379. Nog één keer “Ik Beloof Niks”

Nog één keer mogen we gaan kijken op 19 maart 2019. Nog één keer mogen we genieten, dan is het over en sluiten maar en opnieuw gaan brainstormen. Bijna 170 keer beloofde René helemaal niks in zijn 3e theatershow “Ik beloof niks”. Hij streepte de woorden wel door. Ondanks het feit dat er niks werd beloofd, stroomde de theaters vol. Nu komt er een einde aan. Waar het in Theater Diligentia begon, eindigt het in de Veste in Delft, een klein beetje zijn voormalig thuis. Soms vraag ik me af: Hoeveel mensen hebben de theatershow gezien? Hoeveel mensen vonden het zo leuk dat ze een tweede of zelfs een derde keer een plaatsbewijs kochten. Het is een ontzettend mooi anderhalf seizoen geweest. We hebben er van de zijlijn van mogen meegenieten. Het is niet altijd rozengeur en maneschijn geweest. Het is echt niet altijd halleluja geweest. Maar dat hij er van heeft genoten is zeker.

Buiten een prachtige en humoristische show geeft René in zijn optreden een boodschap mee. De etalage van de mens. Bij zichzelf blijvend fascineert hij zo’n 90 minuten lang zijn publiek. En dat het een successhow is geworden blijkt als hij ook nog wordt genomineerd voor Neerlands Hoopprijs. Ook dat is een geweldige opsteker geweest. We leven met hem mee en als hij je dan stiekempjes vertelt dat de nominatie er aan zit te komen, wil je het van de daken schreeuwen. Maar nee, er ligt een embargo op.

Zevenmaal ben ik bij hem wezen kijken. Waaronder een van de eerste try-outs, de première, een tussentijdse in Delft, Maassluis, Rijswijk, Vlaardingen en de finale ga ik kijken, wederom in Delft. Steeds opnieuw zie ik hem sprongen maken. De try-out haalt het bij lange na niet met die keer dat we erbij waren in bijvoorbeeld Vlaardingen. Bijzonder is het als je in de garderobe wacht en je ziet zo’n 650 mensen geduldig afwachten tot men naar binnen mag. Naar binnen voor jouw zoon.

Naast René zijn er nog meer mensen die het altijd hebben zien zitten in deze theatershow. Het theaterbureau De Mannen, Laurens Krispijn de Boer, zijn regisseur, maar ook de mannen van de techniek, Ramon, Geo en Sam van RR-Works. Mensen waar René mee kan lezen en schrijven en vrienden van hem zijn. De laatsten neemt hij vaak in de maling als hij niets te doen heeft en live van uit het theater te volgen is. Wie het ook in hem hebben zien zitten zijn de programmeurs en theaterdirecteuren. Ook daar ben je volledig van afhankelijk. Zien ze het niet in zitten, dan kom je niet aan de bak.

Veel theaters waren uitverkocht en dat waren niet de minste. Het Oude Luxor met 950 mensen, maar ook tweemaal de Kleine Komedie, om er maar een paar te noemen. Verscheidene keren werd de boeking in een kleine zaal omgezet naar de grote. Dat zegt iets over de populariteit. Of is het de nieuwsgierigheid van het publiek. We volgen uiteraard zijn posts op Instagram, Facebook, Twitter of zijn ge(de)monteerde stukjes die hij op You-Tube zet. De vele leuke reacties van zijn toehoorders zijn grappig, lief, humoristisch of soms gewoon schandelijk. Hij beantwoordt bijna elke reactie, bijt van zich af of maakt er weer een grap van. Ik neem er mijn petje voor af.

Toch zijn er nog altijd mensen die hem niet kennen als ik zijn naam noem. Als ik dan zijn foto laat zien, komt er soms wel en soms geen herkenning. “Oh, die rooie”, zegt men dan, of “nooit van gehoord”. Je zou hem ook kunnen kennen van die hardloopApp, of mannenziek, of Voetballen tegen Loosduinen.

We mogen nog een keer en eenmaal binnen ga we er weer voor zitten. Worden we herkend als zijn ouders, geloven mensen alles wat hij zegt? Maar wat is waar en wat totaal niet. Verrassend als iemand die meent ons te kennen, zegt: “Jullie zijn toch helemaal niet zo?” We moeten er om lachen. Wij zijn zijn echte ouders en niet die theaterouders, al zitten er best waarheden ook in de theaterouders. Welke? Daar mag je naar gokken, die geven we niet prijs.

Na Delft even niks, nou ja, niks, opnieuw schrijven, fantaseren, brainwashen en uitproberen. Niet niks als je te horen hebt gekregen dat je voor het volgende seizoen 110 keer aan de bak mag en er nog geen letter op papier staat. René kennende werkt hij het lekkerst onder spanning. Dat geldt tenminste bij het schrijven van. Eenmaal op de planken gaat hij altijd voor een 11. Dat is in zijn vak als cabaretier zo, dat was ook op school al zo. We hebben best onze twijfels gehad. ‘Stap in een gewoon vak’, maar zagen ook dat dit is wat hem een boost geeft. Spanning om hem heen, nooit op de automatische piloot. Improviseren, adequaat reageren, discussie voeren. Het ligt hem. Wat hem niet ligt is tegenslagen, negativiteit, daar kan hij moeilijk mee omgaan. Dat merken we als hij bij ons aan de bel trekt. Maar ook daar haalt hij weer energie uit om het nog beter, nog spannender te doen, dan dat hij al doet.

Bijna 170 keer reed hij alleen naar een voorstelling, om er tussen 200 en 950 mensen te ontmoeten, te amuseren en te verblijden, om daarna weer in zijn eentje huiswaarts te gaan. Wij hopen altijd maar dat het goed gaat. Dat er onderweg niets gebeurt. Het blijft toch je kind.

Nog één keer, dan is het over. We zullen genieten. Hem feliciteren met het behaalde resultaat. Wij hebben kaartjes voor de laatste keer. Ik kan het niet mooier maken, ze zijn verder uitverkocht. U zult moeten wachten tot oktober wanneer hij zich wederom zal verbinden aan zijn publiek. Ik denk, dat als je een kaartje wilt bemachtigen voor de vierde show, er bijtijds bij moet zijn. Ik ga nog één keer genieten van deze: “Ik beloof niks.” Toi, toi, toi.