407. Mantelzorg, je kiest er niet voor, het overkomt je

Mantelzorger. Het zijn de weken van de mantelzorg. Oorspronkelijk is 10 november de dag van de mantelzorg. Stichting Welzijn Midden-Delfland kiest ervoor om het op 2 november te doen. Gemeentes en welzijnsorganisatie besteden aandacht aan wie het overkomen is. Want er voor kiezen is er vaak, meestal, niet bij.

Een indrukwekkende voorstelling van Pythia Winia over de mantelzorger zorgt voor veel herkenbaarheid. Te pas en te onpas helpt, werkt en ondersteunt de mantelzorger zijn of haar geliefde. Haar echtgenoot, zijn echtgenote, haar of zijn kind, de buurvrouw of -man, hun moeder, vader, of allebei. Je kunt de relaties zelfs niet bedenken of men springt in, daar waar nodig.

Het weer werkt niet mee. De keuze voor fiets of auto is gauw gemaakt. Met een nat zooitje naar een bijeenkomst is niks, dus wordt het de auto. Ik probeer mijn auto kwijt te raken op het parkeerterrein. Er staan echter bordjes op terrein met een kenteken. Parkeren op het terrein is dus geen optie. In mijn broekzak steken gaat ook niet. Ik zoek een plekje ergens verderop in de straat en wandel met wat vallende druppels terug.

Aangekomen bij de Singelhof zoek ik naar een kapstok. Ik hang mijn jas op en steek mijn autosleutel in mijn broekzak. Vervelend zo’n bobbel in de zak van je broek. Het is niet anders. Ik word welkom geheten door een oud-collegaatje, nu werkzaam bij de Stichting Welzijn Midden-Delfland. “Leuk om je te zien”, zegt ze. Een leidinggevende bij Stichting Welzijn Midden-Delfland vraagt of ik al in voorbereiding ben voor Sinterklaas. Ik laat sinds kort mijn baard wat groeien. “Hij zal er zelfs af moeten”, geef ik te kennen. “Aad, Aad”, roept een vrouw op leeftijd mij toe, “ben je met de auto?” Ze is bij iemand ingestapt die ook weer is weggegaan. “Mag ik straks met jou mee terugrijden. Ben je met de MUS.” Ik geef aan dat ik met eigen vervoer ben, maar ik neem haar mee terug. Dan ga ik de zaal in.

Het zijn vooral oudere mensen die vandaag het aandachtig gehoor zijn. Vrouwen zijn in de meerderheid. Ik schuif aan naast een vrouw uit mijn dorp. “Met de auto?”, vraag ik. Eigenlijk een stomme vraag, ze veegt regelmatig haar voorhoofd af waar vanuit het haar druppels naar beneden zakken. “Nee”, zegt ze. “Ik was net onderweg toen die hevige stortbui naar beneden kwam.” We raken aan de praat over mantelzorger zijn. “Mijn man”, zegt ze. “We weten het sinds kort, al hebben we wel al enige tijd de gedachten dat het dementie zou kunnen zijn.” Dat is een heftig verhaal.

Tijd voor een kopje koffie met gebak. Beetje onhandig gaat iedereen weer zitten, kopje of schoteltje op schoot. De kopjes worden opgehaald. Het programma kan beginnen.

Een medewerkster van de Stichting heet het gezelschap welkom. “Fijn dat u met velen heeft kunnen komen, al hebben we ook wel wat afzeggingen gehad.” Er is een mooi programma samengesteld. Zij nodigt Wethouder Hans Horlings uit voor zijn woordje.

“4,5 miljoen mensen zijn mantelzorger. Niet zelf voor gekozen, maar overkomen. Dat is bij één op de vier landgenoten die op de een of andere wijze als mantelzorger is belast. Daarbij is ook nog voor een van de drie een taak naast de baan die men heeft. Dat zal niet afnemen, nee, zelfs toenemen. De vergrijzing is daar mede een oorzaak van.”

Dan de voorstelling van Tiny Sorgdrager, Pythia Winia, een indrukwekkend verhaal waar de mantelzorger in de zaal een spiegel krijgt voorgeschoteld. “Wilt u uw telefoon…… aanhouden”, zegt ze “zet hem op trillen en houdt hem dicht tegen uw lichaam, want u kunt zomaar nodig zijn bij degene waar u mantelzorger voor bent.” Ze vertelt hoe de WMO in 2015 zo’n grote omslag heeft te weeg gebracht. Bejaardenhuizen werden afgeschaft en opgeheven, thuis wonen is de opdracht en wens.

Pythia noemt veel voorbeelden van hoe men met de mantelzorger ‘omgaat’. Eigenlijk hoe de mantelzorger zich laat bestieren. Voorbeelden die men herkent. Het knikken van het hoofd bij mensen die voor en naast mij zitten bevestigt dat. Je laat degene waar je mantelzorger voor bent niet in de steek en doet, doet wat van je wordt gevraagd. Mantelzorger zijn is dienend bezig zijn, altijd.

Spreekster komt ook met voorbeelden hoe het anders kan. Toch herkent niet iedereen zich hierin. Spreek anderen aan op medeverantwoordelijkheid. Zet piketpaaltjes om je heen met rood-wit afzetlint. Tot hier en niet verder. Neem de piketpaaltjes onderweg mee en zet ze regelmatig uit. En nee=nee.

Een indrukwekkende voorstelling, waar na afloop over wordt nagesproken.

Inmiddels hebben de gastvrouwen van de Stichting de tafels gedekt en gaat men aan tafel. Met een heerlijk soepje wordt gestart. Men kijkt elkaar wat aan. Het is even stil. Dan komen de voorbeelden op tafel. Mevrouw die naast mij zat vertelt hoe zij door de neuroloog worden ingelicht over de ziekte van haar man. “We hebben er een toast op uitgebracht”, zegt ze, “we laten ons niet de moed in de schoenen praten.” Twee jonge meiden vertellen dat zij al van jongs af aan mantelzorger zijn. Doofheid in de familie, een altijd zieke moeder, reuma en vader die alleen maar lelijk kan doen. Ze hebben met hem een zorgtuin gevonden. Met plezier gaat hij naar ‘zijn’ tuin. Een vrouw naast mij verhaalt over haar man die alleen maar slaapt. “Hij wil helemaal niks, mijn hele leven staat in het teken van zijn ziekte. Al vijf jaar lang.” Het zijn schrijnende verhalen, herkenbaar, al staat het bij mij op een grotere afstand en ben er niet dagelijks mee bezig. De heerlijke broodjes gaan tussen het gesprek door naar binnen. Er wordt ook gelachen om situaties die zich voordoen. Niet alles is weemoed.

De eerste mensen stappen inmiddels op. Zij hebben een mooi verhaal en een boodschap meegekregen. Gaan ze er ook wat mee doen?

Bij het verlaten van de zaal ontvangt de mantelzorger een tasje met een cadeautje van de Gemeente. Een VVV-bon en een groente-bon. Een klein gebaar maar reuze gewaardeerd.

In de hal staat de vrouw te wachten die met me mee wil rijden. “Ik mag toch meerijden, Aad”, vraagt ze bevestigend. Ik geef haar mijn ja. Terwijl ik met haar oploop hoor ik haar hijgen. Ze heeft niet veel conditie, merk ik. “Wacht hier maar even”, zeg ik, “ik haal mijn auto.”

Even later zijn we op weg naar Schipluiden. Mevrouw kletst mijn oren van het hoofd. Er is geen rem. Bij op Hodenpijl zet ik haar af. “Dankjewel, Aad”, zegt ze. Ik kan terug naar huis.

Het is een indrukwekkende bijeenkomst geweest. Goed dat er aandacht is voor de mantelzorger, misschien wel veel te weinig. Maar ook kleine aandacht is aandacht. Koesteren moet je dat. Een mooie bijeenkomst.

393. Hoe goed gaat het met onze gezondheid?

Al een aantal maanden geleden werden we als MUS-vrijwilligers benaderd om deel te nemen aan de gezondheidsmarkten in Den Hoorn en Schipluiden. Niet iedereen heeft er zin in of tijd voor om voorlichting te geven over wat wij doen. Ik maak er twee keer een ochtend voor vrij om er iets over te vertellen aan mensen die de gezondheidsmarkt bezoeken.

Woensdag 12 juni 2019. Het is slecht weer. De regen valt met bakken tegelijk uit de hemel. Er is bijna geen paraplu tegen bestand. Op de fiets rijd ik naar de standplaats van de MUS bij Akkerleven. Het aantal ritten voor die dag is afgestemd op het feit dat ik een MUS mee willen nemen naar de markt. Terwijl de regendruppels constant op mijn voorraam kletteren, rijd ik van Schipluiden naar Den Hoorn. Ik parkeer mijn voertuig goed zichtbaar naast de voordeur van de Hoornbloem. De meeste kramen zijn inmiddels goed bezet. Voor mij is het een doos openen, mijn folders eruit en klaar is Kees. Wanneer ik mijn polo over de stoel heb gehangen wordt er gevraagd om de MUS naar binnen te rijden. Ik ga het proberen. Dan blijkt dat ik de deur er uit moet rijden, dat is vast niet de bedoeling. Ik zet mijn voertuig netjes terug. Het wachten is op de gasten. Er hangt inmiddels een gezellige sfeer onder de deelnemers, men buurt wat bij elkaar en doet een gezellig praatje.

Wie staan er o.a.: Een ergotherapeute, een diëtiste, Zwembad Kerkpolder en het Sportfondsenbad, Altzheimervoorlichting, de EHBO afdeling Den Hoorn, Puur & (H)eerlijk (voorlichting over dagelijkse verzorging van een warme maaltijd aan huis), de Was en Koffie voor uw was en strijk, Careyn met voorlichting en meting van bloedsuiker, bloeddruk en BMI-bepaling, Stichting Welzijn Midden-Delfland, Farm-I-See, Pieter van Foreest, Joerns Healthcare B.V., een bedrijf dat hulpmiddelen aanbiedt en de MUS. Een diversiteit aan organisaties die het de thuiswonende ouderen mogelijk gemakkelijker kan maken.

Wanneer om 10:00 uur de deuren ‘los’ gaan, komen de eerste bezoekers binnen. De paraplu wordt uitgeklapt in het voorportaal gezet. Men gaat op onderzoek uit. Hier en daar zijn hebbedingetjes te vinden. Een rolletje pepermuntjes, een tasje, een ballpoint, een opblaasbal, een winkelmuntje, een opschrijfblokje, kleine zaken die gretig aftrek vinden. Het wordt aan het weer geweten dat het niet stormloopt. Het is druk bij Careyn, maar dan overwegend van deelnemers en niet van bezoekers. “We hebben wel 100 mensen geprikt”, zegt een medewerkster met pretoogjes aan het eind van de markt. ‘Ja, dat wel, maar daarvan waren er 60 deelnemer.’ Het is rustig, heel rustig. Hoe komt dat vraag je je af? Is er voldoende aandacht aan besteed, is de communicatie duidelijk geweest. Misschien een puntje voor de evaluatie. Want hoe bereik je de doelgroep op een simpele maar leuke manier om langs te komen. Ik houd er een ‘potentiële klant’ aan over. Een mevrouw die heel graag met mij de afspraak wil maken om een mooie rit te maken. Ik moet haar doorverwijzen naar de coördinator. Om kwart voor twaalf, een kwartier voor tijd wordt het kamp opgedoekt, er zijn geen bezoekers meer in de zaal en het is zo’n beetje etenstijd. Met droog weer kan ik de MUS ‘terugvliegen’ naar Akkerleven, zijn standplaats.

Op dinsdag de 18e heb ik mevrouw met haar dochter van de gezondheidsmarkt in de MUS. Ze roemt het initiatief en geeft aan veel vaker met mij of een van de andere chauffeurs mee te rijden. Fantastisch, daar doen we het voor.

Op de 19e juni is de tweede voorlichtingsbijeenkomst. Het is van hetzelfde laken een pak. Regen en niets dan regen. Ik bel de dienstdoende MUS-chauffeur op om me even op te pikken. Ik mag opnieuw maar dan in Schipluiden op de gezondheidsmarkt staan. De MUS-chauffeur komt met eigen auto. De vrouw die hij had op moeten halen staat verkeerd in de agenda. Ze hoeft pas morgen naar haar afspraak. Zo af en toe gaat het weleens fout, maar dat zijn incidenten. De chauffeur zet mij af bij Akkerleven, waar ik de witte MUS oppik. ‘Succes Aad!’, geeft hij mij mee. Ik haal de meegekregen folders op van achter de receptie en rijd naar de Dorpshoeve.

Opnieuw zie ik onder de deelnemers weer vele bekende gezichten, maar sommige zijn nieuw. EHBO Den Hoorn heeft plaatsgemaakt voor EHBO Schipluiden. Een enkele deelnemer is er niet.

Wanneer om 10:00uur de markt begint is er geen kip, eh bezoeker, bedoel ik. Om kwart over tien is het al niet veel beter. Één bezoeker en dat is mijn lief. Langzaam komen er wat mensen binnendruppelen, maar opnieuw is de gezelligheid te meten bij de deelnemers. “Daar kom je voor uit Houten”, zegt een mevrouw die hulpmiddelen verkoopt en haar naamsbekendheid wil vergroten. Nee, opnieuw loopt het geen storm. Terwijl zowel in de Schakel Midden-Delfland als de bladen KBO/PCOB aandacht is besteed aan deze markt. In naastgelegen zaaltje is een voorlichtingsbijeenkomst voor werkzoekende, veelal mensen met een migratieafkomst. Als die bijeenkomst is afgelopen, komen een aantal vrouwen langs de kramen. Mannen hebben hier geen interesse in en verlaten het pand met gezwinde spoed.

Gaat het dan echt zo goed met de gezondheid van de ouderen in Midden-Delfland? Heeft men geen behoefte aan voorlichting? Weet men alles al? Of is het ‘t weer die spelbreker was? Ik heb er in ieder geval nog wel wat van opgestoken. Mijn bloeddruk is goed, mijn suikergehalte in mijn bloed is prima, mijn BMI heeft een waarde ‘Gezond gewicht’. Maar ik moet echt iets gaan doen aan mijn vetpercentage, niet zorgwekkend maar toch.

287. Klus op de MUSbus

Het is een koude dinsdagmorgen als ik mijn vrijwilligersbaantje op mag pakken. Het heeft gevroren, het eerste laagje ijs ligt op de ijsbaan aan de Holierhoek. Net nog niet genoeg om er een baantje te trekken. Als vrijwilliger van de MiddenDelflandse Uitgaans Shuttle (de MUS) heb ik vandaag dienst. Ik fiets nog even langs een andere vrijwilliger om met hem samen uit te vinden hoe we de rolstoel en rollator achterop het voertuig kunnen meenemen. Inventief als we zijn kunnen we door een spanband, elastieke spinnen en de houder die achterop zit zo’n hulpmiddel wel meenemen. Nu is het krabbelen, want ook ons voertuig heeft volop in het koude windje gestaan. Niet alleen buiten, maar ook binnen heeft een ijslaag bezitgenomen van de ramen. Na wat krabben kunnen we ‘het land’ in. Bij Akkerleven nemen we wat folders mee naar onze volgende stoplocatie: De Dorpshoeve. Hier is het dinsdagse koffie-uurtje aan de gang. Mogelijk zijn er kandidaten die we warm kunnen maken om een keertje mee te rijden. De folders gaan van hand tot hand. Enkele ogenblikken later zijn we er alweer doorheen.

Dan op naar het gemeentehuis, een van de verkooppunten voor een rittenkaartje. Ook hier arresteren we de folders die er liggen. Het vervoersproject moet meer gepromoot worden en daar hebben we foldermateriaal voor nodig. Omdat er die ochtend geen ritten meer zijn kan ik naar huis.

Als ik net thuis ben een belletje van de coördinator “Kan je even drie ambtenaren ophalen, zij willen kennismaken met het project.” Ik ga opnieuw naar Akkerleven, waar de MUS staat en tuf naar het gemeentehuis. Inmiddels is er opnieuw een ritje aangevraagd. Iemand uit Den Hoorn wil op visite bij haar schoonzus in Schipluiden. Bij het gemeentehuis haal ik de ambtenaren op en laat hen het dorp zien vanuit de Mus. Wanneer ik de gemeenteambtenaren naar hun werkplek heb teruggebracht rijd ik door naar Den Hoon. Ik ken mevrouw en zij kent mij. “Sinterklaas, verteller, schrijver en ook nog chauffeur”, zegt ze. “Ja ik kan niet stil zitten”, geef ik haar te kennen. Mevrouw vindt het een ideale mogelijkheid om zo naar haar schoonzus te gaan. Als ik met het openbaar vervoer moet gaan dan ben ik bekaf en dat haal ik eigenlijk niet meer. “Mevrouw we halen u bij u thuis op en zetten u voor de deur af”, zeg ik haar. “Ik vind het een prachtig initiatief”, zegt ze. Gezellig kletsend rijden we over het fietspad richting Schipluiden. Ik zet haar af bij Korpershoek en spreek met haar af om haar twee uur later weer op te halen. Nu neem ik de MUS mee naar huis, anders blijf ik heen en weer fietsen. Onderweg word ik nagekeken. Mensen steken hun hand op of duim omhoog.

Twee uur later haal ik mevrouw weer op en breng haar weer netjes thuis. Ik rijd terug naar Akkerleven, zet het voertuig weer netjes aan de stroom, stop de telefoon en papieren terug in het kluisje bij Akkerleven. Het is 17:00uur mijn dag zit erop. Morgen een ander.

Het vervoersproject is opgezet door de Gemeente Midden-Delfland, DoEL, Stichting Welzijn Midden-Delfland en Pieter van Foreest. De Mus rijdt op de doordeweekse dagen van 09:00uur en 17:00uur. Voorlopig rijden we in de kern Schipluiden en Den Hoorn en verbinden we de dorpen. Daarnaast rijden we ook naar het Reinier de Graafgasthuis en zwembad Kerkpolder. Wilt u een ritje boeken, bel dan 0620778370 of boek via e-mail Mus@ggz-Delfland.nl. Kaartjes zijn te koop bij: De Was & Koffie in de Kickerthoek, het klantcontactcentrum van de Gemeente Midden-Delfland, of bij de receptie van Akkerleven. Verdere informatie kunt u vinden op de site van de Gemeente Midden-Delfland.

282. Mijn Mus vliegt niet

Na een langdurig werkzaam leven is er op 20 december jl. een einde gekomen aan betaald werken. Dat betekent dat je vanaf die dag zelf je zinnen moet gaan verzetten en op een andere manier je dagen invullen en -delen. Dat valt om de dooie-dood nog niet mee, moet ik zeggen.

Waar je een ritme hebt van vroeg opstaan en het leven een zinvolle dagindeling geven, kom je na 49,5 jaar gewerkt te hebben, thuis te zitten. Daar is overigens niks mee mis. Maar wat je mist zijn de sociale contacten. Mensen om je heen en in de buurt waar je een praatje mee kan maken, een bakkie koffie mee kan drinken en de ‘wereld’problemen mee kan oplossen.

Vrouwlief werkt nog, dus het is koffiedrinken in je eentje, of het vertier buitenshuis zoeken. Nu heb ik deelgenomen aan de cursus afscheid van arbeid en daar wordt nadrukkelijk op het hart gedrukt om een maand of vier tot een half jaar geen verplichtingen aan te gaan. Maar als je een gezelligheidsdier bent dan valt dat niet mee.

Zo ben ik me een beetje gaan verdiepen in wat er voor mogelijkheden zijn. Buiten het feit dat ik door verschillende organisaties ben benaderd om bij hen de kar te trekken, of ondersteuning te geven. (Ik kreeg zelfs twee dagen na mijn pensioen al een betaalde baan aangeboden) Maar wat ik in de cursus heb geleerd is rust nemen en zelf beslissingen nemen in leuke dingen. Dat heb ik gedaan.

Kort geleden is er een nieuw vervoersproject opgestart, genaamd de Mus. De Mus is ontstaan uit een samenwerking tussen de gemeente Midden-Delfland, DOEL, Pieter van Foreest en Stichting Welzijn Midden-Delfland. Ik kreeg de folder via via binnen en besloot er informatie naar in te winnen.

Via de stichting DOEL wordt e.e.a. gecoördineerd en zo ging ik op een koude maar droge maandagmorgen op het fietsje richting het GGZ in Delft. Ik ben bekend op het terrein, dacht ik. Met mijn broers en vader heb ik er 23 jaar muziek gemaakt in de fanfare Kunst Na Arbeid. De oude paviljoens zaten gegrift in mijn geheugen. Maar het oude St.JorisGasthuisterrein heeft een complete metamorfose ondergaan. En zo verdwaalde ik bijna op bekend terrein.

Na wat navragen stond ik plots voor het gebouw van DOEL. DOEL is een organisatie die aan mensen met een bijstandsuitkering die wat meer ondersteuning nodig hebben dan de reguliere re-integratiebureau kunnen bieden, een helpende hand toe steken. DOEL begeleidt cliënten op verwijzing van de consulenten Werk van de gemeente. De trajectbegeleiders brengen in kaart op welke levensgebieden de cliënt stappen kan maken op de participatieladder. Vervolgens wordt een trajectplan opgesteld en wordt de cliënt gestimuleerd om zelfstandig aan de slag te gaan met de afspraken die gemaakt zijn.

Nu wil/kan ik mijzelf niet echt plaatsen in deze doelgroep maar het initiatief dat men ondersteunt spreekt mij zeker aan. Zo kwam ik op sollicitatie-/kennismakingsgesprek bij de coördinator van de Mus. Het was maar kort. Slechts een kwartiertje en men was er van overtuigd dat ik de kwaliteiten heb om e.e.a. op te pakken.

Twee dagen later al is mijn eerste kennismaking met het voertuig zelf. Aan een kabeltje staat het karretje op te warmen aan een stopcontact. Ik zeg op te warmen, maar dat is het eigenlijk niet. Er zit namelijk geen verwarming in het karretje. Achterin liggen fleecedekens. Met nog een andere nieuwe chauffeur worden we wegwijs gemaakt hoe het apparaat werkt. Eigenlijk kinderlijk eenvoudig, maar toch. We zoeken wat koffiemomenten op en rijden dan vanuit Akkerleven, het verzorgingshuis in Schipluiden, naar Den Hoorn, De Kickerthoek. Onderweg hebben we bekijks, veel bekijks. In Den Hoorn is een activiteit van ouderen. Opperstalspreekmeester Peet Vermeulen maakt van de gelegenheid gebruik om het vervoersproject nog even te promoten. Na de koffie en het heerlijke koekje aanvaarden we de rit terug. De eerste kennismaking zit erop als ik het voertuig achteruit kan inparkeren en terugzet bij Akkerleven.

Een ervaring rijker en een leuk doel van de dag heeft zijn beloop gekregen. Op dinsdag is het mijn beurt. Wilt u een rit boeken, dan kunt u reserveren. Kijk even op de site van de Mus. Wie weet komen we elkaar een keer tegen en doen tijdens de rit een gezellig praatje.