381. “Wasstraat”, zegt hij na 19 lessen

“WE…A..SSS…SSS…TE…RU…A…A…TE, Wasstraat”, zegt hij, als ik hem vraag wat er staat. Deze week ga ik voor de laatste keer voorlezen bij een gezin dat niet van hier komt. Moeder heeft een docentenfunctie aan de Universiteit en is van Spaanse afkomst, vader heeft een dubbele titel en werkt bij een multinational en komt uit Turkije. Samen spreken ze Engels. Hun twee jongens spreken Turks, Spaans en Engels, van de Nederlandse taal hebben ze niet veel meegekregen. Na 20 weken spreekt de oudste al een goed mondje Nederlands en doet de jongste ook al aardig mee.

Wanneer ik in augustus 2018 een lezing doe in de Bibliotheek in Den Hoorn vraagt een medewerker van de bibliotheek aan mij om mee te doen aan de VoorleesExpress. “Dat is vast wat voor jou”, zegt de biebmedewerkster. Ik moet daar even over nadenken. VoorleesExpress wat is het precies en wat verwacht men van mij? De VoorleesExpress zorgt ervoor dat kinderen met een taalachterstand extra aandacht krijgen. 20 keer komt er een vrijwilliger bij een gezin thuis om voor te lezen. Samen met de ouders streven zij ernaar dat taal en leesplezier een vaste plek in het gezin krijgen. Omdat ik zelf geen lezer ben, maar vroeger bij onze jongens wel elke dag heb voorgelezen heb ik er wel zin in.

Vanuit de bibliotheek krijg je de ondersteuning. Je krijgt een gratis biebpas en elke week zoek je nieuwe boeken uit om voor te lezen. Er zit een heel pakket aan informatie in de tas die je meekrijgt en er zit een DoeBoek in. Een DoeBoek waar je met het gezin en jouw voorleeskind wekelijks even de opdrachten mee doorneemt.

‘Mijn’ kind is opgegeven door de school waar hij op zit. Hij is vier jaar oud. De ouders zien er het nut van in en zo word ik gekoppeld aan het gezin dat ik in de eerste alinea heb aangegeven.

Half September maak ik een afspraak met de ouders van ‘mijn’ kind. Ik spreek direct een vaste dag en tijd af, dan weet men waar men rekening mee moet houden. Wanneer ik er de allereerste keer aankom, word ik hartelijk ontvangen, er is koffie en een stukje baklava. Ik maak kennis met papa en mama, mijn voorleeskindje en zijn jongere broertje. Na mezelf te hebben voorgesteld, nestelt het gezin zich rondom mij heen. De bank is net groot genoeg om er met zijn allen op te zitten. Beide kinderen zitten direct tegen mij aan. Vader en moeder sluiten aan beide zijde de rij.

Het is een stille bijeenkomst. Een prater, ik, en vier luisteraars. Ik laat mijn voorleeskind steeds het boek uitzoeken dat hij voorgelezen wil hebben. Tot slot doen we de opdracht uit het DoeBoek. Na een goed uur is het tijd om huiswaarts te gaan. In de gang spreek ik met de ouders nog even door wat de bedoeling is. Vader spreek goed Nederlands maar voelt zich niet altijd zeker of hij woorden ook goed uitspreekt. Moeder heeft wat meer moeite en haar stel ik voor om eens contact op te nemen met TaalMaatje. Taalmaatje is meer gericht op volwassenen.

Het voorlezen is leuk. Ik leer woorden ook direct in het Spaans en in het Turks. Mijn leerling weet dieren uit het voorleesboek ook in de twee talen te benoemen. De volgende keer dat ik bij het gezin ben maak ik ook direct een afspraak om gezamenlijk naar de bibliotheek te gaan en een abonnement te nemen. Dat gebeurt ook, de volgende woensdag staan we met zijn vieren, moeder, de kids en ik, bij de Bibliotheek in Den Hoorn. Ik help het gezin op weg en vertrek weer.

Bij het derde bezoek krijg ik te horen dat de jongste van ruim anderhalf heeft gehuild toen ik zonder hem gedag te hebben gezegd ben weggegaan uit de bibliotheek. Vervelend. Ik bouw eigenlijk al direct een goede band op met het gezin. Dat blijkt ook als ik ’s avonds op de fiets aan kom rijden. Wanneer de jongens mijn voorlicht in het raam zien schijnen, hoor ik ze al roepen: “Aad!, Aad!”. Ik begin het steeds leuker te vinden. Ook al omdat het nu echt een Nederlands uurtje is geworden. Ook vader en moeder communiceren, soms gebrekkig, soms naar woorden zoekend door moeder, in het Nederlands met mij. De kleinste neemt teveel aandacht bij het voorlezen en vader besluit om met hem te gaan playmobielen of met de Lego te spelen. Dan is er voor de oudste alle aandacht. We doen een taalspelletje. Zo ga ik week in week uit elke donderdagavond naar het gezin. Ik doe het met veel plezier, de ontvangsten zijn allerhartelijkst en als men mij tegen het eind van de voorleessessies vraagt om maar vooral te blijven komen, ook als ik klaar ben met voorlezen, voel ik me gewaardeerd en thuis.

Wanneer ik bij mijn voorlaatste voorleesbeurt een boek over auto’s in handen heb en uitleg wat er zoal te zien is wijs ik naar een autowasstraat. Mijn leerling weet niet wat het is, maar op de deur staan letters geschreven. Met “WE…A..SSS…SSS…TE…RU…A…A…TE”, zegt hij wat hij ziet. 19 keer voorlezen en dan al deze woorden spellen en lezen. Hoe snel kan het gaan.

Moeder is inmiddels aangesloten bij TaalMaatje. Wanneer ze een woord zegt dat niet helemaal juist wordt uitgesproken, zegt mijn net aan vijf geworden leerling: “Mama, dat zeg je niet goed, het moet …….. zijn.”

Met veel plezier overhandig ik hem a.s. donderdag een diploma. Hij krijgt een boek van de Bibliotheek. Ik ga er eigenlijk met weemoed weg, blijf wel contact houden, maar niet meer zo frequent als ik het half jaar heb gedaan. Hij kan lezen en spreekt Nederlands, mooi toch.

364. Terugkijken en vooruit

Wat gaat het nieuwe jaar mij brengen? Het blijft altijd een vraag waar je een antwoord op schuldig moet blijven. Toekomst kijken kunnen we niet. Wat ik wel kan is nog eens terugkijken op 2018. Heeft het aan mijn verwachtingen voldaan? Heb ik mijn goede voornemens in praktijk gebracht? De tweede vraag kan ik direct beantwoorden: nee. Ik had me voorgenomen om minder op mijn scherm te kijken. Met de statistieken die ik maandelijks krijg voorgeschoteld blijkt dat ik dus geen afspraak met mezelf kan maken. Slap.

Heeft het aan mijn verwachtingen voldaan? Daar kan ik positiever over zijn en samenvatten met: zeker weten. Er is veel de revue gepasseerd. Het eerste jaar van helemaal thuis zijn. Was het in het begin, de wintermaanden toch wel een probleem, gaande weg werden de dagen vanzelf ingevuld of vulde ik ze zelf in. Terwijl vrouwlief gaat werken heb ik het rijk voor me alleen en kan ik doen wat ik wil. Als geeft dat soms wat teleurstelling als ik bij mijn echtgenote opbiecht slechts thuis te zijn geweest en geen stap buiten de deur te hebben gedaan.

In de wintermaanden slechts één huwelijk bevestigt. Winterbruidjes zien het kennelijk niet zo zitten om in de kou te trouwen. In de periode van 5 mei tot 29 september waren dat er 12. Gemiddeld dus twee per maand In die periode. Ik leerde nieuwe mensen kennen, waarbij ik met sommige nog steeds contact heb/houd. Er waren bijzondere gebeurtenissen bij, waarbij ik soms meer dan alleen als trouwambtenaar ben uitgenodigd. Een bruidspaar wilde graag op zondag trouwen, ik was erbij. Ik was een keer naast trouwambtenaar ook mediator, waar het in de familie niet helemaal lekker verliep. Bij een van de huwelijksbevestigingen gaf de bruid haar pas enkele maanden oude baby de borst terwijl ik met mijn toespraak bezig was. Ik deed huwelijken van mensen uit eigen gemeente, maar ben er ook veel verder voor op pad geweest. En als het echt ver weg was, dan liet ik het bruidspaar bij mij thuis komen. Alles bij elkaar besteedde ik 206,5 uur aan de te bevestigen huwelijken. Gemiddeld toch zo’n 17 uur. Dit jaar bevestigde ik mijn 100e huwelijk. Ook dat was bijzonder. Van zes door mij getrouwde stellen ontving ik een geboortekaartje, ook dat is bijzonder.

Vanaf begin januari 2018 stapte ik als chauffeur in de MUS, een vervoersproject in Midden-Delfland. Wekelijks reed ik mensen van Den Hoorn naar Schipluiden of in omgekeerde richting. Ik bezocht vele malen het Reinier de Graafziekenhuis of het Revalidatiecentrum Sophia om mensen er af te zetten en ook weer op te halen. Voor het zwemmen in Kerkpolder reed ik een aantal keren heen en weer. Waar ik begin van het jaar soms meerdere keren in de week achter het stuur zat is dat door de uitbreiding van het aantal chauffeurs nog slechts een keer per week. Naast het zijn van chauffeur ben je het luisterend oor, de helpende adviseur waar nodig. Een sociaal gebeuren dus waar een dag per week soms best meer mag zijn. Een aantal keren nam ik iemand mee om ergens een kopje koffie te drinken, even uit de eenzaamheid. Een prachtig initiatief dat door de ondersteunende partijen, Pieter van Foreest, Gemeente Midden-Delfland, Stichting Welzijn Midden-Delfland en Stichting Doel wordt voortgezet en uitgebreid in 2019. Door beperkte accucapaciteit was het niet altijd mogelijk om alle aanvragen te honoreren. Door de aanschaf van een tweede MUS kunnen we meer ritten gaan doen.

Door een aantal organisaties ben ik verscheidene keren gevraagd een vertelling/lezing te komen te doen. Zonnebloem Den Hoorn, KBO Den Hoorn, PCOB Schipluiden, de bibliotheek in Den Hoorn (2x), Kom’s Hoorn, vrouwengildes in de buurt maar ook in Boskoop. Ik vertel er over mijn levenslange vrijwilligersfuncties, maar ook over mijn blogs die ik schijf. Dit jaar trad ik evenals in 2017 o.a. op bij Delft Vertelt. Ook dat kost voorbereiding.

Vanaf oktober lees ik voor bij een Spaans/Turks gezin. Waar hun kinderen Spaans, Turks en Engels spreken, komt de Nederlandse taal weinig tot niet aan bod. Ik probeer daar door voor te lezen verandering in aan te brengen en zo is het Nederlands uurtje bij dit gezin ontstaan. Niet alleen de twee kids (2 en 4) hangen aan mijn lippen ook hun ouders luisteren maar wat graag naar wat ik heb te vertellen. Naast vertellen is het ook uitleggen wat Nederlandse gebruiken zijn rondom Kerst, rondom Koningsdag, maar ook over Sinterklaas.

Sinterklaas ook zo’n activiteit, waar ik maar geen genoeg van kan krijgen. Al 25 jaar stap ik in de rode mantel om voorafgaand aan Sint’s verjaardag op bezoek te gaan bij gezinnen, verenigingen en bedrijven. Een heftige en drukke periode die veel van je vergt. Soms denkt men dat het vanuit de automatische piloot gaat, ik kan je verzekeren dat dit zeker niet het geval is. Elk optreden staat op zich, elk optreden betekent voorbereiden en pieken. Ook dit jaar weer bijzondere belevenissen, waarbij ik de dag met onze jongste en zijn vriendin als uiterst vrolijk heb ervaren. Maar ook op een zondag op stap met drie dames, chauffeuse en twee vrouwelijke Pieten. Wat was het een feest en daar krijg je energie van en ook dit jaar weer volledig in dienst als vrijwilliger en het goede doel, scouting Schipluiden.

Afgelopen jaar zijn mijn solexritten toegenomen. 31 keer mocht ik een groep begeleiden vanuit de Tuinderij door het mooie Midden-Delfland en Westland. Mensen die plezier hebben en genieten van de mooie rit. Maar ook een rit waarbij ik zo blij was dat deze was afgelopen. Veel over deze ritten kan je teruglezen op mijn blogsite.

Het aantal blogsites nam met 84 toe. Sommige zijn slechts mondjesmaat gelezen, anderen gingen door het plafond. Nog altijd staat de blog over het bijna wegstemmen van de burgemeester met 3890 leesmomenten aan de kop. Het aantal lezers nam toe naar ruim 39000 met het aantal leesmomenten van 66000.

Naast de blogs voor mijn website schreef ik 15 verslagen van activiteiten van de Zonnebloem, afdeling Schipluiden. Daar doe ik de coördinatie Ik werd tweemaal gevraagd om een reclametekst te schrijven en ik ben nog druk bezig met het schrijven van een roman, alleen vraag ik van het laatste af of ie ooit af komt.

Het jaar is niet geruisloos voorbij gegaan. Dat is te lezen. Wat het nieuwe jaar zal brengen? In ieder geval de bevestiging van negen huwelijken, maar ook de organisatie van 40-jaar Zonnebloem, afdeling Schipluiden. Daarnaast blijven mijn werkzaamheden voor de MUS natuurlijk doorgaan. Dat is echt het mooiste dat er is.

En verder……. Ik weet het nog niet, maar er zullen ongetwijfeld nieuwe zaken op mijn pad komen. Ik kijk er naar uit.

345. TaalExpres maar niet met een sneltrein

De wintermaanden komen er aan. Bruidsparen zijn er niet, solexritten worden minder. Ik ben opzoek naar een nieuwe activiteit. Dat wordt lezen, voorlezen aan kinderen.

Voor u en mij een vanzelfsprekendheid, maar voor velen is dat beslist niet zo. Te denken valt aan mensen van Nederlandse afkomst die met een dyslexie te maken hebben, zij die laaggeletterden zijn, mensen die analfabeet zijn. Daarnaast hebben we nog de mensen die niet van hier zijn en hier zijn komen wonen en de taal best lastig is.

Via de bibliotheek word ik benaderd of er interesse is om voorlezer te worden. Voorlezer van kinderen tussen 4 en 8 jaar. Twintig weken lang ga ik bij het gezin op bezoek om het kind een gevoel voor taal bij te brengen, maar ook de ouders te stimuleren om met hun kind te lezen, te zingen, of taalspelletjes te doen. Ik vind het een uitdaging om dit voor een kind mogelijk te maken.

Ouders hebben hierin een belangrijke rol. Zij zijn ook degene die zich via school hebben opgegeven om deel te nemen aan dit project, dat TaalExpres heet.

Het is niet de bedoeling om de ouder te vertellen hoe het moet – maar het is het streven om naast de ouder gaan staan en samen te zoeken naar passende oplossingen. Op die manier is de kans het grootst dat ouders met hun kind de taalomgeving blijven stimuleren. Dit vraagt doorgaans een open, nieuwsgierige en creatieve houding. Dit geldt voor de leidster op het kinderdagverblijf, de leerkracht op school, maar ook van mij als vrijwilliger. Vanuit het project moet je geprikkeld worden en bewust zijn van de rol die je vervult om goed te kijken en voorwaarden te scheppen voor een gelijkwaardige samenwerking.

Om deel te nemen aan het project is het van belang dat je gecoacht wordt. Daar is een medewerker jeugdzaken van de bibliotheek voor aangesteld. Met haar heb ik het contact gedurende het project. Na een gedegen voorbereidingsavond ben ik er klaar voor en weet ik ook wat me te wachten en te doen staat, maar ook wat men van mij verwacht. Het is nog niet zover. Eerst moet er een Verklaring Omtrent het Gedrag worden aangevraagd. Pas wanneer dat binnen is kan ik daadwerkelijk worden ingezet bij een gezin. Na een voorlichtingsavond is mij duidelijk wat de bedoeling is. Een mooi project om mee aan de slag te gaan.

Inmiddels is de VOG binnen. Weer een. Voor het rijden op de MUS moest ik er ook al een hebben. De kosten hiervoor zijn niet misselijk, maar worden gedragen door de organisatie waarvoor ik me inzet.

Mijn account is nu ter beschikking waarin ik wekelijks de evaluatie doe. Ik moet daarin beschrijven hoe het gaat, wat mijn bevindingen zijn en hoe men er in het gezin over denkt en meedoet.

Inmiddels heb ik contact gezocht met het ouderpaar waar ik bij op bezoek ga. Zij hebben nadrukkelijk gekozen voor een man. Zij hebben twee kinderen die mogelijk aan het project mee kunnen doen. Een van de twee staat op mijn lijst, als de ander meelift is dit een win-win. Zij zijn blij als ik kom, schrijft men in een e-mail. Ik heb de juiste dag voor hen uitgezocht en ook de tijd past precies bij het gezin.

Omdat ik geen echte lezer ben, heb ik ook geen abonnement op de bieb. Daar wordt aan gewerkt. Ik heb een afspraak gemaakt om langste gaan bij mijn praktijkondersteuner. Er blijkt een misverstand, ze is er niet. Een collega helpt me met het uitzoeken van de boeken. Met een tas met boeken, een doe-boek en een afsprakenkaartje vertrek ik. Mijn biebpas is ook aangemaakt. ik kan nu echt aan de slag.

Op de dag voorafgaand aan mijn bezoek, blader ik mijn boeken door. Vriendschap is het thema dat men voert vanuit school. Ik zoek welke boeken uit de stapel daar best bij passen. Ik blader ook even door het doe-boek. De dag erna wil ik mijn website openen. Ik krijg een error. Shit, hoe heet het ventje ook al weer. Tegen het moment dat ik weg wil gaan is de site hersteld. Ik kan op pad.

Ik fiets naar mijn geboorteplaats en word hartelijk ontvangen door het gezin. Bij binnenkomst probeer ik direct in gesprek te gaan met het jongetje waarvoor ik kom. Ik zak door mijn knieën om op gelijke hoogte met hem te praten. Hij begint direct een gesprek. We nemen plaats op de bank. De koffie staat op tafel, maar vergeet ik bijna. De boeken komen uit de tas en hij mag zeggen welk boeken er gelezen worden. Hij is er direct uit. Het drakenboek is zijn favoriet. De familie zit om mij heen. Een kleiner broertje kijkt en praat mee, maar ook moeder heeft interesse. Vader komt achter mij staan om mee te kijken en zakt door zijn knieën. Een ideale situatie. Iedereen doet mee. Er is een klik met allen. We ruilen wat gegevens uit en spreken een datum af dat we bij de bibliotheek langs gaan. Ook dat kan stimuleren. Een uurtje is zo om. Terwijl de zoon de legohoek in duikt spreek ik nog even met het echtpaar. Ik heb het getroffen en hoop over twintig weken een aantal flinke stappen te hebben gemaakt.

9. ‘Oma’ van Genderen

Het is woensdagmiddag, Trudie gaat met dochtertjes Miranda van acht en Suze van vijf naar de bibliotheek. Het is voor de familie de wekelijkse ruildag. Als Miranda de uitgelezen boeken op de toonbank legt, ziet ze achter in de hoek van de bibliotheek een oudere vrouw staan. De vrouw twijfelt en zoekt.
“Mama,” zegt Miranda, “wat zoekt die mevrouw?”
Trudie kijkt in de richting van de wijsvinger van Miranda. Voordat Trudie antwoord kan geven, zegt de bibliothecaresse, “die mevrouw zoekt luisterboeken.”
“Luisterboeken”, vraagt Suze, “mama, wat zijn luisterboeken?” Opnieuw mengt de bibliothecaresse zich in het gesprek en legt uit dat dit boeken zijn die voorgelezen worden. De medewerkster heeft kennelijk nooit geleerd te luisteren aan wie de vraag gesteld wordt.
“Ik ga kijken bij die mevrouw,” zegt Miranda, waarop zij aanstalten maakt om er heen te lopen.
“Even wachten,” zegt Trudie, “ik loop mee.”

Met haar dochters loopt Trudie nu in de richting van de vrouw. “Hallo mevrouw,” zegt Suze spontaan, “ik ben Suze.”
De vrouw kijkt naar het meisje en zegt, “wat een mooie naam heb je.”
“Wat zoekt u,” vraagt Suze.
“Ik zoek luisterboeken, mijn ogen zijn slecht en in een boek lezen is voor mij niet meer weggelegd. De lettertjes zijn te klein. En deze boeken worden voorgelezen”
“Maar op school heb je wel boeken met grote letters,” geeft Suze aan.
“Ik denk dat dat plaatjesboeken zijn,” zegt de vrouw.
“Nee, hoor, er staan ook letters in,” antwoordt Suze.
Er ontstaat een leuk gesprek tussen de vrouw, die inmiddels op haar rollator is gaan zitten en Trudie met haar dochters.
“Hoe oud bent u?” vraagt Miranda aan de vrouw.
“Ik ben pas 85 jaar jong,” geeft de vrouw aan.
“Jong” zegt Suze, “dat is hartstikke oud.”
“Wij zijn ook 85 jaar,” zegt Miranda, “ik ben de acht en mijn zusje de vijf.”
De vrouw vindt het leuk.
“Hebt u ook kindjes?” vraagt Suze aan de vrouw.
“Nee,” zegt ze, “ik ben nooit getrouwd en heb geen kinderen.”
“Ook niet leuk,” zegt Miranda, terwijl ze naar haar moeder kijkt.
“En woont u in de buurt?” vraagt Miranda.
“Ja, ik woon in een aanleunwoning bij het bejaardenhuis.”
Suze vraagt aan haar moeder wat een aanleunwoning is. Het gezellige gesprek gaat verder, waarbij er wederzijdse informatie wordt uitgewisseld. Na het gesprek trekt mevrouw Van Genderen, zoals ze heet, een luisterboek uit het schap en loopt naar de balie. Ook Trudie en haar kinderen hebben boeken gevonden en gezamenlijk lopen ze de bibliotheek uit.
“Mama,” zegt Suze, “kan mevrouw Van Genderen geen koffie komen drinken.”
“Ik vind het goed, maar vraag het maar aan haar.”
“Nee, Suze, dat komt me nu niet uit, ik moet naar de breiclub.”
Ze lopen nog een stukje met elkaar op en nemen afscheid.

Terwijl Trudie met haar dochters naar huis wandelt, vindt er een heerlijk gesprek plaats.
“Het lijkt me wel een lieve mevrouw,” zegt Miranda.
“Ik vind haar aardig,” zegt Suze, “jammer dat ze niet meegaat koffiedrinken.”
“Mensen hebben meer te doen,” zegt Trudie.
Terwijl Trudie de sleutel in het slot steekt, wil Suze weten of mevrouw Van Genderen ook een sleutel heeft voor haar huis.
“Ja, natuurlijk,” zegt Trudie. “Een aanleunwoning is net als ons huis een gewoon huis met een deur.”
“Maar bij het bejaardenhuis hebben ze toch van die draaideuren, daar is toch geen sleutel voor nodig?” vraagt Suze weer.
Trudie stelt voor om mevrouw Van Genderen eens op te zoeken, dan worden er een hoop vragen opgelost.

De week erop als Trudie Suze van school is gaan halen komen ze mevrouw Van Genderen weer tegen. Ze loopt langzaam achter haar rollator in de richting van het bejaardenhuis.
“Hey, hey,” roept Suze, “mevrouw Van Genderen, mevrouw Van Genderen.”
Trudie maant Suze.
“Je roept toch niet “hey” tegen een oudere vrouw.”
De vrouw merkte Suze op en zwaaide terug, “Dag Suze, dag Trudie.”
“ Mama kunnen we nu niet even bij haar gaan kijken waar ze woont?”, vraag Suze.
Trudie twijfelt, maar draait haar fiets en rijdt naar de vrouw achter de rollator.
“Hoe gaat het,” vraagt Trudie aan mevrouw.
“Z”n gangetje,” zegt ze terug, “het houdt niet over. Ik ben vaak alleen, en dat vind ik niet leuk.”
“Zullen we met u meegaan, dan bent u niet alleen.”
Het spontane van Suze komt naar boven.
“Je kunt jezelf toch niet uitnodigen,” zegt Trudie tot Suze.
“Nou, ik vind dat best leuk, hoor,” zegt de vrouw.
“Ik moet dan wel even iets regelen voor Miranda,” zegt Trudie, “want die komt alleen naar huis en ik wil niet dat er dan niemand thuis is.”
“Mama ik loop wel met mevrouw Van Genderen mee, fiets jij maar even naar school terug.”
Het lijkt gebiedende wijs, maar Trudie heeft er geen moeite mee als er zo met elkaar wordt gecommuniceerd. Trudie haalt Suze uit het bakje achterop haar fiets, draait om en fietst terug naar school. Suze moet de rollator van mevrouw Van Genderen vasthouden en samen lopen ze druk pratend naar het huis van mevrouw Van Genderen.
Aangekomen bij het huis steekt mevrouw haar sleutel in het slot en gaat naar binnen. Een donkere woning met een balkon die boven de achterramen de zon buiten houdt.
“Wat is het hier donker,” zegt Suze.
“Ik zal het licht even aandoen, dan kunnen we zien wat we zeggen.”
Deze opmerking had Suze nog nooit gehoord, ze trok een grimas en haalt haar schouders op.

Korte tijd later gaat de bel en staan Trudie en Miranda voor de deur.
“Daar zijn we,” zegt Trudie.
Trudie en mevrouw van Genderen raken druk aan de praat, terwijl mevrouw Van Genderen een kopje koffie gaat zetten. Suze en Miranda luisteren waar het over gaat.
Plots vraagt Miranda, “waar zijn nu uw luisterboeken?”
Mevrouw Van Genderen staat op en pakt een Cd. Ze stopt die in de Cd-speler waarop beide meisjes aandachtig luisteren naar wat er werd gezegd.

Na een aantal minuten te hebben geluisterd zegt Miranda, “mama, dit kunnen wij toch ook doen. Dat is voor mevrouw Van Genderen leuker omdat er dan ook iemand komt.”
Trudie kijkt bedenkelijk.
“Ik heb het al zo druk en dan dit er ook nog bij doen.”
“Ah mama, het hoeft toch niet elke dag,” meent Miranda.
“Maar weet je hoelang het dan gaat duren voordat er een boek uit is?” vraagt Trudie aan haar dochters.
Daar hebben ze niet bij stilgestaan.
“Maar we kunnen toch zo af en toe eens gaan om voor te lezen,” sprak één van de dochters.
Trudie moest het laten bezinken voordat ze er “ja” op kon zeggen.
Na de koffie en het glaasje limonade nemen ze afscheid van elkaar en spreken af contact te houden.

Suze, die achterop zit en Miranda, die zelf fietst, kletsen onderweg de hele tijd door.
“Het is net een oma,” zegt Suze.
“Ik vind haar lief,” zegt Miranda.
Ja, mevrouw van Genderen was duidelijk in de smaak gevallen bij de meiden.
“Zou ze ook niet onze oma willen zijn,” zegt Suze.
De oma”s en opa”s van Suze en Miranda leven niet meer.
”Ik weet niet of ze dat leuk vindt,” bemoeit Trudie zich ermee.
“We kunnen het toch vragen,” meent Miranda.

De week erop gaat Miranda brutaalweg uit school bij mevrouw Van Genderen langs. Ze belt aan en deze komt naar de deur. Ze kijkt door het spionnetje in de deur, maar ziet Miranda niet staan. Ze loopt terug terwijl opnieuw de bel gaat. Ze doet nu wel de deur open en ziet Miranda.
“Hallo Miranda,” zegt ze, “wat brengt jou hier?”
“Ik kom vragen of u onze oma, wilt zijn,” zegt Miranda.
“Zo”, zegt mevrouw van Genderen, “dat is nogal wat. Kom maar even binnen.”
Opnieuw vraagt Miranda of ze haar oma wil zijn. Mevrouw van Genderen lacht en begint te glunderen.
“Dit heb ik altijd gewild, kleinkinderen, maar het is er helaas nooit van gekomen. Als mama het goed vindt, dan wil ik dat wel doen.”
Miranda is helemaal in de gloria en fietst met een heerlijk gevoel terug naar huis. Ze smijt haar fiets tegen de muur en holt naar binnen.
“Mama, ik ben bij haar geweest en heb gevraagd of ze onze oma wil zijn en ze heeft ja gezegd en ze vindt het leuk en ze wilde het altijd al”, een stortvloed aan woorden rollen over de lippen van Miranda.
“Rustig, rustig,” zegt Trudie, “begin eens van voor af aan, wat wil je precies zeggen.
” Opnieuw vertelt Miranda welke actie ze heeft ondernomen om mevrouw Van Genderen hun oma te laten worden.
Trudie moet er om lachen, “wat een heerlijke meiden heb ik toch,” denkt ze.

Een week later gaan Trudie, haar man en hun dochters naar mevrouw van Genderen. Een boek onder de arm en wat boeken van Suze bij zich. Aangekomen bij de vrouw kruipt Suze bij “oma” op schoot en leest “oma” voor uit het grote letterboek. Trudie besluit voortaan één avond in de week te komen voorlezen. Het contact tussen de vrouw en het jonge gezin bestaat nog steeds.