364. Terugkijken en vooruit

Wat gaat het nieuwe jaar mij brengen? Het blijft altijd een vraag waar je een antwoord op schuldig moet blijven. Toekomst kijken kunnen we niet. Wat ik wel kan is nog eens terugkijken op 2018. Heeft het aan mijn verwachtingen voldaan? Heb ik mijn goede voornemens in praktijk gebracht? De tweede vraag kan ik direct beantwoorden: nee. Ik had me voorgenomen om minder op mijn scherm te kijken. Met de statistieken die ik maandelijks krijg voorgeschoteld blijkt dat ik dus geen afspraak met mezelf kan maken. Slap.

Heeft het aan mijn verwachtingen voldaan? Daar kan ik positiever over zijn en samenvatten met: zeker weten. Er is veel de revue gepasseerd. Het eerste jaar van helemaal thuis zijn. Was het in het begin, de wintermaanden toch wel een probleem, gaande weg werden de dagen vanzelf ingevuld of vulde ik ze zelf in. Terwijl vrouwlief gaat werken heb ik het rijk voor me alleen en kan ik doen wat ik wil. Als geeft dat soms wat teleurstelling als ik bij mijn echtgenote opbiecht slechts thuis te zijn geweest en geen stap buiten de deur te hebben gedaan.

In de wintermaanden slechts één huwelijk bevestigt. Winterbruidjes zien het kennelijk niet zo zitten om in de kou te trouwen. In de periode van 5 mei tot 29 september waren dat er 12. Gemiddeld dus twee per maand In die periode. Ik leerde nieuwe mensen kennen, waarbij ik met sommige nog steeds contact heb/houd. Er waren bijzondere gebeurtenissen bij, waarbij ik soms meer dan alleen als trouwambtenaar ben uitgenodigd. Een bruidspaar wilde graag op zondag trouwen, ik was erbij. Ik was een keer naast trouwambtenaar ook mediator, waar het in de familie niet helemaal lekker verliep. Bij een van de huwelijksbevestigingen gaf de bruid haar pas enkele maanden oude baby de borst terwijl ik met mijn toespraak bezig was. Ik deed huwelijken van mensen uit eigen gemeente, maar ben er ook veel verder voor op pad geweest. En als het echt ver weg was, dan liet ik het bruidspaar bij mij thuis komen. Alles bij elkaar besteedde ik 206,5 uur aan de te bevestigen huwelijken. Gemiddeld toch zo’n 17 uur. Dit jaar bevestigde ik mijn 100e huwelijk. Ook dat was bijzonder. Van zes door mij getrouwde stellen ontving ik een geboortekaartje, ook dat is bijzonder.

Vanaf begin januari 2018 stapte ik als chauffeur in de MUS, een vervoersproject in Midden-Delfland. Wekelijks reed ik mensen van Den Hoorn naar Schipluiden of in omgekeerde richting. Ik bezocht vele malen het Reinier de Graafziekenhuis of het Revalidatiecentrum Sophia om mensen er af te zetten en ook weer op te halen. Voor het zwemmen in Kerkpolder reed ik een aantal keren heen en weer. Waar ik begin van het jaar soms meerdere keren in de week achter het stuur zat is dat door de uitbreiding van het aantal chauffeurs nog slechts een keer per week. Naast het zijn van chauffeur ben je het luisterend oor, de helpende adviseur waar nodig. Een sociaal gebeuren dus waar een dag per week soms best meer mag zijn. Een aantal keren nam ik iemand mee om ergens een kopje koffie te drinken, even uit de eenzaamheid. Een prachtig initiatief dat door de ondersteunende partijen, Pieter van Foreest, Gemeente Midden-Delfland, Stichting Welzijn Midden-Delfland en Stichting Doel wordt voortgezet en uitgebreid in 2019. Door beperkte accucapaciteit was het niet altijd mogelijk om alle aanvragen te honoreren. Door de aanschaf van een tweede MUS kunnen we meer ritten gaan doen.

Door een aantal organisaties ben ik verscheidene keren gevraagd een vertelling/lezing te komen te doen. Zonnebloem Den Hoorn, KBO Den Hoorn, PCOB Schipluiden, de bibliotheek in Den Hoorn (2x), Kom’s Hoorn, vrouwengildes in de buurt maar ook in Boskoop. Ik vertel er over mijn levenslange vrijwilligersfuncties, maar ook over mijn blogs die ik schijf. Dit jaar trad ik evenals in 2017 o.a. op bij Delft Vertelt. Ook dat kost voorbereiding.

Vanaf oktober lees ik voor bij een Spaans/Turks gezin. Waar hun kinderen Spaans, Turks en Engels spreken, komt de Nederlandse taal weinig tot niet aan bod. Ik probeer daar door voor te lezen verandering in aan te brengen en zo is het Nederlands uurtje bij dit gezin ontstaan. Niet alleen de twee kids (2 en 4) hangen aan mijn lippen ook hun ouders luisteren maar wat graag naar wat ik heb te vertellen. Naast vertellen is het ook uitleggen wat Nederlandse gebruiken zijn rondom Kerst, rondom Koningsdag, maar ook over Sinterklaas.

Sinterklaas ook zo’n activiteit, waar ik maar geen genoeg van kan krijgen. Al 25 jaar stap ik in de rode mantel om voorafgaand aan Sint’s verjaardag op bezoek te gaan bij gezinnen, verenigingen en bedrijven. Een heftige en drukke periode die veel van je vergt. Soms denkt men dat het vanuit de automatische piloot gaat, ik kan je verzekeren dat dit zeker niet het geval is. Elk optreden staat op zich, elk optreden betekent voorbereiden en pieken. Ook dit jaar weer bijzondere belevenissen, waarbij ik de dag met onze jongste en zijn vriendin als uiterst vrolijk heb ervaren. Maar ook op een zondag op stap met drie dames, chauffeuse en twee vrouwelijke Pieten. Wat was het een feest en daar krijg je energie van en ook dit jaar weer volledig in dienst als vrijwilliger en het goede doel, scouting Schipluiden.

Afgelopen jaar zijn mijn solexritten toegenomen. 31 keer mocht ik een groep begeleiden vanuit de Tuinderij door het mooie Midden-Delfland en Westland. Mensen die plezier hebben en genieten van de mooie rit. Maar ook een rit waarbij ik zo blij was dat deze was afgelopen. Veel over deze ritten kan je teruglezen op mijn blogsite.

Het aantal blogsites nam met 84 toe. Sommige zijn slechts mondjesmaat gelezen, anderen gingen door het plafond. Nog altijd staat de blog over het bijna wegstemmen van de burgemeester met 3890 leesmomenten aan de kop. Het aantal lezers nam toe naar ruim 39000 met het aantal leesmomenten van 66000.

Naast de blogs voor mijn website schreef ik 15 verslagen van activiteiten van de Zonnebloem, afdeling Schipluiden. Daar doe ik de coördinatie Ik werd tweemaal gevraagd om een reclametekst te schrijven en ik ben nog druk bezig met het schrijven van een roman, alleen vraag ik van het laatste af of ie ooit af komt.

Het jaar is niet geruisloos voorbij gegaan. Dat is te lezen. Wat het nieuwe jaar zal brengen? In ieder geval de bevestiging van negen huwelijken, maar ook de organisatie van 40-jaar Zonnebloem, afdeling Schipluiden. Daarnaast blijven mijn werkzaamheden voor de MUS natuurlijk doorgaan. Dat is echt het mooiste dat er is.

En verder……. Ik weet het nog niet, maar er zullen ongetwijfeld nieuwe zaken op mijn pad komen. Ik kijk er naar uit.

354. Met Sjors & Co door Den Haag

Op het moment dat het geen hosanna is bij de Tuinderij toont men karakter, een personeelsuitje gaat gewoon door. Men gaat niet bij de pakken neerzitten en neemt het voltallig personeel mee. Er is wel een aangepast programma, grote activiteiten mogen even niet bij de Tuinderij zelf, dus gaan we op schoolreis en ontmoeten we Sjors & Co. We gaan op toer door de residentie van ons koninklijk paar.

We zijn ruim op tijd. We, zijn een iets oudere medewerker dan ik die normaal alles wat kapot raakt weer herstelt en de schrijver van deze blog. Het verzamelen gebeurt bij de Tuinderij. Fietsen mogen niet meer in de stalling en zullen terwijl we weg zijn buiten moeten staan. We wandelen naar binnen waar de koffie reeds bruin is. Op de hoek van de tafel wordt bijgehouden wie er binnen is. Oudere medewerkers zoeken een stamtafel en kruipen bij elkaar. Ook de jongere generatie verzamelt zich in groepjes. Ik zie vele nieuwe gezichten en ook bekende. Namen onthouden echter is en blijft een probleem. Daar heeft men iets op gevonden, eenieder stelt zich voor en zegt wat hij/zij doet bij de Tuinderij. Niet gek dat ik als eerste mezelf mag voorstellen. De dubbele a van Aad zit nou eenmaal voor in het alfabet. Dan gaat het in een rap tempo. Sommige mompelen binnensmonds wie ze zijn en worden niet verstaan. Andere geven er een komische noot aan. Er vindt gelukkig geen examen plaats wie wie is, ik zou gegarandeerd zakken.

Nu is het de beurt aan een van de directieleden om te vertellen hoe de stand van zaken is rondom de aanpassingen, de gesprekken met de gemeente en de planning van herstart. Is er momenteel nieuws? Nee. En als er nieuws is dan krijgen de medewerkers dat als eerste te horen. Men roemt het enthousiasme en de aanwezigheid, dat stempelt de betrokkenheid.

Nog even is er gelegenheid om te toiletteren, de spanning zal hoog oplopen. Dan komen er twee bussen het terrein oprijden. Wat gaan we doen? Er wordt niets over verteld. Wanneer de bussen tot stilstand zijn gekomen wordt de groep gesplitst. Men maakt een mix van oudere en jongere medewerkers per bus. Alleen in de bus zitten de op leeftijd zijnde weer netjes bij elkaar en nemen de jongere het achterste deel van de bus in beslag. Nadat het hek is gesloten gaan we op weg richting A4.

We nemen de afslag Westland en rijden door richting Den Haag. Bij de Sportlaan staan twee al wat oudere mannen te wachten. Zij doen hun best om met ons mee te rijden en zijn onze gids voor vanmiddag. Wij krijgen Sjors van het duo Sjors & Co in de bus. Sjors & Co is het pseudoniem van rasorganisator Rob Andeweg en cabaretier Fred Zuiderwijk. Op humoristische wijze begroet Sjors het gezelschap en neemt ons mee op toer in Den Haag. Zijn Haagse tongval doet het lekker. Rad van tong vertelt hij tijdens de toer zijn eigen wijsheden over mensen die er wonen of die we onderweg tegen komen.

De toer voert ons door de prestigieuze Vogelwijk. “Hieâh waunt toch wel de wat beitere en gefogteneâhde Hagenaah”, zegt Sjors. Mensen die we onderweg tegenkomen moeten worden betoeterd door de buschauffeur. Waar naast gepensioneerde ambtenaren, schoolhoofden, trendy yups en artiesten wonen, mag het stilstaan bij huis van Ludo en Janine uit GTST niet ontbreken. “Ze zwaait”, zegt Sjors, “noâhmaal steik ze haah middelvingâh op.” De huizen in de Vogelwijk zijn ongelofelijk duur waardoor men vaak met een veel te hoge hypotheekdruk zit opgescheept.

Op humorvolle wijze legt Sjors de geheimen van deze wijk bloot. Bij de lus op de Laan van Poot is er een stop. De krat gaat open en er kan een biertje of ander drankje worden opengetrokken. Hier ook krijgen we een door Sjors & Co bedacht gedicht te horen dat aan de schrijver Simon Carmiggelt wordt toe’gedicht’. Simon draait zich om in zijn kist als hij het gedicht onder ogen krijgt.

Na een korte stop rijden we verder en schieten we richting Houtrust. Daar komen we een bronzen beeldje tegen met een vrouw op paard, “Ankie van Grunsven”, zegt onze gids, gekscherend.

Bij het Vredespaleis wederom een stop. Hier huist het Internationaal Gerechtshof en het Permanente Hof van Arbitrage. Sjors vertelt op serieuze wijze over het ontstaan en doel van deze plek. Hier sluit ook de tweede bus aan en wordt er een foto gemaakt.

We vertrekken naar de Indische buurt. Een rotonde die we tegenkomen wordt tot driemaal genomen. Zo rijden we al grappen makend met de bus door Den Haag om er uiteindelijk in de binnenstad uit te stappen.

Er volgt een wandeling langs gebouwen en als we dan met ons rug tegenover de Grand Café Haagse Bluf staan en kijken in het tegenover gelegen restaurant Het Gouden Hooft, vertelt Co dat de cast van Tarzan en Jane op het terras zit. Twee willekeurige mensen, die van niets weten, krijgen een hand van Sjors en een applaus van het luisterend publiek. En zo ben je ongewild ineens figurant in het door Sjors & Co vertelde verhaal.

Bij drie jonge, in oranje jassen gestoken gasten die er staan voor de Staatsloterij wordt even halt gehouden. Een van de medewandelaars mag aan het rad van fortuin draaien. Co bedenkt ter plaatse dat als het rad stil houdt op een visje de gehele groep een staatslot krijgt overhandigd. De verkopers schrikken hiervan maar lachen. Als het visje inderdaad voor komt krijgt niemand wat. “Altèd al gewetuh dat duh Staatsloteâhrè niet tuh veâhrtrouwen is”, zegt Co, waarna we snel doorlopen.

Als we achter de kerk staan krijgen we te horen hoe volgens onze gidsen Den Haag aan het “Groen en geil” zijn gekomen. Om dat ook te horen zou je de toer moeten lopen.

We wandelen verder en komen aan bij het Binnenhof. Ook hier weer smeuïge verhalen van onze grapjassen. Hier wordt ook het welbekende Haagse volkslied gezongen: ‘O, o, Den Haag’. O, o, Den Haag is een lied uit 1982 van Harry Klorkestein, een anagram van de in die jaren populaire Nederlandse band Klein Orkest in combinatie met de voornaam van de schrijver en zanger van het nummer, Harry Jekkers. Na een foto op de trap voor de Ridderzaal gaan we vervolgens richting het Catshuis en de Trêveszaal. Hier wordt een van de organisatoren naar voren gehaald en krijgt hij een persoonlijk berichtje te horen van Premier Mark Rutte. Voorlezend van zijn telefoon geeft Sjors aan, dat de premier hem graag de hand had willen drukken, maar dat hij op zondagmiddag ‘bè zèn moedâhr altèd soep met balle’ gaat eten.

De wandeling gaat vervolgens om de Hofvijver heen om even stil te staan bij Haagse Jantje, het meest geliefde beeldhouwwerk in Den Haag. Wijzend met zijn vingertje wijst hij je de richting naar de parlementsgebouwen van het Binnenhof. Jantje staat symbool voor het liedje ‘In Den Haag daar woont een graaf en zijn zoon heet Jantje’. Vervolgens steken we de weg over en luisteren naar het verhaal rondom het standbeeld van raadspensionaris Johan de Wit.

Het is van lieverlee tijd om een plaspauze in te lassen. Verschillende medewerkers schieten een café of restaurant in alwaar de blaas kan worden geledigd. Daarna wandelen we terug naar de bussen die bij de Torenstraat staan te wachten. Nog een laatste woordje van onze gids en dan zetten we hem weer af waar hij ook is ingestapt.

De laatste kilometers over de A4, richting Tuinderij. De heerlijke hapjes zijn inmiddels de bus rond gegaan. De sfeer is geweldig er wordt gelachen en er is enthousiasme.

Een leuke middag eindigt bij de Tuinderij. Nog even een dankwoord aan de organisatoren een hand of boks en de middag zit er op. Dankjewel voor een heerlijke middag en succes met de aanpassingen op locatie. Ik heb er alle vertrouwen in.

301. Solextour met neven en nichten

Het trouwseizoen is weer begonnen, dat betekent speeches schrijven, bezoeken afleggen, informatie inwinnen en de huwelijksbevestiging doen. Maar wat ook weer begonnen is, is het solextouren. Op een zonnige zaterdag in april mag ik mijn eerste rit weer maken en is het solextourgebeuren 2018 gestart.

Via een beschikbaarheidssysteem kan je aangeven wanneer je beschikbaar bent om een rit te maken. Bij de Tuinderij maken ze dan de planning. En zo mocht ik op 7 april bij mijn eerste solextour weer voor op de club uitrijden. Deze keer neven en nichten van een familie. De organisatoren van het familie-uitje komen uit De Lier en dan is het maken van een leuke dag niet moeilijk. Je gaat naar de Tuinderij en daar vullen ze de dag voor je in. Omdat de rest van de familie van ver komt is het dit keer voor de Lierenaren een thuiswedstrijd.

Ik ben met mijn bezemwagenpiloot nog druk aan het overleggen als we het sein krijgen dat de groep reeds welkom is geheten. “Ze staan op de Wurft”, zegt de medewerker die het welkom verzorgde. De ‘Wurft’ is een Westlandse benaming voor ‘het erf’. Zo vindt je meerdere benamingen bij de Tuinderij die of vanuit de Westlandse tuinbouw of uit het Westlands streekdialect komen.

Langzaamaan komt men aangewandeld. De leren jassen moeten worden opgezocht een helm of ander hoofddeksel komt uit het rek en dan kan men naar de uitleg over wat de solex voor een voertuig is. Nog even de jas, portemonnee, telefoon en trui in een kist die wordt afgesloten en dan naar buiten. Daar staan ze negentien neven en nichten, 30ers, 35ers, 40ers. Stoere mannen en vrouwen. De laatste zijn ook niet op hun mondje gevallen en doen vol mee in de conversaties. Al snel heb ik door dat het gezelschap niet van hier is. Ik hoor een zachte G, maar ook andere dialecten. Ik doe er navraag naar. “Oma en Opa kwamen uit Reuzel bij de Belgische grens”, zegt één van de dames. Een dochter is in het Westland terecht gekomen.

Ze besluiten zo’n vijf jaar geleden om een neven- en nichten dag in te stellen. Na een dramatische gebeurtenis besluiten ze het leven leuk op te pakken en de contacten aan te halen. “We willen met elkaar leuke dingen doen, anders zie je elkaar slechts bij begrafenissen.” En zo komen ze vandaag in De Lier terecht en mag ik ze op sleeptouw nemen.

Na uitleg over hoe de solex werkt, wordt het sein gegeven om een oefenrondje te rijden. Een voor een lopen ze het terrein af. Een dame krijgt haar solex niet aangeduwd. Heeft de haak er al afgehaald en heeft niet opgelet. Dat wordt nog een keertje uitleggen. Dan kan de ronde worden gemaakt. Na twee rondjes proef gaan we op pad.

Men heeft gekozen om een eigen picknick te organiseren ergens in de tour. Op het schema neem ik de tijd in de gedachte dat ik er moet aankomen. Dan even schakelen om ook op die tijd op de plaats van bestemming te zijn. Onderweg heb ik het al helemaal in mijn hoofd zitten. Daar gaan we, er wordt gekletst onderweg. Ik rijd alleen aan de kop. Men heeft kennelijk geluisterd dat ik voorop ga rijden en ook als eerste weer op het terrein bij de Tuinderij wil aankomen. Ik maak dat vaak anders mee. Mannen met bravoure die mij voorbij sjezen en op de kop gaan rijden. Ik laat het meestal toe totdat ik het zat ben. Nu komt een mannelijke solexer netjes vragen of hij al even door mag, hij wil de groep op film vastleggen.

We rijden door Schipluiden achter het gemeentehuis om naar de Zuidkade. Ik neem de oude bouwweg en vervolg de rit richting Maasland. Onderweg is mijn klokje de leidraad. Als ik sneller bij de stopplaats dreig te komen dan afgesproken plak ik er nog een ommetje aan vast. Vanuit de bezemwagen komt de vraag waar we heen gaan en hoe het met de tijd zit. Precies op tijd komen we aan bij de parkeerplaats van het Kraaiennest. Daar staat de tafel vol met dozen gebak, koffie, thee en water. “Mijn ketting is er afgelopen”, zegt een van de deelnemers. Dat maakt met een solex niet echt uit tenzij je tegen een hoogje op moet. Dan kan je niet bijfietsen. Samen met mijn hekkensluiter fixen we het probleem. De handen worden schoongeveegd aan het mos naast een boom. Mijn nagels zijn zwart van het vet en geven een ‘rouwrand’, zoals mijn moeder dat zou zeggen.

Als we klaar zijn met de ketting staat er ook voor ons gebak met een kopje koffie. “Echt Belgisch gebak, hé”, zegt een van de deelnemers. We laten het ons goed smaken. Na een kwartiertje is het tijd om opnieuw op te stappen en onze weg te vervolgen. Ik dreig in tijdnood te komen, omdat de route die ik in gedachte heb even meer tijd kost dan het tijdstip dat we bij de volgende stop moeten zijn. Ik besluit iets meer gas te geven, maar wel steeds in de gaten houdend waar de laatste rijdt.

Vlak nadat we weer zijn opgestapt denkt een van de deelnemers dat hij moet gaan schansspringen met zijn solex. Hij rijdt met zijn voertuig het grastalud op en komt harder weer naar beneden. Levensgevaarlijk, want met een greppel in het talud, klap je zomaar over je stuur en maak je na een dubbele flikflak een lelijke landing. Ik probeer hem te waarschuwen, tegen beter weten in, want even later doet hij het nogmaals. Het loopt gelukkig goed af.

Dan komt er een jonge vrouwelijke deelnemer naast mij rijden. Ze vraagt me honderd uit en dan ben je bij mij aan het goede adres. Ik praat wel. Ik leg haar uit wat we onderweg zien. Ze is heel belangstellend. Ze blijkt mijn zoon René te kennen als cabaretier. Zo denderen we door ’t Woudt richting Bonte Haas. We slaan af en rijden langs de veilingroute richting de Zeven Gaten van van Linge. Hier schieten we een fietspad in richting De Lier.

Onze volgende stop is De Witte in De Lier. We zijn er vijf minuten te laat. Dat is weinig op een mensenleven en ik neem het voor lief. “Prima op tijd”, zegt het meisje van de bediening, “jullie kunnen mooi aan de wegkant gaan zitten”.

Nu komt er een biertje, wijntje of frisje op tafel. Men zoekt elkaar op en er wordt druk gesproken. Wat een leuk gezelschap en wat hebben ze het goed voor elkaar. “Moet je weten, dat er nog acht niet zijn”, zegt de vrouw die de organisatie op zich heeft genomen.

Na een kwartiertje geeft mijn bezemwagenberijder het sein dat we vijf minuten later zullen vertrekken. Ik neem nogmaals het woord en vraag aan het gezelschap om zich alstublieft aan de regels te willen houden. Uit eigen veiligheid, maar ook omdat we graag met heel materiaal thuis willen komen.

Als we net op weg zijn komen de onderlinge gesprekken wederom op gang. Dan let een van de dames even niet op en rijdt vol de graskant in. Ze kan haar solex net aan rijdend houden, maar het had zomaar goed mis kunnen gaan. Opletten blijft belangrijk.

Exact op tijd kunnen we de solexen weer netjes het magazijn van de Tuinderij in rijden. Nog even een groepsfotootje en dan is het voorbij. Men heeft het naar de zin gehad en de handen gaan de lucht in.

De jassen gaan terug op de kapstok, de helm in het rek. Op naar de Breedkapper (ook een tuinbouwterm). Aan twee mensen wordt het officiële solexdiploma uitgereikt. Zij zijn met lof geslaagd. De overige krijgen de mededeling dat ze het nogmaals over kunnen doen, want de Tuinderij is zeven dagen per week open. Nadat het begeleidingsteam door een van de geslaagde is bedankt, zit onze taak er op. Het gezelschap gaat naar het eten toe en vermaakt zich nog wel even.

De solexen worden in de loods weer nog even netjes in het gareel gezet en dan een biertje. Nog even praat ik na met mijn jonge begeleider. Het was weer fantastisch. Als ik thuiskom heb ik een compleet verbrand gezicht, de zon heeft zijn best gedaan en mijn mederijders hebben geboft.

Het is uitkijken naar de volgende rit en daar hoef ik niet lang op te wachten. Er zijn al weer drie ritten voor mij ingepland.