264. Het was geweldig!

Op 9 november is het dan zover. Het officiële afscheid van een werkgever waar ik 34 jaar en 8 maanden met plezier heb gewerkt. Al was het de laatste jaren wat minder dan in de beginjaren.

Ik maak me er niet druk over. Heb in de ochtend een afspraak ingepland met een collega waar ik gedurende jaren mee heb samengewerkt en ziek is. Ik heb hem een uitnodiging gestuurd om op mijn afscheid te komen. Door zijn ziekte is het onmogelijk om te komen, waardoor ik bij hem op de koffie ga.

Met een iettewat donkere lucht rijd ik richting Den Haag. Zou ik het droog treffen? Met een hoge ondersteuning van de elektrisch ondersteunde fiets ben ik met een goed half uurtje over. Ik kom droog aan. Als ik heb aangebeld hoor ik de stem door het luidsprekertje: “Aad, de deur gaat automatisch open. De negende verdieping” Ik stap de lift in en in een zucht en een … ben ik boven. Mijn collega wacht me op in de deuropening. De zuurstoffles hangt over zijn schouder heen. Met een glimlach word ik begroet. “Kom binnen.” Er vindt een geanimeerd gesprek plaats We praten over het werk, mijn afscheid, mijn privé, zijn ziekteproces en hoe nu verder en onze families. Kortom een heerlijk gesprek. Om even over twaalven fiets ik weer terug. Met het zonnetje in het gezicht en windje in de rug, ben ik ruim binnen het half uur weer thuis.

Onze jongste stuurt een appje. Hij mag weer optreden in Marokko. “YES”, schrijft hij in hoofdletters. ‘Ik ben nog aan het regelen dat mijn cameraman ook mee mag’, geeft hij aan. Een promotiefilmpje van dit soort evenementen kan wonderen verrichten. Hij besluit het appje met ‘tot zo’.

Om even twee uur is hij er. Nu is het wachten op de taxi. De taxi? Ja, waar mijn vrouw het liefst met de fiets zou gaan, heb ik met onze managementassistente afgesproken met de taxi te gaan. “Hoe laat komt de taxi eigenlijk?”, vraagt mijn zoon. Ik weet het niet. We wachten het af.

Om drie uur wordt er gebeld. Een onbekende vrouw staat voor de deur. “De taxi”, zegt ze. We stappen in en worden als een vorst bij mijn werkgever voorgereden. Bijna door de draaideuren heen stopt ze. “Veel plezier”, zegt ze als ze weer instapt en vertrekt.

Als we de draaideur in stappen stopt deze plots. Daar staan we tussen twee deuren. We kunnen er niet meer uit. Logisch eigenlijk, ik heb mijn pasje niet langs de keypasslezer gehaald. Maar wat blijkt, we staan met teveel in de kleine ruimte, waardoor de deur niet verder draait. Als we binnen zijn staat de fotograaf al op ons te wachten. “Leuk dat je er bent”, zegt hij. De dames van de receptie lachen al bij binnenkomst. Ik ken hen niet anders.

In de ontvangstruimte waar het afscheid zal gaan plaatsvinden heeft men de tafels al gedekt. Statafels met nootjes en hartige koekjes, een tafel met allerlei drankjes. Dat allemaal voor mij.

Op een oud-collega na is het mijn familie die zich als eerste meldt. Tijdens de begroeting merk ik al dat de ruimte eigenlijk volledig ongeschikt is voor mensen met een gehoorbeperking. Het klinkt alsof je in een holle bolle boom staat. Als ik het dan maar kan volgen.

Van lieverlee druppelen collega’s binnen. Mensen waarbij ik zelf nog het intakegesprek heb gedaan, maar ook veel jongeren die de moeite hebben genomen om even een hand en glimlach weg te geven.

Ik krijg cadeautjes, een drankje, een boek met 650 bladzijde, getiteld, de Slinger van Foucault, een etensbon, een uitnodiging voor een borreltje en een hapje. Drie potjes met drop, waarbij op het kaartje staat. ‘Het zit d’rop.’ Hoe lief. Een collega heeft een setje markclips meegenomen voor mijn verzameling. Mijn lief krijgt een gigantische bos bloemen. Bij de buren lenen we er een vaas voor. Door het vele handen schudden en kletsen heb ik geen tijd om zelf een drankje in te schenken, daar zorgt mijn fotograaf voor. Iemand waarmee ik kan lezen en schrijven, maar met wie kan ik dat eigenlijk niet.

Dan na een half uur komt het teken dat mijn sectorhoofd een verhaaltje wil doen over wie ik ben, hoe ik in het leven sta, hoe ik als collega ben geweest, hoe ik met passie aanwezig ben geweest en hoe hij mij zeker de laatste tijd heeft leren kennen. Een mooi verhaal. Mijn teamleider spreekt mij aan als Sinterklaas. Niet in de zin van cadeautjesgever, maar hij vertelt het verhaal dat het lied: ‘Zie ginds komt de stoomboot’ eigenlijk helemaal niet meer kan. Hij verwijst daarbij naar allerlei zaken die in deze tijd zo nadrukkelijk worden verbannen. Leuk gevonden. Dan het woord aan de voorzitter van de Ondernemingsraad, waar ik twee termijnen lid van ben geweest, maar die ik vaak gevraagd of ongevraagd van informatie heb voorzien. Hij heeft mijn eerste geschreven speech gelezen en heeft er wat, nou ja wat, behoorlijk uit “gejat”, zoals hij zelf zegt. Ik ben blij een compleet nieuwe toespraak te hebben geschreven. Dan mijn beurt. Doordat ik inmiddels een ruime ervaring heb met spreken in het openbaar, lees ik op rustige toon mijn kant van het verhaal voor. Het is muisstil, zelfs als ik mijn blad moet omdraaien. Ik word ervoor met een langdurig applaus beloond. Dat doet me wat en ik moet even vechten tegen de emotie.

Dan gaat het los. Meer collega’s die stiekem binnen zijn gelopen geven me de hand. Een enkele vrouwelijke collega vraagt me, aan de hand van een blog over zoenen of kussen, of ik dit wel wil. Een maakt zelfs de opmerking geen opgespoten lippen te hebben. Er wordt gelezen dat blijkt.

Tegen zes uur is het merendeel van mijn bezoek weg. De cadeautafel staat vol. Mensen van de personeelsvereniging zoeken een krat op om mijn cadeaus te vervoeren. Ze zetten de krat in de inmiddels gearriveerde taxi.

Daar gaan we terug naar huis. Mijn hoofd gloeit. De prachtige reacties op mijn toespraak doen iets met me. Ik luister naar wat mijn zoon en vrouw achter in de taxi tegen elkaar zeggen, maar in gedachte loop ik stuk voor stuk, de gezichten van collega’s en reacties langs die ik zojuist heb meegekregen. “Ga je vissen”, zegt de taxichauffeur die ons naar huis brengt en het verhaal van mijn pensionering heeft gehoord. Ik moet erom lachen, dat zeker niet.

Vlak nadat we thuis zijn aangekomen, komt ook de oudste zoon thuis. Door zijn drukke werkzaamheden heeft hij geen kans gezien om erbij te zijn. Hij baalt ervan, maar het is niet anders. Zijn show, Ik beloof niks, moet ook goed op de rails komen. We gaan uit eten. Eetcafé De Witte in De Lier is de plek waar we op het gemak met ons eigen gezinnetje de dag hebben afgesloten.

Ik heb genoten, een dag zoals ik me die heb voorgesteld, die verlopen is zoals ik dat heb gewild. Dankjewel als je erbij was, en wie ik niet heb gezien: Het ga je goed. Het was geweldig.

59. Trouwambtenaar zijn, een hobby of een vak

Met erg veel plezier vervul ik sinds mei 2012 het ambt van Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand (B.A.B.S.). Een eedaflegging bij de rechtbank in Den Haag stond aan de basis voor het uitoefenen van deze activiteit.

Inmiddels heb ik zo’n 70 huwelijken voltrokken. Ik schrijf met recht ‘voltrokken’ omdat ‘gesloten’ zo’n beladen woord is en dan met name bij huwelijken. Daarnaast doe ik soms alleen de toespraak bij een huwelijk of ik hernieuw een huwelijk bij mensen die bijvoorbeeld 25 jaar getrouwd zijn. Dat laatste is natuurlijk geen officiële voltrekking. Ik krijg vaak te maken met jonge mensen die de belangrijkste stap in hun leven maken. Ze geven hun vrije leven op om zich te binden aan een ander.

Ik loop regelmatig tegen heel emotionele gesprekken aan. Je wordt soms meegenomen diep in het privéleven van een ‘jong’ echtpaar. Soms heb ik het er zelf ook moeilijk mee. Ik rijd dan naar huis en moet thuis verwerken van wat ik die avond heb gehoord. Dat valt niet altijd mee. Niet dat alle gesprekken ‘dramagesprekken’ zijn, hoor. De meeste overigens niet. Maar zo nu en dan zit er een tussen waar de lijn van het leven niet helemaal recht is verlopen en er hobbels, zeg maar kuilen, op de weg zijn geweest.

Als ik van het klantcontactcentrum, van de gemeente waar ik woon, een verzoek heb gekregen en heb toegezegd een huwelijk te willen voltrekken, dan spreek ik met het bruidspaar af. Ik geef hen een aantal keuzedata en ga er na terugkoppeling dan naar toe. Soms is dat rustig 30 tot 40 kilometer van mijn woonplaats. Tijdens het gesprek van ongeveer twee tot twee-en-half uur bij de mensen thuis stel ik de nodige vragen om een leuke toespraak te kunnen voorbereiden. Soms loopt zo’n gesprek uit en ben ik er gerust drie of vier uur om voldoende informatie te krijgen. Ik start dan met de vragen over de ceremonie om vervolgens de privé-vragen te doen. Dingen als: ‘Hoe hebben jullie elkaar leren kennen? Waarom trouwen? Wat is er zo leuk aan je partner? Hoe zijn jullie tot het besluit van een huwelijk gekomen? Hoe ging het huwelijksaanzoek en nog veel meer vragen.’

Waar ik ook altijd zeer benieuwd naar ben is, of er iemand is die een deel van de toespraak voor zijn/haar rekening neemt. Verder vraag ik naar de muziekkeuze tijdens de ceremonie, maar ook of er nog andere zaken zijn die bij het huwelijk gaan plaatsvinden. De ringoverhandiging is er bijvoorbeeld één, die men soms op eigen wijze wil doen. Soms zijn er nog andere wensen die men graag ingewilligd wil zien. Eén bruidegom zei me ooit, “wie betaalt, bepaalt”. Ik probeer daar wel een modus in te vinden waar ik zelf ook wel achter sta. Bruidsparen hebben soms zelf geen idee hoe een ceremonie zou moeten verlopen en laten het aan mij of ik stuur hen daar dan in bij.

Bij thuiskomst praat ik er altijd nog even na met mijn vrouw met wat ik ben tegen gekomen. Vertrouwelijke informatie houd ik voor mezelf, maar een algemene indruk krijgt ze altijd wel van me mee. Of het moet zo zijn dat ze al naar bed is, zoals die keer dat ik om kwart over één een Whatsapp-berichtje kreeg met de vraag of ik die nacht nog thuis zou komen.

Meestal de volgende avond al begin ik aan het uitwerken van toespraak. Sinds ik een voicerecorder meeneem vergemakkelijkt me dat wel. Ik trek me terug in ‘het hok’, zoals mijn vrouw dat kan zeggen en vertrouw de gegevens aan het papier toe.
Dat is niet altijd even makkelijk. Door de ervaring die ik inmiddels heb opgedaan kan ik een redelijk goede inschatting maken hoeveel tijd ik nodig heb om de toespraak op papier te krijgen.

Ik ga er van uit dat het schrijven van één pagina, in het lettertype dat ik gebruik, ongeveer vier minuten van de toespraak in beslag neemt. Een uur geconcentreerd schrijven levert ongeveer vijf minuten tekst op. Maar soms lukt het helemaal niet. Zoals laatst. Na 15 uur had ik eindelijk een tekst op papier staan, die ik met een gerust hart kan voorlezen en waar ik ook achter sta. Gemiddeld ben ik tussen de zeven á acht uur bezig om een huwelijkstoespraak goed in elkaar te zetten.

Ik streef er naar om de toespraak uiterlijk de maandag voorafgaand aan het huwelijk klaar te hebben. Ik heb dan de tijd om er nog één of twee keer naar te kijken en eventueel verbeteringen in aan te brengen. Soms wordt het beïnvloed door mensen van buitenaf. Wanneer bijvoorbeeld de ceremoniemeester op het laatste moment nog aanvullingen of aanpassingen in het programma heeft, probeer ik dat nog bij te schrijven.

Dan op de dag van het huwelijk lees ik nogmaals mijn geschreven tekst door. Ik wil niets aan het toeval overlaten. In de loop van de middag of avond rijd ik dan naar de trouwlocatie. Ik ben er altijd ruim op tijd. Ik praat even met de eigenaar of personeel van de locatie en ga dan over tot het inrichten van mijn plek.

Mijn bode van die dag is mijn houvast. Met haar of hem drink ik nog even een kopje koffie of fris voordat ik naar het bruidspaar ga.

Met het bruidspaar heb ik altijd een kwartier voor de plechtigheid afgesproken om nog even te praten. In een achteraf zaaltje probeer ik de spanning wat te breken en praat luchtig over de activiteiten die die dag al hebben plaatsgevonden. Ik ben altijd gespannen, gezond gespannen. Intussen heb ik mijn toga aangetrokken. Nu ben ik niet meer Aad maar de Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Dan komt het moment van trouwen. Ik zorg meestal dat het gezelschap al in de trouwzaal zit. Ga dan zelf als eerste naar binnen en vraag de mensen te gaan staan. Daarna is het de beurt aan de bruidegom en bruid. Soms komt de bruidegom alleen en volgt de bruid met haar vader. Het komt tegenwoordig regelmatig voor dat de bruidegom met de kinderen binnen komt, waarna de bruid volgt. Men vertrouwt de kinderen ook wel aan mij toe, dan loop ik met de kinderen aan mijn hand naar binnen. Meestal onder applaus van het trouwgezelschap doet het bruidspaar zijn intrede.

Hierna start ik mijn toespraak. Ik lees mijn toespraak voor om geen fouten te maken. Intussen houd ik nauwlettend in de gaten wat er in de ‘zaal’ gebeurt en speel er op in als dat nodig is. De meeste toespraken zijn voorzien van humor, maar soms op verzoek kan het net zo goed zeer serieus zijn. Ik heb twee huwelijken mogen voltrekken waarbij in de familie dichtbij sprake was van een terminale situatie. Daar is de toespraak dan ook op geschreven. Een geschreven toespraak is persoonlijk, soms zeer persoonlijk, ik stem dat af met het bruidspaar.

Na ongeveer 40 tot 45 minuten is de trouwplechtigheid ten einde. Ik ga als laatste de zaal uit en neem mijn spullen mee naar mijn kleedruimte. Nadat ik me heb omgekleed loop ik nog even naar het bruidspaar toe om afscheid te nemen. Meestal zie je het kersverse echtpaar niet of nooit meer terug, tenzij zij in mijn eigen dorp wonen. Een soms later toegestuurde foto van het echtpaar met mij is het levende bewijs dat ik hen heb getrouwd. Leuker wordt het wanneer je na 11 maanden een geboortekaartje krijgt van het echtpaar. Zij krijgen dan een kaart of attentie terug.

Omdat elk huwelijk een op zichzelf staande gebeurtenis is en ik er mijn eigen verhaal en ervaring bij heb, start ik bij de aanvraag al direct een blog. Ik bespreek dat ook met het bruidspaar. Ik leg dan in mijn bewoordingen en met mijn bevindingen vast hoe ik het huwelijk heb beleefd en soms ook wat mijn ideeën zijn bij het voltrokken huwelijk. Ik verander de namen van de hoofdpersonen en geef hen een gefingeerde woonplaats en trouwlocatie. Het bruidspaar zou zichzelf moeten herkennen voor buitenstaanders is het gewoon een verhaal over een huwelijk. Over de plaatsing van de blog neem ik vooraf altijd contact op met het bruidspaar, het is immers terug te lezen ergens op internet. Geen bruidspaar heeft er ooit een probleem van gemaakt. De directe link naar mijn blog stuur ik naar het bruidspaar toe. Ik heb er hele leuke reacties op teruggestuurd gekregen. Ook in het schrijven van een blog, maar dat is mijn eigen keuze, zit tussen de twee en drie uur.

Zo ‘kost’ mij één huwelijk gemiddeld tussen de 10 en 12 uur per activiteit. Met een enkele uitloper naar 18 uur. De vergoeding die er tegenover staat is al jaren een discussiepunt. Landelijk vastgestelde tarieven zijn de grondslag voor de betaling. Drie, vier of vijf uur per huwelijk is de standaardvergoeding. De vergoeding wordt nog wel met wat toeslagen verhoogd. Hoe men voor zich ziet dat je een totaal huwelijk in drie, vier of vijf uur kunt doen en dat in deze tijd, ook nog rekening houdend met al die persoonlijke wensen, is de vraag.

Je ontvangt een vergoeding voor de uren van de gemeente waarin je bent benoemd voor zover het een huwelijk betreft dat in die gemeente plaats vindt. Het te vergoede bedrag aan de B.A.B.S. is opgenomen in de legeskosten die het bruidspaar moet betalen voor een huwelijk. Voltrek je echter een huwelijk buiten je eigen gemeente dan ontvang je niets. De gemeente waarin het huwelijk plaats vindt ontvangt wel de vergoeding maar deze wordt dan weer niet aan de ambtenaar uitbetaald. Dan is het aan de Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand om een afspraak te maken over de vergoeding met het bruidspaar. Onlangs sprak ik met een zaaleigenaar waar een rondreizende B.A.B.S. een huwelijk had voltrokken. Zij rekende een tarief van €850,00 per huwelijk. Dat vind ik niet in verhouding staan met de werkelijkheid. Maar een bruidspaar kijkt daar kennelijk anders tegen aan. De zaaleigenaar eindigde het gesprek met de woorden: “Weet je Aad, ze was nog niet leuk ook. Jullie, gemeentebabsen, doen het véél leuker dan dat zij het deed.” Ik voelde me vereerd.

Soms wordt me de vraag gesteld hoeveel bruidsparen er nog bij elkaar zijn. Immers één op de drie trekt de deur achter zich dicht om een pakje sigaretten te gaan halen om daarna niet meer terug te keren. Gelukkig krijg ik die informatie niet. Ik zou mezelf verwijten kunnen gaan maken dat ik iets niet goed heb gedaan en het huwelijk sluiten van toepassing is. Nee, ik ga nog steeds van het positieve uit. Alle bruidsparen zijn nog bij elkaar totdat….. en die mededeling heb ik nog van geen bruidspaar gekregen.

Weet je: Een huwelijksvoltrekking is zo geweldig leuk dat ook al zou ik er, bij wijze van spreken, geen geld voor krijgen, dan nog zou ik het doen. Het is immers een hobby en geen vak en een hobby mag tijd en geld kosten. Al moet je natuurlijk wel grenzen stellen en dat doe ik dan ook. Ik zeg dus niet overal ‘ja’ op en kies dan soms voor mezelf.