413. Gehoorondersteuning III: Ook duurkoop heeft zijn mankementen

Ben weer online. ‘Het wordt tijd’, geeft mijn vrouw aan. Na vijf jaar mag je op pad voor nieuwe gehoorapparaten. En in november 2019 is het dan weer zover. Dit keer geen Schoonenberg, waar ik 10 jaar klant was, maar Beter Horen. Het is maar negen deuren verder.

“Wat, wat zeg je?”, een veel gehoorde vraag die ik mijn vrouw regelmatig stel. Naast het feit dat mijn gehoor flink achteruit is gegaan, heb ik ook al meer dan een jaar een vervelende piep in mijn linkeroor. Tinitis, nee, dat is het niet. Het is een defect aan het linker gehoorapparaat. Ruim een jaar geleden gaf ik bij Schoonenberg aan dat ik een vervelende piep in mijn oren had als ik een kauwbeweging maakte, mijn hoofd draaide of moest lachen. Je zou verwachten dat men bij een gehoorapparatenwinkel er voor de klant is. Bij Schoonenberg niet, is mijn mening. Ik word niet serieus genomen en gehoord, men stelt wat bij en dan moet het weer gaan. Volgend jaar kunt u nieuwe uitzoeken, vertelt de audicien mij.

Ik krijg een audiogram mee met de nieuwe cijfers, moet een afspraak maken met een KNO-arts. Het is eind juli 2019 als ik bel met het afsprakenbureau van het ziekenhuis. Ik kan er op 2 oktober pas terecht. En niet in het ziekenhuis zelf, maar in een dependance in Naaldwijk. Daar constateert de KNO-arts dat mijn gehoor flink achteruit is gegaan, m.n. links. Precies het oor waarvan het gehoorapparaat zo regelmatig een hoge toon mijn oor in stuurt. “Meneer van Meurs u zult er aan moeten wennen dat u aan een gehoorapparaat moet ‘op’ het oor. Dat heb ik al die tijd weten tegen te houden.

Na de uitslag van de keurend arts maak ik een afspraak met Beter Horen. Naast de positieve reacties zie ik tot vervelends toe die geweldige reclame-spotjes voorbij komen. Ook hier zijn wachtlijsten, want als ik op 2 oktober bel voor een afspraak kan ik er pas op 30 oktober terecht.

Een vriendelijke stagiaire ontvangt me bij Beter Horen. Er is koffie, ik voel me er direct thuis. Door een goede kennis, die werkt bij Beter Horen word ik verwezen naar Bart-Jan. Maar Bart-Jan heeft een andere klant en dus wordt het Peter. Hij luistert naar mijn verhaal, ik word zeer serieus genomen en het vertrouwen is gewekt. Er wordt een gehoorapparaat voorgesteld dat het beste bij mij past. Peter maakt een oorafdruk voor het gehoorstukje dat straks mijn leven weer moet verbeteren. 13 dagen later mag ik e.e.a. ophalen. Over gratis gehoorapparaten geen woord overigens, waar Beter Horen wel probeert zijn klanten op binnen te halen. Ze doen dat echter wel aan het eind van het jaar als je jouw eigen bijdrage aan hulpmiddelen al hebt verbruikt.

Met mijn oude gehoorapparaten in mijn oren rijd ik fluitend naar huis. Ik voel me een gelukkig mens en kijk uit naar de 13e november.

Op de laatst genoemde dag pak ik de auto naar mijn gehoormiddelenwinkel. Het regent en dan heb ik geen zin om er met een nat hoofd te gaan zitten. Beide binnenstukken zijn klaar, mijn microfoontjes komen uit het doosje, ik heb mijn gehoor terug. Achter de hand nog een duurder systeem, zo tegen de €3.000. Er gaat een wereld voor mij open. Toch, als ik eenmaal thuis ben, heb ik geen inregel mogelijkheden. Ik probeer het een week. Dan heb ik weer een afspraak. “Aad, en heb je tussentijds iets te vragen, bel even dan helpen we je”, zeg verkoper Peter.

Een week later mag ik opnieuw naar Beter Horen. Ik zie af van het ‘goedkope’ systeem en kies toch voor de ‘iets’ duurdere. Er wordt een applicatie op mijn telefoon gedownload. Nu kan ik zelf aan de slag met de instellingen. Ik heb een week om uit te proberen. Het bevalt me prima, maar er moeten nog wel wat bijstellingen in het hoofdmenu plaatsvinden. Dat gebeurt een week later. Dan ben ik definitief de eigenaar van mijn Amplifon gehoorapparaten.

Het gaat me in het begin goed af. Al merk ik soms wel dat als er harde geluiden zijn, mijn gehoorapparaat dit terugschroeft. “Dat klopt, dat hoort zo”, zegt Peter van Beter Horen. Maar dan zijn ook de andere geluiden teruggeschroefd. En zo schakel ik wat af. Een filmpje op mijn telefoon wordt weergegeven, van mijn omgeving krijg ik niets meer mee. De afzuigkap die een constante ruis geeft wordt weggefilterd of zachter weergegeven. In de auto de motor die je hoort lopen wordt op stil gezet. De klok die zijn uren en halve uren aangeeft. Allerlei momenten dat ik plots denk, ben ik hier alleen en waar is mijn geluid gebleven.

Wanneer ik bij mijn zoon naar zijn theatershow ga, mis ik gedeeltes, ik kan schakelen wat ik wil, een applaus wordt weggefilterd en ik moet schakelen om mijn gehoor weer op hoogte te brengen. Irritant om steeds je telefoon tevoorschijn te toveren. Het blauwe licht breekt de donkerte. Ik begin me er aan te irriteren en ik niet alleen ook mijn omgeving heeft hoe langer hoe meer moeite met mijn telefoongedrag. “Wat zit je nou weer op die telefoon te doen, leg hem toch eens weg.” Op het moment dat ik vraag om alstublieft de tv wat harder te zetten omdat ik niets kan volgen, breekt de pleuris uit. “Neem eens contact op met Beter Horen, je hebt toch niet voor niets zo’n €3.000 neergeteld.”

Ik bel met Beter Horen en probeer een afspraak te maken. Dat kan maar gaat wel 17 dagen duren voordat ik aan de beurt ben. Dat ga ik niet redden. Waar is nu: “Je kunt altijd langskomen gebleven?” Ik overweg om mijn oude gehoorapparaten weer tevoorschijn te toveren. Ik ben er klaar mee. Ik voel me net de operator van mijn eigen hulpmiddelen. En dat voor €3.000.

311. Wat een onding is mijn telefoon eigenlijk

Wat een onding is mijn telefoon toch eigenlijk. Nou ja, onding, ik ben eraan verslaafd, ik durf het gerust te bekennen. Elke keer als ik dat piepje hoor, zeggen mijn hersenen dat ik moet kijken. Ook op trilstand zetten is geen optie. Je staat met iemand te praten en in je broek- of borstzak voel je die trilling. Afgeleid, en niet meer bij het gesprek, ben je al bezig met wie het zal zijn. Maar ook zonder geluid of trilling brandt zo’n telefoon in je broekzak, tenminste bij mij wel. Stiekem kijken of gewoon zo op tafel leggen dat ik zie dat het scherm oplicht.

Facebook, Instagram, Whatsapp, Twitter, e-mail. Wie heeft mijn Facebookberichtje geliked, wie heeft er een berichtje ondergezet, waarom brandt er een rood 1-tje, 2-tje of 3-tje boven het symbooltje van één van bovenstaande apps. Iemand heeft gekeken, gereageerd. Wie dan? Dat wil je weten.

Eigenlijk verafschuw ik mijn eigen telefoon. 24 uur per dag was hij mijn tipgever, mijn afleider, mijn pleaser, mijn onding. Zelfs ’s avonds ging ie mee naar het nachtkastje, bang dat ik iets zou missen. Het leek er zelfs op dat ik erop ging slapen. Dat deed ik ook. Mijn telefoon lag op een gegeven moment onder mijn hoofdkussen om de ’s nachtse bewegingen te rapporteren. Zogenaamd om mijn slaapritme te kunnen vastleggen. Ook daar heb je een app. voor. Het minste geringste geluidje of trilling onderbrak mijn slaap waardoor ik rechtop in bed zat. Ik ben er mee gestopt. Laat de telefoon tegenwoordig beneden liggen, daar mag ie gaan tot ie een ons weegt, ik hoor het apparaat niet en slaap weer rustig een nacht door.

Ook de avonden zijn niet meer zoals ze vroeger waren, Wordfeuden op elk tijdstip want mijn tegenspelers slapen kennelijk niet, nooit. Alle applicaties kan je uitzetten, toch kijk je ongemerkt. Zou die ander al een zet gedaan hebben?

Ergens is het de uitvinding van de eeuw. Toch betrap ik mezelf erop dat ik mijn rust niet meer neem. Je blijft altijd in contact met wie dan ook. Iedereen kan je bereiken, overal, altijd. Heel even heb ik overwogen om mezelf van Facebook af te gooien, maar wat ga ik missen? Degene die nooit op Facebook heeft gezeten zal zeggen, “nou gewoon niks”. Maar als je er al zo’n vijf/zes jaar aan verbonden bent is dat niet makkelijk.

Voor vrienden hoef je geen Facebook te hebben. Want Facebook vrienden zijn geen echte vrienden, zijn net als ik benieuwd naar wat de andere kant van de lijn doet/beleefd. Nieuws, face-to-face, is er niet meer. “Oh, las ik al op Facebook.”

Laatst betrapte ik me erop dat ik zelfs drie kilometer terug fietste omdat ik mijn telefoon was vergeten, lag nog thuis. Ik verwachtte niets, maar ging toch gewoon terug. Eigenlijk te zot voor woorden.

Vanmorgen zat ik in het ziekenhuis te wachten. Ik zat er met zo’n dertig mensen in de wachtkamer, waaronder twaalf van (naar schatting) onder de dertig jaar. Zij hielden constant hun telefoon in de hand. Zo erg zelfs dat toen de display M016 aangaf, betrokken patiënt zijn beurt voorbij liet gaan toen deze op de display passeerde omdat zij constant met de telefoon bezig was. Ze moest een nieuw nummertje ophalen. Maar ook ouderen hadden meer aandacht voor hun telefoon dan rechtuit.

Waar het wel goed voor is is voor het noodnummer of 112. Dat zijn nummers die nog van enige betekenis zijn. Zoals ook de app. Hartveiligwonen, een prachtige app. is.

De hele dag door krijg ik via verschillende media mee welke bijzondere en waardevolle apps. er nu weer op de markt zijn verschenen. ‘Gratis. Moet je beslist downloaden’, staat er dan bij. Echter na twee weken gratis zit je aan een abonnement vast voor de prijs van €4,95 p/m.

Ik word er een beetje moe van. Ik wil met mezelf afspreken slechts tussen 08:00 – 10:00 uur en tussen 20:00 – 22:00 uur te kijken. De rest van de dag laat ik het ding links liggen, of rechts. Tenzij het een telefoongesprek is, daar maak ik een uitzondering op. Dus krijg je niet snel een antwoord van mij dan weet je, wat daar de reden van is. En heus de geest is gewillig, maar het vlees is zwak, ik zal dus best nog weleens zondigen, maar de spelregels zijn duidelijk.

192. Waar mobieltjes niet voor bedoeld zijn?

Vol ongeloof las ik in de krant hoe mensen foto’s maken van ongeval situaties. Filmpjes zelfs van in noodlijdende slachtoffers. En dan niet alleen van het ongeval op zich, maar van slachtoffers die badend in hun bloed vechten tegen het verlaten van het leven. Mensen die een telefoontje, camera, Go-pro of anderszins apparaten bij zich hebben waar je dit soort dingen mee vastlegt, niet waard zijn. Wat nog veel erger is dat men deze beelden ook nog deelt en rondstuurt.

Heeft men verstand als men dit doet? Waarom wil je in Godsnaam dit soort beelden delen. Is de telefoon hiervoor bedoeld? Ben je interessant of lig je beter in de groep waar toe je behoort? Niets is minder waar.

Ikzelf heb ooit een reanimatie moet doen op de markt in Vlaardingen. Als EHBO-er/AED-er ga je direct aan de slag. Heb niet echt in de gaten wat er rondom je heen gebeurt en dan als je op kijkt zie hoe men probeert e.e.a. vast te leggen. Waar de mensen vandaan kwamen, ik heb geen idee. Ook daar kwamen de mobieltjes uit de zak. Ik dacht eerst nog dat men 112 wilde bellen, maar het ging om de sensatie, om de misselijk makende beelden. Ik maakte me er op dat moment boos over. Energie die ik eigenlijk niet mocht verspelen, omdat ik die energie keihard nodig had, maar wat wel gebeurt bij zulk soort acties. Ondanks het feit dat men er door omstanders, op werd aangesproken, werd er gewoon door gefilmd.

Wat te denken van familie die zulke beelden op sociaal media binnen krijgt. Heeft men daar weleens bij na gedacht. Het zal je vader, moeder, zoon of dochter maar zijn die door een ongeval ligt te vechten om te blijven leven. Ik moet er niet aan denken.

Ik kan me de reactie onlangs van zo’n burgemeester uit Almelo wel voorstellen, als hij oproept om dit niet te doen. Een zestien jarige jongeman die van zijn fiets is gereden en badend in het bloed wordt geholpen door hulpdiensten. Omstanders die dit kennelijk sensationeel vinden, hun telefoon uit de zak halen en filmen en dan ook nog delen op hun social media of youtube. Voor mij is een oproep tot ‘het niet doen’ onvoldoende. Ik zou nog veel verder willen gaan en deze mensen strafbaar stellen voor het verspreiden van deze beelden. Inbreuk op de privacy. Maak er desnoods wetgeving voor om dit uitsluiten.

Als het gaat om het plegen van een misdrijf, vind ik dat van een heel andere orde. Dat soort beelden vastleggen is prima, verspreiden is ‘not-done’. Deze beelden moeten worden ingeleverd bij bevoegde instanties die kunnen afwegen wat er mee zou moeten worden gedaan. Dat vind ik pas stoer. Loop er niet mee te koop, haal het direct van jouw camera af.

Vandaag opnieuw een krantenartikel over een vechtpartij op een school die door medeleerlingen is vastgelegd, verspreid en door een grote groep is bekeken. Maatregelen moeten er worden genomen om dit soort vastleggingen bestraffend af te handelen.

Waar gaan we naar toe. Gebruik een telefoon waarvoor deze bedoeld is: Bereikbaar zijn en bellen. En natuurlijk dat fotootje is geen probleem, maar de meest afschuwelijke zelf gemaakte of ontvangen beelden de wereld in zenden. NEE, doe het niet!!!

166. Caiway waar ben je nou?

Caiway zet zichzelf regelmatig op de kaart. Was het een aantal weken geleden dat de e-mailserver niet naar behoren werkte, nu is het het internet dat het volledig laat afweten. Jammer als je pretendeert tot één van de beste kabelexploitanten te behoren.

Zondag 6 november 2016. Mijn telefoon blijft maar zoeken naar de golven tussen mijn modem en de telefoon. Het draaiend stuurtje (rechts boven in de hoek van mijn telefoon) is niet te stoppen. ‘Wat nu weer’, denk ik. Ik schakel mijn telefoon uit. En start opnieuw op. Wederom een draaiend wieltje waar geen vrachtwagenchauffeur of stoomschipstuurman enig grip op heeft. Ik probeer mijn tablet, maar daar gebeurt exact hetzelfde. Mijn PC geeft een geel driehoekje met een uitroepteken er in. Dan wordt het voor mij duidelijk, de mannen en vrouwen van Caiway zitten aan de internetknoppen of hebben er aan gezeten.

Het is een slechte dag, de regen valt met bakken naar beneden. Ik maak mijn broodje klaar, kook een eitje en nestel me in de bank onder een fleecedeken. Ik trek mijn snuggie nog een keer extra op en installeer me voor een zondagje tv. Als ik echter op de aanknop van mijn afstandsbediening druk behoud ik een prachtig zwart scherm. Nou vind ik kijken naar een zwart scherm eerlijk gezegd geen extra dimensie geven aan mijn zondagse ontspanning.

Ik begrijp dat Caiway deze zondag mijn activiteiten gaat bepalen. Nog even kijken op Twitter. Ze zullen alle klanten van deze fameuze onderneming toch wel in kennis stellen van wat er aan de hand is. Niets is minder waar. Geen tweets van onze Caiway jongens en meisjes. Ze doen hun naam intussen wel eer aan Centraal antenne inrichting ‘weg’. Dat klopt dus als een bus. Hoe heb je het bij de oprichting al kunnen verzinnen, of was het een toekomstvisie.

Na eerst een lange tijd zonder digitale brievenbus te hebben gezeten en er na twee weken plots vele e-mails te hebben ontvangen, nu dan de weg er naar toe afgesloten.

Twitter ontploft inmiddels. Een tweet met #caiwaystoring wordt als een malle geretweet. Het internet wordt overspoeld door oproepen aan Caiway om op te staan, aan te pakken en te communiceren. Vooral dat laatste. Het blijft uit. Geen reacties van hen, ze zijn telefonisch ook niet te bereiken. Logisch ook zij zijn afhankelijk van hun eigen internet.

Ik ga maar eens kijken wat ik nog op mijn harde schijf van mijn Entone-reciever heb staan en wat opgenomen eerder uitgezonden beelden bekijken. Ik trek mijn fleecedeken nog wat strakker om mij heen, leg mijn hoofd op de rand van de bank en kijk naar de serie ‘Als de dijken breken’.

Fijne zondag.

139. Mijn ‘vrienden’ van social media op ziekenbezoek?

Vrienden, wat zijn eigenlijk vrienden. Zijn dat die smilers die af en toe berichten liken, er een hartje onder plaatsen of een ‘oh’. Zijn het de mensen die je volgen via Twitter, Pinterest, of Linkedin. Vaak praat men over zulk soort vrienden. Maar zijn zij ook degene die je op je verjaardag een warme hand komen geven. Zijn zij degene die jou een schouder toereiken als je troost zoekt. Nee, het zijn koude digitale klikkers die jou toevallig zijn tegen gekomen op hun Facebook, hun Twitteraccount, Linkedin of Tumbler. Veel van dit soort programma’s doen zich voor als sociaal. Men noemt het social media. Dit laatste zegt genoeg. Social media is niet meer en minder dan een berichtje sturen en afwachten of er een berichtje op terug komt.

Gelukkig lig ik wel aardig in de markt met mijn social media. Naast mijn Facebook vrienden, zo’n 663, heb ik ook nog 133 volgers op Twitter, 40 volgers op Tumbler, nog wat Instagramvolgers en via mijn WordPressaccounts ook nog eens 1700 mensen die hebben aangegeven mij te willen opzoeken als ik ze nodig heb. Natuurlijk zitten er dubbeltellers bij, maar wie dat zijn geven de logboekverhalen mij niet door. Je zult alle volgers op je verjaardag krijgen. Een dure geschiedenis.

Wat zouden we nog zijn zonder social media? Ik vermoed niets. Berichten worden gepost op de verschillende media en iedereen kan het lezen, voor wie je er toestemming voor hebt gegeven, en er een mening over geven. Ik zie mijn vrienden en vriendinnen ook regelmatig en sommige vaak met hun social media in de aanslag zitten. Normaal communiceren is er niet meer bij. Trouwens waar zou je nog over moeten praten, alles is toch al lang voorbij gekomen via Facebook of andere apps. Het commentaar is reeds gegeven dus praten hoeft ook niet meer. Iets nieuws vertellen, ‘ach weet ik al, het stond op Twitter’. “Heb je gehoord dat de secretaresse zwanger is van de directeur”. ‘Ja, zijn vrouw poste het vanmorgen op Facebook’.

Nieuw is ook dat ik tegenwoordig voorafgaand aan mijn huwelijkstoespraak moet vragen om de gemaakte foto’s van het bruidspaar nog even niet te posten voordat het bruidspaar het ‘ja’-woord heeft uitgesproken. Zou toch vervelend zijn als je moet rectificeren omdat één van de twee geen antwoord wilde geven. Of wat te denken van de foto die ik onlangs tegenkwam van de kist bij een crematie, met als bijschrift: ‘vlak voor dat ie de oven in ging’. 

Ja, social media weet wat en niemand kan er meer van buiten. Zelfs mijn schoonmoeder van bijna 86 heeft Facebook. Voor de contacten, zegt ze. Weet je waar ik ook zo’n schijthekel aan heb, mensen die alles weten via Facebook, maar het zelf niet hebben. De zogenaamde meelezers. Weten alles, maar zijn zelf onzichtbaar. Ik heb al een keer een opschoningsactie opgezet om accounts waar meelezers achter zitten te ‘ontvrienden’.

De telefoon is het speeltje van deze tijd. Voor jong en oud. Makkelijk vervoerbaar en daardoor altijd bij de hand. Gewoon gesproken wordt er niet meer. Een lekkere wandeling met een goede of leuke conversatie is er niet meer bij. Elk bliebje elk piepje of trilgeluidje is een reden om de telefoon te pakken en je gaande gesprek abrupt te beëindigen. Nu vraagt de 24-uurs maatschappij ook wel om altijd en overal bereikbaar te zijn, maar toch.

Al schrijvend op mijn telefoon bemerk ik dat mijn lief me al enige tijd zit aan te kijken. “Je heb toch vakantie”, zegt ze, “leg dat ding dan eens een poosje weg”. Ze heeft gelijk, ook ik kan er niet meer van buiten. Wat zouden mijn ‘vrienden’ zeggen als ik een week offline was en geen bericht heb gepost. “Zou Aad ziek zijn, ik ga toch maar eens snel bij hem langs. Moet er niet aan denken dat al mijn social media ‘vrienden’ op visite komen.