422. En ze noemden hem Sjef

Przemyslaw zo heet hij eigenlijk, maar dat vindt men veel te moeilijk. Przemyslaw is 36 jaar oud, komt uit Polen en is sinds twee jaar in Nederland. Hij is zijn land ontvlucht. Er is geen werk en hij voelt zich verantwoordelijk voor zijn gezin, zijn vrouw Patrycja en zijn vier kinderen. Via wat omzwervingen komt hij terecht in het Westland. Heeft daar nu zijn thuisbasis gevonden en is een gelukkig mens.

Als Peter* mensen nodig heeft voor zijn orchideeënkwekerij klampt hij zich vast aan het Turkse uitzendbureau waar hij al jaren zeer tevreden over is. Mustafa leidt de onderneming en Peter hoeft maar te kikken en hij krijgt wat hij wil. Zo komt ook Przemyslaw binnen. Een man met een paar gouden handen aan zijn lijf. Hij is leergierig en dat is wat Peter niet van elke uitzendkracht kan zeggen.

Przemyslaw kan lassen, timmeren, maar heeft ook een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Hij wijst zijn mede-landgenoten op hun plichten en is niet te beroerd om daarbij ook een grof Pools taalgebruik te bezigen. Hij voelt zich thuis bij Peters bedrijf.

Al na een drietal maanden merkt Peter dat er toch iets mis is bij Przemyslaw. Met handen en voeten bespreekt Peter wat er gaande is. Dan blijkt dat Mustafa ver onder het minimumloon uitbetaald. Dat is wat Przemyslaw steekt. Hij moet zijn gezin onderhouden, woont in Leiden, moet daar de huur betalen van een kamer en die is ook weer van Mustafa. Przemyslaw wordt er depressief van.

In het gesprek met Peter komt de tuinder er achter wat er zoal mis is aan het uitzendbureau van Mustafa. Hij gaat daarover in gesprek met de koppelbaas. Dat escaleert. Het eindigt in een potje knokken. Dat is niet wat Przemyslaw wil. Hij wordt dan aangezien tot de aanstichter van dit probleem. Wanneer hij echter ziet dat het menens is springt hij tussen de twee vechtersbazen. Hij krijgt zelfs de meeste klappen. De relatie met Mustafa en de tuinder wordt verbroken. En ook Przemyslaw komt daardoor op straat. De Pool moet ook vertrekken uit de kamer, zegt Mustafa en komt daardoor zonder onderdak. Hij slaapt op een bankje in het park en een enkele keer mag hij met een landgenoot mee en heeft hij voor een paar dagen een slaapplek. Weken struint hij bedrijven langs voor werk. Het lukt hem niet om zelfs een paar uurtjes te werken. Hij trekt tijdelijk in bij een dorpsgenoot uit Polen. Dat mag maar voor een week, dan moet hij weg.

Przemyslaw heeft het telefoonnummer van Peter in zijn mobiel staan en belt hem. Dat gaat niet handig, want Peter zijn Pools is net zo slecht als Przemyslaw zijn Nederlands. Ze maken uiteindelijk een afspraak om elkaar op te zoeken. Peter rijdt naar Woerden, waar Przemyslaw inmiddels verblijft.

Met Google vertaal converseren ze met elkaar. Peter geeft aan dat hij Przemyslaw graag terug wil, maar dan in loondienst. Daar voelt Przemyslaw wel wat voor. Hij moet alleen overleggen met zijn vrouw Patrycja, want het gaat betekenen dat hij zes weken in Nederland blijft en dan vier dagen naar huis komt. ‘Geef me even een paar dagen’ laat de Pool op zijn telefoon aan de tuinder zien. ‘Je hoort nog van mij’.

Twee dagen later heeft Peter een gemiste oproep in zijn telefoon staan. Het is van Przemyslaw. Hij belt hem terug. De Pool geeft aan dat hij heel graag voor Peter wil werken. Hij heeft van zijn vrouw de goedkeuring. Peter gaat aan de slag voor de benodigde papieren. Waarna de Pool aan het eind van die week bij Peter in dienst treedt.

Inmiddels heeft Przemyslaw het ontzettend naar zijn zin bij Peter. Hij begint de taal te spreken en noemt Peter altijd “chef”. Vandaar dat de Pool nu Sjef heet. Achter in de schuur heeft Przemyslaw een eigen optrekje weten te maken. Hij heeft er zijn bed, tv, koelkastje en wasmachine staan. Er is een douchegelegenheid en kleine keuken. De Pool kan zich prima bedruipen. Eten doet hij van de vrouw van Peter, ze kookt wat meer voor haar gezin, zodat hij mee kan eten. Hij houdt van zijn privacy en doet dat dan ook in zijn eigen optrekje. Op zondag eet hij mee in het gezin.

De Pool heeft inmiddels een busje gekocht. Daar rijdt hij mee langs de kringloopwinkels. Hij koopt er spullen die hij elke keer als hij naar Polen gaat meeneemt. Daar verhandelt hij de zaken weer. Przemyslaw heeft het inmiddels prima naar zijn zin en ook Peter is uiterst tevreden. Het is altijd even wennen als de Poolse medewerker weer een paar dagen naar huis is. Want op de uren let hij niet. Wat er gedaan moet worden, doet hij. Hij maakt soms dagen van twaalf uur. Peter is er een gelukkig mens van geworden.

Dan breekt het Coronavirus uit. De tuinder moet 30% van zijn handel vernietigen. Het gaat slecht in het bedrijf. Kan Przemyslaw blijven of moet hij ook weg. Een lastige beslissing voor Peter. Hij besluit om hem hier te houden. Przemyslaw zet zich nog meer in dan hij altijd al deed. Hij werkt alsof het zijn eigen bedrijf is. Alleen naar huis mag hij niet. Het wordt communiceren met het thuisfront via de laptop die Peter ter beschikking heeft gesteld. De Pool heeft er vrede mee, maar in zijn gedachte is hij toch vaak bij zijn liefde en kinderen.

Op een ochtend als Peter de kas in komt lopen is de bus van Przemyslaw verdwenen. Ook zijn verblijf is leeg. De koelkast is leeg. Hij heeft het dus voorbereid en niets gezegd.

Przemyslaw zit momenteel in Polen bij zijn gezin. Hij heeft in die twee jaar tijd voorlopig voldoende verdiend om het er even uit te houden. Of hij ooit terugkomt weet Peter niet. Hij heeft geen contact meer met hem. De telefoon die Peter hem ter beschikking heeft gesteld ligt op de tafel in het verblijf van zijn werknemer. Opnieuw een klap voor Peter, al begrijpt hij het wel. Het is afwachten of Przemyslaw ooit nog terugkomt. Maar als ie terugkomt neemt Peter hem zo weer aan.

* naam is geanonimiseerd

399. Brengt de ODH de kringloopwinkels Westland de doodsteek toe?

Kringloopwinkels worden een bedreigde winkelsoort in het Westland. Het is verboden om in het vervolg grof vuil vanuit de kringloopwinkel te brengen naar de stortplaats in het Westland. Dit zou de doodsteek van de kringloopwinkels kunnen zijn.

Het is vanaf  afgelopen woensdag 07-08-2019 niet meer mogelijk om grof vuil af te leveren van kringloopwinkels op de gemeentewerf te Naaldwijk. Een ramp voor deze winkels waar duurzaamheid, recyclen en hergebruik zo hoog in het vaandel staat. Vele artikelen krijgen door een kringloopwinkel een tweede leven. Mensen met een kleine beurs hebben de kans om bij hen nog net even dat leuke tafeltje, stoel of kast te kopen, die anders in elkaar geslagen wordt of wordt aangeleverd bij de grof vuilplek.

Naast hergebruik is een kringloopwinkel regelmatig een goede doelen winkel, of een maatschappelijk ondersteunend initiatief voor mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt. Met goede doelen donaties worden vaak ook initiatieven, die een grote meerwaarden op maatschappelijk of sociaal gebied hebben, worden ondersteund.

Nee, zeggen medewerkers van de gemeentewerf. Jullie mogen je afval niet meer afleveren, huur maar een container. Dat gaat voor de Westlandse kringloopwinkels te ver. Dat betekent dat de opbrengst van verkochte spullen direct weer moet worden gebruikt voor de huur van containers. En waar laat je die dan weer, dat gaat ook weer ten koste van ruimte. Niet zelden zetten inwoners hun spullen gewoon voor de deur van een kringloopwinkel met de bedoeling om er vanaf te zijn. Niet zelden krijgt men meubels, bedden, kasten of ander groot spul aangeleverd die niet te verkopen zijn of te lang blijven staan. Dat betekent afvoeren, afvoeren naar een gemeentewerf of afvalverwerkend bedrijf. Ook daar moet voor worden betaald. Weg opbrengst voor dat goede doel waar men voor spaarde.

De reden dat er niet meer mag worden ingeleverd is een bezoek van een medewerker van de vergunningverlener Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). Met een boekje in de hand stond hij aan de poort van de gemeentewerf en turfde. Turfde wie er zijn grof vuil kwam brengen en dan valt het op dat een busje of trailer met aanhangwagen vaker dan één keer per dag aan komt zetten met materialen die het niet meer doen, kapot zijn of ‘overdatum.’ Dan is één en één twee. Dit moeten kringloopwinkels zijn. De gemeentewerf heeft geen vergunning om dit ‘afval’ in te nemen. Bij een overtreding, inname, volgt een dwangsom.

Begrijpelijkerwijze dat men dit wil voorkomen. Maar wat zullen de gevolgen zijn. Illegale dump, waar dan ook, want de kringloopwinkels zullen ophouden te bestaan. Spullen langs de weg zetten. De afvalverwerkende instanties zullen veel meer te verwerken krijgen als het niet bij de kringloopwinkel kan worden aangeboden. Maar ook de mensen met een kleine beurs kunnen geen leuke spulletjes meer kopen, als de kringloopwinkels noodgedwongen ophouden te bestaan.

Er moet toch een mouw aan te passen zijn. De kringloopwinkels hebben zo’n grote waarde voor de gemeenschap. Zou fijn zijn als e.e.a. snel wordt opgelost zodat de kringloopwinkels kunnen blijven bestaan. Gemeente Westland doe hier iets aan!!

336. Houden Waterschappers niet van water?

In mijn activiteitenkalender staat een solexrit van Waterschappers gepland. Mensen die ik ken en oud-collega van mij zijn geweest. Ik heb er zin in.

Ik haal mijn Tuinderijshirt en -jack naar beneden. Er staat een beetje wind en het zonnetje zorgt voor een lekker temperatuurtje. Nog even wat gel in mijn haar en dan op de bike. Een lekker voordewindje. In het Westland hangen donkere wolken. Het zal toch niet gaan regenen? Op de site van het waterschap wordt aangegeven dat er voorgemalen is. Men verwacht veel regen.

Bij de Tuinderij staan de solexen netjes in het gelid opgesteld. De groep Waterschappers zit nog aan de lunch. Ik loop even bij hen naar binnen. Er is direct herkenning. Wat leuk. Dan terug naar de werkplaats voor de gele hes en de houder voor de portofoon. Ook ik wil een leren jasje scoren. Inmiddels begint het zachtjes te spetteren. De donkere wolken trekken over de kassen van het bedrijf. De solexgroep moet worden opgehaald voor de leren jas, de helm enne, de regenbroek. In de hoek van de giga kleedruimte hoor ik al gemor. “Ik ga echt de regen niet in”, zegt een van de mannelijke solexer. Ik kijk hem aan. “Je bent Waterschapper, toch?”, zeg ik hem, “en dan niet de regen in.” Wat zijn dit voor mannen die bij een Hoogheemraadschap werken?

Het duurt lang voor de juiste jas gevonden is. Nog een en nog een en dan nog een ander. De keuzemogelijkheid is kennelijk te groot. Een vrouwelijk deelnemer twijfelt of ze mee gaat rijden omdat ze het eng vindt. Ik kan haar overtuigen dat dit best meevalt. We rijden zo hard als de langzaamste solexrijder. Ze vindt een jas en trekt hem aan. De fototoestellen komen tevoorschijn. De historische beelden moet worden vastgelegd. Wanneer bijna iedereen een jas heeft gevonden, is het wachten op nog een deelnemer. Hij moet van een cursus komen en heeft nog niet gegeten.

De tijd loopt verder. Waar gestart moet worden om half drie is men om tien over halfdrie nog niet klaar. De cursusganger is inmiddels binnen, is de grootste en zwaarste van alle deelnemers. Een jas vinden is een crime. Hij krijgt zijn broodjes voorgeschoteld en propt deze naar binnen. Het is te hopen dat de kroket niet te heet is, anders brandt hij zijn gehemelte. Nu de jas nog. Er is er slechts één die redelijk past. Niet de fraaiste en waterdicht zeker niet.

Eenmaal buiten kan de uitleg gebeuren. De regen valt met dikke druppels naar beneden. Ook voor mij een leren kapje op het hoofd en een regenbroek. Mijn gehoorversterking mag niet nat worden. Na de uitleg vertrekken voor het oefenrondje. Dat gaat niet lekker. Het hoost van de hemel en als je solex dan niet starten wil, is dat niet leuk. Medewerkers springen bij. Het eerste oefenrondje lukt met vijf van de eenentwintig rijders. De rest komt niet weg. Weet niet hoe het moet of denkt dat gas geven de oplossing is zonder de motor op de band te zetten. Ook mijn eigen solex weigert plots. Regen, ik weet het niet. Ik ga terug om een andere solex op te halen.

Dan op weg. Slechts tien deelnemers volgen. De anderen komen maar niet, terwijl de regen met bakken naar beneden valt. ‘Niet de leukste rit’, gaat door mijn hoofd. We wachten op de brug en zien in de verte nog wat solexrijders aankomen. Dan een melding dat een van de rijders heeft besloten niet mee te gaan. De regen? Geen idee. Er wordt gemopperd op het weer en dat voor mensen die altijd met water bezig zijn. Ik krijg een signaal om gas te geven, daar gaan we dan eindelijk.

Het houdt op met hard regen, de druppels worden nog groter. Mijn schoenen zijn van lichtbruin in donkerbruin veranderd. De regenbroek is te kort en de onderkant van mijn spijkerbroek is zeiknat. De grote man komt naast mij rijden. “Heb je het een beetje naar je zin, nu je met pensioen bent”, vraagt hij. Ik kan het beamen. Het is leuk, maar nu even niet, ook voor mij niet.

Door de late start komt het schema van stops in de knoei. De rit moet worden aangepast. Ook de locatie verwacht op een bepaald moment de groep. Er is intussen al een solex gewisseld, de beugel van de motor is afgebroken. Ook krijg ik te horen dat de man met de grote jas doorweekt is. Er is geen reserve materiaal voorhanden.

Aangekomen bij het Raadhuis is men makkelijk. Natte jassen en broeken mogen worden uitgehangen. Als de jassen uitgaan blijkt dat er geen jas waterdicht is. Shirts vertonen vele natte plekken. Na een kopje koffie en een appeltaartje met een flink schep echte slagroom voor onze gasten, gaan we weer op pad. De regen is gestopt. De regenbroeken en kapjes gaan achterop de bezemwagen. De grote jas besluit om aan zijn blouse te gaan rijden en bij de Tuinderij af te haken. Nu zijn de solexrijders gretig en gaan voor mij uit rijden. Dat is niet de bedoeling. Gelukkig hebben we er een bromfietser bij rijden, hij kan de groep terug manen.

Als we de Tuinderij passeren verliezen we wederom een rijder. Hij heeft het koud gekregen en gaat naar binnen. We nemen een korte route naar de volgende stop. De Witte in de Lier. Onderweg vraagt men waar we zijn. Dit zijn duidelijk niet allemaal buitenmedewerkers.

Bij de Witte een drankje en dan op weg naar de thuisbasis. Dat gaat snel, al zijn er altijd langzame rijders die afstand willen houden en het gas niet open durft te trekken.

In de buurt van de thuishaven wordt nog eenmaal vaart gemaakt. Dan het terrein op en de loods in. De solexen gaan op de standaard. Iedereen is inmiddels weer droog. De stemming is goed, de regen is vergeten.

Het is verzamelen voor de groepsfoto en dan gaan de jassen terug op het rek. De regenbroeken en kapjes krijgen een plekje om te drogen, terwijl het gezelschap naar de warme maaltijd gaat. Nog even een diploma uitreiken en dan is het voor de begeleiders van de solexen afgelopen.

De man met het diploma heeft nog een tip. “Kunnen jullie geen oortjes verstrekken en wetenswaardigheden over het gebied vertellen.” Een goede suggestie, iets voor de ideeënbus. Al zal iedere solexbegeleider zich dan wel moeten inlezen.

Na een dankwoord van een der deelnemers voor de leuke rit, nemen we afscheid. Het is te hopen dat het niet verder gaat regenen, dan kan de groep Waterschappers op het gemak genieten van de warme prak en hoeven niet naar de Calamiteitenorganisatie van hun bedrijf.

327. Gay Pride vs Varend Corso

Wat hebben de Gay Pride en het Varend Corso gemeen. Beiden vinden plaats in het eerste weekend van augustus, altijd. Beiden trekken een giga publiek. Beiden ook zijn kleurrijk, waarbij het bij de Gay Pride roze is dat de boventoon voert. Bij beiden straalt het enthousiasme uit. Het publiek is laaiend. Deelnemers, figuranten geven alles wat ze hebben. Twee meesterlijke evenementen.

Dit jaar is het voor de achtste keer dat ik als figurant meedoe aan het Varend Corso. Dit keer stap ik op zondag om 11:00uur aan boord van de boot van Vlaardingen. 1000 jaar Vlaardingen. Na een hevige strijd tussen de Duitse Keizer en de troepen van Dirck III wordt de victorie gevierd. De laatste, Dirck, wint namelijk de slag. De Slag bij Vlaardingen luidt een bloeiperiode in van het graafschap dat rond 1100 Holland gaat heten. Dat zullen de strijders op de boot van Flardinga (Vlaardingen), Holland in brengen. De plaatsen waar het Varend Corso door heen komt kunnen de victorie meevieren met de strijders. Een document van Dirck III zal meevaren van Vlaardingen naar Delft en daar worden overhandigd aan de bestuurder van die stad.

Bij de Gay Pride is het me nog nooit gelukt een plekje te veroveren op één van de boten. In Amsterdam wordt ook voor vrijheid gestreden. Vrijheid voor iedereen, ongeacht geslacht, kleur, of geaardheid. Deze vrijheid zou voor eenieder moeten gelden, maar nog altijd is men hier op verschillende plaatsen niet vrij in. Veroordeling om wie of wat je bent hoort niet in onze samenleving thuis. Gun elkaar het vrije leven en oordeel niet. Strijders voor deze vrijheid zullen tijdens de Pride hun enthousiasme laten zien, stralen plezier uit en genieten.

Arrangeurs hebben zich suf bedacht, hoe de aankleding van de boot moet zijn. Thema Heroes bij de Gay Pride en Helemaal Holland in het Westland, Maassluis, Midden-Delfland, Vlaardingen, Den Haag en Delft. Vrijwilligers die al dagen bezig zijn met het maken van de decors, het pimpen van de boten, de bloemen steken en in het sorteren en ordenen van fruit en groentes in het Westen. Het is te hopen dat de temperaturen in het redelijke blijven zodat het fraaie van de decors lang goed blijven.

Het afgelopen jaar hebben Circa 560.000 personen staan kijken naar de tachtig boten die door de Prinsengracht en over de Amstel voeren. De stad ligt lam. Er is geen doorkomen aan. Bij het Varend Corso waren dat er ook ruim een half miljoen. Evenementen die inmiddels hun status dubbel en dwars hebben veroverd. Waar het in Amsterdam om één dag gaat, geniet het publiek bij het Varend Corso dat op drie dagen. Dorpen en steden hebben zich ingezet om er iets moois van te maken.

Het worden opnieuw geweldige spektakels waar het publiek de winnaar van is. Rustig in je opnemen wat er zoal voorbijkomt. De muziek zal schallen, dat is gebruikelijk. Het enthousiasme van de walkant zal overslaan naar de figurant en zal hen blijvend aanmoedigen, want het is vermoeiend, dat kan ik u vertellen.

De kleurschakering zal ook dit jaar prachtig zijn. Bloemen die op kleur zijn gestoken. Fleurige en aangepaste kleding. Zowel bij de Gay Pride als bij het Varend Corso. Ruim 80 boten bij de Gay Pride en 41 bij het Varend Corso. Het feest zal zowel in Amsterdam als in het Westland en Omstreken, massaal zijn. Het wordt genieten door zowel de walkanter als de figurant en niet te vergeten de schippers. Ik wens u een prachtig evenement toe.

319. Westlandse Molendag bijna voltooid

Het laatste weekend van juni is er veel te doen. De haring- en bierfeesten in Vlaardingen. Veteranendag in Den Haag, Ter Heide heeft haar dorpsfeest met rommelmarkt. Het is Buitenhof Zomer Festival in Delft. In Maassluis gaan er tweedehands spullen over de kramen. En er is de Westlandse Molendag. Wij kiezen voor het laatste evenement.

Het is verzamelen bij ons thuis. Oud-collega Willem en Wilma’s aangetrouwde nicht Ria fietsen mee en wij, mijn lief en ik stappen straks eveneens op de pedalen. Na een kopje koffie is het om halfelf tijd om te gaan. We overleggen even welke route we gaan rijden en besluiten om bij molen Korpershoek in Schipluiden te starten. Aangekomen bij de Schipluidense molen is het nog rustig. Er ligt een schriftje op de tafel hoeveel mensen er zijn komen stempelen. Stempels krijg je als je bij de molenaar een kaart hebt gekocht met de route. Meefietsenden worden evenwel ook meegeteld. Zijn aantal is op dat moment 43. “Niet onaardig”, geeft hij aan, “het is nog vroeg.”

Mijn oud-collega Willem loopt met mij mee naar boven. Een enge trap, die we meermalen tegen zullen komen in molens, leidt ons naar boven. Een giga tandrad draait in de rondte. Tandwiel in tandwiel geven de wieken de draaikracht om te malen. We zijn beland in een korenmolen die als zodanig geen dienst meer doet. Ik wil weten hoe het zit met de financiële ondersteuning. Zelf kan men de molen niet draaiend houden, geeft de molenaar aan. Er is een stichting opgericht waar de molenaar met zijn vrouw de scepter zwaaien. Regelmatig ontvangt men subsidies.

Ondertussen gaat de handel gewoon door. Een zoon verkoopt er voeding voor dieren. Voor de kat, de hond, het paard, het konijn en de koe kan men er terecht. Ook stro voor het konijnenhok is er te verkrijgen. Na een kort gesprekje krijgen we nog mee dat Starbucks een beker heeft uitgegeven met de beeltenis van de Korpershoekmolen erop. Waarom? Hij kan het niet aangeven.

Tijd om de Groeneveldsche molen op te zoeken. De routekaart geeft aan hoe te rijden. Nu ben ik vrij bekend in het Delflandse gebied dus dat is een makkie. Aangekomen bij de molen heeft men er werk van gemaakt. Twee punttenten geven enige verkoeling. Hier is koffie, een hapje en een drankje te koop. De Haagsche modelboot vereniging heeft er haar domicilie. In de grote plas varen allerlei boten en bootjes. De weide met kleine molentjes is in trek bij de jeugd. Het waterorgel vraagt om enige spierkracht. Rob, de molenaar, heeft zijn best gedaan om er weer iets moois van te maken. Bij een stand met promotiemateriaal is alles gratis, waar we er verderop in de route, soms flink voor moeten betalen. Er blijkt weinig afstemming, of is het ieder houdt zijn eigen broek op en hoe je dat doet, mag jezelf bepalen. Na een lang gesprek, Rob is nooit kort van stof, maar dat is zijn passie voor molens, gaan we wederom op de pedalen. “Doe Herman de groeten”, roept hij ons nog na. Herman werkt vrijwillig op het volgende gemaal dat we bezoeken.

We nemen het nieuwe fietspad dat uitkomt bij De Zwet. Nog niet alles is met asfalt bekleed maar dat komt er a.s. maandag. We rijden langs de Veilingroute richting de Lier en gaan op zoek naar het gemaal van de Oude Lierpolder. Een prachtig gepoetste machine doet in een oorverdovend geluid haar werk. Een beauty uit 1929, die niet meer elke dag dienstdoet. Een oud-medewerker heeft er deze week nog wat uren aangegewerkt om het gemaal draaiende krijgen. Er moesten leertjes worden vervangen. Herman, de oud-medewerker, vertelt over het gemaal. “De geur van olie is zo lekker”, zegt hij. Het is een hobby geworden om mee te draaien tijdens de Westlandse Molendag.

Vanuit De Lierpolder maken we doorstart richting Maasland. Het Kralingerpad is helverlicht, d.w.z. de zon heeft een enorme kracht en brandt. Ik voel mijn voorhoofd. Tijd voor een petje. Een geweldige temperatuur zorgt ongetwijfeld voor verbrandingen. Bij Maasland gaan we via een binnenpad naar de Dijkmolen. De molenaar, Henk, zit op het gemak de krant te lezen. Het is nog niet druk geweest. De kindertasjes met kleurplaten staan onaangeroerd in een hoek van de schuur. Geen nevenactiviteiten hier. “Je komt toch voor de molen”, zegt Henk. “Sommigen komen voor het stempeltje en fietsen direct door.” Als één van de bezoekers iets wil weten over de molen en het scheprad, komt Henk in zijn rol. Hij vertelt hoeveel water er wordt ‘geschept’ in dringende tijden. “Jullie draaien voor de prins”, zegt de bezoeker. Een bekend gezegde dat stamt uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog. De molenaar beaamt het. “Laat ie maar langskomen”, zegt hij. We nemen afscheid en gaan naar de molen de Drie Lelies even verderop.

Bij de Drie Lelies staat een nog jonge vrijwillig molenaar te draaien. Hij is weinig spraakzaam. Geconcentreerd schuift hij het meel dat naar beneden komt in zakken. In een oude kast staan papieren zakken met diverse soorten meel. Broodmeel, appeltaartmeel en cakemeel. Er wordt een zak broodmeel en een zak cakemeel gekocht. Het is niet goed met de wind zegt de molenaar. Wisselende winden zorgen ervoor dat de wieken regelmatig stil staan, waar men de vlaggetjes wil horen wapperen. We gaan door naar de Wippersmolen te Maassluis

Via de Wipperskade, (vanwaar die naam?), fietsen we langs het water en komen we uit bij de Wippersmolen. Opnieuw een oud-collega, Tim met een compaan. Zij beheren vandaag de oude molen in Maassluis. “Er zijn al 135 mensen langs geweest”, zegt de compaan, “voorwaar een mooi resultaat.” “Je hebt nu vijf molens bezocht, neem alvast een medaille mee, voordat ze straks op het eind op zijn.” Dat is niet tegen dovemansorgen gezegd. Nog even een praatje en een tomaatje, overigens staan die bij elke molen, en dan weer op de pedalen. We gaan naar molen de Hoop in Maassluis.

Bij molen de Hoop, staat men pannenkoeken te bakken van meel dat zojuist is ‘geoogst’. Het is inmiddels al over enen en een pannenkoek gaat er best in. Men mag kiezen uit vier smaken suiker voor het zoeten van de pannenkoek. We zoeken even de schaduwzijde van de molen om op het grasveld de pannenkoek op te eten. Een is niet genoeg, we nemen een tweede. Na de rustpauze maken we de grote oversteek naar Hoek van Holland. Langs de Nieuwe Waterweg, met een windje in de rug en stralende zon voel je niet dat je bijna kookt. De wind over het water zorgt voor enige verkoeling. Onderweg komen we een opvang van zwanen tegen. Zij moeten worden verzorgd i.v.m. een olielek na een aanvaring. Een enkele zwaan zwemt nog in de Waterweg en is kennelijk niet opgevallen. Ze heeft wel degelijk nog olie aan het verenpak.

De kolossale molen van Nieuwland staat te pronken in de zon. De stempelpost heeft men op de eerste etage. Jonge vrijwilligers beheren de molen. De molen is vol in bedrijf, tenminste hij draait. Er is te weinig water om te malen, krijgen we mee. We maken er een korte stop van want we willen zoveel mogelijk molens aandoen. Op naar ’s Gravenzande. De molen van Maat is onze volgende stempelpost.

Bij de molen van Maat, de korenmolen van ’s Gravenzande, is men zeer gastvrij. Er is gratis koffie en een koekje. Het toilet staat ter beschikking en het waterflesje mag worden bijgevuld. De wieken zijn weer terug, waardoor de molen zijn aanzien weer terug heeft. Op 6 februari 2014 valt het wiekenkruis tijdens een harde wind naar beneden. Exact twee jaar later, op 6 februari 2016, wordt de molen opnieuw in bedrijf gesteld. Maar wederom zijn er problemen. Begin deze maand is opnieuw een wiekenkruis geplaatst. Op de dag van de Westlandse Molendag is eerst proefgedraaid. Als we er arriveren is de molen vol in bedrijf. Hier nemen we even rust. Onze billen hebben het zwaar, maar ook het lichaam begint te protesteren. De temperatuur is inmiddels opgelopen naar 29 graden. We appen de vrijwillig molenaar van de Vier Winden te Monster. ‘We komen eraan. Zorg voor een koud biertje’. ‘Geen bier’, is de reactie.

Aangekomen bij de Vier Winden loopt er internationaal gezelschap rond. Duitsers en Engelsen. De molen draait en het meel wordt gevangen in zakken. Garrit, onze collega is ook zo’n enthousiaste vrijwillig molenaar. Ook hier is allerlei soorten meel te koop. We zijn reeds voorzien en laten het voor wat het is. De clown die er voor de molen werkt is moe, zegt ze. Ze loop op veel te grote schoenen, merk ik op. Nu is het opschieten om de molen in Wateringen nog te halen.

Onderweg komen we tomaten- en komkommerstalletjes tegen, maar ook diverse plantenkarren staan er aan de weg. De temperatuur heeft er op sommige plaatsen geen goed aan gedaan. Bloemetjes hebben het kopje laten hangen, €2,50 staat er op het bijgeplaatste labeltje. We laten het toch maar staan. Maar nu wordt het echt een race tegen de klok. Om vijf uur stoppen de molens. De dames blijven wat achter hangen. De mannen zetten de vaart erin. Klokslag vijf uur komen we aan bij de molen Windlust in Wateringen. Het stempeltje is al opgeborgen maar wordt tevoorschijn gehaald. Hier kan men appeltaartjes en brood kopen, gebakken met meel uit de molen. Omdat ze gaan afsluiten, krijgen we twee halfjes brood mee. “Doe maar wat in de molenpot”, zegt een van de vrijwilligers.

Het wordt tijd voor een uit mout gebrouwen drankje, een koud biertje, dat ons goed zal doen. De rit is rond als we thuis aankomen. Nog even dat kouwe biertje en dan is de Molentocht volbracht. We hebben drie molens niet kunnen bezoeken, maar we hebben wel 60 km rond gepedaleerd. Het is genoeg. De voetjes gaan op de bank, het is een mooie dag geweest.

256. Een natte solexrit

Op een regenachtige vrijdag rijd ik op de fiets naar mijn nieuwe hobby: Solex rijden. Er zijn flinke buien gevallen, maar ik kom nu droog over. Als ik vlak bij de Tuinderij ben zie ik dat er in een bocht van het oefenrondje een flinke plas is ontstaan. Aan de binnenrand van de bocht ligt ook nog een betonnen varkensrug, deze ligt net onder water en je moet dus weten dat ie er ligt anders zou je een flinke smakker maken als je er met de solex overheen rijdt. Ik besluit het even te melden, veiligheid voor alles. Gewapend met twee trekkers rijden we even later op een Big Daddy richting plas. Het lukt niet om het water weg te trekken, twee pionnen zetten kort daarop de bocht af en wordt het inrijparcours wat verlengd.

Een groep van accountancy uit Voorschoten meldt zich aan de poort van de Solex-tours. Tien mannen en vier vrouwen. Twaalf van de solexrijders zijn ruim op tijd en kijken hun ogen uit. “Hoe komen ze hier eigenlijk aan al die solexen?”, vraagt ’n accountant belangstellend. Ik kan er geen antwoord op geven. Ik weet dat het klein is begonnen en dat het inmiddels behoorlijk uit de jas is gegroeid. Jassen, ook zo’n ding. Als de groep naar de ‘verkleedkamer’ gaat verbaast men zich er over hoeveel jassen er eigenlijk hangen. Dat zijn er veel, zowel van leer, kort, maar ook lang. Voor dames hangen er ook verschillende modieuze jassen, de meeste van stof, met een bontje, een ceintuur, rits of knoopsluiting. Gedateerd maar precies passend bij de activiteit die men die dag gaat doen.

Het wachten is op twee dames. Er wordt een telefoontje aan gewijd. “Waar zitten jullie?” vraagt de leider van het gezelschap. “Afslag gemist”, krijgt hij als antwoord. We wachten geduldig af tot de afgedwaalde dames er ook zijn.

Ik kijk wat in het rond en zie de mannen gluren naar de Big Daddy’s. Een stoere en bijzondere step met dikke banden. De step is niet alleen bijzonder omdat hij zo robuust oogt, maar vooral omdat hij geheel elektrisch is aangedreven! Je hoeft dus niet echt zelf te steppen. De topsnelheid van de step is 30 km/h en de actieradius is 40 km. Een mooi vervoermiddel voor woon-werkverkeer. Je bent niet moe als je op het werk komt.

Dan komt de auto van de dames binnenrijden. “Waar blijf je nou?”, vraagt de leider nogmaals. “Ja, we zaten wat te kletsen en voor we het wisten hadden we de afslag gemist.” Misschien bij de afslag bij Den Hoorn van de A4 nog twee grote borden plaatsen met ‘De Tuinderij’.

De dames en heren gaan de verkleedhoek in. “Ik doe zo’n jas echt niet aan hoor”, zegt een jonge blondine. “Je weet toch niet wie er allemaal al in hebben gereden.” Ik probeer haar gerust te stellen, het helpt echter niet. Ook niet als één van haar collega’s haar probeert over te halen. “Nee”, zegt ze, “ik doe het niet.”

De mannen vinden het daarentegen geweldig en lopen stoer rond. “Ik heb ook zo’n jas”, zegt een net aan twintiger. “Ik heb van mijn pa een oude Vespa overgenomen en rijdt in een club van Vespa’s.” De meegebrachte jassen en tassen gaan in de afgesloten box. Dan op naar buiten. Het heeft, zoals ik eerder meldde de hele ochtend flink geregend, het blijft dreigend maar buienradar geeft niet echt een somber beeld.

Eenmaal buiten krijgt men uitleg over hoe de solex werkt. Men luistert aandachtig. Een van de dames vindt haar pothelmpje toch niet alles en schiet er even tussenuit. Na de demo door John wandelt men naar de betonnen platen waar de tour kan beginnen. Het gaat allemaal redelijk vlot. Op één na krijgen ze allemaal de solex aan en rijden ze achter mij aan voor het proefrondje. Wat ik niet in de gaten heb, is dat er onderweg wat troubles zijn met een solex. Mevrouw krijgt er geen gang in. Daardoor blijven er vier solexen wat achter hangen. Met de rest van de groep gaat het in een sliert over Westlands wegen. Terug aangekomen bij de startplek, mis ik de vier solexen. Ik ga er naar op zoek, ze kunnen nooit ver zijn. Maar als ik mijn oefenrondje heb afgereden ben ik ze nog niet tegen gekomen. Ze blijken hun eigen oefenrondje te hebben bepaald en zijn alvast op weg gegaan. Wanneer ze de groep uit het oog zijn verloren, besluiten ze toch maar terug te komen. Niet eerder heb ik dit meegemaakt. Zou het verlengde oefenparcours daar de oorzaak van zijn? “We zagen plots helemaal niemand meer”, zegt de man die het eerste terugkomt.

Dan kunnen we op weg. De wind is krachtig, de solex moet zijn best doen om de gang erin te houden. Hier en daar moet wat worden bij getrapt. Een van de dames, niet eens zo heel oud, vindt het eng. Zij blijft steeds op een redelijke afstand rijden van haar voorganger en rijdt daardoor steeds dicht in de buurt van de bezemwagen. De langzaamste van het stel bepaalt de snelheid van de groep, zo is bepaald en daardoor heb ik regelmatig contact met John vanuit de bezemwagen. “Effe inhouden Aad, er valt een gat.”

De rit gaat dit keer naar het Raadhuis Schipluiden aan de Dorpsstraat al daar. Een historisch pand uit 1840 dat in 1878 werd aangekocht als raadhuis en ambtswoning voor de burgemeester van Schipluiden. Het bevatte een secretarie en de tuinkamer werd voor raadsvergaderingen gebruikt. Daar is de koffiestop gepland. Men neemt plaats in de mooie binnentuin van de lunchroom. Niet voor lang echter als de regen begint te vallen. Dan neemt men de koffie mee en vertrekt het gezelschap naar de kamer van het oude Raadhuis, waar voorheen de raadsvergaderingen werden gehouden.

Na de koffie en het overheerlijke appeltaartje voor de gasten, lopen we weer naar buiten waar het zonnetje schijnt. Buienradar is geconsulteerd en geeft niet het mooiste weer aan met hier en daar zelfs een grote blauwe puntgrafiek. Eenmaal op weg valt het mee, totdat we vlak voor de onderdoorgang van de Woudseweg zijn. We halen het tunneltje en blijven daar staan tot de slagregen is opgehouden. Wanneer het zonnetje er weer wat doorheen komt, besluit ik opnieuw te starten. Echter nog geen 100 meter op weg valt er opnieuw een bui. Gaan we door of terug? Ik besluit door te gaan, maar een aantal gasten volgt me niet en gaat terug naar het tunneltje. Nu sta ik met een kleine groep in de regen te wachten tot de rest aansluit. De blauwe lucht komt er aan dus opnieuw terug gaan heeft naar mijn mening geen zin.

Nadat iedereen zich weer heeft aangesloten vervolgen we de rit. Op naar de Witte in De Lier. We hebben wat tijd verloren en moeten op tijd bij de volgende uitspanning zijn. Ik kort de weg wat in. Onderweg komt Koos naast mij rijden. Koos is een medewerker van het accountantsbureau. Hij stelt mij allerlei vragen over het gebied. Ik weet er wel wat van en kan zijn vragen beantwoorden. Leuk om ook iets over ons woongebied te vertellen.

Aangekomen bij de Witte komt het drankje op tafel. Als je er op vrijdag komt wordt de stamtafel buiten steeds bevolkt door dezelfde groep oudere mannen. Zij sluiten hier waarschijnlijk de week mee af. Al zullen ze geen van allen meer werken. Na het drankje aanvaarden we de terugweg. Dan komt het bravoure wat naar boven bij de solexrijders. Men poogt mij in te halen en trekt het gas open. Mijn solex rijdt doorgaans het hardst, maar dit keer niet. Ik word door twee solexen ingehaald en voorbijgereden. Ik laat het even zo, ben geen politieagent en weet dat ik altijd als eerste het solexterrein weer oprijd.

Bij terugkomst gaan de solexen weer netjes de loods in. Om en om worden ze teruggezet. Men is heel gewillig om hier ook aan mee te werken. Dan nog even de foto rondom de bezemwagen en dan is het feest over, maar niet eerder dan dat het Nationaal Solexdiploma is uitgereikt. Dit keer is het Koos, Koos die al die tijd naast mij heeft gereden, die als enige het waardevolle en serieuze document krijgt overhandigd. Al snel wordt er door zijn collega’s gesproken van doorgestoken kaart. Hij zou mij hebben beïnvloed. Ik kan hen geruststellen, dat is ook zo .

De jassen worden teruggehangen. De solexrit is weer voorbij. De kleding is onderweg lekker droog gewaaid. Het was weer een leuke rit. Nog even napraten met John een biertje als afsluiting en dan maar weer afwachten wanneer ik weer mag. Het wordt winter en dus zullen er niet veel solexritten meer zijn. Ik wacht rustig af tot ik weer word ingeroosterd.

221. Verjaardagsfeestje op de solex

Vandaag moet ik als solexritbegeleider weer aan de bak. Een dame die deze dag jarig is en 50 jaar is geworden viert met nog 12 vriendinnen haar feestje op de solex. Voor mij is het de tweede keer dat ik als begeleider mag mee doen.

Rond één uur rijd ik op mijn fiets richting de Tuinderij. Een heerlijk gelegenheid om een feestje te vieren, maar ook om een solextour te doen. Het weer is ons goed gezind. De zon is stralend. Als ik mij meld komt Kevin naar mij toe. Hij is vandaag mijn medebegeleider, mag in de bezemwagen en heeft de leiding van de groep. Kevin is nog een student, net aan drie turven hoog, maar weet wel waar hij het over heeft. Je hoeft niet te vragen waar hij vandaan komt. Niet een beetje Westlands, maar gewoon puur Westlands. Uit de tongval en de zinsopbouw is duidelijk te merken, hij komt uit een tuindersdurp. Niks mis mee, overigens. Na een kort kennismakingsgesprek weet ik al wat ik aan hem heb.

“Welke route”, vraag ik hem. “De Midden-Delfland/Westlandroute, Aad”, krijg ik te horen. Dat is fijn, want de route richting Staelduinsebos heb ik nog niet eerder gereden. Ik zoek een portofoon op en test die even uit. Vorige keer ging het mis, had mijn gehoorapparaat nog in en was onbereikbaar. Dit keer ging het prima. Gehoorapparaat uit. Ik loop naar het leren jassenrek en zoek er een korte jas uit. In de kantine zoek ik nog even naar een ‘de Tuinderij’-jack. Vorige keer heb ik een koudje opgepakt, daar had ik nu geen zin meer in. Als ik mijn gele hesje opzoek, zie ik de groep al aankomen. Dames van net aan 50 iets er onder of iets er over heen. Sommige strak in het kapsel, andere prima gekleed op een solextour. Kevin ontvangt de groep en heet hen welkom. De dames giechelen al bij de gedachte om op een solex te zitten. Dan gaat de aankleedsessie beginnen. De ene jas is nog leuker dan de andere. Ga ik voor leer of ga ik voor bont? Heb je ook een maatje groter? Kan ik deze jas ook kopen? Hoe komen jullie aan zoveel jassen? Het wordt een feest dat merk ik al. Dan de helm of ander hoofddeksel opzoeken. Het is een amusante groep.

Kevin legt uit hoe de solex werkt, maakt er wat grapjes bij en heeft de aandacht. Tenminste het lijkt erop dat de dames aandachtig luisteren. Dan nog even de spelregels uitleggen over wat wel en niet mag en dan op pad.

De inrijronde vindt plaatst naast het complex. Sommige hebben toch echt niet opgelet. Hoe krijg je de motor op die band? Waar dient dat rode knopje voor? Hoe moet ik gas geven? Waar zitten de remmen? Het houdt niet op. Als één van de dames de solex niet aankrijgt probeer ik hem even op gang te krijgen. Maar vandaag heeft de solex er geen zin in. Even één omruilen en dan gaan we.

Al bij de eerste bocht gaat het fout. Mevrouw durft niet de hoek om te sturen en rijdt rechtdoor een andere weg op. Eén van de blondjes krijgt er geen gang in en probeert aan de verkeerde kant van het stuur gas te geven. “Hij draait niet”, geeft ze Kevin mee. Ze heeft nog nooit op een sneller vervoermiddel gezeten dan een fiets. De groep heeft er geen gang in. Ik moet als voorrijder regelmatig mijn gas los laten, om de groep weer bij elkaar te krijgen. De vrouw met de oranje jas en de brandweerhelm op blijft in de buurt van de bezemwagen, bang dat het fout zal gaan.

“Mooi gebied, hier”, krijg ik mee. Als ik hen vraag waar ze vandaan komen blijkt dit Voorburg en Leidschendam te zijn. “Nog nooit hier geweest”. Bij degene die bij mij in de buurt rijden probeer ik iets over het gebied te vertellen. Als we zijn aangekomen bij onze eerste koffiestop, blijkt deze afgezegd door de Tuinderij. Dan blijkt dat we de verkeerde route rijden. De dames mogen er niet de dupe van worden, dus zoek ik een andere locatie. Voor mij niet moeilijk, het is mijn woondorp. Op het terras van Bakkerij Hoek is plek. Even met de eigenaar overlegd en alles komt in orde. “Van mij mag je vaker komen”, zegt de bakker. De koffie/thee en fris wordt uitgeserveerd en daar hoort een gebakje bij. De bakker heeft nog een aardigheidje voor de jarige. Heel attent, Bob. De dames genieten van het leuke dorp en verbazen zich er over dat ik door veel mensen word begroet. Na 20 minuten wordt het tijd om weer op te stappen. We hebben wat tijd verloren en moeten ook nog eens teruglopen naar de solexen, die we bij de kerk hebben gestald. Vrolijk keuvelend hebben de dames geen haast en genieten van het lekkere zonnetje.

Weer op de solexpedalen is het voor sommige wederom even wennen. Hoe werkte het ook al weer? Op naar ’t Woudt, langs de Zweth over de brug terug langs de Bonte Haas richting Veilingweg. Dan door het tuinbouwcomplex Groeneveld, over de Noorlierweg richting De Lier. Nog wat binnendoor weggetjes om dan uit te komen op de Lierweg. Op naar De Witte voor de tweede stop. Niet te lang, want we hebben tijd verloren. Na een frisje gaat de tocht terug naar de basis.

Om 16:55 uur draaien we het terrein weer op. De solexen gaan de stalling weer in. Tijd voor een foto op en om de bezemwagen. Kevin schiet als volleerd fotograaf nog even wat foto’s. Een solexdiploma wordt uitgereikt aan de beste solexrijdster, toevallig de dame die haar 50e verjaardag viert. Hoera.

De jassen en attributen worden teruggehangen. Het feest is voorbij. De dames glimmen, hebben het super naar de zin gehad en kunnen hun sterke verhalen straks thuis vertellen.

Het was weer erg leuk om te doen. Met veel plezier heb ik voorop mogen rijden. Het zal zeker niet de laatste keer zijn.