295. Kringloopwinkels hebben bestaansrecht

Wat een geweldige winkels zijn de kringloopwinkels toch. Soms hebben ze iets niet in voorraad maar er zijn andere kringloopwinkels zat in de buurt waar je dan weer terecht kan. Ze schieten als paddenstoelen uit de grond. Vintage noemt men het wel. Vintage een chique woord voor tweedehands. Maar wat is er verkeerd aan tweedehands. Spullen voor hergebruik. Waar een ander op is uitgekeken kan nog even goed zijn voor de volgende gebruiker. Vaak zijn de spullen goedkoper dan bij A.C. Tion of op Marktplaats.

Een van de eerste kringloopwinkels zag je op TV. Bij de TV-serie Swiebertje had zijn vriend Malle Pietje al een allegaartje in zijn winkeltje staan. Vaak wordt bij ons dit winkeltje aangehaald als mijn vrouw weer iets heeft gevonden bij een kringloopwinkel.

Kringloopwinkels zijn de modetrend van net na de eeuwwisseling. Waar de crisis zijn intrede deed bloeide de kringloopwinkel op. Zo erg dat er zelfs een IOS app. en een Android app. is die aangeeft waar je een kringloopwinkel in de buurt kan vinden. Makkelijker kan niet.

Kringloopwinkels zijn er met verschillende intentie. Er zijn er met een commerciële achtergrond, goede doelen winkels, opbrengsten bestemd voor het onderhoud van de kerk, maar ook winkels om mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt weer uitzicht te geven om terug te komen in het arbeidsproces. En allemaal hebben ze toch wel hetzelfde doel, geld generen voor welk doel dan ook, maar ook hergebruik van goede spullen.

Verenigingen en clubs die geld willen voor een verbouwing van het clubgebouw, renovatie van de inventaris of nieuwe clubkleding, organiseren maar wat graag een kringloop of rommelmarkt om een nodige financiële bijdrage binnen te kunnen slepen voor het doel waarvoor het is opgezet.

Er zijn er ook die er zijn voor het sociaal gebeuren. De koffietafel is er belangrijker dan de de verkoop van spullen. Al moet er natuurlijk wel verkocht worden.

Naast de winkels heb je tegenwoordig ook de Facebook kringloop. Elk dorp, stad of gehucht heeft er één. Je mag er alleen lid van worden als je bent aangedragen door iemand die al lid is van die site. Dan moet ook de beheerder er nog een plasje overheen doen en dan ben je lid van de club van dichtbijhandel.

Het zal u niet gek in de oren klinken dat wij lid zijn van zo’n facebooksite maar ook dat we de app. op onze telefoon hebben geïnstalleerd. Zijn we ergens op vakantie of onderweg dan bezoeken we een kringloopwinkel. Vaak niet eens voor ons zelf, maar voor familie, vrienden en kennissen die een opdracht hebben gegeven om te zoeken of te te snuffelen naar iets speciaals. Behoeftes worden vaak tijdens een verjaardag of feestje gedropt, wetend dat mijn echtgenote in een kringloopwinkel als vrijwilliger actief is. En ze kan ontzettend goed zoeken.

Tijdens onze bezoeken komen we ook wel vaak rotzooi tegen. Spullen die het aanzien niet waard zijn, vies zijn of kapot. Dat is het kaf onder het koren. Winkels die geen of nauwelijks aandacht besteden aan hun waren. Soms zijn het allegaartjes, staan spullen niet gesorteerd en heeft men spullen zomaar in de winkel ‘neergepleurd’. Andere keren komen we in een kringloopwinkel waar het een verademing is om rond te neuzen. Vitrines met echte waardevolle spullen, paskamers bij de kleding, maar ook waar men op creatieve manier gekregen kasten en meubels zo hebben omgebouwd dat de winkel een toonzaal is.

Elke winkel doet het op zijn eigen manier, alleen waar het gaat om commerciële kringloopwinkels ligt er een concept achter de winkelketen. Vaak zijn de prijzen daar ook beduidend hoger. Daar gaat het om de winst, zijn medewerkers ook vaak in dienst en moet er dus brood op de plank komen.

Mijn vrouw is verbonden aan de Habbekrats in de Lier. Een begrip in dit dorp, niet alleen om de goede doelen waar vier keer per jaar geld wordt weggegeven aan goede doelen, maar ook om de klantvriendelijkheid. Bij de Habbekrats kan je spullen inleveren, op laten halen en thuis laten brengen. Een goede doelenkringloop die zijn bestaan, van even meer dan vijf jaar, al heeft bewezen. Zo af en toe heeft men speciale acties met boeken, speelgoed, CD’s, Dvd’s of met kerst met kerstspullen. Leuke acties waar men op afkomt en waardoor het druk is in de winkel.

Bij de Habbekrats gaat het ook om het sociale. Gezelligheid en medeleven is belangrijk en de koffie is altijd bruin. Ieder mag er zijn zoals men is. Naar eigen inzicht mag men functioneren. Iedereen is de baas van de toko.

De winkel is open op woensdag t/m zaterdag, van 09:00 tot 17:00uur m.u.v. zaterdag dan van 09:00 tot 16:00uur. Spullen kunnen worden gebracht tijdens de openingstijden en op woensdagavond. Grote spullen als banken en kasten moeten even in overleg worden aangeleverd. Door uw gebruikte en niet meer nodig hebbende spullen ondersteunt u doelen die het vaak hard nodig hebben. Morgen, 17 maart 2018, is er weer zo’n uitreiking van cheques aan goede doelen. Het zal er ongetwijfeld weer emotioneel aan toe gaan.

Het adres: Kringloopwinkel De Habbekrats, Lierweg 61, 2678 CT De Lier. U kunt ook eens kijken op hun website

232. Exotisch en exoten

Het is elke vakantie vaste prik. Begonnen toen mijn schoonvader nog leefde, eerst met hem en later met mijn lief, lekker een rondje ‘Haagsche marrek’. De markt waar voor de gulden nu een euro moet worden neergelegd .

Om tien uur fietsen we op het gemakkie vanuit Schipluiden richting Den Haag. “Zullen we de korte of de lange route nemen?” vraagt vrouwlief. “Heen de lange, terug de korte”, stel ik voor. Via de Tramkade, Klaas Engelbrecht, Veenakkerweg richting Rijswijk, Beatrixsweg, de la Reyweg en van daaruit het kruispunt over naar het Hobbemaplein. Het rijdt allemaal voorspoedig. Verkeerslichten zijn ons welgezind en zonder te hoeven stoppen draaien we de Hoefkade op.

Aangekomen bij de Haagsche Markt is het zoeken naar de Biessieklette. Je e-bike zomaar los op straat zetten, dat willen we eigenlijk niet. We gaan er naar op zoek, maar ook hier kennelijk, net als in Delft op Nieuwe Langendijk, is de stalling om het kostenaspect gesloten. Wat nu? We besluiten de fietsen dicht tegen elkaar aan te zetten. Naast de fietssloten zullen we ook nog twee losse kettingsloten gebruiken. Even kijk ik om me heen of er niet iemand in de buurt loopt die ik niet zou kunnen vertrouwen.

“Heb je jouw portemonnee netjes en goed opgeborgen”, zegt mijn vrouw als we de markt oplopen. “Heb je de telefoon diep in je zak zitten”, vult ze opnieuw aan. “Jaha”, zeg ik alsof ik niet voor mijn spullen kan zorgen. Dat is ook wel een beetje zo, maar toch. Dan lopen we echt de markt op.

De viskramen zijn het eerst aan de beurt. We houden niet van vis, dus voor ons stinkt het. Grote vissen liggen met hun ogen open en kijken je aan alsof ze met je mee willen. Hier en daar spartelt er nog een. Het mes gaat er in. We laten ze links liggen, wij wel. Een grote zilvermeeuw landt op de markies van een van de kramen aan de overzijde van het pad. Nadat hij is geland, glijdt de vogel naar beneden. Vet? ‘t Zou zomaar kunnen. Hij tript van de ene luifel naar de volgende. Maakt ie duik of niet? Op het laatste moment wordt er met een stok tegen het linnen doek geslagen. De vogel vlucht, geen vissie vandaag.

We gaan rechts beginnen. De groentekramen staan mannetje aan mannetje in het gelid. De ene koopman schreeuwt nog harder dan de andere. Schalen staan er op de kraam, allemaal een euro. Tomaten, limoenen, citroenen, paprika’s, maar ook kouseband, komkommers, en snekkers (klein komkommertje). Maar meer nog exotisch fruit en groente, amsoi, okra gumbo, paksoi, suikerriet, carambola, kiwano, maracuja, nashiperen, dadels, en guanabanage, maar ook gedroogde vissen. De paksoi wordt door de koopman met een gieter met water overgoten, hierdoor lijkt het verser. Van veel van de groente- en fruitsoorten heb ik nog nooit gehoord, laat staan dat ik weet hoe ik ze zou moeten klaarmaken.

De markt is exotisch zowel het volk dat de markt bezoekt als de groente-, fruit- en kraaminhoud. De markt wordt bevolkt door Hindoestanen, Javanen, Creolen, Chinezen, Japanners, Turken, Marokkanen, Polen, Bulgaren, Roemenen, Engelsen, Duitsers en nog vele andere nationaliteiten. Je kunt het zo gek niet verzinnen of de volkeren komen voor. Mannen in jurken, donkere pakken, vrouwen in het zwart en andere lange kleding, sommige mét andere zonder hoofddoek. Donkere mensen, licht getinte, mensen met een gele tint, blanken. En hier en daar een verdwaalde Hagenees. Ook de talen die gesproken worden zijn voor mij abracadabra. Zowel voor als achter de kraam. Soms is het net een gekkenhuis. Men gunt elkaar alles, lacht naar elkaar en alles lijkt goed te zijn. Er is geen haast en men roept door en over elkaar heen. Er is leven in de brouwerij. Ik mag dat wel.

Op de markt loopt toezicht, mannen en vrouwen met het woord ‘HANDHAVING’ op de rug. Een mannelijke handhaver wijst een vrouw op het feit dat haar portemonnee zichtbaar boven op haar tas ligt. Ze verstaan elkaar niet, maar met handgebaren gaat de duitenzak naar onder in de tas.

De kledingkramen hebben veel van hetzelfde, o.a. Pakistanen en mensen uit India verkopen doeken en prinsessenjurkjes. Wegwaai shirts, blouses en broeken, herenshirt voor bijna niets, met lange, maar ook met korte mouw. Haagse smokings, trainingspakken, ‘merk’kleding. Onderbroeken met een bekend label. Het is soms graaien voor een euro naar een shirt of een broek. Men trekt het uit elkaars handen, maar geeft het ook net zo makkelijk weer terug. Er is echt leven in de brouwerij.

Even verderop de horlogekramen. Voor €5,00 batterijtje wisselen, waar een nieuw horloge voor dezelfde prijs op de kraam ligt. Waarom nog een nieuwe batterij als het klokje er voor net zo duur ligt. Batterij wisselen gebeurt direct. Je kunt er opwachten, soms krijg je nog een batterij bij. Hoe je in Godsnaam de deksel weer op het horloge krijgt, als je zelf de batterij wilt wisselen waar het bij de horlogemaker al lastig is, weet ik niet.

Nadat we bijna alle rijen hebben gehad zijn we intussen in de laatste rij aanbeland. Het echt ouderwetse dat de Haagsche Markt had, de tweedehands handel is weg. Kon je er vroeger nog tweedehands tapijten, stofzuigers, glaswerk, serviesgoed, potten en pannen kopen, dat is zo goed als verdwenen. Een enkele kraam heeft nog iets uit een faillissement, ongeorganiseerd en zomaar op de kraam geworpen. Nee, de echte oude Haagsche Markt is verdwenen. Ook de kramen hebben een professionele uitstraling gekregen. Het zijn vaste kramen geworden, geen kramen die de fa. Post vroeger elke dag moest afbreken.

Op de terugweg, pikken we altijd een portie kibbeling mee, ook vis maar dat geen naam mag hebben. Dit lusten we wel. Ik bestel een groot portie terwijl mijn vrouw al weer contact heeft met één van onze medelanders. Jammer, de visboer gooit iets teveel kruiden op de kibbeling. Die kwam tijdens onze fietsrit terug weer naar boven. Ik at voor de tweede keer kibbeling, alleen ze was niet meer zo heet.

Het is klaar, we hebben alle kramen afgelopen, nog even een schaaltje citroenen en een bakje aardbeien en dan kunnen we onze fietsen weer opzoeken. Als ze er nog staan?

De fietsen hebben goed opgelet, dat ze niet met de verkeerde mensen zijn meegegaan. Ze staan er nog en op de dezelfde plaats als waar we ze gezet hadden. Ze gaan van slot en dan weer mee naar huis.

Wanneer we bijna thuis zijn en over de Tramkade rijden, rijden we bijna een exoot dood. Een andere exoot dan die we eerder die ochtend hebben gezien. Het is de Amerikaans rivierkreeft. Ik ga even terug om er een foto van de maken. Deze exoot hoort hier niet. Is via allerlei niet definieerbare wegen in onze wateren terecht gekomen en is een vijand voor mijn werkgever. De Rode rivierkreeft verspreidt zich door afstanden over land af te leggen, dit in tegenstelling tot de gevlekte Amerikaanse rivierkreeft. De kreeften kunnen flinke schade aanrichten aan de vegetatie en de opgroeiende amfibieën in poelen en sloten. Je kunt ze eten, dat moet dan ook maar heel snel gebeuren, alleen om een bordje vol te krijgen is er meer nodig dan één. Ik pas.

Zo was het vandaag wel een dag met vele exoten. Het leven is nooit saai.