316. Mijn vertrouwen voor de tweede keer beschaamd

“109 jaren oud is ze”, zegt de coördinator van de MUS, “en ze wil door jou gereden worden.” “Het gaat om mevrouw Prins van Es”, geeft hij nog mee. “Ze wil van Akkerleven naar Indigo”. “09:30 uur vertrek.”

Het is donderdagmiddag als ik bovenstaande boodschap krijg doorgebeld. Ik geef de coördinator nog aan dat het niet mijn MUS-dag is. Mevrouw heeft speciaal naar jou gevraagd, bestempeld de andere kant van de telefoonlijn.

Als mijn vrouw thuiskomt leg ik haar het hele verhaal uit. “Zo dan”, geeft ze me mee, “dat is een aardige leeftijd.”

Die avond Google ik naar informatie. Ik bekijk de statistieken die ik kan vinden in de leeftijdsopbouw van de inwoners van Midden-Delfland. Nu stammen de cijfers uit 2017. Ik kan er echter niemand van die leeftijd in vinden. Toch maak ik me zorgen. Hoe krijg ik mevrouw in vredesnaam in de MUS. De opstap is flink en met een extra bankje, misschien. Ik lig er ‘s nachts toch wat over te piekeren.

Ik ben vroeg op die vrijdag. Ik geef mijn lief aan dat ik het lastig vind en er die nacht mee bezig te zijn geweest. Meestal krijg ik mijn tweede been nog net aan bijgetrokken als ik het bed in stap, afgelopen nacht was dat beslist niet zo.

Na het ontbijt maakt mijn lief haar zwemtas klaar. Nog even een kus en een zwaai en dan gaat ze rond halfnegen rijden op weg naar het zwembad, dacht ik. Ik ruim de borden en de kopjes nog even in de vaatwasser, doe nog even wat voor de Zonnebloem en dan vertrek ik ook, naar Akkerleven, waar de MUS aan de oplader hangt.

Bij Akkerleven zit een drietal mensen in de stoelen. Ze hebben blauwe shirts aan maar ik besteed er weinig aandacht aan. Ik groet hen en loop snel door om direct de sleutel, telefoon en papieren uit het gecodeerde kastje te halen. Wanneer ik terugloop zit het drietal er nog, maar nu met een masker voor hun gezicht van Prinses Juliana, Prinses Beatrix en Koning Willem-Alexander. Dan begint bij mij ineens een lampje te branden en het kwartje is gevallen. De maskers vallen weg en dan zit daar het bestuur van de 109-jarige Oranjevereniging Juliana. In februari 2018 heb ik mijn vrijwilligerswerk beëindigd en daar zou men nog wat aandacht aan besteden en dat is precies vandaag. Wat voel ik me belazerd. Ik ben er in getrapt, maar wat is het knap opgezet.

Na de nodige foto’s gaan we op weg. Via een toeristische route arriveren we bij Indigo. Daar staat mijn vrouw ook. Zij zat dus in het complot. Is helemaal niet gaan zwemmen maar is wel op die tijd vertrokken, naar haar moeder, om daarna weer terug te komen en aan te sluiten bij het gezelschap. Ik weet direct, ook mijn vrouw is niet te vertrouwen, maar wel leuk. Zo’n zelfde actie heb ik met haar meegemaakt bij de uitreiking van de Koninklijke onderscheiding in 2012.

Eenmaal aan tafel wordt de koffie uitgeserveerd en komt Erik van Indigo met een prachtige oranje taart met een vuur spuitende raket. Het wordt steeds feestelijker. Er wordt nog een zesde deelgenoot verwacht. Wie? Geen idee. Dan blijkt het onze razende reporter Gemma te zijn. De schakel Midden-Delfland is ook vertegenwoordigd. Na een foto en wat informatie van en over mij, vertrekt zij weer, maar niet eerder dan dat ik ben gefêteerd met bloemen, een theaterbon en een koffie- of theebon van het Raadhuis. Al met al erg leuk en wat een een leuke verrassing. Mooie woorden van de voorzitster besluiten het feestelijk gebeuren.

Na afloop breng ik het gezelschap terug naar Akkerleven. De MUS-chauffeur voor die dag zit al te wachten voor de volgende rit.

Na 21 jaar is er een officieel einde gekomen aan een leuke en soms spannende tijd met de Oranjevereniging Juliana. Leuke spelen, projecten, ledenadministratie en wat er verder ter tafel kwam. De organisatie rondom het 100 jaar bestaan. Rondbrengen van de programmaboekjes in een zwaarbeladen fietstas. Met veel liefde en inzet heb ik het mogen en kunnen doen.

Er is een tijd van komen en van gaan. Op zoek naar weer iets anders, vrijwillig. Uit vrije wil, ik deed er met dit thema op 13 juni een lezing over in de bibliotheek in Den Hoorn. Men is nog niet van mij af, want eens een vrijwilliger, altijd een vrijwilliger.

314. Een bijzondere ontmoeting

Het is schitterend weer, mijn lief heeft nog een weekje vrij. Prachtig mooi fietsweer. Eerst nog even bij de fysio langs en dan op pad.

We rijden richting Maasland, het is rustig op het fietspad. Wij rijden over het voormalige treintracé. Een hard voorbij scheurende motor verbreekt de stilte door vol gas de Gaag af te rijden.

Na door de kern van Maasland te zijn gereden schieten we onder de A20 door, rijden een stukje parallel aan de snelweg en belanden op de Zuidbuurt. Het is tijd voor een kopje koffie. Wanneer we langs de golfbaan Schinkelshoek zijn gereden passeren we een boerderij. Aan de weg staat een paal met allemaal pijlen. Groente, eieren, jams, en siroop. Op het terrein zit een grote groep mensen aan de koffie.

We draaien het pad op en zetten onze fietsen neer. “Kunnen we hier koffie drinken”, vraagt mijn lief. Onmiddellijk staat een van de dames van de tafel op en vraagt hoe we onze koffie drinken. Ik schat haar een jaar of 18, 19. Een vrouw, zittend op een stoel, met een sigaret in hand, zegt: “we schenken hier geen koffie, maar we zitten toevallig net aan de koffiepauze, dus ga zitten.” Zij is een nog jonge leidster en heeft de leiding over de groep met een geestelijke handicap. We zijn beland op een zorgboerderij. Stevige jongens zitten aan de tafel wat te donderjagen, een meisje maakt met een mesje haar nagels schoon. Dan komt het meisje met twee kopjes koffie aan wandelen. Het evenwicht is niet helemaal je dat. We pakken twee stoelen en schuiven aan. Naast ons zit Kees, een oudere vrijwilliger. Wat zijn ogen zien maken zijn handen. Hij werkt vaak met steigerhout en de stevig gebouwde jongens helpen hem hiermee. Vol trots vertelt hij wat al zoal gemaakt heeft.

We hebben koud onze koffie op als het ‘koffie’meisje naar ons toe komt. “Willen jullie de kippen zien”, vraagt ze. Natuurlijk willen we dat. We lopen gedwee achter haar aan. Ze vertelt over alles wat we tegenkomen. Ze laat de alpaca’s zien. “Die ene lijkt naar de kapper geweest, die andere komt net uit zijn bed”, zegt ze en wijst op de kuifjes op hun hoofd. Even verderop noemt ze de pony’s bij naam. Ze kletst aan een stuk door, het petje op haar hoofd doet ze regelmatig af en weer op. Er staan allerlei producten in de moestuin vertelt ze, munt, tijm, oregano, maggieplanten en bieslook. Moet je eens proeven, die bieslook, geeft ze aan en trekt wat stukjes van het kruid af. Ze bijt op een stukje en zegt “lekker”. Wij krijgen ook. Uit goed fatsoen bijten we op een stukje, maar in een gerecht smaakt het wel, hier spugen we het uit. Als ze bij de basilicum komt, zegt ze dat dit lekker is in de courgettesoep. Met haar vingers wrijft ze langs de bladeren van de kruiden en houdt haar vingers onder onze neus. “Lekker hé”, zegt ze.

Dan door naar de kippen. Ze vergaard de eieren en houdt ze voorzichtig in de hand. Ze maakt het hok open en praat tegen de kippen. Ze lopen achter haar aan. Achter in het konijnenhok heeft een eend een nest gemaakt en brengt er zijn kuikens groot.

We lopen terug naar onze fietsen als we Piet tegen komen. Een zestiger die ook woont op de locatie. “Kijk ie uit met die snoeischaar”, zegt ze lachend. Piet praat met een hoog stemmetje terug. “Ja, ja”, zegt hij.

Wanneer ze alles heeft laten zien, neemt ze ons mee naar de winkel, waar de jams, de sap en de eieren staan. “Willen jullie nog wat kopen?” vraagt ze. We kiezen voor een bramensiroop. “Niet zo opdrinken, hé”, is haar advies. Ze leest het etiket. Met zeven delen water staat erop. Een medewerkster in de keuken roept “of in de yoghurt.” Er wordt meegedacht hier.

Wanneer we hebben afgerekend, geeft ze ons een hand. “Jullie zijn leuk”, zegt ze, “dat ga ik vanavond tegen mijn mama en papa vertellen.”

Nog even huizen we bij vrijwilliger Kees, hij maakt met nog twee uit de kluiten gewassen jongens een konijnenhok. “Ik heb hier zoveel plezier”, zegt Kees.

Als we wegrijden zwaait onze gids. We hebben haar een leuke dag bezorgd en zij ons.

302. Emigreren van Den Hoorn naar Schipluiden

Het is 1978. In Den Hoorn wordt niet meer gebouwd. In Schipluiden nog wel. We hebben nog maar kort verkering maar ik heb ‘de leeftijd’. We schrijven in op het woningproject Rozemarijn, een wijk die zal worden gebouwd aan de buitenrand van Schipluiden. Inmiddels wonen we er 38 jaar. En dat in volle tevredenheid.

Het valt niet mee om aan een woning te komen in de Gemeente Schipluiden, waar Den Hoorn deel van uitmaakt. Dat probleem is er niet als men met een puntensysteem meer kans maakt om voorrang te krijgen. Een puntensysteem dat is gebaseerd op leeftijd, sociale binding en economische binding. Voor elk onderdeel zijn er punten te verzamelen. Met mijn leeftijd van 26 jaar maak ik al een flinke sprong op de ladder. Door mijn vrijwilligerswerk bij de voetbalvereniging Den Hoorn en de openjeugdavonden stijgt mijn punten aantal nog meer en als mijn werkgever ook nog een verklaring van economische binding wil ondertekenen is het helemaal een makkie. Ik werk drie uurtjes per week voor de Stichting RK. Schoolbestuur Den Hoorn. En zo worden we uitgenodigd voor een eerste voorlichtingsbijeenkomst. We krijgen de plattegrond mee van het project en een boekwerk met tekeningen van de te bouwen woningen.

We gaan bij de bank langs. Want er zal geld moeten komen. Mijn meissie werkt op een bank, dat scheelt in het afdrachtpercentage van de hypotheek. Toen werd er al gediscrimineerd. Waar de mannelijke collega slechts de helft van het percentage behoefde te betalen kreeg de vrouwelijke collega een korting van ¾%. De hypotheek bedroeg op dat moment 13% en dus voor ons 12¼%. Welke woning we krijgen toegewezen is nog niet bekend, maar dat het een forse aanslag op onze inkomsten zal gaan worden is een feit. Moeten we het wel doen? Kunnen we het wel rondkrijgen? Er zijn een aantal nachten voorbijgegaan dat ik meer van het plafond heb gezien dan normaliter.

Na verloop van tijd krijg ik een brief thuis met de toegekende punten. Dat ziet er gunstig uit. Ik informeer wat in mijn omgeving en ook dat geeft me een goed gevoel dat we erbij zullen zitten. De loting gaat plaatsvinden. En verdraaid we zitten er inderdaad erbij. Mijn schoonouders hebben er moeite mee, mijn toenmalige vriendinnetje is dan pas net aan 19 jaar. Ja, dan wil je haar nog niet kwijt.

We mogen langskomen voor de keuze. Op het plaatje hebben we al een beetje gezocht wat ons een leuke plek lijkt. We hebben twee woningen een groen kruis gegeven. Een van de twee moet het worden. We zitten gunstig in de rangorde, hebben een laag cijfer en zijn dus een van de eerste die zijn vinger op de woning mag zetten die men wil hebben.

Bij het keuzemoment is onze eerste keus reeds weg, er zijn meer kandidaten voor betreffende woning, begrijp ik. De tweede keus is er nog en zo ligt de woning die voor ons zal worden gebouwd vast. We gaan regelmatig kijken bij de bouw. De eerste paal wordt geslagen, de eerste woning opgeleverd. Feestelijke momenten die je moet koesteren.

Het wordt tijd om een trouwdatum te gaan bepalen. In april ’80 zal onze woning worden opgeleverd dus zal het in die richting moeten worden. De kerk wordt besproken, de feestzaal is een feit, de fotograaf is bekend, alleen een claim op goed weer kunnen we niet bespreken. 18 juni zal de dag zijn dat we ‘ja’ tegen elkaar gaan zeggen.

Half april ’80 krijgen we de sleutel van onze woning. De huiskamer is veel groter dan we dachten. Als alle muren staan geeft het toch een heel ander beeld. We krijgen nieuwe buren. Thuis zijn mijn meisje en ik buren, slechts een heg scheidt onze wegen. We krijgen er met allemaal nieuwe mensen te maken. Een handje vol Hoorenezen, en veel Schipluidenaren. Waar zijn we in terecht gekomen. Schipluidenaren zijn anders dan Hoornezen. Dorpser, amicaler, socialer en ze weten vaak eerder wat er met jou aan de hand is dan dat je het zelf weet en dat, dat zijn we niet gewend. In Den Hoorn is de voordeur onze toegangsdeur, hier komt men spontaan door achterdeur binnen. Dat is wennen en willen we dit wel?

Langzaamaan komt er schot in de woning. De aankleding vindt plaats de meubels zijn geleverd, de gordijnen hangen, het wordt van lieverlee ons thuis.

Op 18 juni 1980 ‘emigreren’ we dan naar Schipluiden. Onze voorplaats is versierd door de buren en als we na de bruiloft ’s avonds thuiskomen lopen we langs de ballonnen naar binnen.

De eerste vijf jaar, we werken beiden in Delft, is er niets aan in Schipluiden. We willen kruipend terug. Maar in Den Hoorn zijn geen woningen. Na vijf jaar komt onze oudste, René, ter wereld, gevolgd door de tweede, André, na twee jaar. We krijgen meer en meer een ingang in Schipluiden. Gaan er ons thuis voelen en sluiten ons aan bij de plaatselijke sportverenigingen. Het vrijwilligerswerk komt op mijn pad, onze kinderen gaan naar school. We gaan ons meer Schipluidenaar voelen dan Hoorenees.

Inmiddels wonen we er lang genoeg en zijn we ingeburgerd, zijn Schipluidenaar geworden. We zouden er niet meer weg willen, nou ja, misschien later nog eens voor een gelijkvloerse woning. Schipluiden heeft ons hart gevangen. Het is er prachtig wonen, fijne mensen met een sociaal karakter. Ik ben blij dat ik ben geëmigreerd en om een Schipluidenaar te zijn. Een klein beetje Hoorenees is wel bij mij achtergebleven, hoor.

 

287. Klus op de MUSbus

Het is een koude dinsdagmorgen als ik mijn vrijwilligersbaantje op mag pakken. Het heeft gevroren, het eerste laagje ijs ligt op de ijsbaan aan de Holierhoek. Net nog niet genoeg om er een baantje te trekken. Als vrijwilliger van de MiddenDelflandse Uitgaans Shuttle (de MUS) heb ik vandaag dienst. Ik fiets nog even langs een andere vrijwilliger om met hem samen uit te vinden hoe we de rolstoel en rollator achterop het voertuig kunnen meenemen. Inventief als we zijn kunnen we door een spanband, elastieke spinnen en de houder die achterop zit zo’n hulpmiddel wel meenemen. Nu is het krabbelen, want ook ons voertuig heeft volop in het koude windje gestaan. Niet alleen buiten, maar ook binnen heeft een ijslaag bezitgenomen van de ramen. Na wat krabben kunnen we ‘het land’ in. Bij Akkerleven nemen we wat folders mee naar onze volgende stoplocatie: De Dorpshoeve. Hier is het dinsdagse koffie-uurtje aan de gang. Mogelijk zijn er kandidaten die we warm kunnen maken om een keertje mee te rijden. De folders gaan van hand tot hand. Enkele ogenblikken later zijn we er alweer doorheen.

Dan op naar het gemeentehuis, een van de verkooppunten voor een rittenkaartje. Ook hier arresteren we de folders die er liggen. Het vervoersproject moet meer gepromoot worden en daar hebben we foldermateriaal voor nodig. Omdat er die ochtend geen ritten meer zijn kan ik naar huis.

Als ik net thuis ben een belletje van de coördinator “Kan je even drie ambtenaren ophalen, zij willen kennismaken met het project.” Ik ga opnieuw naar Akkerleven, waar de MUS staat en tuf naar het gemeentehuis. Inmiddels is er opnieuw een ritje aangevraagd. Iemand uit Den Hoorn wil op visite bij haar schoonzus in Schipluiden. Bij het gemeentehuis haal ik de ambtenaren op en laat hen het dorp zien vanuit de Mus. Wanneer ik de gemeenteambtenaren naar hun werkplek heb teruggebracht rijd ik door naar Den Hoon. Ik ken mevrouw en zij kent mij. “Sinterklaas, verteller, schrijver en ook nog chauffeur”, zegt ze. “Ja ik kan niet stil zitten”, geef ik haar te kennen. Mevrouw vindt het een ideale mogelijkheid om zo naar haar schoonzus te gaan. Als ik met het openbaar vervoer moet gaan dan ben ik bekaf en dat haal ik eigenlijk niet meer. “Mevrouw we halen u bij u thuis op en zetten u voor de deur af”, zeg ik haar. “Ik vind het een prachtig initiatief”, zegt ze. Gezellig kletsend rijden we over het fietspad richting Schipluiden. Ik zet haar af bij Korpershoek en spreek met haar af om haar twee uur later weer op te halen. Nu neem ik de MUS mee naar huis, anders blijf ik heen en weer fietsen. Onderweg word ik nagekeken. Mensen steken hun hand op of duim omhoog.

Twee uur later haal ik mevrouw weer op en breng haar weer netjes thuis. Ik rijd terug naar Akkerleven, zet het voertuig weer netjes aan de stroom, stop de telefoon en papieren terug in het kluisje bij Akkerleven. Het is 17:00uur mijn dag zit erop. Morgen een ander.

Het vervoersproject is opgezet door de Gemeente Midden-Delfland, DoEL, Stichting Welzijn Midden-Delfland en Pieter van Foreest. De Mus rijdt op de doordeweekse dagen van 09:00uur en 17:00uur. Voorlopig rijden we in de kern Schipluiden en Den Hoorn en verbinden we de dorpen. Daarnaast rijden we ook naar het Reinier de Graafgasthuis en zwembad Kerkpolder. Wilt u een ritje boeken, bel dan 0620778370 of boek via e-mail Mus@ggz-Delfland.nl. Kaartjes zijn te koop bij: De Was & Koffie in de Kickerthoek, het klantcontactcentrum van de Gemeente Midden-Delfland, of bij de receptie van Akkerleven. Verdere informatie kunt u vinden op de site van de Gemeente Midden-Delfland.

223. Zonnebloemvakantieweek 2017

Afgelopen week mocht ik als vrijwilliger mee met een Zonnebloemvakantieweek. Vorig jaar had ik mij er al voor opgegeven. Met 20 andere vrijwilligers en 22 gasten ging de reis dit keer naar De Heerenhof in Mechelen, Limburg. Het werd een stralende week met af en toe tropische temperaturen.

Op maandag 19 juni brengt mijn lief mij naar het Westcordhotel naast de Ikea in Delft. Bij het eerste contact voel ik me al direct op mijn gemak. Veel andere vrijwilligers kennen elkaar, er wordt al gelijk gekust als men elkaar ziet. Na de voorstelronde worden de taken verdeeld. Ik moet samen met een vrijwilliger zorgen dat de koffers de bus in komen en heb met hem ook de verantwoording over rollators en rolstoelen. Als de gasten langzaamaan binnen zijn wordt na het kopje koffie het sein gegeven om te vertrekken. Als we net aan onderweg zijn haalt één van de dames, 93 jaar, haar mobiel tevoorschijn. Ze zou hem in de week niet meer loslaten en is constant op haar Facebook bezig. Mobiele apparaten zijn dus niet leeftijdgebonden, blijkt.

Bij aankomst in De Heerenhof zullen zich nog twee hulpverleners bij ons gezelschap voegen. Moeder en dochter die vanuit een ander deel van Nederland zich hebben opgegeven te helpen.

Na de ontvangst is er koffie met natuurlijk Limburgse vlaai. Er zijn drie smaken: abrikoos, appelkruimel en kersen. Als ik aan één van de gasten vraag welke smaak zij wil, geeft ze aan voor kersen te gaan. Deze is helaas op. Ik bied haar een abrikozen aan. Wanneer ik even later vraag hoe het smaakt zegt ze: “Lekker die kersen”. Smaken verschillen dus kennelijk niet.

Het zeer warme weer nodigt direct uit om lekker buiten te gaan zitten. De parasols en veranda bieden schaduw. Na een korte rustpauze van de gasten is later die middag iedereen buiten te vinden. Wanneer het warme eten, andijviestamppot en/of tuinboontjesstampot, en dat in de zomer, is opgegeten en het toetje ook de maag heeft gevonden, wandelt iedereen weer naar buiten.

Om 20:00 uur is er een optreden van zanger Tim Remie. Een jonge zanger die door zijn iPad wordt begeleid en luisterliedjes zingt. Hij valt in de smaak, al helemaal als hij tijdens één van zijn nummers aan de gasten een roos aanbiedt. Probleempje: Waar laat je de roos als je geen vaasje hebt. Daar zijn bierflesjes dan de redding. Het zou een zwoele late avond worden.

Op dinsdag 20 juni staat een stadsbezoek aan Aken op het programma. We krijgen een rondleiding van ongeveer 1,5 uur door de historische binnenstad van Aken met Nederlandssprekende gidsen. Daar hoort uiteraard een bezoek aan de Dom van deze stad bij. Als blijkt dat er een kinderpelgrimage aan de gang is wordt het bezoek uitgesteld naar eind van de middag. Rond de klok van enen doen we de lunch in het restaurant Elissenbrunnen. De rest van de middag is vrij te besteden. De temperatuur is inmiddels opgelopen tot ruim 35°C. Op een terrasje in de schaduw wordt na een winkelbezoek een rustpauze ingelast, om later de Dom te bezoeken. De avond wordt wederom buiten doorgebracht. In een gezellige sfeer wordt er lekker gekletst. Gasten en vrijwilligers kunnen het prima met elkaar vinden en delen hun verhalen.

Als op woensdag 21 juni een mannelijke gast, 90 jaar, van een echtpaar dat aanwezig is, naar beneden komt, ‘klaagt’ hij over het bed . Hij kan niet eens lepeltje lepeltje liggen. De bedden zijn te ver van elkaar geschoven. Zijn glimlach doet mij ook lachen, schavuit. Vandaag brengen we een bezoek aan het Drielandenpunt. De nodige foto’s worden geschoten tussen de vlaggen die op het centrale punt zijn ingestoken. Na een korte wandeling en een kopje koffie lopen we in ganzenpas langs de weg naar restaurant De Wilhelminatoren voor de lunch. Als een mannelijke vrijwilliger voor mij loopt bekijkt mijn vrouwelijke gast hem van boven tot onder om tot de conclusie te komen dat hij erg mooie benen heeft. Alleen zijn kale kruintje valt wat tegen. Ach, als je 88 jaar bent mag je dat zeggen en dan wordt er ook nog om gelachen. Na de middag doen we een rit met de bus door de omgeving met de gids, Frits. Ernie, onze chauffeur, stuurt de bus geweldig over de Limburgse wegen. Het kwik is opnieuw gestegen en behaalt een max van 37°C. Gelukkig heeft de bus airco. “Maar niet te hoog zetten hoor, anders krijg ik het koud”, zegt één van de gasten. De avond wordt wederom onder de blote hemel doorgebracht. Onder het genot van een drankje worden er anekdotes opgehaald. Als een vrijwilliger, verteller van De Ooievaart, zijn ‘waar ‘gebeurde sprookjes doet, laat hij ons meegenieten van de verhalen die hij op de boot vertelt. Met de Ooievaart kan je een rondvaart maken door de Haagsche grachten. Die avond wordt het later dan dat ik had gewild, maar de gezelligheid hield mij op de stoel.

Op donderdag 22 juni wordt er door een deel van de gasten en vrijwilligers een bezoek gebracht aan de Fluweelengrot in Valkenburg. Geadviseerd is om een vestje mee te nemen de temperatuurverschillen 36°C buiten en 12°C binnen zijn zo groot dat het lijkt alsof er een deken over je heen valt als je de grot weer verlaat. Na de rondleiding in de grot is de tijd vrij te besteden. Omdat de temperatuur zo hoog is opgelopen, wordt het programma ingekort en de terugreis eerder ingezet. Na het eten hetzelfde ritueel. Heerlijk buiten keuvelen. De gasten gaan redelijk op tijd na bed, waarna de vrijwilligers nog ‘even’ blijven zitten.

Het is vrijdag de 23e juni geworden. Vandaag wordt het een rit naar Maastricht. De 4-sluizentocht staat op het programma. We varen op Nederlands en Belgisch grondgebied en passeren daarbij vier sluizen. Na een heerlijke lunch aan boord even naar buiten. Als we door een van de sluizen varen gutst het water naar beneden. Het zijn net de Niagarawatervallen. Een regenboog tussen de druppels door geven een mooi aanzien. ’s Avonds is er een feestelijk slotdiner. Tijdens het diner de huldiging van jubilarissen. Jubilarissen die worden toegesproken voor het aantal keren dat men met de Zonnebloemweken is meegegaan. De eenjarigen, de vijfjarige, de vijfentwintigjarige en de vijftigjarige krijgen ruim aandacht en worden met een cadeau verblijd. Na het diner de afterdrank. Voor de laatste keer worden er van allerlei wetenswaardigheden uitgewisseld onder het genot van een laatste drankje.

Op zaterdag 24 juni is het afscheid en de terugreis. We vertrekken rondom 10:15 uur vanuit Mechelen en zijn dan rond 13.45 uur terug in Delft. Daar staat nog koffie en thee klaar. Na een soms emotioneel afscheid worden de koffers weer in de auto geladen. Het is over en mogelijk ook voor de allerlaatste keer dat men kan deelnemen aan  de Zonnebloemlandvakanties. Het is niet anders.

Met een zeer fijn gevoel kan ik terugkijken op een hele leuke week. Een week waar ik vriendjes en vriendinnetjes heb opgedaan, waar banden zijn gesmeed tussen mensen. Jammer dat er een einde aan is gekomen.

200. Vrijwilligers moet je waarderen en koesteren

Vrijwilligers, je moet er in blijven investeren en je moet ze koesteren. D.w.z. af en toe een aardigheidje, een feestje of een teamavondje organiseren. Niet alle verenigingen hebben dit in de gaten en doen alsof het er bij hoort. Schrijven het zelfs in hun reglementen en handelen er naar als je iets niet doet. Als je lid wordt van een vereniging is het vaak gewoon, dat je ook direct wat taken op je neemt. De bar bedienen, leider zijn, trainer zijn, het clubblad of de website verzorgen, loten verkopen, het secretariaat bemensen etc. etc. “Het scheelt je contributie”, hoorde ik ooit een penningmeester zeggen, “want anders moet er een professionele kracht voor worden aangetrokken”. Maar is dat ook zo? Ik weet wel, zonder vrijwilligers draait een vereniging niet. Toch kan ik me niet voorstellen dat dat voetbalelftalletje dat elke zaterdag naar de wedstrijd moet door een professionele kracht wordt gereden. En dat het 9e C-elftal een professionele trainer krijgt als er geen vrijwilliger is. Natuurlijk is het schipperen als er geen vrijwilliger is, maar om er dan een professional tegen aan te gooien, nee, dat gebeurt niet.

Zoals ik al eens eerder heb geschreven bestaat mijn leven voor een groot en lang deel al uit het doen van vrijwilligerswerk. Altijd met liefde heb ik mijn tijd gestoken in de een of andere klus. Nooit heb ik die dwang gevoeld om het doen. Maar soms, ja heel soms krijg je er niet de waardering voor. Nu hoeft een compliment ook niet, want ook daar voel je je vaak opgelaten bij. Maar soms een glimlach, een klein woordje, een feestje of teamavondje waar je bij wordt uitgenodigd, dat doet zoveel goed.

De Habbekrats, waar mijn echtgenote vrijwilliger is, organiseerde de afgelopen week weer een hele leuke avond. Even om het helder te hebben: De Habbekrats is een kringloopwinkel in het Westland, kern De Lier, gevestigd aan de Lierweg nr. 61. Door een groot aantal vrijwilligers wordt deze kringloopwinkel gerund. Echt allemaal vrijwilligers, van de coördinator tot het klusjesmannetje, van de chauffeur die de spullen haalt en brengt tot de vrijwilliger die de kleding uitzoekt. Allen zijn uit vrije wil toegetreden tot deze goede doelen winkel. Want naast het verzamelen en verkopen van spulletjes hangt er ook de goede doelengedachte achter deze winkel. Jaarlijks worden er op speciale momenten een aantal cheques uitgereikt aan, soms niet vermoedende, instanties, organisaties of verenigingen. Een feestelijk gebeuren waar iedereen trots op is.

Het vrijwilligersfeestje wordt gevierd op de locatie de Boul-lier. De plaatselijke jeu-de-boulesvereniging heeft hier haar wedstrijden. Een grote hal waar men een flink aantal banen in kan uitzetten. Als we er om 19:30uur arriveren heerst er al direct een gezellige drukte in de kantine van de vereniging. Vrijwilliger en partner zijn uitgenodigd om een drankje te doen, wat te jeu-de-boulen en lekker bij te kletsen. Het vrijwilligersbestand bestaat uit mensen van allerlei pluimage, waardoor er al snel geanimeerde gesprekken plaatsvinden.

Na de koffie even wat uitleg van hoe het jeu-de-boules spelletje wordt gespeeld. En nadat iedereen een baannummer heeft getrokken gaat men op weg de hal in. Nog even aan elkaar voorstellen, want partners en vrijwilligers hebben elkaar soms nog nooit gezien. Dan wordt de buut geworpen. Dan ook zie je direct een enkele broodgooier, mensen die het zuiver voor de lol doen en gooiers die hun beste beentje voorzetten om er iets leuks maar ook spannends van te maken. Hier en daar komt zelfs de meetlat tevoorschijn. Het gaat er allemaal heel gemoedelijk aan toe, al zijn er zeker fanatiekelingen. Niks mis mee overigens. Na ’n rondje gooien wordt het tijd voor een drankje en gezellig praatje. Zo wordt er die avond drie rondjes gespeeld.

Aan het einde van de avond worden er ook nog prijzen uitgereikt en wat blijkt vrouwlief heeft de meeste punten overgehouden na de verrekening tussen voor- en tegenpunten. Een leuk feestelijk pakket valt haar ten deel. Een heel gezellige avond in ontspannen sfeer kwam als waardering naar de vrijwilligers en als pluim voor al het werk dat men doet.

Anders is het op een avond waar wij, mijn eega en ik, ons hebben opgegeven voor een avondje bardienst draaien bij een verjaardag. Een vijftal vrouwen komen op de leeftijd van 40-jaar. Dat moet uiteraard worden gevierd. Een gezelschap van zo’n 140 man/vrouw feest de hele avond waarbij wij hen voorzien van de nodige hapjes en drankjes. De avond begint om 19:30uur en zou eindigen om 01:00uur, zoals afgesproken. Ik zeg ‘zou’, want dat liep even iets anders. Als rond de klok van 00:30uur wordt aangegeven dat de laatste ronde wordt ingeschonken, wordt er niet vrolijk gekeken. En blijft het maar bij kijken, want gasten van de avond menen dat zij de tijd kunnen neerzetten dat het feest is afgelopen. Als de tap gesloten is en de klok intussen 01:00uur aangeeft komen er eigen flessen en drankjes op tafel. “De DJ wil nog één nummertje draaien”, wordt ons verteld. Daar blijft het niet bij. De klok tikt verder en ook al gaan we opruimen, men blijft gewoon zitten en doet alsof we er niet zijn. Om 02:00uur gaat de laatste gast weg. Ik voel mijn lichaam van het lange staan. Als we aan het eind van de avond één van de jarige dames horen zeggen: “Geven we de vrijwilligers ook nog wat?” en één van de andere feest’varkens’ de opmerking maakt: “Ben je gek joh, het zijn toch vrijwilligers”, is de maat echt vol. Zelfs geen bedankje of een hand. Met een teleurgesteld gevoel sluiten we de zaal. Om 02:30uur trekken we uiteindelijk de deur achter onze gat dicht. Zo ga je dus niet met vrijwilligers om.

Vrijwilliger zijn moet je energie opleveren. Je moet er jouw batterij aan kunnen opladen. Met plezier moet je het gevoel hebben dat het er toe doet, dat je dit ‘mag’ doen. De maatschappij is er echter niet helemaal meer zo op ingesteld. Men moet langer doorwerken, waardoor de voormalige vutter die hier en daar zijn handen uit de mouwen stak uit het straatbeeld is verdwenen. Maar ook jongeren die het niet zo nauw meer nemen met wat extra’s doen, zonder er te voor worden betaald. Jonge gezinnen waarbij men allebei moet werken om het hoofd boven water te houden en waardoor er weinig gezinstijd overblijft. Meer mensen ook moeten mantelzorg verrichten omdat verpleegtehuizen dichtgaan of omdat men zolang als maar mogelijk is thuis moet blijven wonen. Maar toch als je eens in jouw eigen agenda kijkt, heb je dan niet nog een klein beetje tijd over om vrijwilligerswerk te doen? Ja toch, je verbreedt er je netwerk mee en krijgt er over het algemeen ook wel iets voor terug. Kijk eens om je heen er liggen nog zoveel leuke taken te wachten. Reden om er eens over na te denken?

123. Vrijwilliger ben je voor het leven

Het is 26 april 2016. Zo meteen mag ik deelnemen aan een lunch ter ere van iemand die zojuist een koninklijke onderscheiding heeft ontvangen. Ik denk dan terug aan die gelegenheid dat ikzelf onderscheiden werd. Een volkomen onverwachte waardering voor al het vrijwilligerswerk waar ik altijd ontzettend veel energie uit heb gekregen en dat me zoveel heeft opgeleverd. Ik ging terug in de tijd en vertrouwde het aan het papier toe.

50 jaar vrijwilliger. Al mijn hele leven ben ik vrijwilliger. Het is me aangeboren of zit in mijn genen. Op 14 jarige leeftijd ben ik er mee begonnen. Ik voetbal bij SV Den Hoorn en er wordt een mini-afdeling opgezet. Kinderen tussen 4 en 6 jaar mogen komen voetballen en spelen op de grote groene weide. Op zaterdagochtend rond de klok van 7:00 uur haalt mijn moeder mij uit bed om op tijd te zijn bij activiteiten rondom het jonge spul. Met acht tot tien leiders komen we om 8:00uur bij elkaar in de oude houten kantine op het sportcomplex aan de Woudseweg. Er wordt een heel spelprogramma in elkaar getimmerd voor de ruim 100 krioelende kleine knulletjes. Het gaat niet om het voetballen alleen, er zitten spelelementen in die soms met voetballen te maken hebben, maar even goed spelen we met het grut een levend ganzenbord. Een glaasje limonade aan het eind van de spellenochtend is voor de jeugd de kers op de taart. De mooiste herinneringen heb ik aan de ochtenden dat de kids volledig onder de modder naar huis gaan. Als het die nacht heeft geregend doen we het spel: buikschuiven. De meest smerige speler ontvangt na zijn glaasje ranja ook nog een Mars. Dat de ouders daar niet altijd even gelukkig mee zijn, hebben we regelmatig ervaren.

Eens in de zoveel tijd worden er wedstrijdjes gespeeld. Bij Delft en Delfia hebben ze ook een dergelijk mini-afdeling. Wedstrijden 15 tegen 15 of soms wel 20 tegen 20. Wat hebben we er een plezier aan beleefd. Tot aan mijn diensttijd ben ik er altijd zeer actief mee bezig geweest.

Op 16 jarige leeftijd kom ik tot de ontdekking, dat ik geen hoogvlieger ben qua voetballen. Ik word winnaar van een spelregelquiz van de KNVB en besluit me in het zwarte pak te hijsen om voetwedstrijden te leiden. Acht dinsdagavonden op de fiets naar de Suezkade in Den Haag om me verder te bekwamen in de spelregels, waarna ik na het slagen de KNVB-badge van de afdeling HVB (Haagse Voetbalbond) krijg uitgereikt. Mijn allereerste wedstrijd is die tussen ADS 13 – Oliveo 9. Mannen die mijn vader en wat voor sommige geldt, zelfs mijn opa kunnen zijn. Het is de veteranencompetitie waar ik mijn eerste wedstrijd mag fluiten. Uiteindelijk ben ik scheidsrechter gebleven tot net na mijn trouwen. Op 29 jarige leeftijd houdt ik het voor gezien. Soms doe ik het met heel veel plezier, maar meerdere keren ben ik blij als ik weer heelhuids thuis ben. Een leuke anekdote is het feit dat toen ik een wedstrijd floot voor de bedrijvencompetitie in Delft ik bij het verkleden, plots een enveloppe met daarin fl. 200,00 aantrof in mijn sporttas. Twee concurrerende cafés spelen om de bedrijvenbokaal in de finale. Een besnorde eigenaar van één van de cafés heeft kans gezien om, terwijl ik even naar het toilet ben, de enveloppe in mijn tas te doen. Het is vrij simpel om vast te stellen om welke café het gaat. Er zit een briefje bij dat ik ben uitgenodigd voor het buffet en het feest dat zal worden gegeven bij het ‘winnende’ café. Ik heb me niet laten beïnvloeden en heb de enveloppe uiteindelijk afgegeven aan de organisatie van het bedrijventoernooi. Dat het café, waarvan ik vermoed dat de enveloppe is, won, is puur omdat ze meer kwaliteiten in huis hebben.

Op 17 jarige leeftijd treed ik toe tot de jeugdcommissie van SV. Den Hoorn. Als secretaris van deze commissie heb ik me zeven jaar met veel plezier ingezet. Ik heb geen tijd of eigenlijk geen zin om te studeren en geef er alles aan om me als vrijwilliger in te zetten. Ik heb nauwelijks tijd om op tijd mee te eten omdat ik weer naar de voetbal moet. Mijn MTS-opleiding laat ik voor wat het is. Dat laatste wordt met name door mijn moeder niet in dank afgenomen.

Elftallen van de SV gaan in de zomermaanden op kamp. Zo komt het voor dat ik in één jaar mijn volledige eigen vakantie opgeef om met hen mee te gaan. In één jaar zelfs drie weken achtereen. Mijn moeder weet niet hoe ze de was op tijd weer schoon en gestreken mee kan geven. De Nederlandse kampen waar ik mee naar ben toe ben geweest, 9 in totaal, worden gehouden in Borculo, Weert, Zundert, Amersfoort of Leusden. Één kamp waar ik als leider meega, vertrekt naar Duitsland, Feschweiler om precies te zijn. Op 22 jarige leeftijd ga ik voor het eerst vliegen met een groep A-junioren. Ook dit gaat uit van SV Den Hoorn. Pineda da Mar is de ‘place to be’. Met 18, jonge haantjes gedrag vertonende, jongens in de leeftijd van 17 t/m 19 jaar en twee andere leiders (Ton van Ginkel en Ko de Vast) spelen we daar wedstrijden en vieren vakantie. Onze jongens laten zich gelden in het uitgaansleven. Tot tweemaal toe hebben we een bemiddelende rol moeten spelen tussen de Gardia Civil en één van hen.

Binnen Den Hoorn zoekt men mogelijkheden om de jeugd tussen 9 en 12 jaar iets leuks te laten doen op de zaterdagavonden. Dat krijgt gestalte in 1967. Naast dansclub Smurf is er voor deze jonge jeugd niets te doen. Met een aantal leden van de jeugdcommissie van SV Den Hoorn springen we in het gat en gaan we open-jeugdavonden organiseren. Er worden gezelschapspellen gespeeld, getafeltennist, geschaakt en gedamd, bingo gespeeld en gedanst. Het kleine toneeltje in de zaal van de toenmalige gymzaal is de discovloer. De eerste kusjes tussen jongeren worden er soms uitgedeeld. Er wordt gedanst en geslepen (dansvorm). Tot aan mijn militaire diensttijd ben ik hieraan verbonden.

Vanaf mijn negende jaar speel ik trompet/piston bij de fanfare van het Sint Joris-Gasthuis, Kunst Na Arbeid. Mijn opa heeft er gewerkt en zo is ook mijn vader er lid geworden. Net uit militaire dienst zoeken ze een secretaris. Ik ben er niet te beroerd voor om dit op me te nemen. Vier jaar lang schrijf ik met de hand de notulen van de vergaderingen, om deze later uit te typen op een typemachine. Menig keer moet ik Tipex gebruiken, typen was nl. niet mijn sterkste eigenschap.

Inmiddels heb ik verkering gekregen en moet ik mijn tijd wat meer gaan verdelen tussen het meisje en de hobby. Dat valt niet altijd mee. Ook omdat het meisje een flink aantal jaren jonger is dan dat ik ben. Ze mag/kan soms niet mee. Met nog twee broers en drie anderen hebben we een dansband geformeerd, genaamd Monday. De naam omdat we op maandag altijd repeteerden. Daarnaast speel ik ook weer met die zelfde twee broers in een boerenkapel. Dat betekent dat we soms nog laat op pad zijn. Omdat het meisje op tijd thuis moet zijn, rijd ik soms tussen twee optredens even heen en weer, breng haar thuis om vervolgens weer terug te keren en de optredens af te maken.

In Den Hoorn vindt men het tijd worden om jongeren meer te betrekken bij de kerk. Door het toenmalig parochiebestuur worden mensen benaderd om hierin mee te participeren. Ik ben er daar één van. Elke zaterdagavond sta ik op het altaar achter de organist om mijn deuntje op trompet mee te spelen. Ik doe dit meestal met mijn broer Martin samen. De kerk is vol tijdens de jongerenmissen. Ook Wilma staat er en doet mee in het koor. Tot aan ons trouwen zijn we trouwe deelnemers aan deze diensten. Menig keer kwam men naar de kerk voor de ‘gebroeders Brouwer’, zoals men ons noemde, naar een tweetal getalenteerde trompetartiesten.

Dan trouwen we en verhuizen van Holland naar België (voor de niet kenners van Den Hoorn naar Schipluiden). In Schipluiden wordt wel gebouwd, in Den Hoorn is er geen sprake meer van nieuwbouw. Door mijn leeftijd, ik ben dan inmiddels 27 jaar, en door mijn economische en sociale binding met de gemeente heb ik genoeg punten om ingeloot te worden voor een woning in de wijk Rozemarijn.

Intussen heb ik mijn scheidsrechters pak aan de wilgen gehangen door een akkefietje in het veld. Ik voelde me niet veilig meer en besluit om mijn scheidsrechters carrière te beëindigen. Wanneer ik echter in het huwelijk ben getreden en inmiddels in Schipluiden woon, kan ik het niet laten en ga ik wederom wedstrijden fluiten, nu voor de plaatselijke voetbalvereniging, toen nog ASSO, later VV Schipluiden.

In 1988 behaal ik via mijn werkgever mijn EHBO diploma. Daardoor ben ik veelvuldig betrokken bij evenementen waar ik behulpzaam ben met de gele tas met de blauwe letters EHBO erop, die ik dan over mijn schouder heb hangen. Hulp op de zaterdagen op het voetbalveld of de Zomerfeestenactiviteiten.

Als men bij het parochiebestuur van de katholieke kerk mensen zoekt om in de parochieraad plaats te nemen, komt men wederom bij mij terecht. Met negen jaar deelname, de maximale tijd, aan deze raad heb ik met veel plezier mensen in mijn nieuwe dorp leren kennen.

Wanneer de toneelvereniging VAT’75 het toneelstuk de Jantjes gaat opvoeren zoeken ze nog een ‘Amsterdammer’ die daarin zou kunnen spelen. Ik speel in het stuk een signaal op trompet en mag de rol van De Mop vervullen. Mijn enige toneelrol ooit. Wat ben ik zenuwachtig om die drie zinnen te zeggen. Later heb ik nog éénmaal op het podium gestaan bij de musical over Rozemarijn. Teksten onthouden, is niet aan mij besteed. Ik speel het liefst mijn eigen rol. Verzin het liefst mijn eigen teksten, wat voor tegenspelers niet altijd handig zal zijn.

Inmiddels hebben we een nieuwe bewoner in de straat gekregen. Hij stelt voor om een straatcomité te formeren. Met mijn vele ervaring ben ik de ‘juiste’ persoon om er deel van uit te maken. Het organiseren van de jaarlijkse BBQ en het beheren van de lief en leedpot van de straat behoort tot mijn functie. Ik maak de verslagen en koop met Wilma alles voor de BBQ in.

Dan gaan onze jongens naar scouting en op de voetbal. Met scouting heb ik niet zoveel, ben er zelf nooit lid van geweest en besluit me daar niet als hulp aan te bieden. Bij de voetbal wel, Ik ben er een aantal jaren leider bij één van de elftallen waar één van onze jongens in speelt.

Intussen wist ook de voetbalvereniging Schipluiden mij te strikken voor het jeugdbestuur. Met een zeer gedreven groep hebben we het jeugdbestuur een fantastische glans gegeven. Nog altijd wordt er over die tijd gesproken. Na zeven jaar wordt het tijd om het stokje over te dragen.

Het clubblad van de sportvereniging verdient een oppoetsbeurt. Zonder enige kennis van de computer bied ik aan om me er in te verdiepen. Mensen achter hun vodden aan zitten als men copy moet inleveren. En als er te weinig copy is maak ik zelf een verhaal over allerlei zaken die ik tegenkom. Menigeen heeft zich afgevraagd wie de “verhalen langs de lijn” schreef. Ik heb het nooit, nou ja, nu dan, bekend gemaakt.

Bij scoutinggroep Marco Polo komen ze in 1993 een Sinterklaas te kort. Men heeft een Sinterklaasfeest aangenomen bij het personeel van de Makro. Een Sint was niet te vinden. Dat was op mijn lijf geschreven. Vanaf november 1993 t/m heden vertolk ik die rol nog steeds.

Als in de zomermaand augustus de Zomerfeesten in Schipluiden plaatsvinden, beman ik één, twee, soms drie avonden één van de barren. Een hele avond tappen, tot de handen er als verdouwelde doekjes uit zien. In 2014 is het mijn laatste keer. Het is een zeer vermoeiende avond en sommige jeugdige bezoekers zijn van mening je te mogen bekritiseren en beledigende opmerking te mogen maken.

Na de voetbal komt toch scouting om de hoek. Men zoekt een secretaris. Omdat ik schrijven en besturen leuk vind, neem ik plaats in een bestuur dat er al heel lang zit. Als na één jaar ook de voorzitter opstapt, doe ik die taak er bij. Na 17 jaar is het welletjes en neem ik er afstand van. Een drukke functie met de vele vergaderingen, de verbouwing van het gebouw, gemeentebesprekingen, bestuursvergaderingen en groepsraden kosten mij veel tijd.

Als lid van het 4/5-meicomité zoekt men bij scouting Schipluiden ondersteuning voor bij de kranslegging bij het monument. Ook daar heb ik vanaf 1997 t/m 2013 deel van uitgemaakt. Ik verzorgde de teksten en deed de aankondiging/ceremoniemeester bij het monument.

Bij een braderie op het dorp, neemt Wilma twee inschrijfkaarten mee voor het bloeddonorschap. zij schrijft ons allebei in. Ik ben er wel een beetje huiverig voor, gezien mijn ervaring tijdens mijn dienstplicht. Ik was nog niet aan de beurt, als ik me flauw voel en onder een tafeltje wakker word. Als ik echter de eerste keer bij de bloedbank Sanquin op een hele goede manier word opgevangen, ben ik om. Ruim 80 keer heb ik hen vrijwillig mijn arm aangeboden en eerst vol bloed en later plasmaferese afgegeven. De beperktere openingstijden van Sanquin hebben me doen besluiten om er daarna mee te stoppen. Ik zal die roze koek met dat kopje koffie missen.

Als ik medio 2004 door Aad Schilperoort, van de katholieke kerk St. Jacobus de Meerdere in Schipluiden wordt gebeld, dat men in mij een prima koster ziet, moet ik er even over denken. Toch besluit ik om ook dat erbij te doen. Eéns in de drie weken een kosterbeurt. Wanneer het aantal kerkdiensten afnemen en in 2012 slechts één dienst per weekend is, besluit ik om er mee te stoppen.

In 2009 is men op zoek naar iemand bij de Oranjevereniging. Als bestuurslid van scouting wil men mij daar wel bij betrekken. Scouting zou mee kunnen participeren in de spelen die er op o.a. Koninginnedag zijn. Ik beloof niks en ga er één keer heen. Nog steeds beheer ik het ledenbestand. Verder actief ben ik niet meer.

Als Optiesport stopt in Schipluiden in De Dorpshoeve staat er een groep vrijwilligers op om dit op te pakken. Ook wij, Wilma en ik, zijn er bij betrokken. Overigens niet echt fanatiek maar we pikken wel de leukste avonden er uit.

De Dorpshoeve bezint zich over het feit dat men meer naamsbekendheid wil. Samen met Nico van de Besselaar, toenmalig voorzitter, hebben we toen een aantal ideeën bedacht. Eén ervan was om rommelmarkten te houden. Vier in één jaar, op zaterdag. We starten in de voorzaal van de Dorpshoeve met 28 kramen. Later groeide dit uit naar 62 kramen. Mensen komen op de wachtlijst te staan voor als er een kraam wordt afgezegd. De eerste rommelmarkt wordt bezocht door zo’n 280 man. De laatste door ruim 1000. Inmiddels is mijn stokje over genomen en huren we er zelf een kraam om er te gaan staan met onze handel.

2009 is ook het jaar dat ik toetreed tot de ledenraad van Rabobank te Delft. Na een motivatie te hebben geschreven word ik direct toegelaten. Ik haal er uiteindelijk niet uit wat ik er van heb verwacht, zit mijn termijn van drie jaar uit en verlaat de raad. Ik proef hier weinig van inspraak en democratie. Degene met de grootste mond wint. Jammer, maar wel een periode waar ik dingen heb geleerd.

In 2011 ga ik even een brief posten, om onderweg aangesproken te worden door de voorzitter van het bestuur Varend Corso Schipluiden. Men heeft mij in gedachte om een rol te spelen op één van de dagen begin augustus. Ik doe aan dit spektakel intussen voor de vijfde maal mee. Het eerste jaar speelde ik de grote kat uit de musical Cats, het tweede jaar was ik Mickey Mouse. Daar ging het bijna mis. Teveel gegeven, te weinig gedronken en gegeten waardoor ik niet meer wist hoe en aan welke kant ik van de boot af moet. Drop en water redde me. Het derde jaar mocht ik een nummer van Marco Borsato zingen om het vierde jaar achter de piano plaats te nemen en de rol van Ramses Shaffy te spelen. Afgelopen jaar had ik een saaie rol en mocht ik op de boot van Schipluiden de paal laten zakken die stond op de Midzomernachtboot. Dat is als je ADHD hebt, te weinig.

In 2011 geef ik mijn echtgenote Wilma te kennen dat ik nog een hele grote wens heb. Ik wil graag huwelijken voltrekken. Dan, als Wilma een avond heeft met oud-collega’s van de gemeente Schipluiden, krijgt zij te horen dat men op zoek is naar een mannelijke trouwambtenaar. Peter Vermeulen is er mee gestopt en men zoekt een mannelijke vervanger. Het komt dan ineens heel dichtbij. Als het hoofd KCC van de gemeente Midden-Delfland mij belt om te vragen of ik inderdaad belangstelling heb, is het gauw beklonken. Zij heeft van burgemeester Arnoud gehoord dat ik daar een geschikte figuur voor ben. Een kort gesprekje en op 16 mei 2012 doe ik mijn eerste huwelijksvoltrekking. En zo heb ik vanaf mei 2012 t/m vandaag inmiddels 68 huwelijken voltrokken.

Als in 2014 mijn buurman mij aanspreekt op het feit dat men iemand zoekt die de coördinatie van activiteiten wil doen bij de Zonnebloem, wil ik dit eerst met eigen ogen beleven. Het is weinig werk en je doet het vanuit huis. Dat het weinig werk is, is mij inmiddels duidelijk, maar als je zoals ik altijd meer wil dan is weinig niet meer het goede woord. Een hele leuk taak is weer op mijn pad gekomen waar ik nog lang mee door hoop te gaan.

In september 2014 word ik aangesproken door Govert van Oort, wethouder in de gemeente Midden-Delfland. Men wil in Schipluiden een Burgerplatvorm gaan starten en hij ziet mij wel als voorzitter. Daar pas ik voor. Lid is prima, als voorzitter mag hij een ander zoeken. En zo doe ik dat nog steeds . Eens in de twee maanden beleggen we een bijeenkomst over het reilen en zeilen in de kern Schipluiden. Waaronder het vluchtelingen probleem.

In 2015 heeft mijn werkgever een groot jubileum. Als afsluiting van dit feest neemt men deel aan een manifestatie met het Delfts Symfonie Orkest en een 100 man/vrouw groot koor. In de Oude Jan wordt een muziekstuk opgevoerd over de wetten die Hugo de Groot heeft opgesteld over de handelsverdragen. Men zoekt een Hugo. Één van mijn collegaatjes wist het meteen, dat is iets voor Aad. En zo loop ik een hele zaterdag verkleed als Hugo de Groot rond om mijn verhaal te doen over ‘mijn’ wetten. Tot tweemaal toe in een ‘uitverkochte’ kerk, mocht ik, op mijn knieën zittend in een kist, worden gebracht naar het podium, waar ik het gehoor mocht informeren over wat men te horen zal krijgen.

In mei a.s. lever ik 5 dagen in om vrijwillig mee te gaan met een groep gasten van de Zonnebloem. Het zal er niet zo levendig aan toe gaan als die keer dat we naar Spanje gingen met een groep jongeren. Maar ik weet zeker dit geeft net zo veel of misschien wel meer voldoening. Ik kijk er naar uit en laat onze gasten genieten, dan geniet ik zelf ook.

Dit is in het kort mijn vrijwilligerswerk vastgelegd op papier. Terugkijkend kom ik tot de conclusie dat ik aan meer dan 40 activiteiten mijn medewerking heb verleend. Deze waren van uiteenlopende aard. Soms kleine projectjes andere keer projecten van jaren. Maar altijd met plezier. De voor mij interessantste heb ik beschreven. Eendagsvliegen heb ik even niet benoemd. Het levert mij nog steeds de energie op waardoor ik ben zoals ik ben. Kijk naar morgen, fluiten is leuker dan sacherijnig zijn en een dag niet lachen is een dag niet geleefd.

10. Vrijwilligersdag Dorpshoeve 2014

10 mei 2014. De wekker liep om voor acht uur al af. Het zou een dagje Arcen worden, de vrijwilligersdag van de Dorpshoeve. Er werd een bezoek gebracht aan de brouwerij van Hertog Jan. Ik maakte mijn brood klaar. Onderwijl kwam Wilma ook al naar beneden. Samen ontbeten we aan de tafel. Vandaag gaan we ieder ons eigen weg. Om even over half negen zei ik mijn vrouw gedag. “Waar moet je eigenlijk heen?”, vroeg ze me. Ik moest even nadenken en herinnerde plots het e-mailtje dat ik had ontvangen van Martien, de secretaris. “Het vrachtwagenparkeerterrein”, zei ik snel, terwijl ik eigenlijk naar de Dorpshoeve wilde lopen.

Ik was nog maar net de deur uit toen er druppels vielen. Ik maakte wat meer haast om bijna droog bij de bus aan te komen. Martien had de presentielijst bij zich en zette een kruisje achter mijn naam. Het was nog even wachten op wat andere meegaanders. Eenmaal in de bus zocht ik naar een plekje, nou ja zoeken, er was plek zat, 32 mensen die meegaan in een bus waar 60 plaatsen in beschikbaar zijn. Iemand zei tegen me: “het schorem zit achterin.” Ik besloot me daarbij aan te sluiten.;) Ik zat daardoor met Onno, Henk en Leo achterin de bus.

Kort na negen uur vertrok de bus richting Arcen. Al vrij snel roken we een vreemde lucht en het werd er ook wat warm in de bus. Onderweg was het gaan regen. Niet alleen buiten ook binnen droop er water langs de wand. Een gordijntje werd gebruikt als droogdoek. In de bus was kennis aanwezig over de motor van de bus. “Het cardan liep niet lekker”, hoorde ik zeggen door een kenner. De chauffeur had ook geen vaste voet in het geheel. Optrekken, gas los, optrekken, remmen, optrekken, gas los. Je zou er zeeziek van kunnen worden. Achterin de bus was dat mogelijk meer te merken dan voorin. Onderweg zou een stop worden gemaakt in Meeteren, gelijk aan de naam van de busonderneming.

Na ruim anderhalf uur werd de stop gemaakt. In het restaurant stond het stukje appelgebak uit de vriezer al op het bordje. Koud was het, ijskoud. Het meisje met de slagroomspuit volgde later. De appelgebak was al op toen de koffie werd uitgeschonken. Sommigen gebruikten de hoeveelheid slagroom, die niet was opgegeten, om die te verdelen onder de koffiegenieters die slagroom in de koffie wel lekker vinden. Na een kleine driekwartier werd het sein gegeven om te vertrekken. De bij de uitgang staande schaal met snoepjes werd wat leger gemaakt.

De rit ging verder om bij de afslag naar Arcen de weg af te gaan. De bus begon inmiddels steeds langzamer te rijden. Op een gegeven moment was deze niet meer vooruit te branden. De chauffeur besloot om langs de weg te stoppen. Op een stopplaats van een bus van het openbaar vervoer zette hij de bus aan de kant. Hij probeerde de bus nog een aantal keer te starten, maar er zat geen beweging meer in. Het kwam nu op de technische kennis van de buschauffeur aan. Hij pakte een sleuteltje om zijn achterklep te openen. Het sleuteltje paste niet. Hij kon niet bij het gereedschap dat hij nodig dacht te hebben.

We werden met z’n allen naar buiten gedirigeerd. Uit de verte kwam een Veoliabus aan rijden. Er werd besloten die bus te nemen naar de brouwerij, waar we nog slechts enkele kilometers vanaf waren. We namen afscheid van onze buschauffeur om in te stappen in de streekbus. Deze chauffeur zat wel vreemd te kijken, waar normaal één iemand instapt kreeg hij ineens 32 meerijders erbij. Niet iedereen had zijn OV-kaart bij zich. De OV-ers checkten in. De anderen kregen een streekkaartje, betaalt door de penningmeester. Op de display stond als eerstvolgende halte, Broekhuijzen, bijna toevallig ook de naam van de secretaris van de club vrijwilligers. Door het oponthoud van de streekbus op de stopplaats moest deze tijd inhalen. De chauffeur gaf plankgas. Het circuit van Zandvoort is er niks bij. Met twee wielen over de rotonde, haakse bochten maken, slingerend over de wegen en flink de sokken er in op het rechte stuk. Vlak voor de ingang van de brouwerij werden we afgezet. Toeval wil dat we exact om één uur, de afgesproken tijd, aankwamen bij de brouwerij.

Nadat we waren uitgestapt en een klein stukje te hebben gelopen stapten we bij de brouwerij binnen waar eerst de inwendige mens werd verzorgd. Een heerlijke lunch stond in de serre van het proeflokaal opgesteld. Sommigen meenden direct te moeten bestellen waarvoor men was gekomen: bier, waar koffie en thee eigenlijk de bedoeling was.

Kort nadat we aan de lunch zaten, kwam ook de chauffeur van onze bus binnen. Hij had zijn achterklep gesloopt, zodat hij bij zijn gereedschap kon. Hij moest wat leidingen ontluchten. De bus reed weer als een zonnetje.

Na de lunch gingen we naar de brouwerij op zich. Toon, de rondleider, heette ons van harte welkom en liet diverse grapjes vallen in zijn vertellingen. Één er van zal ik u niet onthouden. “Een goede remedie om ’s morgens geen hoofdpijn te hebben na een avondje doorzakken, is om de avond ervoor de laatste tien te laten staan.”

Na in de brouwerij te zijn rondgeleid en onderweg zelf een biertje te hebben getapt, werd de tocht afgesloten met een ‘zwaar’ biertje. “Denk er om, je moet straks nog wel die trap op”, zei Toon, “dus niet teveel, hé.” Als afsluiting ontving iedereen een bierglas in een doosje.

Nu kwam waar eigenlijk voor gekomen waren: bier drinken. Aan een stamtafel met negen mensen werd al snel het eerste glas koud gemaakt. Leo besloot nog een duit in het zakje te doen en draaide met zijn vinger boven de tafel, toen het bedienend meisje kwam vragen of er nog iets te drinken moest zijn. Het bestuur van de Dorpshoeve wilde de omzet verhogen en bestelde naast opnieuw een rondje ook een ronde schaal met kaasjes, worstjes en gehaktballetjes. Deze laatste waren als eerste uit het pannetje gevist. Afgesloten werd met nog een rondje bier, hoe kon het anders. Sommigen haakte af en bestelde een colaatje. Een schaal met hapjes van de andere tafel werd door onze mannentafel ook nog even leeggemaakt. Klokslag half vijf werd het tijd om te vertrekken. Iedereen steeg weer in de bus. Een enkeling sloot zijn ogen en liet zich wegzakken.

Dat er in korte tijd veel was gedronken bleek toen er noodstop moest worden gemaakt. Via onze TomTom, Willem werd een Shellstation aangedaan. De mannen op rij langs de kant van de weg, de dames in het station zelf. “Wel die kortingsbonnetjes meenemen, hè”, zei Willem tegen de dames die moesten betalen voor hun plasje, “dan kan ik volgende week met korting koffie kopen.”

We waren nog maar kort op weg toen een noodluik begon te bewegen. De buitenlucht was te zien en het was niet verantwoord om zo verder te rijden. Even werd er gekeken of er gerepareerd kon worden. Dat bleek niet mogelijk, waarop Jan zich opofferde om de verdere terugreis aan het dakpaneel te gaan hangen. Zo werd de verdere terugreis voortgezet.

Aangekomen in Schipluiden, werd met een onhandige manoeuvre de bus in zijn achteruit op de Dorpsstraat geparkeerd. Ik maakte een kruisteken. We waren veilig aangekomen.

Op naar de Dorpshoeve. Hier sloten een aantal partners en vrijwilligers die niet mee waren gegaan aan.

Bij de Dorpshoeve aangekomen had Chapuk met catering Den Burg voor een goed gevulde tafel gezorgd. Italiaan, Frans, Nederlands, er was voor iedereen wel iets lekkers uit de schalen te halen. Na een kort woordje van Toon, de voorzitter werd het buffet voor geopend verklaard. Voor een aantal werd er nog Belgische frieten aangerukt, die al wel vrij snel op waren. Aan de bar ging men verder waar men in Arcen mee was gestopt: bier drinken.

Er vonden gezellige gesprekken plaats aan de tafels. De penningmeester kwam nog even afrekenen met de OV-betalers. Na nog een glaasje Cola was het voor mij genoeg en nam ik met een ronde, goedgevulde buik en ietwat licht hoofd, afscheid en wandelde naar huis.

Het was een zeer leuke dag, we hebben het gelukkig veilig volbracht. Ik kon mijn verhaal vertellen aan mijn vrouw en onze zoon die toevallig thuis was. Ik besloot hierna om het op papier te zetten.

Bestuur van de Dorpshoeve, hartstikke bedankt. Het is een super leuke, enerverende dag geworden, die ik mijn geheugen zal opnemen.

Aad van Meurs

P.s. Of en hoe de buschauffeur is thuisgekomen heb ik in dit verhaal niet op kunnen nemen omdat ik dat niet heb meegekregen.