346. Soms zit het mét, soms zit het teugen

Er zijn van die dagen dat je van tevoren al weet, dit wordt het niet. Zo’n dag had ik toen ik een groep moest begeleiden voor een solexrit. Niet luisteren, eigen dingetjes doen, onverantwoord bezig, telefoon gebruiken tijdens de rit. Gewoon niet leuk en dat verwacht je niet van een rit die leuk moet worden.

Het is een vrijdagmiddag in Oktober een groep van zo’n 22 mensen hebben zich ingeschreven om een solexrit te rijden. Waar kan je dat beter doen dan bij de Tuinderij. Op de fiets rijd ik in mijn Tuinderij-jack richting locatie. De zon is krachtig, een prachtige dag om een heerlijke solexrit te maken.

Dit keer twee oudere begeleiders. De man in de bezemwagen, vrolijk van karakter, nog een stukje ouder dan ik zelf ben en ik. Het is altijd gezellig tot die ene keer.

Wanneer ik het terrein op kom rijden staat de groep al te wachten. De parkeerplaats is hun domein. Hier worden hun laatste nieuwtjes uitgewisseld. Een jonge collega van de Tuinderij haalt hen bijeen heet hen welkom en legt uit wat de bedoeling is. Hij legt hen tevens uit dat de rit in de tand des tijds gaat. Een leren jas en cap of helm. De groep gaat op weg naar de garderobe. De grootste leergarderobe van Europa, zeggen we vaak gekscherend.

De mannen en vrouwen schieten de hoek in van de jassen. Het is passen en terughangen, en nog een keer en nog een keer. Er zit geen vaart in. Ik geef hen te kennen dat de verkleedpartij ten koste gaat van de rit. Men heeft er maling aan en doet het op eigen tempo, staat te treuzelen met de camera in de aanslag. Wanneer we de groep bij elkaar hebben en iedereen gekleed is in de leren jassen outfit gaat één van de mannen weer terug. Toch maar een korte i.p.v. een lange jas. De groep wacht geduldig tot de man terug is. Nu kan de technische uitleg beginnen. Tijdens de presentatie is er geen tot weinig aandacht. De tijd is verder gelopen en de eerste 30 minuten zijn al om.

Na de uitleg rijden we wat oefenrondjes. Ik ga altijd voorop en heb aangegeven ook altijd de voorste te willen zijn. “Ik ga als eerste weg en ben ook als eerste terug”, zo geef ik hen met een grap mee. Daar gaat het al direct mis. Twee leden van de groep geven aan te gaan racen. Op vriendelijke toon geef ik aan dat dit niet de bedoeling is, ze vliegen mij voorbij. Twee andere rijders letten niet op en nemen de afslag niet, zij rijden door richting Schipluiden. Daar kan ik achteraan. Er is hen uitgelegd dat inrijden is: het leren rijden op een solex. Niet iedereen is zeker van zichzelf en een ongeluk zit in een klein hoekje.

We rijden een eerste ronde en omdat niet iedereen is gestart doen we er een tweede ronde achteraan. Dan kan de echte rit beginnen. We zijn nog geen 200 meter weg als ik voorbij word gereden. En niet één maar meerdere solexritberijders nemen het heft in eigen hand en besluiten niet te luisteren. Ik fluit een keer op mijn vingers waardoor men inhoudt. Ik geef hen nogmaals mee dat ik graag zelf de rit wil bepalen. Na een kleine kilometer hebben we een gat in het peloton. Er zijn er die hun telefoon vele malen belangrijker vinden dan teambuilding met hun collega’s. Vanuit de bezemwagen krijg ik dit al te horen. Ik knijp in de remmen en houd de groep achter mij. Dat blijft gelukkig zo. Als er een solex moet worden gewisseld, stop ik, het moet tenslotte een gezellig ritje worden met het hele gezelschap. Ik krijg vanuit de bezemwagen mee dat het gat dat inmiddels is gevallen is gedicht, we kunnen weer. “Gaan we nou nog een keer vol gas”, vraagt een van de deelnemers. Ik geef hem aan dat de langste solexrijder het tempo bepaald. “Dat is zeker die van jou”, antwoordt de grapjas.

Ik heb er geen goed gevoel bij. Men rijdt terreinen op van tuindersbedrijven en maakt er een zooitje van. Ook wij, als medewerkers van de Tuinderij, hebben een verantwoordelijkheid over hoe men omgaat met de solex. Het moet zonder ongelukken en iedereen moet het ook leuk vinden. Men heeft lak aan alles wat ik zeg. Een waarschuwing blijft twee minuten hangen, dan is men het alweer vergeten.

Wanneer er op een gegeven moment een gat valt van 150 meter krijg ik een melding uit de bezemwagen. “Ze zitten met z’n vieren te ouwehoeren en rijden niet door, ook niet nadat ik hen heb gewaarschuwd.” Ik houd de handrem vast en ga stapvoets rijden. Dat doen de vier achterin ook, het gat blijft even groot. Als een van de rijders gaat zigzaggen, krijgt hij opnieuw een waarschuwing. Het helpt niet. We gaan naar de eerste koffiestop. Er zijn gereserveerde tafels, ook daar heeft men lak aan. Men gaat zitten waar men wil. Zo jammer. Het wordt geen ‘koffie’stop’ het eerste biertje komt al op tafel. Ik kijk het met lede ogen aan. Mijn vreemde gevoel gaat steeds meer waarheid worden.

Als we na de stop weer op weg gaan houden we de groep bij elkaar i.v.m. de oversteek. Men blijft geduldig wachten tot ik het ja-woord uit heb gesproken. Eenmaal op het fietspad richting de Tuinderij, sprinten er ineens twee weg. Gaan plat op het stuur liggen en racen van de groep weg. Achterop is het kletsen wederom begonnen. De groep rijdt nu ruim 500 meter uit elkaar. Inwendig maak ik me boos, maar het zijn klanten en zij zijn koning. Wanneer ik aangeef dat we bij de Tuinderij doorrijden en naar de volgende stop gaan, komt men weer bij elkaar. We rijden het fietspad af en onder het tunneltje bij de Woudseweg. Dan linksaf richting het Groeneveld. Een vrachtwagen blokkeert de weg als de eerste acht rijders er voorbij zijn. Opnieuw wachten, maar nu niet door de rijders zelf. Vanuit de bezemwagen krijg ik het bericht dat we even moeten stoppen. Men is de eerste groep kwijt. Een van de rijders gaat terug en rijdt de rest van de groep tegemoet. De overige rijders rijden rondjes op privéterrein. Ik geef hen daar een opmerking over. “Ik moet niet zo chagrijnig doen”, zegt een van de solexers. Het hele spul is weer bij elkaar, we kunnen verder. Op naar de Witte. Langs het Kanaal opnieuw een melding uit de bezemwagen. De laatste rijden voor geen meter en zitten achterstevoren te filmen. Bij de Witte doen we een drankje. Na twintig minuten is de pauze om en gaan we voor de laatste kilometers. Ook ik geef de betrokken solexrijder die achterstevoren zat nog een waarschuwing. “Op een normale manier blijven rijden, anders haal ik je van de solex af en ga je maar lopen.” Meneer lacht er om.

Dan rijden we op de Oostbuurtseweg, als een deelnemer gaat staan op de pedalen zijn armen spreidt en staande rijdt met losse handen. Vanuit de bezemwagen krijgt ik terecht een hoop gemopper. Ik probeer de berijder van het blauwe monster te kalmeren. Hij is er helemaal klaar mee en ook ik heb er inmiddels mijn buik van vol. Men ruikt de stal en opnieuw gaat het gashandel open. Ik houd ze tegen en knijp in de rem. Ik gun ze het racen niet. Terug naar de basis. Daar aangekomen houdt onze verantwoordelijkheid op. Nooit eerder heb ik zo’n stelletje hoeven te begeleiden. Men mag best een beetje vooruitrijden voor een fotootje of filmpje of om een beetje te stangen, maar dit, dit was onbezonnen en onverantwoordelijk. Ik hoop zo’n rit niet meer te maken. Nog altijd blijft ‘Veiligheid voor alles’ ons motto, maar daar hebben we ook de groep voor nodig.

Een dag later had ik een geweldig leuke rit. Mijn ‘chagrijnigheid’ is kennelijk gezakt.

341. 41 vrouwen, 6 begeleiders, veiligheid voor alles

41 zijn het er. 41 vrouwen die ik achter mij aan heb rijden op de solex. Gaat het snel? Nee, de langzaamste bepaalt het tempo. De gemiddelde leeftijd is ruim boven de vijftig, zegt een van de deelnemers. Ze zijn van een thuiszorgorganisatie. Er is er één die rijdt voor twee. Is zwanger en kan geen zwangerschapsjas vinden. Dan maar één die oversized is, dat gaat ook. Een vrouw met maat 48 kan ook niet echt een jas vinden, op de heupen gaat wel maar aan de bovenkant zullen dan de knopen moeten worden verzet.

De dames hebben veel tijd nodig om een jas te vinden. De opperstalmeester heeft het nog zo gezegd. “Je hoeft hem niet te kopen.” En “De eerste keuze wordt toch vaak de uiteindelijke jas.” Maar de dames gaan voor lekker aanvoelen, mode, niet te zwaar en liefst geen lange jas. En dan moeten ze ook nog een helm uitzoeken. Nog een crime. Maar na 25 minuten zijn ze zover dat ze achter hun solex staan. De voorstelronde van begeleiders kan beginnen.

De telefoontoestellen zijn ineens fotocamera’s. “Wat is hier de Wiefiecode”, vraagt een vrouw die beduidend boven de gemiddelde leeftijd zit. “Ik wil mijn foto effe op Facebook zetten.” Er wordt aan voorbijgegaan. Er is al veel te veel tijd verloren gegaan en dat gaat ten koste van de rit.

De groep is zo groot dat er met twee solexen wordt voorgedaan hoe een solex werkt. Men kiest zelfs voor een tweede keer voordoen. Dan kunnen we naar de stelplaten en zien wat er is opgeslagen van het voordoen.

“Ga jij maar vooruit, Aad”, zegt een van de medewerkers. “Rijdt maar alvast een oefenrondje.” Als ik vertrek heb ik vijf dames achter me hangen. De rest is in geen velden of wegen te zien. Wanneer ik mijn eerste oefenrondje heb gereden, zijn er nog zeker 20 die nog niet eens gestart zijn. Ik doe een tweede ronde. Dan nog een derde en een vierde. Verdraaid nu rijdt iedereen.

Ik ben nauwelijks op weg als één van de dames mij voorbij rijdt. “Ik hoef geeneens gas te geven en dan rijd ik je al voorbij”, zegt ze. Ik vraag haar in haar rem te knijpen, omdat ik graag iedereen in een keer meeneem. Er is contact met de bezemwagen. Iedereen is op weg. Mijn eerste kilometer zit er al op. Dan kort daarop een berichtje dat er gaten vallen in het solexpeleton. Het is opnieuw remmenknijpen.

We rijden de Kleine Zijdekade af richting Woudseweg. Onder het viaduct door bij de Woudseweg lijk ik met een schoolklas op pad. Er wordt gegild in het tunneltje. We gaan linksaf en moeten het bruggetje over. Zonder gang lukt dat niet. Bijfietsen is een optie. Er stappen dames af en lopen over de brug. Ook de bezemwagen heeft moeite en blijft schuin hangen. We pakken een stukje Noord-Lierweg om daarna richting Woudtzicht te rijden. De eerste groep gaat zo hard dat de volgers niet in de gaten hebben dat we zijn afgeslagen. Ik krijg een melding uit de bezemwagen. “Waar ben je heen gegaan, Aad?” Ik meld het hen en besluit met de rem erop verder te rijden om de club weer bij elkaar te krijgen.

Even later, als ik omkijk, hangt iedereen er weer achter. We rijden de Pastoor Verburglaan op om een stukje verder rechtsaf de Hofzichtlaan op te schieten. Een solexbegeleider komt melden dat deze weg doodloopt. Het wordt een ‘eigen weg’, maar in De Lier kent met het fenomeen Solextoers, we rijden hier vaker. Dan linksaf naar Groeneveld, langs De Zeven Gaten. Hier komen we een vrachtwagen tegen die een trouwlocatie aan het bevoorraden is. Met een klein beetje scheef hangen kan je er langs. Maar kan de bezemwagen er langs, vraag ik me af. Dan wederom de Noord-Lierweg op en via de Veilingweg en het verbindingspad rijden we naar de Lierweg op zoek naar de eerste stop bij eetcafé de Witte.

Alle solexen staan in een mooi gelid langs de weg. Men kiest ervoor om buiten te zitten. De jassen gaan uit, alle knopen weer los. De dakschermen gaan wat naar beneden en de heaters gaan aan. Dan gaat men bestellen. Niet een gewoon kopje koffie, maar alle varianten die je van koffie kunt krijgen. Daarnaast worden er nog andere bestellingen gepleegd. Het appelgebak moet worden uitgeserveerd en hier en daar met slagroom gecompleteerd. Er gaat veel tijd inzitten, wederom ten koste van de solexrit. De beoogde doorstarttijd wordt niet gehaald.

Wanneer we vertrekken sluit bijna iedereen direct aan. Echter de volgende stop ligt niet ver weg. Ik neem de beslissing om er rechtstreeks heen te rijden. Misschien iets te vroeg, maar dan heb ik straks ruimte om de rit wat uit te breiden. Nu kan ik even meer snelheid maken. We hebben een behoorlijke zijwind dat is te merken. Het is goed je stuur vasthouden en een beetje in de wind hangen. Sommige helmen klepperen op het hoofd van de persoon op de solex.

Even voor de afgesproken tijd komen we aan op hoeve Bouwlust. We komen een groep weggaanders tegen die hun consumptie hebben genuttigd. Opnieuw gaan alle solexen netjes naast elkaar. “Jammer dat we alles achter moesten laten bij de Tuinderij”, zegt een van de dames. “Ik had hier iets willen kopen en nu heb ik geen portemonnee bij me.” Ik hoor het aan, maar kan er niets mee.

Het drankje bestellen en afhalen gaat hier snel. Een bittergarnituur komt langs. We kunnen nu ruim op tijd weg. Nog een rit van 40 minuten. Op weg naar Schipluiden heerlijk voor de wind. Net na Akkerleven om de ijsbaan heen, richting Zijdekade. Even iemand vooruit voor de plaatjes. We rijden voor de golfbaan langs en rijden naar de voetbalvelden. Plots zijn we de bezemwagen kwijt, een wissel van solexen. Even verderop een van de Sparta bromfietsen die wat benzine lekt en regelmatig uitvalt. De berijder moet regelmatig meefietsen. Tussen de voetbalvelden en de golfbaan schieten we naar rijksweg A4. We gaan er overheen en dan krijg ik direct te horen dat de groep straks de A4 op moet naar huis. Er staat een file zover je kan kijken.

Wanneer we langs twee Delftse voetbalverenigingen rijden zie ik vanuit de verte de bezemwagen weer aan komen rijden. Maar nu uit tegenovergestelde richting. Het karretje sluit weer achteraan. We gaan het dorp Schipluiden door, komen de valbrug over en rijden een andere groep in. Gezamenlijk terug naar de Tuinderij. Zij nemen de brede kant van de weg, wij de smalle. Samen komen we vlak voor de locatie weer bij elkaar. Daar gaat het mis, maar met een deelnemer van de andere groep. Het hele motorblok gaat aan barrels. De technische dienst ook weer werk.

Bij aankomst zet men de solexen buiten neer. Nog even een foto en dan de jas terughangen en het hoofddeksel terugleggen. Dan de uitreiking van het solexdiploma.

Ik neem een groepje nog even mee door de Tuinderij en vertel hen over wat er meer te doen is. Ze hebben het zo leuk gevonden en willen in januari nog een keer terugkomen, maar dan andere activiteiten doen.

Het was een geslaagde rit zonder slachtoffers. Ik had er wel een beetje een hard hoofd in nadat ik de opstart heb meegemaakt. Ze hebben het als geweldig ervaren en dan gaat het maar een beetje langzamer. So what.

305. “Mogen we een veursnaappering”

Oververmoeid kom ik thuis. Wat een heftige dag. Dit is werken. Maar soms ga je het ook gewoon leuk vinden, werken. En moe, nee hoor echt niet. Vandaag ben ik ingeroosterd geweest bij de De Tuinderij.

Om halftien trilt mijn telefoon in de broekzak. ‘De Tuinderij, vertrek over vijf minuten….’ geeft de display aan, ‘het is niet druk’. Ik haal de batterij uit de lader en plaats deze in mijn fiets. Wanneer ik net op weg ben word ik door twee wielermaten geroepen. “Rijdt met ons mee”, zegt een van hen. Maar zij staan in professionele outfit met hun racefiets in de hand. “Deze keer niet mannen, ik moet aan het werk.”

Windje tegen fiets ik langs de Zijde richting de Tuinderij. ‘Dat wordt wat vanmiddag op de solex met windje tegen.’

Aangekomen bij de uitspanning is het nog rustig, er wordt gestofzuigd, de planten krijgen water, de stofdoek neemt nog het laatste restje stof weg. Het moet er altijd spic-en-span uitzien. Eenieder heeft daar ook een taak in. Vanuit een van de huiskamers hoor ik een hoop geroezemoes. Ik kijk even om een hoekje. ‘Zo dat zijn veel vrouwen’, gaat er door mijn hoofd. Het onderwijzend personeel van een basisschool heeft hun eerste vrije dag van de meivakantie goed besteed en gaat team builden. 28 vrouwen en twee mannen. Ik geloof nu ook, maar weet eigenlijk zeker, dat er maar weinig mannen werkzaam zijn in het lager onderwijs. De dames en heren zitten aan de koffie. Het is een druk gebeuren. Ik houd me afzijdig.

Als ik terugloop naar de ingang kom ik mijn maatjes Tom en Emiel tegen. Zij zijn mijn inspirators voor die dag. “Wat wordt er vandaag van me verwacht?”, vraag ik hen. “Aad, je mag ‘Plankgas door de kas’ begeleiden.” Ik heb geen flauw idee wat het inhoud. “Loop maar even mee”, geeft mijn maatje Tom aan. “Je hebt toch weleens scootmobiel gereden?”, vraagt hij mij. Nee, gelukkig heb ik die behoefte nog niet. “Het kan nooit fout”, zegt hij. Hij haalt het sleuteltje van de spijker, steekt deze in de scootmobiel en met twee handels bedien je het hele apparaat. “Simpel?” Ik haal ook een sleutel van de paal en stap op. Het is net MUS-rijden, alleen gaat het wat langzamer. We rijden even het parcours over ter verkenning. “Ik doe straks de uitleg als de groep er is”, zegt Tom. Ik maak even gebruik van het feit dat er nog niemand is en vraag hem een foto te maken. Als ik deze op Facebook heb geplaatst krijg ik de nodige commentaren. Het maakt mij niks uit.

Als de dames en heren officieel zijn welkom geheten krijg ik een groep mee voor de activiteit die men mij heeft toebedacht. Ze kunnen niet stil zijn en kwekken aan een stuk door. Ze mogen hun eigen team maken en op twee banken plaats nemen. Hierna volgt de uitleg. Er wordt gewoon door de uitleg heen gekwekt. Wie zei er dat de kinderen niet stil kunnen zijn? Na de uitleg mag het eerste parcours worden verreden. Jasje en cap overgeven en dan de volgende. Het is een estafette maar dan met leren jassen. Daar gaat de eerste van start. Hij brengt het er redelijk van af. Ook de dames beheersen de stuur’vrouws’-kunst. Als de man nog eenmaal mag gaat het helemaal fout. Hij ramt met zijn scootmobiel eerst een bromfiets bijna de ruit door naar buiten om even later twee grote planten omver te rijden. De poes die rustig op de strobalen ligt te slapen, springt van schrik omhoog en vertrekt met de staart tussen de benen. Dat gaat lekker. Door deze manoeuvres verliest men veel tijd en ook de wedstrijd. Maar wat blijft men fanatiek. De scootmobieler wordt vooruit geschreeuwd, aangemoedigd en opgejaagd. Leuk om te zien.

Na een tweede parcours is het tijd voor wisselen. De mensen die ‘Je kan de pot op hebben gedaan’, komen nu voor mijn activiteit. Maatje Emiel komt mee en legt e.e.a. uit. Ook nu een gekrakeel van heb ik jou daar. Nog fanatieker dan de eerste groep schreeuwt men elkaar naar de eindstreep om echt klaar te staan voor de jassen- en cap-wissel. De mobieltjes snorren als men op de scootmobiel langs komt. Wat is dit leuk. Het enthousiasme is geweldig. Ik blijf ze aanmoedigen, al wetend dat het onbegonnen werk is. De tegenpartij is al een mens verder. Na driekwartier is het tijd en wordt men terugverwezen naar de kantine. Hier vindt de diploma-uitreiking plaats voor ‘Plankgas door de kas’ en ‘Je kan de pot op.’ Met een natte rug gaat het onderwijzend personeel aan de lunch. Men heeft het geweldig gevonden.

In de middag een solexrit. PAZO18. PAZO18 staat voor vader en zoon 2018. Zoons, studenten aan de universiteit Delft, hebben hun vader uitgenodigd om een activiteit te doen. En wat is er mooier dan gezamenlijk te gaan solexen. Vaders met bravoure, maar ook zoons die daar niet voor onder doen. Na een kledingmetamorfose staat men achter de solex. De solexen die tussen de middag al in het gareel zijn gezet. Een van de vaders haalt meteen zijn solex uit het gelid en gaat er alvast opzitten. Hij was meer keren ondeugend.

Na de uitleg, de oefenronde. Dan komt het nodige commentaar. “De mijne rijdt niet hard.” “Het kabeltje van het gas blijft hangen.” “Ik moet de hele tijd meetrappen.” “Ik dacht dat we gingen solexen, maar ik moet blijven fietsen.”, “Ik krijg de motor niet op het voorwiel.” Ja, de mannen hebben meer commentaar dan ik doorgaans gewend ben. Voordat we weg kunnen is het eerste kwartier al voorbij. Wij rijden met 15 zoons en 15 vaders, dat is een behoorlijke groep en voor je dan echt goed op weg bent, dat duurt wel even. Sommige vaders hebben geen flauw idee waar ze zich bevinden. En zo komt er regelmatig een vader vragen waar we zijn. Maar ook zoons kennen wel de weg, maar waar deze zich bevindt is men onwetend. “Ik wielren hier vaak, maar weet niet hoe het hier heet.”

We gaan na drie kwartier af op de eerste stop. Het Raadhuis Schipluiden. Hier nuttigen we de koffie. Na een klein half uurtje rijd ik hen via het viaduct over de A4 richting Kruithuisweg. Dan eroverheen. Met een fikse tegenwind valt dat niet mee. Het is meetrappen en al het gas geven dat je hebt. Dan via Akkerleven over de Trambrug naar Hoeve Bouwlust. De volgende stop. Nadat men allemaal een drankje heeft besteld, vraagt een van de studs of er ook een ‘veursnaapering’ mogelijk is. Heel even kijk hem aan. “Zoals wat?” “Bîtterballen”, zegt hij, “Twee of drie de man.” Bij Hoeve Bouwlust is men niet moeilijk en er is tijd, dus de frituur gaat aan. Even later doen de snacks de ronde. Ik spreek met de organiserende student af dat hij een stukje vooruit mag rijden om het gezelschap te filmen. Met moeite houd ik de groep tegen, zodat men ook een leuk filmpje kan maken. Als we even later op een brede weg rijden, gaan de gashandels open en rijdt men mij voorbij. Waarschuwen helpt niet, als ongehoorzame kleuters racen ze links en rechts voor de troep uit. Een begeleidende medewerker op de bromfiets moet haast maken om de groep weer bij elkaar te halen. Wanneer ik even later weer vooroprijd, blijken het zoons, maar ook vaders die me links en rechts hebben ingehaald.

We gaan terug naar de stal en de solexen krijgen hun plekje in de stalling. De probleemsolexen krijgen een aparte plaats. De mannen van het technisch onderhoud hebben ook weer iets te doen. Nog even een enthousiaste foto voordat de mannen Delft onveilig gaan maken. Ze gaan er eten in de stad en “lekker drinken”, zegt een van de studenten. Eerdaags hebben ze een MAZO18 dag. Dan mogen de moeders op komen draven voor een activiteit. Waar, dat weet hij nog niet.

Tegen zes uur ben ik weer thuis. Mijn lief is vertrokken naar de Utrechtse rommelmarkt i.h.k. van Koningsdag. Bij mij gaan de schoentjes uit en mijn benen op de bank. Het is genoeg geweest.

301. Solextour met neven en nichten

Het trouwseizoen is weer begonnen, dat betekent speeches schrijven, bezoeken afleggen, informatie inwinnen en de huwelijksbevestiging doen. Maar wat ook weer begonnen is, is het solextouren. Op een zonnige zaterdag in april mag ik mijn eerste rit weer maken en is het solextourgebeuren 2018 gestart.

Via een beschikbaarheidssysteem kan je aangeven wanneer je beschikbaar bent om een rit te maken. Bij de Tuinderij maken ze dan de planning. En zo mocht ik op 7 april bij mijn eerste solextour weer voor op de club uitrijden. Deze keer neven en nichten van een familie. De organisatoren van het familie-uitje komen uit De Lier en dan is het maken van een leuke dag niet moeilijk. Je gaat naar de Tuinderij en daar vullen ze de dag voor je in. Omdat de rest van de familie van ver komt is het dit keer voor de Lierenaren een thuiswedstrijd.

Ik ben met mijn bezemwagenpiloot nog druk aan het overleggen als we het sein krijgen dat de groep reeds welkom is geheten. “Ze staan op de Wurft”, zegt de medewerker die het welkom verzorgde. De ‘Wurft’ is een Westlandse benaming voor ‘het erf’. Zo vindt je meerdere benamingen bij de Tuinderij die of vanuit de Westlandse tuinbouw of uit het Westlands streekdialect komen.

Langzaamaan komt men aangewandeld. De leren jassen moeten worden opgezocht een helm of ander hoofddeksel komt uit het rek en dan kan men naar de uitleg over wat de solex voor een voertuig is. Nog even de jas, portemonnee, telefoon en trui in een kist die wordt afgesloten en dan naar buiten. Daar staan ze negentien neven en nichten, 30ers, 35ers, 40ers. Stoere mannen en vrouwen. De laatste zijn ook niet op hun mondje gevallen en doen vol mee in de conversaties. Al snel heb ik door dat het gezelschap niet van hier is. Ik hoor een zachte G, maar ook andere dialecten. Ik doe er navraag naar. “Oma en Opa kwamen uit Reuzel bij de Belgische grens”, zegt één van de dames. Een dochter is in het Westland terecht gekomen.

Ze besluiten zo’n vijf jaar geleden om een neven- en nichten dag in te stellen. Na een dramatische gebeurtenis besluiten ze het leven leuk op te pakken en de contacten aan te halen. “We willen met elkaar leuke dingen doen, anders zie je elkaar slechts bij begrafenissen.” En zo komen ze vandaag in De Lier terecht en mag ik ze op sleeptouw nemen.

Na uitleg over hoe de solex werkt, wordt het sein gegeven om een oefenrondje te rijden. Een voor een lopen ze het terrein af. Een dame krijgt haar solex niet aangeduwd. Heeft de haak er al afgehaald en heeft niet opgelet. Dat wordt nog een keertje uitleggen. Dan kan de ronde worden gemaakt. Na twee rondjes proef gaan we op pad.

Men heeft gekozen om een eigen picknick te organiseren ergens in de tour. Op het schema neem ik de tijd in de gedachte dat ik er moet aankomen. Dan even schakelen om ook op die tijd op de plaats van bestemming te zijn. Onderweg heb ik het al helemaal in mijn hoofd zitten. Daar gaan we, er wordt gekletst onderweg. Ik rijd alleen aan de kop. Men heeft kennelijk geluisterd dat ik voorop ga rijden en ook als eerste weer op het terrein bij de Tuinderij wil aankomen. Ik maak dat vaak anders mee. Mannen met bravoure die mij voorbij sjezen en op de kop gaan rijden. Ik laat het meestal toe totdat ik het zat ben. Nu komt een mannelijke solexer netjes vragen of hij al even door mag, hij wil de groep op film vastleggen.

We rijden door Schipluiden achter het gemeentehuis om naar de Zuidkade. Ik neem de oude bouwweg en vervolg de rit richting Maasland. Onderweg is mijn klokje de leidraad. Als ik sneller bij de stopplaats dreig te komen dan afgesproken plak ik er nog een ommetje aan vast. Vanuit de bezemwagen komt de vraag waar we heen gaan en hoe het met de tijd zit. Precies op tijd komen we aan bij de parkeerplaats van het Kraaiennest. Daar staat de tafel vol met dozen gebak, koffie, thee en water. “Mijn ketting is er afgelopen”, zegt een van de deelnemers. Dat maakt met een solex niet echt uit tenzij je tegen een hoogje op moet. Dan kan je niet bijfietsen. Samen met mijn hekkensluiter fixen we het probleem. De handen worden schoongeveegd aan het mos naast een boom. Mijn nagels zijn zwart van het vet en geven een ‘rouwrand’, zoals mijn moeder dat zou zeggen.

Als we klaar zijn met de ketting staat er ook voor ons gebak met een kopje koffie. “Echt Belgisch gebak, hé”, zegt een van de deelnemers. We laten het ons goed smaken. Na een kwartiertje is het tijd om opnieuw op te stappen en onze weg te vervolgen. Ik dreig in tijdnood te komen, omdat de route die ik in gedachte heb even meer tijd kost dan het tijdstip dat we bij de volgende stop moeten zijn. Ik besluit iets meer gas te geven, maar wel steeds in de gaten houdend waar de laatste rijdt.

Vlak nadat we weer zijn opgestapt denkt een van de deelnemers dat hij moet gaan schansspringen met zijn solex. Hij rijdt met zijn voertuig het grastalud op en komt harder weer naar beneden. Levensgevaarlijk, want met een greppel in het talud, klap je zomaar over je stuur en maak je na een dubbele flikflak een lelijke landing. Ik probeer hem te waarschuwen, tegen beter weten in, want even later doet hij het nogmaals. Het loopt gelukkig goed af.

Dan komt er een jonge vrouwelijke deelnemer naast mij rijden. Ze vraagt me honderd uit en dan ben je bij mij aan het goede adres. Ik praat wel. Ik leg haar uit wat we onderweg zien. Ze is heel belangstellend. Ze blijkt mijn zoon René te kennen als cabaretier. Zo denderen we door ’t Woudt richting Bonte Haas. We slaan af en rijden langs de veilingroute richting de Zeven Gaten van van Linge. Hier schieten we een fietspad in richting De Lier.

Onze volgende stop is De Witte in De Lier. We zijn er vijf minuten te laat. Dat is weinig op een mensenleven en ik neem het voor lief. “Prima op tijd”, zegt het meisje van de bediening, “jullie kunnen mooi aan de wegkant gaan zitten”.

Nu komt er een biertje, wijntje of frisje op tafel. Men zoekt elkaar op en er wordt druk gesproken. Wat een leuk gezelschap en wat hebben ze het goed voor elkaar. “Moet je weten, dat er nog acht niet zijn”, zegt de vrouw die de organisatie op zich heeft genomen.

Na een kwartiertje geeft mijn bezemwagenberijder het sein dat we vijf minuten later zullen vertrekken. Ik neem nogmaals het woord en vraag aan het gezelschap om zich alstublieft aan de regels te willen houden. Uit eigen veiligheid, maar ook omdat we graag met heel materiaal thuis willen komen.

Als we net op weg zijn komen de onderlinge gesprekken wederom op gang. Dan let een van de dames even niet op en rijdt vol de graskant in. Ze kan haar solex net aan rijdend houden, maar het had zomaar goed mis kunnen gaan. Opletten blijft belangrijk.

Exact op tijd kunnen we de solexen weer netjes het magazijn van de Tuinderij in rijden. Nog even een groepsfotootje en dan is het voorbij. Men heeft het naar de zin gehad en de handen gaan de lucht in.

De jassen gaan terug op de kapstok, de helm in het rek. Op naar de Breedkapper (ook een tuinbouwterm). Aan twee mensen wordt het officiële solexdiploma uitgereikt. Zij zijn met lof geslaagd. De overige krijgen de mededeling dat ze het nogmaals over kunnen doen, want de Tuinderij is zeven dagen per week open. Nadat het begeleidingsteam door een van de geslaagde is bedankt, zit onze taak er op. Het gezelschap gaat naar het eten toe en vermaakt zich nog wel even.

De solexen worden in de loods weer nog even netjes in het gareel gezet en dan een biertje. Nog even praat ik na met mijn jonge begeleider. Het was weer fantastisch. Als ik thuiskom heb ik een compleet verbrand gezicht, de zon heeft zijn best gedaan en mijn mederijders hebben geboft.

Het is uitkijken naar de volgende rit en daar hoef ik niet lang op te wachten. Er zijn al weer drie ritten voor mij ingepland.

256. Een natte solexrit

Op een regenachtige vrijdag rijd ik op de fiets naar mijn nieuwe hobby: Solex rijden. Er zijn flinke buien gevallen, maar ik kom nu droog over. Als ik vlak bij de Tuinderij ben zie ik dat er in een bocht van het oefenrondje een flinke plas is ontstaan. Aan de binnenrand van de bocht ligt ook nog een betonnen varkensrug, deze ligt net onder water en je moet dus weten dat ie er ligt anders zou je een flinke smakker maken als je er met de solex overheen rijdt. Ik besluit het even te melden, veiligheid voor alles. Gewapend met twee trekkers rijden we even later op een Big Daddy richting plas. Het lukt niet om het water weg te trekken, twee pionnen zetten kort daarop de bocht af en wordt het inrijparcours wat verlengd.

Een groep van accountancy uit Voorschoten meldt zich aan de poort van de Solex-tours. Tien mannen en vier vrouwen. Twaalf van de solexrijders zijn ruim op tijd en kijken hun ogen uit. “Hoe komen ze hier eigenlijk aan al die solexen?”, vraagt ’n accountant belangstellend. Ik kan er geen antwoord op geven. Ik weet dat het klein is begonnen en dat het inmiddels behoorlijk uit de jas is gegroeid. Jassen, ook zo’n ding. Als de groep naar de ‘verkleedkamer’ gaat verbaast men zich er over hoeveel jassen er eigenlijk hangen. Dat zijn er veel, zowel van leer, kort, maar ook lang. Voor dames hangen er ook verschillende modieuze jassen, de meeste van stof, met een bontje, een ceintuur, rits of knoopsluiting. Gedateerd maar precies passend bij de activiteit die men die dag gaat doen.

Het wachten is op twee dames. Er wordt een telefoontje aan gewijd. “Waar zitten jullie?” vraagt de leider van het gezelschap. “Afslag gemist”, krijgt hij als antwoord. We wachten geduldig af tot de afgedwaalde dames er ook zijn.

Ik kijk wat in het rond en zie de mannen gluren naar de Big Daddy’s. Een stoere en bijzondere step met dikke banden. De step is niet alleen bijzonder omdat hij zo robuust oogt, maar vooral omdat hij geheel elektrisch is aangedreven! Je hoeft dus niet echt zelf te steppen. De topsnelheid van de step is 30 km/h en de actieradius is 40 km. Een mooi vervoermiddel voor woon-werkverkeer. Je bent niet moe als je op het werk komt.

Dan komt de auto van de dames binnenrijden. “Waar blijf je nou?”, vraagt de leider nogmaals. “Ja, we zaten wat te kletsen en voor we het wisten hadden we de afslag gemist.” Misschien bij de afslag bij Den Hoorn van de A4 nog twee grote borden plaatsen met ‘De Tuinderij’.

De dames en heren gaan de verkleedhoek in. “Ik doe zo’n jas echt niet aan hoor”, zegt een jonge blondine. “Je weet toch niet wie er allemaal al in hebben gereden.” Ik probeer haar gerust te stellen, het helpt echter niet. Ook niet als één van haar collega’s haar probeert over te halen. “Nee”, zegt ze, “ik doe het niet.”

De mannen vinden het daarentegen geweldig en lopen stoer rond. “Ik heb ook zo’n jas”, zegt een net aan twintiger. “Ik heb van mijn pa een oude Vespa overgenomen en rijdt in een club van Vespa’s.” De meegebrachte jassen en tassen gaan in de afgesloten box. Dan op naar buiten. Het heeft, zoals ik eerder meldde de hele ochtend flink geregend, het blijft dreigend maar buienradar geeft niet echt een somber beeld.

Eenmaal buiten krijgt men uitleg over hoe de solex werkt. Men luistert aandachtig. Een van de dames vindt haar pothelmpje toch niet alles en schiet er even tussenuit. Na de demo door John wandelt men naar de betonnen platen waar de tour kan beginnen. Het gaat allemaal redelijk vlot. Op één na krijgen ze allemaal de solex aan en rijden ze achter mij aan voor het proefrondje. Wat ik niet in de gaten heb, is dat er onderweg wat troubles zijn met een solex. Mevrouw krijgt er geen gang in. Daardoor blijven er vier solexen wat achter hangen. Met de rest van de groep gaat het in een sliert over Westlands wegen. Terug aangekomen bij de startplek, mis ik de vier solexen. Ik ga er naar op zoek, ze kunnen nooit ver zijn. Maar als ik mijn oefenrondje heb afgereden ben ik ze nog niet tegen gekomen. Ze blijken hun eigen oefenrondje te hebben bepaald en zijn alvast op weg gegaan. Wanneer ze de groep uit het oog zijn verloren, besluiten ze toch maar terug te komen. Niet eerder heb ik dit meegemaakt. Zou het verlengde oefenparcours daar de oorzaak van zijn? “We zagen plots helemaal niemand meer”, zegt de man die het eerste terugkomt.

Dan kunnen we op weg. De wind is krachtig, de solex moet zijn best doen om de gang erin te houden. Hier en daar moet wat worden bij getrapt. Een van de dames, niet eens zo heel oud, vindt het eng. Zij blijft steeds op een redelijke afstand rijden van haar voorganger en rijdt daardoor steeds dicht in de buurt van de bezemwagen. De langzaamste van het stel bepaalt de snelheid van de groep, zo is bepaald en daardoor heb ik regelmatig contact met John vanuit de bezemwagen. “Effe inhouden Aad, er valt een gat.”

De rit gaat dit keer naar het Raadhuis Schipluiden aan de Dorpsstraat al daar. Een historisch pand uit 1840 dat in 1878 werd aangekocht als raadhuis en ambtswoning voor de burgemeester van Schipluiden. Het bevatte een secretarie en de tuinkamer werd voor raadsvergaderingen gebruikt. Daar is de koffiestop gepland. Men neemt plaats in de mooie binnentuin van de lunchroom. Niet voor lang echter als de regen begint te vallen. Dan neemt men de koffie mee en vertrekt het gezelschap naar de kamer van het oude Raadhuis, waar voorheen de raadsvergaderingen werden gehouden.

Na de koffie en het overheerlijke appeltaartje voor de gasten, lopen we weer naar buiten waar het zonnetje schijnt. Buienradar is geconsulteerd en geeft niet het mooiste weer aan met hier en daar zelfs een grote blauwe puntgrafiek. Eenmaal op weg valt het mee, totdat we vlak voor de onderdoorgang van de Woudseweg zijn. We halen het tunneltje en blijven daar staan tot de slagregen is opgehouden. Wanneer het zonnetje er weer wat doorheen komt, besluit ik opnieuw te starten. Echter nog geen 100 meter op weg valt er opnieuw een bui. Gaan we door of terug? Ik besluit door te gaan, maar een aantal gasten volgt me niet en gaat terug naar het tunneltje. Nu sta ik met een kleine groep in de regen te wachten tot de rest aansluit. De blauwe lucht komt er aan dus opnieuw terug gaan heeft naar mijn mening geen zin.

Nadat iedereen zich weer heeft aangesloten vervolgen we de rit. Op naar de Witte in De Lier. We hebben wat tijd verloren en moeten op tijd bij de volgende uitspanning zijn. Ik kort de weg wat in. Onderweg komt Koos naast mij rijden. Koos is een medewerker van het accountantsbureau. Hij stelt mij allerlei vragen over het gebied. Ik weet er wel wat van en kan zijn vragen beantwoorden. Leuk om ook iets over ons woongebied te vertellen.

Aangekomen bij de Witte komt het drankje op tafel. Als je er op vrijdag komt wordt de stamtafel buiten steeds bevolkt door dezelfde groep oudere mannen. Zij sluiten hier waarschijnlijk de week mee af. Al zullen ze geen van allen meer werken. Na het drankje aanvaarden we de terugweg. Dan komt het bravoure wat naar boven bij de solexrijders. Men poogt mij in te halen en trekt het gas open. Mijn solex rijdt doorgaans het hardst, maar dit keer niet. Ik word door twee solexen ingehaald en voorbijgereden. Ik laat het even zo, ben geen politieagent en weet dat ik altijd als eerste het solexterrein weer oprijd.

Bij terugkomst gaan de solexen weer netjes de loods in. Om en om worden ze teruggezet. Men is heel gewillig om hier ook aan mee te werken. Dan nog even de foto rondom de bezemwagen en dan is het feest over, maar niet eerder dan dat het Nationaal Solexdiploma is uitgereikt. Dit keer is het Koos, Koos die al die tijd naast mij heeft gereden, die als enige het waardevolle en serieuze document krijgt overhandigd. Al snel wordt er door zijn collega’s gesproken van doorgestoken kaart. Hij zou mij hebben beïnvloed. Ik kan hen geruststellen, dat is ook zo .

De jassen worden teruggehangen. De solexrit is weer voorbij. De kleding is onderweg lekker droog gewaaid. Het was weer een leuke rit. Nog even napraten met John een biertje als afsluiting en dan maar weer afwachten wanneer ik weer mag. Het wordt winter en dus zullen er niet veel solexritten meer zijn. Ik wacht rustig af tot ik weer word ingeroosterd.

221. Verjaardagsfeestje op de solex

Vandaag moet ik als solexritbegeleider weer aan de bak. Een dame die deze dag jarig is en 50 jaar is geworden viert met nog 12 vriendinnen haar feestje op de solex. Voor mij is het de tweede keer dat ik als begeleider mag mee doen.

Rond één uur rijd ik op mijn fiets richting de Tuinderij. Een heerlijk gelegenheid om een feestje te vieren, maar ook om een solextour te doen. Het weer is ons goed gezind. De zon is stralend. Als ik mij meld komt Kevin naar mij toe. Hij is vandaag mijn medebegeleider, mag in de bezemwagen en heeft de leiding van de groep. Kevin is nog een student, net aan drie turven hoog, maar weet wel waar hij het over heeft. Je hoeft niet te vragen waar hij vandaan komt. Niet een beetje Westlands, maar gewoon puur Westlands. Uit de tongval en de zinsopbouw is duidelijk te merken, hij komt uit een tuindersdurp. Niks mis mee, overigens. Na een kort kennismakingsgesprek weet ik al wat ik aan hem heb.

“Welke route”, vraag ik hem. “De Midden-Delfland/Westlandroute, Aad”, krijg ik te horen. Dat is fijn, want de route richting Staelduinsebos heb ik nog niet eerder gereden. Ik zoek een portofoon op en test die even uit. Vorige keer ging het mis, had mijn gehoorapparaat nog in en was onbereikbaar. Dit keer ging het prima. Gehoorapparaat uit. Ik loop naar het leren jassenrek en zoek er een korte jas uit. In de kantine zoek ik nog even naar een ‘de Tuinderij’-jack. Vorige keer heb ik een koudje opgepakt, daar had ik nu geen zin meer in. Als ik mijn gele hesje opzoek, zie ik de groep al aankomen. Dames van net aan 50 iets er onder of iets er over heen. Sommige strak in het kapsel, andere prima gekleed op een solextour. Kevin ontvangt de groep en heet hen welkom. De dames giechelen al bij de gedachte om op een solex te zitten. Dan gaat de aankleedsessie beginnen. De ene jas is nog leuker dan de andere. Ga ik voor leer of ga ik voor bont? Heb je ook een maatje groter? Kan ik deze jas ook kopen? Hoe komen jullie aan zoveel jassen? Het wordt een feest dat merk ik al. Dan de helm of ander hoofddeksel opzoeken. Het is een amusante groep.

Kevin legt uit hoe de solex werkt, maakt er wat grapjes bij en heeft de aandacht. Tenminste het lijkt erop dat de dames aandachtig luisteren. Dan nog even de spelregels uitleggen over wat wel en niet mag en dan op pad.

De inrijronde vindt plaatst naast het complex. Sommige hebben toch echt niet opgelet. Hoe krijg je de motor op die band? Waar dient dat rode knopje voor? Hoe moet ik gas geven? Waar zitten de remmen? Het houdt niet op. Als één van de dames de solex niet aankrijgt probeer ik hem even op gang te krijgen. Maar vandaag heeft de solex er geen zin in. Even één omruilen en dan gaan we.

Al bij de eerste bocht gaat het fout. Mevrouw durft niet de hoek om te sturen en rijdt rechtdoor een andere weg op. Eén van de blondjes krijgt er geen gang in en probeert aan de verkeerde kant van het stuur gas te geven. “Hij draait niet”, geeft ze Kevin mee. Ze heeft nog nooit op een sneller vervoermiddel gezeten dan een fiets. De groep heeft er geen gang in. Ik moet als voorrijder regelmatig mijn gas los laten, om de groep weer bij elkaar te krijgen. De vrouw met de oranje jas en de brandweerhelm op blijft in de buurt van de bezemwagen, bang dat het fout zal gaan.

“Mooi gebied, hier”, krijg ik mee. Als ik hen vraag waar ze vandaan komen blijkt dit Voorburg en Leidschendam te zijn. “Nog nooit hier geweest”. Bij degene die bij mij in de buurt rijden probeer ik iets over het gebied te vertellen. Als we zijn aangekomen bij onze eerste koffiestop, blijkt deze afgezegd door de Tuinderij. Dan blijkt dat we de verkeerde route rijden. De dames mogen er niet de dupe van worden, dus zoek ik een andere locatie. Voor mij niet moeilijk, het is mijn woondorp. Op het terras van Bakkerij Hoek is plek. Even met de eigenaar overlegd en alles komt in orde. “Van mij mag je vaker komen”, zegt de bakker. De koffie/thee en fris wordt uitgeserveerd en daar hoort een gebakje bij. De bakker heeft nog een aardigheidje voor de jarige. Heel attent, Bob. De dames genieten van het leuke dorp en verbazen zich er over dat ik door veel mensen word begroet. Na 20 minuten wordt het tijd om weer op te stappen. We hebben wat tijd verloren en moeten ook nog eens teruglopen naar de solexen, die we bij de kerk hebben gestald. Vrolijk keuvelend hebben de dames geen haast en genieten van het lekkere zonnetje.

Weer op de solexpedalen is het voor sommige wederom even wennen. Hoe werkte het ook al weer? Op naar ’t Woudt, langs de Zweth over de brug terug langs de Bonte Haas richting Veilingweg. Dan door het tuinbouwcomplex Groeneveld, over de Noorlierweg richting De Lier. Nog wat binnendoor weggetjes om dan uit te komen op de Lierweg. Op naar De Witte voor de tweede stop. Niet te lang, want we hebben tijd verloren. Na een frisje gaat de tocht terug naar de basis.

Om 16:55 uur draaien we het terrein weer op. De solexen gaan de stalling weer in. Tijd voor een foto op en om de bezemwagen. Kevin schiet als volleerd fotograaf nog even wat foto’s. Een solexdiploma wordt uitgereikt aan de beste solexrijdster, toevallig de dame die haar 50e verjaardag viert. Hoera.

De jassen en attributen worden teruggehangen. Het feest is voorbij. De dames glimmen, hebben het super naar de zin gehad en kunnen hun sterke verhalen straks thuis vertellen.

Het was weer erg leuk om te doen. Met veel plezier heb ik voorop mogen rijden. Het zal zeker niet de laatste keer zijn.


209. Een bijzondere eerste Paasdag

Al een aantal maanden in de knip en dan op eerste Paasdag is het zo ver. De gewonnen solextour van Westland Solextours bij de Tuinderij, voor zes personen, kan worden verzilverd. Wilma doet vaker mee met Facebook-acties en deze keer werd zij uitgeloot.

Met onze jongens, een vriend en vriendin van hen zullen we deze middag beleven. Voor ons, mijn lief en ik is het niet onbekend. Wij reden eerder zo’n rit. Voor onze jongens en hun mede-solexer is het echter de eerste keer dat ze op zo’n gemotoriseerd vehikel plaatsnemen. Kregen we eerder een begeleider en bezemwagen mee, dit keer waren we aangewezen op onze eigen navigatie. Nou is dat niet zo moeilijk, want het gebied kennen we door en door.

Heel even dreigt het weer roet in het eten te gooien. Het zou de hele dag regenen, had Helga van Leur aangegeven. Oudste zoon appt: ‘kunnen we geen andere activiteit doen met die regen.’ Maar dat is niet de gewonnen prijs. Als ik in de ochtend wolkenvelden zie naderen, komt ook bij mij de twijfel. Echter positief blijven dat wint het van een negativiteit. Als beide zoons thuis arriveren hebben ze al een bui op hun dak gehad. In Midden-Delfland vielen slechts wat druppels.

Om half twee worden we verwacht. De ontvangst aan de deur bij de Tuinderij is hartelijk. “Goedemiddag familie, hartelijk welkom bij de Tuinderij”. Als Wilma uitlegt dat zij een prijswinnaar is wordt ze even meegenomen. De rest van het gezelschap mag zich vermaken op locatie. Je kijkt er de ogen uit. Alles in de jaren ’70, ’80, ’90. De tijd van thuis herleefd. Wat een gezellige locatie. Oud ingerichte huiskamers, allerlei spelelementen als Wc-pot race, scootmobiel race, levend tafelvoetbal en nog veel meer ander oudhollandse spelletjes. Een superleuke locatie voor een feestje. We krijgen een plekje toegewezen waar we koffie en thee mogen pakken en gebruiken.

De jongsten gaan op onderzoek uit wat er allemaal te doen is. Wij ontmoeten een achternichtje van mij die ik al meer dan 40 jaar niet heb gezien. De herinneringen worden opgehaald.

Dan worden we gehaald door een medewerker van de Tuinderij. We mogen onze kleding uitzoeken. Aan een kapstok hangen ruim 150 verschillende oude leren jassen. Daarnaast is er voor dames nog een rek met meerdere jassen uit de eerder genoemde jaren. Wat een kapitaal aan leer hangt er. Als de jassen zijn aangetrokken, is het de keuze aan helmen, potjes, oude valhelmen, piloten cap en Duitse helmen. De keuze is te groot om direct de juiste hoofdbeschermer te kiezen. Doen we nog handschoenen aan en een sjaal om? Het is 11°C dus gek is het niet. Maar we zijn geen mietjes en kiezen er dus niet voor.

We wandelen met de medewerker mee die, in onvervalst Westlands, de uitleg doet van de bromvliegen. Even van de haak halen wat versnelde passen met de solex en gaan. Nog snel een oefenrondje en dan op weg.

Onderweg hebben we de nodige bekijks. Mensen lachen als je langs rijdt. Men steekt de duim op. Slechts op één van de solex zit een toetertje. Zoonlief gebruikt deze regelmatig, waardoor je spontaan op zij gaat als je het geluid hoort. De andere roept steeds ‘môguh’, als hij voorbij komt. De sfeer is super. De jongeren geven aan dat ze het zo leuk niet hadden voorgesteld.

Via ’t Woudt rijden we door Den Hoorn om door te stomen richting Markt in Delft. Tijd voor een drankje. De koude wind zorgt voor een traantje langs het gezicht. Op de Markt zijn we een bezienswaardigheid. De solexen krijgen alle belangstelling en ook wij in onze lange leren jassen zijn een bijzonder element. Even verderop de Markt is een open dienst aan de gang. ‘Jezus Leeft’ staat er op het spandoek. Er wordt gezongen. Voor ons wordt het tijd voor een drankje, een bitterballetje en kaasstengeltje. Na een half uurtje wordt het tijd om de tour te vervolgen. Als we op willen stappen komen de camera’s van toeristen te voorschijn. Er wordt nog even een praatje gemaakt en daarna weer vertrekken. Via de Beestenmarkt, Kruisstraat, Zuidwal over de busbaan de stad weer uit richting Abtswoude. Opnieuw die koude wind. Mijn knieën zijn intussen steenkoud. Op naar de volgende locatie. Door het park naar de Abtswoudseweg. Via de Breeweg naar de Vlaardingervaart.

Als we arriveren bij Vlietzicht in Midden-Delfland worden de solexen onbeheerd neergezet. Het is tijd voor een beker warme chocolade met slagroom om ons even wat op te warmen.

De tijd gaat dringen, onze tourtijd is bijna om. Gaan we binnendoor of nemen we nog een omweg? Ik kies voor het laatste. Vijf minuten na de officiële inlevertijd komen we terug bij de startplek. Nog even een drankje doen. Uiteraard krijgt onze prijswinnares het fel begeerde solexdiploma. Wat hebben we onderweg gelachen, plezier gehad en wat was het gaaf. Gaaf en leuk ook om te zien hoe onze vier gasten het fantastisch naar hun zin hebben gehad. Super leuk.

We kunnen terugkijken op een prachtig leuke eerste Paasdag. Anders dan de meeste eerdere paasdagen. Een heerlijk arrangement dat de Tuinderij ons cadeau gaf. Bedankt, jullie hebben ons veel plezier verstrekt.