370. Nationale puzzeldag

Elke dag heeft tegenwoordig wel een nationaal karakter. 29 januari is het Nationale Puzzeldag. En daar zijn wij van, van puzzelen. We houden ons aan het leggen van Jan van Haasterenpuzzels. Puzzels met een druk karakter, humor en frappante dingetjes, als Sinterklaas, de haaienvin, de krab, Jan zelf en meer van deze zaken. We besluiten iets te doen met deze dag die te maken heeft met puzzelen.

Mijn lief heeft een afspraak gemaakt met een begeleidster van activiteitencentrum Spoorzicht in Dordrecht. Spoorzicht biedt dagbesteding aan mensen met een verstandelijke, lichamelijke en/of meervoudige beperking. Hier gaat alles op het tempo dat de mensen aan kunnen en leuk vinden.

Het is half tien als de rit richting station Delft-Zuid gaat. Op mijn display direct een waarschuwing. ‘Er moet lucht in de banden en dan moet u deze melding resetten.’ Ik zie het maar doe dit straks op de terugweg wel. De auto parkeren bij het station is op dit tijdstip een rampenplan en zeker aan de kant van Eneco. Daarom probeer ik het aan de andere kant en schiet de Isaac da Costalaan in. Ook daar blijkt het een probleem om de auto netjes weg te zetten. Maar een klein gaatje is genoeg om de onze er tussen te duwen.

Dan is het wachten op de sprinter die ons van station Delft Zuid naar Dordrecht zal brengen. Bij het woord sprinter denk je aan, alleen de grote stations worden aangedaan. Niets is minder waar. Alle stations tussen ons startstation en de eindbestemming krijgen bezoek en wordt er gewacht tot eenieder is in- en uitgestapt. En zo duurt de rit bijna 40 minuten. Het voordeel, je kunt lekker onderuit zakken en je kunt de aandacht laten varen. Dordrecht is het eindpunt, je zou dus zelfs een uiltje kunnen knappen.

Bij station Dordrecht is het even zoeken welke kant we op moeten. De telefoon wordt opgestart en we volgen het ronde bolletje dat over het scherm wandelt. Na een 10-tal minuten hebben we de locatie gevonden.

Wanneer we voor de deur staan bij Spoorzicht hoeft er niet te worden gebeld. Een ‘gastheer’ vraagt je naar wie je op zoek bent. “Crista”, zegt mijn echtgenote. “Ik weet waar ze zit”, zegt de man die ook een dagbesteder is, “loop maar mee.” Het wordt toch even zoeken, maar dan hebben we haar lokaal gevonden. “Hier werkt ze”, zegt onze gids. We stappen het lokaal binnen en worden direct als verwacht aangekondigd. “Crista heeft ons op de hoogte gebracht van jullie bezoek”, zegt een medebegeleidster. “Ze komt er zo aan. Willen jullie koffie?”

Bij dit activiteitencentrum heeft men o.a. een groep die Jan van Haasterenpuzzels legt. Een drietal cliënten zit aan tafel met een puzzel voor de neus. Een iemand sorteert de stukjes op een dienblad. Met deze puzzels hebben de dagbesteders heerlijk en plezierig werk. De puzzels die men krijgt aangeboden zijn doorgaans incompleet. Zo hebben ook wij onze incomplete collectie van 25 puzzels gedoneerd aan deze groep. Voor een verwoed puzzelaar is het een crime als de puzzel niet compleet is. Een puzzel die niet compleet is, is geen puzzel. Hier maakt het niets uit. De gelegde puzzels worden in stukken weggelegd. In een magazijn staan de dozen opgestapeld met inhoud. Netjes gestickerd staan de dozen van hetzelfde aantal bij elkaar. In sommige dozen zitten meerdere puzzels, gemaakt en geclusterd, weggelegd.

Vanuit het hele land komen er aanvragen van ontbrekende stukjes. Daar is ook een speciaal e-mailadres voor aangemaakt. De incomplete puzzels komen tevoorschijn. Bij het opgestuurde e-mailtje moet worden ingesloten: een foto van het nummer van de puzzel, een foto van minimaal een blokje van 16 stukjes rondom het ontbrekende stukje en een foto van de zijkant van de puzzeldoos. De foto’s moeten van een goede kwaliteit zijn. Er moet tevens worden aangegeven of het om een gladde glimmende of matte puzzel gaat. Dan gaat een cliënt van de dagbesteding aan de slag. Minutieus vergelijkt ze puzzel voor puzzel met de toegestuurde foto’s. Details, niet alleen van het ontbrekende stukje, maar ook van de omgeving van het stukje dat zoek is, worden vergeleken met de puzzel die in bezit is van Spoorzicht. Dan, als het stukje goed genoeg is wordt er een foto opgestuurd naar de aanvrager. Deze betaalt als hij/zij akkoord gaat €1,00 voor het stukje en €1,00 voor de verzendkosten. Maar daarmee heb je wel de puzzel compleet.

We mogen ervaren hoe dit proces werkt. Heel nauwkeurig, waar ikzelf het stukje als ‘top’ kwalificeer, krijgt het stukje een ‘nee, echt niet.’ Het kan zes weken duren voor je een reactie krijgt. Gemiddeld ontvangt men bij Spoorzicht zo’n 50 aanvragen per week, dat is niet misselijk.

Tijdens ons bezoek gaat het puzzelen gewoon door. Als een van de cliënten een stukje heeft gevonden, steekt ze haar handen in de lucht en roept ze dit triomfantelijk. Ze krijgt een compliment van Crista. Er is een klik tussen begeleiders en cliënten, enthousiasme ook, dat proef en zie je.

Klokslag half een staat iedereen op. Etenstijd. Wij nemen afscheid van de groep. Om vier uur gaat iedereen naar huis om de volgende dag weer met evenveel plezier terug te komen en aan de puzzel verder te gaan.

Nog even duiken we Dordrecht is. Het is fris, grauw en grijs. Om drie uur hebben we het gezien en nemen we de trein terug. Bij de auto aangekomen nog steeds diezelfde melding op mijn display, toch maar even naar de garage. Er zit een schroef in mijn band. Ter plekke wordt de band gerepareerd. Super! garage Schenkeveld.

’s Avonds bij Nieuwsuur wordt aandacht besteed aan het NK-puzzelen. Binnen 57 minuten ligt de Jan van Haasterenpuzzel ‘At the Beach’ van 1000 stukjes in elkaar. Zo snel gaat het bij Spoorzicht niet, maar de liefde en het doel is vele malen belangrijker.

109. Een dagje buitenspelen

Ik mag vandaag een dagje buitenspelen. D.w.z. ik ga naar de uitleg van het onlangs afgesloten Sectorale Arbeidsvoorwaardenregeling Waterschappen in een bijeenkomst van de gezamenlijke vakbonden. Tenminste afgesloten, dat is ie nog steeds niet. Tekstueel moet er nog wat aan worden geschaafd.

Ik besluit minder milieubelastend te reizen en rijd eerst met de auto naar station Delft-Zuid om vandaar mijn reis te vervolgen richting Woerden. Nu is het rittenpatroon Rotterdam – Woerden er niet één die regelmatig wordt gereden. Nou, ja, wel regelmatig maar niet regelmatig in de zin van veel. Als je in Rotterdam de trein mist moet je in ieder geval een half uur blauwbekken voordat de volgende komt. Echter in Delft Zuid gaat het al direct mis. De thuis uitgestippelde route via de app. 9292 wordt in Delft-Zuid al danig verstoord.

Om even over acht uur stap ik mijn huis uit kom ik bij mijn auto aan.  De ruiten van mijn auto zijn bevroren. Dat is een tegenvaller. Ik zoek de krabber op en zet tegen beter weten in, alvast de motor even aan. Ook aan de binnenkant heeft de ijskoning grip gekregen op de ruiten. Na wat te hebben gekrabbeld rijd ik voorzichtig naar het station, niet wetend of het elders op mijn route ook glad kan zijn.

Aangekomen bij Delft-Zuid hebben meer mensen de auto genomen, dat tot gevolg heeft dat een plekje vinden wel even tijd kost. Na mijn auto weg te hebben gezet loop ik rustig naar het station om via de trap naar de overzijde te gaan. Een vriendelijke mevrouw hoor ik beneden mij omroepen dat de voor mij uitgestippelde trein er tussen uit is gevallen. Gevallen, hoe doet een trein dat, ik begrijp het niet. Ik check in en wacht onder het koude treinviaduct dan maar op de volgende.

Intussen kom ik een oud-collegaatje tegen die nu bij de RBG werkt en naar haar nieuwe locatie gaat in Schiedam. We praten even om daarna in Schiedam afscheid te nemen. Zij stapt uit, ik vervolg mijn route. Als ik in Rotterdam aan kom probeer ik mijn trein te halen die volgens het schema de juiste is. Met een beetje doorlopen kom ik aan op spoor 16. De trein staat er nog. Het bord erboven vermeldt geen Woerden, dus ik vraag het even aan een lieftallige NS-medewerker. “Jazeker meneer, deze gaat naar Woerden.” Waarschijnlijk i.v.m. de kou zijn alle deuren gesloten. Als ik echter op het knopje druk gaan deze open en krijg ik de kans om in te stappen. De trein is nog vrij leeg dus er is zitplaatskeuze genoeg. Ik probeer wat aan het nieuwe werken te doen en de WI-FI te gebruiken in de trein. Het scherm er voor komt wel op maar meer dan dat is niet mogelijk. Nu heb ik net geleerd dat je eigen telefoon als hotspot gebruiken te gevaarlijk is, dus de  IPad gaat terug in de tas.

Als ik enige tijd voor me uit heb zitten staren in een bijna lege trein, komen er twee meisjes binnenlopen. Ik zeg meisjes omdat ik niet goed weet hoe oud ze zijn en ze zien er nog jong uit. “Mogen wij hier zitten,” vraagt één van hen. Ik heb er geen bezwaar tegen. Het vragende meisje trekt haar jas uit en gaat zitten. Dan weet ik even niet waar ik kijken moet. Zo, die heeft een korte jurk aan, nee een ultra korte jurk. Ik probeer er geen acht op te slaan en kijk naar buiten. De dames gaan vervolgens druk aan de keuvel.

Na een kwartier in de trein te hebben gezeten, roept een man in de trein om, dat er een storing is aan dit treinstel. “Een momentje, nog”, zegt de man. Ik kijk even op mijn 9292 maar zie dat overstappen naar de naast staande trein geen optie is. Deze gaat een kwartier later pas weg en ik vertrouw de NS, afspraak is afspraak en dus is een momentje een momentje. Dit had ik niet moeten aannemen. Als zo’n tien minuten later opnieuw wordt omgeroepen dat de trein niet vertrekt proberen mensen naar buiten te gaan. Maar de NS houdt van zijn reizigers vasthouden en dus gaan de deuren niet meer open. Weer vijf minuten later. Ik zit inmiddels een half uur in de trein en op tijd op mijn afspraak  komen lukt ook niet meer, daar hoef ik me geen zorgen meer over te maken. Als dan ineens één van de deuren kan worden geopend wordt er omgeroepen dat de trein niet meer vertrekt en dat men de trein moet nemen die naast ‘ons’ spoor staat.

Binnen een paar minuten is het treinstel, waar ik in zit, leeg en heeft iedereen een plekje gekregen in de reeds gereedstaande trein. Ik zit nauwelijks als de twee meiden aan mij vragen of zij tegenover mij mogen zitten. “U heeft een vertrouwd gezicht”, zegt de andere langharige puber. Opnieuw gaan de jassen uit en krijgen de meiden het druk over ‘het dispuut’ en shoppen en Jessie die niet kan koken. Er zit wel een aardappeltje in het keeltje van de meiden, maar ik hoor het geanimeerd aan. Als één van de meiden een make-uptasje uit haar DKNY-tasje haalt, die nog veel te strak is (nog nieuw), neem ik eens goed in mij op hoe dat gaat. Ik ben dat niet gewend, mijn jongens gebruiken het niet en mijn vrouw is er ook niet echt van. Na een ‘versleten’ poederkwast, komt het spiegeltje tevoorschijn. Met wat nonchalante streken worden beide wangen wat geschilderd. Het gesprek gaat ondertussen gewoon door, over de commissie van financiën en die van gezamenlijke eten die ruzie hebben over geld. Vrouwen kunnen dus toch twee dingen tegelijk. Kwasten en praten. Dan worden de wenkbrauwen wat bijgetipt, de mond krijgt nog een stiftje en de wimpers worden wat strakker in een ronding gebracht. Als de borstel te voor schijn komt hangen de haren er aan. Na even door het haar heen te zijn gegaan zit de scheiding niet in het midden op het hoofd, maar misschien hoort dit zo. De oogleden krijgen als laatste een zacht borsteltje langs zich heen.

Even later gaan vader en moeder over de tong. Ze praten over het Blaricumse en hoe de pa van één van hen een nieuwe vriendin heeft. Het gaat om een ‘tang’, niet iemand om mee samen te kunnen leven. Het zijn dus Gooise meisjes, nooit eerder had ik ze van zo dichtbij gezien, maar nu in de trein, wat een ervaring.

Nadat het meisje E.K. uit B. haar gezichtje heeft bijgewerkt moet ze nog even bellen met de ING. Je zult je vast afvragen waarom en hoe kom je aan die initialen. Het meisje wil haar rekening laten omzetten en dat doet ze in de trein. “U kunt een e-mailtje sturen naar E……….K……@gmail.com.” Even dacht ik flauw, zal ik er direct ook een sturen, maar dat is inderdaad flauw. De trein heeft zich inmiddels in beweging gezet en we rijden. Het boemeltje van Purmerend, alle  stations hebben een stopplaats. Om over half tien kom ik aan in Woerden. Ik zeg de meisjes gedag en zij, zij lachen heel lief naar mij terug.

Als ik onderweg wandel richting FNV-gebouw in Woerden, voel ik de toetsen al weer onder mijn vingers branden. Ik kan het u niet onthouden. Lees ze en dankjewel Elisabeth (met een S) K. uit Blaricum. Ik weet nu ook hoe ik me in de trein kan opmaken.