408. Een dagje MUSsen

Het is het dagje MUSSEN wel. Ik moet al vroeg op om mijn eerste klant richting ziekenhuis te brengen. Ze staat al met haar jas aan in de deuropening als ik aan kom rijden. “Mooi op tijd”, zeg ze en probeert in te stappen. Dat gaat moeizaam. “Volgende keer de trede uitschuiven”, zeg ze. Dat heb ik geprobeerd, maar deze zat met zoveel bagger vast aan de car, dat ie niet wilde schuiven. Ik maak hem straks baggervrij.

We gaan op weg, richting Den Hoorn. Scholieren onderweg rijden regelmatig telefonerend voor me uit of tegemoet. Het rijk zou er goed geld mee kunnen verdienen en echt kunnen inspecteren. Soms gaan ze niet opzij. Mijn claxon doet het niet, dat is jammer. Ik probeer het met mijn stem. Meestal maken ze ruimte.

Bij de voetbal in Den Hoorn moet ik onder het tunneltje door. Er is op sommige plekken een nieuwe bituumlaag aangebracht. De paaltjes zijn daardoor weggehaald. Een klein stukje omrijden en dan de Reinier de Graafweg op naar het gelijknamige ziekenhuis.

Als ik aan kom rijden, komt de suppoost met een rolstoel aan. Dat is dit keer kennelijk niet nodig. Mevrouw kan zelf lopen. Ik spreek met haar af dat ze me belt of laat bellen als ze klaar is.

Terug naar Schipluiden. Een vrouw ophalen die naar een verjaardag wil. Het is 10:00 uur. Wanneer ik aankom is ze nog niet klaar. De zuster van het verzorgingsteam is met haar steunkousen bezig. “Ben bijna klaar hoor”, zegt de jong verzorgende. Ze houdt de deur voor me open als ze weggaat en laat de lift vast komen. Ik neem mevrouw mee naar mijn voertuig, terwijl de zuster op haar scooter haar weg vervolgd. “Nog vijf uit bed halen”, zegt ze, als ze ons voorbij rijdt. Ik verbaas me. Even over tienen en dan nog vijf helpen opstarten? Dat kan toch niet.

Ik rijd met mevrouw nog even terug naar de standplaats. Ik ben mijn invalide parkeerkaart vergeten. Ik zal deze niet nodig hebben, maar toch. We gaan op weg. Een toeristische route voor mijn passagier, voor mij is het standaard.

Bij de stop in Den Hoorn kan ik even mee naar binnen. De jarige is een bekende van mij. 89 jaar is ze geworden. Na een kopje koffie opnieuw terug naar Schipluiden.

Mijn volgende klant is een al wat oudere vrouw. Ik heb haar regelmatig in de MUS. Ze wil naar de apotheek in Den Hoorn. “Wil je wachten”, vraagt ze me. Ik heb tijd en blijf voor de apotheek staan. Met 10 minuten is ze terug. Ik breng haar weer terug naar huis. Onderweg krijg ik te horen dat ze vandaag wederom geen hulp heeft ontvangen van haar huishoudelijke hulp. Het is al de derde keer deze maand. “En weet je wat zo erg is”, zegt ze, “ze laten van te voren ook niets weten. Ik heb ‘recht’ op twee uur hulp. Vorige week kreeg ik een jongetje van een jaar of 16. Heeft nog nooit een stofdoek in z’n handen gehad. Na een uur ging ie al weer weg. Hij zegt tussen neus en lippen nog even: “oh ja mevrouw, vanaf volgende week krijgt u een half uurtje minder hulp. Ik heb er over gebeld. Ze hebben niemand.” Ik hoor meer van soortgelijke verhalen. Ik besluit om het eens mee te nemen naar het Burgerplatform waar ik lid van ben. Ook de wethouder moet dit weten. Ik wens mevrouw sterkte toe en zet haar thuis af.

De telefoon gaat. ”Receptie Reinier de Graaf, met Mies”, zegt de vrouw aan de andere kant van de lijn. “U kunt mevrouw X weer ophalen hoor, ze zit in de hal.” Ik geef aan dat ik er met vijf minuten ben en ga naar het Reinier op pad. Mevrouw heeft geen fijne boodschap gehad, van de oncoloog. Ze verhaalt er uitgebreid over. Dat doet me wat. Ik kan met moeite mijn emotie binnenhouden. Ik zet haar thuis af, waarop ze vraagt of ik tijd heb voor een kopje koffie. Dat heb ik, een kwartiertje. Ik ga even mee naar binnen drink mijn koffie op, aanhoor haar verhaal en wens haar sterkte als ik wegga. “Fijn dat je even tijd had”, zegt ze als ik de gang uitloop.

Op naar mijn volgende klant. Ik ben er iets te vroeg en wil iemand niet opjagen. Ik wacht even in mijn MUS. Al snel gaat de deur open en komt mevrouw naar me toe lopen. “Ik zag je komen, mooi op tijd”. Ik help haar even met instappen en rijd naar de Basalt. Mevrouw gaat terug met haar aangepaste schoenen. “Voor de zoveelste keer”, zegt ze. “Ik ben boos, heel erg boos”, geeft ze te kennen. “Ik ga er nu voor de vijfde keer voor terug”. “Ik zal de schoenmaker eens even goed van repliek dienen.” Ik ken haar niet zo als strijdig persoon, maar nu is ‘t menens, merk ik. Onderweg praten we over eenzaamheid, maar ook over het feit dat ze de dinsdagse maaltijd in de Dorpshoeve heeft ontdekt. Zo vertelt er met plezier over. Ik zet haar af bij de Basalt. “Denk om uw hart, hé”, geef ik haar mee. Ik spreek met haar af dat ze me zal bellen als ze klaar is.

Het is maar een kort stukje van de Basalt naar een klant in Den Hoorn. Mevrouw gaat naar de pedicure. Ik kan goed met haar praten. Ze geeft aan dat ze eenzaam is. Gescheiden van haar man en haar kinderen. Ze zijn ver van haar weg gaan wonen. Mevrouw is echt eenzaam en vertelt dat er nooit iemand bij haar komt. Ze heeft geprobeerd om zich aan te sluiten bij de Zonnebloem, maar eenzaamheid is geen criterium geeft men aan. Ze hoeft geen bezoek, maar wil af en toe met een activiteit mee doen. Ook dat is niet gelukt. Dan breekt mevrouw en zit huilend naast me. Een lastig moment. Ik probeer haar enige troost te geven. Ze vindt me aardig, zegt ze. “Ik plan altijd op dinsdag, omdat ik graag met u meerijdt.” Ik zet haar af bij de pedicure.

Het is inmiddels half twee. Ik schiet nu snel naar huis heb even tijd voor een broodje. Ik heb mijn boterham net gesmeerd als mijn privé-telefoon afgaat. Het is de coördinator. Mevrouw bij de Basalt is klaar. De boterhammen gaan in een zakje mee, voor onderweg.

Aangekomen bij Basalt, komt mevrouw met een lach naar buiten. “En”, zeg ik, “heeft u de schoenmaker zijn vet gegeven.” “Nee”, zegt mevrouw, “het was een Limburger en die hebben zo’n leuk taaltje, daar kan ik niet boos op worden. Over 14 dagen kan ik mijn schoenen weer ophalen.” Ik breng haar terug naar Schipluiden.

Onderweg merk ik dat mijn karretje moeite krijgt om te rijden. De kleurtjes op de display zijn al behoorlijk terug gelopen. Ik besluit om deze MUS om te ruilen voor een die aan de oplader staat.

Mijn volgende rit. Mevrouw moet worden opgehaald van de verjaardag. Ze heeft om half drie afgesproken. Ik rijd terug naar Den Hoorn. Onderweg een belletje. Mevrouw van de pedicure is klaar. Het wordt een combinatieritje. Als ik beiden heb teruggebracht heb ik even tijd voor een kopje koffie. Dat doe ik in Akkerleven.

Nog een ritje. Vanuit de basis weer naar Den Hoorn. Een nog jonge vrouw moet naar de Basalt. Een intakegesprek. Mevrouw vertelt dat haar iets heel ernstig is overkomen, waardoor ze zich moet melden bij het revalidatiecentrum. “Ik wist niet van jullie bestaan af”, zegt ze, “maar door een vriendin werd ik er opmerkzaam op gemaakt. “We bestaan al ruim anderhalf jaar”, geef ik haar te kennen”. “Blijf je wachten”, vraagt ze. Ik heb er geen ritten meer achteraan, dat zou dus kunnen. Het wagentje gaat langs de kant, ik probeer binnen een kopje koffie te scoren en neem wat leesvoer door. De receptioniste vraagt voor wie ik kom. Als ik haar uitleg dat ik van de MUS ben, ik heb bedrijfskleding aan, wil mevrouw zien wat dat is. “Dat zouden ze in Delft ook moeten hebben”, zeg ze, “de regiotaxi is zo onbetrouwbaar.

Na 20 minuten is mevrouw klaar. Ze komt naar me toe. “Dit is toch ideaal”, zegt ze, wijzend op mij. De receptioniste beaamt het.

We rijden terug, maar ik merk al dat mijn wagentje van lieverlee aan z’n eind is. Ik haal het nog tot de Bolle Kickert, de brug over de Gaag. Dan is het over. “En nu”, zegt mevrouw, ik ga het slepend proberen, maar het is nog wel een eindje. Ik hoop dat ik het haal. Mevrouw krijg ik thuis, maar daar is alles mee gezegd. Bij een bevriend iemand mag ik de stekker even in het stopcontact stoppen. Twintig minuten, dan ga ik proberen om thuis te komen. De display geeft ‘vol’ aan, maar is dat zeker niet. Langzaam rijd ik terug naar Akkerleven de basisplaats in Schipluiden. Ook nu moet ik het slepend doen, dat geeft geen goed gevoel. Angstig zelfs, je weet niet waar het definitief ophoudt. Meer chauffeurs klagen er over. Het zal toch niet zo zijn dat we aan ons eigen succes ten onder gaan.

Het vervoersproject voldoet aan een behoefte, meer dan dat, zelfs. Sociaal, mooie gesprekken, angstig soms, maar bovenal met veel plezier rijden de vrijwillig chauffeurs hun dagelijkse ritten. I.v.m. de beperkte actieradius gaan we toch terug naar een minder aantal ritten. Een iets grotere investering vanuit de opdrachtgevers zou helpen. Maar dat is aan de politiek.

Volgende week sta ik er weer, met evenveel plezier. Want je laat de mensen niet in de kou staan. Maar kom ik aan het eind van de dag met mijn MUS thuis? Dat blijft elke week weer een dingetje.

338. De MUS nu al geslaagd te noemen

Wanneer de overheid en het pensioenfonds jouw ‘salaris’ gaan betalen ‘zou’ je meer tijd moeten krijgen. Dat is ook zo. Je bent zelf verantwoordelijk voor de tijdsinvulling van de dag. Niet direct overal ja op zeggen, maar ook oppassen dat je jezelf daardoor niet buiten de vraag laat vallen.

Zo heb ik me ingeschreven voor het vervoersproject De MUS (Midden-Delfland UitgaanService) vanaf 3 januari is het project actief. Mensen worden opgehaald en gebracht naar waar men naar toe wil. Er is wel een restrictie. Het moet binnen de grenzen van Den Hoorn en Schipluiden.

Het geleasde karretje komt bij Bringo vandaan een bedrijf dat karretjes maakt voor o.a. golfbanen. Zo is ook ons karretje een golfkarretje. De gemeente Midden-Delfland samen met de Stichting Welzijn Midden-Delfland, Pieter van Foreest en Stichting Doel zijn de opdrachtgevers van het project. Zij bepalen ook gezamenlijk aan welke veiligheidseisen het karretje moet voldoen en zo worden er deuren ingemaakt en krijgt het veiligheidsgordels. De coördinatie ligt bij Doel. Er worden chauffeurs gevraagd. Het project kan van start.

Besloten is om het een proefperiode te geven tot aan 1 april 2018. Daar moeten mensen aan wennen. Niet aan de vervoerskosten, want die zijn er niet, het project is vooralsnog gratis. Maar wie gaat er nou in zo’n raar karretje zitten? In het begin loopt het geen storm, langzaamaan komt het op gang. Er is iemand die graag naar het zwembad wil en dat zelf niet meer redt. Daar moet even een uitzondering op worden gemaakt. Dat gebeurt. Er worden op eerdere vastgestelde grenzen twee uitzonderingen gemaakt: Het Reinier de Graafziekenhuis en zwembad Kerkpolder. Zo kan mevrouw worden vervoerd om naar het zwembad te gaan. Ze boekt direct voor elke maandag, zelfde tijd. Ze is een ambassadeur voor de MUS. Verkoopt het binnen haar kennissenkring. In de Schakel Midden-Delfland komt elke week weer een berichtje over de MUS. Vier of vijf ritten per dag en soms een dag helemaal niets. Leeft het wel? Leest men wel? Kan dit een succes worden?

Inmiddels ben ik al weer geruime tijd betrokken aan de MUS. Samen met nog drie vrijwillig chauffeurs en twee mensen van de Stichting Doel. Hier zijn mensen aan verbonden met een achterstand op de arbeidsmarkt. Men bemiddelt en probeert hen terug te laten keren in het sociaal gebeuren en arbeidsproces.

Het wordt 1 april. De proefperiode is afgelopen en in de Schakel Midden-Delfland wordt aangekondigd dat vanaf 1 april er kosten zijn verbonden aan een rit. Men kan losse kaartjes kopen à € 1,50 per rit. Kaartjes kunnen slechts bij het Gemeentehuis, Akkerleven en de Kickerthoek worden gekocht. Een enkel kaartje is eigenlijk geen totale optie. 10-rittenkaarten worden in het leven geroepen. 10 ritten krijgen, 9 betalen. Ik heb de eerst betalende klant. Ik rijd nog even met mevrouw langs bij Akkerleven voor het ophalen van zo’n 10-rittenkaart. Het is wennen met het datumstempel. Ritten moeten op de kaart worden afgestempeld.

Het onbekende van zo’n voertuig schrikt soms af. “Daar ga ik echt niet in”, hoorde ik een potentiële klant zeggen. Bij de Albert Heijn zet ik ‘m pontificaal voor de deur als een klant zijn boodschappen doet met de MUS. Hij moet rijden, gepromoot worden en dit is een goede plek. De koffieochtend in de Dorpshoeve ook zo’n punt. Maar wat er gebeurt, het aantal ritten neemt juist af. Is het de prijs? Zijn we te duur? Hele dagen staat het karretje bij mij aan de Westlander. Maar ook de andere chauffeurs hebben er last van dat er bijna niemand meerijdt.

Ik meld het bij de coördinator. Maar overleg tussen de vier partijen om er iets aan te doen kost weken, maanden. Ik besluit de wethouder in te schakelen en dan gaat het snel. Donderdag gebeld, maandag een besluit: het wordt opnieuw gratis. En dat is te merken. Opeens loopt het aantal ritten op. Zo erg dat er soms ‘nee’ moet worden verkocht.

Meer mensen gaan gebruik maken van de MUS voor het ziekenhuis. Geen parkeerkosten, en als je klaar bent even bij de portier langs lopen. Deze belt de MUS en binnen tien minuten zijn we er.

Er wordt niet meer betaald voor de rit, maar de chauffeur krijgt regelmatig een fooitje. Een mooi potje om zo af en toe iemand in eenzaamheid uit het isolement te halen en een kopje koffie te gaan drinken. Dit wordt betaald uit het fooienpotje. Maar ook krijg ik een kopje koffie aangeboden als ik iemand op ga halen bij het ziekenhuis en daar hoort een gevulde koek bij of ik krijg een trosje druiven. Mensen waarderen het, dat is duidelijk.

Het Algemeen Dagblad is geïnteresseerd en een journaliste neem ik een dag op sleeptouw. De Krant op Zondag wil er meer over weten, belt me en plaatst er een artikel over. De Schakel Midden-Delfland plaatst er een stuk over. Aandacht alom, dat is prima.

Inmiddels heb ik tot twee keer mijn eigen auto moeten halen omdat de MUS leeg was. Zoveel ritten op één dag dat de accu leeg is. Naar een oplossing wordt gezocht.

Soms rijd ik een buitentijdse rit, een stukje voorlichting bij bijeenkomsten. Het ophalen een afscheid nemende pastor. Het is leuk om te doen. Het is regelmatig passen en meten om er op tijd te zijn. Sluiproutes waar een paaltje staat en er aan beide zijde slechts vijf centimeter over is. MUS-meerijders knijpen ‘m soms als je over het fietspad rijd. Schoolgaande jeugd die niet opzij gaat. Wandelaars die drie breed blijven lopen. Het blijft opletten en aanpassen. We zijn gast op een fietspad. Er wordt druk gewerkt aan vergunning om over alle fietspaden te rijden en niet alleen de Tramkade, waar we wel vrijstelling voor hebben.

Het project is een succes gebleken. Al ontstaan er gaten in de chauffeursbezetting. Op een vacature zijn aanmeldingen gekomen. Wat betekent dit voor de vertrouwde gezichten op de MUS Na de proefperiode vindt er nog wel een evaluatie plaats over de verlenging.

Intussen is de MUS binnen het gebied goed bekend. Mensen weten wie er rijdt, het is constant handen opsteken en zwaaien. Er zijn sociale contacten ontstaan tussen chauffeur en klant. Men deelt het leven, er is een luisterend oor en een schouderklopje, een ondersteunend woordje als je iemand naar het ziekenhuis brengt.

Hoe kunt u reserveren? U boekt een rit op maandag t/m vrijdag tussen 9:00u en 17:00u via het telefoonnummer 06 20 77 83 70 of via mailadres: De­Mus@ggz-delfland.nl.

Voor mij mag het project verlengd worden en worden omgezet naar een definitieve plek binnen de Midden-Delflandse samenleving. Uitbreiding met vervoer naar Maasland en het station in Delft. De MUS is nu al geslaagd te noemen, is mijn mening. Ik wil me er graag voor inzetten.

287. Klus op de MUSbus

Het is een koude dinsdagmorgen als ik mijn vrijwilligersbaantje op mag pakken. Het heeft gevroren, het eerste laagje ijs ligt op de ijsbaan aan de Holierhoek. Net nog niet genoeg om er een baantje te trekken. Als vrijwilliger van de MiddenDelflandse Uitgaans Shuttle (de MUS) heb ik vandaag dienst. Ik fiets nog even langs een andere vrijwilliger om met hem samen uit te vinden hoe we de rolstoel en rollator achterop het voertuig kunnen meenemen. Inventief als we zijn kunnen we door een spanband, elastieke spinnen en de houder die achterop zit zo’n hulpmiddel wel meenemen. Nu is het krabbelen, want ook ons voertuig heeft volop in het koude windje gestaan. Niet alleen buiten, maar ook binnen heeft een ijslaag bezitgenomen van de ramen. Na wat krabben kunnen we ‘het land’ in. Bij Akkerleven nemen we wat folders mee naar onze volgende stoplocatie: De Dorpshoeve. Hier is het dinsdagse koffie-uurtje aan de gang. Mogelijk zijn er kandidaten die we warm kunnen maken om een keertje mee te rijden. De folders gaan van hand tot hand. Enkele ogenblikken later zijn we er alweer doorheen.

Dan op naar het gemeentehuis, een van de verkooppunten voor een rittenkaartje. Ook hier arresteren we de folders die er liggen. Het vervoersproject moet meer gepromoot worden en daar hebben we foldermateriaal voor nodig. Omdat er die ochtend geen ritten meer zijn kan ik naar huis.

Als ik net thuis ben een belletje van de coördinator “Kan je even drie ambtenaren ophalen, zij willen kennismaken met het project.” Ik ga opnieuw naar Akkerleven, waar de MUS staat en tuf naar het gemeentehuis. Inmiddels is er opnieuw een ritje aangevraagd. Iemand uit Den Hoorn wil op visite bij haar schoonzus in Schipluiden. Bij het gemeentehuis haal ik de ambtenaren op en laat hen het dorp zien vanuit de Mus. Wanneer ik de gemeenteambtenaren naar hun werkplek heb teruggebracht rijd ik door naar Den Hoon. Ik ken mevrouw en zij kent mij. “Sinterklaas, verteller, schrijver en ook nog chauffeur”, zegt ze. “Ja ik kan niet stil zitten”, geef ik haar te kennen. Mevrouw vindt het een ideale mogelijkheid om zo naar haar schoonzus te gaan. Als ik met het openbaar vervoer moet gaan dan ben ik bekaf en dat haal ik eigenlijk niet meer. “Mevrouw we halen u bij u thuis op en zetten u voor de deur af”, zeg ik haar. “Ik vind het een prachtig initiatief”, zegt ze. Gezellig kletsend rijden we over het fietspad richting Schipluiden. Ik zet haar af bij Korpershoek en spreek met haar af om haar twee uur later weer op te halen. Nu neem ik de MUS mee naar huis, anders blijf ik heen en weer fietsen. Onderweg word ik nagekeken. Mensen steken hun hand op of duim omhoog.

Twee uur later haal ik mevrouw weer op en breng haar weer netjes thuis. Ik rijd terug naar Akkerleven, zet het voertuig weer netjes aan de stroom, stop de telefoon en papieren terug in het kluisje bij Akkerleven. Het is 17:00uur mijn dag zit erop. Morgen een ander.

Het vervoersproject is opgezet door de Gemeente Midden-Delfland, DoEL, Stichting Welzijn Midden-Delfland en Pieter van Foreest. De Mus rijdt op de doordeweekse dagen van 09:00uur en 17:00uur. Voorlopig rijden we in de kern Schipluiden en Den Hoorn en verbinden we de dorpen. Daarnaast rijden we ook naar het Reinier de Graafgasthuis en zwembad Kerkpolder. Wilt u een ritje boeken, bel dan 0620778370 of boek via e-mail Mus@ggz-Delfland.nl. Kaartjes zijn te koop bij: De Was & Koffie in de Kickerthoek, het klantcontactcentrum van de Gemeente Midden-Delfland, of bij de receptie van Akkerleven. Verdere informatie kunt u vinden op de site van de Gemeente Midden-Delfland.

282. Mijn Mus vliegt niet

Na een langdurig werkzaam leven is er op 20 december jl. een einde gekomen aan betaald werken. Dat betekent dat je vanaf die dag zelf je zinnen moet gaan verzetten en op een andere manier je dagen invullen en -delen. Dat valt om de dooie-dood nog niet mee, moet ik zeggen.

Waar je een ritme hebt van vroeg opstaan en het leven een zinvolle dagindeling geven, kom je na 49,5 jaar gewerkt te hebben, thuis te zitten. Daar is overigens niks mee mis. Maar wat je mist zijn de sociale contacten. Mensen om je heen en in de buurt waar je een praatje mee kan maken, een bakkie koffie mee kan drinken en de ‘wereld’problemen mee kan oplossen.

Vrouwlief werkt nog, dus het is koffiedrinken in je eentje, of het vertier buitenshuis zoeken. Nu heb ik deelgenomen aan de cursus afscheid van arbeid en daar wordt nadrukkelijk op het hart gedrukt om een maand of vier tot een half jaar geen verplichtingen aan te gaan. Maar als je een gezelligheidsdier bent dan valt dat niet mee.

Zo ben ik me een beetje gaan verdiepen in wat er voor mogelijkheden zijn. Buiten het feit dat ik door verschillende organisaties ben benaderd om bij hen de kar te trekken, of ondersteuning te geven. (Ik kreeg zelfs twee dagen na mijn pensioen al een betaalde baan aangeboden) Maar wat ik in de cursus heb geleerd is rust nemen en zelf beslissingen nemen in leuke dingen. Dat heb ik gedaan.

Kort geleden is er een nieuw vervoersproject opgestart, genaamd de Mus. De Mus is ontstaan uit een samenwerking tussen de gemeente Midden-Delfland, DOEL, Pieter van Foreest en Stichting Welzijn Midden-Delfland. Ik kreeg de folder via via binnen en besloot er informatie naar in te winnen.

Via de stichting DOEL wordt e.e.a. gecoördineerd en zo ging ik op een koude maar droge maandagmorgen op het fietsje richting het GGZ in Delft. Ik ben bekend op het terrein, dacht ik. Met mijn broers en vader heb ik er 23 jaar muziek gemaakt in de fanfare Kunst Na Arbeid. De oude paviljoens zaten gegrift in mijn geheugen. Maar het oude St.JorisGasthuisterrein heeft een complete metamorfose ondergaan. En zo verdwaalde ik bijna op bekend terrein.

Na wat navragen stond ik plots voor het gebouw van DOEL. DOEL is een organisatie die aan mensen met een bijstandsuitkering die wat meer ondersteuning nodig hebben dan de reguliere re-integratiebureau kunnen bieden, een helpende hand toe steken. DOEL begeleidt cliënten op verwijzing van de consulenten Werk van de gemeente. De trajectbegeleiders brengen in kaart op welke levensgebieden de cliënt stappen kan maken op de participatieladder. Vervolgens wordt een trajectplan opgesteld en wordt de cliënt gestimuleerd om zelfstandig aan de slag te gaan met de afspraken die gemaakt zijn.

Nu wil/kan ik mijzelf niet echt plaatsen in deze doelgroep maar het initiatief dat men ondersteunt spreekt mij zeker aan. Zo kwam ik op sollicitatie-/kennismakingsgesprek bij de coördinator van de Mus. Het was maar kort. Slechts een kwartiertje en men was er van overtuigd dat ik de kwaliteiten heb om e.e.a. op te pakken.

Twee dagen later al is mijn eerste kennismaking met het voertuig zelf. Aan een kabeltje staat het karretje op te warmen aan een stopcontact. Ik zeg op te warmen, maar dat is het eigenlijk niet. Er zit namelijk geen verwarming in het karretje. Achterin liggen fleecedekens. Met nog een andere nieuwe chauffeur worden we wegwijs gemaakt hoe het apparaat werkt. Eigenlijk kinderlijk eenvoudig, maar toch. We zoeken wat koffiemomenten op en rijden dan vanuit Akkerleven, het verzorgingshuis in Schipluiden, naar Den Hoorn, De Kickerthoek. Onderweg hebben we bekijks, veel bekijks. In Den Hoorn is een activiteit van ouderen. Opperstalspreekmeester Peet Vermeulen maakt van de gelegenheid gebruik om het vervoersproject nog even te promoten. Na de koffie en het heerlijke koekje aanvaarden we de rit terug. De eerste kennismaking zit erop als ik het voertuig achteruit kan inparkeren en terugzet bij Akkerleven.

Een ervaring rijker en een leuk doel van de dag heeft zijn beloop gekregen. Op dinsdag is het mijn beurt. Wilt u een rit boeken, dan kunt u reserveren. Kijk even op de site van de Mus. Wie weet komen we elkaar een keer tegen en doen tijdens de rit een gezellig praatje.