381. “Wasstraat”, zegt hij na 19 lessen

“WE…A..SSS…SSS…TE…RU…A…A…TE, Wasstraat”, zegt hij, als ik hem vraag wat er staat. Deze week ga ik voor de laatste keer voorlezen bij een gezin dat niet van hier komt. Moeder heeft een docentenfunctie aan de Universiteit en is van Spaanse afkomst, vader heeft een dubbele titel en werkt bij een multinational en komt uit Turkije. Samen spreken ze Engels. Hun twee jongens spreken Turks, Spaans en Engels, van de Nederlandse taal hebben ze niet veel meegekregen. Na 20 weken spreekt de oudste al een goed mondje Nederlands en doet de jongste ook al aardig mee.

Wanneer ik in augustus 2018 een lezing doe in de Bibliotheek in Den Hoorn vraagt een medewerker van de bibliotheek aan mij om mee te doen aan de VoorleesExpress. “Dat is vast wat voor jou”, zegt de biebmedewerkster. Ik moet daar even over nadenken. VoorleesExpress wat is het precies en wat verwacht men van mij? De VoorleesExpress zorgt ervoor dat kinderen met een taalachterstand extra aandacht krijgen. 20 keer komt er een vrijwilliger bij een gezin thuis om voor te lezen. Samen met de ouders streven zij ernaar dat taal en leesplezier een vaste plek in het gezin krijgen. Omdat ik zelf geen lezer ben, maar vroeger bij onze jongens wel elke dag heb voorgelezen heb ik er wel zin in.

Vanuit de bibliotheek krijg je de ondersteuning. Je krijgt een gratis biebpas en elke week zoek je nieuwe boeken uit om voor te lezen. Er zit een heel pakket aan informatie in de tas die je meekrijgt en er zit een DoeBoek in. Een DoeBoek waar je met het gezin en jouw voorleeskind wekelijks even de opdrachten mee doorneemt.

‘Mijn’ kind is opgegeven door de school waar hij op zit. Hij is vier jaar oud. De ouders zien er het nut van in en zo word ik gekoppeld aan het gezin dat ik in de eerste alinea heb aangegeven.

Half September maak ik een afspraak met de ouders van ‘mijn’ kind. Ik spreek direct een vaste dag en tijd af, dan weet men waar men rekening mee moet houden. Wanneer ik er de allereerste keer aankom, word ik hartelijk ontvangen, er is koffie en een stukje baklava. Ik maak kennis met papa en mama, mijn voorleeskindje en zijn jongere broertje. Na mezelf te hebben voorgesteld, nestelt het gezin zich rondom mij heen. De bank is net groot genoeg om er met zijn allen op te zitten. Beide kinderen zitten direct tegen mij aan. Vader en moeder sluiten aan beide zijde de rij.

Het is een stille bijeenkomst. Een prater, ik, en vier luisteraars. Ik laat mijn voorleeskind steeds het boek uitzoeken dat hij voorgelezen wil hebben. Tot slot doen we de opdracht uit het DoeBoek. Na een goed uur is het tijd om huiswaarts te gaan. In de gang spreek ik met de ouders nog even door wat de bedoeling is. Vader spreek goed Nederlands maar voelt zich niet altijd zeker of hij woorden ook goed uitspreekt. Moeder heeft wat meer moeite en haar stel ik voor om eens contact op te nemen met TaalMaatje. Taalmaatje is meer gericht op volwassenen.

Het voorlezen is leuk. Ik leer woorden ook direct in het Spaans en in het Turks. Mijn leerling weet dieren uit het voorleesboek ook in de twee talen te benoemen. De volgende keer dat ik bij het gezin ben maak ik ook direct een afspraak om gezamenlijk naar de bibliotheek te gaan en een abonnement te nemen. Dat gebeurt ook, de volgende woensdag staan we met zijn vieren, moeder, de kids en ik, bij de Bibliotheek in Den Hoorn. Ik help het gezin op weg en vertrek weer.

Bij het derde bezoek krijg ik te horen dat de jongste van ruim anderhalf heeft gehuild toen ik zonder hem gedag te hebben gezegd ben weggegaan uit de bibliotheek. Vervelend. Ik bouw eigenlijk al direct een goede band op met het gezin. Dat blijkt ook als ik ’s avonds op de fiets aan kom rijden. Wanneer de jongens mijn voorlicht in het raam zien schijnen, hoor ik ze al roepen: “Aad!, Aad!”. Ik begin het steeds leuker te vinden. Ook al omdat het nu echt een Nederlands uurtje is geworden. Ook vader en moeder communiceren, soms gebrekkig, soms naar woorden zoekend door moeder, in het Nederlands met mij. De kleinste neemt teveel aandacht bij het voorlezen en vader besluit om met hem te gaan playmobielen of met de Lego te spelen. Dan is er voor de oudste alle aandacht. We doen een taalspelletje. Zo ga ik week in week uit elke donderdagavond naar het gezin. Ik doe het met veel plezier, de ontvangsten zijn allerhartelijkst en als men mij tegen het eind van de voorleessessies vraagt om maar vooral te blijven komen, ook als ik klaar ben met voorlezen, voel ik me gewaardeerd en thuis.

Wanneer ik bij mijn voorlaatste voorleesbeurt een boek over auto’s in handen heb en uitleg wat er zoal te zien is wijs ik naar een autowasstraat. Mijn leerling weet niet wat het is, maar op de deur staan letters geschreven. Met “WE…A..SSS…SSS…TE…RU…A…A…TE”, zegt hij wat hij ziet. 19 keer voorlezen en dan al deze woorden spellen en lezen. Hoe snel kan het gaan.

Moeder is inmiddels aangesloten bij TaalMaatje. Wanneer ze een woord zegt dat niet helemaal juist wordt uitgesproken, zegt mijn net aan vijf geworden leerling: “Mama, dat zeg je niet goed, het moet …….. zijn.”

Met veel plezier overhandig ik hem a.s. donderdag een diploma. Hij krijgt een boek van de Bibliotheek. Ik ga er eigenlijk met weemoed weg, blijf wel contact houden, maar niet meer zo frequent als ik het half jaar heb gedaan. Hij kan lezen en spreekt Nederlands, mooi toch.