332. Heeft u ook gehoorschade?

De Zomerfeesten zijn inmiddels weer voorbij. Ik blik terug op zaterdagavond 18 – 8 – 18. (Het is een mooie datum om te trouwen, ik heb er echter geen aanvraag voor gehad.) Ik ben wederom aanwezig als EHBO-er bij de Zomerfeesten in Schipluiden. Het wordt een vroege ochtend als ik huiswaarts keer. En, de afterparty is het leukste.

Voor de tweede keer deze week was het mijn taak om voor de afhandeling van eventuele lichamelijk letsels te zorgen. De avond begint voor een EHBO-er om 20:30uur. Ik wandel dan ook om even over acht uur richting feestterrein. Met de geelblauwe hes in de hand wordt me niet gevraagd wat ik kom doen, er staat trouwens nog niemand bij de toegangspoort. Na het groeten van een aantal feestgangers ga ik direct door naar de balie waar ik die avond mijn plekje heb. Ik trek mijn hesje aan en ga op zoek naar de koffiekan. Na de koffie haal ik de AED, de EHBO-tas en een deken naar de plek waar ik die avond mag zitten.

Het is nog vrij rustig. Gasten komen zo tegen negenen/halftien het terrein op. Kort na mijn aankomst komt ook mijn collega aan. Even zoeken naar een hesje voor haar en zorgen voor een bakkie. De barkrukken achter de balie zijn aangevuld en nu kan ik zitten, waar dat op donderdag bijna onmogelijk was.

We kletsen nog even over onze kids en die van haar, als ik een jonge dj richting draaitafel zie wandelen. Wanneer hij net achter de desk staat gaat de powerknop op max. Godsamme wat een een tering herrie, sorry voor de woorden, ik gebruik ze normaal gesproken nooit, maar dit, ja dit is echt tering hard. Het is alsof hij een opstijgende F-16 moet overstemmen. We kunnen elkaar niet meer verstaan. Dit is ineens geen goede plek meer voor een EHBO-er. Ik heb geen decibelmeter bij me, maar ben er van overtuigd dat KNO-artsen hier hun afschuw over zouden uitspreken, ja zelfs wachtlijsten moeten opstellen omdat er vele klanten zijn bijgekomen. Deze dj begrijpt absoluut niets van het opbouwen van set en moet nog veel, heel veel leren. Zelf staat hij met een koptelefoon op en is alleen bezig met zijn muziek, hij kijkt niet naar zijn zijn publiek, zij zijn bijzaak. Gasten lopen mopperend de tent uit: “Dit is niet normaal”, hoor ik verscheidende keren zeggen. “Als ik straks gehoorschade heb, krijgt ie een claim”, zegt een jonge gozer die bij mij komt staan. Even later komt iemand om oordopjes vragen. Gelukkig wordt er na wat nummers ingegrepen, er is kennelijk voldoende geklaagd.

Aan het werk, want de man van donderdag, zie blog, met de blaar wil wederom door mij geholpen worden aan een ‘tepie’.

Naast ons hebben de muntverkopers het druk. Het is goed ingeschat, nu geen twee maar drie verkopers. Gasten pinnen alsof het niets kost. Als ik na afloop vraag hoe de verdeling pin/contant is krijg ik als antwoord 40 om 60.

Inmiddels is op het andere terrein een band gaan spelen, gewoon lekker hard. Als je dan in het midden op het terrein staat heb je een kakofonie van geluiden van uit de tent binnen en vanaf het buitenterrein. Een experiment van anders opstellen van podia wordt zeker geëvalueerd, is mijn inschatting. Zo regelmatig worden we van een broodje of natje voorzien. De EHBO-tassen blijven verstopt staan. Het is een rustige avond.

Dan plots word ik opmerkzaam gemaakt op het feit dat er iemand op de grond zit met twee vriendinnen ernaast. Ze zitten vlak naast onze balie. Ik kijk wat er zoal gebeurt en neem nog geen actie. Het zittende meisje huilt, ik zie en hoor het boven de kakofonie van geluid uit. Als ik het even heb aangekeken zak ik door mijn hurken om te begrijpen wat er aan de hand is. Het blijkt iets met liefde te zijn. Of eigenlijk ontrouw. Daar moet je natuurlijk bij een trouwambtenaar helemaal niet mee aankomen. Het meisje is niet te troosten. Een beker water wil ze niet, ze wil geen gesprek. Het is leiden in last. Ik ga omhoog en laat haar maar even. Haar vriendinnen blijven troosten. Na een goed kwartier zie ik een van de vriendinnen de telefoon uit de tas van huilertje halen. Ze loopt er mee weg. Het andere meisje is al eerder vertrokken. Opnieuw ga ik door de knieën en probeer een gesprek aan te gaan. Het lukt me niet, al wil ze nu wel water. Plots springt ze in paniek op als ze haar telefoon niet kan vinden. Ik leg haar uit dat deze is meegenomen door een vriendin. Ze gaat er achteraan om even later weer bij ons in de kleermakershouding op de grond te gaan zitten. Het is opnieuw janken. Ik vraag haar op een kruk te komen zitten. Dat doet ze. Ze Whatsappt wat en dan plots verdwijnt ze uit mijn gezichtsveld. Voor mij even tijd om een straf colaatje te nemen.

Het blijft rustig die avond. Een jongen die wat dieper in het glaasje heeft gekeken, komt tot driemaal vragen of we ook munten verkopen, waar de muntverkoop allang is gestaakt. Maar daar blijft het bij.

Om kwart voor een gaat de tap ook dicht. Er wordt nog wat apart gezet voor het barpersoneel en dan loopt het van lieverlee naar het einde.

Dan om even voor enen een jongeman die komt vragen om een glas water. Zijn vriendin heeft dringend water nodig. Ik denk dan aan medicijnen. Ik schenk hem een glas water in en loop hem achterna. Benieuwd wat nou de oorzaak is dat het dringend is. Het meisje zit op de grond in een kring van jongelui. Ik vraag of er hulp nodig is. Maar hier is de drank de oorzaak. Ik druip af.

Om even voor enen wordt ook ineens de muziek bij de dj’s stilgelegd. Wat daar de oorzaak van is wordt door een van de medewerkers uitgelegd. Ik heb het niet kunnen verstaan, maar klachten van overlast zouden er zomaar de oorzaak van kunnen zijn. Of de kwaliteit. Er vallen verschillende stiltes bij overnames. Een dj-collectief die duidelijk niet op elkaar is ingewerkt.

Om een uur trekt de bezem door de tent en wie er voor de voeten loopt krijgt een schop, ik heb het zien gebeuren. Langzaamaan loopt de tent leeg. Al sputtert er altijd nog wel een tegen.

Wie het ook soms moeilijk hebben zijn jonge medewerkers. Zijn al dagen in touw tot laat in de avond of vroeg in de ochtend en worden ‘smorgensvroeg weer op het terrein verwacht. Een jongeman in kippenpak heeft het niet meer. Loopt als een zombie over het terrein, niet wetend wat hij moet gaan doen. “Gaat het”, vraag ik hem. “Nee”, zegt hij, “ik ben kapot”. Ik heb te doen met hem, maar hij wordt aangespoord aan te pakken.

Opeens is er veel bedrijvigheid op het terrein. Mensen lopen, sjouwen, breken af, timmeren, schroeven, vervoeren, klimmen op cabines, vegen, maken schoon. Het is een lust om te zien hoe er wordt aangepakt. Structuur ontdek ik echter nergens. Het zal goed zijn afgesproken eerder die dag.

Dan horen we een klap en blijkt een van de medewerkers een behoorlijk jaap in de muis van zijn hand te hebben. Het bloedt hevig. Met een andere EHBO-er, die toevallig ook nog in huis is, verbinden we de gewonde netjes. Even later heeft hij zijn hele hand in de ducktape gezet en zie je niets meer van de wond.

Nog even blijf ik na omdat er nog steeds gewerkt wordt waar men moe is en dan ligt een ongelukje in een klein hoekje. Het valt allemaal mee. De EHBO-tassen en deken kunnen terug in de kast. Nog even nakletsen en een biertje.

Het is gezellig op het terrein anders dan twee dagen ervoor heeft men gewacht tot er weer wat mag worden gedronken. De voorzitster staat op een stoel en dankt iedereen voor zijn/haar inzet. Tijd voor een broodje en drankje. Als ik op mijn klokje kijk is deze de half vier gepasseerd. Het is mooi geweest, in goed gezelschap wandel ik over de Paardenbrug naar de ‘goede’ kant van het dorp.

Ik wil de organisatie complimenteren met wat men heeft neergezet. Ga er maar aan staan, met een jong team zo’n Zomerfeest organiseren. Natuurlijk zijn er hier en daar wat steekjes gevallen in het mooie breiwerk. Maar van alle kanten hoor ik niets dan lof. Er zullen evaluatiegesprekken plaatsvinden, misschien harde noten, maar Schipluiden kan uitzien naar een volgend Zomerfeest. Een Zomerfeest dat wederom zal spetteren. Een duim omhoog.

330. Zomerfeest Schipluiden 2018

Al ruim van tevoren krijg ik een aankondiging dat men mensen zoekt voor de EHBO bij de Zomerfeesten in Schipluiden. Ik laat het even op zijn beloop, wacht tot het schema bijna vol is om dan te reageren. Na enige tijd komt het ingevulde schema. Er zijn nog losse plekken en zo schrijf ik in voor een EHBO-dienst op donderdag- en zaterdagavond.

Rond de klok van acht uur wandel ik met mijn geelblauwe hesje richting Zomerfeestterrein. Bij aankomst is het nog rustig. Wat medewerkers, een enkele gast en bij de band wordt het geluid ingeregeld. Het terrein ziet er weer fantastisch uit. Dit ben ik zo gewend bij het Zomerfeest. Veel creatieve breinen en handige medewerkers toveren elke dag opnieuw een fantastisch decor in het thema dat die avond geldt. Kosten nog moeite wordt gespaard om het geheel een mooi aanzien te geven. Al vraag ik me soms af of het publiek die creativiteit ook daadwerkelijk beleeft en waardeert.

Na een kopje koffie even een praatje aan een statafel. De dj draait inmiddels zijn muziek waardoor praten al bijna niet kan. In een rustmomentje kan ik mijn vraag nogmaals stellen. Medewerkers die rondlopen hebben oordopjes in. Soms het model van de A.C. Tion anderen hebben ze laten gieten. Een verstandige besluit.

Om even over halfnegen wandel ik naar mijn EHBO-plek voor die avond. Ik neem met een vrouwelijke collega plaats naast het verkooppunt van de munten. Er staan twee krukken waar we die avond ons domicilie hebben. Een kruk van het formaat ‘je zit boven de bar’, de ander voor een lilliputter, waardoor je met de neus net aan boven de bar uitkomt, zelfs ik. Ik besluit die avond te blijven staan en de kruk als steuntje voor mijn knie te gebruiken.

We halen de AED en EHBO-tas uit de kast in de school. En nemen onze plaatsen in. De vrouw van de muntenverkoop verzorgt ons met opnieuw een kopje koffie. Dan is het wachten op de gasten. Er is nog te communiceren en zo vertellen we elkaar wat wetenswaardigheden over het dorp.

Langzaamaan komen de eerste gasten binnendruppelen. Zeemannen, mariniers, zeerovers, schatgravers, kapitein Eenoog. Met pruiken en versieringen tot zelfs een aantal kwallen lopen er rond, net als een tweetal dolfijnen. Veel gasten hebben er weer een heel verkleed gedoe van gemaakt. Leuk om te zien, maar dit zou ik niet doen, al ben ik wel van het verkleden.

We krijgen nog wat instructies over het aanbrengen van polsbandjes. Jonge mensen tussen 18 en 25 krijgen een bandje om. 18 + staat erop het bandje als teken dat men alcohol mag drinken.

Dan de eerste langskomer. Bij het spoelen, de avond ervoor, heeft hij een blaar op gelopen op een van zijn vingers. Deze is opengegaan. Vanavond staat hij weer de hele avond achter de tap. Ik adviseer hem een plastic handschoentje aan te doen. Hij gaat er mee weg. Al bedenk ik me al snel dat het misschien toch niet zo handig is. Ik loop hem achterna en breng bij hem een pleister aan met een breder leukoplastje. Nu is het wondje goed ingepakt en kan hij aan de slag. Van alle handelingen moet een melding worden gemaakt. Dat gaat dan ook op het papier, als de secretaris van de EHBO-vereniging zegt dit te doen. Nu is het opnieuw wachten op wat komen gaat.

Vlak naast ons staan drie mensen van de WOS, de Westlandse Omroep Stichting. Een cameraman, een interviewer en vrouwelijke assistente. De camera staat op de grond. Ik had op de website van de zender al gelezen dat ze deze avond aanwezig zouden zijn en opname zouden maken. Dat weet ook een aantal Schipluidenaren. Sommige proberen ook daadwerkelijk in beeld te komen, anderen moeten er niets van weten en duiken weg. Er wordt een spel gespeeld tussen drie jongens en drie meisjes en er worden opname gemaakt van het zo beruchte ‘ik doe de groeten aan’. De hele avond zie ik de cameraman zeulen met de camera op zijn nek.

Het blijft rustig op het feestterrein, d.w.z. wij hebben niet zoveel te doen. Ik kijk intussen mijn ogen uit, ben de jeugd wat ontgroeid en ken heel veel jongelui niet, of niet meer. Jonge meiden en jongens die bij onze buren munten kopen. De pinpas komt tevoorschijn en men krijgt munten. Een jongeman van, naar schatting 18 tot 20 jaar koopt maar direct voor €150,00 munten. Het contante is er wel redelijk vanaf. Veel pinpassers. Het psychologische van geen geld meer in de portemonnee te hebben is weg, pinnen zie je pas de volgende dag.

Het is tijd voor een natje. Bij de naastgelegen bar kunnen we de hele avond ons drankje halen. Daar wordt niet moeilijk over gedaan. Ook de beveiliger die aan de andere kant van ons staat doet mee. Hij bewaakt een deur waar medewerkers te pas en te onpas doorheen willen. Een blik op een bandje om de pols is voldoende om doorgang te verlenen.

Het is negen uur als een stel naar onze post komt wandelen. “Ik heb zo’n hoofdpijn”, zegt het vrouwelijk gedeelte. “Heeft u een paracetamol voor mij.” Dat hebben we als EHBO-ers niet in de tas zitten. Ik adviseer haar naar huis te gaan en daar een pilletje te nemen. Daar wil ze niets van weten. Ze wil genieten en dan komt de oplossing. Ze krijgt een extra kaart om thuis een paracetamol te halen en terug te keren. Ze gaat met een glimlach weg. “Goed geregeld”, zegt ze.

Het volume van de band en de dj’s neemt toe. De straat dreunt, de straatstenen komen dit jaar weer vaster in verband te liggen. Praten is nauwelijks mogelijk. Waarom moet het zo hard dat je lichaam zelfs schokt op de maat van de muziek. Je hart neemt het ritme aan van de bas.

In de hoek van het binnenterrein staat een Rolling Stones-coverband. Het blaast, maakt muziek maar Rolling Stones, nee, zeker niet en komt er niet eens in de buurt. Het publiek vermaakt zich, dus prima.

In de andere hoek van het feestterrein is het de Delftse Helden die er hun kunsten vertonen. Een dj collectief uit Delft, bestaande uit DJ’s: AjeN, DiVino, Marvinski, Layon Nais en MC: Di MC, die gezamenlijk het gezelschap vormen, waar men regelmatig mee op stap gaat. Het toeval wil dat ik deze mannen ken, door mijn jongste, die ook dj is. Het publiek gaat ervoor, de handen gaan de lucht in. Groot vermaak. Wanneer zij even vrij zijn zie ik ze langslopen. Even een gil en dan gaan ze verder.

De drank gaat meer en meer vloeien en dat zie je aan de mensen. Men probeert zelfs over de dreunen heen te schreeuwen en als dan op een gegeven een regenbui losbarst komt het geluid nog dichter bij en staat men nog meer tegen onze plek aan. De kratjes bier komen op onze werkplek te staan en dat vind ik niet goed. Even een lelijk gezicht, als ik er iets van zeg, maar even later lacht men weer. De vrolijkheid komt hoe langer hoe meer in de mens.

Dan opnieuw een pleistermomentje. Een vrouwelijke medewerkster heeft vanmiddag de blik worstjes geopend en daarbij haar vinger opengehaald. Een pleister erop en men is tevreden.

Met de regendruppels die inmiddels vallen komt de vraag bij ons of we poncho’s hebben. Een vraag aan iemand van de organisatie en de poncho’s worden aangereikt. We krijgen er een taak bij, poncho’s uitreiken. Als zoete broodjes trekt men de kleine pakjes van de tafel. “Heb je ook gele poncho’s”, vraagt een jong meisje, “ik vind die witte niet leuk.” Ja, je kunt het proberen. Sommige bedanken, anderen trekken het pakketje van de tafel en lopen zonder een ‘dankjewel’ weg. Al vrij snel zijn we door de plasticjes heen. Wanneer ik er nog één in handen heb probeer ik deze quasi per opbod te verkopen, om het pakketje alsnog zo weg te geven. De vraag om deze plastic jasje blijft de avond. Waar we helaas ‘nee’ moeten verkopen.

Verschillende gasten hebben van lieverlee hun zakken vol. Kratjes bier staan op de grond te verschralen. Even overgooien en dan heeft het weer schuim. Halve plastic glazen worden bij ons op de bar gezet om niet meer te worden leeggedronken. Het gaat richting twaalf uur.

Om klokslag twaalf uur gaat de muntjesverkoop dicht. Het pinapparaat wordt weer netjes opgeborgen en doos met muntjes gaat de kluis weer in. En dan komt men toch nog om muntjes vragen. We moeten opnieuw ‘nee’ verkopen. Vol ongeloof druipt men af.

Om kwart over twaalf gaat de tap dicht. Dan neemt de activiteit ook af. Glazen worden in elkaar overgegooid om het overgebleven biertje nog te nuttigen. De band knalt zijn laatste nummers nog door de tent, maar de eerste weggaanders zijn er al.

Om half één is het schluss. Einde van de avond Zeemansgraven en Goudstaven. De bezems komen uit de kast en het publiek wordt letterlijk de tent uitgeveegd. Het is mooi geweest. Jonge medewerkers vegen, zoals ze nog nooit hebben geveegd. Het is zaak om voor de bezem uit te lopen. Even later komen er twee jongens teruglopen. Eén van hen is zijn fietssleuteltje verloren. Maar wat er voor de bezem komt is opgeschept en in de container terecht gekomen. Het zal lopen worden.

Als het terrein leeg is wandel ik met een ervaren barkeeper mee naar de catering. “Even een broodje scoren”, zegt hij. Tijdens de avond trouwens, komt men regelmatig met een broodje langs. Wanneer we bij de uitbater komen heeft hij alleen nog een broodje bal. Laat ik nou de allerlaatste uit de jus gevist krijgen. Heerlijk.

Het publiek is vertrokken en dan treedt de schoonmaakploeg aan. De jongste medewerkers soppen de toiletten. Een niet zo prettig klusje, maar ook hygiëne is belangrijk. Een aantal medewerkers is alvast begonnen aan de afterparty en laten hun medecollega’s in de steek door het eerste biertje alvast te pakken. Jaren terug begon de afterparty als iedereen klaar was en op het teken van de voorzitter. Dat heeft men kennelijk losgelaten en de vrijheid gegeven.

Ik drink mijn eerste biertje van die avond, klets nog wat na met een van Delftse Helden en dan is het voor mij ook klaar. Om half twee ga ik het mandje in. Zaterdag is er weer zo’n avond.

137. Meadow festival 2016

Als André thuis komt met de melding dat hij wederom is uitgenodigd om te komen draaien op het Meadow festival 2016, gaat mijn hartje sneller kloppen. Zou ik weer op de gastenlijst kunnen komen? Ik laat het gekscherend vallen, maar krijg geen reactie. Vlak voor het festival krijg ik de toezegging en heeft hij het geregeld.

Schipluiden is groot in het organiseren. Tenminste een aantal jonge mensen die hun nek durven uitsteken om Schipluiden op de kaart te zetten. Of dat nu gaat om het Zomerfeest, Schippop of het Meadow festival. Veelal zie je dezelfde mensen terug. Jongelui die soms hun sporen hebben verdiend bij het Zomerfeest en hun mind verleggen naar één van de andere festivals. Kleinschalige maar daardoor oergezellige gebeurtenissen die veel jongelui trekken. Prachtige initiatieven die moeten worden gekoesterd om wat ze zijn.

Zo’n drie maanden geleden krijg ik van André (Andrew Mathers) te horen dat hij net als in 2015 is uitgenodigd om zijn set te draaien op het Meadow festival. Een leuke uitnodiging al heeft hij met het dorp waar hij zo’n 23 jaar woonde niet echt een klik. Hij voelde zich altijd al beter thuis in de grote stad. Maar voor zo’n gelegenheid maakt hij een plekje in zijn agenda. Een set maken voor zo’n festival is een uitdaging, zijn muzieksoort is van een andere. Maar een uitstapje is altijd leuk. Al direct gaat hij op zoek naar nummers die geschikt zijn om te laten horen, sommige moet hij bewerken om er zijn eigen geluid aan te geven. Intussen krijgt hij de ene na de andere opdracht. Bijna allemaal in zijn eigen muziekstijl. Een tripje Mauritius, optredens in Portugal en Marokko. Past Schipluiden er dan nog wel tussen? Jazeker, hij gaat er voor.

De kaartverkoop loopt als een trein, je moet snel zijn. Binnen drie kwartier zijn de kaarten over de toonbank gegaan. Ongelofelijk, wat gaaf.

Op woensdag voor het festival, komt hij bij ons thuis eten. “Zullen we effe bij de opbouw gaan kijken, vaders. Altijd leuk om effe je snuit te laten zien, toch”, krijg ik te horen. En zo stap ik bij hem in de auto om naar het festivalterrein te rijden. Daar aangekomen lopen er stevige jonge mannen te sjouwen met buizen, rijplaten, hekken, tenten en andere materialen. De hoge schoen is aan. Veiligheid boven alles. Aja probeert al een kwartier een gigantisch hefvoertuig te starten en een pakket afrasteringhekken te verplaatsen. Het kan de mannen niet snel genoeg gaan. Hij wordt opgejaagd, maar laat zich niet gek maken. Op het festivalterrein komen we Frank en Arjan tegen. Ik krijg een hand, André een boks. De mobiele telefoon komt uit de zak. Men wil een filmpje laten zien van hoe het podium er uit komt te zien. Raymond is verantwoordelijk voor het licht en de effecten, Niels voor de doeken. Ook jongens uit Schipluiden, de één nog wonend in het dorp, de ander nog steeds een binding. We blijven nog even kijken maar gaan na een kwartiertje weer weg, we houden de mannen van het werk. Op de terugweg naar zijn auto wordt André van alle kanten gegroet en aangemoedigd: “Al zin in baassie?” Het is leuk.

Op de dag van festival, 9 juli 2016, is André al vroeg bij ons thuis. “Effe broodje eten, moeders, kan toch wel”. Hij brengt een vriend mee. Natuurlijk kan dat, het hotel/restaurant is altijd open. Tijdens het eten komt de Macbook boven tafel. Nog even wat checken. Nog even een paar nummers laten horen. Zijn handen dansen mee met de nummers die we horen. Zijn telefoon gaat onafgebroken.

De zon is er wel en weer niet. Het is niet zo zonnig en heet als de vorige editie. Het blijft wel dorstig weer, krijg ik later op het terrein te horen.

Om half drie heeft hij afgesproken op het parkeerterrein van Meadow met nog drie mensen die hij op de gastenlijst heeft laten plaatsen. De zonnebril die ik op wil zetten wordt afgekeurd: ‘wijvenbril’. “Je gaat zo niet mee, vaders.” Ik zoek een andere. Wie heeft het voor het zeggen?

Ik stap op de fiets, mijn camera gaat mee. André rijdt er met zijn vriend in de auto naar toe. Op het parkeerterrein komen we elkaar weer tegen. Mijn fiets gaat tussen de hekken, André zoekt een plekje tegen het terrein aan. De eerste gast, DJ Ziggy, waar hij later op de avond vóór moet draaien in Club Seasons in Schoonhoven, meldt zich. De Zoetermeerse mannen zijn wat later. Ik heb even de gelegenheid om te praten met Appie. Ik had op facebook gezien dat er nogal wat kaarten te koop werden aangeboden. “De medewerkersbandjes zijn gisteren uitgedeeld. Mensen die al kaarten hebben gekocht, bieden ze nu weer aan”.

Wanneer André zijn gezelschap compleet is, wandelen we naar de ingang. De namen worden even afgevinkt. Even daarna staan er twee mannen die als hobby hebben om mensen te bevoelen. Security-mensen die de mannen even langs het lichaam betasten. Het is goed geregeld. Als ik aan de beurt ben, haal ik alvast mijn sleutels uit mijn zak. “U mag zo door, zegt de man met het bruingebrande gezicht. Ik geloof u op uw blauwe ogen.” Ook voor André geldt dat hij zo door mag lopen als hij zegt dat hij artiest is.

Op het feestterrein worden we ontvangen door Frank. Hij is van de bandjes en de biertjes. André krijgt een blauw bandje, evenals zijn medepassagier. De vriend van André moet Instagramfilmpjes en -foto’s maken. Intussen word ik even afgeleid door een toekomstige bruidegom. Hij wil weten wanneer ik bij hem langs loop. Ik loop mijn biertje mis. Even later heeft Frank mij in de smiezen en geeft ook mij een bandje en bestelt een biertje. “Trots zeker”, hoor ik van achter mij. “Gaaf Aadje, dat Andrew er weer is”, hoor ik even verderop iemand naar mij toe zeggen. Dan heet hij opeens weer ‘Endroe’. Eigenlijk weten we al niet anders, al vind ik André nog altijd zijn leukste naam.

We stappen door richting podium. Vlak bij het podium hangt een canvasdoek van 4 bij 1 meter, met daarop een foto van vorig jaar met onze zoon. Nog 15 minuten dan mag ie. André lost Attaca (Thijs Holierhoek) af. Een jonge DJ uit het naastgelegen dorp Den Hoorn. Op het podium ook Damien Slinger, MC I See, hem zag ik vorig jaar. Een enthousiaste gast. Even blijf ik luisteren naar Attaca als zijn vader op mij afstapt. Er zijn kennelijk meer vaders die zo gek zijn om hun zoon te volgen. Maar wat is gek, het is trots.

André is inmiddels op het podium verschenen en gaat zijn voorganger overnemen. Het is nog vroeg op het festival waardoor het publieksterrein nog niet helemaal is volgelopen. Als MC I See in zijn microfoon Andrew Mathers heeft aangekondigd, gaat hij los. Neefjes en nichtjes zoeken mij op en komen even bij mij staan. Mijn camera gaat richting podium, foto’s en filmpjes schiet ik aan de lopende band. Ik zie André werken, hard werken. Niks gaat op de automatische piloot. Het contact met je publiek is belangrijk. Hij zingt mee, zijn handen bewegen op de maat van de muziek. Ondertussen schuift en draait hij aan de knopjes. Nooit is ie stil. Zijn (special set) zoals op de posters staat, gaat lekker. Ik probeer wat plaatjes te schieten van backstage. Ik kijk hierdoor het festivalterrein op. Het is gekleurd, vrolijk gekleurd. Mensen bewegen, gekke bewegingen, hakkûh bewegingen, zoals ik dat van vroeger ken. Een sportschool zou jaloers zijn.

DJ Vino komt op mij aflopen als ik weer op het festivalterrein ben. “Hij doet het lekker hé, vaders”, zegt hij. Hij biedt mij een geel spaatje aan. Nog even blijven we praten, voor zover ik het kan verstaan, want hard is het.

Dan als ik terug ben bij André zijn vrienden voor het podium komt er een bekende uit het publiek naar mij toe. “Stap naar Andrew toe, dan maak ik een foto”. Zo gezegd, zo gedaan. Als ik achter op het podium staat, wenkt André mij. Hij slaat zijn arm over mijn schouder en houdt mij stevig vast. Klik, de foto is gemaakt. Die klik heb ik overigens niet gehoord, daar was het teveel herrie voor. Nikos staat achter ons. Omdraaien en opnieuw een foto, nu een professionele. Ik ben er zeer benieuwd naar.

Na een uur zit het er op. Hij wordt afgelost door Freestyle Maniacs. Ik ga hem opzoeken. Drijfnat komt hij van het podium. Hij is tevreden, heeft lekker gedraaid.

Als we achterom op het festivalterrein komen, krijgt hij schouderklopjes, hij wordt aangesproken. Met een tevreden gevoel loopt hij naar zijn meegebrachte gasten toe. “Het was lekker”, zegt hij, “lekker gedraaid”.

Sommigen vragen hem waarom hij niet meer prime-time staat geprogrammeerd. Hij heeft daar een mooi antwoord op. “Ik ben een special en niet echt van deze discipline. Ik zou het ook niet leuk vinden als een DJ die normaal niet mijn muziekstijl draait op een festival waar ik draai, de prime-timeset mag doen.” Daarmee karakteriseert zijn uitspraak hoe André in elkaar zit. Misschien niet zakelijk, maar wel eerlijk. Toch hoop IK dat ik een keer bij hem mag kijken als de avond is gevallen en de lichten stralen, want dan komt hij naar mijn mening pas echt tot zijn recht.

Het is tijd om te gaan. Ik neem afscheid van André en zijn kornuiten. Ik wandel terug naar de fietsenstalling. Ik krijg nog een paar keer een duim, of schouderklopje. Trots met grote trots ga ik op huis aan.

Bij de security word ik opnieuw niet bevoeld. “Tenzij ik dat echt wil”, zegt de gebronsde beveiliger. Ik laat het voor wat het is.

Mijn fiets brengt mij thuis. Ik heb genoten en gezien en gehoord dat Andrew Mathers is gegroeid. De volgende keer probeer ik mee te gaan naar een buitenlands optreden, want dat interesseert mij ook.

Meadow-medewerkers, voor wat ik heb meegemaakt hebben jullie de zaakjes goed voor elkaar. Ga lekker door en je ziet mij volgend jaar terug.