296. Wat gebeurt er in een stemlokaal?

Het zit er weer op de verkiezing van de volksvertegenwoordigers voor de gemeenteraden, maar ook de stemmen voor het referendum werden uitgebracht. Ik heb net als een aantal jaar terug deel mogen uitmaken van een team leden van een stembureau. Dit keer in Den Hoorn, waar ik geboren ben. Na een rustig verlopen dag wordt het om vijf uur zo druk dat er wachttijden zijn. Kiesgerechtigden wachten geduldig om het recht van stemmen tot uiting te brengen. Voor kinderen van kiezers is er een paaseitje. Zo hebben zij ook wat te kiezen, al gaat het hier alleen om de kleur van het papiertje.

Het is kwart voor zes als mijn wekker afloopt. Vandaag mag ik als stembureaulid optreden en dan begint de dag vroeg. Het is net een werkdag, maar wel een met veel overuren. Mijn nieuwjaar, ik was de dag ervoor jarig, begint actief. Vrouwlief is al op als ik beneden kom, de vaatwasser is uitgeruimd en de attributen om mijn brood klaar te maken liggen op de aanrecht. Na het eten nog even scheren en dan wachten tot ‘mijn’ chauffeur voor komt rijden. Ik duik nog even de koelkast in voor een traktatie later op de dag voor bij de koffie. Daar moet wel een groot mes bij. Als men had geweten dat ik met een mes in mijn tas naar het stembureau zou komen, had men gerild, denk ik. Maar ik weet niet of er ter plekke zo’n mes is om mijn traktatie aan te snijden. Ik houd hem angstvallig in de tas.

Om kwart voor zeven wordt er gebeld, mijn mede-stembureaulid staat aan de deur. Met nog twee leden van een ander stembureau gaan we op weg naar Den Hoorn, voor deze dag ons domicilie. We worden afgezet waarna de andere leden doorreizen.

Als we uit de auto stappen worden we toegewuifd door de stembureauleden die reeds aanwezig zijn. Men wacht duidelijk op ons. We wandelen het gebouw in, de trap op, naar het stemlokaal. Het is er smerig bemerk ik. Het stof dwarrelt door de gangen. Hier en daar ligt een hoopje zand. Een fonteintje is begroeid. Bij binnenkomst stellen we ons aan elkaar voor. De overige twee stembureauleden heb ik nooit gezien en ken ik alleen van naam. Het zou een hecht team worden die dag.

In de lokaliteit loopt nog een man rond, gekleed in een wit T-shirt en spijkerbroek. Hij heeft de bezem in zijn handen. Nog even driftig de laatste pluizen het gebouw uitvegend spreek ik hem aan. “U bent de conciërge?”, vraag ik hem. Hij kijkt mij aan met een blik die mijn vraag niet bevestigend beantwoordt. “Nee”, zegt hij, “ik ben hier de schooldirecteur.” Ik kan wel even door de grond zakken. Maar meneer neemt het heel sportief op en maakt er nog een grap over. “Als onderwijsgevende moet je van alle markten thuis zijn”, zegt hij en gaat driftig verder met schoonmaken. Het lokaal dat we gebruiken om te stemmen blijkt al twee jaar niet meer gebruikt en “dan moet je er ook geen energie en geld in steken”, is zijn conclusie. Daar ben ik het mee eens.

De stemhokjes moeten nog in elkaar worden gezet, de posters opgehangen, het rode potlood zodanig bevestigd dat het niet kan worden mee genomen en er moet koffie komen.

Na de posters te hebben opgehangen haal ik uit de krat die is aangeleverd, Senseopads. Dan moet ik op zoek naar een apparaat daarvoor. De andere drie stembureauleden maken intussen de administratieve zaken op orde. Na navraag bij een leerkracht vind ik de lerarenkamer. Nu nog kopjes. Het is in kastjes en laadjes zoeken maar dan vind ik vier attributen die op een kopje moeten lijken. Ze vertonen wat theesporen. Dat vind ik vies. Met wat ik kan vinden, een borsteltje en handzeep, krijg ik de bruine strepen redelijk uit het kopje. De Senseo warmt intussen op. Even later heb ik wat ik hebben wil en kan ik mijn medeleden voorzien van een kopje bruin vocht. Helaas nog geen suiker en melk.

Om tien voor halfacht staat plots de eerste stemmer al voor mijn neus op de trap. “Ik mag toch al wel?”, vraagt hij. “Nee meneer, om halfacht gaat het stembureau pas open. “En tot hoe laat dan?”, vraagt hij me terwijl hij zijn stempas in de hand heeft waar dit op staat. “Negen uur meneer.” “Kom ik mogelijk later terug”, is zijn antwoord. Hij vervolgt zijn weg en keert om weer terug naar beneden.

De installatie van het stembureau is inmiddels afgerond. De tweede en volgende stemmers kunnen komen. Ik mag op de reservebank, het vierde stembureaulid. Op een stembureau moeten altijd drie stembureauleden aanwezig zijn achter de tafel. Bij menselijke calamiteiten vervult de vierde de plek achter de stemtafel. Tijdens de dag rouleren we als stembureauleden, met uitzondering van de voorzitter van het bureau. Deze mag niet weg, is de verantwoordelijke tijdens zo’n dag en dient de volledige controle te doen. Voor het plasje is het even kijken of er niemand in aantocht is. Bij ons is een juridisch medewerker van de gemeente met deze taak belast.

Tijdens het naar school gaan of naar de opvang brengen van hun kinderen komen de eerste stemmers binnen. Sommige hebben hun zoontje of dochtertje nog bij zich en willen snel. De controle dient uiterst precies te gebeuren, sneller dan die handeling kan niet. Zo sukkelt het de gehele dag door. Weinig spectaculairs en ik kan nog wel een keer koffie maken en halen.

Om even elf uur komt er man het stembureau in wandelen. Hij duikt met zijn handen diep in zijn binnenzak en tovert ineens zes stempassen tevoorschijn. Je mag echter niet zoveel stemmen uitbrengen. Dan blijkt dat hij in zijn onschuld een aantal kiespassen te hebben meegenomen van een ander stembureau. De man schrikt ervan, maar weet niet hoe het is gebeurd. Hij is gaan stemmen bij een ander stemdistrict en zou bij volmacht stemmen voor zijn zoon. Hij heeft echter het legitimatiebewijs van zijn zoon niet bij zich, waarop hij de stempas weer mee mag nemen en daar gaat het mis. Het meenemen. Na enig bellen naar het stembureau waar hij eerder is geweest blijken zij inderdaad de passen te missen. Een mooie wandeling die richting op lost het raadsel weer op. Ik word er met een blij gezicht ontvangen.

De leerkracht die ik eerder sprak over de lerarenkamer vraagt mij of het goed is als hij met een klein groepje even mag kijken bij het stemlokaal. Dat gebeurt ook, na toestemming van de voorzitter van het stembureau. “Het moet wel rustig hoor”, geeft ze mij te kennen. Dan op enig moment komt hij met de eerste groep naar boven. Hij vertelt hen wat er zoal gebeurt. Ik probeer de kinderen aan de hand van de stemlijst, die men ooit thuis heeft gekregen, uit te leggen wat er plaatsvindt. “En hoe laat bent u dan thuis vanavond?”, vraagt een leerling nadat ik heb gezegd ook bij de telling aanwezig te zijn. “Ik denk rond een uurtje of twaalf”, leg ik hem uit. “So hé”, zegt hij, “dan zit jij hier ook lang”. Er komen nog wat losse vragen op mij af, waarna zij weer verder de les ingaan. Zo komt de leerkracht nog tweemaal met een groepje naar boven.

Wanneer een vader met zijn dochter het stembureau betreedt wil dochter graag overal bij zijn. Het gaat echter te ver als de vader het rode potlood aan zijn dochter geeft en zij de kleurplaat denkt af te mogen maken. Dat is niet toegestaan. De man krijgt er vanachter de stemtafel een opmerking over dat dit niet de bedoeling is. Er zijn immers regels en die zijn er niet voor niks.

Het gaat er redelijk relaxed aan toe en er is tijd voor een praatje, een hapje en een lach. Rond elf uur wordt het eten gebracht. Ook daar is redelijk de tijd voor al heeft men soms net een hapje genomen als er weer iemand voor de tafel staat. Tussentijds tellen we, want tellen is belangrijk. Klopt het aantal stempassen voor de gemeenteraad met het aantal in de bus gedeponeerde stembiljetten, die worden geturfd als ze in de stembus worden gedeponeerd. Datzelfde geldt voor de referendumpassen. De aantallen zijn prachtig in evenwicht. Stempassen worden gebundeld in tientallen. Daarna nog een keer geteld en dan opgeborgen in het magisch koffertje van het stembureau. En zo gebeurt dit meerdere keren per dag.

Even na het middaguur bezoek van de burgemeester met gevolg. Cameramensen en medewerkers van de gemeente. Er wordt druk gefilmd en foto’s genomen. Na en kort woordje vertrekken zij weer naar verderop.

Om even na tweeën plots een hele klas in het stemlokaal. Dat is te veel. Toch probeer ik uitleg te geven over de gang van zaken. Maar hier veel meer vragen. Als een van de opgekomen stemmers aangeeft dat het rustiger moet zijn, vertrek ik met de klas naar beneden om hen daar nog andere zaken uit te leggen. Ik vind het ineens leuk om zo even voor de klas te staan. Had ik eerder moeten weten.

Opnieuw is het hierna niet echt druk. Een gebracht lauw broodje warm vlees kan rustig worden opgegeten. Het broodje ‘eeii met uuii’ van een van de leden doet het stemlokaal even een ander geurtje geven. Een bakje vers fruit wordt opgepeuzeld en is een aangename verrassing.

Dan om vijf uur gaat het lopen. De meestal jonge bewoners uit de wijk komen thuis van hun werk en gaan nog even naar het stembureau. Veel volmachten en dat houdt op. Ons zojuist gebrachte avondeten blijft in de doos, er is geen tijd meer voor. De stroom is op gang gekomen en er is een wachttijd die kan oplopen tot wel twintig minuten tot een half uur. Tot halverwege de trap staan mensen geduldig te wachten tot men aan de beurt is. Het is een sociaal gebeuren geworden, men praat met elkaar en op de gang wordt hard gelachen. Als een jonge vrouw met een Chinese identiteit haar stempas inlevert is controle niet mogelijk. Slechts mensen met een Europees identiteitsbewijs kunnen stemmen. Ze gaat terug om haar Nederlands rijbewijs op te halen, een half uurtje later is ze terug. Stemmen is een recht en daar moet je gebruik van maken.

Tot aan drie minuten voor negen staan er mensen te wachten om hun kiesrecht uit te kunnen voeren. Dan om klokslag negen uur gaat de deur dicht. De doos met broodjes gezond, vlees of kaas staan nog op dezelfde plek die de cateraar heeft uitgezocht. Een binnen komen wandelend raadslid helpt met het ontmantelen van het stemlokaal.

Het tellen der stemmen kan beginnen. Tussen het tellen door even een hap van een broodje. De voorzitster die de hele dag heel relaxed de zaak in toom heeft gehouden krijgt plots haast. Als door een wesp gestoken deelt ze orders uit. “We moeten snel zijn”, zegt ze, “liefst de eerste.” Drie tellers, collega’s van het team van de voorzitter, hebben zich toegevoegd aan de groep van vier. Als we net bezig zijn komt de bittergarnituur binnen. Een hap en door. Alle stembiljetten openvouwen, sorteren op partij, en dan op kandidaat. Referendumbiljetten moeten worden gesorteerd, ‘voor’, ‘tegen’, ‘blanco’. Het proces-verbaal van de dag moet worden opgemaakt. Zittend op kleine krukjes, of op de grond zittend krijgt elk biljet zijn plekje. De grote enveloppen waar alles in moet worden opgeborgen zijn in de loop van de dag reeds gemaakt en beschreven. Dat is een stukje extra gemak. Tussendoor worden aantallen opgevraagd. Bij het gemeentehuis is men reuze benieuwd. Hier vindt straks de after-party plaats. Dan blijkt dat bij een eerste telling en herhaalde telling exact de aantallen stempassen overeenkomen met de uitgebrachte stemmen. Ook bij het referendum wijkt het niet af. Een high-five is op zijn plaat. Er is die dag zuiver en effectief gewerkt.

Als om halftwaalf de schooldirecteur is gebeld om af te sluiten, doen we nog even een toast op de geslaagde dag. Een leuk team van leden aangevuld met tellers stoten het plastic bekertje tegen elkaar. We hebben het lekker gefixt.

Nog even naar de after-party in het gemeentehuis, waar blije, maar ook teleurgestelde partijen rondlopen. Er heeft een verschuiving plaatsgevonden, kleine partijen zijn toegetreden tot de raad. De partij met het grootst aantal stemmen mag gaan proberen een regerende coalitie te vormen. Na een biertje en warm hapje is het voor mij genoeg. Ik wandel naar huis, mijn gedachten gaan over of ik een blog/verhaal zal maken.

Mijn dank gaat uit naar eenieder waar ik vandaag een zinvolle dag mee heb gehad.

198. Alle poppen zijn op reis

De poppenkast is leeggelopen. Vijf van de bekendste poppen stappen uit de kast. Het eerste verkiezingsdebat is gestart. De twee hoofdpoppen laten verstek gaan. Zij voelen zich in de eer aangetast en besluiten om thuis te blijven. Ja, met zoveel poppen spreken dat kunnen ze niet aan. In een eensgezind blauw kostuum, met veel gezamenlijk inkopen is het kennelijk goedkoper, staan ze achter een desk te wachten wat er komen gaat.

De poppen worden voorgesteld: pop 1: Sybrand, pop 2, Alexander, pop 3, Jesse, pop 4, Lodewijk, en als laatste pop 5: Emile. Zij zouden de poppenkast deze keer bemannen. Zij zijn degenen die uit de poppenkast zijn gekomen. Frits is de pop die de ongeleide projectielen in het gareel moet zien te houden.

Dan zie ik dat de poppen hun mond gaat bewegen. Ze zeggen dingen al dan niet ingefluisterd of ingelipt door hun omgeving. Ze vertellen dingen die het publiek graag hoort. Het wordt lachen de volgende vier jaar. Niks gesikkeneur, alleen maar feest. Tenminste zo komt het over.

Dezelfde ochtend hebben ze ook al het vrouwendebat gehad onder leiding van pop Rick. Ook hier vooraf ingestudeerde teksten. Ditmaal zittende poppen uit de poppenkast. Het zijn de vrouwen uit de partijen die ook hun lippen mogen bewegen en er mag ook nog geluid bij gemaakt worden.

Dan de rest van de week opnieuw elke avond zo’n pop uit de kast. Jan Klaassen en de boef zouden er geen gek figuur bij slaan. Als het gordijntje open gaat komt de glimlach bij het voornamelijk jong publiek. En altijd hetzelfde: de boef wordt door de politieagent achterna gezeten en gepakt. Het publiek lacht.

Het grote publiek lacht ook als de oude pop Henk zijn letters weer eens door elkaar gooit. Was het nou AOW, WAO of een nieuwe variant OAW. Pop Henk is wat in de war, hij is al wat ouder en schuffelt met letters, alsof hij zit te Wordfeuden, als zal hij dat woord niet kennen. Elke avond komt er een nieuwe pop op draven. Als pop Jan uit een nieuwe poppenkast zijn zegje mag doen, wordt hij aangepakt door de eerste vrouw op aarde. Daar is pop Jan niet van gediend. Heel even probeert hij de altijd onschuldige Jan Klaassen te spelen. Maar Eva is niet voor de poes en pakt hem strak aan. Met de staart tussen de benen gaat Jan tussen de gordijnen terug naar zijn eigen poppenkast, om later in de week toch zijn ongenoegen te spuien over Eva.

Een paar dagen later bemoeien mensen uit het publiek zich met een pop uit de kast. Als door een toeschouwer aan pop Alexander wordt gevraagd waarom hij niet eerder uit het leven mag stappen, blijft het even stil. Dit is een vraag die niet van te voren is ingediend. Pop Alexander moet flink nadenken, raakt er zelfs geëmotioneerd van. Iets wat met poppen eigenlijk nooit voorkomt. Poppen hebben namelijk altijd een strak onbeweegbaar face. Hij probeert er een draai aan te geven, maar poppen praten alleen met het publiek als het in hún script past.

Waar pop Mozart is, blijft een geheim. Zijn beveiligers zijn niet te vertrouwen, blijkt. Nu laat hij zelfs aan zijn kast niet meer weten in welke poppenkast hij die dag gaat spelen, selfies maken en zichzelf promoten. Plots duikt hij op in meest klederdrachtmindende poppenkast, genaamd Volendam. Zijn grote aanhang daar zijn lyrisch van Mozart. De grote mensenmassa ontvangt hem met open armen. Inmiddels heeft hij uit alle poppenkasten de agenten opgekocht en kan hij weer veilig over straat. Of hij later nogmaals zichtbaar komt zegt het script niet. Je weet het met Mozart niet.

Bij pop Sybrand kan zelden een lachje af, al zou hij goed zijn in het moppen verkopen. Vlaardingse moppen, denk ik, dat befaamde winters koekje, want veel humor zit er bij Sybrand niet in. Toch, door zijn altijd afhangende mondhoeken neemt hij wel een groter publiek mee. Hij zou wel eens als de ‘hero’ uit de kast kunnen komen. Maar het heft in handen nemen, zie ik hem niet doen. Hij dacht ook nog wat aan de vrijpartijen te hebben met Lodewijk en Mark, totdat pop Lodewijk zegt dat hij een ‘grote bek’ heeft. Nou is me dat nooit zo opgevallen. Voor hoofdpop Mark zal het waarschijnlijk wel ‘pleurt op’ worden, zodat hij het alleen verder moet doen en nieuwe maatjes poppen moet vinden.

Eén van de vrouwelijke poppen, Marianne wordt door een vogelsoort pop Jeroen even weggezet als ‘jongedame’, als ze iets zegt dat de vogel niet welgevallig is. Een behoorlijke slag onder de gordel van deze ijdeltuit. Pop Marianne rijdt met haar eigen poppenkast achter de auto door het land. Haar programma heet ‘Plan B’. Ik ben ooit bij het cabaretprogramma geweest van Soundos, zij speelde: ‘Er is geen Plan B’. Ik vraag me dus af: Is er dan echt geen plan A? 

De lachende scheerkwast, een naam die door Wim T Schippers ooit is bedacht, is weggelegd voor pop Mark. ‘Altijd blijven lachen’, zongen Bassie en Adriaan al jaren terug en dat heeft pop Mark tot zich genomen. Veel beloven, maar nakomen, ho maar. Het spaarvarken staat nog altijd op het dressoir. Die €1000,00 is er echter nooit ingekomen. Het vakantieland Griekenland zou nooit de financiële ondersteuning krijgen van het kikkerlandje. En dan, gewoon toch. Misschien is mijn €1000,00 daar wel heen gegaan. Ja, je kunt het maar één keer uitgeven. Opnieuw wil pop Mark de baas zijn van alle poppenkasten, maar met wie. Een meerderheid zal hij niet halen. En wie wil er nog met hem mee doen en mee regeren? Als ik de afspraken goed heb bestudeerd, niemand. Er zijn altijd nog zo’n 17 poppen uit partijen die mogelijk elk ook nog één pop mogen leveren, maar is dat genoeg om een goede voorstelling te maken?

De jonge pop Jesse doet het goed, al wordt hij weggezet als de ‘grote groene fantast’. Hij behoort nog niet zo lang tot de vast kern van poppen, maar weet toch al wel wat publiek te trekken. Maar ‘Jesse for President’ zal het niet worden. Hij krijgt in ieder geval geen steun van de traditionele boeren. Die heeft hij verkwanseld heb ik me laten vertellen. De traditionele boer moet een bio-boer worden. Maar dat is weer niet voor iedereen weggelegd.

‘Denk je dat de poppen uit de poppenkast Denk het gaan redden?’ Ik weet het niet. Nu de haatimams zich er mee gaan bemoeien, krijg ik toch wel een angstig gevoel. Haatimams, wat zijn dat eigenlijk voor poppen. Die speelden vroeger nooit mee in een poppenkast. Zij zijn van de laatste tijd. Als je haatimam bent ben je dan de boef uit de poppenkast? Ben je dan wel te vertrouwen? Maar dat heb ik ook al bij pop Tunahan. Ik heb het idee dat hij de poppenkast Nederland een ondergeschikte poppenkast van de pop Erdogan wil maken. Daar zitten we toch helemaal niet op te wachten.

De stemwijzer heeft mij ook al geen goed advies gegeven. Heb ik de wijzer helemaal ingevuld krijg ik als antwoord dat ik kan kiezen uit drie poppenkasten. Allemaal met 41%. Ik weet het niet meer. Het enige dat ik wel weet dat er nog 14 dagen amusement op tv, radio en in kranten is. Poppen die over elkaar heen rollen, het publiek wil vermaken met de meest smakelijke sprookjes. Ach na 15 maart duurt het nog maar vier jaar voor we weer van alles worden voorgehouden. Ik houd het maar bij de worst van de Hema. Wat sappige spetters op mijn jas als aandenken van een te gretige hap. Zo is het ook met politiek. Prik er eens in, denk goed na en probeer te doorgronden wat men werkelijk wil. Maar het zijn toch die sprookjes waarin wordt geloofd en die het er kennelijk toe doen.