429. Waar zijn de pepermuntjes gebleven?

Het eerste solextoertje in Coronatijd voor mij zit er weer op. Alsof Coranatijd een andere tijd is als ‘gewone’ tijd. Toch wel. De solexen stonden al op anderhalve meter geparkeerd. Het paste maar net onder de veranda. Het moeten er niet meer worden.

Het is half twee als ik de fiets uit de schuur haal. “Kijk eens op je buienradar”, zegt mijn vrouw. “er staan wat blauwe pieken op het zwarte scherm.” Oei, dat is niet misselijk, ik ben echter niet bang voor natte haren. Mijn Tuinderijjackje gaat mee. Nog maar net onderweg vallen de eerste spetters. Ik fiets rustig richting de Tuinderij. Daar aangekomen zie ik één van de medewerkers met een spuitbus de handvatten van de solexen bespuiten. Ze staan wijd uit elkaar. “Zin in, Aad”, zegt de medewerker. “Altijd”, is mijn antwoord. Ik loop door en voor dat ik naar binnen mag, moet ik even mijn handen ‘gellen’. Inmiddels valt de regen met bakken tegelijk naar beneden. Het nodigt niet echt uit om te gaan rijden, maar het is nog niet zover. Eenmaal binnen krijg ik te horen dat ik een mede-vooroprijder meekrijg. Ik ben benieuwd.

In de bedrijfskantine van het bedrijf hangt het schema voor die dag. Ik maak er nog even een fotootje van, zodat ik weet hoe laat ik waar moet zijn. De portofoons staan in de oplader en ik zoek er een oortje bij. Nu ik ‘nieuwe’ gehoorapparaten heb is het even uitproberen hoe dit werkt. Inmiddels is ook mijn stagiaire er en de bezemwagenchauffeur. Met de laatste heb ik al heel wat ritjes gemaakt.

Met de andere vooroprijder zoeken we het gele hesje en het tasje van de portofoon op. “Doen we een vetleren jas aan”, vraagt hij mij. “Nee”, antwoord ik, “het valt wel mee.” Maar als we even later naar buiten stappen hoost het nog steeds. Toch maar een jasje opzoeken.

Inmiddels is de groep gearriveerd. De meeste in een bloesje of T-shirt. De regen laat zich niet kennen en valt recht naar beneden. Het zijn allemaal bekenden van mij. Zij komen uit mijn woondorp. Een van de mannen heeft een 60+ button op. Duidelijk het feestvarken. Nog even wachten op nog een broer met partner voordat men naar binnen gaat. Die komen van veel verder weg en zijn tot op de laatste draad van hun kleding nat. Ze hebben gelukkig een verschoning bij zich.

Als de groep naar binnen gaat is het ook voor hen eerst verplicht handen gellen. Wij, begeleiders nemen de laatste instructies door.

Buiten weet Pluvius nog van geen ophouden. We doen het welkomstwoordje en men mag een leren jas uitzoeken. Bont wordt afgeraden i.v.m. de regen. Het duurt even voor men een goed sluitende jas heeft gevonden. Dan een klinisch haarnetje over de krullenbol en een helm. Men is klaar voor de rit.

Een verjaardag vieren moet worden vastgelegd. Veelvuldig gaat het telefoonhoesje open. Een foto en nog een en een filmpje. Nog even de technische uitleg en een groepsfoto en dan kunnen we op weg.

Na een oefenrondje blijkt dat er twee solexen kuren hebben. Van een doet de gashandel het niet, bij een ander moet men de remmen zover in knijpen en dan nog stopt de solex niet. We ruilen ze om. Dan gaan we op weg. Eerst nog wat rustig, dan wat meer gas. Echter de laatste solexberijdster blijft te ver achter, is het de lef niet hebben, of wil de solex niet. Ik krijg een berichtje vanuit de bezemwagen dat het gat te groot wordt. Het is knijpen in de remmen en met een gangetje van 24/25 km hobbelen we het Westland in, op weg naar de brasserie de Bosrand.

Er hangt een leuk sfeertje in de groep en ik heb alle tijd om mijn stagiaire wegwijs te maken. Hij kent de wegen die we berijden niet. Voor hem is het dus opletten en opslaan waar we links- en rechtsaf gaan.

Aangekomen bij de Bosrand komen we een solexgroep tegen die voor ons is gestart. Zij zitten buiten. Ons gezelschap krijgt een eigen kamer. De Tuinkamer, het is net het programma Bed & breakfast van omroep Max. Op deze locatie wordt verwacht dat je even helpt met het uitserveren van koffie, thee en wat lekkers. Dat doen we dan ook.

Na twintig minuten is het tijd voor vertrek. Rijdend langs de nieuwe Waterweg varen grote zeeschepen ons tegemoet. Ik weet niet of het het gezelschap is opgevallen. Nu kunnen we wat meer vaart maken. Een recht lang stuk, dus open dat gas. Ik word echter al snel terug gefloten. “Er valt een gat, Aad”, geeft de bezemkar door. De paarden van Manege “De Nieuwe Oranjehoeve” die langs de dijk lopen, hebben het niet op onze ‘monsters’. Ze slaan in galop en rennen zo hard als ze kunnen voor ons uit. Het zijn beelden die je soms ook ziet bij een Tour de France, waar paarden voor het peloton uit galopperen.

We rijden langs het bedrijf van Sjaak van Schie met hoogwaardige Hydrangea’s en buigen links af richting de Maasdijk. Op weg naar hoeve Bouwlust.

Opnieuw komen we een solexgroep tegen. De begeleider steekt zijn hand uit als we langsrijden, ik tik ‘m aan. Hier maak ik een kapitale fout, dit mag helemaal niet in Coronatijd, maar met de elleboog had het gegarandeerd mislukt.

Als we op het Gaagpad rijden vindt er een wissel plaats. Een van de solexen heeft er geen zin meer in. De bezemwagen is niet voor niets meegenomen. Achterop het karretje staan twee reserve mobielen, daar wordt er een van omgeruild. Na even een korte stop kunnen we verder.

Bij hoeve Bouwlust aangekomen hebben we bekijks. Gasten die hier op de camping logeren willen weten wat dit voor voertuigen zijn. Het zijn Engelsen, die kennen dit mobiel kennelijk niet.

Buiten wordt het drankje genuttigd en ja het mag een biertje of wijntje zijn. Dan komen de ongemakken ter spraken van de solex. Ze zijn te laag, het zadel doet zeer aan je kont, je krijgt er vieze handen van. “Ja”, zegt een uit de groep, “er moet altijd iets te zeiken zijn.”

Ook hier na twintig minuten op stap voor het laatste eindje. Terug naar ons woondorp. We kachelen over de Zouteveenseweg richting Keenenburgweg. Bij de valbrug, waarom valbrug en geen ophaalbrug?, buigen we linksaf, op weg naar onze thuisbasis.

Op een paar kleine spetters na hebben zijn we droog overgekomen. De groep heeft het naar de zin gehad. Nog een laatste foto en dan terug naar de garderobe om de jassen terug te hangen. Er wordt een diploma uitgereikt, die gaat naar de jarige. Afgesproken werk?

We nemen afscheid van de familie, ruimen de solexen weer netjes in de opslag. De kapotte mobielen gaan direct de reparatieafdeling in. Dan zit het er op.

Zoals gewoon komen we nog even bij elkaar in de bedrijfskantine. Dan zegt één van de jonge medewerkers: “Hé Aad, mag jij hier wel werken? Behoor jij niet tot de risicogroepen.” Even schrik ik er van. “Schei uit, man, ik ben pas 61”, lieg ik. “Oh”, zegt hij, “ik dacht dat je al over de 70 was.” Een mooi compliment. Ik heb er overigens later best van geslapen.

Wanneer ik naar buiten ga is het nog één keer de handen gellen. Ik zoek naar de pepermuntjes die altijd op de piano staan, ze zijn kennelijk al opgegeten, of mag dat ook niet in Corona. Het was een leuke maar geen spectaculaire rit. Ook wel eens leuk.

392. Solexrit met hindernissen

“Zou het wel doorgaan”, zegt mijn lief als we ‘s morgens opkomen. De stoelen en bankjes liggen achter in de tuin, waar ze normaliter tegen het huis aan staan. De planten van de tafel zijn spontaan de tuin in gewaaid en vind ik terug tussen de hortensia’s. Die dag moet ik nog een solextoer doen.

Ik ruim de tuin een beetje op terwijl ik in gevecht ben met de wind. Er staat nog steeds een straffe wind. 120 km/u geeft Weeronline aan op mijn mobiel. “Ach, het is nog niet zover”, antwoord ik mijn vrouw. Ze moet nog even boodschappen doen en komt even later nat terug. “Lekker dan”, zegt ze, “veel succes, vanmiddag.”

De toer begint om 12:30 uur. Ik eet nog even een boterham voor ik weg ga. Terwijl ik achter het glas zit waaien de wolken in hoge snelheid langs mijn raam. Ik zoek mijn bedrijfskleding op en trek nog een jas. Je kunt niet weten.

Om 12:00 uur waag ik het er op. Mijn fiets gaat in de hoogste ondersteuning. Ik heb zwaar tegenwind als ik de wijk uit rijd. Hier en daar liggen wat takken op de weg. Net voorbij het benzinestation Total krijg ik zwieper, ik schuif zowat de begraafplaats op. Een groep mensen komt er juist vanaf lopen.

Wanneer ik het Hodenpijlsepad op rijd ligt deze bezaaid met takken en bladeren. Een grote tak ligt dwars over de weg. Even afstappen en opzij schuiven. Zou niemand anders die tak hebben gezien of heeft niemand zin om af te stappen. De tak ligt mij er te gevaarlijk. Dan wordt het stevig trappen naar de Tuinderij.

Bij de Tuinderij maak ik even een foto van het programma voor vandaag. Altijd makkelijk, er zijn stoptijden aangegeven daar kan ik me op richten. Ik zoek mijn favoriete korte leren jas. Een geel hesje, de portofoonhouder en de portofoon. De solexen staan prachtig in het gelid gestald. Het gaat dus door.

Met de bezemwagenbestuurder halen we de groep op die op de Wurft aan het tafeltennissen is. 14 stoere mannen die hun teamuitje hebben en de pensionering van een van hen vieren. We dirigeren ze naar de tribune en heten de groep welkom. Ze krijgen te horen wat de bedoeling is van vanmiddag. De leren jas en helm wordt opgezocht. Dan is het tijd voor de uitleg van de solex. Zoals zo vaak moeten er eerst nog wat foto’s worden gemaakt. Twee mannen hebben een GoPro bij zich. De eerste filmpjes worden geschoten. Wanneer de uitleg klaar is rijden we een oefenrondje. En nog een. Onderweg ruim ik al wat takken van de weg. Een vijftal slechtvalken kijken vanaf de twee hokken, die hangen aan de loods van de Tuinderij, wat ik aan ‘t doen ben.

Na twee oefenrondjes het sein om te vertrekken. Eerst nog rustig voor de wind, maar als we tegenwind rijden, kom ik niet meer vooruit. Ik moet bijtrappen, mijn solex rijdt voor geen meter. Goed voor de conditie, maar niet heus. Dat wordt vast een natte rug.

Van achteren komt een busje aan rijden. Ik denk dat hij achter ons blijft. Van de andere kant komt een stationcar. Het busje zit plots tussen de groep solexers en de auto in. Met de spiegel raakt het busje de helm van een van de solexers. Het gaat maar net aan goed. Een GoPro registreert het kenteken. De chauffeur heeft kennelijk haast en maakt zich snel uit de voeten. Heeft hij niks gehoord of gevoeld? Het gaat tegenwind niet hard. Ik ben benieuwd of ik de eerste stop op tijd ga halen.

We draaien het Kraaijennest in. Hier is het helemaal drama. Er liggen bomen over de weg en hele dikke takken. Hier kunnen we niet verder. Nu begrijp ik waarom er gekapt moet worden. De bomen zijn ‘ziek’. Met vereende krachten slepen we de bomen van de weg af om weer twintig meter verder te rijden. We lijken van de hulptroepen. Opnieuw van de solex af en slepen. Ik neem contact op met de Tuinderij, maar daar zit kennelijk niemand achter de portofoon. Het is eigenlijk geen doen. Vanuit het westen komen donkere wolken aan waaien. Slechts één deelnemer heeft voor een regenbroek gekozen. Na er driemaal af te zijn geweest kunnen we verder. Plat op het stuur, anders rijden we achteruit in plaats van naar voren.

Wanneer we de Oudecampsweg in rijden gaat het wat beter, maar ook daar hebben de hulpdiensten nog geen takken weg gehaald. Bij de Maasdijk komt het zonnetje. De wind blijft stevig. Het tunneltje onder de Maasdijk is even een gilmoment. Zoals kinderen even een gil geven in een tunnel, doen een aantal van deze mannen dat ook. Dan de Oostelijke Slag in naar de Lange Kruisweg om bij de Total benzinepomp de Korte Kruisweg te nemen. Via de Oranjepolderweg gaan we naar de oversteek van Oranjedijk om daarna door te rijden naar restaurant de Bosrand. Het gaat nog bijna fout als we de oversteek maken. Het is aan de oplettendheid van de solexers te danken dat men niet omver wordt gereden. Terwijl we aaneengesloten oversteken moet een auto er nog even tussendoor. Bij de De Jonghkade gaan we linksaf. Een aantal solexers nemen het rit aan en rijden bij mij weg. Ik laat ze gaan. Zij weten niet dat ik plots rechtsaf ga.

Bij de Staelduinlaan is het nat. Er liggen bladeren op de weg en takken. Het is met twee handen aan het stuur en gas terug. Een bevroren weg is er niets bij. Rustig rijden we naar de eerste stop.

Bij de Bosrand is men niet op de hoogte van onze komst. Dat betekent geen gebak bij de koffie. De mannen malen er niet om. Bij een biertje hoort geen gebak. Op één been kan je niet lopen, men bestelt er een rondje bij. Na een half uurtje vertrekken we weer.

We gaan terug en nemen de Bonnenweg naar de Oranjedijk. Daar hebben we wind mee. Als één van de solexers wil filmen geef ik hem de gelegenheid. Plat op het stuur stuift hij er van tussen, waar ik de groep ophoud. Dat lukt me niet helemaal en even later schieten er vier solexrijders vandoor. Het gaat hard, ik schat zo’n 35 km/u. De duim gaat omhoog als we langs de filmer rijden. De vier mannen laten zich weer afzakken. De Maasdijk is ons volgende doel. Dan plots de medeling: “Aad, effen rustig aan, er is er een gevallen.” Ik zet de groep stil. Gelukkig niks ergs, hij is in de graskant beland.

Bij de oversteek van de Maasdijk is een rode Opel onze vriend. De chauffeur van deze auto laat de groep voor gaan en stopt. In de tunnel onder de A20 hetzelfde tafereel als in de tunnel aan de Maasdijk: gillen. We rijden de Westgaag af tot aan het Kralingerpad. Dan met forse zijwind dit pad af. Het is hier ook echt twee handen aan ‘t stuur. Bij sommige rukwinden lukt het maar net om op het pad te blijven. Bij De Witte in De Lier doen we een drankje, er komt een schaal bitterballen op tafel. Een half uur rust om daarna naar het eindpunt te rijden.

Op de Kleine Zijde gaan de remmen los en scheurt men mij links en rechts voorbij. Ik vind het goed en kan ze ook niet meer terugroepen. Bij de solexloods van de Tuinderij zie ik de mannen terug. We hebben 30,6km getoerd.

Er wordt een foto gemaakt waarna het diploma wordt uitgereikt. Nog even vraag ik naar de schade van de man die door de bus is geraakt, het blijkt gelukkig mee te vallen. Dan nemen we afscheid van de groep. De wind is inmiddels zo straf geworden dat de buitendeur bij de Tuinderij niet meer open gaat. Het is omlopen geblazen.

Nadat de solexen weer netjes zijn weggezet is het tijd om huiswaarts te gaan. Onze jongens komen eten en ik heb die dag al vroeg in de keuken gestaan om pannenkoeken te bakken. “Toch wel met spek, hé vaders”, zegt er een. Ik kan hem geruststellen.

388. Op stap met 24 vriendinnen

Op mijn Tuinderijagenda een solexrit met ontvangst. De bijgevoegde naam van de boeker komt me bekend voor. Ik zie dat er ook een middenrijder is op de bromfiets. Dat betekent een grote groep. Om even voor enen wil ik richting de Tuinderij. Er staat best een stevig windje. Het zonnetje is er ook. Toch had ik beter over mijn Tuinderijvest wel een jasje aan kunnen trekken. 14 graden is geen uitnodigende temperatuur.

Op locatie aangekomen staan er flink wat solexen in gereedheid. Een groep rijdt net weg. Nog even een babbeltje met de bezemwagenbestuurder. Ik tel het grootste aantal solexen, hier zal ik aan verbonden worden, is mijn inschatting. 25 stuks staan afgetankt in het gelid met het voorwiel naar rechts. Ik kom een van de vaste medewerkers tegen. Even een praatje voor ik mijn gele hesje (niet uit protest maar voor veiligheid), mijn portofoonhouder en een leren jasje arresteer. Het jasje is wel een dingetje, ik heb een favoriete. De rits is kapot, maar de drukknopen doen het nog prima. De mouwen zijn lang genoeg en de battledress style past me als gegoten. Ik ben vroeg. Een medewerkster van de Tuinderij komt me melden dat de groep al ruim een half uur rondloopt door het complex.

Als ik naar de ruimte loop waar de WC-pot-race ook plaatsvindt, staat daar de damesgroep. 24 stuks. Vele vijftigers, soms nog wat ouder. Een vrouw komt op me toelopen. “Hé, moet jij ons rondrijden.” De vrouw is een medemuzikante van de politiekapel waar ik ooit in gespeeld heb. “Van Meurs, toch”, zegt ze, “wat was je voornaam ook al weer.” “Aad”, zeg ik. “Oh ja”, zegt ze. “Hé Aad”, zegt een andere vrouw. Ik moet nadenken, maar weet niet waar ik haar van ken. Dan nog één die me kent, en nog één, haar ken ik dan wel. Dan ook nog een achternichtje. Een gezellige club bij elkaar. “Ja, ik ben 55 geworden”, zegt de muzikante “en heb mijn vriendinnen lekker meegenomen.”

Ik ga nog even naar de ruimte waar het programma voor de groep hangt. Maak er een foto van zodat ik weet hoe laat de stops zijn en welke locaties we aandoen. Bij terugkeer gaan de dames even op de tribune voor het welkomstwoordje en wat uitleg. “Beste dames, we gaan in de tand des tijds”, zegt de medewerker van de Tuinderij. “U hoeft de jas die u zo uit gaat zoeken niet te kopen, dus kiezen, passen en terugkomen”. Daar wandelen ze door de rekken met leren jassen, ‘modieuze’ jassen, jacks en bontjassen. Wat al was bedacht gebeurde ook. Jas aan, jas uit, jas aan, jas uit. “Staat deze me wel”, zegt de ene vriendin tegen nummer twee. “Ik heb te grote borsten”, zegt een ander “de bovenkant kan niet dicht.” “Meneer klopt het dat de knopen aan de verkeerde kant zitten.” “Dat klopt mevrouw, u heeft een mannenjas aan”, antwoord ik. “Oh, dan moet ik een ander zoeken.” Het schiet niet op. Dan ook nog een hoofddeksel opzetten en door naar de solex.

De dames zoeken een solex uit. Andere willen nog even een foto in de tand des tijds. “Wanneer maken we die groepsfoto”, vraagt jarige Jet. “Dat komt straks goed, mevrouw.”

Het voorstelrondje vindt plaats. Ik mag als eerste. “Aad”, zeg ik. “Ik rijd voorop, ben als eerste weg en wil ook graag als eerste weer aankomen.” “Arie”, zegt nummer twee. “Ik rijd op de brommer en zet de wegen af als we moeten oversteken.” “Ik ben Aad”, zegt nummer drie, “Ik rijd in het blauwe monster en heb reserve solexen bij me.” De drie Aa’s zijn vandaag de begeleiders.

De uitleg vindt plaats. De medewerker Tom legt uit hoe een solex werkt. De dames kletsen rustig met elkaar verder. Er moet nog even een foto gemaakt worden en nog een. Nog een keer doet Tom de handelingen voor dan kunnen we weg voor het oefenrondje. Dat gaat prima, al snel hebben de meeste de solex onder de knie. Een paar vinden het eng. Zij zijn bepalend voor de snelheid van de groep.

Na de oefenronde gaan we van start. We zijn net aan onderweg als ik als voorrijder het sein krijg om in te houden. “Er zit er hier achterin één te stuntelen”, hoor ik vanuit de bezemwagen. “Ze geeft gas, knijpt in de remmen en slingert over de weg.” Even houden we in, het tempo zal dit keer niet hoog liggen. We gaan door het Kraaijennest, Burgerdijkseweg, Kralingerpad richting Gaagweg. Bij Akkerleven rechtsaf langs de ijsbaan van Schipluiden naar het golfbaanterrein. Dan om het gemeentehuis richting ‘t Raadhuis. Daar is de koffiestop. Lekker op het buitenterras een kopje koffie, thee of een glaasje fris. Daar hoort een appeltaartje bij met echte slagroom.

Wanneer we aangeven weer verder te gaan, moeten de dames naar het toilet. Met twee toiletten kost dat tijd, tijd die we ook al verloren hadden bij de verkleedpartij. Één van de dames stift haar lippen nog maar eens vuurrood. Je moet er wel spic en span uitzien als je op de solex zit. Als ik aan de wat oudere vrouw vraag wat ze er van vindt, geeft ze aan nooit een solex te zullen kopen. “We blijven toch wel op de fietspaden”, zegt mevrouw. “Het moeilijkste stukkie hebben we achter de rug”, zegt de chauffeur van de bezemwagen.

De solexen worden opgehaald naast de Dorpskerk. We gaan richting Den Hoorn. Rustig aan rijden we over het viaduct van de A4 en nemen de brug links. Over de Ommedijk rijden we richting Lotsweg. Het is nu even puzzelen, want de volgende locatie staat om 16:00 uur gepland. We nemen het slingerpad om richting ‘t Woudt te rijden. Dan blijkt er een kapje van een van de solexen af te zijn geschoten. Het ligt ergens op de weg. De bromfietser gaat terug en vindt het terug. Bij de Woudseweg gaan we via het tunneltje onder de weg door om direct linksaf te gaan. We rijden parallel aan de Woudseweg. Dan zie ik plots de bezemwagen aan de andere kant van de weg rijden. Door een solexwissel zijn we elkaar uit het oog verloren.

We gaan zonder bezemwagen verder. Even later meldt de bestuurder dat zijn karretje tot stilstand is gekomen en er geen beweging meer in is te krijgen. We moeten zonder hem verder.

Een van de vrouwen vraagt of ze een filmpje mag maken. Ze rijdt een flink stuk vooruit, probeert haar solex neer te zetten in het gras, maar deze valt om. Als je denkt dat het omgevallen karretje eerst wordt overeind gezet. Niets is minder waar. Er moet gefilmd worden. We rijden langs de Woudseweg, de burgemeester Crezeelaan langs om even na de rotonde het tunneltje onder de weg door te nemen. Veiligheid voor alles.

We rijden terug naar eetcafe de Witte in de Lier voor een drankje. Als er wordt gevraagd of ik een foto wil maken, ben ik daar best toe genegen. Ik klim op een stoel en schiet er drie. Even later komt men zeggen dat mijn vinger toch wel erg nadrukkelijk in beeld is gebracht. Ik schiet wat nieuwe plaatjes. “Wanneer gaan we nou die groepsfoto maken”, vraagt jarige wederom. Ik geef aan dat dit op de Tuinderijlocatie gaat plaatsvinden.

Na het drankje is het tijd om weer op de stappen. Een vervangende bezemwagen is inmiddels ook weer aangesloten. Wederom wordt het toilet bezocht. Wanneer ik een stukje op rijd, zegt een vrouw, “de mijne doet het niet.” Ze gaat met haar oor naar de motor. “Ik hoor hem niet lopen”, zegt ze. Als ik naar de solex kijk zie ik dat de haak van het motortje nog geborgd zit. Dan kan je beter gaan fietsen, zo gaat de solex het nooit doen.

Nu is het een kwestie van regelrecht terug naar huis. We melden dat we er aan komen. We pikken het Kralingerpad, de Scheeweg, waar breeduit wordt gereden om later het Berckenrodepad op te gaan. We steken de Zijtwende over en nemen de Oostbuurtseweg richting rotonde. Dan langs de Woudseweg, rechtsaf over de Zijkade terug naar de basis.

Om 16:50 uur komen we thuis aan. Iedereen is nog heel, geen ongelukken gebeurd en een heel feestelijk gezelschap rijdt de loods weer in.

Nu wordt de groepsfoto gemaakt. De jassen gaan terug in het rek. Het gezelschap blijft op locatie eten. De solexen worden weer gespiegeld in het daarvoor bestemd vak geparkeerd door de medewerkers. Dan is het tijd voor het uitreiken van het Nationale Solexdiploma. Die kan maar door een iemand zijn behaald, de jarige.

In haar toespraak memoreert zij nogmaals hoe zij de vriendschap met haar vriendinnen waardeert. “600 jaar vriendschap”, zegt ze. “Met sommige al 47 jaar.”

Het glas wordt geheven, voor mij zit het er op. Een leuke rit met 24 vriendinnen.

346. Soms zit het mét, soms zit het teugen

Er zijn van die dagen dat je van tevoren al weet, dit wordt het niet. Zo’n dag had ik toen ik een groep moest begeleiden voor een solexrit. Niet luisteren, eigen dingetjes doen, onverantwoord bezig, telefoon gebruiken tijdens de rit. Gewoon niet leuk en dat verwacht je niet van een rit die leuk moet worden.

Het is een vrijdagmiddag in Oktober een groep van zo’n 22 mensen hebben zich ingeschreven om een solexrit te rijden. Waar kan je dat beter doen dan bij de Tuinderij. Op de fiets rijd ik in mijn Tuinderij-jack richting locatie. De zon is krachtig, een prachtige dag om een heerlijke solexrit te maken.

Dit keer twee oudere begeleiders. De man in de bezemwagen, vrolijk van karakter, nog een stukje ouder dan ik zelf ben en ik. Het is altijd gezellig tot die ene keer.

Wanneer ik het terrein op kom rijden staat de groep al te wachten. De parkeerplaats is hun domein. Hier worden hun laatste nieuwtjes uitgewisseld. Een jonge collega van de Tuinderij haalt hen bijeen heet hen welkom en legt uit wat de bedoeling is. Hij legt hen tevens uit dat de rit in de tand des tijds gaat. Een leren jas en cap of helm. De groep gaat op weg naar de garderobe. De grootste leergarderobe van Europa, zeggen we vaak gekscherend.

De mannen en vrouwen schieten de hoek in van de jassen. Het is passen en terughangen, en nog een keer en nog een keer. Er zit geen vaart in. Ik geef hen te kennen dat de verkleedpartij ten koste gaat van de rit. Men heeft er maling aan en doet het op eigen tempo, staat te treuzelen met de camera in de aanslag. Wanneer we de groep bij elkaar hebben en iedereen gekleed is in de leren jassen outfit gaat één van de mannen weer terug. Toch maar een korte i.p.v. een lange jas. De groep wacht geduldig tot de man terug is. Nu kan de technische uitleg beginnen. Tijdens de presentatie is er geen tot weinig aandacht. De tijd is verder gelopen en de eerste 30 minuten zijn al om.

Na de uitleg rijden we wat oefenrondjes. Ik ga altijd voorop en heb aangegeven ook altijd de voorste te willen zijn. “Ik ga als eerste weg en ben ook als eerste terug”, zo geef ik hen met een grap mee. Daar gaat het al direct mis. Twee leden van de groep geven aan te gaan racen. Op vriendelijke toon geef ik aan dat dit niet de bedoeling is, ze vliegen mij voorbij. Twee andere rijders letten niet op en nemen de afslag niet, zij rijden door richting Schipluiden. Daar kan ik achteraan. Er is hen uitgelegd dat inrijden is: het leren rijden op een solex. Niet iedereen is zeker van zichzelf en een ongeluk zit in een klein hoekje.

We rijden een eerste ronde en omdat niet iedereen is gestart doen we er een tweede ronde achteraan. Dan kan de echte rit beginnen. We zijn nog geen 200 meter weg als ik voorbij word gereden. En niet één maar meerdere solexritberijders nemen het heft in eigen hand en besluiten niet te luisteren. Ik fluit een keer op mijn vingers waardoor men inhoudt. Ik geef hen nogmaals mee dat ik graag zelf de rit wil bepalen. Na een kleine kilometer hebben we een gat in het peloton. Er zijn er die hun telefoon vele malen belangrijker vinden dan teambuilding met hun collega’s. Vanuit de bezemwagen krijg ik dit al te horen. Ik knijp in de remmen en houd de groep achter mij. Dat blijft gelukkig zo. Als er een solex moet worden gewisseld, stop ik, het moet tenslotte een gezellig ritje worden met het hele gezelschap. Ik krijg vanuit de bezemwagen mee dat het gat dat inmiddels is gevallen is gedicht, we kunnen weer. “Gaan we nou nog een keer vol gas”, vraagt een van de deelnemers. Ik geef hem aan dat de langste solexrijder het tempo bepaald. “Dat is zeker die van jou”, antwoordt de grapjas.

Ik heb er geen goed gevoel bij. Men rijdt terreinen op van tuindersbedrijven en maakt er een zooitje van. Ook wij, als medewerkers van de Tuinderij, hebben een verantwoordelijkheid over hoe men omgaat met de solex. Het moet zonder ongelukken en iedereen moet het ook leuk vinden. Men heeft lak aan alles wat ik zeg. Een waarschuwing blijft twee minuten hangen, dan is men het alweer vergeten.

Wanneer er op een gegeven moment een gat valt van 150 meter krijg ik een melding uit de bezemwagen. “Ze zitten met z’n vieren te ouwehoeren en rijden niet door, ook niet nadat ik hen heb gewaarschuwd.” Ik houd de handrem vast en ga stapvoets rijden. Dat doen de vier achterin ook, het gat blijft even groot. Als een van de rijders gaat zigzaggen, krijgt hij opnieuw een waarschuwing. Het helpt niet. We gaan naar de eerste koffiestop. Er zijn gereserveerde tafels, ook daar heeft men lak aan. Men gaat zitten waar men wil. Zo jammer. Het wordt geen ‘koffie’stop’ het eerste biertje komt al op tafel. Ik kijk het met lede ogen aan. Mijn vreemde gevoel gaat steeds meer waarheid worden.

Als we na de stop weer op weg gaan houden we de groep bij elkaar i.v.m. de oversteek. Men blijft geduldig wachten tot ik het ja-woord uit heb gesproken. Eenmaal op het fietspad richting de Tuinderij, sprinten er ineens twee weg. Gaan plat op het stuur liggen en racen van de groep weg. Achterop is het kletsen wederom begonnen. De groep rijdt nu ruim 500 meter uit elkaar. Inwendig maak ik me boos, maar het zijn klanten en zij zijn koning. Wanneer ik aangeef dat we bij de Tuinderij doorrijden en naar de volgende stop gaan, komt men weer bij elkaar. We rijden het fietspad af en onder het tunneltje bij de Woudseweg. Dan linksaf richting het Groeneveld. Een vrachtwagen blokkeert de weg als de eerste acht rijders er voorbij zijn. Opnieuw wachten, maar nu niet door de rijders zelf. Vanuit de bezemwagen krijg ik het bericht dat we even moeten stoppen. Men is de eerste groep kwijt. Een van de rijders gaat terug en rijdt de rest van de groep tegemoet. De overige rijders rijden rondjes op privéterrein. Ik geef hen daar een opmerking over. “Ik moet niet zo chagrijnig doen”, zegt een van de solexers. Het hele spul is weer bij elkaar, we kunnen verder. Op naar de Witte. Langs het Kanaal opnieuw een melding uit de bezemwagen. De laatste rijden voor geen meter en zitten achterstevoren te filmen. Bij de Witte doen we een drankje. Na twintig minuten is de pauze om en gaan we voor de laatste kilometers. Ook ik geef de betrokken solexrijder die achterstevoren zat nog een waarschuwing. “Op een normale manier blijven rijden, anders haal ik je van de solex af en ga je maar lopen.” Meneer lacht er om.

Dan rijden we op de Oostbuurtseweg, als een deelnemer gaat staan op de pedalen zijn armen spreidt en staande rijdt met losse handen. Vanuit de bezemwagen krijgt ik terecht een hoop gemopper. Ik probeer de berijder van het blauwe monster te kalmeren. Hij is er helemaal klaar mee en ook ik heb er inmiddels mijn buik van vol. Men ruikt de stal en opnieuw gaat het gashandel open. Ik houd ze tegen en knijp in de rem. Ik gun ze het racen niet. Terug naar de basis. Daar aangekomen houdt onze verantwoordelijkheid op. Nooit eerder heb ik zo’n stelletje hoeven te begeleiden. Men mag best een beetje vooruitrijden voor een fotootje of filmpje of om een beetje te stangen, maar dit, dit was onbezonnen en onverantwoordelijk. Ik hoop zo’n rit niet meer te maken. Nog altijd blijft ‘Veiligheid voor alles’ ons motto, maar daar hebben we ook de groep voor nodig.

Een dag later had ik een geweldig leuke rit. Mijn ‘chagrijnigheid’ is kennelijk gezakt.

336. Houden Waterschappers niet van water?

In mijn activiteitenkalender staat een solexrit van Waterschappers gepland. Mensen die ik ken en oud-collega van mij zijn geweest. Ik heb er zin in.

Ik haal mijn Tuinderijshirt en -jack naar beneden. Er staat een beetje wind en het zonnetje zorgt voor een lekker temperatuurtje. Nog even wat gel in mijn haar en dan op de bike. Een lekker voordewindje. In het Westland hangen donkere wolken. Het zal toch niet gaan regenen? Op de site van het waterschap wordt aangegeven dat er voorgemalen is. Men verwacht veel regen.

Bij de Tuinderij staan de solexen netjes in het gelid opgesteld. De groep Waterschappers zit nog aan de lunch. Ik loop even bij hen naar binnen. Er is direct herkenning. Wat leuk. Dan terug naar de werkplaats voor de gele hes en de houder voor de portofoon. Ook ik wil een leren jasje scoren. Inmiddels begint het zachtjes te spetteren. De donkere wolken trekken over de kassen van het bedrijf. De solexgroep moet worden opgehaald voor de leren jas, de helm enne, de regenbroek. In de hoek van de giga kleedruimte hoor ik al gemor. “Ik ga echt de regen niet in”, zegt een van de mannelijke solexer. Ik kijk hem aan. “Je bent Waterschapper, toch?”, zeg ik hem, “en dan niet de regen in.” Wat zijn dit voor mannen die bij een Hoogheemraadschap werken?

Het duurt lang voor de juiste jas gevonden is. Nog een en nog een en dan nog een ander. De keuzemogelijkheid is kennelijk te groot. Een vrouwelijk deelnemer twijfelt of ze mee gaat rijden omdat ze het eng vindt. Ik kan haar overtuigen dat dit best meevalt. We rijden zo hard als de langzaamste solexrijder. Ze vindt een jas en trekt hem aan. De fototoestellen komen tevoorschijn. De historische beelden moet worden vastgelegd. Wanneer bijna iedereen een jas heeft gevonden, is het wachten op nog een deelnemer. Hij moet van een cursus komen en heeft nog niet gegeten.

De tijd loopt verder. Waar gestart moet worden om half drie is men om tien over halfdrie nog niet klaar. De cursusganger is inmiddels binnen, is de grootste en zwaarste van alle deelnemers. Een jas vinden is een crime. Hij krijgt zijn broodjes voorgeschoteld en propt deze naar binnen. Het is te hopen dat de kroket niet te heet is, anders brandt hij zijn gehemelte. Nu de jas nog. Er is er slechts één die redelijk past. Niet de fraaiste en waterdicht zeker niet.

Eenmaal buiten kan de uitleg gebeuren. De regen valt met dikke druppels naar beneden. Ook voor mij een leren kapje op het hoofd en een regenbroek. Mijn gehoorversterking mag niet nat worden. Na de uitleg vertrekken voor het oefenrondje. Dat gaat niet lekker. Het hoost van de hemel en als je solex dan niet starten wil, is dat niet leuk. Medewerkers springen bij. Het eerste oefenrondje lukt met vijf van de eenentwintig rijders. De rest komt niet weg. Weet niet hoe het moet of denkt dat gas geven de oplossing is zonder de motor op de band te zetten. Ook mijn eigen solex weigert plots. Regen, ik weet het niet. Ik ga terug om een andere solex op te halen.

Dan op weg. Slechts tien deelnemers volgen. De anderen komen maar niet, terwijl de regen met bakken naar beneden valt. ‘Niet de leukste rit’, gaat door mijn hoofd. We wachten op de brug en zien in de verte nog wat solexrijders aankomen. Dan een melding dat een van de rijders heeft besloten niet mee te gaan. De regen? Geen idee. Er wordt gemopperd op het weer en dat voor mensen die altijd met water bezig zijn. Ik krijg een signaal om gas te geven, daar gaan we dan eindelijk.

Het houdt op met hard regen, de druppels worden nog groter. Mijn schoenen zijn van lichtbruin in donkerbruin veranderd. De regenbroek is te kort en de onderkant van mijn spijkerbroek is zeiknat. De grote man komt naast mij rijden. “Heb je het een beetje naar je zin, nu je met pensioen bent”, vraagt hij. Ik kan het beamen. Het is leuk, maar nu even niet, ook voor mij niet.

Door de late start komt het schema van stops in de knoei. De rit moet worden aangepast. Ook de locatie verwacht op een bepaald moment de groep. Er is intussen al een solex gewisseld, de beugel van de motor is afgebroken. Ook krijg ik te horen dat de man met de grote jas doorweekt is. Er is geen reserve materiaal voorhanden.

Aangekomen bij het Raadhuis is men makkelijk. Natte jassen en broeken mogen worden uitgehangen. Als de jassen uitgaan blijkt dat er geen jas waterdicht is. Shirts vertonen vele natte plekken. Na een kopje koffie en een appeltaartje met een flink schep echte slagroom voor onze gasten, gaan we weer op pad. De regen is gestopt. De regenbroeken en kapjes gaan achterop de bezemwagen. De grote jas besluit om aan zijn blouse te gaan rijden en bij de Tuinderij af te haken. Nu zijn de solexrijders gretig en gaan voor mij uit rijden. Dat is niet de bedoeling. Gelukkig hebben we er een bromfietser bij rijden, hij kan de groep terug manen.

Als we de Tuinderij passeren verliezen we wederom een rijder. Hij heeft het koud gekregen en gaat naar binnen. We nemen een korte route naar de volgende stop. De Witte in de Lier. Onderweg vraagt men waar we zijn. Dit zijn duidelijk niet allemaal buitenmedewerkers.

Bij de Witte een drankje en dan op weg naar de thuisbasis. Dat gaat snel, al zijn er altijd langzame rijders die afstand willen houden en het gas niet open durft te trekken.

In de buurt van de thuishaven wordt nog eenmaal vaart gemaakt. Dan het terrein op en de loods in. De solexen gaan op de standaard. Iedereen is inmiddels weer droog. De stemming is goed, de regen is vergeten.

Het is verzamelen voor de groepsfoto en dan gaan de jassen terug op het rek. De regenbroeken en kapjes krijgen een plekje om te drogen, terwijl het gezelschap naar de warme maaltijd gaat. Nog even een diploma uitreiken en dan is het voor de begeleiders van de solexen afgelopen.

De man met het diploma heeft nog een tip. “Kunnen jullie geen oortjes verstrekken en wetenswaardigheden over het gebied vertellen.” Een goede suggestie, iets voor de ideeënbus. Al zal iedere solexbegeleider zich dan wel moeten inlezen.

Na een dankwoord van een der deelnemers voor de leuke rit, nemen we afscheid. Het is te hopen dat het niet verder gaat regenen, dan kan de groep Waterschappers op het gemak genieten van de warme prak en hoeven niet naar de Calamiteitenorganisatie van hun bedrijf.

331. Een solex is geen skippybal

Een Solextour. Eigenlijk voor mij niet iets bijzonders meer. Als je maandelijks een aantal ritten rijdt maakt het de rit niet leuker of fantastischer. Wat het wel leuker maakt zijn de mensen die je mee op pad neemt. 50 jaar is ze geworden en neemt haar familie en vrienden mee voor een solexrit door het mooie Midden-Delfland en Westland.

Zowel in Schipluiden als De Lier zijn de dorpse feesten aan de gang daar moet je dus met een groep van 22 niet zijn. Heel even moet ik nadenken over de rit die ik zal gaan maken. Daarbij komt dat er een stop is gepland waar we normaliter niet komen, De Bonte Haas.

Vijf minuten voor vertrek arriveert het laatste echtpaar op het parkeerterrein van De Tuinderij. De totale groep staat buiten op hen te wachten. Na een welkomstwoordje gaat men naar het toilet of de garderobe. De outfit mag worden uitgezocht. Dat blijkt voor sommige dames een probleem. Er hangt te veel en net als in de winkel eindigt men weer bij de jas die als eerste is gepast. Altijd leuk om te zien hoe men kissebist over de jas van vandaag.

Als de groep is aangekleed kiezen sommige nog voor een helm. Daar hoort uiteraard een hygiënisch haarnetje bij. Sommigen hebben de haren net in de krul en wijzen een hoofddeksel af. “Is het verplicht”, zegt een jonge vrouw, “ik hou niet zo van iets op mijn hoofd.” Niets is verplicht, de reeds opgezette gele helm gaat af en weer in het rek. De vlecht die haar moeder zojuist heeft gemaakt gaat weer los.

Spullen als een jas, tas een paraplu gaan in de grote kist, waar een zwaargewicht collega, zogenaamd, de hele middag op gaat zitten. Men kiepert de waardevolle spullen in de kist, waarna de kist op slot gaat. Daarna gaat de groep buiten achter een solex staan. De bezemwagenbestuurder legt de solex uit. Een aantal mensen let niet goed op, zal blijken. Wanneer de voorlichter nogmaals vraagt om het starten voor te doen, wordt slechts beperkt een ‘zacht’ ja gegeven.

We zijn klaar voor het oefenrondje. Wanneer ik vooruitrijd, rijdt er slechts een klein deel van het gezelschap achter mij aan. Een man/vrouw of vijf van de 22. De anderen staan te hannesen met het op het wiel zetten van de motor, weten niet hoe ze gas moeten geven of denken dat je een solex toe kan spreken, waarop deze spontaan gaat rijden. Dan als iedereen het oefenrondje heeft afgewerkt kunnen we weg. Dit keer een wat aangepaste route i.v.m. de feestweek in De Lier. Een stop is besproken bij de Bonte Haas.

Eerst rustig en dan maak ik wat snelheid. Iedereen moet even wennen. Het rijden in een groep is toch even anders dan alleen en met redelijke afstand van elkaar een oefenrondje rijden. Daarnaast zijn er altijd die het eng vinden, hebben nog nooit gemotoriseerd gereden en dan is solex rijden een nieuwe ervaring die soms te hard gaat.

Nog geen tweehonderd meter weg, komt een man naast mij rijden. “Kan het niet sneller”, zegt hij, “ik heb nog gas over.” Ik leg hem uit dat de langzaamste het tempo bepaalt van de groep. Iedereen moet het leuk vinden.

Bij de oprit naar de N223 kijk ik achterom en zie ik een langgerekt lint achter mij aan. De wind is een bepalende factor en het waait behoorlijk. Dan plots een oproepje vanuit de bezemwagen. We staan stil. Een solexwissel. Ik wacht en houd contact. Na de wissel weer op weg.

We rijden op het fietspad parallel aan de N223 als ik iemand de telefoon uit de zak zie halen. Kijkend op de telefoon filmt hij boven zijn hoofd de groep achter hem. Ik vraag hem de telefoon in de zak te houden uit veiligheidsoverweging. Met betrokkene spreek ik af, dat als we straks op een lange rechte weg rijden, hij een voorsprong krijgt om de groep te filmen. Hij steekt zijn duim op.

We rijden de Oostbuurtseweg in en uit richting Zijtwende en vervolgens de Berkenrode op. We nemen het fietspad richting Dorppolderweg. Bij het Kraaiennest een compleet tentenkamp. De eerstejaars studenten worden er afgeknepen. Ze spelen het spel mee en bieden terwijl we rijden bekers water aan, alsof we met een wedstrijd bezig zijn. Leuk.

Rijdend op de Dorppolderweg schieten er drie solexrijders mij ineens voorbij. Ze hebben kennelijk toch die wedstrijd gestart. Ik roep ze terug en vraag om a.u.b. achter mij te blijven en zich aan de verkeersregels te houden door aan de rechterkant van de weg te blijven rijden. Op de Dorppolderweg zit een onoverzichtelijke bocht, door de kassen. Ik heb al eens eerder een verrassing gehad waar het maar net aan goed ging.

Vanaf de Dorppolderweg naar het fietspad langs de Zijde. Iedereen draait netjes mee achter mij aan, op een na. Deze man kiest voor de brede weg van de Dorppolderweg. Mijn collega op de bezemwagen rijdt achter hem aan en geeft hem een waarschuwing. Meneer is als wielrenner bekend met het gebied en weet waar we weer bij elkaar komen. Maar de afspraak is om bij de groep te blijven. Later beklaagt betrokkene zich over de waarschuwing, waar ik hem uitleg dat we geen gekke dingen willen en er een afspraak is gemaakt.

Het kruispunt wordt afgezet bij de N468, door de Sparta berijder. We rijden door Schipluiden. Het terras bij de Vergulde Valk zit goed gevuld. Alle gezichten zijn gericht op dat vreemde gezelschap in die leren jassen. Nu de kortste weg naar de Bonte Haas. De Tramkade af, brug over de Gaag over naar de Rijksstraatweg. Voor de bezemwagen even een moeilijke manoeuvre om tussen de paaltjes door te komen, maar het lukt. Met een ervaren berijder is er geen verrassing.

We volgen de Klaas Engelbrechtweg en steken de N223 over de Lotsweg op. Aan het eind linksaf de Lotsbrug over naar de Zwethkade Zuid. We hebben wat tijd ‘verloren’ door een tussenstop i.v.m. defecte solex, maar even over de afgesproken tijd komen we aan. Tijd voor een bakkie.

De solexen gaan op de standaard. De jas mag erop blijven liggen. Bij een solex is de ketting afgelopen. Je hebt deze in principe niet nodig, maar de ketting wordt vakkundig weer op de tandwielen gelegd. Het eetcafé De Bonte Haas heeft de gereserveerde tafels verkeerd ingeschat. Twee tafels van 8 kan geen 22 man een zitplaats bieden. Het is er druk en dus zit ons gezelschap verspreid over het terras. Het begeleidingsteam kiest voor een binnen plek. Als we opstappen beklaagt een van de solexers zich bij mij over de prijs van twee bitterballen per persoon. Hij heeft ze besteld en niet ik.

Na 25 minuten gaan we verder. Een van de dames zegt dat haar solex niet meer wil starten. Maar als de motor niet op het wiel is gezet, kan je niet verwachten dat je gemotoriseerd wegkomt. We gaan weer op pad. Opnieuw een solex die niet verder wil. Waar bijna iedereen stopt, schieten er drie rijders vandoor en weer dezelfde die ik eerder heb aangesproken. Ik wijs hen op het feit dat we een afspraak hebben dat ik als eerste rijd. Men lacht erom.

We rijden parallel aan de Veilingroute tot aan de brug over de Kromme Zwet. Dan een klein stukje over de Lange Wateringkade om vervolgens de Zwet te pakken. Dit pad gaat over in het Overtoomsepad. Die rijden we uit tot aan De Lier. Inmiddels is het tempo omhooggegaan. Men heeft de gashandel ontdekt. Wanneer we echter bijna bij de brug aankomen is het wederom stoppen. Na wat geknutsel aan de stilstaande solex kunnen we verder. We gaan het Groeneveld af langs de Zeven Gaten, een waterberging in de Lier. Een bijzonder natuurgebied in het Westland, met zeven sloten.

“Wat een prachtige woningen staan hier”, zegt een der deelnemers, “hier zit geld”. Hij stelt een aantal vragen over het gebied die ik kan beantwoorden. We schieten de Noord-Lierweg op richting Veilingweg en pakken daar het verbindingspad tussen Veilingweg en de Laan van Adrichem. Langs de haven naar de Lierweg richting rotonde, oversteken en een stukje langs de Burgemeester Crezeelaan. Op naar de volgende stop, Hoeve Bouwlust.

Via het Kralingerpad gaan we naar de Gaagweg. Als we even moeten wachten bij de oversteek van de Westgaag, denkt een van de rijders dat hij op een skippybal rijdt en stuitert een aantal keer met het voorwiel op de weg, door het stuur op te tillen en weer te laten vallen. Ik kijk hem alleen maar aan, dat is genoeg om normaal te doen. Het materiaal hoeft niet stuk en werk aan de solexen is er genoeg.

Na de oversteek Molenweg rijden we inmiddels vol gas richting Kwakelweg. Mijn Spartabegeleider heeft de Molenweg en Oostaag gepakt om bij de oversteek bij de Kwakelweg het verkeer te stoppen. Een klein stukje terug over de Oostgaag en dan het terrein van Hoeve Bouwlust op. Hier is een drankjesstop.

Wanneer het sein van vertrek is gegeven zijn de berijders gretig. Men rijdt rondjes op het terrein in afwachting van de toiletgangers. Vooraan de weg wordt gewacht tot iedereen is aangesloten. In een keer maken we de oversteek richting Kwakelweg. Op weg richting Schipluiden. Opnieuw vol gas. De wind geeft een extra duwtje in de rug. De Tramkade wordt afgereden om na de brug voor het centrum van Schipluiden te kiezen. De Burgemeester van Gentsingel, dan rechtsaf de dr. De Koninglaan naar de Keenenburgweg.

Bij de valbrug staat de brugwachter al met de slagboom in de hand. Er liggen twee scheepjes te wachten. We mogen voor. Dan de Dorpsstraat af richting N468, om het fietspad te pakken richting de Tuinderij.

Bij de Tuinderij aangekomen hebben we 39 km gereden. Een mooie afstand. De solexen verdwijnen de loods weer in. De bezemwagen wordt afgeladen en de solexen die defect zijn gaan naar de werkplaatsafdeling. Er is werk aan de winkel.

Na het uitreiken van de door de Tuinderij ingestelde ‘nationaal solexdiploma’ gaat de kleding de rekken weer in. De solexen worden in gelid weer opgesteld. Einde van de rit.

Opnieuw een leuke rit, maar soms is ingrijpen niet leuk maar een must. Een solex is immers geen skippybal. De gasten hebben het geweldig naar de zin gehad en daar gaat het om.

239. Haan met 20 kippen op de solex

Niet alleen negatieve verhalen, want er is zoveel positiefs te vertellen over het leven. Enige tijd geleden kreeg ik weer een verzoek voor het rijden van een solextour. Dit keer een grote groep onderwijsgevenden en een voor mij nieuwe afsluiter in de bezemwagen, Erik.

Het dreigt de hele week slecht weer te worden, toch valt het deze dag mee. Een enkel buitje in de ochtend en daarna droog. Ik fiets richting de Tuinderij, waar zóveel mogelijk is of eigenlijk waar niets ónmogelijk is. Er staat een stevig windje, dat is straks te merken als we op de solex zitten. Je hoeft er zelf niets aan te doen, maar de trekkracht van het mobiel uit de ‘40, ‘50 en ’60er jaren wordt wel beïnvloed door wind.

Jonge mensen die voor het eerst zo’n fiets met hulpmotor zien weten vaak niets van de solex af. Daarom een klein stukje uit de historie. De solex ontstond in 1948. De fiets met hulpmotor krijgt de eer om als eerste de term ‘bromfiets’ te voeren. De solex is geboren in Frankrijk en wordt al snel in Nederland (onder licentie) vervaardigd door Handelsonderneming Stokvis te Rotterdam. Nederland is net uit de oorlog en is helemaal in de ban van dit vervoermiddel. Door de grote vraag is er in 1949 zelfs een wachttijd van vele maanden. Bijna elke solex wordt aangedreven door een motor die een rol laat draaien. De motor wordt door middel van een hendel op het voorwiel gezet. Er is naast het voordeel, men rijdt ongeveer 30 km per uur, ook een groot nadeel. Door de rol die op de band draait is er grote bandenslijtage. Er worden daarom speciale geprepareerde banden voor ontwikkeld om dit proces te vertragen. Het is een populair vervoermiddel totdat de mobilette in zwang raakt en de solex langzaam uit het verkeer verdwijnt. In 1967 stopt de productie van solexen en lijkt het een stille dood te sterven. Uiteindelijk wordt het jaren later opgepakt door evenementenbedrijven zoals de Tuinderij die solexritten verzorgen bij teambuilding, vrijgezellenfeesten en familie-uitjes.

Dit keer dus 20 dames en één man. De man is een directeur van een school in Delft. Op de laatste dag van hun vakantie wordt een activiteitendag georganiseerd. Een tweetal onderwijzeressen neemt afscheid van de school en deze dag wordt op feestelijke wijze afgesloten. Daarnaast is het teambuilden.

Rond kwart voor drie komt de groep aan fietsen. Directeur voor op, de onderwijzeressen volgen twee aan twee daarachter. Erik, mijn bezemwagencoureur is vandaag de verantwoordelijke en neemt de organisatie in handen. Na een woord van welkom krijgen onze gasten nog even de gelegenheid om te toiletteren. Nadat het haarnetje, hygiëne, is uitgereikt, gaan direct de helmen op. Dan wandelt men naar de jassen. Dat is altijd een heel probleem. Het is net als in een winkel, waar de keuze groot is, alleen hangen hier niet meerdere maten van een jas. Jassen gaan aan en weer uit om toch een betere op te zoeken. Paskamers zijn er niet maar het mobieltje is de spiegel, want je moet er wel flitsend uit zien. Als iedereen uiteindelijk gekleed is gaat men naar de veranda waar de solexen netjes in gelid naast elkaar staan. Wieltjes naar rechts, hendels in de haak.

De dames en heer nemen plaats achter de solex, waarna Erik uitlegt hoe een solex werkt. Sommige dames hebben nog nooit gemotoriseerd gereden. Het is spannend voor hen. Tijdens de uitleg is niet iedereen er bij, d.w.z. er staan er een paar gewoon door te praten terwijl Erik zijn uitleg doet. Na het voorstelrondje en de eigenschappen van een solex te hebben uitgelegd wandelt men naar de betonplaten. Nu gaat het gebeuren.

Dat niet iedereen heeft opgelet blijkt al snel. “De mijne doet het niet”, zegt één van de blonde onderwijzeressen. “Hij wil niet aan”. Als ik er even naar kijk, blijkt de hendel nog in de haak te zitten. Dan kan je fietsen, maar blijf je afgezonderd van de groep of hou je de groep op. Een andere solexrijdster krijgt er geen gang in. “Een beetje bijtrappen”, geef ik aan en hup daar gaat ze. Eén doet het helemaal niet, tenminste niet met de dame er op, maar als een van de medewerkers van de Tuinderij er even op heeft gereden, rijdt de solex als een speer. We kunnen weg.

Omdat de groep erg groot is moet er een goed contact zijn tussen de voorrijder, ik dus, en de bezemwagen. Via een portofoon hebben we contact. Als ik net ben vertrokken en zo’n 200meter weg ben, hebben we al dat contact. “Effe rustig aan, Aad”, hoor ik in mijn oortje, “er staan er hier nog een paar stil”. Ik houd de groep op, ga wat langzamer rijden tot ik het volgende contact heb. “Er is aansluiting”. Dan kunnen we op weg. Wanneer ik wat gas er bij heb gegeven, blijkt men mij niet echt te volgen. Geen of weinig tempo. Het gas gaat dicht tot de groep weer bij is. Dan in één lang lint langs de Woudseweg richting De Lier. Links af naar Burgerdijkseweg richting Brasserie de Bosrand in ‘s Gravenzande. De groep valt soms wat uiteen. Je merkt welke rijdster eerder gemobiliseerd heeft gereden en welke niet. Jongere dames hebben wat meer lef dan de oudere maar ook een enkele oudere durft het met mij aan om voorop op te rijden. Een enkele durft het zelfs aan om mij voorbij te rijden.

We rijden langs de Maasdijk, duiken het tunneltje onderdoor en rijden evenwijdig aan de dijk naar de Bosrand. Een onderwijzeres komt naast mij rijden en geeft aan een heerlijk gevoel te hebben bij deze rit. Rijdt zelf vaak met haar vriend op de motor, maar dit heeft toch ook wel iets lekkers. “Lekker die wind in je gezicht en dat zonnetje op je gezicht, super”, zegt ze. Bij aankomst worden de solexen netjes op het naastgelegen terrein geparkeerd. Tijd voor een kopje koffie, thee of een glas water en natuurlijk appeltaart. Bij de Bosrand worden Erik en ik direct ook de bediening ingezogen. Als volleerd kelner serveren we de koffie en thee uit. Het is heerlijk buiten, de jassen gaan uit en er wordt gezellig gekletst en ervaringen gedeeld.

Na een kwartier is het tijd om weer op te stappen en de weg te vervolgen. Het is aan Erik om de groep aan te kondigen dat we weer vertrekken. Er wordt nog even van het toilet gebruik gemaakt om even later weer heerlijk op de solex richting Staelduinse bos te rijden en deze te doorkruisen. Aan het eind, de Bonnenweg af naar het Oranjekanaal op weg naar De Lier, het Eetcafé de Witte.

Als ik op mijn horloge kijk, blijkt dat we wat extra tijd hebben. Bedoeling is om op het afgesproken tijdstip te arriveren bij de uitspanningen die deel uit maken van de rit. Deze keer is dat om vijf uur. In mijn hoofd bedenk ik even een route om dat tijdstip te halen. Als we door De Lier rijden lijken we een bezienswaardigheid. Het moet hier toch bekend zijn. De van oorsprong Lierenaar Joop van Mil zette hier zijn ‘De Tuinderij’ op en maakte van zijn hobby een florerend bedrijf dat nu wordt geleid zijn zoons Rick en Ruud en hun maatje Ivo. Maar kennelijk berijden we een route die niet eerder is gereden. Mensen zwaaien en lachen. Natuurlijk wordt er terug gezwaaid.

Vanuit de bezemwagen word ik gesoufleerd. “Naar voetbalvereniging Lyra”, geeft Erik in mijn oortje aan. Dat had ik ook bedacht. Dan maken we doorsteek vanaf de Veilingweg richting Lierweg, langs de haven van De Lier. We gaan de Lierweg af richting het Centrum en dan linksaf en arriveren bij De Witte.

Bij het Eetcafé staat men al ons te wachten. De lange bank aan de wegkant is volledig voor het onderwijzend team. Daar zit hij, de directeur tussen zijn vrouwen. Een machtig gezicht. Klanten van het De Witte maken er opmerkingen over naar Erik en mij. Met een grapje maken we het af.

Ook hier een drankje en even gezellig van de ‘trilplaat’, zoals één van de onderwijzeressen mij in het oor fluisterde. Opnieuw een gezellig samenzijn. Om even half zes wordt het signaal gegeven om te vertrekken. Eén onderwijsgevende had mij eerder gevraagd hoe laat we bij het tunneltje onder de weg zouden zijn. Haar moeder en kinderen zouden haar daar opwachten om te zwaaien. Na een kusje aan een van de kids gaat de rit verder. Dan plots hoor ik in mijn oortje: “Aad wil je even stoppen, er is er één gevallen.” Even denk ik dat ik niet goed heb verstaan. “Gevallen?”, vraag ik. Ik krijg de bevestiging. Bij het opstappen is mevrouw met de solex omgevallen. Mevrouw gaat mee in de bezemwagen, de solex wordt aan de kant gezet, want kan niet meer achterop mee. Dat is dan altijd een smetje op zo’n ritje. Als ik de bezemwagen weer aan zie komen rijden wordt de rit vervolgd. Op naar het eindpunt De Tuinderij.

Er wordt contact opgenomen met de thuisbasis. “Over vijf minuten arriveren we”. Bij aankomst staat een medewerker ons al op te wachten. Hij verwijst de groep naar de opslag van de solexen. Natuurlijk moet er nog een foto worden gemaakt. Terwijl Erik het solexdiploma gaat ophalen, krijg ik een camera in handen gedrukt. In de historische kleding achter hun solex laat men zien hoe men heeft genoten van de rit. Het is voor de eeuwigheid vastgelegd op het gevoelige mobieltje.

De vrouw die gevallen was heeft wat kleine schaafwondjes aan elleboog en knie. Niets ernstigs gelukkig, maar wel altijd een vervelend gebeuren.

Dan gaan de jassen terug in het kledingrek. De haren worden uitgeschud en spullen die eerder zijn opgeborgen in de grote kist worden weer tevoorschijn gehaald. Op naar de tribune voor het afsluitend praatje en de diploma-uitreiking. De oudste solexrijdster ontvangt uit handen van Erik het diploma. De activiteit is achter de rug. Met hartelijk applaus worden wij bedankt voor de begeleiding. Het was weer een superleuke rit geweest.

Als ik even later naar huis fiets passeer ik de groep. Opnieuw netjes twee aan twee rijden ze achter directeur Joop aan. Men gaat barbecueën in zijn achtertuin. Bij het passeren hoor ik diverse keren: “Hey bedankt hé, Aad”. Geweldig toch. Een vrijwillige bezigheid op mijn vrije vrijdagmiddag kreeg zo voor mij weer een erg leuke invulling.