395. Een paar lelijke woorden kunnen soms helpen

12 juli 2019. Ik sta geboekt voor een solexrit van de Tuinderij. Het gaat ‘s morgens goed mis met het weer. Van Weeronline krijg ik de mededeling dat er een kans op onweer is. Dat hoeven ze me niet te melden want de lichtflitsen en Donar houden flink huis. Mijn lief is onderweg. Ik weet, hier houdt ze niet van, ik trouwens ook niet. Via een app kan ik haar volgen, ik gooi de schuur alvast los. Net op tijd rijdt ze het achterstraatje op. Dan valt de bui. Grote druppels doen onze achterplaats veranderen in een meer. De vlinderstruik is zo zwaar dat de takken op straat liggen.

Ik houd angstvallig de Weerapps in de gaten. Regen en solexen gaan niet bepaald samen. Een natte weg is meestal wat glad en dan moet ik mensen meenemen die mogelijk voor het eerst op zo’n voertuig zitten. Zou het door gaan?

Om half twee is het bijna droog. Wat lichte spetters. Ik rijd naar de Tuinderij. De solexen staan netjes in het gelid. Hans zit op zijn platte kont op de werkvloer en heeft een rijdende WC-pot uit elkaar gehaald. De groep is nog niet aanwezig. Ik zoek mijn gele hesje, de portofoonhouder, het oortje en de portofoon. Ik besluit om ook een leren jasje aan te trekken. Mijn lievelingsjasje hangt er nog. Ik loop langs mijn solex. Ze zijn vergeten om de benzinedop terug te plaatsen. Het wachten is op de deelnemers.

Daar zijn ze. 24 stoere bouwvakkers die werken voor een timmerbedrijf. Stuk voor stuk stevig gebouwd, al loopt er ook een ‘kleine’ smalle jongen tussen. Leerling is hij zegt ie. Als een pact lopen ze het terrein op. Wanneer Eric zijn feestkar wil verzetten, houden ze hem van achteren tegen. Oh, zo’n groep is het dus, denk ik.

De groep verzamelt zich achterin de grote zaal. Een deelnemer is er nog niet. Daar wachten we op. Wanneer de groep compleet is heet Eric hen wederom welkom. Het gebruikelijke praatje. Nog even naar het toilet, alvorens de verkleedpartij gaat plaatsvinden. ‘In de tand des tijds.’ Dat betekent lange leren jas en pothelm op de knar.

De mannen lopen achter mij aan. Altijd een hilarisch gebeuren. Het niet kunnen kiezen van jas of hoofddeksel. Het duurt even maar dan kunnen we naar de uitleg. Een van de mannen heeft wat velletjes met plaksnorren bij zich. Hij verbergt deze onder zijn jas.

Wanneer we bij de solexen staan komen de snorren tevoorschijn. Rode, grijze, hang, Hitler en zwarte snorren. Sommige hebben er een van zichzelf. Eenmaal opgeplakt, vallen de plakkertjes op de grond, een van de medewerkers van de Tuinderij ruimt ze even op. Dan komt de uitleg.

Terwijl er de voorstelronde van de begeleiders is, staat men elkaar te fotograferen. Een van de mannen moet nog even naar het toilet. Zenuwen?

Na de uitleg naar het oefenrondje. Netjes rijden ze achter mij aan. Na een tweede oefenronde rijd ik direct door, dan slaat de solex ook niet af en kunnen we direct door. Ik heb het idee dat het weleens een snelle rit kan worden. Bravoure is maatgevend.

Voor mij uit rijdt de feestkar met twee werknemers achterop. Beiden hebben hun hand in het verband. In de vinger gezaagd? Geen idee. Een van de mannen achterop met het Hitlersnorretje steekt zijn arm gestrekt naar voren. Dit vind ik ongepast en absoluut niet kunnen. Ik zwaai met mijn vingertje naar hem, waarop hij stopt en zijn hand naar beneden doet.

We rijden richting Dorppolderweg. Als ik over de brug rijd zie ik de laatste nog onderdoor rijden. Het wordt even wat snelheid minderen om in een groep te rijden. Dan gaat het fout. Een blonde bouwvakker stuurt zijn solex de graskant in en rijdt een greppel in die vol water staat. Stoer? Echt niet. Het water dat die ochtend is gevallen spettert alle kanten op. Een onverantwoorde actie. Ik stop de groep, stap af en spreek de man op niet mis te verstane wijze aan en zeg dat ik dit niet tolereer. Zijn maten roepen hem eveneens tot de orde. We rijden door maar ze weten nu ook dat ik me verantwoordelijk voel en niet van dit soort acties houd.

Wanneer we even rijden krijg ik een melding dat een begeleidende bromfiets zijn benzinedop is verloren. Ook is bij een van de solexen de gaskabel losgeschoten. Bromfiets gaat terug, solex wordt gewisseld.

We rijden net in het Kraaienest als men de hemel weer open gooit. Zachte regen tot gevolg. Mijn bril zit vol druppels. De groep blijft netjes achter me rijden. We nemen het Kralingerpad als het wat door gaat regenen. We steken de Westgaag over om richting Schipluiden te rijden. “Kunnen we niet harder”, vraagt een van mijn volgers. Ik antwoord dat we zo hard gaan als de langzaamste rijdt.

Op het Gaagpad gaat het wederom fout. Een van de solexers gaat onderuit. Gelukkig geen vervelende gevolgen. Op naar het Raadhuis voor een kopje koffie of een glaasje fris. Alcohol is door baas jr. verboden te drinken. Een goede beslissing.

De Trambrug ligt er af. Er is een vervangend traject gefabriceerd. Omdat we wat tijd zijn verloren sjezen we door het dorp. Niet echt handig, de school komt net uit.

Bij Het Raadhuis zit er geen snelheid in. Geen eigenaren aanwezig en vrij jong personeel. Het is wachten en wachten. Excuses worden aangeboden, maar we lopen achter op het schema en moeten een alternatief bedenken voor het vervolg naar de tweede stop.

Ik kies voor richting Den Hoorn, we steken de A4 over om direct linksaf te slaan. De Ommedijk rijden we af. Om daarna de Harnaskade te nemen. We nemen even afscheid van feestkar en bezemwagen. Ze mogen er niet rijden. Later komen we ze weer tegen als we via de Woudselaan de A4 weer over zijn gegaan. Dan het Meerpad op. Wederom een wissel van een solex. Even stoppen en dan weer op weg. Op weg naar ’t Woudt.

Onder de Woudseweg door richting De Lier. Hier gaat het plank gas. Links en rechts komen de solexen naast me rijden, slechts een berijder durft het aan om mij te passeren. We rijden naar Eetcafé De Witte.

Bij de Witte krijgen we de buitenbanken toegewezen. Ze staan nog onder de tafel. Als ik ze er onder vandaan wil halen guts er een plons water in mijn schoenen. Soppend kom ik die middag thuis.

Wanneer men de drankjes opneemt nemen we even contact op met baas jr. Mag er voor een biertje worden gekozen? Dat mag. Na een 25 minuten terug naar de basis. Via het Kralingerpad, de Kreekrug en de Berckenrode naar de Zijtwende om rechtsaf de Oostbuurtseweg in te rijden. Dan is het kwestie van gas geven en terug naar de basis. Na 25,7 km zijn we terug en kunnen de solexen naar binnen.

Nog even een foto en de diploma-uitreiking dan kunnen de jassen uit. De mannen hebben het naar de zin gehad. Een voor een geven ze de begeleiding een hand. Een mooie afsluiting. Soms moet je even laten zien wie je bent, al valt dat niet altijd mee. Morgen weer een rit.

341. 41 vrouwen, 6 begeleiders, veiligheid voor alles

41 zijn het er. 41 vrouwen die ik achter mij aan heb rijden op de solex. Gaat het snel? Nee, de langzaamste bepaalt het tempo. De gemiddelde leeftijd is ruim boven de vijftig, zegt een van de deelnemers. Ze zijn van een thuiszorgorganisatie. Er is er één die rijdt voor twee. Is zwanger en kan geen zwangerschapsjas vinden. Dan maar één die oversized is, dat gaat ook. Een vrouw met maat 48 kan ook niet echt een jas vinden, op de heupen gaat wel maar aan de bovenkant zullen dan de knopen moeten worden verzet.

De dames hebben veel tijd nodig om een jas te vinden. De opperstalmeester heeft het nog zo gezegd. “Je hoeft hem niet te kopen.” En “De eerste keuze wordt toch vaak de uiteindelijke jas.” Maar de dames gaan voor lekker aanvoelen, mode, niet te zwaar en liefst geen lange jas. En dan moeten ze ook nog een helm uitzoeken. Nog een crime. Maar na 25 minuten zijn ze zover dat ze achter hun solex staan. De voorstelronde van begeleiders kan beginnen.

De telefoontoestellen zijn ineens fotocamera’s. “Wat is hier de Wiefiecode”, vraagt een vrouw die beduidend boven de gemiddelde leeftijd zit. “Ik wil mijn foto effe op Facebook zetten.” Er wordt aan voorbijgegaan. Er is al veel te veel tijd verloren gegaan en dat gaat ten koste van de rit.

De groep is zo groot dat er met twee solexen wordt voorgedaan hoe een solex werkt. Men kiest zelfs voor een tweede keer voordoen. Dan kunnen we naar de stelplaten en zien wat er is opgeslagen van het voordoen.

“Ga jij maar vooruit, Aad”, zegt een van de medewerkers. “Rijdt maar alvast een oefenrondje.” Als ik vertrek heb ik vijf dames achter me hangen. De rest is in geen velden of wegen te zien. Wanneer ik mijn eerste oefenrondje heb gereden, zijn er nog zeker 20 die nog niet eens gestart zijn. Ik doe een tweede ronde. Dan nog een derde en een vierde. Verdraaid nu rijdt iedereen.

Ik ben nauwelijks op weg als één van de dames mij voorbij rijdt. “Ik hoef geeneens gas te geven en dan rijd ik je al voorbij”, zegt ze. Ik vraag haar in haar rem te knijpen, omdat ik graag iedereen in een keer meeneem. Er is contact met de bezemwagen. Iedereen is op weg. Mijn eerste kilometer zit er al op. Dan kort daarop een berichtje dat er gaten vallen in het solexpeleton. Het is opnieuw remmenknijpen.

We rijden de Kleine Zijdekade af richting Woudseweg. Onder het viaduct door bij de Woudseweg lijk ik met een schoolklas op pad. Er wordt gegild in het tunneltje. We gaan linksaf en moeten het bruggetje over. Zonder gang lukt dat niet. Bijfietsen is een optie. Er stappen dames af en lopen over de brug. Ook de bezemwagen heeft moeite en blijft schuin hangen. We pakken een stukje Noord-Lierweg om daarna richting Woudtzicht te rijden. De eerste groep gaat zo hard dat de volgers niet in de gaten hebben dat we zijn afgeslagen. Ik krijg een melding uit de bezemwagen. “Waar ben je heen gegaan, Aad?” Ik meld het hen en besluit met de rem erop verder te rijden om de club weer bij elkaar te krijgen.

Even later, als ik omkijk, hangt iedereen er weer achter. We rijden de Pastoor Verburglaan op om een stukje verder rechtsaf de Hofzichtlaan op te schieten. Een solexbegeleider komt melden dat deze weg doodloopt. Het wordt een ‘eigen weg’, maar in De Lier kent met het fenomeen Solextoers, we rijden hier vaker. Dan linksaf naar Groeneveld, langs De Zeven Gaten. Hier komen we een vrachtwagen tegen die een trouwlocatie aan het bevoorraden is. Met een klein beetje scheef hangen kan je er langs. Maar kan de bezemwagen er langs, vraag ik me af. Dan wederom de Noord-Lierweg op en via de Veilingweg en het verbindingspad rijden we naar de Lierweg op zoek naar de eerste stop bij eetcafé de Witte.

Alle solexen staan in een mooi gelid langs de weg. Men kiest ervoor om buiten te zitten. De jassen gaan uit, alle knopen weer los. De dakschermen gaan wat naar beneden en de heaters gaan aan. Dan gaat men bestellen. Niet een gewoon kopje koffie, maar alle varianten die je van koffie kunt krijgen. Daarnaast worden er nog andere bestellingen gepleegd. Het appelgebak moet worden uitgeserveerd en hier en daar met slagroom gecompleteerd. Er gaat veel tijd inzitten, wederom ten koste van de solexrit. De beoogde doorstarttijd wordt niet gehaald.

Wanneer we vertrekken sluit bijna iedereen direct aan. Echter de volgende stop ligt niet ver weg. Ik neem de beslissing om er rechtstreeks heen te rijden. Misschien iets te vroeg, maar dan heb ik straks ruimte om de rit wat uit te breiden. Nu kan ik even meer snelheid maken. We hebben een behoorlijke zijwind dat is te merken. Het is goed je stuur vasthouden en een beetje in de wind hangen. Sommige helmen klepperen op het hoofd van de persoon op de solex.

Even voor de afgesproken tijd komen we aan op hoeve Bouwlust. We komen een groep weggaanders tegen die hun consumptie hebben genuttigd. Opnieuw gaan alle solexen netjes naast elkaar. “Jammer dat we alles achter moesten laten bij de Tuinderij”, zegt een van de dames. “Ik had hier iets willen kopen en nu heb ik geen portemonnee bij me.” Ik hoor het aan, maar kan er niets mee.

Het drankje bestellen en afhalen gaat hier snel. Een bittergarnituur komt langs. We kunnen nu ruim op tijd weg. Nog een rit van 40 minuten. Op weg naar Schipluiden heerlijk voor de wind. Net na Akkerleven om de ijsbaan heen, richting Zijdekade. Even iemand vooruit voor de plaatjes. We rijden voor de golfbaan langs en rijden naar de voetbalvelden. Plots zijn we de bezemwagen kwijt, een wissel van solexen. Even verderop een van de Sparta bromfietsen die wat benzine lekt en regelmatig uitvalt. De berijder moet regelmatig meefietsen. Tussen de voetbalvelden en de golfbaan schieten we naar rijksweg A4. We gaan er overheen en dan krijg ik direct te horen dat de groep straks de A4 op moet naar huis. Er staat een file zover je kan kijken.

Wanneer we langs twee Delftse voetbalverenigingen rijden zie ik vanuit de verte de bezemwagen weer aan komen rijden. Maar nu uit tegenovergestelde richting. Het karretje sluit weer achteraan. We gaan het dorp Schipluiden door, komen de valbrug over en rijden een andere groep in. Gezamenlijk terug naar de Tuinderij. Zij nemen de brede kant van de weg, wij de smalle. Samen komen we vlak voor de locatie weer bij elkaar. Daar gaat het mis, maar met een deelnemer van de andere groep. Het hele motorblok gaat aan barrels. De technische dienst ook weer werk.

Bij aankomst zet men de solexen buiten neer. Nog even een foto en dan de jas terughangen en het hoofddeksel terugleggen. Dan de uitreiking van het solexdiploma.

Ik neem een groepje nog even mee door de Tuinderij en vertel hen over wat er meer te doen is. Ze hebben het zo leuk gevonden en willen in januari nog een keer terugkomen, maar dan andere activiteiten doen.

Het was een geslaagde rit zonder slachtoffers. Ik had er wel een beetje een hard hoofd in nadat ik de opstart heb meegemaakt. Ze hebben het als geweldig ervaren en dan gaat het maar een beetje langzamer. So what.

301. Solextour met neven en nichten

Het trouwseizoen is weer begonnen, dat betekent speeches schrijven, bezoeken afleggen, informatie inwinnen en de huwelijksbevestiging doen. Maar wat ook weer begonnen is, is het solextouren. Op een zonnige zaterdag in april mag ik mijn eerste rit weer maken en is het solextourgebeuren 2018 gestart.

Via een beschikbaarheidssysteem kan je aangeven wanneer je beschikbaar bent om een rit te maken. Bij de Tuinderij maken ze dan de planning. En zo mocht ik op 7 april bij mijn eerste solextour weer voor op de club uitrijden. Deze keer neven en nichten van een familie. De organisatoren van het familie-uitje komen uit De Lier en dan is het maken van een leuke dag niet moeilijk. Je gaat naar de Tuinderij en daar vullen ze de dag voor je in. Omdat de rest van de familie van ver komt is het dit keer voor de Lierenaren een thuiswedstrijd.

Ik ben met mijn bezemwagenpiloot nog druk aan het overleggen als we het sein krijgen dat de groep reeds welkom is geheten. “Ze staan op de Wurft”, zegt de medewerker die het welkom verzorgde. De ‘Wurft’ is een Westlandse benaming voor ‘het erf’. Zo vindt je meerdere benamingen bij de Tuinderij die of vanuit de Westlandse tuinbouw of uit het Westlands streekdialect komen.

Langzaamaan komt men aangewandeld. De leren jassen moeten worden opgezocht een helm of ander hoofddeksel komt uit het rek en dan kan men naar de uitleg over wat de solex voor een voertuig is. Nog even de jas, portemonnee, telefoon en trui in een kist die wordt afgesloten en dan naar buiten. Daar staan ze negentien neven en nichten, 30ers, 35ers, 40ers. Stoere mannen en vrouwen. De laatste zijn ook niet op hun mondje gevallen en doen vol mee in de conversaties. Al snel heb ik door dat het gezelschap niet van hier is. Ik hoor een zachte G, maar ook andere dialecten. Ik doe er navraag naar. “Oma en Opa kwamen uit Reuzel bij de Belgische grens”, zegt één van de dames. Een dochter is in het Westland terecht gekomen.

Ze besluiten zo’n vijf jaar geleden om een neven- en nichten dag in te stellen. Na een dramatische gebeurtenis besluiten ze het leven leuk op te pakken en de contacten aan te halen. “We willen met elkaar leuke dingen doen, anders zie je elkaar slechts bij begrafenissen.” En zo komen ze vandaag in De Lier terecht en mag ik ze op sleeptouw nemen.

Na uitleg over hoe de solex werkt, wordt het sein gegeven om een oefenrondje te rijden. Een voor een lopen ze het terrein af. Een dame krijgt haar solex niet aangeduwd. Heeft de haak er al afgehaald en heeft niet opgelet. Dat wordt nog een keertje uitleggen. Dan kan de ronde worden gemaakt. Na twee rondjes proef gaan we op pad.

Men heeft gekozen om een eigen picknick te organiseren ergens in de tour. Op het schema neem ik de tijd in de gedachte dat ik er moet aankomen. Dan even schakelen om ook op die tijd op de plaats van bestemming te zijn. Onderweg heb ik het al helemaal in mijn hoofd zitten. Daar gaan we, er wordt gekletst onderweg. Ik rijd alleen aan de kop. Men heeft kennelijk geluisterd dat ik voorop ga rijden en ook als eerste weer op het terrein bij de Tuinderij wil aankomen. Ik maak dat vaak anders mee. Mannen met bravoure die mij voorbij sjezen en op de kop gaan rijden. Ik laat het meestal toe totdat ik het zat ben. Nu komt een mannelijke solexer netjes vragen of hij al even door mag, hij wil de groep op film vastleggen.

We rijden door Schipluiden achter het gemeentehuis om naar de Zuidkade. Ik neem de oude bouwweg en vervolg de rit richting Maasland. Onderweg is mijn klokje de leidraad. Als ik sneller bij de stopplaats dreig te komen dan afgesproken plak ik er nog een ommetje aan vast. Vanuit de bezemwagen komt de vraag waar we heen gaan en hoe het met de tijd zit. Precies op tijd komen we aan bij de parkeerplaats van het Kraaiennest. Daar staat de tafel vol met dozen gebak, koffie, thee en water. “Mijn ketting is er afgelopen”, zegt een van de deelnemers. Dat maakt met een solex niet echt uit tenzij je tegen een hoogje op moet. Dan kan je niet bijfietsen. Samen met mijn hekkensluiter fixen we het probleem. De handen worden schoongeveegd aan het mos naast een boom. Mijn nagels zijn zwart van het vet en geven een ‘rouwrand’, zoals mijn moeder dat zou zeggen.

Als we klaar zijn met de ketting staat er ook voor ons gebak met een kopje koffie. “Echt Belgisch gebak, hé”, zegt een van de deelnemers. We laten het ons goed smaken. Na een kwartiertje is het tijd om opnieuw op te stappen en onze weg te vervolgen. Ik dreig in tijdnood te komen, omdat de route die ik in gedachte heb even meer tijd kost dan het tijdstip dat we bij de volgende stop moeten zijn. Ik besluit iets meer gas te geven, maar wel steeds in de gaten houdend waar de laatste rijdt.

Vlak nadat we weer zijn opgestapt denkt een van de deelnemers dat hij moet gaan schansspringen met zijn solex. Hij rijdt met zijn voertuig het grastalud op en komt harder weer naar beneden. Levensgevaarlijk, want met een greppel in het talud, klap je zomaar over je stuur en maak je na een dubbele flikflak een lelijke landing. Ik probeer hem te waarschuwen, tegen beter weten in, want even later doet hij het nogmaals. Het loopt gelukkig goed af.

Dan komt er een jonge vrouwelijke deelnemer naast mij rijden. Ze vraagt me honderd uit en dan ben je bij mij aan het goede adres. Ik praat wel. Ik leg haar uit wat we onderweg zien. Ze is heel belangstellend. Ze blijkt mijn zoon René te kennen als cabaretier. Zo denderen we door ’t Woudt richting Bonte Haas. We slaan af en rijden langs de veilingroute richting de Zeven Gaten van van Linge. Hier schieten we een fietspad in richting De Lier.

Onze volgende stop is De Witte in De Lier. We zijn er vijf minuten te laat. Dat is weinig op een mensenleven en ik neem het voor lief. “Prima op tijd”, zegt het meisje van de bediening, “jullie kunnen mooi aan de wegkant gaan zitten”.

Nu komt er een biertje, wijntje of frisje op tafel. Men zoekt elkaar op en er wordt druk gesproken. Wat een leuk gezelschap en wat hebben ze het goed voor elkaar. “Moet je weten, dat er nog acht niet zijn”, zegt de vrouw die de organisatie op zich heeft genomen.

Na een kwartiertje geeft mijn bezemwagenberijder het sein dat we vijf minuten later zullen vertrekken. Ik neem nogmaals het woord en vraag aan het gezelschap om zich alstublieft aan de regels te willen houden. Uit eigen veiligheid, maar ook omdat we graag met heel materiaal thuis willen komen.

Als we net op weg zijn komen de onderlinge gesprekken wederom op gang. Dan let een van de dames even niet op en rijdt vol de graskant in. Ze kan haar solex net aan rijdend houden, maar het had zomaar goed mis kunnen gaan. Opletten blijft belangrijk.

Exact op tijd kunnen we de solexen weer netjes het magazijn van de Tuinderij in rijden. Nog even een groepsfotootje en dan is het voorbij. Men heeft het naar de zin gehad en de handen gaan de lucht in.

De jassen gaan terug op de kapstok, de helm in het rek. Op naar de Breedkapper (ook een tuinbouwterm). Aan twee mensen wordt het officiële solexdiploma uitgereikt. Zij zijn met lof geslaagd. De overige krijgen de mededeling dat ze het nogmaals over kunnen doen, want de Tuinderij is zeven dagen per week open. Nadat het begeleidingsteam door een van de geslaagde is bedankt, zit onze taak er op. Het gezelschap gaat naar het eten toe en vermaakt zich nog wel even.

De solexen worden in de loods weer nog even netjes in het gareel gezet en dan een biertje. Nog even praat ik na met mijn jonge begeleider. Het was weer fantastisch. Als ik thuiskom heb ik een compleet verbrand gezicht, de zon heeft zijn best gedaan en mijn mederijders hebben geboft.

Het is uitkijken naar de volgende rit en daar hoef ik niet lang op te wachten. Er zijn al weer drie ritten voor mij ingepland.

256. Een natte solexrit

Op een regenachtige vrijdag rijd ik op de fiets naar mijn nieuwe hobby: Solex rijden. Er zijn flinke buien gevallen, maar ik kom nu droog over. Als ik vlak bij de Tuinderij ben zie ik dat er in een bocht van het oefenrondje een flinke plas is ontstaan. Aan de binnenrand van de bocht ligt ook nog een betonnen varkensrug, deze ligt net onder water en je moet dus weten dat ie er ligt anders zou je een flinke smakker maken als je er met de solex overheen rijdt. Ik besluit het even te melden, veiligheid voor alles. Gewapend met twee trekkers rijden we even later op een Big Daddy richting plas. Het lukt niet om het water weg te trekken, twee pionnen zetten kort daarop de bocht af en wordt het inrijparcours wat verlengd.

Een groep van accountancy uit Voorschoten meldt zich aan de poort van de Solex-tours. Tien mannen en vier vrouwen. Twaalf van de solexrijders zijn ruim op tijd en kijken hun ogen uit. “Hoe komen ze hier eigenlijk aan al die solexen?”, vraagt ’n accountant belangstellend. Ik kan er geen antwoord op geven. Ik weet dat het klein is begonnen en dat het inmiddels behoorlijk uit de jas is gegroeid. Jassen, ook zo’n ding. Als de groep naar de ‘verkleedkamer’ gaat verbaast men zich er over hoeveel jassen er eigenlijk hangen. Dat zijn er veel, zowel van leer, kort, maar ook lang. Voor dames hangen er ook verschillende modieuze jassen, de meeste van stof, met een bontje, een ceintuur, rits of knoopsluiting. Gedateerd maar precies passend bij de activiteit die men die dag gaat doen.

Het wachten is op twee dames. Er wordt een telefoontje aan gewijd. “Waar zitten jullie?” vraagt de leider van het gezelschap. “Afslag gemist”, krijgt hij als antwoord. We wachten geduldig af tot de afgedwaalde dames er ook zijn.

Ik kijk wat in het rond en zie de mannen gluren naar de Big Daddy’s. Een stoere en bijzondere step met dikke banden. De step is niet alleen bijzonder omdat hij zo robuust oogt, maar vooral omdat hij geheel elektrisch is aangedreven! Je hoeft dus niet echt zelf te steppen. De topsnelheid van de step is 30 km/h en de actieradius is 40 km. Een mooi vervoermiddel voor woon-werkverkeer. Je bent niet moe als je op het werk komt.

Dan komt de auto van de dames binnenrijden. “Waar blijf je nou?”, vraagt de leider nogmaals. “Ja, we zaten wat te kletsen en voor we het wisten hadden we de afslag gemist.” Misschien bij de afslag bij Den Hoorn van de A4 nog twee grote borden plaatsen met ‘De Tuinderij’.

De dames en heren gaan de verkleedhoek in. “Ik doe zo’n jas echt niet aan hoor”, zegt een jonge blondine. “Je weet toch niet wie er allemaal al in hebben gereden.” Ik probeer haar gerust te stellen, het helpt echter niet. Ook niet als één van haar collega’s haar probeert over te halen. “Nee”, zegt ze, “ik doe het niet.”

De mannen vinden het daarentegen geweldig en lopen stoer rond. “Ik heb ook zo’n jas”, zegt een net aan twintiger. “Ik heb van mijn pa een oude Vespa overgenomen en rijdt in een club van Vespa’s.” De meegebrachte jassen en tassen gaan in de afgesloten box. Dan op naar buiten. Het heeft, zoals ik eerder meldde de hele ochtend flink geregend, het blijft dreigend maar buienradar geeft niet echt een somber beeld.

Eenmaal buiten krijgt men uitleg over hoe de solex werkt. Men luistert aandachtig. Een van de dames vindt haar pothelmpje toch niet alles en schiet er even tussenuit. Na de demo door John wandelt men naar de betonnen platen waar de tour kan beginnen. Het gaat allemaal redelijk vlot. Op één na krijgen ze allemaal de solex aan en rijden ze achter mij aan voor het proefrondje. Wat ik niet in de gaten heb, is dat er onderweg wat troubles zijn met een solex. Mevrouw krijgt er geen gang in. Daardoor blijven er vier solexen wat achter hangen. Met de rest van de groep gaat het in een sliert over Westlands wegen. Terug aangekomen bij de startplek, mis ik de vier solexen. Ik ga er naar op zoek, ze kunnen nooit ver zijn. Maar als ik mijn oefenrondje heb afgereden ben ik ze nog niet tegen gekomen. Ze blijken hun eigen oefenrondje te hebben bepaald en zijn alvast op weg gegaan. Wanneer ze de groep uit het oog zijn verloren, besluiten ze toch maar terug te komen. Niet eerder heb ik dit meegemaakt. Zou het verlengde oefenparcours daar de oorzaak van zijn? “We zagen plots helemaal niemand meer”, zegt de man die het eerste terugkomt.

Dan kunnen we op weg. De wind is krachtig, de solex moet zijn best doen om de gang erin te houden. Hier en daar moet wat worden bij getrapt. Een van de dames, niet eens zo heel oud, vindt het eng. Zij blijft steeds op een redelijke afstand rijden van haar voorganger en rijdt daardoor steeds dicht in de buurt van de bezemwagen. De langzaamste van het stel bepaalt de snelheid van de groep, zo is bepaald en daardoor heb ik regelmatig contact met John vanuit de bezemwagen. “Effe inhouden Aad, er valt een gat.”

De rit gaat dit keer naar het Raadhuis Schipluiden aan de Dorpsstraat al daar. Een historisch pand uit 1840 dat in 1878 werd aangekocht als raadhuis en ambtswoning voor de burgemeester van Schipluiden. Het bevatte een secretarie en de tuinkamer werd voor raadsvergaderingen gebruikt. Daar is de koffiestop gepland. Men neemt plaats in de mooie binnentuin van de lunchroom. Niet voor lang echter als de regen begint te vallen. Dan neemt men de koffie mee en vertrekt het gezelschap naar de kamer van het oude Raadhuis, waar voorheen de raadsvergaderingen werden gehouden.

Na de koffie en het overheerlijke appeltaartje voor de gasten, lopen we weer naar buiten waar het zonnetje schijnt. Buienradar is geconsulteerd en geeft niet het mooiste weer aan met hier en daar zelfs een grote blauwe puntgrafiek. Eenmaal op weg valt het mee, totdat we vlak voor de onderdoorgang van de Woudseweg zijn. We halen het tunneltje en blijven daar staan tot de slagregen is opgehouden. Wanneer het zonnetje er weer wat doorheen komt, besluit ik opnieuw te starten. Echter nog geen 100 meter op weg valt er opnieuw een bui. Gaan we door of terug? Ik besluit door te gaan, maar een aantal gasten volgt me niet en gaat terug naar het tunneltje. Nu sta ik met een kleine groep in de regen te wachten tot de rest aansluit. De blauwe lucht komt er aan dus opnieuw terug gaan heeft naar mijn mening geen zin.

Nadat iedereen zich weer heeft aangesloten vervolgen we de rit. Op naar de Witte in De Lier. We hebben wat tijd verloren en moeten op tijd bij de volgende uitspanning zijn. Ik kort de weg wat in. Onderweg komt Koos naast mij rijden. Koos is een medewerker van het accountantsbureau. Hij stelt mij allerlei vragen over het gebied. Ik weet er wel wat van en kan zijn vragen beantwoorden. Leuk om ook iets over ons woongebied te vertellen.

Aangekomen bij de Witte komt het drankje op tafel. Als je er op vrijdag komt wordt de stamtafel buiten steeds bevolkt door dezelfde groep oudere mannen. Zij sluiten hier waarschijnlijk de week mee af. Al zullen ze geen van allen meer werken. Na het drankje aanvaarden we de terugweg. Dan komt het bravoure wat naar boven bij de solexrijders. Men poogt mij in te halen en trekt het gas open. Mijn solex rijdt doorgaans het hardst, maar dit keer niet. Ik word door twee solexen ingehaald en voorbijgereden. Ik laat het even zo, ben geen politieagent en weet dat ik altijd als eerste het solexterrein weer oprijd.

Bij terugkomst gaan de solexen weer netjes de loods in. Om en om worden ze teruggezet. Men is heel gewillig om hier ook aan mee te werken. Dan nog even de foto rondom de bezemwagen en dan is het feest over, maar niet eerder dan dat het Nationaal Solexdiploma is uitgereikt. Dit keer is het Koos, Koos die al die tijd naast mij heeft gereden, die als enige het waardevolle en serieuze document krijgt overhandigd. Al snel wordt er door zijn collega’s gesproken van doorgestoken kaart. Hij zou mij hebben beïnvloed. Ik kan hen geruststellen, dat is ook zo .

De jassen worden teruggehangen. De solexrit is weer voorbij. De kleding is onderweg lekker droog gewaaid. Het was weer een leuke rit. Nog even napraten met John een biertje als afsluiting en dan maar weer afwachten wanneer ik weer mag. Het wordt winter en dus zullen er niet veel solexritten meer zijn. Ik wacht rustig af tot ik weer word ingeroosterd.

250. Vrachtwagenchauffeurs zijn zo stoer als de solex rijdt

Het is een drukke tijd voor de solextours Westland. Gisteren twee ritten met 65 deelnemers en vandaag een van 34 deelnemers. Een mooi tijdverdrijf voor een bijna gepensioneerd voorrijder.

Alle 34 solexen staan al klaar als ik het terrein van de Tuinderij op kom rijden. Mijn mederijders, Peter, Fabian en Joris zijn er ook al. Het wordt een prachtige rit. Het weer is super, de medewerkers zijn super, het wachten is op de deelnemers.

Langzaamaan komen de auto’s het terrein oprijden. Een groep mannen en vrouwen. Een expeditiebedrijf uit Bleijswijk heeft de middag gereserveerd voor een bedrijfsuitje. En dat uitje wordt gehouden bij de Tuinderij.

Als de mannen richting ingang lopen, hoor ik wat bravoure.’t Stelt niks voor, voor motorrijders, zo’n solexrit. De mannen voelen zich stoer. Het is leuk om te zien. We gaan naar de ruimte waar de jassen hangen. Een van de deelnemers wil ook even ‘de pot’ op, een activiteit die men ook bij de Tuinderij kan doen. Dat wordt niet toegestaan, men komt om te solexen. Dan neemt men eerst plaats op de tribune voor een welkomstwoordje. Nog even wachten, want er komen nog mensen.

Na het welkomstwoord op weg naar de jassen. “Ik hoef toch geen helm op”, zegt een jongere deelnemer, “‘k heb net een uur aan mijn haar staan stylen en het is nog nat.” Ik kijk haar even aan. “Meen je dat”, vraag ik haar. Ik zie haar kleine krulletjes die ze zorgvuldig in het haar heeft aangebracht. Moeder vraagt of ze echt een jas aan moet. “Ik houd mijn eigen jasje aan”, zegt een twintigster. De mannen maken geen drukte lopen naar de jassen toe en komen als echte mannen terug lopen. Voor de helmen wordt soms wel en soms niet gekozen. Eenmaal buiten wordt er nog een keertje van hoofddeksel gewisseld of toch een andere jas, maar dan kan Joris zijn verhaaltje doen over het gebruik van een solex. Er is aandacht en dat kan ik niet altijd zeggen. Na de uitleg gaat het richting het inrijparcours. “Hij doet het niet”, zegt één van de stoere mannen. Ik pak ‘m over, loop er drie meter mee en heb de solex aan de praat. “Kunt u de mijne ook even starten”, vraagt een blonde vrouw met lang haar, “want hij wil niet”. Ook deze heb ik na een paar meter aan de gang. “Wat doe ik fout?” vraagt ze. Ik heb het niet kunnen zien. Ze neemt de solex over en zie haar zo wegrijden. Na een oefenrondje gaan we op weg.

We rijden eerst wat langzaam omdat niet iedereen direct kan volgen. Dat geeft wat irritatie bij de solexrijders die bij mij in de buurt rijden. “De mijne rijdt zonder gas te geven”, zegt de vrouw met het korte leren jasje, “ik moet zelfs in de remmen knijpen anders rijd ik u voorbij”. Ze blijft netjes achter mij. Dan krijg ik het seintje om het gas open te zetten, iedereen heeft de aansluiting. Bij de Woudseweg schieten we het fietspad op, richting De Lier. Bij de Oostbuurtseweg staat Peter om de weg af te zetten we schieten aan de verkeerde kant langs de vluchtheuvel de weg uit. Door naar het Pedik. We rijden de Burgerdijkseweg op richting Maasdijk. Opnieuw worden we overgezet door Peter en Fabian. De mannen, begeleiders, geven daarna weer gas om naar het volgende kruispunt te gaan. Intussen komt één van de eigenaren naast mij rijden. Ondanks het feit dat men uit Bleijswijk komt kent men de wegen. Veel bedrijven maken gebruik van hun bedrijf voor het vervoer van fruit, groente of bloemen. Onderweg krijg ik regelmatig de herkenning van bekende bedrijven.

We gaan op weg naar de Bosrand. Achter me gebeurt er van alles, men rijdt door het gras, met vier of vijf naast elkaar, met de benen in de hoogte, maar als ik mijn hand opsteek dat er mogelijk gevaar is, rijdt men weer netjes. Mijn medebegeleiders geven soms een standje.

Een van de eigenaren wil graag een filmpje maken van de groep. Ik geef hem de gelegenheid, houd de club wat rustig bijeen om ze vervolgens langs de filmer te sturen.

Bij aankomst bij de Bosrand kruipen we in de bediening. Er is koffie en thee met een flink stuk appeltaart. Er is geen toefje slagroom maar een Toef. Een paar jongeren willen geen koffie of thee, maar wat dan? “Wat heeft u allemaal”, vraagt een jongeman van net aan twintig. “Je bent hier in een restaurant”, zeg ik hem. Ik verwacht iets exotisch. “Doe maar cola”, zegt hij. Ja, daar moet je wel even een vraag voor stellen wat men zoal heeft. Ook zijn vriendin is van de cola.

Na twintig minuten is de koffie, thee en cola op. We vertrekken weer. Peter legt even uit hoe we gaan rijden. Links af, dan rechts af, bij de rotonde eroverheen, dan omhoog, links af en dan naar beneden. Ja, gooi het maar in mijn pet.

We rijden langs de dijk. Een lang recht stuk. Nu mag het gas echt open. Dan een reactie uit de bezemwagen. Een defecte solex. Er moet worden gewisseld. Opnieuw gas terug en de groep bij elkaar houden. De brombegeleiders snellen me voorbij, richting volgende oversteek. Echter waar ik zoek en kijk, geen begeleiders te vinden. Ik kan niet stoppen en neem een eigen route. Er wordt gecommuniceerd over de portofoon. “Waar ben je Aad?” Ik probeer uit leggen waar Ik ben en dan plots duikt één van de begeleiders weer op. Oef, een gratis rondje van de zaak. Nu in een keer door naar Bouwlust voor een drankje. Dan een ketting afloper. Niet fietsen, is het advies, straks wordt e.e.a. opgelost. Bij de oversteek bij Maasland wordt de weg afgezet en rijden we zonder te stoppen naar de overkant.

Bij Bouwlust wordt de weg opnieuw vrijgehouden. Het is niet niks om met zoveel tegelijk over te steken, al houden de meeste automobilisten er wel rekening mee. Als we bij Bouwlust binnenrijden is het er druk. De solexen worden netjes in het gelid gezet. Nu een drankje. We zijn er net aan tien minuten als een van de deelnemers al komt vragen hoe lang dit gaat duren. “Effe rust”, geef ik aan.

Na twintig minuten is men onvoorstelbaar snel weer op de pedalen. De rit gaat over het Gaagpad, waar vroeger de trein overheen reed. Dan richting ijsbaan en er omheen. Aan het eind naar de golfbaan. Er is nog tijd voor een rondje om de golfbaan heen. “Gaan we nog niet eten”, vraagt één van de stoeren. “Bijna”, geef ik hem aan. Dan op weg door Schipluiden en richting De Tuinderij.

Om exact kwart over zes komen we aan. De planning is gehaald en ik ben de eerste die het terrein op rijd. Dit was ook de opdracht. Men mocht mij niet passeren.

Na het stallen van de solexen even de foto. Men heeft het naar de zin gehad. De handen gaan de hoogte in. Na het ophangen van de jassen op naar de barbecue, maar eerst het serieuze solexdiploma uitreiken. Vader en de grootste, stoerste en drukste deelnemer heeft zich het ‘meest’ gedragen en het netste gereden.

Het was weer een leuke rit.


239. Haan met 20 kippen op de solex

Niet alleen negatieve verhalen, want er is zoveel positiefs te vertellen over het leven. Enige tijd geleden kreeg ik weer een verzoek voor het rijden van een solextour. Dit keer een grote groep onderwijsgevenden en een voor mij nieuwe afsluiter in de bezemwagen, Erik.

Het dreigt de hele week slecht weer te worden, toch valt het deze dag mee. Een enkel buitje in de ochtend en daarna droog. Ik fiets richting de Tuinderij, waar zóveel mogelijk is of eigenlijk waar niets ónmogelijk is. Er staat een stevig windje, dat is straks te merken als we op de solex zitten. Je hoeft er zelf niets aan te doen, maar de trekkracht van het mobiel uit de ‘40, ‘50 en ’60er jaren wordt wel beïnvloed door wind.

Jonge mensen die voor het eerst zo’n fiets met hulpmotor zien weten vaak niets van de solex af. Daarom een klein stukje uit de historie. De solex ontstond in 1948. De fiets met hulpmotor krijgt de eer om als eerste de term ‘bromfiets’ te voeren. De solex is geboren in Frankrijk en wordt al snel in Nederland (onder licentie) vervaardigd door Handelsonderneming Stokvis te Rotterdam. Nederland is net uit de oorlog en is helemaal in de ban van dit vervoermiddel. Door de grote vraag is er in 1949 zelfs een wachttijd van vele maanden. Bijna elke solex wordt aangedreven door een motor die een rol laat draaien. De motor wordt door middel van een hendel op het voorwiel gezet. Er is naast het voordeel, men rijdt ongeveer 30 km per uur, ook een groot nadeel. Door de rol die op de band draait is er grote bandenslijtage. Er worden daarom speciale geprepareerde banden voor ontwikkeld om dit proces te vertragen. Het is een populair vervoermiddel totdat de mobilette in zwang raakt en de solex langzaam uit het verkeer verdwijnt. In 1967 stopt de productie van solexen en lijkt het een stille dood te sterven. Uiteindelijk wordt het jaren later opgepakt door evenementenbedrijven zoals de Tuinderij die solexritten verzorgen bij teambuilding, vrijgezellenfeesten en familie-uitjes.

Dit keer dus 20 dames en één man. De man is een directeur van een school in Delft. Op de laatste dag van hun vakantie wordt een activiteitendag georganiseerd. Een tweetal onderwijzeressen neemt afscheid van de school en deze dag wordt op feestelijke wijze afgesloten. Daarnaast is het teambuilden.

Rond kwart voor drie komt de groep aan fietsen. Directeur voor op, de onderwijzeressen volgen twee aan twee daarachter. Erik, mijn bezemwagencoureur is vandaag de verantwoordelijke en neemt de organisatie in handen. Na een woord van welkom krijgen onze gasten nog even de gelegenheid om te toiletteren. Nadat het haarnetje, hygiëne, is uitgereikt, gaan direct de helmen op. Dan wandelt men naar de jassen. Dat is altijd een heel probleem. Het is net als in een winkel, waar de keuze groot is, alleen hangen hier niet meerdere maten van een jas. Jassen gaan aan en weer uit om toch een betere op te zoeken. Paskamers zijn er niet maar het mobieltje is de spiegel, want je moet er wel flitsend uit zien. Als iedereen uiteindelijk gekleed is gaat men naar de veranda waar de solexen netjes in gelid naast elkaar staan. Wieltjes naar rechts, hendels in de haak.

De dames en heer nemen plaats achter de solex, waarna Erik uitlegt hoe een solex werkt. Sommige dames hebben nog nooit gemotoriseerd gereden. Het is spannend voor hen. Tijdens de uitleg is niet iedereen er bij, d.w.z. er staan er een paar gewoon door te praten terwijl Erik zijn uitleg doet. Na het voorstelrondje en de eigenschappen van een solex te hebben uitgelegd wandelt men naar de betonplaten. Nu gaat het gebeuren.

Dat niet iedereen heeft opgelet blijkt al snel. “De mijne doet het niet”, zegt één van de blonde onderwijzeressen. “Hij wil niet aan”. Als ik er even naar kijk, blijkt de hendel nog in de haak te zitten. Dan kan je fietsen, maar blijf je afgezonderd van de groep of hou je de groep op. Een andere solexrijdster krijgt er geen gang in. “Een beetje bijtrappen”, geef ik aan en hup daar gaat ze. Eén doet het helemaal niet, tenminste niet met de dame er op, maar als een van de medewerkers van de Tuinderij er even op heeft gereden, rijdt de solex als een speer. We kunnen weg.

Omdat de groep erg groot is moet er een goed contact zijn tussen de voorrijder, ik dus, en de bezemwagen. Via een portofoon hebben we contact. Als ik net ben vertrokken en zo’n 200meter weg ben, hebben we al dat contact. “Effe rustig aan, Aad”, hoor ik in mijn oortje, “er staan er hier nog een paar stil”. Ik houd de groep op, ga wat langzamer rijden tot ik het volgende contact heb. “Er is aansluiting”. Dan kunnen we op weg. Wanneer ik wat gas er bij heb gegeven, blijkt men mij niet echt te volgen. Geen of weinig tempo. Het gas gaat dicht tot de groep weer bij is. Dan in één lang lint langs de Woudseweg richting De Lier. Links af naar Burgerdijkseweg richting Brasserie de Bosrand in ‘s Gravenzande. De groep valt soms wat uiteen. Je merkt welke rijdster eerder gemobiliseerd heeft gereden en welke niet. Jongere dames hebben wat meer lef dan de oudere maar ook een enkele oudere durft het met mij aan om voorop op te rijden. Een enkele durft het zelfs aan om mij voorbij te rijden.

We rijden langs de Maasdijk, duiken het tunneltje onderdoor en rijden evenwijdig aan de dijk naar de Bosrand. Een onderwijzeres komt naast mij rijden en geeft aan een heerlijk gevoel te hebben bij deze rit. Rijdt zelf vaak met haar vriend op de motor, maar dit heeft toch ook wel iets lekkers. “Lekker die wind in je gezicht en dat zonnetje op je gezicht, super”, zegt ze. Bij aankomst worden de solexen netjes op het naastgelegen terrein geparkeerd. Tijd voor een kopje koffie, thee of een glas water en natuurlijk appeltaart. Bij de Bosrand worden Erik en ik direct ook de bediening ingezogen. Als volleerd kelner serveren we de koffie en thee uit. Het is heerlijk buiten, de jassen gaan uit en er wordt gezellig gekletst en ervaringen gedeeld.

Na een kwartier is het tijd om weer op te stappen en de weg te vervolgen. Het is aan Erik om de groep aan te kondigen dat we weer vertrekken. Er wordt nog even van het toilet gebruik gemaakt om even later weer heerlijk op de solex richting Staelduinse bos te rijden en deze te doorkruisen. Aan het eind, de Bonnenweg af naar het Oranjekanaal op weg naar De Lier, het Eetcafé de Witte.

Als ik op mijn horloge kijk, blijkt dat we wat extra tijd hebben. Bedoeling is om op het afgesproken tijdstip te arriveren bij de uitspanningen die deel uit maken van de rit. Deze keer is dat om vijf uur. In mijn hoofd bedenk ik even een route om dat tijdstip te halen. Als we door De Lier rijden lijken we een bezienswaardigheid. Het moet hier toch bekend zijn. De van oorsprong Lierenaar Joop van Mil zette hier zijn ‘De Tuinderij’ op en maakte van zijn hobby een florerend bedrijf dat nu wordt geleid zijn zoons Rick en Ruud en hun maatje Ivo. Maar kennelijk berijden we een route die niet eerder is gereden. Mensen zwaaien en lachen. Natuurlijk wordt er terug gezwaaid.

Vanuit de bezemwagen word ik gesoufleerd. “Naar voetbalvereniging Lyra”, geeft Erik in mijn oortje aan. Dat had ik ook bedacht. Dan maken we doorsteek vanaf de Veilingweg richting Lierweg, langs de haven van De Lier. We gaan de Lierweg af richting het Centrum en dan linksaf en arriveren bij De Witte.

Bij het Eetcafé staat men al ons te wachten. De lange bank aan de wegkant is volledig voor het onderwijzend team. Daar zit hij, de directeur tussen zijn vrouwen. Een machtig gezicht. Klanten van het De Witte maken er opmerkingen over naar Erik en mij. Met een grapje maken we het af.

Ook hier een drankje en even gezellig van de ‘trilplaat’, zoals één van de onderwijzeressen mij in het oor fluisterde. Opnieuw een gezellig samenzijn. Om even half zes wordt het signaal gegeven om te vertrekken. Eén onderwijsgevende had mij eerder gevraagd hoe laat we bij het tunneltje onder de weg zouden zijn. Haar moeder en kinderen zouden haar daar opwachten om te zwaaien. Na een kusje aan een van de kids gaat de rit verder. Dan plots hoor ik in mijn oortje: “Aad wil je even stoppen, er is er één gevallen.” Even denk ik dat ik niet goed heb verstaan. “Gevallen?”, vraag ik. Ik krijg de bevestiging. Bij het opstappen is mevrouw met de solex omgevallen. Mevrouw gaat mee in de bezemwagen, de solex wordt aan de kant gezet, want kan niet meer achterop mee. Dat is dan altijd een smetje op zo’n ritje. Als ik de bezemwagen weer aan zie komen rijden wordt de rit vervolgd. Op naar het eindpunt De Tuinderij.

Er wordt contact opgenomen met de thuisbasis. “Over vijf minuten arriveren we”. Bij aankomst staat een medewerker ons al op te wachten. Hij verwijst de groep naar de opslag van de solexen. Natuurlijk moet er nog een foto worden gemaakt. Terwijl Erik het solexdiploma gaat ophalen, krijg ik een camera in handen gedrukt. In de historische kleding achter hun solex laat men zien hoe men heeft genoten van de rit. Het is voor de eeuwigheid vastgelegd op het gevoelige mobieltje.

De vrouw die gevallen was heeft wat kleine schaafwondjes aan elleboog en knie. Niets ernstigs gelukkig, maar wel altijd een vervelend gebeuren.

Dan gaan de jassen terug in het kledingrek. De haren worden uitgeschud en spullen die eerder zijn opgeborgen in de grote kist worden weer tevoorschijn gehaald. Op naar de tribune voor het afsluitend praatje en de diploma-uitreiking. De oudste solexrijdster ontvangt uit handen van Erik het diploma. De activiteit is achter de rug. Met hartelijk applaus worden wij bedankt voor de begeleiding. Het was weer een superleuke rit geweest.

Als ik even later naar huis fiets passeer ik de groep. Opnieuw netjes twee aan twee rijden ze achter directeur Joop aan. Men gaat barbecueën in zijn achtertuin. Bij het passeren hoor ik diverse keren: “Hey bedankt hé, Aad”. Geweldig toch. Een vrijwillige bezigheid op mijn vrije vrijdagmiddag kreeg zo voor mij weer een erg leuke invulling.

221. Verjaardagsfeestje op de solex

Vandaag moet ik als solexritbegeleider weer aan de bak. Een dame die deze dag jarig is en 50 jaar is geworden viert met nog 12 vriendinnen haar feestje op de solex. Voor mij is het de tweede keer dat ik als begeleider mag mee doen.

Rond één uur rijd ik op mijn fiets richting de Tuinderij. Een heerlijk gelegenheid om een feestje te vieren, maar ook om een solextour te doen. Het weer is ons goed gezind. De zon is stralend. Als ik mij meld komt Kevin naar mij toe. Hij is vandaag mijn medebegeleider, mag in de bezemwagen en heeft de leiding van de groep. Kevin is nog een student, net aan drie turven hoog, maar weet wel waar hij het over heeft. Je hoeft niet te vragen waar hij vandaan komt. Niet een beetje Westlands, maar gewoon puur Westlands. Uit de tongval en de zinsopbouw is duidelijk te merken, hij komt uit een tuindersdurp. Niks mis mee, overigens. Na een kort kennismakingsgesprek weet ik al wat ik aan hem heb.

“Welke route”, vraag ik hem. “De Midden-Delfland/Westlandroute, Aad”, krijg ik te horen. Dat is fijn, want de route richting Staelduinsebos heb ik nog niet eerder gereden. Ik zoek een portofoon op en test die even uit. Vorige keer ging het mis, had mijn gehoorapparaat nog in en was onbereikbaar. Dit keer ging het prima. Gehoorapparaat uit. Ik loop naar het leren jassenrek en zoek er een korte jas uit. In de kantine zoek ik nog even naar een ‘de Tuinderij’-jack. Vorige keer heb ik een koudje opgepakt, daar had ik nu geen zin meer in. Als ik mijn gele hesje opzoek, zie ik de groep al aankomen. Dames van net aan 50 iets er onder of iets er over heen. Sommige strak in het kapsel, andere prima gekleed op een solextour. Kevin ontvangt de groep en heet hen welkom. De dames giechelen al bij de gedachte om op een solex te zitten. Dan gaat de aankleedsessie beginnen. De ene jas is nog leuker dan de andere. Ga ik voor leer of ga ik voor bont? Heb je ook een maatje groter? Kan ik deze jas ook kopen? Hoe komen jullie aan zoveel jassen? Het wordt een feest dat merk ik al. Dan de helm of ander hoofddeksel opzoeken. Het is een amusante groep.

Kevin legt uit hoe de solex werkt, maakt er wat grapjes bij en heeft de aandacht. Tenminste het lijkt erop dat de dames aandachtig luisteren. Dan nog even de spelregels uitleggen over wat wel en niet mag en dan op pad.

De inrijronde vindt plaatst naast het complex. Sommige hebben toch echt niet opgelet. Hoe krijg je de motor op die band? Waar dient dat rode knopje voor? Hoe moet ik gas geven? Waar zitten de remmen? Het houdt niet op. Als één van de dames de solex niet aankrijgt probeer ik hem even op gang te krijgen. Maar vandaag heeft de solex er geen zin in. Even één omruilen en dan gaan we.

Al bij de eerste bocht gaat het fout. Mevrouw durft niet de hoek om te sturen en rijdt rechtdoor een andere weg op. Eén van de blondjes krijgt er geen gang in en probeert aan de verkeerde kant van het stuur gas te geven. “Hij draait niet”, geeft ze Kevin mee. Ze heeft nog nooit op een sneller vervoermiddel gezeten dan een fiets. De groep heeft er geen gang in. Ik moet als voorrijder regelmatig mijn gas los laten, om de groep weer bij elkaar te krijgen. De vrouw met de oranje jas en de brandweerhelm op blijft in de buurt van de bezemwagen, bang dat het fout zal gaan.

“Mooi gebied, hier”, krijg ik mee. Als ik hen vraag waar ze vandaan komen blijkt dit Voorburg en Leidschendam te zijn. “Nog nooit hier geweest”. Bij degene die bij mij in de buurt rijden probeer ik iets over het gebied te vertellen. Als we zijn aangekomen bij onze eerste koffiestop, blijkt deze afgezegd door de Tuinderij. Dan blijkt dat we de verkeerde route rijden. De dames mogen er niet de dupe van worden, dus zoek ik een andere locatie. Voor mij niet moeilijk, het is mijn woondorp. Op het terras van Bakkerij Hoek is plek. Even met de eigenaar overlegd en alles komt in orde. “Van mij mag je vaker komen”, zegt de bakker. De koffie/thee en fris wordt uitgeserveerd en daar hoort een gebakje bij. De bakker heeft nog een aardigheidje voor de jarige. Heel attent, Bob. De dames genieten van het leuke dorp en verbazen zich er over dat ik door veel mensen word begroet. Na 20 minuten wordt het tijd om weer op te stappen. We hebben wat tijd verloren en moeten ook nog eens teruglopen naar de solexen, die we bij de kerk hebben gestald. Vrolijk keuvelend hebben de dames geen haast en genieten van het lekkere zonnetje.

Weer op de solexpedalen is het voor sommige wederom even wennen. Hoe werkte het ook al weer? Op naar ’t Woudt, langs de Zweth over de brug terug langs de Bonte Haas richting Veilingweg. Dan door het tuinbouwcomplex Groeneveld, over de Noorlierweg richting De Lier. Nog wat binnendoor weggetjes om dan uit te komen op de Lierweg. Op naar De Witte voor de tweede stop. Niet te lang, want we hebben tijd verloren. Na een frisje gaat de tocht terug naar de basis.

Om 16:55 uur draaien we het terrein weer op. De solexen gaan de stalling weer in. Tijd voor een foto op en om de bezemwagen. Kevin schiet als volleerd fotograaf nog even wat foto’s. Een solexdiploma wordt uitgereikt aan de beste solexrijdster, toevallig de dame die haar 50e verjaardag viert. Hoera.

De jassen en attributen worden teruggehangen. Het feest is voorbij. De dames glimmen, hebben het super naar de zin gehad en kunnen hun sterke verhalen straks thuis vertellen.

Het was weer erg leuk om te doen. Met veel plezier heb ik voorop mogen rijden. Het zal zeker niet de laatste keer zijn.