276. Waterschappers en hun CAO

Ze schijnen er niet uit te komen, de bestuurders van de Waterschappen en de medewerkers delegaties. Al meer dan een jaar liggen ze rollebollend over de werkvloer over het afsluiten van een CAO.

Het mooie vak van waterschapsambtenaar, toch net even meer dan ambtenaar, wordt door de burger vaak verguist. Wat doen ze in vredesnaam? Beetje langs sloten lopen, wat sloten uit baggeren en verder niets. Niets is minder waar wat dacht u van de het beheren en controleren van de waterkwaliteit in sloten en kanalen. Wat dacht u van droge voeten, ook voor de mens die op zeven hoog op een flat woont en wat dacht u van het zuiveren van water waar Jan en rap en zijn maat van alles door het toilet heen spoelt. Ooit gehoord van waterschapen? Waterschapen zijn ophopingen van allerlei maandverbanden, inlegkruisjes, onderbroeken, kledingresten en frituurvet. Daarnaast wat men nog meer meent via het toilet te moeten wegsluizend of met het bad- en toiletwater wordt weggespoeld. Deze schapen worden gevangen bij de Zuiveringsinstallaties. Daar werken de mensen die met hun handen en grijpers bezig zijn Nederland en het milieu een dienst te bewijzen. Met blote handen een ander zijn rotzooi opruimen. Een heel vies werkje, maar dat hoort bij jouw taak als waterschapper.

Deze waterschappers worden aangestuurd door een eigen bestuur, Dijkgraaf en Hoogheemraad, vergelijkbaar met Burgemeester en Wethouders van een gemeente. Zij zijn ook de vertegenwoordigers die zitting hebben in één van overheidssectoren, de Unie van Waterschap. Gezamenlijke bestuurders die de dienst uitmaken voor wat de onderliggende Water- en Hoogheemraadschappen kunnen en mogen doen, al vindt er veel autonoom plaats bij een waterschap zelf.

Al in 2016 starten de eerste verkennende gesprekken voor de inzet van een nieuwe CAO, bij de waterschappen, Sectorale Arbeidsvoorwaarden Waterschappen. De oude CAO stopt per 1 januari 2017. Vakbondsbestuurders die langs de waterschappen gaan om bij de achterban te toetsen en inventariseren wat men in de toekomst mee wil nemen in de onderhandelingen voor de CAO van 2017. Daar komen veel suggesties uit. De vakbonden toetsen deze eisen en verlangens en maken er een inzet voor de nieuwe CAO voor.

In de tussentijd gaan de Overheidssectoren en andere aangeslotenen bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds aan de slag voor een upgrade – update van de pensioenrechten en verplichtingen, het zgn. loonruimteakkoord 2015. Hier wordt door beide partijen een revolutionair nieuwe zienswijze en uitvoering vastgelegd waardoor de werkgevers minder premies hoeven te betalen voor hun werknemers. Het gaat hier om 1,4% van de loonsom die de werkgevers overhouden en zullen moeten worden uitbetaald aan de werknemers. Een verbetering van de loonsituatie een andere berekeningswijze van de uit te keren pensioenen. Bijna alle werkgevers doen hier aan mee. Niet de Unie van Waterschappen, zij distantiëren zich van de uitbetaling van die 1,4% aan hun werknemers. Nee, ze steken het in eigen zak. Miljoenen van werknemers die niet worden uitgekeerd aan hun eigen werknemers. Ze zijn niet bij het overleg uitgenodigd en hebben ook hun handtekening niet gezet onder het gesloten akkoord. Ze hoeven niet mee te doen. Punt uit.

De vakbonden laten het er niet bij zitten. Gaan over tot acties en organiseren een petitie met een handtekeningactie. Een ruime meerderheid, tussen 70% en 80%, van de werknemers ondertekenen het formulier waarop de 1,4% moet worden terugbetaald aan de werknemers. De Unie heeft er lak aan. Gaat voorbij aan het akkoord en zegt dat zij niet gaan betalen.

De onderhandelingen tussen vakbonden en werkgevers zijn intussen in volle gang. Waar rondom ons heen de CAO’s bij gemeente, provincie en rijk zijn beslag krijgen en waar zij wel de 1,4% uitbetalen aan hun personeel blijft het bij de waterschappen stil, angstig stil.

Intussen blijkt dat de bestuurders van de waterschappen ook die 1,4% hebben ontvangen. Zij vallen niet onder de CAO van het waterschap, maar zijn ingedeeld bij Rijksarbeidsvoorwaarden. Hoe krom en wrang is het om het dan niet aan de werknemers van de waterschappen uit te keren. De Unie houdt vast aan haar principe om niet uit te betalen.

Intussen zijn er vier gespreksronden geweest tussen werkgevers en werknemers. Het resultaat is dat men er niet uitkomt. De werkgever blijft vasthouden aan het niet uitbetalen van de 1,4%. Eén van de hoofdpunten, die eigenlijk niet tot de CAO onderhandelingen behoort. Hierdoor ontstaat een patstelling.

De werkgever heeft nu een definitief eindbod voorgelegd aan de werknemersdelegatie. Dit loonaanbod behelst een algemene structurele loonontwikkeling van 3% voor twee jaar; hetzelfde percentage dat zij in het eerste bod van juli jl. al had aangegeven. Daarnaast een eenmalige uitkering voor 2017 van € 1000,= en een eenmalige voor 2018 van € 500,= (in het eerste bod was er sprake van twee eenmalige uitkeringen van € 500,= en € 200,=). Verder vindt de werkgever dat zij loonruimte kan besteden aan vereenvoudiging van het Individueel Keuze Budget (IKB), aan een salarisverbetering van 0,5 % voor de schalen tot 7 en aan een algemene inconvenientenregeling.

De inzet van de vakbonden wordt door de werkgever nog steeds bovenmatig gevonden omdat de vakbonden niet alleen vast blijven houden aan de 1,4% pensioenpremievrijval (geld van de werknemer; iets waar de grote meerderheid van de waterschappers een petitie voor heeft getekend), maar ook een reële structurele loonsverhoging in de orde van 4,5% voor twee jaar. Een gedeelte van de pensioenpremievrijval uit het loonakkoord kan wat de vakbonden betreft ook gebruikt worden voor een pensioenverbetering via het volledig pensioengevend maken van het IKB.

De vakbonden hebben in de onderhandelingsperiode regelmatig aanpassingen gedaan in de inzet waar de werkgevers standvastig blijft vasthouden aan hun eerste inzet.

Het aanbod van werkgeverskant en de inzet van werknemerskant liggen te ver van elkaar, waardoor men niet tot overeenstemming zal en kan komen.

Wat gaat dit voor de burger betekenen? Er zouden acties kunnen volgen. Het land zal niet onder water worden gezet is mijn inschatting, er zal gezuiverd blijven worden. Zo’n proces is niet te stoppen, maar wat er wel gaat gebeuren is aan de werknemers. Op 16 januari a.s. worden de vakbondsdelegaties en werknemersdelegaties uitgenodigd om e.e.a. te bespreken. Ik ben benieuwd.