409. Sinterklaas 2019

Het begon al vroeg dit jaar bij het hoogheemraadschap, mijn vorige werkgever, waar ik wederom mocht komen als Sinterklaas. Dit jaar voor de 14e keer. Men zocht het dit jaar bij de boer. Hoeve Ackerdijk was de locatie. In de stal stonden de tafels gereed waar een kleurplaat kon worden gemaakt. Buiten is een speurtocht uitgezet. Het is koud die dag. Ik kan mijn auto nog dicht bij de boerderij kwijt, gasten moeten hun auto langs de laan in het weiland zetten, met het risico dat ze er niet meer uitkomen.

Ik loop er in ‘burger’ rond. Personeel vraagt op slinkse wijze, terwijl hun zoon of dochter in de buurt is, of ik eh….. ik knik alleen. Pieten, roetveeg en traditioneel zwart wandelen over het terrein. Het is tijd om mezelf om te toveren. Het is altijd weer even spannend, zo’n eerste keer. Midden in de verkleedpartij komt de directeur bij me binnen. “Wat ga jij zeggen, Aad”, vraagt hij. “Afhankelijk van wat jij gaat zeggen”, antwoord ik hem. Ik laat me niet uit de tent lokken, maar bereid het ook eigenlijk niet voor.

Om even over half vier krijg ik een seintje, ik word verwacht. Wandelend door de bagger ga ik richting stal. In mijn ene hand de staf in mijn andere mijn witte albe hoog houdend. In de verte staat een meisje van een jaar of vijf op me te wachten. Ze rent op mij af en klemt me tussen haar handjes. “Sinterklaas, Sinterklaas”, roept ze terwijl ik even geen kant op kan. Wanneer ik ‘los’ ben wandel ik de stal in. Op de stoel zit, zoals gebruikelijk, ondeugende Piet. Onder de stoel ligt een poes te slapen. De directeur doet zijn verhaal en is blij dat er zoveel ouders aanwezig zijn. Hij vertelt dat er een nieuwe CAO is vastgesteld , ik probeer er op in te haken. Dan gaan we over tot het uitreiken van de cadeautjes, altijd het hoogtepunt. Het gaat er soms hectisch aan toe. Kinderen verdringen zich rond de Sint. Als elk kind een cadeautje heeft tellen we af. Van 10 naar 1 dan mag het pakje open. Blije gezichtjes. Kindjes die komen bedanken en een kindje dat komt vertellen dat ze zulke kouwe handjes heeft. Ik pak haar handjes vast en warm ze op in mijn handschoenen. Vader maakt er een mooie foto van. Terwijl er nog wat foto’s met de Sint worden gemaakt zie ik de ouders al vertrekken. Zij hebben mogelijk net zulke koude voeten als ik heb. Ik hoef nog net aan niet het licht uit te doen omdat ik als laatste vertrek, maar het scheelt weinig. Het eerste optreden zit er weer op. Nog even nakaarten en dan ga ik naar huis.

Een week later ga ik wederom in ’t pak. Dit keer bij de Zonnebloem Schipluiden. Het is altijd bijzonder om je te gaan verkleden op een locatie in een pastorie. Alsof ik dan eindelijk als bisschop op mijn plek ben. Wanneer ik aankom zijn mijn Pieten zich al aan ’t voorbereiden. Bijzondere Pieten met een leeftijd van boven de 70 jaar. Ouder dit keer dan de eigenlijke leeftijd van de Sint zelf. Op hun gezicht zie ik witte vlekken, niet omdat het roetveegpieten zijn, maar omdat het thema van het Sinterklaas staat in het teken van de boerderij. Het zijn dus koevlekpieten. Wanneer ik me heb verkleed begeef ik me door de kerk heen naar de zaal waar onze gasten al met spanning wachten op mijn komst. In de hal van de zaal word ik verwelkomd door een groep kleutertjes. Kleine mensjes die een muts op hebben met hun naam er op. Dat is handig. Ik loop door de groep heen en word verwelkomd door de voorzitter van de Zonnebloem, krijg een stoel aangewezen en settle me.

De kinderen van de St.Jozefschool hebben een dansje ingestudeerd en willen die graag aan Sinterklaas laten zien. Daardoor staan ze wel met hun rug naar het publiek. De oplossing is om het daarna nogmaals te doen maar dan rondom Sinterklaas met het gezicht naar het publiek. Een klein mannetje vraagt of hij bij Sinterklaas op schoot mag. Als goedheilig man voldoe je aan de vraag. Ik trek hem op mijn schoot. Nu blijkt dat de mutsjes van de kinderen zijn gemaakt van karton en crêpepapier. Een rood mutsje komt te liggen tussen de billen van het kindje en mijn witte albe. Wanneer er foto’s worden gemaakt voel ik dat het warm wordt op mijn schoot. Het kind straalt warmte uit, is mijn mening. Wanneer hij echter van de schoot af is, blijkt hij, waarschijnlijk van de spanning, zijn plasje te hebben gedaan in de schoot van Sinterklaas. Oei. De oudere mensen wijzen mij op de rood/gele vlekken op mijn witte albe. Ik kan er nu echter niets meer aan doen. Door mijn hoofd schiet direct: ‘Maar wat moet ik vanmiddag?’ Die middag heb ik namelijk nog twee optredens staan.

Ik wandel terug naar de plek waar ik me eerder heb aangekleed. Daar aangekomen laat ik aan de administratrice van de kerk zien wat er is gebeurd. “Dat zijn crêpepapiervlekken, Aad, die krijg je er nooit meer uit.” Daar schrik ik van. Zover had ik me niet gerealiseerd. Even ben ik van de wereld weggeslagen. “Zal ik kijken of we nog een oude albe hebben hangen op de zolder?”, vraagt ze. Dat lijkt me een goed idee. Ze komt met een oude albe aanlopen, waar wat gaatjes in zitten en hier en daar een roestvlekje. Die zullen ze niet meer gebruiken, denk ik, dat blijkt later anders. Gelukkig zitten de meeste oneffenheden op de rug, die zijn niet zichtbaar. Ik ben in ieder geval voor die middag gered.

’s Middags worden er twee bezoeken gebracht aan de Bibliotheek. Tegenwoordig De Plataan hetend. Een in Den Hoorn en die in Maassluis. We moeten het dit keer doen met roetveegpieten is gevraagd. Met twee zeer ervaren Pieten gaan we op pad. In Den Hoorn treffen we zo’n zeventig kinderen aan en veel ouders. Ze zitten bijna op mijn lip en verdringen zich om bij me in de buurt te komen. Vlak voor me staat een van mijn voorleeskinderen. Hij staart mij aan maar zegt niks. Ook bij hem thuis niet. Hij heeft mij niet herkend.

Er worden veel vragen gesteld aan Sinterklaas. Hoe oud hij is en hoeveel Pieten hij heeft. Maar ook hoe het zit met Americo en Ozosnel. En of Ozosnel ook over de daken kan lopen. Waarom Malle Pietje van die gekke cadeautjes in de schoen gooit. Vragen die ik zowel in Den Hoorn als Maassluis tegen kom. In Den Hoorn word ik netjes ontvangen door een mevrouw die ook als Piet meedoet in de optocht van Delft. Daar speelt ze omaPiet. In Maassluis krijg ik direct een microfoon in mijn handen gedrukt. Hier heeft men bankjes neergezet. Zo heb ik wat meer overzicht. Ook hier mag de foto met Sinterklaas en zijn Pieten niet ontbreken. Twee leuke optredens niet alleen voor ons maar ook voor de bibliotheek kennelijk want een dag later boeken ze alvast voor 2020.

Er zijn even wat vrije dagen. Dan mag ik op zondag schoentjes uitdelen bij Albert Heijn in Schipluiden. Altijd een feestje, niet alleen voor de kinderen maar ook voor mij. Met veel kinderen worden foto’s gemaakt. Bij Albert Heijn kan men kruidnootjes bakken. Leuk. Kinderen die hun schoen niet hebben gezet krijgen toch hun lekkers. Albert Heijn Buckers zorgt dat er genoeg uit te delen is. In de winkel lopen ook Pieten, buiten die we zelf meenemen. De twee meiden die dit keer met me meegaan zijn door de wol geverfd. Ze voelen mij aan en doen prima mee. Mensen die hun boodschappen komen doen spreek ik aan. Soms kijken ze me verbijsterend aan. “Wie ben je?” vragen ze dan. “Sinterklaas”, geef ik als antwoord. Het is vragen naar de bekende weg. Na een dik uur is het tijd om te vertrekken en op pad te gaan voor gezinsbezoeken.

Wandelend door Schipluiden, gaan we naar ons eerste adres. Een adres waar ik inmiddels bijna mijn eigen stoel heb. Ik kom er voor de zevende keer nu, heb ik berekend. Na het gesprek met de kids, schiet ik over naar opa en oma. Dan wordt het emotioneel. Er is ziekte en zeer in de familie en dan moet je het grappige even later varen, op de serieuze toer gaan en bemoedigende woorden uitspreken. Ik heb het er even moeilijk mee. Het wordt gewaardeerd, merk ik. Dan op naar het volgende adres. Hele kleine kinderen, waar het gesprek volledig bij Sint vandaan moet komen. Bang als ze zijn om bij Sinterklaas te komen, zijn ze in afwachting van het moment dat ik de deur weer achter me dichttrek. Vervolgens naar het volgende adres. We zijn wat aan de vroege kant en zien de boekster nog op de fiets op weg naar haar ouders. Er wordt besloten om even voorbij te rijden en verderop te wachten. Tot tweemaal toe zien we een Sinterklaasauto voorbij rijden. Het is druk vandaag voor de Sint.

We gaan op weg naar boekingnr. drie. Alleen maar ongelovigen. Maar dat is ook leuk. Het is cabaret met een hoog lach gehalte. Opa en oma die te grazen worden genomen, maar ook volwassen jongens en meisjes krijgen een beurt. Een geweldig leuk gebeuren. Dan naar een adres in Den Hoorn. Een oud-collega met zijn gezin. Hier hebben de kinderen de meeste aandacht. Ik kan er heerlijk mee in gesprek. Na 25 minuten gaan we naar het volgende bezoek in Rijswijk. Opa heeft een apart cadeautje gekocht voor zijn kinderen en vraagt om er wat aandacht aan te besteden. De kleinkinderen krijgen één gezamenlijk cadeau. Een treinbaan met alles erop en eraan. Wederom een leuk bezoek. Het oudste kind speelt een muziekstukje op zijn trompet voor de Sint. Dan is het voorbij. De tweede druk dag.

De albe met crêpepapier vlekken gaat voor de vierde keer in de was. Nu wordt deze ingesmeerd en geboend met dikke bleek. Er komt een ruwe borstel aan te pas. Wanneer het deurtje open gaat zijn de rode vlekken eruit. Pffff, gelukkig weer lekker in mijn eigen kleding. Daar voel ik me toch het lekkerste in.

Ik breng de albe terug die ik heb geleend van de kerk. Keurig gewassen en gestreken, d.w.z. de albe met uitzondering van het kant aan onderkant en mouwen. Ik heb zelfs geprobeerd om de roestvlekjes weg te krijgen. Het kant is een teer goedje dat al wat jaren meegaat. Ik weet niet of het de strijkbout overleeft. Die middag krijg ik vanuit de commissie van beheer een stekelig gedichtje toegestuurd. Ik had het kant moeten strijken. Nu doen ze het zelf wel en verwachten van mij een hogere kerkbalansbijdrage. Beetje flauw, vind ik.

Op 5 december mag ik opnieuw aan de bak. Bij o.a. een familie waar ik inmiddels kind aan huis ben. Ik doe er nog een aantal. Op 4 december komt er nog een berichtje binnen op mijn Messenger. ‘We hadden jou heel graag geboekt, maar waren te laat. Zou je kunnen bellen morgen dat je het te druk hebt en daardoor niet kunt komen.’ Ik besluiten even te FaceTimen. Gespannen zitten de kinderen achter het scherm. Dan gaan we op pad. Waar ik in het verleden behoorlijk uit kon lopen, ga ik nu lekker in de pas. Iedereen uit het grote boek krijgt aandacht. Ook die mevrouw ‘die op dezelfde dag als Sinterklaas jarig is’. Ik heb haar even opgezocht op social media en weet dus precies om wie het gaat als ik haar aanwijs als de jarige. Ze schrikt ervan, maar dat is social media. Je kunt bijna alles vinden. Bij één van de laatste bezoeken krijg Sint ook een cadeautje, een Tony Chocolonely reep met een gedicht. Na een lange middag rijden we in het donker terug naar de verkleedschuur. Onze Pieten die zonder Sint op pad zijn gegaan, zijn bij de snackbar langs geweest. We eten even uit het vuistje. Sinterklaas 2019 is weer voorbij.

2019 was niet echt een druk jaar. Is het de recessie, is het de discussie die nu weer een paar jaar bezig is? Ik heb geen idee.

Ga je volgend jaar nog verder, wordt me vaak gevraagd. Ik bekijk het per jaar. Het blijft leuk. Volgend jaar beraad ik me weer. Ik gooi mijn Sintattributen in ieder geval niet weg.

364. Terugkijken en vooruit

Wat gaat het nieuwe jaar mij brengen? Het blijft altijd een vraag waar je een antwoord op schuldig moet blijven. Toekomst kijken kunnen we niet. Wat ik wel kan is nog eens terugkijken op 2018. Heeft het aan mijn verwachtingen voldaan? Heb ik mijn goede voornemens in praktijk gebracht? De tweede vraag kan ik direct beantwoorden: nee. Ik had me voorgenomen om minder op mijn scherm te kijken. Met de statistieken die ik maandelijks krijg voorgeschoteld blijkt dat ik dus geen afspraak met mezelf kan maken. Slap.

Heeft het aan mijn verwachtingen voldaan? Daar kan ik positiever over zijn en samenvatten met: zeker weten. Er is veel de revue gepasseerd. Het eerste jaar van helemaal thuis zijn. Was het in het begin, de wintermaanden toch wel een probleem, gaande weg werden de dagen vanzelf ingevuld of vulde ik ze zelf in. Terwijl vrouwlief gaat werken heb ik het rijk voor me alleen en kan ik doen wat ik wil. Als geeft dat soms wat teleurstelling als ik bij mijn echtgenote opbiecht slechts thuis te zijn geweest en geen stap buiten de deur te hebben gedaan.

In de wintermaanden slechts één huwelijk bevestigt. Winterbruidjes zien het kennelijk niet zo zitten om in de kou te trouwen. In de periode van 5 mei tot 29 september waren dat er 12. Gemiddeld dus twee per maand In die periode. Ik leerde nieuwe mensen kennen, waarbij ik met sommige nog steeds contact heb/houd. Er waren bijzondere gebeurtenissen bij, waarbij ik soms meer dan alleen als trouwambtenaar ben uitgenodigd. Een bruidspaar wilde graag op zondag trouwen, ik was erbij. Ik was een keer naast trouwambtenaar ook mediator, waar het in de familie niet helemaal lekker verliep. Bij een van de huwelijksbevestigingen gaf de bruid haar pas enkele maanden oude baby de borst terwijl ik met mijn toespraak bezig was. Ik deed huwelijken van mensen uit eigen gemeente, maar ben er ook veel verder voor op pad geweest. En als het echt ver weg was, dan liet ik het bruidspaar bij mij thuis komen. Alles bij elkaar besteedde ik 206,5 uur aan de te bevestigen huwelijken. Gemiddeld toch zo’n 17 uur. Dit jaar bevestigde ik mijn 100e huwelijk. Ook dat was bijzonder. Van zes door mij getrouwde stellen ontving ik een geboortekaartje, ook dat is bijzonder.

Vanaf begin januari 2018 stapte ik als chauffeur in de MUS, een vervoersproject in Midden-Delfland. Wekelijks reed ik mensen van Den Hoorn naar Schipluiden of in omgekeerde richting. Ik bezocht vele malen het Reinier de Graafziekenhuis of het Revalidatiecentrum Sophia om mensen er af te zetten en ook weer op te halen. Voor het zwemmen in Kerkpolder reed ik een aantal keren heen en weer. Waar ik begin van het jaar soms meerdere keren in de week achter het stuur zat is dat door de uitbreiding van het aantal chauffeurs nog slechts een keer per week. Naast het zijn van chauffeur ben je het luisterend oor, de helpende adviseur waar nodig. Een sociaal gebeuren dus waar een dag per week soms best meer mag zijn. Een aantal keren nam ik iemand mee om ergens een kopje koffie te drinken, even uit de eenzaamheid. Een prachtig initiatief dat door de ondersteunende partijen, Pieter van Foreest, Gemeente Midden-Delfland, Stichting Welzijn Midden-Delfland en Stichting Doel wordt voortgezet en uitgebreid in 2019. Door beperkte accucapaciteit was het niet altijd mogelijk om alle aanvragen te honoreren. Door de aanschaf van een tweede MUS kunnen we meer ritten gaan doen.

Door een aantal organisaties ben ik verscheidene keren gevraagd een vertelling/lezing te komen te doen. Zonnebloem Den Hoorn, KBO Den Hoorn, PCOB Schipluiden, de bibliotheek in Den Hoorn (2x), Kom’s Hoorn, vrouwengildes in de buurt maar ook in Boskoop. Ik vertel er over mijn levenslange vrijwilligersfuncties, maar ook over mijn blogs die ik schijf. Dit jaar trad ik evenals in 2017 o.a. op bij Delft Vertelt. Ook dat kost voorbereiding.

Vanaf oktober lees ik voor bij een Spaans/Turks gezin. Waar hun kinderen Spaans, Turks en Engels spreken, komt de Nederlandse taal weinig tot niet aan bod. Ik probeer daar door voor te lezen verandering in aan te brengen en zo is het Nederlands uurtje bij dit gezin ontstaan. Niet alleen de twee kids (2 en 4) hangen aan mijn lippen ook hun ouders luisteren maar wat graag naar wat ik heb te vertellen. Naast vertellen is het ook uitleggen wat Nederlandse gebruiken zijn rondom Kerst, rondom Koningsdag, maar ook over Sinterklaas.

Sinterklaas ook zo’n activiteit, waar ik maar geen genoeg van kan krijgen. Al 25 jaar stap ik in de rode mantel om voorafgaand aan Sint’s verjaardag op bezoek te gaan bij gezinnen, verenigingen en bedrijven. Een heftige en drukke periode die veel van je vergt. Soms denkt men dat het vanuit de automatische piloot gaat, ik kan je verzekeren dat dit zeker niet het geval is. Elk optreden staat op zich, elk optreden betekent voorbereiden en pieken. Ook dit jaar weer bijzondere belevenissen, waarbij ik de dag met onze jongste en zijn vriendin als uiterst vrolijk heb ervaren. Maar ook op een zondag op stap met drie dames, chauffeuse en twee vrouwelijke Pieten. Wat was het een feest en daar krijg je energie van en ook dit jaar weer volledig in dienst als vrijwilliger en het goede doel, scouting Schipluiden.

Afgelopen jaar zijn mijn solexritten toegenomen. 31 keer mocht ik een groep begeleiden vanuit de Tuinderij door het mooie Midden-Delfland en Westland. Mensen die plezier hebben en genieten van de mooie rit. Maar ook een rit waarbij ik zo blij was dat deze was afgelopen. Veel over deze ritten kan je teruglezen op mijn blogsite.

Het aantal blogsites nam met 84 toe. Sommige zijn slechts mondjesmaat gelezen, anderen gingen door het plafond. Nog altijd staat de blog over het bijna wegstemmen van de burgemeester met 3890 leesmomenten aan de kop. Het aantal lezers nam toe naar ruim 39000 met het aantal leesmomenten van 66000.

Naast de blogs voor mijn website schreef ik 15 verslagen van activiteiten van de Zonnebloem, afdeling Schipluiden. Daar doe ik de coördinatie Ik werd tweemaal gevraagd om een reclametekst te schrijven en ik ben nog druk bezig met het schrijven van een roman, alleen vraag ik van het laatste af of ie ooit af komt.

Het jaar is niet geruisloos voorbij gegaan. Dat is te lezen. Wat het nieuwe jaar zal brengen? In ieder geval de bevestiging van negen huwelijken, maar ook de organisatie van 40-jaar Zonnebloem, afdeling Schipluiden. Daarnaast blijven mijn werkzaamheden voor de MUS natuurlijk doorgaan. Dat is echt het mooiste dat er is.

En verder……. Ik weet het nog niet, maar er zullen ongetwijfeld nieuwe zaken op mijn pad komen. Ik kijk er naar uit.

359. Wandel je mee met Sinterklaas?

Het is een drukke tijd geweest voor de Sint. Jongste zoon heeft aangegeven een dagje mee te gaan. Ooit heeft hij het afgezworen. Hij is niet zo gek als zijn vader, maar zijn liefde vindt het leuk en dus doen ze het samen. Na een feestje in een naast gelegen dorp slapen ze de nacht bij ons. De wekker loopt vroeg af. Op tijd schminken om daarna naar Appie op het dorp te gaan. Ze komen er geweldig uit, uit de schmink. Grappig ook. Daar moet een foto van worden gemaakt. Bij Albert Heijn staan moeders en vaders met hun kroost al te wachten. Waar blijft de Sint? In de winkel heeft men een spellencircuit uitgezet. Pieten die lesgeven over cadeautjes in schoorstenen gooien, over daken lopen en andere allerhande activiteiten. Voor de Sint is er een plekje ingeruild bij de vleeswaren. Hier worden chocoladeletters versierd en speculaaspoppen. Er liggen kleurenplaten en de ingeleverde schoentjes staan netjes gesorteerd in het rek. De schoen wordt gevuld met een spelletje en mandarijn. Een enkel kind krijgt zijn capuchon vol met strooigoed. Er worden foto’s gemaakt met kids op schoot of een moeder met ‘n kind op de hurken naast de Sint. Ik zie mensen vragen: “Wie is het”. “Aad”, hoor ik zeggen. Iemand zegt: “Die van het Algemeen Dagblad”. Het artikel is veel gelezen hoor ik gedurende mijn metamorfose. Na een uurtje zitten wordt het rustig, nog even een half uurtje volhouden. Mijn zoon en schoondochter vermaken zich prima. Hier en daar worden winkelwagentjes extra gevuld. Ze stralen naar kinderen toe. Ik voel mij trots. Ook de Pieten van Albert Heijn Buckers doen heel enthousiast hun spelletjes. Het is weer een feest om hier te mogen zijn. Toch dreigt het even uit te lopen op een relletje. Een oudere vrouw snauwt me toe dat ik niet goed bezig ben door Zwarte Pieten mee te hebben genomen. Ze weigert door te lopen en wil me een hand geven. Ik negeer haar en stuur haar door naar de eigenaar van Appie. Om 12 uur geeft mijn chauffeur het teken dat het tijd is om te gaan.

We gaan even naar het Pietenhuis bij scouting Schipluiden. Een leuk initiatief. Na wat rondwandelen en een breaker, als voeding, wordt het voor mij tijd om afscheid te nemen van mijn Pieten. Ik ga naar huis in afwachting van wat meer drukte in het Pietenhuis, dan mag ik mijn gezicht laten zien. Thuis blijft alles aan en op. Even onderuit in de bank. Het sloopt je, maar even een uurtje rust dan kom je daar wel weer bovenop.

Om half drie staat mijn chauffeur weer voor de deur. Het is druk in het scoutinggebouw, annex Pietenhuis. Bij binnenkomst zingt men, de kruidnootjes lucht komt me tegemoet. Kinderen hollen en vliegen. Jongste en liefde doen druk mee. Een ieder hangt aan hen. Twee andere Pieten liggen languit op de slaapmatrassen. Kinderen stoeien met de Pieten. Van slapen komt niet veel. Opnieuw foto’s maken en even meedoen met het spel twister. Dat is voor Sint niet helemaal lekker, als zijn ene been langzaam wegglijdt. Spagaat gaat niet meer. Na een half uurtje ga ik weer naar mijn eigen stekkie. Ik ben daar in afwachting van mijn chauffeur voor wat vervolgbezoeken.

Om half vijf gaat de telefoon. “We komen eraan.” Nu op weg voor twee huisbezoeken. Eerst naar Delft dan naar De Lier. In Delft een bezoek met vier kleine kinderen. De zakken staan op zolder, Cadeautjes Piet heeft ze handig boven gezet. Kleine Piet, schoondochter, vindt het niks, zo grasduinen in iemands privé. Ze komt naar beneden. “Niets gevonden, Sinterklaas”, zegt ze. Andere Piet, zoon, neemt de kinderen mee naar boven en komt met drie zakken tegelijk naar beneden. Het uitreiken van de cadeautjes kan beginnen. Daar hoort wel een verhaaltje bij. Positief liefst, al wil men de Sint soms opvoeren als de boeman. Ik draai dat altijd de andere kant op. Na 20 minuten is het tijd voor het afscheid en op naar De Lier. Een familie met zes kinderen en zes volwassenen. Een behoorlijke drukte dus. Een ouder, man, begint plots flink te lachen. “Binnenpretje”, vraag ik hem. “Die eikel van de staf, wat een bijzonder ding”. Ik maak er een gênante opmerking over. Waarom een tweeling een tweeling is kunnen twee jongetjes niet uitleggen. Na voor alle kids een cadeautje te hebben uitgereikt neem ik afscheid. Een flink aantal cadeaus blijft achter. Die mogen ze zelf doen. Nu op naar huis. Na negen uur in ‘t pak is het welletjes.

De volgende dag. Opnieuw aan de bak. Met nieuwe Pieten, waar ik vaker mee op pad ben geweest en een nieuwe chauffeuse. Het is een 75% Boeier aangelegenheid. Een buufpiet en een buufchauffeur. We gaan op weg naar Ypenburg, alwaar een Pietenbezoek. Dat betekent in de auto blijven, daar heb ik geen zin in. Ik ga mee naar binnen. Ook hier vier kinderen. Een van de kinderen wil graag Zwarte Piet worden. Hij krijgt alvast een grote veer voor op zijn Pietenmuts. Een hele lieve jongen die straalt als hij zijn cadeautje krijgt. De camera’s draaien aan een stuk door. We rekenen af en vertrekken richting Den Hoorn. Een opbreking van de weg noopt ons voor een deel te moeten lopen. Een huis vol en zenuwachtige oma. Tot driemaal geeft ze me een hand en heet mij welkom. Het is een gezin waar ik al een aantal jaren kom. Ik ken hen ook persoonlijk. Hier kan ik net ietsjes meer dan elders. Na alle kinderen te hebben gesproken gaan we naar de Lier. De TomTom wordt op de straat ingesteld, niet-wetend dat we op het laatste nummer moeten zijn. Een forse wandeling brengt ons op de plaats van bestemming. De huiseigenaar staat ons al zwaaiend op te wachten. De cadeautjes komen uit de naast het huis staande auto. Hier al wat grotere kinderen, dat gaat gemakkelijker. Dat er Westlands wordt gesproken in de Lier is mij nu ook duidelijk. Ik herhaal de tekst, er wordt om gelachen. Na 25 minuten is het tijd om te gaan. We zijn uit het schema gelopen. Een belletje naar het volgende adres is verstandig. Daar ontmoet ik vier kinderen, de oudste is vier, twee kindjes van drie en één van zes maanden. Oei, hier kan ik niet echt veel mee. Ze geven geen antwoord en vader of moeder moet antwoorden geven op door hen aangeleverde zelfde gemaakte tekst. Eigenlijk zijn ze te klein, vanaf een jaar of zes wordt het leuk, een kleintje ertussen maakt dan niet uit, maar alleen zo klein en geen tekst van volwassenen is een verzoeking. We voldoen aan de 20 minuten en hebben de tijd weer teruggepakt. We gaan op weg naar Rijswijk. Het is harder gaan waaien. Hoor de wind waait door de bomen. Aangekomen in Rijswijk stappen we uit en wandelen een flat in op zoek naar huisnummer 481. Dat kunnen we niet vinden. Dat kan ook niet anders, We staan in de verkeerde flat. Nu wordt het wandelen. Ik heb mijn handen nodig om mijn baard in het gareel te houden, de staf mee te nemen en de mijter op het hoofd te houden. Kunst en vliegwerk, dus. Voor de flat waar we moeten zijn, worden we verwelkomd door een schoondochter. We moeten even beneden wachten. Zij gaat eerst naar boven, naar de 16e. We laten de lift naar beneden komen. In de hal komt een oudere man aanlopen. Hij heeft zijn eten gehaald bij de afhaalchinees. Als ik aan hem vraag of hij chinees gaat eten, gaat de deur open en komt er een Chinese vrouw binnen. “Wie vroeg om een Chinees”, vroeg ze. Dat is lachen geblazen. Hier een bezoek met grote familie. Acht volwassen, acht kinderen. Een heerlijk bezoek dat wordt afgesloten met een baby van zes maanden op schoot. Wanneer we weg willen rijden, begint de auto plots te piepen, blijkt er een teckel voor de beveiligingscamera te lopen. Wederom lachen als de eigenaar rukt en trekt om het beestje weg te halen. Dan op weg naar huis. Het zit erop. Terug naar de verkleedbasis. Een fantastisch leuke dag.

Op maandag brengen we een bezoek aan een kinderdagverblijf in Ypenburg. Ik kom er al jaren. Veelal allochtone ouders die hun kind graag bij Sinterklaas op schoot zetten. Een foto schieten voor het thuisfront en vriendelijk lachen. In de middag vrijaf.

Dinsdag een dagje MUSSEN even iets anders. Mijn bovenlip tekent. Het plakwerk van de snor geeft mijn gezicht een rode streep boven de mond.

Op woensdag moet ik in mijn eentje de huisbezoeken doen. Een lange dag en veel bezoeken. Ik probeer binnen de tijd te blijven, dat valt niet altijd mee. Hier en daar moeten we wat smokkelen met de tijd. Waar we niet snel genoeg over de Hoornse brug kunnen rijden, nemen mijn Pieten het heft in handen en loodsen onze auto snel naar de overkant. Tijdens de rit hebben we een Pietenchange. We gaan met vijf Pieten naar binnen. Een hoop koude drukte ineens in de kamer. Dan verdwijnen er twee Pieten en ga ik met drie totaal onbekende jongens op pad. Ze spelen alle drie voor de eerste keer, de première is niet zoals ik hem graag zou zien. Als dooie dienders kijken ze rond en zitten als stille muizen te wachten wat er gebeurd. Dat kan beter, stukken beter. Een van hen heeft het in zich om volgend jaar weer mee te doen, bij de anderen heb ik mijn twijfels. In Delft krijgen we drie zakken in handen gedrukt voor een adres waar we niet hoeven te zijn. Net op tijd kunnen we naar het afgesproken adres, een oud-collega. Ik ontmoet er een leuke spontane dochter die zo in haar sas is dat de Sint eindelijk eens bij hen aankomt. Wat een leuk bezoek. Het is ons laatste bezoek van 2018. Tegen zeven uur zijn we thuis. Er staat een frietje te wachten.

Ik kan terugkijken op een drukke tijd met veel bezoeken, veel leuke mensen ook die ik heb leren kennen. Hier en daar heb ik mogelijk wel eens een opmerking gemaakt die ik beter niet had kunnen maken. Soms floept het eruit en word ik er aan herinnerd. Je moet ad rem zijn. Alert op wat er gebeurt. Het is cabaret maken en toneelspelen. Met veel plezier heb ik Sinterklaas 2018 afgerond. Ik ben de organisatoren, mijn Pieten, chauffeurs, grimeurs dankbaar dat zij hun tijd beschikbaar hebben gesteld om dit mooie en leuke sprookje te kunnen spelen. Dank ook aan hen die de kleedlocatie beschikbaar stellen. Wie ik zeker niet mag vergeten is mijn lief. Vaker wassen, alleen eten, vaak alleen zitten. Het wordt weleens vergeten wat de achterban betekent.

Doe ik het volgend jaar nogmaals? Ik ga het per jaar bekijken, maar in goede gezondheid is het niet uitgesloten dat je me volgend jaar gewoon weer tegenkomt.

357. Als het AD op bezoek komt bij de Sint

21 november 2018, een drukke dag. Ik ben al vroeg op. De verkleedkist is leeg. De Sinterklaasoutfit ligt in de auto. Naast het feit dat ik zelf op bezoek ga, krijg ik vandaag ook zelf bezoek. Een fotograaf van het Algemeen Dagblad komt foto’s maken. Tijdens het schminken zal de camera snorren. Ik ben benieuwd.

Mijn eerste optreden als Sinterklaas voor 2018 is een Zonnebloemadres. De avond tevoren heb ik mijn outfit en staf al in de auto gelegd. Ik durf het risico niet te nemen om de spullen ‘s ochtends vroeg in de auto te doen, omdat dit gelijk is met het naar school gaan van gelovige kids. Het zou niet fijn zijn als mijn staf, die ik de dag ervoor stevig heb gepoetst, het sprookje om zeep zou helpen. Glimmend ligt het gevaarte met de krul naar beneden onder mijn kledingtas.

Om even over negenen rijd ik naar de locatie. Via een achterdeur breng ik mijn spullen naar binnen. In het invalidentoilet is men druk bezig met het schminken van mijn zwarte Pieten. Prachtig om te zien hoe twee dames op leeftijd veranderen in jong uitziende Pieten. Ik moet even wachten om zelf aan de bak te gaan. Het wachten is op de fotograaf die stapsgewijze wil fotograferen hoe de metamorfose gaat plaatsvinden. Even is er een lichte paniek. De fotograaf heeft op naastgelegen adres gebeld, waar men hem doorstuurt naar de locatie waar het feest zal plaatsvinden. Kort daarop ontmoeten we elkaar toch en kan ik aan de slag. Met het fototoestel in de aanslag klikt de fotograaf raak. Bij het aanbrengen van de snor loopt hij mee naar de spiegel, waar ik de snor op mijn gezicht aanbreng. De mijter gaat op de handschoenen aan en de staf in de hand. Het plaatje is compleet.

Door de kerk loop ik naar de feestlocatie. Opnieuw wordt er een foto gemaakt. Bij binnenkomst hoor ik dat er gezongen wordt. Een tiental kinderen van de basisschool St. Jozef met twee leerkrachten zingen met de ouderen wat Sinterklaasliedjes. De voorzitster van de Zonnebloem heet mij van harte welkom, ik krijg de mooie stoel toegewezen. Nog even een foto maken met de Sint, dan gaan de kinderen terug naar school. Een van de deelnemers van de Zonnebloem heeft een ‘politiek’ getint gedicht geschreven dat hij graag aan Sinterklaas wil voorlezen. Tradities, dat is waar het om gaat en die mogen niet uit handen worden genomen. Over enkele bezoekers heb ik een verhaaltje. De namen liggen op tafel. Het Grote boek is uit elkaar gevallen. Sint haalt de genomineerden naar voren. Het spel wordt door de ouderen meegespeeld, zij zetten de Sint soms op het verkeerde been. Het gaat er leuk aan toe. Het advocaatje-slagroom en het borreltje maken het af. Om half twaalf is het tijd om te vertrekken. Sint heeft de vrijheid gekregen om zijn verhaaltjes te doen. Ik neem van iedereen persoonlijk afstand, noem de gast bij naam en ga naar de volgende, tot ik ze allemaal een hand heb gegeven.

Terug in de schminkkamer moet alles uit. Een drijfnatte albe, een witte coltrui die je uit kan wringen en een baardstel waar behoorlijk het vocht in zit. De snor gaat af, de schmink verdwijnt van het gezicht. Snel een zeepje door de snuit en dan op naar het volgende optreden. Wederom als Sinterklaas.

Even langs huis om droge kleding op te halen en dan naar SnowWorld in Zoetermeer voor een bedrijfsbezoek. Het bedrijf, mijn oude werkgever, heeft bij SnowWorld haar kinderfeest georganiseerd. De doos waar mijn baardstel en pruik in zit gaat in de auto op de grond open voor de bijrijdersstoel. De verwarming gaat op hoog. Wanneer ik op locatie aankom zijn de Pieten al bijna klaar. Sommige zwart geschminkt en anderen als roetveeg. Voor het eerst als roetveeg, nee toch niet. Bij het optreden voor het ‘Feesthuis, een paar jaar terug, heeft er ook één meegelopen op verzoek van het bedrijf dat we bezochten. Ook bij mijn oude werkgever wil de directeur, in navolging van de NTR, dat er met roetveeg Pieten wordt gewerkt. Twee werknemers lenen zich ervoor drie andere werken zwart. Het gezelschap van het Delfland Pieten wordt aangevuld met die van SnowWorld, ook zwart geschminkt. Voor mij is het even pauze, tijd voor een broodje.

De eerste ouders en kinderen komen binnen. Ik voeg me in burger tussen de binnenkomende gasten. “Moet jij niet……” en dan, dan wordt er wat gesmoesd. Ik heb de tijd. Tijd ook om de laatste stand van zaken binnen het bedrijf door te nemen. Ik wil het graag actueel opnemen. Hier heb ik geen tekst en mag ik me botvieren, ik heb daar alle vrijheid in. Rond de klok van half drie is het tijd voor opnieuw aankleden. Een nieuwe en droge albe en mantel. Het pak hangt nog in de plastic tas die de stomerij eroverheen heeft gedaan. Het is wederom achter de spiegel plaatsnemen en kleuren. Ik ben bijna klaar als de directeur mij de hand drukt. “Heb je nog iets speciaal voorbereid”, vraag ik hem. “Nee”, antwoordt hij mij, “jij”. Ook ik heb niets speciaals. “We laten het gewoon gaan”, zeg ik hem. Hij lacht en wenst me succes.

Dan word ik gehaald door twee Pieten. Het is zover. De deuren zijn gesloten als ik aan kom lopen en worden even later opengegooid. Er wordt uit volle borst gezongen. De eerste high-five is er met een kleuter van een jaar of vijf. Sint begeeft zich naar het podium dat rijkelijk is versierd met pakjes. Een mooie, grote, rode stoel is hier de zetel. Na een paar korte woorden komt de directeur op het podium. Er ontstaat een leuke discussie, waar zelfs wordt overwogen om een coupe te plegen en het Hoogheemraadschap van Rijnland te annexeren. Medewerkers die mee willen doen kunnen zich achter in de zaal inschrijven.

Dan is het tijd om de cadeautjes te verdelen. Op leeftijdsklasse komt de zak naar voren en worden de pakjes uitgedeeld. Een kleine hummel van drie staat als eerste op het podium als de zevenjarigen worden uitgenodigd. Ze wil ook niet meer weg. Na de pakjes een foto met de hele groep en dan de kinderen van zes en zo verder. Kinderen houden het cadeautje dicht tot iedereen een pakje heeft. Sint telt terug van tien naar één en dan mag er gescheurd worden. Als alle pakjes zijn uitgepakt komen kinderen Sinterklaas bedanken en willen even met hem op de foto. Wanneer ik zie dat de eerste ouders al in de vertrekhouding staan, stap ik ook gauw op. Ooit heb ik het licht uit moeten doen toen alle ouders vertrokken waren en Sint alleen achter bleef, dat gaat niet meer gebeuren.

Opnieuw afschminken. Mijn bovenlip vertoont al wat irritatie, nadat ik de snor ervan af heb getrokken. Opnieuw heb ik een drijfnatte pully aan. Ook de albe is nat. Mijn speciale schoenen gaan de tas in, de broek gaat uit en verruil ik voor een ander, geen herkenning van kleding en schoenen. Met Andrelon ei-shampoo smeer ik mijn gezicht flink in om het vervolgens met een tissue te verwijderen. Mijn gezicht is schraal. Dat is voor later. Wanneer ik weer in burger ben ruim ik alle spullen weer op. Opletten dat ik alles meeneem, want het wordt een druk jaar en ik heb echt alles nodig.

Nog even een glaasje fris, een babbeltje, een prachtig, versierde chocoladeletter S. Vrijwilligers moet je koesteren, al is het maar een kleine attentie. Rond half zes voel ik de vermoeidheid. Ik ga op weg naar huis. ’s Avonds wordt het banken.

De volgende dag verwacht ik de journaliste van het Algemeen Dagblad. Zij heeft mij er voor uitgenodigd en komt bij mij thuis op bezoek. De Sinterklaasshizzle heeft alweer een plekje gekregen op de kast. De Jan van Haasterenpuzzel van Sinterklaas hebben we net afgemaakt en ligt te pronken op de tafel. Nog even bij Appie Heijn wat strooigoed halen en gevulde speculaas. Dat hoort bij de Sint. Om tien uur gaat de bel mijn bezoek is gearriveerd. We kletsen wat af, de voicerecorder neemt het gesprek op. Het is een aangenaam gesprek, ik ben benieuwd naar de uitwerking.

Op zaterdag staat het interview in de regionale kranten Delft en Westland. Het is mooi verwoord. Leuk ook zoals het is opgepakt. Natuurlijk komt er een reactie op het woord ‘macht’ dat is opgenomen in het redactionele stuk, ik had niet anders verwacht. Het had beter geweest als er ‘alle vrijheid’, had gestaan. Macht is niet wat bij mij hoort, vrijheid des te beter.

355. Is het mijn laatste jaar?

“Hoi Aad, wij hebben een groot probleem, onze Sinterklaas heeft er de brui aan gegeven. Heb jij nog tijd?” Zo word ik gebeld door een medewerker van een bedrijf dat kennelijk Sinterklaas loos is. Ik moet er even over nadenken. Ik heb immers mijn tijd geschonken aan scouting Schipluiden. Na een nacht slapen besluit ik om het toch te doen. Wanneer ik hen heb bevestig en er ‘ja’ op heb gezegd, komt de aap uit de mouw. De directeur van het bedrijf waar Sinterklaas moet komen heeft besloten om het te doen volgens de NTR-normen. Dat betekent roetveegpieten en geen zwarte Pieten meer. Daar heeft die Sinterklaas helemaal geen zin in. Hij is van mening en dat ben ik eigenlijk ook, het is een toneelvoorstelling waar rollen voor zijn geschreven. Een rol van Sinterklaas en een aantal rollen voor zwarte Pieten. Zo wordt het toneelstuk opgevoerd en zo gaat het al jaren.

Nu wordt het voor mij toch wel een ander verhaal, want ik blijf van mening dat er een toneelspel wordt gespeeld zoals het toneelscript is geschreven. Niks over racisme, niks over vernedering, niks over slavernij. Mijn connectie geeft tevens aan dat er geen spelers zijn die de rol van roetveeg willen spelen. Het probleem wordt dus steeds groter. Moeten het gewoon witte Pieten worden, dan? Wie komt er dan weer in opstand?

Ik moet er opnieuw een nachtje over slapen. Sinds wanneer is het de NTR die bepaalt hoe toneelstukken met een jarenlange traditie moeten worden gespeeld. Gebeurt dit ook met een stuk als Hamlet waar Shakespeare rollen heeft bedacht. Bepaalt de NTR dan ook ineens dat de rol van de Prins van Denemarken, Hamlet, opeens een straatveger moet zijn in plaats van een prins.

Van de organisator krijg ik direct een WhatsApp berichtje er achteraan. Niet meteen ‘nee’ zeggen, hé. Ik vraag me echter af, als er geen roetveegpieten beschikbaar zijn, moet ik het dan in mijn eentje gaan doen? Het blijft even stil, zowel van mijn kant als van de kant van de uitnodigende organisatie.

Twee dagen later heb ik weer een berichtje. Het blijft complex. Één iemand heeft aangegeven de rol van roetveegpiet te willen vervullen, de anderen hebben geweigerd. Waar ik het meeste mee zit is, de kinderen. De kinderen hebben een uitnodiging ontvangen. Ze hebben een kleurplaat mogen inleveren en Sinterklaas zal de ingeleverde platen beoordelen. Maar wat nou als er geen Sinterklaas komt.

Het is mijn kinderhart dat zegt: “Je kunt de kinderen niet in de steek laten. Je moet ernaartoe.”

Dan blijken dat er meer en meer organisaties hebben besloten dat de zwarte Piet moet verdwijnen. De politieorganisatie is er daar ook een van. Maar er komen er ook hoe langer hoe meer die het als een racistisch feest gaan bestempelen. Organisaties die van alles erbij halen om het kinderfeest om zeep te helpen. Een rechtszaak om de landelijke intocht te verbieden met Zwarte Piet of roetveegpiet, hoe verzin je het. Het gaat nu echt een kant op dat ik straks niet meer durf. Ik sta voor veiligheid van mijn medespelers maar besef me ook, dat ikzelf, als Sinterklaas de volgende ben die zal worden beschimpt. De lol is ervan lieverlee van af. Gaat het na 25 jaar hobby stoppen?  Ik kijk het nog één jaar aan. Er zullen minder kinderen worden bezocht, al merk ik het bij onze boekingen nog niet. Ik ga er nog een jaartje voor, het kan zo maar de laatste zijn.

272. December toen en nu

December 2017. Ik loop als Sinterklaas door de straten en zie hier en daar al een opgetuigde kerstboom. De bloemen- en plantenhandel heeft op 3 december zijn etalage al aangepast aan de geboorte van het kerstkind. Kerstbomen, afgezaagd en op een houten kruis gespijkerd, staan te pronken voor de winkel. De groencentra hebben alles al uit kast gehaald voor kerst. Heeft Sinterklaas al afgedaan, of is er voor hen geen handel in deze branche in Sinterklaastijd?

De feestverlichting hangt in de straten. December feestmaand. Ik kan me de tijd thuis, bij mijn ouders, nog precies voor de geest halen. Met Sinterklaas zingen bij de schoorsteen. Vader Lau strooit als moeder het raam aan de achterzijde iets los heeft gezet. Pardoes slaat hij met de eerste strooi ook al een kopje en schotel door de kamer met de zwiep die hij doet. Moeder Agnes is vergeten om het kopje weg te halen uit het raamkozijn. Als de kleinkinderen inmiddels kunnen lopen, strooit hij gewoon van onder uit de stoel. Hij heeft een zak strooigoed verstopt in zijn stoel, haalt er een handje uit en strooit terwijl hij in de stoel zit.

Aan cadeautjes doet men thuis wel, maar mondjesmaat. Er is geen geld, dus door het jaar heen wordt van de kinderbijslag wat nuttige dingetjes gekocht. Een pyjama, sokken, handschoenen en een klein cadeautje. Verder wel een chocoladeletter. We zijn er zeer tevreden mee. De volgende dag op school zie je pas wat anderen hebben gekregen, we worden erop aangekeken. Het deert ons niet, we zijn niet anders gewend.

Van de week mogen we als Sint en Piet bij één van de bezoeken zelfs negen zakken mee naar binnen sjouwen. Slechts vijf kinderen maar een overdaad aan cadeaus. Hele families zitten er bij elkaar. Er wordt gefilmd, foto’s gemaakt, maar aandacht voor het ‘hoge’ bezoek is er nauwelijks. Uitzonderingen daargelaten. Als ik voor elke gemaakte foto een euro zou krijgen en doneren aan scouting, zou de opbrengst meer dan verdrievoudigd zijn.

Terug naar december in mijn jongensjaren. Mijn vader moet de zaterdagochtend voor kerst nog werken. ‘s Middags fietst hij naar de ‘Burgwal’kerk waar hij gaat biechten. Op de Burgwal staat men met de laatste kerstbomen die geen of weinig goedkeuring kunnen wegdragen bij vorige kopers. Deze bomen zijn niet zo duur en ze moeten weg, want later worden ze niet meer verkocht. Voor mijn vader zijn ze prima. Trots komt hij met een boom thuis die niet eens kan staan in de woonkamer. Veel te groot. Dezelfde dag worden de glazen ballen, vogeltjes, belletjes, piek en lichtjes een plek gegund in de boom en zo is alles nog op tijd in sferen.

Met kerst is het de gewoonte om op de kerstavond, de avond voor kerst, een rondgang te doen in het St. Jorisgasthuis, waar we als familie verbonden zijn aan de muziekvereniging Kunst na Arbeid. Tijdens de rondgang blijven we op de hoek van een straat in Joris stilstaan om er kerstliedjes te spelen. Patiënten komen naar buiten, soms zonder jas terwijl het vriest. Het is dan soms zelfs zo koud dat de ventielen en pijpen van het instrument vastvriezen. Een scheutje jenever in de trompet doet wonderen. Wij als kinderen krijgen het er goed warm van en de ventielen behouden de beweging. Na het buitengesticht gaan we naar het binnengesticht aan het Koningsplein. Ook daar spelen we kerstliedjes en koralen. De deuren van de paviljoens komen van slot en patiënten staan luisterend in de gang. Als kind van een jaar of tien, elf, vind ik het zielig dat men mensen opsluit. “Het kan niet anders”, zegt mijn vader, “ze zijn een gevaar voor zichzelf en voor anderen als ze loslopen”. Na afloop is er warme chocomelk en een stukje banketletter. Rond de klok van tien zijn we weer thuis waar moeder al bezig is met de tafel feestelijk dekken.

Na onze mooie kleren te hebben aangedaan wandelen we rond halftwaalf naar de kerk waar om twaalf uur de feestelijke hoogmis werd opgedragen. Mijn pa heeft een betaalde plek achter een pilaar waardoor je eigenlijk weinig kan zien. Wij moeten elders een plekje zoeken, één of twee kinderen mogen ingeschoven naast mijn pa. Waar normaal slechts acht plekken beschikbaar zijn in een bank zitten er nu gerust tien. Het plekje is ook nog eens achter in de kerk, hij is tuinarbeider, dan koop je of kan je geen betere plaats kopen. Ben je heel vroeg en zit je op een plek die eigenlijk een betaalde is, dan word je rustig uit de bank gezet als de ‘eigenaar’ om één minuut voor twaalven binnenkomt lopen. Je moet dan drie uur staan achter in de kerk. Er zijn onvoldoende zitplekken, ook nadat men er stoelen heeft bijgezet. De eerste mis gaat volledig in het Latijn. Mannen zingen van hoog achter uit de kerk. Je ziet alleen de hoofden van de zangers, de rest zit achter een muur. We begrijpen er niets van, maar doordat we soms meerdere keren per week naar de kerk gaan kunnen we alles fonetisch mee zingen en bidden. Meestal is het een mis met drie heren, een pastoor met twee kapelaans, of de pastoor met een kapelaan en een pater die toevallig uit de West of Oost over is en ‘thuis’ kerst komt vieren.

Na de hoogmis komen er nog twee stille missen achteraan. Hier bidt men voornamelijk, vandaar het woord ‘stille’. Twee priesters zijn verdwenen en één doet de volgende twee missen. Dat kan alles bij elkaar rustig tot drie uur duren. Je hebt een zere kont van het zitten op de hard eiken banken, al doet het knielkussentje vaak dienst om onder je kont te leggen.

Na drie uur kerk is het tijd om huiswaarts te gaan waar de kaarsjes op tafel aan zijn aangestoken, de lichtjes in de kerstboom zijn ontstoken en het beschuitje met blauwe muisjes op het bord is gelegd. Er komen wat puntjes en een krentenbrood op tafel en een eitje staat in het eierdopje te wachten om getikt te worden.

Na een uurtje is het bedtijd. We mogen uitslapen waar vader en moeder op eerste kerstdag opnieuw rond negen uur naar de kerk gaan.

Met de koffie/limonade is er een kerstkransje bij. Vader Lau haalt ‘s middags zijn accordeon te voorschrijf en speelt bekende kerstliedjes. Wij zingen mee. ‘s Avonds is er rollade, aardappeltjes en doperwten met peen. Een pudding gekookt en uitgegoten in een puddingvisvorm wordt overgoten met Tova aardbeiensaus. Een geweldige maaltijd.

We hebben in die tijd geen tv, dus de spelletjesdoos komt tevoorschijn. Halma, mens-erger-je-niet of een spelletje ganzenbord. Als we wat ouder zijn wordt het klaverjassen, dan staat de tv er inmiddels wel.

De eerste of tweede kerstdag ga je op familievisite. Opa en oma Delft, de ouders van mijn moeder worden met een bezoek vereerd. Tantes en ooms met hun kinderen zijn er ook. Een gezellig gebeuren maar ook spannend want op de kleine fietsjes richting Delft was altijd een hele onderneming.

De tweede kerstdag moeten we opnieuw ‘s morgens naar de kerk. Opnieuw een heilige mis volgen, om ‘s middags naar het kindje wiegen te gaan. Het kerstverhaal wordt verteld en er worden liedjes gezongen.

De decembermaand een gezellig gebeuren. Waar het nu veel meer om luxe gaat. Luxe cadeautjes, luxe kleding, luxe eten en dan vooral veel. Veel eten, veel cadeaus. Niet meer weten wat Kerst betekend. Geen afgeladen kerken meer. Het is de tijd die de oude gewoontes heeft ingehaald. Nog steeds de gezelligheid, al draait het veel meer om commercie. Elke tijd zijn charmes. Ik wens je een fijne decembermaand toe.

270. Inkijk in het leven van Sinterklaas

Dit jaar is het voor mij al vroeg Sinterklaas. De Personeelsvereniging van mijn werkgever heeft het feest georganiseerd op 22 november bij Onder Ons. Ook dit jaar zijn de kinderen tussen drie en acht jaar weer van harte welkom.

Op de dag van het feest eigen ik me de vrijheid toe om wat later aan te komen waar ik voorheen ook altijd meehielp met het versieren van de locatie. Bij binnenkomst krijg ik een hartelijke begroeting. Ik ben inmiddels thuis en hoef niet meer te werken. Met uitzondering van vandaag want dan moet ik Sinterklazen en kan ik mijn uren wegschrijven op de PV.

Het wordt dit keer een heel spektakel. Er zijn wat kleine Pietenpakken bijgekocht en daarom komen we binnen met vier grote en vier kleine Pieten. Zij moeten allemaal worden geschminkt, zwart. Ik zie al direct dat men niet op de juiste manier de kleur opbrengt, eerst het gezicht zwart en dan de lippen rood is net als papeten met een vork, dat is ook lastig om netjes weg te werken. Eerst de lippen en dan het gezicht, dat is de volgorde. Even later zijn de Pieten gekleurd. Ik heb nog even tijd en maak mezelf op. Na de clownPiet, die optreedt, mogen wij op. We sluipen via de achterdeur het pand uit om er aan de voorkant weer binnen te komen.

Het geluid staat op hard. De stereo buldert uit de boxen. De kinderen en ouders zingen uit volle borst mee. Op het podium staat de hoogste baas van Delfland, de dijkgraaf. Met ambtsketen om verwelkomt hij mij. Waar ik anders nog weleens een discussie kan opzetten is dat nu niet van toepassing. “U komt toch voor de kinderen”, krijg ik mee. De microfoon wil mijn stem niet echt versterken. Ik moet gaan stem verheffen. Een voor een worden de kinderen op leeftijd naar voren gehaald om hun cadeautje te halen. Dan even door onze fotograaf op de groepsfoto en terug naar hun ouders. Als alle leeftijdsklasse het cadeautje hebben gekregen wordt het aftellen van tien naar nul en mag het zojuist gekregen stukje speelgoed worden ontdaan van het pakpapier. Kinderen komen Sinterklaas op advies van hun vader of moeder bedanken voor wat men heeft gekregen. Intussen gaan er kinderen met Sinterklaas op de foto. Als ik net een kind op schoot wil halen, komt er een vijfjarig meisje naar mij toe. “Sinterklaas, ik vind het cadeautje helemaal niet mooi”, zegt ze. Oei, dan wordt het even improviseren. “Leg het cadeautje maar bij jouw schoen en laat mama er een briefje bij leggen. Laat ze maar aan Zwarte Piet vragen of het kan worden geruild.” Mama of papa hebben zelf dit cadeautje uitgezocht, het is dus niet mijn probleem, ik leg het terug bij de veroorzaker.

Nog even wat foto’s met kinderen en dan weg, dat wil zeggen de statiefoto moet nog worden gemaakt. Buiten zou Americo moeten staan, maar hij heeft kennelijk de stal bij Chardon geroken en is verdwenen. Een stenen koe wordt de vervanger. Rondom dit grazend beest maken we nog wat gezellige plaatjes. Dan is het snor en baardstel verwijderen, afschminken en douchen. Terug in de zaal is het tijd voor een biertje. De eerste verkleedpartij zit erop.

Tweede Bezoek

Een week later is het de beurt bij de Zonnebloem Schipluiden, waar ik zelf ook als vrijwilliger bij betrokken ben. Ik heb al mijn spullen opgezocht, in tassen gedaan en in de avond voorafgaand alvast in de auto gebracht. Het tijdstip van vertrek die ochtend ligt gelijk met het naar school gaan van gelovige kinderen uit de straat. Ik wil het niet verpesten als ze mij met een staf voorbij zien lopen. Wanneer ik bij de Schelp, naast de katholieke kerk in Schipluiden, aankom, komen er net kleuters naar buiten met hun ouders. Ze gaan naar ’t Sinthuis te Maasland. Ook nu dus even wachten. Als ze zijn vertrokken kan ik uitstappen. Ik breng mijn tassen en staf naar binnen en zoek en plekje om om te kleden. Het toilet is bezet, hoor ik, daar worden mijn Pieten in de kleur gezet. Dit keer bijzondere Pieten, ouder dan de werkelijke leeftijd van de Sint. 67 en 70 jaar. Geweldig.

Ik krijg het advies om naar het administratiekantoor van de kerk te gaan en daar om te kleden. Alle spullen worden door de kerk heen gezeuld, waar mensen al zitten te wachten tot de mis gaat beginnen. In de pastorie is de pastor zich aan ’t voorbereiden als ik binnenstap. Hij kijkt verschrikt op. “Jaha”, zeg ik, “de bisschop is er ook vandaag.” Hij moet erom lachen.

Bij het kantoor van de administratie wordt druk gewerkt aan het kerkblaadje van het weekend. Ik zet mijn tassen en staf neer en krijg direct mee dat de kopieerder ook jarenlang Sinterklaas is geweest. Ik moet nu op gaan schieten, want de tijd dringt. Als ik mijn paarse gewaad en albe aanheb kom ik tot de ontdekking dat mijn mijter nog thuis ligt. Zonder kan ik niet naar binnen. Ik heb mijn jas nodig die hangt aan de andere kant in de Schelp, maar de kerk is inmiddels begonnen en ik kan niet door de kerk heen om deze op te halen. De administratieve kracht haalt op de fiets mij jas op. Ik moet naar mijn auto en naar huis. Met de helft van de kleding aan sla ik mijn jas om en hol naar mijn auto. Dat kan met kleine pasje i.v.m. de jurk. Snel naar huis en de mijter ophalen. Ongezien kom ik terug. Snel de mantel om en gaan.

De kerk is intussen afgelopen en de pastor komt nog even langs. Even een foto maken. “Niet voor Facebook toch?” vraag ik hem. “Waarom niet, u ziet er fantastisch uit.”

Bij binnenkomst in de zaal is deze helemaal vol. Zo’n 50 gasten en nog eens 20 vrijwilligers hebben zich voor deze gelegenheid netjes aangekleed. Ik ben nog geen vijf minuten binnen als ik het al hoor gonzen: “Wie is het? Wie is het?”. Ik probeer het eerst geheim te houden maar door wat expresse versprekingen is men er al snel achter. In het grote boek staan een aantal gasten genoemd die ik naar voren haal. De oudste gast, 95 jaar, wandelt nog elke week naar het seniorenkoor. Twee gasten die in december negentig jaar worden. Ik laat ze vertellen hoe een Sinterklaasfeest er zo’n negentig jaar geleden uit zag. “We zongen liedjes bij de schoorsteen en kregen dan kleurtjes of een schriftje”, zegt de een. “We mochten onze schoen zetten en soms zaten er twee pepernoten in”, zegt de ander. Er is dus weinig veranderd, alleen een schriftje of kleurtjes dat zie ik nooit meer in een zak zitten. De waarde van de cadeaus is intussen wel behoorlijk gestegen. En het blijft niet bij één zak. We zijn dit jaar bij huisbezoeken geweest waar wel acht of negen zakken mee naar binnen moesten en daar zaten echt niet veel kinderen en volwassenen.

Bij de chocomel die uitgeserveerd wordt zit uiteraard dat stukje speculaas. Het is tijd voor een bingoverhaal. Een luxe chocoladeletter van de bakker als hoofdprijs. Twee dagen voor mijn bezoek heb ik het bingoverhaal geschreven van Zwarte Piet die met de Sint heeft afgesproken om zijn vriendinnetje ten huwelijk te vragen bij de intocht. Tijdens het verhaal worden de 75 nummers van het bingoblaadje genoemd. Het is muisstil als ik mijn verhaal vertel. Soms roept men om nogmaals het nummertje te noemen. Een valse bingo wordt bestraft met het zingen van een Sinterklaasliedje.

De kleinste Piet, Pedro, heeft een gedicht gemaakt dat aansluit bij het cadeautje dat de gasten zullen krijgen. Ze wil het graag tijdens het bingoverhaal voorlezen. Nog even wordt men in het ongewisse gelaten wat dat cadeautje is.

Halverwege het verhaal komt plots Burgemeester Rodenburg binnenwandelen. Hoe leuk. Hij heeft even tijd vrij gemaakt om langs te komen. Gasten en vrijwilligers waarderen zichtbaar het bezoek. De burgemeester neem naast mij plaatst en luistert hoe hij ook zelf in het verhaal wordt genoemd.

Dan komt Paco, de ‘jongste’ Piet aan de beurt voor een gedicht. Zij heeft wat werkzaamheden van de Burgemeester, maar ook van de Sint, genoemd in haar komisch gedicht.

Alle gasten krijgen dan hetzelfde cadeau in handen. Nog even wachten met openmaken. Maar als het open is horen we direct de waardering. Door een gift van het Zomerfeest Schipluiden heeft de Zonnebloem een boekje kunnen maken met daarin alle verslagen van activiteiten die het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden.

De laatste bingonummers worden genoemd en dan is het voor Sinterklaas ook tijd om te vertrekken. Opnieuw gaat het baardstel, snor en mantel af en uit en ben ik gewoon weer wie ik door de weeks altijd ben.

Derde Bezoek

De volgende ochtend gaan we op bezoek bij een kinderdagverblijf in Ypenburg. Met twee van mijn favoriete Pieten, nichtjes van elkaar, mag ik heel klein volk plezieren. Opnieuw de verkleedpartij en lijm aanbrengen om de snor vast te houden. Daar gaan we. Onderweg worden we gezien en herkend. Men toetert op de rijksweg als men ons passeert.

Aangekomen bij het kinderdagverblijf staat men met smart op ons te wachten. Ouders hebben vrij genomen om foto’s te maken. En dat gaat het die dag ook alleen worden. Driejarige, tweejarige, éénjarige, maar ook baby’s van twee of drie maanden krijg ik op schoot of naast me. Bij de allerkleinste is het altijd oppassen. Er is nog weinig controle en de kleine knuistjes pakken alles vast. Ook de baard. Dan is het voorzichtig loshalen om niet alles van mijn hoofd af te trekken. Na een goed uur heb ik de meeste kids gehad. Met een goed gevoel kan ik weer vertrekken.

Dan is het wachten, wachten, wachten. Het vertrek voor het vierde bezoek is ruim drie uur later. Ik haal mijn baardstel weer af, trek opnieuw mijn snor los en doe de mantel uit. Inmiddels heb ik al de nodige irritatie op mijn bovenlip van het lostrekken van de snor. In mijn witte albe word ik thuis afgezet. Daar zit ik dan, hopend dat ik niemand aan de deur krijg.

Vierde Bezoek

Omdat een hulpsinterklaas vorig jaar een zooitje heeft gemaakt van zijn bezoek, heeft men ons gevraagd om er een leuk feestje van te maken. We moeten naar Amsterdam.

In de stromende regen word ik opgehaald. Terug naar de schminklocatie en dan door. Net aan de A4 op beginnen de waarschuwingsborden al aan te geven dat de maximale snelheid 50km is. Dat kan nog een lange rit worden. Er is ruim tijd ingepland dat zal dus geen probleem zijn. Ook nu worden we begroet door automobilisten.

Het is gezellig onderweg. We kletsten lekker maar het schiet niet op. Af en toe is het even kijken op de klok. Als we de snelweg afdraaien is het contact opnemen met de contactpersoon van het bedrijf. We worden netjes de parkeergarage ingeloodst. Met de lift naar etage vier waar kinderen zitten te kleuren. Van alle kinderen hebben ik een verhaal gekregen en ik haal ze dan ook een voor een naar voren. Na wat lieve woordjes, al geven sommige ouders ook een bestraffend woord mee, mogen ze hun cadeau uitpakken. Ook hier de dankbaarheid. Spontaan komt men het cadeau laten zien en bedanken. Na driekwartier is het over. Intussen is de patat binnengebracht en mogen de kinderen en ouders gaan eten. Het is inmiddels kwart over zes. Terug in de lift ruiken we de patatlucht. De honger slaat toe.

Opnieuw de file in terug naar Schipluiden. Ook nu een gezellig onderons. Om kwart voor acht zijn we thuis en mijn maag knort. Ik hoop dat mij lief nog wat heeft laten staan voor mij, maar dat is een stomme hoopvraag. Ze zorgt zo goed voor mij. Al is ze wel een aantal dag Sinterklaasweduwe. En dat al ruim 20 jaar.

De volgende dagen hebben er nog veel meer bezoeken plaatsgevonden, maar meer in particuliere zin. Van huis naar huis, 20 minuten op en dan door. Al is tijd voor mij wel altijd een dingetje. Het is goed als ik een sturende chauffeur heb, dan lukt het. Ik wens u nog een prettige Sinterklaasavond en denk aan u als ik in het pak rondloop.