374. Een middagje VV Schipluiden

Stralend weer, wat fris maar prachtig weer om na lange tijd weer eens te gaan kijken bij de VV Schipluiden. Het geeft mij altijd een beetje een dubbel gevoel als ik er heen ga. De laatste vijf wedstrijden dat ik ben gaan kijken behaalde het team niet een keer de driepunter. Moet je dan wel gaan? Echter de laatste verslagen lezend is het elftal in de winning mood, dat zal dit keer dus niet misgaan.

Ik rijd het sportpark op en verbaas me over het aantal fietsen dat er staat. Ook de parkeerplaats is meer dan doordeweeks, bezet. De velden zijn leeg op het hoofdveld na. Aan de poort twee mensen die het programmaboekje uitreiken. Moet ik betalen? Geen idee, men laat me er zo door. Ze hebben het druk samen een goedemiddag kan er niet af. Ik zet mijn fiets tussen de anderen. Er is nog een kwartier te gaan voordat de wedstrijd aanvangt. Duindorp SV is de tegenstander. Ik ken de club nog uit de tijd dat ik zelf nog wedstrijden floot. Toen nog een pure zondagvereniging waar Schipluiden dat in die tijd ook was. Het team van Schipluiden is nog bezig met de warming-up. Duindorp is de kleedkamer al ingegaan.

Ik kies voor een plekje aan de korte zijde tegen de kantine aan. Als ik net over het hek hang galmt vanuit de luidsprekers de opstelling van beide teams over het veld. Het is niet druk langs het veld. Zo’n vijftig mensen voor de kantine en hooguit een dertig man/vrouw langs de afrastering. Op de tribune zitten nog geen tien mensen. Ondanks het mooie weer valt het aantal bezoekers mij tegen. Waar is de tijd gebleven dat het zoeken was langs de lijn voor een mooi plekje.

Het zonnetje brandt in mijn gezicht. Ik sta aan de verkeerde kant, kijk tegen de zon in. Ik wandel naar de lange zijde, tegenover de tribune.

De teams komen het veld op. Alsof ik profclubs het veld op zie wandelen. Nog geen mini-spelertjes aan de hand maar verder klopt het. Spelers wensen elkaar een prettige wedstrijd. Je hoort de handen op elkaar kletteren als men de tegenspelers begroet. Wat een mooi gebaar. Na een controle van scheidsrechter Maarten Streef of iedereen er klaar voor is klinkt het fluitsignaal. Duindorp trapt af.

De wedstrijd is nog geen tien minuten bezig als de rechtsbuiten (nr.12) van Duindorp zijn tegenstander zo goed als onder de zoden trapt. Kermend zakt de getrapte speler naar de grond. De scheidsrechter roept hem ter verantwoording, maar laat het met een vermanend woord, waar naar mijn mening rood op zijn plaats zou zijn geweest. Geen VAR helaas. De toon is in ieder geval gezet. Duindorp dat op een tiende plaats staat zal zich door Schipluiden, derde, niet zomaar naar de slachtbank laten leiden.

Er is geen sprake van hoogstaand voetbal. Inzet is er wel, zowel voetballend als fysiek. Als de laatste man van Schipluiden in het strafschopgebied de bal met de hand over de achterlijn werkt, wuift de scheidsrechter een strafschop weg.

De brede spits van Duindorp speelt vaak met zijn lichaam, hij ramt er in met ook kans op een eigen blessure. Als hij een corner neemt, bij mij in de buurt, zit zijn hele gezicht beplakt met de zwarte korrels die op het veld liggen. Beide clubs geven elkaar echt niets cadeau, waar overtredingen aan de lopende band plaatsvinden. Het erwtje in de fluit van de scheidsrechter blijft rollen. 

Een overtreding op de enkels van de spits van Schipluiden wordt opnieuw niet bestraft met geel. De scheidsrechter heeft het kennelijk prima naar de zin zo. Met een lachend gezicht rent hij als een hinde tussen de spelers, maakt zo af en toe een opmerking en laat zijn autoriteit gelden als de bonkige spits van Duindorp wederom niet voor de bal, maar voor de man gaat. Met twee handen gebaart hij dat de spits bij hem moet komen. Hij wordt opnieuw toegesproken en komt er zonder klerenscheuren vanaf.

Aan de overzijde wordt de bal op rechts gespeeld. Een vrijstaande speler van Schipluiden wordt onderuit geschoffeld. Resoluut wijst de scheidsrechter naar de witte stip op elf meter. Chris, een van de weinige spelers die ik nog van naam ken, laat zich kennen als goalgetter. 1 – 0. Nu is het een kwestie van doordrukken. Helaas dat gebeurt niet. Men laat zich terugzakken en laat aan Duindorp de kansen. Maar ook bij hen geen afmakers. De sfeer in het veld wordt grimmiger. Men schopt naar elkaar alsof het een bal betreft. De scheidsrechter grijpt in, hij trekt het eerste geel. Kort daarop is het rust.

Ik wandel naar de overkant van het complex en ga op de tribune zitten. Een gezellig gesprek met de vrouw van een van de bestuursleden veraangenaamd de middag. Op het veld dezelfde fysieke aanvallen als voor de rust. De rode kaart blijft in de zak van de scheids. Hij zit overal redelijk bovenop, maar het trekken van de rode, nee, dat doet ie niet. Vervolgens blijft hij gele kaarten tonen. Wanneer drie spelers van Schipluiden echt hinderlijk buitenspel staan, ik zat op één lijn, en de grensrechter aan de overzijde terecht met zijn vlag wappert laat hij doorgaan en maakt hij met het vingertje zichtbaar dat het wat hem betreft geen strafbaar buitenspel is. De drie spelers gaan alleen op de keeper af. Een niet te missen kans. Tot scoren komt het echter niet. Dan even later aan Schipluiden zijde. Even niet opletten en de bal hangt er aan de andere kant wél in. 1 – 1. Op de tribune achter mij scanderen jonge supporters: “Ali, Ali. Alle ballen op Ali”. Kort daarop komt hij in de ploeg. Hij kan het tij echter niet keren. Na opnieuw een grove overtreding trekt de scheidsrechter opnieuw geel. De achtste voor een Duindorp speler. De speler had al geel en krijgt nogmaals geel. Met rood vertrekt de speler en is Duindorp in ondertal. Even later ook aan Schipluiden kant geel. Een speler die er in grossiert probeert het nog weg te krijgen, maar de scheidsrechter is onverbiddelijk en terecht. Nog een paar minuten, nog een kans, maar opnieuw niet. De grensrechter aan de overzijde doet alsof hij de baas is en zet met een duwende beweging een speler van de VV van de bal. De scheidsrechter moet er aan te pas komen om het te sussen. Het eind is in zicht, waar men elkaar eerst onderuit schopte geeft men elkaar na het laatste fluitsignaal de hand. Geen strijd meer, de vrede wordt gesloten. Eindstand 1 – 1. Schipluiden verliest naar mijn mening, kostbare punten, waar dit niet nodig was geweest.

Komt het door mij dat ze weer niet winnen? Ik ga het in het vervolg volgen via de krant, dat lijkt me beter. Een ding is zeker de tweede helft heb ik lekker kunnen bijkletsen. Het was een gezellige middag ondanks het feit dat ik de ambiance van de zondagsport mis.

123. Vrijwilliger ben je voor het leven

Het is 26 april 2016. Zo meteen mag ik deelnemen aan een lunch ter ere van iemand die zojuist een koninklijke onderscheiding heeft ontvangen. Ik denk dan terug aan die gelegenheid dat ikzelf onderscheiden werd. Een volkomen onverwachte waardering voor al het vrijwilligerswerk waar ik altijd ontzettend veel energie uit heb gekregen en dat me zoveel heeft opgeleverd. Ik ging terug in de tijd en vertrouwde het aan het papier toe.

50 jaar vrijwilliger. Al mijn hele leven ben ik vrijwilliger. Het is me aangeboren of zit in mijn genen. Op 14 jarige leeftijd ben ik er mee begonnen. Ik voetbal bij SV Den Hoorn en er wordt een mini-afdeling opgezet. Kinderen tussen 4 en 6 jaar mogen komen voetballen en spelen op de grote groene weide. Op zaterdagochtend rond de klok van 7:00 uur haalt mijn moeder mij uit bed om op tijd te zijn bij activiteiten rondom het jonge spul. Met acht tot tien leiders komen we om 8:00uur bij elkaar in de oude houten kantine op het sportcomplex aan de Woudseweg. Er wordt een heel spelprogramma in elkaar getimmerd voor de ruim 100 krioelende kleine knulletjes. Het gaat niet om het voetballen alleen, er zitten spelelementen in die soms met voetballen te maken hebben, maar even goed spelen we met het grut een levend ganzenbord. Een glaasje limonade aan het eind van de spellenochtend is voor de jeugd de kers op de taart. De mooiste herinneringen heb ik aan de ochtenden dat de kids volledig onder de modder naar huis gaan. Als het die nacht heeft geregend doen we het spel: buikschuiven. De meest smerige speler ontvangt na zijn glaasje ranja ook nog een Mars. Dat de ouders daar niet altijd even gelukkig mee zijn, hebben we regelmatig ervaren.

Eens in de zoveel tijd worden er wedstrijdjes gespeeld. Bij Delft en Delfia hebben ze ook een dergelijk mini-afdeling. Wedstrijden 15 tegen 15 of soms wel 20 tegen 20. Wat hebben we er een plezier aan beleefd. Tot aan mijn diensttijd ben ik er altijd zeer actief mee bezig geweest.

Op 16 jarige leeftijd kom ik tot de ontdekking, dat ik geen hoogvlieger ben qua voetballen. Ik word winnaar van een spelregelquiz van de KNVB en besluit me in het zwarte pak te hijsen om voetwedstrijden te leiden. Acht dinsdagavonden op de fiets naar de Suezkade in Den Haag om me verder te bekwamen in de spelregels, waarna ik na het slagen de KNVB-badge van de afdeling HVB (Haagse Voetbalbond) krijg uitgereikt. Mijn allereerste wedstrijd is die tussen ADS 13 – Oliveo 9. Mannen die mijn vader en wat voor sommige geldt, zelfs mijn opa kunnen zijn. Het is de veteranencompetitie waar ik mijn eerste wedstrijd mag fluiten. Uiteindelijk ben ik scheidsrechter gebleven tot net na mijn trouwen. Op 29 jarige leeftijd houdt ik het voor gezien. Soms doe ik het met heel veel plezier, maar meerdere keren ben ik blij als ik weer heelhuids thuis ben. Een leuke anekdote is het feit dat toen ik een wedstrijd floot voor de bedrijvencompetitie in Delft ik bij het verkleden, plots een enveloppe met daarin fl. 200,00 aantrof in mijn sporttas. Twee concurrerende cafés spelen om de bedrijvenbokaal in de finale. Een besnorde eigenaar van één van de cafés heeft kans gezien om, terwijl ik even naar het toilet ben, de enveloppe in mijn tas te doen. Het is vrij simpel om vast te stellen om welke café het gaat. Er zit een briefje bij dat ik ben uitgenodigd voor het buffet en het feest dat zal worden gegeven bij het ‘winnende’ café. Ik heb me niet laten beïnvloeden en heb de enveloppe uiteindelijk afgegeven aan de organisatie van het bedrijventoernooi. Dat het café, waarvan ik vermoed dat de enveloppe is, won, is puur omdat ze meer kwaliteiten in huis hebben.

Op 17 jarige leeftijd treed ik toe tot de jeugdcommissie van SV. Den Hoorn. Als secretaris van deze commissie heb ik me zeven jaar met veel plezier ingezet. Ik heb geen tijd of eigenlijk geen zin om te studeren en geef er alles aan om me als vrijwilliger in te zetten. Ik heb nauwelijks tijd om op tijd mee te eten omdat ik weer naar de voetbal moet. Mijn MTS-opleiding laat ik voor wat het is. Dat laatste wordt met name door mijn moeder niet in dank afgenomen.

Elftallen van de SV gaan in de zomermaanden op kamp. Zo komt het voor dat ik in één jaar mijn volledige eigen vakantie opgeef om met hen mee te gaan. In één jaar zelfs drie weken achtereen. Mijn moeder weet niet hoe ze de was op tijd weer schoon en gestreken mee kan geven. De Nederlandse kampen waar ik mee naar ben toe ben geweest, 9 in totaal, worden gehouden in Borculo, Weert, Zundert, Amersfoort of Leusden. Één kamp waar ik als leider meega, vertrekt naar Duitsland, Feschweiler om precies te zijn. Op 22 jarige leeftijd ga ik voor het eerst vliegen met een groep A-junioren. Ook dit gaat uit van SV Den Hoorn. Pineda da Mar is de ‘place to be’. Met 18, jonge haantjes gedrag vertonende, jongens in de leeftijd van 17 t/m 19 jaar en twee andere leiders (Ton van Ginkel en Ko de Vast) spelen we daar wedstrijden en vieren vakantie. Onze jongens laten zich gelden in het uitgaansleven. Tot tweemaal toe hebben we een bemiddelende rol moeten spelen tussen de Gardia Civil en één van hen.

Binnen Den Hoorn zoekt men mogelijkheden om de jeugd tussen 9 en 12 jaar iets leuks te laten doen op de zaterdagavonden. Dat krijgt gestalte in 1967. Naast dansclub Smurf is er voor deze jonge jeugd niets te doen. Met een aantal leden van de jeugdcommissie van SV Den Hoorn springen we in het gat en gaan we open-jeugdavonden organiseren. Er worden gezelschapspellen gespeeld, getafeltennist, geschaakt en gedamd, bingo gespeeld en gedanst. Het kleine toneeltje in de zaal van de toenmalige gymzaal is de discovloer. De eerste kusjes tussen jongeren worden er soms uitgedeeld. Er wordt gedanst en geslepen (dansvorm). Tot aan mijn militaire diensttijd ben ik hieraan verbonden.

Vanaf mijn negende jaar speel ik trompet/piston bij de fanfare van het Sint Joris-Gasthuis, Kunst Na Arbeid. Mijn opa heeft er gewerkt en zo is ook mijn vader er lid geworden. Net uit militaire dienst zoeken ze een secretaris. Ik ben er niet te beroerd voor om dit op me te nemen. Vier jaar lang schrijf ik met de hand de notulen van de vergaderingen, om deze later uit te typen op een typemachine. Menig keer moet ik Tipex gebruiken, typen was nl. niet mijn sterkste eigenschap.

Inmiddels heb ik verkering gekregen en moet ik mijn tijd wat meer gaan verdelen tussen het meisje en de hobby. Dat valt niet altijd mee. Ook omdat het meisje een flink aantal jaren jonger is dan dat ik ben. Ze mag/kan soms niet mee. Met nog twee broers en drie anderen hebben we een dansband geformeerd, genaamd Monday. De naam omdat we op maandag altijd repeteerden. Daarnaast speel ik ook weer met die zelfde twee broers in een boerenkapel. Dat betekent dat we soms nog laat op pad zijn. Omdat het meisje op tijd thuis moet zijn, rijd ik soms tussen twee optredens even heen en weer, breng haar thuis om vervolgens weer terug te keren en de optredens af te maken.

In Den Hoorn vindt men het tijd worden om jongeren meer te betrekken bij de kerk. Door het toenmalig parochiebestuur worden mensen benaderd om hierin mee te participeren. Ik ben er daar één van. Elke zaterdagavond sta ik op het altaar achter de organist om mijn deuntje op trompet mee te spelen. Ik doe dit meestal met mijn broer Martin samen. De kerk is vol tijdens de jongerenmissen. Ook Wilma staat er en doet mee in het koor. Tot aan ons trouwen zijn we trouwe deelnemers aan deze diensten. Menig keer kwam men naar de kerk voor de ‘gebroeders Brouwer’, zoals men ons noemde, naar een tweetal getalenteerde trompetartiesten.

Dan trouwen we en verhuizen van Holland naar België (voor de niet kenners van Den Hoorn naar Schipluiden). In Schipluiden wordt wel gebouwd, in Den Hoorn is er geen sprake meer van nieuwbouw. Door mijn leeftijd, ik ben dan inmiddels 27 jaar, en door mijn economische en sociale binding met de gemeente heb ik genoeg punten om ingeloot te worden voor een woning in de wijk Rozemarijn.

Intussen heb ik mijn scheidsrechters pak aan de wilgen gehangen door een akkefietje in het veld. Ik voelde me niet veilig meer en besluit om mijn scheidsrechters carrière te beëindigen. Wanneer ik echter in het huwelijk ben getreden en inmiddels in Schipluiden woon, kan ik het niet laten en ga ik wederom wedstrijden fluiten, nu voor de plaatselijke voetbalvereniging, toen nog ASSO, later VV Schipluiden.

In 1988 behaal ik via mijn werkgever mijn EHBO diploma. Daardoor ben ik veelvuldig betrokken bij evenementen waar ik behulpzaam ben met de gele tas met de blauwe letters EHBO erop, die ik dan over mijn schouder heb hangen. Hulp op de zaterdagen op het voetbalveld of de Zomerfeestenactiviteiten.

Als men bij het parochiebestuur van de katholieke kerk mensen zoekt om in de parochieraad plaats te nemen, komt men wederom bij mij terecht. Met negen jaar deelname, de maximale tijd, aan deze raad heb ik met veel plezier mensen in mijn nieuwe dorp leren kennen.

Wanneer de toneelvereniging VAT’75 het toneelstuk de Jantjes gaat opvoeren zoeken ze nog een ‘Amsterdammer’ die daarin zou kunnen spelen. Ik speel in het stuk een signaal op trompet en mag de rol van De Mop vervullen. Mijn enige toneelrol ooit. Wat ben ik zenuwachtig om die drie zinnen te zeggen. Later heb ik nog éénmaal op het podium gestaan bij de musical over Rozemarijn. Teksten onthouden, is niet aan mij besteed. Ik speel het liefst mijn eigen rol. Verzin het liefst mijn eigen teksten, wat voor tegenspelers niet altijd handig zal zijn.

Inmiddels hebben we een nieuwe bewoner in de straat gekregen. Hij stelt voor om een straatcomité te formeren. Met mijn vele ervaring ben ik de ‘juiste’ persoon om er deel van uit te maken. Het organiseren van de jaarlijkse BBQ en het beheren van de lief en leedpot van de straat behoort tot mijn functie. Ik maak de verslagen en koop met Wilma alles voor de BBQ in.

Dan gaan onze jongens naar scouting en op de voetbal. Met scouting heb ik niet zoveel, ben er zelf nooit lid van geweest en besluit me daar niet als hulp aan te bieden. Bij de voetbal wel, Ik ben er een aantal jaren leider bij één van de elftallen waar één van onze jongens in speelt.

Intussen wist ook de voetbalvereniging Schipluiden mij te strikken voor het jeugdbestuur. Met een zeer gedreven groep hebben we het jeugdbestuur een fantastische glans gegeven. Nog altijd wordt er over die tijd gesproken. Na zeven jaar wordt het tijd om het stokje over te dragen.

Het clubblad van de sportvereniging verdient een oppoetsbeurt. Zonder enige kennis van de computer bied ik aan om me er in te verdiepen. Mensen achter hun vodden aan zitten als men copy moet inleveren. En als er te weinig copy is maak ik zelf een verhaal over allerlei zaken die ik tegenkom. Menigeen heeft zich afgevraagd wie de “verhalen langs de lijn” schreef. Ik heb het nooit, nou ja, nu dan, bekend gemaakt.

Bij scoutinggroep Marco Polo komen ze in 1993 een Sinterklaas te kort. Men heeft een Sinterklaasfeest aangenomen bij het personeel van de Makro. Een Sint was niet te vinden. Dat was op mijn lijf geschreven. Vanaf november 1993 t/m heden vertolk ik die rol nog steeds.

Als in de zomermaand augustus de Zomerfeesten in Schipluiden plaatsvinden, beman ik één, twee, soms drie avonden één van de barren. Een hele avond tappen, tot de handen er als verdouwelde doekjes uit zien. In 2014 is het mijn laatste keer. Het is een zeer vermoeiende avond en sommige jeugdige bezoekers zijn van mening je te mogen bekritiseren en beledigende opmerking te mogen maken.

Na de voetbal komt toch scouting om de hoek. Men zoekt een secretaris. Omdat ik schrijven en besturen leuk vind, neem ik plaats in een bestuur dat er al heel lang zit. Als na één jaar ook de voorzitter opstapt, doe ik die taak er bij. Na 17 jaar is het welletjes en neem ik er afstand van. Een drukke functie met de vele vergaderingen, de verbouwing van het gebouw, gemeentebesprekingen, bestuursvergaderingen en groepsraden kosten mij veel tijd.

Als lid van het 4/5-meicomité zoekt men bij scouting Schipluiden ondersteuning voor bij de kranslegging bij het monument. Ook daar heb ik vanaf 1997 t/m 2013 deel van uitgemaakt. Ik verzorgde de teksten en deed de aankondiging/ceremoniemeester bij het monument.

Bij een braderie op het dorp, neemt Wilma twee inschrijfkaarten mee voor het bloeddonorschap. zij schrijft ons allebei in. Ik ben er wel een beetje huiverig voor, gezien mijn ervaring tijdens mijn dienstplicht. Ik was nog niet aan de beurt, als ik me flauw voel en onder een tafeltje wakker word. Als ik echter de eerste keer bij de bloedbank Sanquin op een hele goede manier word opgevangen, ben ik om. Ruim 80 keer heb ik hen vrijwillig mijn arm aangeboden en eerst vol bloed en later plasmaferese afgegeven. De beperktere openingstijden van Sanquin hebben me doen besluiten om er daarna mee te stoppen. Ik zal die roze koek met dat kopje koffie missen.

Als ik medio 2004 door Aad Schilperoort, van de katholieke kerk St. Jacobus de Meerdere in Schipluiden wordt gebeld, dat men in mij een prima koster ziet, moet ik er even over denken. Toch besluit ik om ook dat erbij te doen. Eéns in de drie weken een kosterbeurt. Wanneer het aantal kerkdiensten afnemen en in 2012 slechts één dienst per weekend is, besluit ik om er mee te stoppen.

In 2009 is men op zoek naar iemand bij de Oranjevereniging. Als bestuurslid van scouting wil men mij daar wel bij betrekken. Scouting zou mee kunnen participeren in de spelen die er op o.a. Koninginnedag zijn. Ik beloof niks en ga er één keer heen. Nog steeds beheer ik het ledenbestand. Verder actief ben ik niet meer.

Als Optiesport stopt in Schipluiden in De Dorpshoeve staat er een groep vrijwilligers op om dit op te pakken. Ook wij, Wilma en ik, zijn er bij betrokken. Overigens niet echt fanatiek maar we pikken wel de leukste avonden er uit.

De Dorpshoeve bezint zich over het feit dat men meer naamsbekendheid wil. Samen met Nico van de Besselaar, toenmalig voorzitter, hebben we toen een aantal ideeën bedacht. Eén ervan was om rommelmarkten te houden. Vier in één jaar, op zaterdag. We starten in de voorzaal van de Dorpshoeve met 28 kramen. Later groeide dit uit naar 62 kramen. Mensen komen op de wachtlijst te staan voor als er een kraam wordt afgezegd. De eerste rommelmarkt wordt bezocht door zo’n 280 man. De laatste door ruim 1000. Inmiddels is mijn stokje over genomen en huren we er zelf een kraam om er te gaan staan met onze handel.

2009 is ook het jaar dat ik toetreed tot de ledenraad van Rabobank te Delft. Na een motivatie te hebben geschreven word ik direct toegelaten. Ik haal er uiteindelijk niet uit wat ik er van heb verwacht, zit mijn termijn van drie jaar uit en verlaat de raad. Ik proef hier weinig van inspraak en democratie. Degene met de grootste mond wint. Jammer, maar wel een periode waar ik dingen heb geleerd.

In 2011 ga ik even een brief posten, om onderweg aangesproken te worden door de voorzitter van het bestuur Varend Corso Schipluiden. Men heeft mij in gedachte om een rol te spelen op één van de dagen begin augustus. Ik doe aan dit spektakel intussen voor de vijfde maal mee. Het eerste jaar speelde ik de grote kat uit de musical Cats, het tweede jaar was ik Mickey Mouse. Daar ging het bijna mis. Teveel gegeven, te weinig gedronken en gegeten waardoor ik niet meer wist hoe en aan welke kant ik van de boot af moet. Drop en water redde me. Het derde jaar mocht ik een nummer van Marco Borsato zingen om het vierde jaar achter de piano plaats te nemen en de rol van Ramses Shaffy te spelen. Afgelopen jaar had ik een saaie rol en mocht ik op de boot van Schipluiden de paal laten zakken die stond op de Midzomernachtboot. Dat is als je ADHD hebt, te weinig.

In 2011 geef ik mijn echtgenote Wilma te kennen dat ik nog een hele grote wens heb. Ik wil graag huwelijken voltrekken. Dan, als Wilma een avond heeft met oud-collega’s van de gemeente Schipluiden, krijgt zij te horen dat men op zoek is naar een mannelijke trouwambtenaar. Peter Vermeulen is er mee gestopt en men zoekt een mannelijke vervanger. Het komt dan ineens heel dichtbij. Als het hoofd KCC van de gemeente Midden-Delfland mij belt om te vragen of ik inderdaad belangstelling heb, is het gauw beklonken. Zij heeft van burgemeester Arnoud gehoord dat ik daar een geschikte figuur voor ben. Een kort gesprekje en op 16 mei 2012 doe ik mijn eerste huwelijksvoltrekking. En zo heb ik vanaf mei 2012 t/m vandaag inmiddels 68 huwelijken voltrokken.

Als in 2014 mijn buurman mij aanspreekt op het feit dat men iemand zoekt die de coördinatie van activiteiten wil doen bij de Zonnebloem, wil ik dit eerst met eigen ogen beleven. Het is weinig werk en je doet het vanuit huis. Dat het weinig werk is, is mij inmiddels duidelijk, maar als je zoals ik altijd meer wil dan is weinig niet meer het goede woord. Een hele leuk taak is weer op mijn pad gekomen waar ik nog lang mee door hoop te gaan.

In september 2014 word ik aangesproken door Govert van Oort, wethouder in de gemeente Midden-Delfland. Men wil in Schipluiden een Burgerplatvorm gaan starten en hij ziet mij wel als voorzitter. Daar pas ik voor. Lid is prima, als voorzitter mag hij een ander zoeken. En zo doe ik dat nog steeds . Eens in de twee maanden beleggen we een bijeenkomst over het reilen en zeilen in de kern Schipluiden. Waaronder het vluchtelingen probleem.

In 2015 heeft mijn werkgever een groot jubileum. Als afsluiting van dit feest neemt men deel aan een manifestatie met het Delfts Symfonie Orkest en een 100 man/vrouw groot koor. In de Oude Jan wordt een muziekstuk opgevoerd over de wetten die Hugo de Groot heeft opgesteld over de handelsverdragen. Men zoekt een Hugo. Één van mijn collegaatjes wist het meteen, dat is iets voor Aad. En zo loop ik een hele zaterdag verkleed als Hugo de Groot rond om mijn verhaal te doen over ‘mijn’ wetten. Tot tweemaal toe in een ‘uitverkochte’ kerk, mocht ik, op mijn knieën zittend in een kist, worden gebracht naar het podium, waar ik het gehoor mocht informeren over wat men te horen zal krijgen.

In mei a.s. lever ik 5 dagen in om vrijwillig mee te gaan met een groep gasten van de Zonnebloem. Het zal er niet zo levendig aan toe gaan als die keer dat we naar Spanje gingen met een groep jongeren. Maar ik weet zeker dit geeft net zo veel of misschien wel meer voldoening. Ik kijk er naar uit en laat onze gasten genieten, dan geniet ik zelf ook.

Dit is in het kort mijn vrijwilligerswerk vastgelegd op papier. Terugkijkend kom ik tot de conclusie dat ik aan meer dan 40 activiteiten mijn medewerking heb verleend. Deze waren van uiteenlopende aard. Soms kleine projectjes andere keer projecten van jaren. Maar altijd met plezier. De voor mij interessantste heb ik beschreven. Eendagsvliegen heb ik even niet benoemd. Het levert mij nog steeds de energie op waardoor ik ben zoals ik ben. Kijk naar morgen, fluiten is leuker dan sacherijnig zijn en een dag niet lachen is een dag niet geleefd.

63. De bokken tegen de Belgen

1 maart 2015, ik besluit om naar de allerlaatste derby van Midden-Delfland te gaan. De bokken spelen tegen de Belgen, ofwel SV Den Hoorn – VV Schipluiden. 

Met mijn vrouw fiets ik op, richting Den Hoorn. Er staat een stevig windje dat me in de rug naar het sportcomplex van SV Den Hoorn duwt.

Halverwege slaat mijn vrouw het pad in om nog wat boodschappen te gaan doen. Onze wegen scheiden hier. Ik rijd door en kom aan op het terrein van SV Den Hoorn. Het is er druk. Verkeersregelaars leiden de aankomende auto’s naar een plekje. Ik probeer mijn fiets ergens kwijt te raken en kom tot de ontdekking dat meer mensen op de fiets zijn en de fietsenstalling niet is berekend op zoveel stalen rossen. Als ik de mijne tussen twee fietsen heb in gewurmd, loop ik naar de toegangspoort. Ik ben niet de enige. Guus die in het hokje is opgesloten heeft de dag van zijn leven. €3,00 wordt er gevraagd om de wedstrijd tussen de rood-witte en de geel-blauwe te mogen zien en er zijn veel toeschouwers, erg veel toeschouwers. Al schuifelend bereik ik het kassahokje en betaal. Op de tribune is geen plaats meer zie ik al van verre. Net op tijd bereik ik het veld. Achter één van de doelen hangt een groot spandoek met een afbeelding van Mister Den Hoorn, Cor van Holsteijn. Cor die zijn hele leven in het teken van de club heeft gesteld. Ik had er van gehoord. Hij is ernstig ziek en heeft in afgelopen week een TIA gehad. Hij is opgenomen in het ziekenhuis. Via de prachtige Stichting Ambulance Wens wordt zijn laatste wens vervuld. Hij wordt opgehaald en zal de aftrap verrichten. Binnen beide dorpen hoopt men dat hij het nog zal kunnen doen.

De matadoren komen het veld oplopen. Vlak daarachter Cor, zijn rode jas aan en SV Den Hoornsjaal om de nek. Het publiek gaat staan en geeft hem een staande ovatie. Het nummer You never walk alone van Gerry and the Pacemakers wordt opgezet. Uit volle borst wordt er meegezongen. Kippenvel krijg je er van. Toeschouwers pinken een traantje weg. Cor loopt de spelers langs en groet ze. Intussen valt het eerste rood-witte rookgordijn op het veld. De rode en witte luchtpoppen worden tegen de grond geslagen. De wind neemt de stabiliteit volledig over en heeft grote vat op de luchtpijpen. Ploppers schieten rode en witte linten de lucht in. Het net achter het doel wordt gecamoufleerd door de slingers. Ik probeer een plekje dicht tegen het veld te vinden, maar alles staat vol. Ik vind later een plek op een hoogte langs de lange kant van het veld. Na eerst beide schoenen te hebben vol geschept met water en modder kan ik het veld goed overzien.

Als Cor de aftrap heeft genomen wandelt hij terug naar de hoofdtribune. Zwaaiend met zijn sjaal neemt hij afscheid van de toeschouwers. Van de spelers en toeschouwers van de club die hij allemaal bij naam kent. Opnieuw klinkt een daverend applaus. Dit is waarschijnlijk zijn laatste afscheid van de club waar hij zijn leven aan gaf.

Langs het veld waaien en kletteren de blauwe vlaggen van Fight Cancer, tevens de sponsor van de club uit Den Hoorn.

Tijdens de wedstrijd komen mensen om mij heen staan die ik ken of uit mijn Schipluidentijd of uit mijn Den Hoorntijd. Bij beide verenigingen heb ik jaren in een bestuursfunctie mijn vrije tijd gestoken. Ik bekijk de wedstrijd dan ook neutraal. Ik zie geen hoogstaand voetbal, mede veroorzaakt door de stevige wind die strak over het veld staat. Veel balverlies en onnauwkeurig spel maakt het zo af en toe toch spannend. Schipluiden maakt in de eerste helft geen gebruik van de wind die veel en snel loopvermogen vraagt. Een scheidsrechter die kennelijk zijn gele kaart vol wil maken om aan het eind “Bingo” te kunnen roepen, maakt zich niet populair. Al had hij de wedstrijd na zeven minuten al een behoorlijke draai kunnen geven als een verdediger van Den Hoorn een aanvaller van VV Schipluiden natrapt. Duidelijk rood waar die kaart niet werd gegeven en de eerste gele kaart valt. Door de scheidsrechter wordt de voordeelregel te weinig toegepast, waardoor de vaart uit de wedstrijd wordt gehaald.

Net na de theepauze maakt Donny Slot handig gebruik van een misverstand in de achterhoede van Schipluiden. Hij maakt de 1 – 0. Opnieuw geen hoogstaand voetbal en veel stress bij spelers. Als de keeper van SV Den Hoorn denkt de bal even neer te kunnen leggen omdat hij een fluitsignaal heeft gehoord, maakt Tristan Koop daar handig gebruik van en deponeert hij de bal tegen het net van de rood-witten: 1 – 1. Nu vallen de gele en blauwe rookpluimen op het veld. De wedstrijd levert op een paar afstandsschoten na weinig hoogstandjes op. Tijdens de wedstrijd wordt er met de mensen om mij heen nog wat herinneringen opgehaald uit de oude doos. Het is leuk langs de lijn. De altijd enthousiaste SV Den Hoorn tribune laat regelmatig van zich horen. Met name als de Den Hoorn keeper Mauro, zijn foutje maakt. Hij wordt er in een gezang voor bedankt: “Mauro bedankt, Mauro bedankt, Mauro, Mauro, Mauro bedankt.”

Het loopt naar het eind van de wedstrijd. De eerste mensen lopen al naar de uitgang. Ik besluit te blijven staan tot het eindsignaal klinkt. Er gebeurt niets vermeldenswaardig meer. De sfeer blijft uiterst uitbundig.

Als het laatste fluitsignaal klinkt neem ik afscheid van mijn mede toeschouwers. Met buurman Joop zal ik mee terug fietsen.

Nogmaals schep ik mijn, inmiddels droog geworden, schoenen vol als ik naar de uitgang wil. De modder voel ik soppen in mijn schoenen.

In ganzenpas verlaten de toeschouwers het complex. Bij mijn fiets aangekomen, zie ik dat er niet even netjes met de fietsen is omgegaan. Er liggen er verschillende ondersteboven of hangen tegen elkaar aan. Het kan ook de wind zijn geweest die vat heeft gekregen op de fietsen.

Ik wacht even op mijn buurman om samen de terugweg naar Schipluiden te fietsen. Ik elektrisch ondersteund, hij op een gewone fiets.

Het is een enerverende middag geweest waar emotie aanwezig was om twee zaken die speelden. Het afscheid van Cor en de aller aller laatste derby tussen de bokken en de Belgen. De punten zijn eerlijk verdeeld. De toeschouwers hebben een amusante, maar niet hoogstaande pot voetbal gezien. Éen iemand heeft deze wedstrijd wel gewonnen, de penningmeester van de thuisspelende partij.

Het is goed om er bij te zijn geweest.