371. ‘Over de Dijk’ van Cultuurstek Den Hoorn

“Beste Aad, zou jij mee willen doen met het Culturele festival Over de Dijk”. Zo komt de vraag bij mij binnen. Ik heb juist meegedaan aan Kom ’s Hoorn, van CultuurStek Den Hoorn. Ik ben altijd wel in om aan zulk soort activiteiten mee te doen. Maar waar moet het over gaan? “Zou je een verhaal kunnen vertellen over Den Hoorn en dan specifiek over de Dijkshoornseweg.” Ik moet er even over nadenken. Ik weet wel wat van de genoemde straat, maar of ik daar een vertelling over kan doen, weet ik niet. “Hoeveel tijd krijg?” vraag ik aan mijn vraagsteller. “Nou een half uurtje tot drie kwartier”, is het antwoord. Dat is nogal wat. Ik denk er even over na, heel even maar en geef er mijn fiat aan.

Omdat ik ooit een verhaal heb geschreven over de middenstand in Den Hoorn in de jaren zestig, heb ik al wat tekst dat ik mogelijk kan invoegen in mijn verhaal. Ik ga er aan zitten. Mijn geheugen is goed en ik weet, blijkt al gauw, nog veel naar boven te halen. Ik ga schrijven. In stukjes en beetjes komt mijn vertelling tot stand. Soms midden in de nacht word ik wakker en herinner ik iets waar ik eerder niet aan heb gedacht. Mijn document groeit.

Ik krijg de locatie door. Ik zal mijn vertelling doen op nr. 97. Het huis waar mijn overleden broer ooit heeft gewoond en waar zijn echtgenote nog steeds woont met haar nieuwe man. Een vertrouwde omgeving dus. Zij hebben aangegeven mee te doen als ik er kom vertellen. Ik ga er voor.

Inmiddels heb ik er een meester verteller bij gevonden, Dick Stammes. Stadsgids van Delft en een ras verteller. Ik ken hem van Delft Vertelt waar we samen al eens aan twee sessies hebben meegedaan. Hij is enthousiast maar geeft direct aan niets over de Dijkshoornseweg te weten. Het maakt niet uit hij mag zijn eigen verhaal doen.

Het is november 2018. Voor mij is de locatie bekend. Dick hoort niets. Ik informeer mijn contactpersoon. Dan gaat ook voor hem het balletje rollen.

Inmiddels krijg ik de mededeling van de eigenaresse van de locatie dat haar man drie dagen voor het festival zal worden geopereerd aan zijn knie. Ze heeft hulp nodig op die dag. Ook dat is geen probleem. We zijn er als het lastig is. We, mijn lief en ik, besluiten om vroeg op locatie te zijn en onze handen uit de mouwen te steken. Alles komt goed.

Intussen heb ik mijn tekst klaar. Ik plant er nog een stukje bij over mijn oma. Een stoere vrouw die op de Dijkshoornseweg mijn vader baarde in 1911. Dit stuk heb ik ook ooit eerder geblogd.

Dan krijg ik een e-mailtje van mijn contactpersoon. Nogmaals de locatie en tijden dat ik ben ingepland. Viermaal een half uur, staat er in de e-mail. Ik heb inmiddels mijn tekst geoefend en uitgesproken. Dat neemt bijna drie kwartier in beslag. Ik zal het wel zien. Twee dagen later kijk ik op de site van CultuurStek naar het programma en kom tot de ontdekking dat ik slechts een kwartier ben ingeroosterd. Hier waag ik een telefoontje aan, want dat betekent het hele stuk herschrijven, want stukken skippen heeft geen zin. Ik baal er een beetje van. Toch staat het programma vast en is er geen extra ruimte. Dat houdt tevens in dat ik dus ook niet mag uitlopen omdat bezoekers ook een schema gaan maken in het programma. Jammer, we gaan het zien.

In de week voorafgaand aan het evenement geeft men code geel door. Veel regen of sneeuw. Op locatie heeft men een duur houten parket. Daar wil men geen water of sneeuw op hebben. We wonen gelukkig naast de eigenaar van een vloerbedekking zaak Schoneveld Interieur. Eén e-mailtje naar de eigenaar en het is geregeld. Men heeft nog wat stukken zeil liggen dat we mogen hebben. Maar, schrijft de buurman, ik wil het niet terug. Wij zijn geholpen en kunnen met een gerust hart mensen ontvangen.

De donderdag voor het festival breng ik het zeil alvast op locatie evenals een koffiepot. Alle bezoekers krijgen nl. een bakkie of een koppie thee. We bedenken er ook koekje bij, een ‘kletskop’. Dat past wel een beetje bij mijn kletsgedrag.

Op de bewuste cultuurdag vertrekken we al vroeg naar de speellocatie. Het regent zachtjes, maar wij hebben geen pijn. We hebben zeil ter bescherming van de vloer.

De ‘Dijk’ is voorzien van wimpels aan de lantarenpalen. Er zijn sokken en mutsen aangebracht op hekken en paaltjes. De dixies worden voorbij gereden, hier en daar is een artiest bezig met opbouwen. Er is drukte op de weg. Dan om even over half vier komen de hekken op de weg en is de weg voetgangersterrein.

Op locatie spreken we af dat we maximaal 15 mensen tegelijk in huis toelaten. We zetten daar ook de stoelen voor klaar. Er staan er nog een peer als reserve. De organisatie verwacht lichtjes langs het parcours. Ook dat kan ik fiksen. De kerstverlichting is nog niet opgeborgen. Bij daglicht nog weinig van te zien, maar in de avond een fraai gezicht. De bekertjes staan op het dienblad, de koffie staat in afwachting. Het feest kan beginnen.

Ik ga nog even naar de opening door de burgemeesters, Marja van Bijsterveldt, van Delft en Arnoud Rodenburg, van Midden-Delfland. Peet Vermeulen komt met de Delftse burgemeester vanaf de Delftse kant aanwandelen, Petto Koop doet dat met de Midden-Delflandse burgemeester. Na wat prietpraat nog een gedicht door Tjitske de Haas. Dan kan de grensovergang worden opgetild en kan het spektakel beginnen.

Ik ga terug naar de locatie en ontmoet José van Winden. Zij verzorgt de eerste twee voorleessessies. Ze leest voor uit haar boek Weekendje weg. De zeventien neergezette stoelen zijn snel gevuld. Als ik terugkom van de opening zitten de eerste mensen al binnen.

Buiten gebeurt er van alles. Er komt een vreemd voertuig voorbij en even later een gezelschap dat een doodskist op de schouders draagt. De laatste activiteit is een voorbode voor het toneelstuk Coke aan de Look, een misdaadkomedie dat in Den Hoorn plaatsvindt en eind maart op de planken zal worden gebracht.

Het tweede optreden van José staat aan te vangen. Er zijn nog niet veel mensen. Na wat propperen is de huiskamer ook nu weer snel vol. Na het voorlezen is het voor José voorbij. Er blijven mensen zitten om naar mij te luisteren.

Om 18:00uur is het mijn beurt. Mijn Macbook gaat open, nog even lees ik door het stuk. Langzaamaan komen mensen binnen lopen. Er moeten stoelen bij. De koffie gaat rond, het knisperend koekje doet zich gelden. De deur gaat dicht, ik mag beginnen. Ik ben nog maar net bezig als er op het raam wordt getikt. Er staan nog eens 10 mensen buiten. Ze komen niet meer binnen. Het aantal van 15 is al ruim overschreden. Mijn tekst is te lang, te lang blijkt al na ruim een half uur. De eerste gast stapt al op. Ik moet het inkorten, zegt mijn lief. Nog een klein stukje, dan. Helaas ik mag mijn verhaal niet afmaken.

De laatste mensen zijn de deur nog niet uit of de volgende staan er al voor de tweede sessie. Men blijft lopen, 20, 25, 30, 38. Veel te veel, maar mensen kiezen er zelf voor om te blijven staan. Opnieuw voor iedereen koffie. Het aantal bekers raakt op. Dan maar omwassen. Opnieuw start ik mijn verhaal, wederom getik op de raam. Helaas mensen, we zijn echt hartstikke vol. Nogmaals mijn verhaal van nu 35 minuten. Ik kan niet korter. Ik sla kleine stukjes over. Ik heb een droge strot van het praten. Applaus na afloop. Lekker.

Er staan al mensen voor de deur als de tweede sessie nog niet eens over is. Voordeur in, achterdeur uit. “U bent toch de vader van René van Meurs”, vraagt een van de gasten. Opnieuw een groot gezelschap. Bekende personen komen plots via de achterdeur binnen. Opnieuw ruim 30 luisterende. De koffie en thee worden uitgeserveerd, de koekjes zijn bijna op. Ik begin iets eerder om tijd te winnen en toch mijn complete verhaal te kunnen doen. Ik haal het wederom niet. Ik krijg een aanvulling op mijn verhaal. Dat ga ik nog even toevoegen voor de laatste sessie van het verhaal. Ook nu een vet applaus.

Om 20:15uur kies ik er zelf voor om aan de deur te staan. Mensen die al eerder voor een dichte deur stonden komen nu binnen. Er is voor iedereen een zitplek. Ik krijg alle aandacht. Omdat het bijna is afgelopen kan ik mijn verhaal op een rustiger tempo doen. De koek is op, koffie is er nog wel. Tijdens mijn verhaal gaat tot tweemaal toe de deurbel. Er wordt niet meer opengedaan. Het verhaal gaat uit. Het is 21:00uur. Mijn eerder toegezegde tijd kan ik nu gebruiken. Er zelfs tijd voor nog meer aanvullingen. Daar is een heel belangrijke bij, die ik over het hoofd heb gezien bij het opstellen van het verhaal.

Nadat de laatste gast is vertrokken ruimen we de zeilen, de verlichting en de stoelen weer op. De kamer gaat in originele staat slapen. “Doen we een after-party”, zegt de locatie’manager’. “Prima”, geef ik aan. Ik heb niet meer de zin om na viermaal meer dan een half uur vertellen nog elders naar de afterparty te gaan. Met een lekker biertje sluit ik het festival af.

De volgende dag heb ik al de eerste e-mailtjes binnen of men de tekst kan krijgen van mijn verhaal. Ik moet het nog wat bewerken, de aanvullingen toevoegen en wat kleine aanpassingen doen. Ik heb besloten om het verhaal vooralsnog niet op mijn website te plaatsen.

Een fantastisch activiteit is ten einde. Leuk en lekker georganiseerd. CultuurStek een geweldige stichting die zo’n meerwaarde heeft op de leefbaarheid van Den Hoorn. Geweldig gemotiveerde mensen die er hun schouders onder durven te zetten en zo een levendig spektakel neer zetten. Het was TOP. Op naar de volgende activiteit: ‘Kom’s Hoorn 2019’. Zal ik er wederom aan mee mogen doen? Ik hoop het.

297. Was Kom ‘s Hoorn leuk?

Ik meld mij aan voor het evenement Kom ’s Hoorn. Een Biking Dinner langs verschillende locaties waar men kennis kan maken met een achttal mee-eters, de kokers en de verteller/muzikant. Mensen die zich hebben opgegeven zijn te gast bij wildvreemde dorpsgenoten die voor hen zullen koken. Het driegangen diner wordt genuttigd op drie verschillende adressen. Het thema is vriendschap en liefde. Passender kan niet bij een trouwambtenaar.

Zo’n vier weken voor het evenement word ik gebeld door mijn gastgezin. “Vind jij het leuk om bij mij verteller te zijn”, vraagt de man van het echtpaar waar ik mijn domicilie zal krijgen. Ik vind het prima en maak een afspraak om voortijds een keertje langs te gaan. Nu blijkt dat hij niet met zijn eega kookt maar met een andere vrouw uit zijn vriendengroep. Ook haar ontmoet ik als ik vooraf een keer op visite ga. Aandachtig wordt geluisterd naar het verhaal wat ik vertel over wat ik zoal als trouwambtenaar meemaak. Na een gesprek en een kopje koffie heb ik er alle vertrouwen in dat het goed gaat komen.

Twee dagen voorafgaand aan het evenement krijg ik van het organiserend comité CultuurStek een e-mail met de namen van de bezoekers tijdens het eten. Nieuwsgierig als ik ben zoek ik op internet naar de namen die genoemd zijn op het overzicht. Sommige mensen ken ik, andere vind ik, maar er zijn er ook die voor mij volledig nieuw zijn. Nou houd ik van uitdagingen en ik ben niet eenkennig dus dat komt best goed.

“Moet je niks voorbereiden”, zegt mijn echtgenote als het overzicht binnen is. Vertellen over huwelijksbevestigingen die ik heb gedaan daar hoef ik niets aan voor te bereiden, die zitten gegrift. Ik weet welke bijzondere gebeurtenissen er hebben plaatsgevonden en verder is het een algemeen verhaal. Als ik echter nog eens goed naar de titel kijk die men achter mijn naam heeft gezet zie ik daar staan: ‘De geheimen van een trouwambtenaar’. Dat gaat het zeker niet worden, want welke geheimen zou een ambtenaar moeten hebben? Ik besluit om de meest indrukwekkende gebeurtenissen te benoemen en zie wel hoe het verder gaat lopen.

De nacht voorafgaand aan Kon ’s Hoorn kan ik toch de slaap niet best vatten. Ik lig maar te draaien en stukjes tekst dwarrelen door mijn hoofd. Het moet toch niet moeilijk zijn. Die nacht maak ik de vertellingen die ik aan tafel ga doen.

Om kwart over vijf rijd ik op de bewuste zaterdag naar mijn eetverteladres. De Knakenbuurt is de locatie waar ik aan tafel schuif. Voor wie het begrip Knakenbuurt niet kent, hier werd fl2,50 huur gevraagd, voor de woning waarin men woont. Bij aankomst tref ik de kok, tevens eigenaar van de locatie, de kookster en de echtgenote van de kok. Eerst maar een biertje, dat praat makkelijker. Op het aanrecht staan reeds de borden met het voorgerecht. Nog even worden de laatste handelingen verricht voor het hoofdgerecht. Twee grote schalen met kipfilet met abrikoos, overgoten met een blauwe kaas worden in de over gezet.

Om even over halfzes komt de eerste gast binnen. Even kennismaken en dan direct de tafelindeling duidelijk maken. Ik mag op het pluche, dat wil zeggen op de stoel met de zachtste zitting. Langzaamaan komen ook de andere gasten binnen. Het lijkt openhuis. De deur staat wagenwijd open, gastvrijheid ten top.

Als de acht gasten hun plekje hebben gevonden doen we een voorstelrondje. Dit keer bijna allemaal bekende, waaronder mijn eigen echtgenote. Zij gaat met een vriendin straks fietsend het dorp in voor de andere gerechten. Nadat eenieder zijn zegje heeft gedaan is het mijn beurt. Ik verhaal over verschillende trouwbevestigingen zonder daarin namen te noemen. Ik verwijs het gezelschap naar mijn blogsite: dagboek van een B.A.B.S. en tussen de gesprekken door neem ik ook mijn verhalenblogs maar even mee. Wanneer ik mijn eerder geschreven boekje Beestenkrabbels laat zien is er een gegadigde. Leuk. Ik schrijf een regeltje in het boek en wens hem veel leesplezier. De tijd vliegt en voor de aangeschoven gasten wordt het hoog tijd om naar de volgende locatie te gaan. Alom lof over het initiatief en men vertelt hoe leuk het is om op zo’n manier dorpsgenoten te leren kennen.

Als de eerste groep weg is worden de glazen gewassen, het bestek krijgt een wasbeurt, het water wordt weer aangevuld en de geleende borden krijgen een plek. De salade wordt in schalen op tafel gezet evenals de schaal met gekookte peertjes. Als de kok de rijst af wil gieten werkt de deksel niet mee. Elke keer schiet deze terug. Na een kort schietgebedje lukt het toch en kan de rijst nog even nagaren.

Opnieuw komen er gasten binnen. Even later nog twee en de laatste vier tegelijkertijd. Mensen die ik niet ken. Het gezelschap is weer compleet. De eerste verhalen vinden direct plaats over de ervaring die men heeft opgedaan bij het voorgerecht. Ook hier weer lovende woorden over het initiatief. De schalen met het hoofdmenu kunnen op tafel. Wederom een voorstelronde. Sommige voelen zich duidelijk niet op het gemak, maar nadat iedereen zijn zegje heeft gedaan ontstaat er toch een gezellig onderonsje. Ik doe nogmaals mijn verhaal. Nu weer wat andere verhalen dan bij de eerste groep. Ik heb er zat, de keuze is groot. Ook nu haal ik mijn blogs aan. Men neemt mijn visitekaartje mee en misschien leest men iets van mijn verhalen. Men spreekt de waardering uit over de door de kok gemaakte kipfilet en neemt na driekwartier afscheid om te vertrekken naar de volgende locatie.

De tafel wordt weer afgeruimd. Andermaal komt er een schoon servies op tafel. De kookster gaat aan de slag met het toetje. Een kwart peertje, caramelijs, kaneel, twee wafeltjes als versiering en een toefje en soms een toef slagroom. Een leuk geheel. Zes gasten zijn inmiddels binnen, het laatste stel laat even op zich wachten. Zij komen van de verste locatie. Een al wat ouder echtpaar komt naast mij zitten. Alom lof, “Wat is dit leuk”, zegt mevrouw. “Wij wonen ver buiten de kern en kennen eigenlijk niemand, maar we voelen ons direct overal thuis.” Dit is waarom je zoiets organiseert. Nadat men heeft verteld van wie men er een is krijg ik wederom spreektijd. Opnieuw leuke anekdotes over wat ik als trouwambtenaar zoal heb meegemaakt. Dan vraagt de mevrouw die naast mij zit: “en waar schrijft u uw blogs dan over? Kunt u een stukje voorlezen?” Ik open mijn blogboek en lees er een halve pagina van voor. “Wat grappig”, zegt een van de aanwezigen. Hierna ben ik even de aandacht kwijt en praten tafelburen met elkaar. Men deelt herinneringen en door de gezelligheid wordt de tijd bijna vergeten. Er is ook nog een after-party. “We zien elkaar straks”, zegt een van de gasten als hij wegfietst.

De vaatwasser is nu aan de beurt. Maar als de vrouw des huizes niet aanwezig is heeft het ding wel heel veel knoppen. Hoe start je zo’n ding. Alle knoppen krijgen een beurt, maar wat er ook gebeurt geen start. “Als moeders straks thuiskomt, kan ie ook nog aan”, hoor ik de bewoner zeggen.

We fietsen richting de locatie van de after-party. Het is er al druk. Als ik binnenstap direct herkenning bij mensen die ik ervoor nooit had gezien, maar nu bij ons aan tafel hebben gezeten. Nog even een biertje, wat napraten en dan naar huis. Ik ben het zat.

“En volgende keer weer vertellen, Aad”, vraagt nog een van de gasten als ik de deur uitstap naar huis. “Zeker weten, maar het ligt een beetje aan het thema”, antwoord ik hem. “Heb je de geheimen van een goed huwelijk vertelt”, vraagt hij mij. Geheimen heb ik niet verklapt, want dan zouden het geen geheimen meer zijn, maar ik hoop het te hebben goedgemaakt met de leuke anekdotes.  Het was een leuk evenement dat zeker voor herhaling vatbaar is. Ik heb nog geen datum, anders stond deze al in mijn agenda. En voor wie het gemist heeft, hou het maar goed in de gaten, want het is echt leuk.