409. Sinterklaas 2019

Het begon al vroeg dit jaar bij het hoogheemraadschap, mijn vorige werkgever, waar ik wederom mocht komen als Sinterklaas. Dit jaar voor de 14e keer. Men zocht het dit jaar bij de boer. Hoeve Ackerdijk was de locatie. In de stal stonden de tafels gereed waar een kleurplaat kon worden gemaakt. Buiten is een speurtocht uitgezet. Het is koud die dag. Ik kan mijn auto nog dicht bij de boerderij kwijt, gasten moeten hun auto langs de laan in het weiland zetten, met het risico dat ze er niet meer uitkomen.

Ik loop er in ‘burger’ rond. Personeel vraagt op slinkse wijze, terwijl hun zoon of dochter in de buurt is, of ik eh….. ik knik alleen. Pieten, roetveeg en traditioneel zwart wandelen over het terrein. Het is tijd om mezelf om te toveren. Het is altijd weer even spannend, zo’n eerste keer. Midden in de verkleedpartij komt de directeur bij me binnen. “Wat ga jij zeggen, Aad”, vraagt hij. “Afhankelijk van wat jij gaat zeggen”, antwoord ik hem. Ik laat me niet uit de tent lokken, maar bereid het ook eigenlijk niet voor.

Om even over half vier krijg ik een seintje, ik word verwacht. Wandelend door de bagger ga ik richting stal. In mijn ene hand de staf in mijn andere mijn witte albe hoog houdend. In de verte staat een meisje van een jaar of vijf op me te wachten. Ze rent op mij af en klemt me tussen haar handjes. “Sinterklaas, Sinterklaas”, roept ze terwijl ik even geen kant op kan. Wanneer ik ‘los’ ben wandel ik de stal in. Op de stoel zit, zoals gebruikelijk, ondeugende Piet. Onder de stoel ligt een poes te slapen. De directeur doet zijn verhaal en is blij dat er zoveel ouders aanwezig zijn. Hij vertelt dat er een nieuwe CAO is vastgesteld , ik probeer er op in te haken. Dan gaan we over tot het uitreiken van de cadeautjes, altijd het hoogtepunt. Het gaat er soms hectisch aan toe. Kinderen verdringen zich rond de Sint. Als elk kind een cadeautje heeft tellen we af. Van 10 naar 1 dan mag het pakje open. Blije gezichtjes. Kindjes die komen bedanken en een kindje dat komt vertellen dat ze zulke kouwe handjes heeft. Ik pak haar handjes vast en warm ze op in mijn handschoenen. Vader maakt er een mooie foto van. Terwijl er nog wat foto’s met de Sint worden gemaakt zie ik de ouders al vertrekken. Zij hebben mogelijk net zulke koude voeten als ik heb. Ik hoef nog net aan niet het licht uit te doen omdat ik als laatste vertrek, maar het scheelt weinig. Het eerste optreden zit er weer op. Nog even nakaarten en dan ga ik naar huis.

Een week later ga ik wederom in ’t pak. Dit keer bij de Zonnebloem Schipluiden. Het is altijd bijzonder om je te gaan verkleden op een locatie in een pastorie. Alsof ik dan eindelijk als bisschop op mijn plek ben. Wanneer ik aankom zijn mijn Pieten zich al aan ’t voorbereiden. Bijzondere Pieten met een leeftijd van boven de 70 jaar. Ouder dit keer dan de eigenlijke leeftijd van de Sint zelf. Op hun gezicht zie ik witte vlekken, niet omdat het roetveegpieten zijn, maar omdat het thema van het Sinterklaas staat in het teken van de boerderij. Het zijn dus koevlekpieten. Wanneer ik me heb verkleed begeef ik me door de kerk heen naar de zaal waar onze gasten al met spanning wachten op mijn komst. In de hal van de zaal word ik verwelkomd door een groep kleutertjes. Kleine mensjes die een muts op hebben met hun naam er op. Dat is handig. Ik loop door de groep heen en word verwelkomd door de voorzitter van de Zonnebloem, krijg een stoel aangewezen en settle me.

De kinderen van de St.Jozefschool hebben een dansje ingestudeerd en willen die graag aan Sinterklaas laten zien. Daardoor staan ze wel met hun rug naar het publiek. De oplossing is om het daarna nogmaals te doen maar dan rondom Sinterklaas met het gezicht naar het publiek. Een klein mannetje vraagt of hij bij Sinterklaas op schoot mag. Als goedheilig man voldoe je aan de vraag. Ik trek hem op mijn schoot. Nu blijkt dat de mutsjes van de kinderen zijn gemaakt van karton en crêpepapier. Een rood mutsje komt te liggen tussen de billen van het kindje en mijn witte albe. Wanneer er foto’s worden gemaakt voel ik dat het warm wordt op mijn schoot. Het kind straalt warmte uit, is mijn mening. Wanneer hij echter van de schoot af is, blijkt hij, waarschijnlijk van de spanning, zijn plasje te hebben gedaan in de schoot van Sinterklaas. Oei. De oudere mensen wijzen mij op de rood/gele vlekken op mijn witte albe. Ik kan er nu echter niets meer aan doen. Door mijn hoofd schiet direct: ‘Maar wat moet ik vanmiddag?’ Die middag heb ik namelijk nog twee optredens staan.

Ik wandel terug naar de plek waar ik me eerder heb aangekleed. Daar aangekomen laat ik aan de administratrice van de kerk zien wat er is gebeurd. “Dat zijn crêpepapiervlekken, Aad, die krijg je er nooit meer uit.” Daar schrik ik van. Zover had ik me niet gerealiseerd. Even ben ik van de wereld weggeslagen. “Zal ik kijken of we nog een oude albe hebben hangen op de zolder?”, vraagt ze. Dat lijkt me een goed idee. Ze komt met een oude albe aanlopen, waar wat gaatjes in zitten en hier en daar een roestvlekje. Die zullen ze niet meer gebruiken, denk ik, dat blijkt later anders. Gelukkig zitten de meeste oneffenheden op de rug, die zijn niet zichtbaar. Ik ben in ieder geval voor die middag gered.

’s Middags worden er twee bezoeken gebracht aan de Bibliotheek. Tegenwoordig De Plataan hetend. Een in Den Hoorn en die in Maassluis. We moeten het dit keer doen met roetveegpieten is gevraagd. Met twee zeer ervaren Pieten gaan we op pad. In Den Hoorn treffen we zo’n zeventig kinderen aan en veel ouders. Ze zitten bijna op mijn lip en verdringen zich om bij me in de buurt te komen. Vlak voor me staat een van mijn voorleeskinderen. Hij staart mij aan maar zegt niks. Ook bij hem thuis niet. Hij heeft mij niet herkend.

Er worden veel vragen gesteld aan Sinterklaas. Hoe oud hij is en hoeveel Pieten hij heeft. Maar ook hoe het zit met Americo en Ozosnel. En of Ozosnel ook over de daken kan lopen. Waarom Malle Pietje van die gekke cadeautjes in de schoen gooit. Vragen die ik zowel in Den Hoorn als Maassluis tegen kom. In Den Hoorn word ik netjes ontvangen door een mevrouw die ook als Piet meedoet in de optocht van Delft. Daar speelt ze omaPiet. In Maassluis krijg ik direct een microfoon in mijn handen gedrukt. Hier heeft men bankjes neergezet. Zo heb ik wat meer overzicht. Ook hier mag de foto met Sinterklaas en zijn Pieten niet ontbreken. Twee leuke optredens niet alleen voor ons maar ook voor de bibliotheek kennelijk want een dag later boeken ze alvast voor 2020.

Er zijn even wat vrije dagen. Dan mag ik op zondag schoentjes uitdelen bij Albert Heijn in Schipluiden. Altijd een feestje, niet alleen voor de kinderen maar ook voor mij. Met veel kinderen worden foto’s gemaakt. Bij Albert Heijn kan men kruidnootjes bakken. Leuk. Kinderen die hun schoen niet hebben gezet krijgen toch hun lekkers. Albert Heijn Buckers zorgt dat er genoeg uit te delen is. In de winkel lopen ook Pieten, buiten die we zelf meenemen. De twee meiden die dit keer met me meegaan zijn door de wol geverfd. Ze voelen mij aan en doen prima mee. Mensen die hun boodschappen komen doen spreek ik aan. Soms kijken ze me verbijsterend aan. “Wie ben je?” vragen ze dan. “Sinterklaas”, geef ik als antwoord. Het is vragen naar de bekende weg. Na een dik uur is het tijd om te vertrekken en op pad te gaan voor gezinsbezoeken.

Wandelend door Schipluiden, gaan we naar ons eerste adres. Een adres waar ik inmiddels bijna mijn eigen stoel heb. Ik kom er voor de zevende keer nu, heb ik berekend. Na het gesprek met de kids, schiet ik over naar opa en oma. Dan wordt het emotioneel. Er is ziekte en zeer in de familie en dan moet je het grappige even later varen, op de serieuze toer gaan en bemoedigende woorden uitspreken. Ik heb het er even moeilijk mee. Het wordt gewaardeerd, merk ik. Dan op naar het volgende adres. Hele kleine kinderen, waar het gesprek volledig bij Sint vandaan moet komen. Bang als ze zijn om bij Sinterklaas te komen, zijn ze in afwachting van het moment dat ik de deur weer achter me dichttrek. Vervolgens naar het volgende adres. We zijn wat aan de vroege kant en zien de boekster nog op de fiets op weg naar haar ouders. Er wordt besloten om even voorbij te rijden en verderop te wachten. Tot tweemaal toe zien we een Sinterklaasauto voorbij rijden. Het is druk vandaag voor de Sint.

We gaan op weg naar boekingnr. drie. Alleen maar ongelovigen. Maar dat is ook leuk. Het is cabaret met een hoog lach gehalte. Opa en oma die te grazen worden genomen, maar ook volwassen jongens en meisjes krijgen een beurt. Een geweldig leuk gebeuren. Dan naar een adres in Den Hoorn. Een oud-collega met zijn gezin. Hier hebben de kinderen de meeste aandacht. Ik kan er heerlijk mee in gesprek. Na 25 minuten gaan we naar het volgende bezoek in Rijswijk. Opa heeft een apart cadeautje gekocht voor zijn kinderen en vraagt om er wat aandacht aan te besteden. De kleinkinderen krijgen één gezamenlijk cadeau. Een treinbaan met alles erop en eraan. Wederom een leuk bezoek. Het oudste kind speelt een muziekstukje op zijn trompet voor de Sint. Dan is het voorbij. De tweede druk dag.

De albe met crêpepapier vlekken gaat voor de vierde keer in de was. Nu wordt deze ingesmeerd en geboend met dikke bleek. Er komt een ruwe borstel aan te pas. Wanneer het deurtje open gaat zijn de rode vlekken eruit. Pffff, gelukkig weer lekker in mijn eigen kleding. Daar voel ik me toch het lekkerste in.

Ik breng de albe terug die ik heb geleend van de kerk. Keurig gewassen en gestreken, d.w.z. de albe met uitzondering van het kant aan onderkant en mouwen. Ik heb zelfs geprobeerd om de roestvlekjes weg te krijgen. Het kant is een teer goedje dat al wat jaren meegaat. Ik weet niet of het de strijkbout overleeft. Die middag krijg ik vanuit de commissie van beheer een stekelig gedichtje toegestuurd. Ik had het kant moeten strijken. Nu doen ze het zelf wel en verwachten van mij een hogere kerkbalansbijdrage. Beetje flauw, vind ik.

Op 5 december mag ik opnieuw aan de bak. Bij o.a. een familie waar ik inmiddels kind aan huis ben. Ik doe er nog een aantal. Op 4 december komt er nog een berichtje binnen op mijn Messenger. ‘We hadden jou heel graag geboekt, maar waren te laat. Zou je kunnen bellen morgen dat je het te druk hebt en daardoor niet kunt komen.’ Ik besluiten even te FaceTimen. Gespannen zitten de kinderen achter het scherm. Dan gaan we op pad. Waar ik in het verleden behoorlijk uit kon lopen, ga ik nu lekker in de pas. Iedereen uit het grote boek krijgt aandacht. Ook die mevrouw ‘die op dezelfde dag als Sinterklaas jarig is’. Ik heb haar even opgezocht op social media en weet dus precies om wie het gaat als ik haar aanwijs als de jarige. Ze schrikt ervan, maar dat is social media. Je kunt bijna alles vinden. Bij één van de laatste bezoeken krijg Sint ook een cadeautje, een Tony Chocolonely reep met een gedicht. Na een lange middag rijden we in het donker terug naar de verkleedschuur. Onze Pieten die zonder Sint op pad zijn gegaan, zijn bij de snackbar langs geweest. We eten even uit het vuistje. Sinterklaas 2019 is weer voorbij.

2019 was niet echt een druk jaar. Is het de recessie, is het de discussie die nu weer een paar jaar bezig is? Ik heb geen idee.

Ga je volgend jaar nog verder, wordt me vaak gevraagd. Ik bekijk het per jaar. Het blijft leuk. Volgend jaar beraad ik me weer. Ik gooi mijn Sintattributen in ieder geval niet weg.

357. Als het AD op bezoek komt bij de Sint

21 november 2018, een drukke dag. Ik ben al vroeg op. De verkleedkist is leeg. De Sinterklaasoutfit ligt in de auto. Naast het feit dat ik zelf op bezoek ga, krijg ik vandaag ook zelf bezoek. Een fotograaf van het Algemeen Dagblad komt foto’s maken. Tijdens het schminken zal de camera snorren. Ik ben benieuwd.

Mijn eerste optreden als Sinterklaas voor 2018 is een Zonnebloemadres. De avond tevoren heb ik mijn outfit en staf al in de auto gelegd. Ik durf het risico niet te nemen om de spullen ‘s ochtends vroeg in de auto te doen, omdat dit gelijk is met het naar school gaan van gelovige kids. Het zou niet fijn zijn als mijn staf, die ik de dag ervoor stevig heb gepoetst, het sprookje om zeep zou helpen. Glimmend ligt het gevaarte met de krul naar beneden onder mijn kledingtas.

Om even over negenen rijd ik naar de locatie. Via een achterdeur breng ik mijn spullen naar binnen. In het invalidentoilet is men druk bezig met het schminken van mijn zwarte Pieten. Prachtig om te zien hoe twee dames op leeftijd veranderen in jong uitziende Pieten. Ik moet even wachten om zelf aan de bak te gaan. Het wachten is op de fotograaf die stapsgewijze wil fotograferen hoe de metamorfose gaat plaatsvinden. Even is er een lichte paniek. De fotograaf heeft op naastgelegen adres gebeld, waar men hem doorstuurt naar de locatie waar het feest zal plaatsvinden. Kort daarop ontmoeten we elkaar toch en kan ik aan de slag. Met het fototoestel in de aanslag klikt de fotograaf raak. Bij het aanbrengen van de snor loopt hij mee naar de spiegel, waar ik de snor op mijn gezicht aanbreng. De mijter gaat op de handschoenen aan en de staf in de hand. Het plaatje is compleet.

Door de kerk loop ik naar de feestlocatie. Opnieuw wordt er een foto gemaakt. Bij binnenkomst hoor ik dat er gezongen wordt. Een tiental kinderen van de basisschool St. Jozef met twee leerkrachten zingen met de ouderen wat Sinterklaasliedjes. De voorzitster van de Zonnebloem heet mij van harte welkom, ik krijg de mooie stoel toegewezen. Nog even een foto maken met de Sint, dan gaan de kinderen terug naar school. Een van de deelnemers van de Zonnebloem heeft een ‘politiek’ getint gedicht geschreven dat hij graag aan Sinterklaas wil voorlezen. Tradities, dat is waar het om gaat en die mogen niet uit handen worden genomen. Over enkele bezoekers heb ik een verhaaltje. De namen liggen op tafel. Het Grote boek is uit elkaar gevallen. Sint haalt de genomineerden naar voren. Het spel wordt door de ouderen meegespeeld, zij zetten de Sint soms op het verkeerde been. Het gaat er leuk aan toe. Het advocaatje-slagroom en het borreltje maken het af. Om half twaalf is het tijd om te vertrekken. Sint heeft de vrijheid gekregen om zijn verhaaltjes te doen. Ik neem van iedereen persoonlijk afstand, noem de gast bij naam en ga naar de volgende, tot ik ze allemaal een hand heb gegeven.

Terug in de schminkkamer moet alles uit. Een drijfnatte albe, een witte coltrui die je uit kan wringen en een baardstel waar behoorlijk het vocht in zit. De snor gaat af, de schmink verdwijnt van het gezicht. Snel een zeepje door de snuit en dan op naar het volgende optreden. Wederom als Sinterklaas.

Even langs huis om droge kleding op te halen en dan naar SnowWorld in Zoetermeer voor een bedrijfsbezoek. Het bedrijf, mijn oude werkgever, heeft bij SnowWorld haar kinderfeest georganiseerd. De doos waar mijn baardstel en pruik in zit gaat in de auto op de grond open voor de bijrijdersstoel. De verwarming gaat op hoog. Wanneer ik op locatie aankom zijn de Pieten al bijna klaar. Sommige zwart geschminkt en anderen als roetveeg. Voor het eerst als roetveeg, nee toch niet. Bij het optreden voor het ‘Feesthuis, een paar jaar terug, heeft er ook één meegelopen op verzoek van het bedrijf dat we bezochten. Ook bij mijn oude werkgever wil de directeur, in navolging van de NTR, dat er met roetveeg Pieten wordt gewerkt. Twee werknemers lenen zich ervoor drie andere werken zwart. Het gezelschap van het Delfland Pieten wordt aangevuld met die van SnowWorld, ook zwart geschminkt. Voor mij is het even pauze, tijd voor een broodje.

De eerste ouders en kinderen komen binnen. Ik voeg me in burger tussen de binnenkomende gasten. “Moet jij niet……” en dan, dan wordt er wat gesmoesd. Ik heb de tijd. Tijd ook om de laatste stand van zaken binnen het bedrijf door te nemen. Ik wil het graag actueel opnemen. Hier heb ik geen tekst en mag ik me botvieren, ik heb daar alle vrijheid in. Rond de klok van half drie is het tijd voor opnieuw aankleden. Een nieuwe en droge albe en mantel. Het pak hangt nog in de plastic tas die de stomerij eroverheen heeft gedaan. Het is wederom achter de spiegel plaatsnemen en kleuren. Ik ben bijna klaar als de directeur mij de hand drukt. “Heb je nog iets speciaal voorbereid”, vraag ik hem. “Nee”, antwoordt hij mij, “jij”. Ook ik heb niets speciaals. “We laten het gewoon gaan”, zeg ik hem. Hij lacht en wenst me succes.

Dan word ik gehaald door twee Pieten. Het is zover. De deuren zijn gesloten als ik aan kom lopen en worden even later opengegooid. Er wordt uit volle borst gezongen. De eerste high-five is er met een kleuter van een jaar of vijf. Sint begeeft zich naar het podium dat rijkelijk is versierd met pakjes. Een mooie, grote, rode stoel is hier de zetel. Na een paar korte woorden komt de directeur op het podium. Er ontstaat een leuke discussie, waar zelfs wordt overwogen om een coupe te plegen en het Hoogheemraadschap van Rijnland te annexeren. Medewerkers die mee willen doen kunnen zich achter in de zaal inschrijven.

Dan is het tijd om de cadeautjes te verdelen. Op leeftijdsklasse komt de zak naar voren en worden de pakjes uitgedeeld. Een kleine hummel van drie staat als eerste op het podium als de zevenjarigen worden uitgenodigd. Ze wil ook niet meer weg. Na de pakjes een foto met de hele groep en dan de kinderen van zes en zo verder. Kinderen houden het cadeautje dicht tot iedereen een pakje heeft. Sint telt terug van tien naar één en dan mag er gescheurd worden. Als alle pakjes zijn uitgepakt komen kinderen Sinterklaas bedanken en willen even met hem op de foto. Wanneer ik zie dat de eerste ouders al in de vertrekhouding staan, stap ik ook gauw op. Ooit heb ik het licht uit moeten doen toen alle ouders vertrokken waren en Sint alleen achter bleef, dat gaat niet meer gebeuren.

Opnieuw afschminken. Mijn bovenlip vertoont al wat irritatie, nadat ik de snor ervan af heb getrokken. Opnieuw heb ik een drijfnatte pully aan. Ook de albe is nat. Mijn speciale schoenen gaan de tas in, de broek gaat uit en verruil ik voor een ander, geen herkenning van kleding en schoenen. Met Andrelon ei-shampoo smeer ik mijn gezicht flink in om het vervolgens met een tissue te verwijderen. Mijn gezicht is schraal. Dat is voor later. Wanneer ik weer in burger ben ruim ik alle spullen weer op. Opletten dat ik alles meeneem, want het wordt een druk jaar en ik heb echt alles nodig.

Nog even een glaasje fris, een babbeltje, een prachtig, versierde chocoladeletter S. Vrijwilligers moet je koesteren, al is het maar een kleine attentie. Rond half zes voel ik de vermoeidheid. Ik ga op weg naar huis. ’s Avonds wordt het banken.

De volgende dag verwacht ik de journaliste van het Algemeen Dagblad. Zij heeft mij er voor uitgenodigd en komt bij mij thuis op bezoek. De Sinterklaasshizzle heeft alweer een plekje gekregen op de kast. De Jan van Haasterenpuzzel van Sinterklaas hebben we net afgemaakt en ligt te pronken op de tafel. Nog even bij Appie Heijn wat strooigoed halen en gevulde speculaas. Dat hoort bij de Sint. Om tien uur gaat de bel mijn bezoek is gearriveerd. We kletsen wat af, de voicerecorder neemt het gesprek op. Het is een aangenaam gesprek, ik ben benieuwd naar de uitwerking.

Op zaterdag staat het interview in de regionale kranten Delft en Westland. Het is mooi verwoord. Leuk ook zoals het is opgepakt. Natuurlijk komt er een reactie op het woord ‘macht’ dat is opgenomen in het redactionele stuk, ik had niet anders verwacht. Het had beter geweest als er ‘alle vrijheid’, had gestaan. Macht is niet wat bij mij hoort, vrijheid des te beter.

280. Keuzemogelijkheid voor vervolgonderwijs

De Cito toets komt er nog aan. Op 17, 18 en 19 april is het zover dan mogen de leerlingen van groep 8 laten zien wat ze waard zijn. Dan is het keuzemoment voor welke school de volgende is, mogelijk al voorbij. Advertenties van onderwijsinstellingen doen geloven dat hun scholen echt de beste zijn. In mijn tijd had je die keuzemogelijkheid niet dan werd dat bepaalt, door je afkomst, je geloofsovertuiging, of dat men je mocht of niet. Willekeur bepaalde vaak waar je naar toe ‘moest’, tenminste zo heb ik dat ervaren. Ik heb mijn lagere schooltijd op een rijtje gezet. Voor mensen uit oud Den Hoorn (Ik zeg bewust geen Hoornees, of Hoornaar om elke discussie uit de weg te gaan) een mogelijk herkenbaar gebeuren.

Als oudste uit het gezin mag ik als eerste naar de R.K. kleuterschool in Den Hoorn. Moeder brengt mij weg. Er zijn een aantal gevaarlijke oversteken te maken en zeker loeispannend als je voor het eerst naar school gaat. De kleuterschool staat achter de katholieke kerk H.H. Antonius en Cornelius die aan de Hoornseweg staat. Het is daarna de Schoolstraat uitlopen, langs het zusterhuis van De Zusters Franciscanessen van Aerdenhout met de veiling aan de andere kant. Op de veiling heb je nog de diverse havens die veiligheidshalve met een gaashek zijn afgesloten. Dan een smalle poort door waar aan je linkerhand de Mariaschool staat. Als je in de poort rechtdoor loopt kom je uit bij de St. Jozefkleuterschool. De school wordt ook geleid door zusters Franciscanessen. Ik kom er terecht in de klas van juffrouw Ria. Juffrouw Ria was Ria Vollering, zij komt van een boerderij die dan staat aan de Woudseweg. Het is de plek waar lange tijd de ingang is van de voetbalvereniging RKSV Den Hoorn. Het tweede ‘leerjaar’ kom ik terecht in de kleuterklas van zuster Christella. Gekscherend wordt er weleens gesproken over Castella, maar dat was een merknaam van een zeepproduct. Het zijn gemengde klassen van jongens en meisjes. Ik weet me nog van heel vroeg te herinneren dat er ook een altaartje is. Er hangt een kinderkazuifel en voor mij is dat de ideale kleding. Dan al ben ik er niet vies van om me af en toe te verkleden. Ik kies vaak voor het kazuifel en eigenlijk wordt het mijn standaard speelplek. Ik maakt die keuze omdat ik later ook echt priester wil worden. Ik weet, dan hoef je niet in militaire dienst, ik ben een schijthuis en wil alles wat met geweld te maken heeft zoveel als maar mogelijk is vermijden. De speelkwartieren zijn eigenlijk de mooiste en spannendste van de hele dag. Je kan dan vanaf de speelplaats het treinverkeer volgen dat vanaf de veiling richting Schipluiden rijdt. Immens grote locomotieven die met achterhangende wagons de groente en fruit, maar ook de steenkool vervoerde. Een machtig gezicht. Bij het naar huis gaan staat de kleine zuster Justina met nog meer verkeersbrigadiers, altijd met het rood-witte oversteekbord op de Hoornseweg om het, dan nog niet zo drukke, verkeer tot stoppen te dwingen. Een enkele keer gaat dat fout en rijdt men gewoon door. Er zijn kinderen aangereden op dat zebrapad.

De Mariaschool uit die tijd is een jongens en meisjesschool. Daaraan vast zit de zgn. naaischool. De V.G.L.O. Bernadette. Hier krijgen meisje uit Den Hoorn, maar ook Delft, de Lier, Schipluiden en Maasland les in de huishoudelijke activiteiten. Tegenwoordig doet men kennelijk maar wat waar men vroeger zelfs een school voor nodig had.

In 1958, als ik zes jaar oud ben, wordt, omdat Den Hoorn uitbreidt, een nieuwe jongensschool gebouwd aan het Koningin Julianaplein, de Justus van Schoonhovenschool. De meisjes blijven achter in de Mariaschool. Ik behoor dus tot de eerste lichting leerlingen die gebruik gaat maken van die school. Ik kom er terecht met een groep jongens uit de buurt. Simon de Kok, Alphons (Pim) de Wit, Jan van der Kraan en Peter van Mil. Het is een grote klas, 41 leerlingen. Juffrouw (Gerda) Lander zwaait de scepter in het eerste leerjaar. Ik behoor niet tot de grootste bollebozen, kan goed meekomen, maar behaal nooit de top tien in de klas, waar juffrouw Lander er altijd een competitie van probeert te maken. Het volgende jaar kom ik terecht bij Juffrouw Boukamp. Haar voornaam kan ik niet meer achterhalen. Een in mijn herinnering prachtige jonge leerkracht, waar je zo verliefd op zou kunnen worden. Prachtig donker haar en een heel lief poppengezichtje. In de jaren 80 heb ik ooit nog eens geprobeerd contact met haar te zoeken, louter uit belangstelling, zij gaf mij echter te kennen dat het nooit haar gelukkigste tijd is geweest en het er absoluut niet over te willen hebben. De derde klas is een klas, waar we er plots een aantal leerlingen bij krijgen. De klassenjuf, Ans Pieper, is een strenge onderwijzeres. Er blijven in die klas veel leerlingen zitten. Je doet het niet gauw goed bij deze in mijn ogen, oude prentenboek. Zij heeft een passie voor alles wat te maken heeft met de Mariaverschijning tussen mei en oktober 1917, waar Maria zes keer verschenen zou zijn aan de drie herderskinderen (Zuster) Lucia, Francisco en Jacinta nabij het Portugese stadje Fátima. Zij wist er prachtige verhalen over te vertellen en heeft er bij haar thuis een kapelletje voor ingericht. Om de beurt mag er op een zaterdag een groepje met haar mee, om dat ook te zien. Aan het eind van het jaar blijven ook van mijn klas weer aardig wat leerlingen zitten en moeten het jaar overdoen. Het vierde jaar komen we terecht bij meester Jan Dukker. Jan was eerder gymnastiekleraar geweest aan de school, had de kweekschool gedaan en koos er dat jaar voor om klassenleraar te worden. Wat er van hem is bijgebleven: Dat hij fantastische verhalen kan vertellen. Leerlingen uit de klas kijken uit naar de vrijdagmiddag wanneer er weer zo’n verhaal uit de boeken komt. Maar ook de fantasieverhalen die hij vertelt zijn mij lang bij gebleven. Als leerlingen hebben we hem ooit te pakken gehad als er op een maandagavond in de krant staat dat Jan bij zijn DHL, hij speelt er in het eerste van ie club, in eigen doel heeft gekopt. De volgende dag brengt iedereen het krantenknipsel mee. Kort geleden ben ik hem nog eens tegen gekomen. Hij kijkt mij aan en met een paar woorden herkent hij mij weer. Het vijfde leerjaar. Meester Henk Ortgiess is de klassenleraar. Hier wordt de klas gesplitst. Een A-klas voor de technische school, een B-klas voor de Mulo en een C-klas voor het Stanisslascollege. Ik mag naar de C-klas. Daarnaast zing ik in het kinderkoor van deze klassenleraar. Een koor dat regelmatig mag opdraven, om op school of in de kerk de mooiste liederen ten gehore te brengen. Hij ruilt mijn zorgvuldig opgebouwde postzegelverzameling die ik van mijn oma heb gekregen voor een niets zeggende verzameling suikerzakjes. Hij zal er niet minder van zijn geworden, maar wist ik wat het waard was. Op latere leeftijd trouwt hij met de juf van de eerste klas, Gerda Lander. De zesde klas is niet mijn gelukkigste klas. Ik heb moeite met mijn talen, heb nog enige maanden in de C-klas gezeten, die ook op zaterdag naar school moet, maar dan moet ik afhaken. Meester Jan Ham, hoofdonderwijzer van de school, heeft bij mijn ouders aangegeven dat ze veel meer handarbeiders nodig hebben. Omdat ik al uit de categorie arbeiders kom, moest dat mijn keuze worden, die er dus eigenlijk niet is.

Zo gaan mijn eerste schooljaren, die de basis zijn van hoe mijn leven verder verloopt. Geen hoogvlieger, een middenmoter. Maar nog altijd denk ik terug aan die tijd, want als, ja, als ik toch die kans had gehad om te mogen doorleren? Omkijken heeft geen zin. Ik heb een zeer gelukkig leven achter mij liggen, met een fantastische vrouw aan mijn zijde. Met twee geweldige aardige en getalenteerde zoons. Het is eigenlijk prima verlopen. Misschien is de keuze die de hoofdonderwijzer heeft gemaakt wel de enige juiste geweest.