299. Truusje, trutkip was niet altijd eerlijk

Een aantal jaren geleden schreef ik een verhalenboekje over dieren met een menselijk karakter. Vaak ook waren deze gebaseerd op waargebeurde belevenissen of ervaringen met kennissen, collega’s of vrienden uit mijn omgeving. Ik had toen geen gelegenheid om ze allemaal in het boekje opgenomen te krijgen. Er zijn er dus nog wel wat van, waaronder onderstaande verhaaltje over Truusje Trutkip.

Met haar kontje omhoog loopt ze rond in de kippenren met vijf hennetjes, één volwaardige kip en twee hanen. Één van de hanen is de opperhaan. De ander moet ook gewoon ‘meneer’ zeggen tegen deze roodgekamde superhaan. De laatste maakt de dienst uit in het doorgaans saaie kippenhok. Maar dat ene hennetje doet veel stof opwaaien binnen de groep. Als het er op aan komt om een eitje te leggen, laat ze vaak verstek gaan. Een zeer kontje, vleugellam of iets te diep in het drinkbakje gekeken. Excuses weet ze meestal snel op tafel te krijgen. Op het moment dat ze in de ren kwam lopen waren de andere hennetjes al gewaarschuwd door een wat oudere kip uit een andere kippenhok : “Denk er om, dat hennetje is gevaarlijk, staatsgevaarlijk”, had ze gezegd

Truus, hadden ze haar genoemd bij de geboorte, Truusje trutkip. Al vrij snel is duidelijk dat ze altijd langs het randje wil lopen. Ze is niet altijd even eerlijk en deinst er niet voor terug om zo af en toe een scheef schaatsje te rijden met een haan uit een andere ren. Ze deelt informatie maar die is gekleurd. Gekleurd naar de bui die Truusje heeft. Als ze daarop wordt aangesproken ontkent ze het of geeft er een draai aan en weet het zo te verkopen dat een ander er in gaat geloven. Als de kleine Truusje geboren is, heeft ze al vrij snel een vriendje. Morkan een sportieve haan die ook regelmatig de grens opzoekt. Zo ook met Truusje. Ze zijn dus aan elkaar gewaagd. Het lijkt een onbezorgd bestaan te worden voor de jonge Truusje, niets lijkt echter minder waar. Na een drietal legsels is het klaar met de ook nog jonge Morkan. Hun relatie wordt verbroken en ieder gaat zijn eigen weg. De jonge Morkan kiest voor de eigen ren, Truusje betrekt een ren op hoogte elders. De kleine haantjes uit hun legsels verkassen steeds, dan bij Morkan en dan weer bij Truusje. Maar dat het niet altijd goed gaat tussen de jonge haantjes is wel duidelijk als op een keer de rendeur wordt ingetrapt. De toegang is gestremd en de haan Morkan wil toch echt bij zichzelf naar binnen. De enige mogelijkheid is dan het intrappen van het glazen toegangsdeurtje. Voor een haantje eigenlijk wel lastig, maar het atletisch vermogen dat hij heeft zorgt ervoor dat het ruitje er echt uitgaat. Soms ontvluchten de jonge haantjes hun ouders en kiezen voor een eigen pad. Andere keren worden opa Haan en oma Hen geconsulteerd als oppas of bemiddelaar. Tussen de jonge haantjes wordt regelmatig strijd geleverd.

Het middelste jonge haantje heeft moeite om in het gareel te lopen waardoor Truusje regelmatig moet verzuimen bij het leggen van eieren. Ze kiest steeds voor zichzelf en laat de andere kippen, waarmee ze in de ren loopt, het werk doen. “Ze moeten dan maar gewoon twee eieren leggen”, zo geeft ze de andere kippen mee. Het gaat irriteren bij de andere kippen, maar de opperhaan blijft haar de hand boven het hoofd houden.

‘Wat is dat toch”, vragen de andere kippen zich af, “loopt ze daarom altijd met haar kontje omhoog.’

Niemand kan het zeggen. Vreemd is wel dat de Truusje steeds wel aan de slag is als de andere hennetjes er niet zijn. Het lijkt er op dat ze het zelf regelt, of regelde de superhaan het e.e.a.. Welke rol speelt de Superhaan?

Op een keer is de maat echt helemaal vol voor de hennetjes. Ze hebben te horen gekregen dat het trutkipje flink is gaan sporten. Rekken en strekken goed voor een gezond lichaam.

“Dat doet ze anders nooit”, had één van de hennen nog geopperd. Maar deze keer is het echt gebeurd. Bij de hennen reist direct argwaan voor de dag van morgen. “Zou ze er morgen zijn om eieren te leggen?”, vragen ze zich af. “Vast niet.”

De volgende dag gebeurt wat de hennen al hebben voorspeld. De kippendokter heeft gezegd dat ze het maar een weekje rustig aan moest doen. Ze meldt zich opnieuw ziek.

De superhaan ziet het met lede ogen aan, maar doet niets. “Waarom niet”, vragen de andere hennetjes zich af. Hij neemt het voor kennisgeving aan en besluit het zo te laten. Het andere haantje uit de groep werkers echter, is op het spoor gekomen van filmopname van de sportactiviteit en laat dit aan de superhaan zien. Dan gaat ook bij superhaan een lichtje branden. Hij trekt zich even terug en zoekt een stukje feedback over wat hem nu te doen staat. Zachtjes fluisterend spreekt hij door het achter in de ren gemonteerde gaas. De superkip uit de andere ren wordt zijn sparringpartner. De hennetjes leggen hun oor te luisteren, kunnen wel horen wat superhaan zegt, maar wat er aan de andere kant van het gaas wordt gezegd en getokt is even niet te volgen.

Na terugkomst blijkt dat hij ook zijn kakje nog even heeft laten vallen. Hij loopt met grote denkbeeldige vraagtekens boven zijn nog fellere rode kam op zijn kop. Hij weet het nu ook niet meer.

“Moet hij haar bellen, of laten zoals het is?” Het blijft één groot ?

De hennetjes weten het wel. Opzouten met dit ellendige kreng. Hier valt niet mee te werken. Jammer genoeg is de dag ten einde en heeft de schrijver van dit verhaal de definitieve beslissing niet mee kunnen maken. Maar des schrijvers advies zou zijn, nek omdraaien en als soepkip opdienen. De hennetjes moeten nog vaak denken aan de waarschuwing die ze eerder hebben ontvangen van de oudere kip uit de andere ren.

“Gevaarlijk, staatsgevaarlijk is ze.”

Mogelijk krijgt u nog te horen hoe het verhaal is afgelopen. Het heeft een open einde, dus alles is mogelijk.