aankomst in De Heerenhof zullen zich nog twee hulpverleners bij ons gezelschap voegen. Moeder en dochter die vanuit een ander deel van Nederland zich hebben opgegeven te helpen.

Na de ontvangst is er koffie met natuurlijk Limburgse vlaai. Er zijn drie smaken: abrikoos, appelkruimel en kersen. Als ik aan één van de gasten vraag welke smaak zij wil, geeft ze aan voor kersen te gaan. Deze is helaas op. Ik bied haar een abrikozen aan. Wanneer ik even later vraag hoe het smaakt zegt ze: “Lekker die kersen”. Smaken verschillen dus kennelijk niet.

Het zeer warme weer nodigt direct uit om lekker buiten te gaan zitten. De parasols en veranda bieden schaduw. Na een korte rustpauze van de gasten is later die middag iedereen buiten te vinden. Wanneer het warme eten, andijviestamppot en/of tuinboontjesstampot, en dat in de zomer, is opgegeten en het toetje ook de maag heeft gevonden, wandelt iedereen weer naar buiten.

Om 20:00 uur is er een optreden van zanger Tim Remie. Een jonge zanger die door zijn iPad wordt begeleid en luisterliedjes zingt. Hij valt in de smaak, al helemaal als hij tijdens één van zijn nummers aan de gasten een roos aanbiedt. Probleempje: Waar laat je de roos als je geen vaasje hebt. Daar zijn bierflesjes dan de redding. Het zou een zwoele late avond worden.

Op dinsdag 20 juni staat een stadsbezoek aan Aken op het programma. We krijgen een rondleiding van ongeveer 1,5 uur door de historische binnenstad van Aken met Nederlandssprekende gidsen. Daar hoort uiteraard een bezoek aan de Dom van deze stad bij. Als blijkt dat er een kinderpelgrimage aan de gang is wordt het bezoek uitgesteld naar eind van de middag. Rond de klok van enen doen we de lunch in het restaurant Elissenbrunnen. De rest van de middag is vrij te besteden. De temperatuur is inmiddels opgelopen tot ruim 35°C. Op een terrasje in de schaduw wordt na een winkelbezoek een rustpauze ingelast, om later de Dom te bezoeken. De avond wordt wederom buiten doorgebracht. In een gezellige sfeer wordt er lekker gekletst. Gasten en vrijwilligers kunnen het prima met elkaar vinden en delen hun verhalen.

Als op woensdag 21 juni een mannelijke gast, 90 jaar, van een echtpaar dat aanwezig is, naar beneden komt, ‘klaagt’ hij over het bed . Hij kan niet eens lepeltje lepeltje liggen. De bedden zijn te ver van elkaar geschoven. Zijn glimlach doet mij ook lachen, schavuit. Vandaag brengen we een bezoek aan het Drielandenpunt. De nodige foto’s worden geschoten tussen de vlaggen die op het centrale punt zijn ingestoken. Na een korte wandeling en een kopje koffie lopen we in ganzenpas langs de weg naar restaurant De Wilhelminatoren voor de lunch. Als een mannelijke vrijwilliger voor mij loopt bekijkt mijn vrouwelijke gast hem van boven tot onder om tot de conclusie te komen dat hij erg mooie benen heeft. Alleen zijn kale kruintje valt wat tegen. Ach, als je 88 jaar bent mag je dat zeggen en dan wordt er ook nog om gelachen. Na de middag doen we een rit met de bus door de omgeving met de gids, Frits. Ernie, onze chauffeur, stuurt de bus geweldig over de Limburgse wegen. Het kwik is opnieuw gestegen en behaalt een max van 37°C. Gelukkig heeft de bus airco. “Maar niet te hoog zetten hoor, anders krijg ik het koud”, zegt één van de gasten. De avond wordt wederom onder de blote hemel doorgebracht. Onder het genot van een drankje worden er anekdotes opgehaald. Als een vrijwilliger, verteller van De Ooievaart, zijn ‘waar ‘gebeurde sprookjes doet, laat hij ons meegenieten van de verhalen die hij op de boot vertelt. Met de Ooievaart kan je een rondvaart maken door de Haagsche grachten. Die avond wordt het later dan dat ik had gewild, maar de gezelligheid hield mij op de stoel.

Op donderdag 22 juni wordt er door een deel van de gasten en vrijwilligers een bezoek gebracht aan de Fluweelengrot in Valkenburg. Geadviseerd is om een vestje mee te nemen de temperatuurverschillen 36°C buiten en 12°C binnen zijn zo groot dat het lijkt alsof er een deken over je heen valt als je de grot weer verlaat. Na de rondleiding in de grot is de tijd vrij te besteden. Omdat de temperatuur zo hoog is opgelopen, wordt het programma ingekort en de terugreis eerder ingezet. Na het eten hetzelfde ritueel. Heerlijk buiten keuvelen. De gasten gaan redelijk op tijd na bed, waarna de vrijwilligers nog ‘even’ blijven zitten.

Het is vrijdag de 23e juni geworden. Vandaag wordt het een rit naar Maastricht. De 4-sluizentocht staat op het programma. We varen op Nederlands en Belgisch grondgebied en passeren daarbij vier sluizen. Na een heerlijke lunch aan boord even naar buiten. Als we door een van de sluizen varen gutst het water naar beneden. Het zijn net de Niagarawatervallen. Een regenboog tussen de druppels door geven een mooi aanzien. ’s Avonds is er een feestelijk slotdiner. Tijdens het diner de huldiging van jubilarissen. Jubilarissen die worden toegesproken voor het aantal keren dat men met de Zonnebloemweken is meegegaan. De eenjarigen, de vijfjarige, de vijfentwintigjarige en de vijftigjarige krijgen ruim aandacht en worden met een cadeau verblijd. Na het diner de afterdrank. Voor de laatste keer worden er van allerlei wetenswaardigheden uitgewisseld onder het genot van een laatste drankje.

Op zaterdag 24 juni is het afscheid en de terugreis. We vertrekken rondom 10:15 uur vanuit Mechelen en zijn dan rond 13.45 uur terug in Delft. Daar staat nog koffie en thee klaar. Na een soms emotioneel afscheid worden de koffers weer in de auto geladen. Het is over en mogelijk ook voor de allerlaatste keer dat men kan deelnemen aan  de Zonnebloemlandvakanties. Het is niet anders.

Met een zeer fijn gevoel kan ik terugkijken op een hele leuke week. Een week waar ik vriendjes en vriendinnetjes heb opgedaan, waar banden zijn gesmeed tussen mensen. Jammer dat er een einde aan is gekomen.

174. Dag van de Vrijwilliger

Jaarlijks worden op 7 december landelijk een groep vrijwilligers in het zonnetje gezet. Ook regionaal krijgen veel vrijwilligers extra aandacht. Sommige gemeentes en organisaties zetten hun vrijwilligers ook in het zonnetje door ze te huldigen of te onderscheiden. Voor mij wordt het een dag waarbij ik mijn medewerking verleen aan een bijeenkomst van de Nationale Vereniging De Zonnebloem, afdeling Den Hoorn in de Kickerthoek aldaar.

Al lang van te voren heb ik aangegeven dat ik bereid ben om een keer een verhaal te komen doen tijdens een bijeenkomst van deze vereniging. Het is de laatste bijeenkomst van het jaar en het is gratis. Vooral het woord gratis heeft zijn aantrekkingskracht, al merk ik aan het eind van de bijeenkomst dat er deelnemers zijn die spontaan hun portemonnee trekken en geld op de bar bij de keuken willen leggen.

Het gezelschap bestaat uit ruim 20-tal vrijwilligers en bijna 90 daggasten. Lid of geen lid van de Zonnebloem, er wordt geen onderscheid gemaakt. Ik ben er niet de gehele bijeenkomst bij maar heb begrepen dat het er erg gezellig aan toe is gegaan. Het glaasje advocaat MET slagroom doet haar werk. Het wijntje, rood of wit, heeft haar aftrek. Maar ook de diverse sapjes worden als prettig genuttigd.

Wanneer ik binnenkom is het een flink geloop van de vrijwilligers. De koffie en de thee worden geserveerd, maar ook van de schalen met broodjes wordt stevig gegeten, zo stevig dat men bijna blijft zitten met de krentenbollen die nog volgen.

Wanneer ik net binnen ben krijg ik al direct de nodige opmerkingen naar me toe. “Hé Meursie” en “Oh, kom jij voor het praatje. Gezellig”. Mensen kennen mij nog ondanks het feit dat ik bijna 36,5 jaar geleden ben ‘geëmigreerd’ naar het naastgelegen dorp Schipluiden. “Je lijkt op je vader, zeg”, hoor ik aan een tafel roepen. Ik neem nog even mijn rust terwijl de gasten hun lunch gebruiken.

Ik raak aan de praat met Jan. Jan is de accordeonspeler die het perfect doet op Hollandse dagen en bij bejaarden- en verzorgingshuizen. Een man, ik denk dik in de zeventig, die de moppies van vroeger nog met speels gemak ten gehore brengt. Voor deze gelegenheid heeft hij wat nummers op het programma staan waarvan hij ook de tekst heeft uitgeprint.

Met Jan hang ik wat op A-0 uitgeprinte plaatjes op van mijzelf. Geen gemakkelijke klus omdat de muren niet echt meewerken. Dan hang ik ook de poster op van mijn boekje Beestenkrabbels. Ik heb er geen fiducie bij dat ik er wat van zal verkopen. Maar je weet het nooit.

Dan om even over half twee is het mijn beurt om te starten. Gelukkig heeft men geluidsversterking, want met mijn Sinterklaasstem is het niet zo best gesteld. Ondanks zoutwater snuiven, gorgelen, honing gebruiken, salie- en gemberthee en vooral groentjes nuttigen is het nog steeds niet alles. Mijn verhaal begint met de uitleg over de foto’s die op de muur hangen. Als ik iets vertel over de rol van Hugo de Groot, die ik ooit heb gespeeld, krijg ik de opmerking dat ik toen veel meer te zeggen had. Kennelijk is praten of iets te zeggen hebben een groot verschil. Ik heb een aandachtig gehoor, het is stil in de zaal. Als ik iets vertel over het maken van muziek, rolt de term ‘Meursie brothers’ uit iemands mond. Ja, men is ons nog niet vergeten, dat blijkt.

Na zo’n 25 minuten vertellen, lees ik mijn verhaal voor over de detailhandel in Den Hoorn. Vanuit de zaal hoor ik regelmatig kreten van herkenning. “Oh, ja die ook” en ik hoor van verschillende kanten instemmende geluiden. Als ik het heb over één van de melkhandelaren uit die tijd draai ik me even om. Hij zit in de zaal en ik zie hem glimmen. Het verhaal is eigenlijk te lang om voor te lezen, al heeft men alle aandacht. Wanneer ik een seintje krijg dat men met een drankje of koffie of thee de zaal in wil, stop ik met het verhaal. Hierop krijg ik direct commentaar. “Je bent die nog vergeten en over hem heb je niets gezegd”. Het verhaal was echter niet af en ze zouden aan bod komen als ik het verhaal zou mogen af vertellen.

Ik neem nu mijn pauze. Een kopje thee streelt mijn keel. “Waar kan ik jouw verhaal teruglezen?” vraagt één van de vrijwilligers. Ik reik haar een kaartje uit met het webadres. Dat worden er uiteindelijk meer.

Jan trekt zijn accordeon aan en zet dan het eerste nummer in. De tekstkopieën zijn intussen uitgereikt en binnen afzienbare tijd zingt men met het hele gezelschap mee. Bij het derde couplet is men eigenlijk pas echt allemaal bij de tekst. Hierdoor besluit Jan om de eerste twee coupletten nogmaals te spelen.

Na een kort intermezzo van Jan, mag ik het stokje weer overnemen. “Wel kort”, zegt de voorzitter van de vereniging. Ik heb al gezien dat mensen het te lang vinden duren. Niet mijn verhaal maar de hele bijeenkomst. Er gaan er al lopen. Na twee korte verhalen, één over mijn twee zoons, René en André, en één over mijn functie als trouwambtenaar sluit ik mijn rol. Jan neemt het met één nummer over en dan wordt het huiswaarts gaan voor de gasten.

Van de voorzitter krijg ik een verzachtend drankje voor mijn keel. Ik begreep niet goed hoe men mijn smaak kende, maar dat had men op slinkse wijze bij mijn eega ontfutseld

Als ik mijn spullen terug breng naar de auto houdt één van de gasten mij aan: “Dat verhaal over Den Hoorn, zou je dat voor mij willen uitprinten, ik woon hierboven.” Ik beloof het te zullen doen en het de volgende week in de brievenbus te doen.

Nog even bleef ik met de vrijwilligers na en nam nog een drankje om na een half uurtje ook huiswaarts te gaan.

Ik kan terugkijken op een waardevolle invulling op de dag van de vrijwilliger. Mooier had ik het niet kunnen doen. En… ik kreeg van één van de aanwezigen nog wat extra informatie over de detailhandel in mijn jeugd in Den Hoorn. Hierdoor is het verhaal nog langer, maar ook weer completer geworden.

123. Vrijwilliger ben je voor het leven

Het is 26 april 2016. Zo meteen mag ik deelnemen aan een lunch ter ere van iemand die zojuist een koninklijke onderscheiding heeft ontvangen. Ik denk dan terug aan die gelegenheid dat ikzelf onderscheiden werd. Een volkomen onverwachte waardering voor al het vrijwilligerswerk waar ik altijd ontzettend veel energie uit heb gekregen en dat me zoveel heeft opgeleverd. Ik ging terug in de tijd en vertrouwde het aan het papier toe.

50 jaar vrijwilliger. Al mijn hele leven ben ik vrijwilliger. Het is me aangeboren of zit in mijn genen. Op 14 jarige leeftijd ben ik er mee begonnen. Ik voetbal bij SV Den Hoorn en er wordt een mini-afdeling opgezet. Kinderen tussen 4 en 6 jaar mogen komen voetballen en spelen op de grote groene weide. Op zaterdagochtend rond de klok van 7:00 uur haalt mijn moeder mij uit bed om op tijd te zijn bij activiteiten rondom het jonge spul. Met acht tot tien leiders komen we om 8:00uur bij elkaar in de oude houten kantine op het sportcomplex aan de Woudseweg. Er wordt een heel spelprogramma in elkaar getimmerd voor de ruim 100 krioelende kleine knulletjes. Het gaat niet om het voetballen alleen, er zitten spelelementen in die soms met voetballen te maken hebben, maar even goed spelen we met het grut een levend ganzenbord. Een glaasje limonade aan het eind van de spellenochtend is voor de jeugd de kers op de taart. De mooiste herinneringen heb ik aan de ochtenden dat de kids volledig onder de modder naar huis gaan. Als het die nacht heeft geregend doen we het spel: buikschuiven. De meest smerige speler ontvangt na zijn glaasje ranja ook nog een Mars. Dat de ouders daar niet altijd even gelukkig mee zijn, hebben we regelmatig ervaren.

Eens in de zoveel tijd worden er wedstrijdjes gespeeld. Bij Delft en Delfia hebben ze ook een dergelijk mini-afdeling. Wedstrijden 15 tegen 15 of soms wel 20 tegen 20. Wat hebben we er een plezier aan beleefd. Tot aan mijn diensttijd ben ik er altijd zeer actief mee bezig geweest.

Op 16 jarige leeftijd kom ik tot de ontdekking, dat ik geen hoogvlieger ben qua voetballen. Ik word winnaar van een spelregelquiz van de KNVB en besluit me in het zwarte pak te hijsen om voetwedstrijden te leiden. Acht dinsdagavonden op de fiets naar de Suezkade in Den Haag om me verder te bekwamen in de spelregels, waarna ik na het slagen de KNVB-badge van de afdeling HVB (Haagse Voetbalbond) krijg uitgereikt. Mijn allereerste wedstrijd is die tussen ADS 13 – Oliveo 9. Mannen die mijn vader en wat voor sommige geldt, zelfs mijn opa kunnen zijn. Het is de veteranencompetitie waar ik mijn eerste wedstrijd mag fluiten. Uiteindelijk ben ik scheidsrechter gebleven tot net na mijn trouwen. Op 29 jarige leeftijd houdt ik het voor gezien. Soms doe ik het met heel veel plezier, maar meerdere keren ben ik blij als ik weer heelhuids thuis ben. Een leuke anekdote is het feit dat toen ik een wedstrijd floot voor de bedrijvencompetitie in Delft ik bij het verkleden, plots een enveloppe met daarin fl. 200,00 aantrof in mijn sporttas. Twee concurrerende cafés spelen om de bedrijvenbokaal in de finale. Een besnorde eigenaar van één van de cafés heeft kans gezien om, terwijl ik even naar het toilet ben, de enveloppe in mijn tas te doen. Het is vrij simpel om vast te stellen om welke café het gaat. Er zit een briefje bij dat ik ben uitgenodigd voor het buffet en het feest dat zal worden gegeven bij het ‘winnende’ café. Ik heb me niet laten beïnvloeden en heb de enveloppe uiteindelijk afgegeven aan de organisatie van het bedrijventoernooi. Dat het café, waarvan ik vermoed dat de enveloppe is, won, is puur omdat ze meer kwaliteiten in huis hebben.

Op 17 jarige leeftijd treed ik toe tot de jeugdcommissie van SV. Den Hoorn. Als secretaris van deze commissie heb ik me zeven jaar met veel plezier ingezet. Ik heb geen tijd of eigenlijk geen zin om te studeren en geef er alles aan om me als vrijwilliger in te zetten. Ik heb nauwelijks tijd om op tijd mee te eten omdat ik weer naar de voetbal moet. Mijn MTS-opleiding laat ik voor wat het is. Dat laatste wordt met name door mijn moeder niet in dank afgenomen.

Elftallen van de SV gaan in de zomermaanden op kamp. Zo komt het voor dat ik in één jaar mijn volledige eigen vakantie opgeef om met hen mee te gaan. In één jaar zelfs drie weken achtereen. Mijn moeder weet niet hoe ze de was op tijd weer schoon en gestreken mee kan geven. De Nederlandse kampen waar ik mee naar ben toe ben geweest, 9 in totaal, worden gehouden in Borculo, Weert, Zundert, Amersfoort of Leusden. Één kamp waar ik als leider meega, vertrekt naar Duitsland, Feschweiler om precies te zijn. Op 22 jarige leeftijd ga ik voor het eerst vliegen met een groep A-junioren. Ook dit gaat uit van SV Den Hoorn. Pineda da Mar is de ‘place to be’. Met 18, jonge haantjes gedrag vertonende, jongens in de leeftijd van 17 t/m 19 jaar en twee andere leiders (Ton van Ginkel en Ko de Vast) spelen we daar wedstrijden en vieren vakantie. Onze jongens laten zich gelden in het uitgaansleven. Tot tweemaal toe hebben we een bemiddelende rol moeten spelen tussen de Gardia Civil en één van hen.

Binnen Den Hoorn zoekt men mogelijkheden om de jeugd tussen 9 en 12 jaar iets leuks te laten doen op de zaterdagavonden. Dat krijgt gestalte in 1967. Naast dansclub Smurf is er voor deze jonge jeugd niets te doen. Met een aantal leden van de jeugdcommissie van SV Den Hoorn springen we in het gat en gaan we open-jeugdavonden organiseren. Er worden gezelschapspellen gespeeld, getafeltennist, geschaakt en gedamd, bingo gespeeld en gedanst. Het kleine toneeltje in de zaal van de toenmalige gymzaal is de discovloer. De eerste kusjes tussen jongeren worden er soms uitgedeeld. Er wordt gedanst en geslepen (dansvorm). Tot aan mijn militaire diensttijd ben ik hieraan verbonden.

Vanaf mijn negende jaar speel ik trompet/piston bij de fanfare van het Sint Joris-Gasthuis, Kunst Na Arbeid. Mijn opa heeft er gewerkt en zo is ook mijn vader er lid geworden. Net uit militaire dienst zoeken ze een secretaris. Ik ben er niet te beroerd voor om dit op me te nemen. Vier jaar lang schrijf ik met de hand de notulen van de vergaderingen, om deze later uit te typen op een typemachine. Menig keer moet ik Tipex gebruiken, typen was nl. niet mijn sterkste eigenschap.

Inmiddels heb ik verkering gekregen en moet ik mijn tijd wat meer gaan verdelen tussen het meisje en de hobby. Dat valt niet altijd mee. Ook omdat het meisje een flink aantal jaren jonger is dan dat ik ben. Ze mag/kan soms niet mee. Met nog twee broers en drie anderen hebben we een dansband geformeerd, genaamd Monday. De naam omdat we op maandag altijd repeteerden. Daarnaast speel ik ook weer met die zelfde twee broers in een boerenkapel. Dat betekent dat we soms nog laat op pad zijn. Omdat het meisje op tijd thuis moet zijn, rijd ik soms tussen twee optredens even heen en weer, breng haar thuis om vervolgens weer terug te keren en de optredens af te maken.

In Den Hoorn vindt men het tijd worden om jongeren meer te betrekken bij de kerk. Door het toenmalig parochiebestuur worden mensen benaderd om hierin mee te participeren. Ik ben er daar één van. Elke zaterdagavond sta ik op het altaar achter de organist om mijn deuntje op trompet mee te spelen. Ik doe dit meestal met mijn broer Martin samen. De kerk is vol tijdens de jongerenmissen. Ook Wilma staat er en doet mee in het koor. Tot aan ons trouwen zijn we trouwe deelnemers aan deze diensten. Menig keer kwam men naar de kerk voor de ‘gebroeders Brouwer’, zoals men ons noemde, naar een tweetal getalenteerde trompetartiesten.

Dan trouwen we en verhuizen van Holland naar België (voor de niet kenners van Den Hoorn naar Schipluiden). In Schipluiden wordt wel gebouwd, in Den Hoorn is er geen sprake meer van nieuwbouw. Door mijn leeftijd, ik ben dan inmiddels 27 jaar, en door mijn economische en sociale binding met de gemeente heb ik genoeg punten om ingeloot te worden voor een woning in de wijk Rozemarijn.

Intussen heb ik mijn scheidsrechters pak aan de wilgen gehangen door een akkefietje in het veld. Ik voelde me niet veilig meer en besluit om mijn scheidsrechters carrière te beëindigen. Wanneer ik echter in het huwelijk ben getreden en inmiddels in Schipluiden woon, kan ik het niet laten en ga ik wederom wedstrijden fluiten, nu voor de plaatselijke voetbalvereniging, toen nog ASSO, later VV Schipluiden.

In 1988 behaal ik via mijn werkgever mijn EHBO diploma. Daardoor ben ik veelvuldig betrokken bij evenementen waar ik behulpzaam ben met de gele tas met de blauwe letters EHBO erop, die ik dan over mijn schouder heb hangen. Hulp op de zaterdagen op het voetbalveld of de Zomerfeestenactiviteiten.

Als men bij het parochiebestuur van de katholieke kerk mensen zoekt om in de parochieraad plaats te nemen, komt men wederom bij mij terecht. Met negen jaar deelname, de maximale tijd, aan deze raad heb ik met veel plezier mensen in mijn nieuwe dorp leren kennen.

Wanneer de toneelvereniging VAT’75 het toneelstuk de Jantjes gaat opvoeren zoeken ze nog een ‘Amsterdammer’ die daarin zou kunnen spelen. Ik speel in het stuk een signaal op trompet en mag de rol van De Mop vervullen. Mijn enige toneelrol ooit. Wat ben ik zenuwachtig om die drie zinnen te zeggen. Later heb ik nog éénmaal op het podium gestaan bij de musical over Rozemarijn. Teksten onthouden, is niet aan mij besteed. Ik speel het liefst mijn eigen rol. Verzin het liefst mijn eigen teksten, wat voor tegenspelers niet altijd handig zal zijn.

Inmiddels hebben we een nieuwe bewoner in de straat gekregen. Hij stelt voor om een straatcomité te formeren. Met mijn vele ervaring ben ik de ‘juiste’ persoon om er deel van uit te maken. Het organiseren van de jaarlijkse BBQ en het beheren van de lief en leedpot van de straat behoort tot mijn functie. Ik maak de verslagen en koop met Wilma alles voor de BBQ in.

Dan gaan onze jongens naar scouting en op de voetbal. Met scouting heb ik niet zoveel, ben er zelf nooit lid van geweest en besluit me daar niet als hulp aan te bieden. Bij de voetbal wel, Ik ben er een aantal jaren leider bij één van de elftallen waar één van onze jongens in speelt.

Intussen wist ook de voetbalvereniging Schipluiden mij te strikken voor het jeugdbestuur. Met een zeer gedreven groep hebben we het jeugdbestuur een fantastische glans gegeven. Nog altijd wordt er over die tijd gesproken. Na zeven jaar wordt het tijd om het stokje over te dragen.

Het clubblad van de sportvereniging verdient een oppoetsbeurt. Zonder enige kennis van de computer bied ik aan om me er in te verdiepen. Mensen achter hun vodden aan zitten als men copy moet inleveren. En als er te weinig copy is maak ik zelf een verhaal over allerlei zaken die ik tegenkom. Menigeen heeft zich afgevraagd wie de “verhalen langs de lijn” schreef. Ik heb het nooit, nou ja, nu dan, bekend gemaakt.

Bij scoutinggroep Marco Polo komen ze in 1993 een Sinterklaas te kort. Men heeft een Sinterklaasfeest aangenomen bij het personeel van de Makro. Een Sint was niet te vinden. Dat was op mijn lijf geschreven. Vanaf november 1993 t/m heden vertolk ik die rol nog steeds.

Als in de zomermaand augustus de Zomerfeesten in Schipluiden plaatsvinden, beman ik één, twee, soms drie avonden één van de barren. Een hele avond tappen, tot de handen er als verdouwelde doekjes uit zien. In 2014 is het mijn laatste keer. Het is een zeer vermoeiende avond en sommige jeugdige bezoekers zijn van mening je te mogen bekritiseren en beledigende opmerking te mogen maken.

Na de voetbal komt toch scouting om de hoek. Men zoekt een secretaris. Omdat ik schrijven en besturen leuk vind, neem ik plaats in een bestuur dat er al heel lang zit. Als na één jaar ook de voorzitter opstapt, doe ik die taak er bij. Na 17 jaar is het welletjes en neem ik er afstand van. Een drukke functie met de vele vergaderingen, de verbouwing van het gebouw, gemeentebesprekingen, bestuursvergaderingen en groepsraden kosten mij veel tijd.

Als lid van het 4/5-meicomité zoekt men bij scouting Schipluiden ondersteuning voor bij de kranslegging bij het monument. Ook daar heb ik vanaf 1997 t/m 2013 deel van uitgemaakt. Ik verzorgde de teksten en deed de aankondiging/ceremoniemeester bij het monument.

Bij een braderie op het dorp, neemt Wilma twee inschrijfkaarten mee voor het bloeddonorschap. zij schrijft ons allebei in. Ik ben er wel een beetje huiverig voor, gezien mijn ervaring tijdens mijn dienstplicht. Ik was nog niet aan de beurt, als ik me flauw voel en onder een tafeltje wakker word. Als ik echter de eerste keer bij de bloedbank Sanquin op een hele goede manier word opgevangen, ben ik om. Ruim 80 keer heb ik hen vrijwillig mijn arm aangeboden en eerst vol bloed en later plasmaferese afgegeven. De beperktere openingstijden van Sanquin hebben me doen besluiten om er daarna mee te stoppen. Ik zal die roze koek met dat kopje koffie missen.

Als ik medio 2004 door Aad Schilperoort, van de katholieke kerk St. Jacobus de Meerdere in Schipluiden wordt gebeld, dat men in mij een prima koster ziet, moet ik er even over denken. Toch besluit ik om ook dat erbij te doen. Eéns in de drie weken een kosterbeurt. Wanneer het aantal kerkdiensten afnemen en in 2012 slechts één dienst per weekend is, besluit ik om er mee te stoppen.

In 2009 is men op zoek naar iemand bij de Oranjevereniging. Als bestuurslid van scouting wil men mij daar wel bij betrekken. Scouting zou mee kunnen participeren in de spelen die er op o.a. Koninginnedag zijn. Ik beloof niks en ga er één keer heen. Nog steeds beheer ik het ledenbestand. Verder actief ben ik niet meer.

Als Optiesport stopt in Schipluiden in De Dorpshoeve staat er een groep vrijwilligers op om dit op te pakken. Ook wij, Wilma en ik, zijn er bij betrokken. Overigens niet echt fanatiek maar we pikken wel de leukste avonden er uit.

De Dorpshoeve bezint zich over het feit dat men meer naamsbekendheid wil. Samen met Nico van de Besselaar, toenmalig voorzitter, hebben we toen een aantal ideeën bedacht. Eén ervan was om rommelmarkten te houden. Vier in één jaar, op zaterdag. We starten in de voorzaal van de Dorpshoeve met 28 kramen. Later groeide dit uit naar 62 kramen. Mensen komen op de wachtlijst te staan voor als er een kraam wordt afgezegd. De eerste rommelmarkt wordt bezocht door zo’n 280 man. De laatste door ruim 1000. Inmiddels is mijn stokje over genomen en huren we er zelf een kraam om er te gaan staan met onze handel.

2009 is ook het jaar dat ik toetreed tot de ledenraad van Rabobank te Delft. Na een motivatie te hebben geschreven word ik direct toegelaten. Ik haal er uiteindelijk niet uit wat ik er van heb verwacht, zit mijn termijn van drie jaar uit en verlaat de raad. Ik proef hier weinig van inspraak en democratie. Degene met de grootste mond wint. Jammer, maar wel een periode waar ik dingen heb geleerd.

In 2011 ga ik even een brief posten, om onderweg aangesproken te worden door de voorzitter van het bestuur Varend Corso Schipluiden. Men heeft mij in gedachte om een rol te spelen op één van de dagen begin augustus. Ik doe aan dit spektakel intussen voor de vijfde maal mee. Het eerste jaar speelde ik de grote kat uit de musical Cats, het tweede jaar was ik Mickey Mouse. Daar ging het bijna mis. Teveel gegeven, te weinig gedronken en gegeten waardoor ik niet meer wist hoe en aan welke kant ik van de boot af moet. Drop en water redde me. Het derde jaar mocht ik een nummer van Marco Borsato zingen om het vierde jaar achter de piano plaats te nemen en de rol van Ramses Shaffy te spelen. Afgelopen jaar had ik een saaie rol en mocht ik op de boot van Schipluiden de paal laten zakken die stond op de Midzomernachtboot. Dat is als je ADHD hebt, te weinig.

In 2011 geef ik mijn echtgenote Wilma te kennen dat ik nog een hele grote wens heb. Ik wil graag huwelijken voltrekken. Dan, als Wilma een avond heeft met oud-collega’s van de gemeente Schipluiden, krijgt zij te horen dat men op zoek is naar een mannelijke trouwambtenaar. Peter Vermeulen is er mee gestopt en men zoekt een mannelijke vervanger. Het komt dan ineens heel dichtbij. Als het hoofd KCC van de gemeente Midden-Delfland mij belt om te vragen of ik inderdaad belangstelling heb, is het gauw beklonken. Zij heeft van burgemeester Arnoud gehoord dat ik daar een geschikte figuur voor ben. Een kort gesprekje en op 16 mei 2012 doe ik mijn eerste huwelijksvoltrekking. En zo heb ik vanaf mei 2012 t/m vandaag inmiddels 68 huwelijken voltrokken.

Als in 2014 mijn buurman mij aanspreekt op het feit dat men iemand zoekt die de coördinatie van activiteiten wil doen bij de Zonnebloem, wil ik dit eerst met eigen ogen beleven. Het is weinig werk en je doet het vanuit huis. Dat het weinig werk is, is mij inmiddels duidelijk, maar als je zoals ik altijd meer wil dan is weinig niet meer het goede woord. Een hele leuk taak is weer op mijn pad gekomen waar ik nog lang mee door hoop te gaan.

In september 2014 word ik aangesproken door Govert van Oort, wethouder in de gemeente Midden-Delfland. Men wil in Schipluiden een Burgerplatvorm gaan starten en hij ziet mij wel als voorzitter. Daar pas ik voor. Lid is prima, als voorzitter mag hij een ander zoeken. En zo doe ik dat nog steeds . Eens in de twee maanden beleggen we een bijeenkomst over het reilen en zeilen in de kern Schipluiden. Waaronder het vluchtelingen probleem.

In 2015 heeft mijn werkgever een groot jubileum. Als afsluiting van dit feest neemt men deel aan een manifestatie met het Delfts Symfonie Orkest en een 100 man/vrouw groot koor. In de Oude Jan wordt een muziekstuk opgevoerd over de wetten die Hugo de Groot heeft opgesteld over de handelsverdragen. Men zoekt een Hugo. Één van mijn collegaatjes wist het meteen, dat is iets voor Aad. En zo loop ik een hele zaterdag verkleed als Hugo de Groot rond om mijn verhaal te doen over ‘mijn’ wetten. Tot tweemaal toe in een ‘uitverkochte’ kerk, mocht ik, op mijn knieën zittend in een kist, worden gebracht naar het podium, waar ik het gehoor mocht informeren over wat men te horen zal krijgen.

In mei a.s. lever ik 5 dagen in om vrijwillig mee te gaan met een groep gasten van de Zonnebloem. Het zal er niet zo levendig aan toe gaan als die keer dat we naar Spanje gingen met een groep jongeren. Maar ik weet zeker dit geeft net zo veel of misschien wel meer voldoening. Ik kijk er naar uit en laat onze gasten genieten, dan geniet ik zelf ook.

Dit is in het kort mijn vrijwilligerswerk vastgelegd op papier. Terugkijkend kom ik tot de conclusie dat ik aan meer dan 40 activiteiten mijn medewerking heb verleend. Deze waren van uiteenlopende aard. Soms kleine projectjes andere keer projecten van jaren. Maar altijd met plezier. De voor mij interessantste heb ik beschreven. Eendagsvliegen heb ik even niet benoemd. Het levert mij nog steeds de energie op waardoor ik ben zoals ik ben. Kijk naar morgen, fluiten is leuker dan sacherijnig zijn en een dag niet lachen is een dag niet geleefd.

111. Hoezo, zo lang mogelijk thuis wonen?


Suze heet ze, een reuze aardige vrouw. Klein van stuk, slechts 1.51mtr groot. Zesenzeventig is ze inmiddels, heeft geen makkelijk leven gehad en woont nog steeds zelfstandig. Nou ja, zelfstandig?

Ze woont aan de rand van de stad. Aan haar overleden echtgenoot heb ik beloofd om voor haar te blijven zorgen. Dat wil zeggen, dat ik haar financiële zaken afhandel. Vandaag was ik ook weer even bij haar. Het was intussen al weer ruim drie weken geleden dat ik haar voor het laatst heb gezien. Eigenlijk ben ik te lang weggebleven. Na enig zoeken komen de dicht gelaten enveloppen op tafel. Een vijftiental liggen er ongeopend in een lade. Ik maak ze één voor één open. Bankafschriften, goede doelen brieven, brieven over haar vervoer, pensioenbrieven en nota’s van de apotheek. Tijdens het openen van de enveloppen praat ze aan één stuk door. Ik krijg het hele verhaal weer te horen, soms voor de vierde of vijfde keer. “Lieve schat”, zegt ze dan tegen me, nou dan weet ik het wel. Ga maar even zitten en luister, stoor haar niet in het verhaal. Intussen handel ik de zaken af. Ik zeg haar toe de goede doelen af te zullen schrijven, want een groot pensioen en AOW heeft ze niet. Ze heeft genoeg bijgedragen, aan de Hartstichting, het Leprafonds, het Aidsfonds, kinderdorpen en de leukemie stichting. Om nog maar te zwijgen van het Rode Kruis, het Koningin Wilhelminafonds en nog een zestal andere goede doelen. Er is op dit moment maar één goed doel en dat is Suze zelf.

Ze heeft eigen kinderen, maar daar heeft ze weinig steun aan. Als zij bij haar om geld vragen, dan geeft ze niet thuis. Ze leunt volledig op mijn expertise. Ze gunt veel andere mensen haar pinpas wel toe. Alles in goed vertrouwen. Soms moet ik even in grijpen, dan weet ze niet meer dat er de dag eerder ook al geld is gehaald. Ze vertrouwt echt iedereen en laat de huishoudelijke hulp, soms, heel soms haar kinderen, een hele lieve wijkverpleegkundige en de vrouw die haar medicijnen komt brengen, even voor haar pinnen. Ik begrijp overigens niet dat zelfs professionele hulpen dit doen. Zou toch niet mogen? Ik heb er wel eens mijn twijfels over, zonder iemand te beschuldigen. Maar als er in drie weken €1.100,00 is gepind en ik vraag haar waar het geld is gebleven, laat ze me allerlei verfomfaaide boodschappenbonnetjes zien, vertelt me dat ze naar de kapper is geweest en dat de pedicure een behandeling heeft gedaan. Ook aan medicatie moet ze heel veel zelf betalen. Waarom? Leg het me uit. Ik probeer er een vinger achter te krijgen, maar dat is niet gemakkelijk. Als ik verbaasd kijk en zeg dat dit toch geen €1.100,00 hoeft te kosten, zegt ze “nee lieverd, maar Ik heb nog €90,00 over hoor”. Ik heb het kennelijk weer niet begrepen.

Waar ik mij ook over verbaas is dat ondanks de hulp die mevrouw krijgt, niemand uit de professionele hoek aangeeft dat ze eigenlijk niet meer zelfstandig kan wonen. Ik weet dat men het promoot: zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Maar wat is ‘zo lang mogelijk’ in de zin van ook zelfstandig ‘kunnen’ wonen. Zelf geeft ze aan dat ze het nog zelfstandig kan, maar niet zonder hulp. Vijf tot zes maal per dag komt er iemand bij haar thuis. Helpen met uit bed halen, douchen en haar steunkousen aantrekken, huishoudelijke hulp, iemand van de Zonnebloem, ’s avonds de kousen uit doen of af en toe iemand die de boodschappen voor haar doet. Ze heeft in ieder geval wel voldoende aanloop. Één dag in de week gaat mevrouw naar de dagopvang. Aan alle kanten wordt ze ondersteund. Dit heet ook zo lang mogelijk thuis blijven wonen.

Ik geef toe, wie ben ik om mij er mee te bemoeien en een mening te geven of mevrouw nog thuis kan wonen. Maar heb er wel mijn bedenkingen bij. Ik ga er met heel veel liefde elke keer heen, praat met veel plezier met Suze en hoor haar verhalen aan, maar soms, ja soms zou ik willen dat ik een beslissing voor haar mocht nemen.

Nu moet ze worden geholpen aan een nekhernia, ik houd mijn hart vast hoe dit gaat verlopen. “Weet je wat ze willen, Aad”, zegt ze, “ze willen me in een verzorgingshuis duwen na de operatie.” Ik denk er niet over.” Suze is nog strijdbaar, maar wel op haar manier. Overziet niet altijd de gevolgen. Ik ga het proces volgen en wacht af wat er gaat gebeuren. Ik mag niet mee naar de artsen, daar heeft ze iemand anders voor. Deze meegaander mag alleen luisteren en vooral geen beslissing nemen of advies verstrekken, want dan zet Suze haar gerust aan de kant en zoekt een ander. Eigenwijs? Een beetje.

Suze is geen stakker en niet ongelukkig, maar heeft wel hulp nodig. Misschien een zetje in de rug om haar leven wat op te vrolijken. Iemand die haar wel zover gaat krijgen dat ze inziet dat het niet langer ‘zo lang mogelijk thuis blijven’, bij haar doordringt. Ik hoop dat er zo iemand is die haar laat inzien dat er ook in verzorgingshuizen leuke dingen zijn, dat je best kan zijn wie je bent. Ik gun het haar zo, mijn “lieve schat”.