359. Wandel je mee met Sinterklaas?

Het is een drukke tijd geweest voor de Sint. Jongste zoon heeft aangegeven een dagje mee te gaan. Ooit heeft hij het afgezworen. Hij is niet zo gek als zijn vader, maar zijn liefde vindt het leuk en dus doen ze het samen. Na een feestje in een naast gelegen dorp slapen ze de nacht bij ons. De wekker loopt vroeg af. Op tijd schminken om daarna naar Appie op het dorp te gaan. Ze komen er geweldig uit, uit de schmink. Grappig ook. Daar moet een foto van worden gemaakt. Bij Albert Heijn staan moeders en vaders met hun kroost al te wachten. Waar blijft de Sint? In de winkel heeft men een spellencircuit uitgezet. Pieten die lesgeven over cadeautjes in schoorstenen gooien, over daken lopen en andere allerhande activiteiten. Voor de Sint is er een plekje ingeruild bij de vleeswaren. Hier worden chocoladeletters versierd en speculaaspoppen. Er liggen kleurenplaten en de ingeleverde schoentjes staan netjes gesorteerd in het rek. De schoen wordt gevuld met een spelletje en mandarijn. Een enkel kind krijgt zijn capuchon vol met strooigoed. Er worden foto’s gemaakt met kids op schoot of een moeder met ‘n kind op de hurken naast de Sint. Ik zie mensen vragen: “Wie is het”. “Aad”, hoor ik zeggen. Iemand zegt: “Die van het Algemeen Dagblad”. Het artikel is veel gelezen hoor ik gedurende mijn metamorfose. Na een uurtje zitten wordt het rustig, nog even een half uurtje volhouden. Mijn zoon en schoondochter vermaken zich prima. Hier en daar worden winkelwagentjes extra gevuld. Ze stralen naar kinderen toe. Ik voel mij trots. Ook de Pieten van Albert Heijn Buckers doen heel enthousiast hun spelletjes. Het is weer een feest om hier te mogen zijn. Toch dreigt het even uit te lopen op een relletje. Een oudere vrouw snauwt me toe dat ik niet goed bezig ben door Zwarte Pieten mee te hebben genomen. Ze weigert door te lopen en wil me een hand geven. Ik negeer haar en stuur haar door naar de eigenaar van Appie. Om 12 uur geeft mijn chauffeur het teken dat het tijd is om te gaan.

We gaan even naar het Pietenhuis bij scouting Schipluiden. Een leuk initiatief. Na wat rondwandelen en een breaker, als voeding, wordt het voor mij tijd om afscheid te nemen van mijn Pieten. Ik ga naar huis in afwachting van wat meer drukte in het Pietenhuis, dan mag ik mijn gezicht laten zien. Thuis blijft alles aan en op. Even onderuit in de bank. Het sloopt je, maar even een uurtje rust dan kom je daar wel weer bovenop.

Om half drie staat mijn chauffeur weer voor de deur. Het is druk in het scoutinggebouw, annex Pietenhuis. Bij binnenkomst zingt men, de kruidnootjes lucht komt me tegemoet. Kinderen hollen en vliegen. Jongste en liefde doen druk mee. Een ieder hangt aan hen. Twee andere Pieten liggen languit op de slaapmatrassen. Kinderen stoeien met de Pieten. Van slapen komt niet veel. Opnieuw foto’s maken en even meedoen met het spel twister. Dat is voor Sint niet helemaal lekker, als zijn ene been langzaam wegglijdt. Spagaat gaat niet meer. Na een half uurtje ga ik weer naar mijn eigen stekkie. Ik ben daar in afwachting van mijn chauffeur voor wat vervolgbezoeken.

Om half vijf gaat de telefoon. “We komen eraan.” Nu op weg voor twee huisbezoeken. Eerst naar Delft dan naar De Lier. In Delft een bezoek met vier kleine kinderen. De zakken staan op zolder, Cadeautjes Piet heeft ze handig boven gezet. Kleine Piet, schoondochter, vindt het niks, zo grasduinen in iemands privé. Ze komt naar beneden. “Niets gevonden, Sinterklaas”, zegt ze. Andere Piet, zoon, neemt de kinderen mee naar boven en komt met drie zakken tegelijk naar beneden. Het uitreiken van de cadeautjes kan beginnen. Daar hoort wel een verhaaltje bij. Positief liefst, al wil men de Sint soms opvoeren als de boeman. Ik draai dat altijd de andere kant op. Na 20 minuten is het tijd voor het afscheid en op naar De Lier. Een familie met zes kinderen en zes volwassenen. Een behoorlijke drukte dus. Een ouder, man, begint plots flink te lachen. “Binnenpretje”, vraag ik hem. “Die eikel van de staf, wat een bijzonder ding”. Ik maak er een gênante opmerking over. Waarom een tweeling een tweeling is kunnen twee jongetjes niet uitleggen. Na voor alle kids een cadeautje te hebben uitgereikt neem ik afscheid. Een flink aantal cadeaus blijft achter. Die mogen ze zelf doen. Nu op naar huis. Na negen uur in ‘t pak is het welletjes.

De volgende dag. Opnieuw aan de bak. Met nieuwe Pieten, waar ik vaker mee op pad ben geweest en een nieuwe chauffeuse. Het is een 75% Boeier aangelegenheid. Een buufpiet en een buufchauffeur. We gaan op weg naar Ypenburg, alwaar een Pietenbezoek. Dat betekent in de auto blijven, daar heb ik geen zin in. Ik ga mee naar binnen. Ook hier vier kinderen. Een van de kinderen wil graag Zwarte Piet worden. Hij krijgt alvast een grote veer voor op zijn Pietenmuts. Een hele lieve jongen die straalt als hij zijn cadeautje krijgt. De camera’s draaien aan een stuk door. We rekenen af en vertrekken richting Den Hoorn. Een opbreking van de weg noopt ons voor een deel te moeten lopen. Een huis vol en zenuwachtige oma. Tot driemaal geeft ze me een hand en heet mij welkom. Het is een gezin waar ik al een aantal jaren kom. Ik ken hen ook persoonlijk. Hier kan ik net ietsjes meer dan elders. Na alle kinderen te hebben gesproken gaan we naar de Lier. De TomTom wordt op de straat ingesteld, niet-wetend dat we op het laatste nummer moeten zijn. Een forse wandeling brengt ons op de plaats van bestemming. De huiseigenaar staat ons al zwaaiend op te wachten. De cadeautjes komen uit de naast het huis staande auto. Hier al wat grotere kinderen, dat gaat gemakkelijker. Dat er Westlands wordt gesproken in de Lier is mij nu ook duidelijk. Ik herhaal de tekst, er wordt om gelachen. Na 25 minuten is het tijd om te gaan. We zijn uit het schema gelopen. Een belletje naar het volgende adres is verstandig. Daar ontmoet ik vier kinderen, de oudste is vier, twee kindjes van drie en één van zes maanden. Oei, hier kan ik niet echt veel mee. Ze geven geen antwoord en vader of moeder moet antwoorden geven op door hen aangeleverde zelfde gemaakte tekst. Eigenlijk zijn ze te klein, vanaf een jaar of zes wordt het leuk, een kleintje ertussen maakt dan niet uit, maar alleen zo klein en geen tekst van volwassenen is een verzoeking. We voldoen aan de 20 minuten en hebben de tijd weer teruggepakt. We gaan op weg naar Rijswijk. Het is harder gaan waaien. Hoor de wind waait door de bomen. Aangekomen in Rijswijk stappen we uit en wandelen een flat in op zoek naar huisnummer 481. Dat kunnen we niet vinden. Dat kan ook niet anders, We staan in de verkeerde flat. Nu wordt het wandelen. Ik heb mijn handen nodig om mijn baard in het gareel te houden, de staf mee te nemen en de mijter op het hoofd te houden. Kunst en vliegwerk, dus. Voor de flat waar we moeten zijn, worden we verwelkomd door een schoondochter. We moeten even beneden wachten. Zij gaat eerst naar boven, naar de 16e. We laten de lift naar beneden komen. In de hal komt een oudere man aanlopen. Hij heeft zijn eten gehaald bij de afhaalchinees. Als ik aan hem vraag of hij chinees gaat eten, gaat de deur open en komt er een Chinese vrouw binnen. “Wie vroeg om een Chinees”, vroeg ze. Dat is lachen geblazen. Hier een bezoek met grote familie. Acht volwassen, acht kinderen. Een heerlijk bezoek dat wordt afgesloten met een baby van zes maanden op schoot. Wanneer we weg willen rijden, begint de auto plots te piepen, blijkt er een teckel voor de beveiligingscamera te lopen. Wederom lachen als de eigenaar rukt en trekt om het beestje weg te halen. Dan op weg naar huis. Het zit erop. Terug naar de verkleedbasis. Een fantastisch leuke dag.

Op maandag brengen we een bezoek aan een kinderdagverblijf in Ypenburg. Ik kom er al jaren. Veelal allochtone ouders die hun kind graag bij Sinterklaas op schoot zetten. Een foto schieten voor het thuisfront en vriendelijk lachen. In de middag vrijaf.

Dinsdag een dagje MUSSEN even iets anders. Mijn bovenlip tekent. Het plakwerk van de snor geeft mijn gezicht een rode streep boven de mond.

Op woensdag moet ik in mijn eentje de huisbezoeken doen. Een lange dag en veel bezoeken. Ik probeer binnen de tijd te blijven, dat valt niet altijd mee. Hier en daar moeten we wat smokkelen met de tijd. Waar we niet snel genoeg over de Hoornse brug kunnen rijden, nemen mijn Pieten het heft in handen en loodsen onze auto snel naar de overkant. Tijdens de rit hebben we een Pietenchange. We gaan met vijf Pieten naar binnen. Een hoop koude drukte ineens in de kamer. Dan verdwijnen er twee Pieten en ga ik met drie totaal onbekende jongens op pad. Ze spelen alle drie voor de eerste keer, de première is niet zoals ik hem graag zou zien. Als dooie dienders kijken ze rond en zitten als stille muizen te wachten wat er gebeurd. Dat kan beter, stukken beter. Een van hen heeft het in zich om volgend jaar weer mee te doen, bij de anderen heb ik mijn twijfels. In Delft krijgen we drie zakken in handen gedrukt voor een adres waar we niet hoeven te zijn. Net op tijd kunnen we naar het afgesproken adres, een oud-collega. Ik ontmoet er een leuke spontane dochter die zo in haar sas is dat de Sint eindelijk eens bij hen aankomt. Wat een leuk bezoek. Het is ons laatste bezoek van 2018. Tegen zeven uur zijn we thuis. Er staat een frietje te wachten.

Ik kan terugkijken op een drukke tijd met veel bezoeken, veel leuke mensen ook die ik heb leren kennen. Hier en daar heb ik mogelijk wel eens een opmerking gemaakt die ik beter niet had kunnen maken. Soms floept het eruit en word ik er aan herinnerd. Je moet ad rem zijn. Alert op wat er gebeurt. Het is cabaret maken en toneelspelen. Met veel plezier heb ik Sinterklaas 2018 afgerond. Ik ben de organisatoren, mijn Pieten, chauffeurs, grimeurs dankbaar dat zij hun tijd beschikbaar hebben gesteld om dit mooie en leuke sprookje te kunnen spelen. Dank ook aan hen die de kleedlocatie beschikbaar stellen. Wie ik zeker niet mag vergeten is mijn lief. Vaker wassen, alleen eten, vaak alleen zitten. Het wordt weleens vergeten wat de achterban betekent.

Doe ik het volgend jaar nogmaals? Ik ga het per jaar bekijken, maar in goede gezondheid is het niet uitgesloten dat je me volgend jaar gewoon weer tegenkomt.

268. De organisatie achter Sinterklaas

Het is weer zover. De rode mantel, altijd zorgvuldig opgeborgen, is voor het eerst weer uit de kledingtas gekomen. Het is altijd een heel gedoe om alle attributen elke keer weer mee te nemen. De mantel alleen is niet genoeg. Wat te denken van de mijter, de albe, de stola, de rouge voor de blosjes, wenkbrauwkleurstof, snorrenlijm, baardstel en pruik, koord, kruis, paarse onderrok en paarse pasmouwen, een donkere broek, donkere sokken, Sinterklaas schoenen, lijmremover, snor, handschoenen, staf, ring en natuurlijk het boek. Ja het is altijd goed tijd te besteden om alles mee te krijgen en dan ook nog ongezien in de auto te krijgen. Er wonen nog gelovigen in de straat dus het moet allemaal in het geniep. Het is ook zaak om er goed en levensecht uit te zien als je alles aan hebt. Zo af en toe zie ik Grobbebollen voorbij komen op internet. Een baardstel dat absoluut niet past is een drama. Hoe duur ook, dat moet op maat zitten en verzorgd zijn. De mond is vaak niet zichtbaar waar dat toch echt moet. Je moet er ook het postuur voor hebben, groter zijn dan 1.85mtr en een brede schouderpartij hebben.

Inmiddels zijn bijna alle boekingen binnen, tenminste op degenen na die op het allerlaatste moment nog een bezoek verwachten. Grotere bedrijven boeken of bellen al in september. Soms bespreekt men zelfs direct al als je net weg bent. Je kunt het maar geregeld hebben. Als vanaf half oktober de boekingssite open wordt gesteld, komen particulieren boeken.

Boekers kunnen opmerkingen maken, zoals voorkeur voor een Sint, kinderen bij scouting, dan moet je opletten dat er geen leiding van die speltak meegaat. Men geeft aan om hoeveel personen het gaat en op welke dag en tijdstip men de Sint verwacht. Dan is het aan de planning om er een passend programma voor te maken. We zijn afhankelijk van de aanmelding van Pieten. Dat loopt de laatste jaren terug en daardoor is het soms lastig om zaken te matchen. Voor de man in de rode mantel is dat niet van toepassing, want de Sinten staan vast. Dan wordt er ook nog eens gekeken naar hoe we de route kunnen rijden en of er voorkeurboekingen zijn. Dan wordt het bezoekschema opgesteld om op tijd en met zo weinig mogelijk verplaatsingen op het optreden te zijn. De informatie over de kinderen, maar ook volwassenen moet er ook nog zijn, al geeft men die ook gerust nog even mee als je voor de deur staat. En dan gaat het spel beginnen.

Het is opletten, altijd. Hoe reageert een kind, een ouder soms. Wat kan je wel zeggen, maar ook wat beslist niet. Kan je grappen maken over de kinderen heen naar de ouders. Het is een kwestie van aanvoelen. Ik onderstreep mijn kritische teksten in het boek, dat valt direct op. Het is ook leuk als er iets over de aanwezige ouderen is doorgekomen.

Het eerste optreden zit er op. Met een flink aantal Pieten gaan we bij onze werkgever langs. Collega’s waar ik al jaren mee samenwerk spelen de grote Pieten. Kinderen van collega’s zijn kleine Pietjes. Ik wil graag van te voren even kennismaken met de kleintjes. Als ik dan ook aan tafel sta waar een kind zit met haar moeder, vraag ik haar naam. “Naomi”, zegt ze. “Weet je wie dat is?” vraagt de moeder aan het kind, wijzend naar mij. Ze schudt haar hoofd. “Sinterklaas”, zegt haar moeder. “Echt”, zegt het meisje, “echt, bent u echt Sinterklaas.” Alsof Sinterklaas geen acteur is en echt bestaat. Hoe grappig.

Tijdens het optreden van een goochel Zwarte Piet, die ook een leuke show opvoert, maak ik mezelf op. Het blijft lang stil. Ik heb geen idee hoe laat het is. Sinterklaas heeft geen horloge om, net als dat mijn trouwring is thuis gebleven. Ook de telefoon gaat uit de zak en doet niet mee in ‘t spel. Dan komt iemand mij halen. Ik word ontvangen door de dijkgraaf. Dat gaat formeel. Hij heeft ook zijn ambtsketen om. Normaliter is er wel een spel van woorden, maar dit keer niet. “U komt toch voor de kinderen”, krijg ik mee. Dat wordt alleen een kort welkomstwoord.

De cadeautjes worden op leeftijd uitgereikt. Er zijn ruim 70 kinderen, dat moet dus snel gebeuren, zeker voor de kleinste van drie jaar. Even een foto maken met de leeftijdsgroep en de Sint en dan de volgende groep Cadeautjes blijven ingepakt tot alle kinderen die hebben ontvangen. Zo gaat dat met de vijf leeftijdsgroepen. Dan is het aftellen en scheuren.

Blije gezichten. Kinderen die komen bedanken. Dan ineens een meisje dat haar cadeautje in haar hand heeft en komt zeggen dat ze niet blij is met hetgeen ze heeft gekregen. “Ik wil dit helemaal niet”, zegt het vijfjarig meisje. Moeders of vaders heeft de keuze gemaakt uit een aantal cadeautjes, dus ik speel het in stijl terug. “Leg vanavond of morgen jouw cadeautje maar bij je schoen en vraag aan mama of papa of zij/hij een briefje erbij wil leggen om het te ruilen. Als Piet dan langskomt kan hij dat doen.” Ik hoop dat het goed overkomt, maar het is niet mijn probleem.

Kinderen willen bij Sint op schoot voor het fotootje. Soms til ik ze zelf op schoot, maar sommige ouders zetten rustig twee kinderen bij je op schoot. Mazzel als ik er met mijn face tussendoor mee word gefotografeerd. Hele kleintjes, baby’s, weten niet waar hun handjes blijven en raken vaak verstrikt in Sint’s baard. Dan is het even oppassen dat je ware identiteit niet zichtbaar wordt.

Kinderen hebben hun cadeau ontvangen en uitgepakt. Men vertrekt bijna direct. Het is voorgekomen dat ik bijna de laatste was die het pand verliet. Nu maak ik zelf de keuze en ga op tijd weg. Het eerste optreden zit erop, er zullen er nog velen volgen. Wie weet kom ik u ergens tegen.

173. Sinterklaastijd 2016

Sinterklaas 2016 zit er op. Elk jaar opnieuw is het een spannende tijd, voor kinderen, voor hun ouders en familie, voor de medewerkers die achter de organisatie zitten maar ook voor Sinterklaas. Wat de laatste twee betreft wil ik er dieper op in gaan. Op het moment dat de website open gaat rollen de boekingen binnen. Men krijgt een code mee die dient om de persoonlijke gegevens aan te vullen. Geïnteresseerden boeken vaak al in oktober, maar er volgen er nog in november en zelfs in december. Zo ook dit jaar. Als de eerste boekingen binnen gekomen zijn, wordt geïnventariseerd wie er op bewuste dag ter beschikking is voor het rollenspel. Voor Sinterklaas is het veelal geen probleem. Daar hebben we er twee van en een inval. Om Pieten te krijgen wordt lastiger. Soms wordt er voor doordeweekse overdagse bezoeken geboekt. Dan zitten de meeste Pieten nog op school of anderszins, werken. Deze Sinterklaas neemt al ruim twintig jaar een aantal dagen verlof op om mee te doen. De andere is reeds met pensioen, maar bij hem is het ook plannen. Dan is er nog het probleem van de chauffeurs. Daar zijn er een aantal vaste van.

Dit jaar was 17 november voor ons de aftrap voor het Sinterklaasfeest 2016. Al ruim van te voren was er geboekt door een Vrouwengilde ergens in het Westland. Al direct zijn er problemen, geen Pieten, of eigenlijk niet ‘geen’, maar te weinig. Afgesproken is om er met drie heen te gaan, waar we er maar één kunnen vinden. We worden uit de brand geholpen door een buurvrouw bij mij uit de straat en een buurjongen. Beiden ken ik niet, tenminste niet als Piet. Er is geen discussie welke kleur de Pieten krijgen, traditioneel Zwart. Intussen heb ik over zeven dames informatie gekregen. Alles uitgedraaid, een keer doorgelezen en op een vindbare plek in het rode boek gestopt. Als we op de dag van het bezoek gepakt en gezakt klaar staan om te vertrekken komt onze chauffeur niet opzetten. Met een belletje doen we een poging, maar hij haalt het niet meer om op tijd te komen. Als de eigenaar van de locatie, waar we ons verkleden, even om de hoek komt kijken hoe het gaat, is hij onze redding. De heenreis kan worden gemaakt. Hoe terug, dat zien we nog wel. De regen valt met bakken naar beneden en Sinterklaas moet rennen om niet drijfnat in de auto te stappen. Bij aankomst op locatie hetzelfde probleem. Eenmaal aangekomen wordt Sinterklaas snel naar binnen geloodst. Het wordt een oer-gezellig gebeuren, al blijken vijf van de zeven dames die op de lijst staan van de Sint niet aanwezig. Dat wordt dus improviseren. Gelukkig heb ik een zeer ervaren Piet bij mij die me door het bezoek kan helpen. Helpen is eigenlijk niet de goede term, want het is altijd een samenspel tussen Sint en Pieten. Het is nog afwachten of mijn chauffeur komt opdagen, al heeft hij intussen wel toegezegd. Dan na ruim 75 minuten gaat de deur open en komt mijn chauffeur binnen. Na een heerlijke avond, met een goed gevoel en een persoonlijke attentie van het vrouwengilde voor de spelers van de avond, keren we opnieuw door de stromende regen huiswaarts.

Een week later is het grote Sinterklaasfeest van mijn werkgever. Dit keer heeft men gekozen voor een feest op schaatsbaan de Uithof. Al vroeg gaan we met een grote groep op pad. De zaal moet worden versierd, de cadeautjes moeten naar binnen en er staat een lunch voor de ‘cast’. Om even over enen komen de eerste ouders en kinderen binnen. Ik loop nog in ‘burger’ en kijk wie de uitnodiging heeft aangenomen. Sommige van mijn collega’s die weten dat ik in het pak stap, kijken vreemd op. “Niet?” vraagt men mij subtiel. Ik geef hen een knipoog terug. Omdat er iets is mis gecommuniceerd word ik dit keer niet ontvangen door een bestuurder, maar neemt een sectorhoofd de honneurs waar. Hij wil wel even sparren met mij om te weten wat ik ga zeggen, maar ik bereid zoiets niet voor en weet helemaal niet welke kant het uit zal gaan. Het werd een leuk optreden met cadeautjes uitreiken aan bijna 80 kinderen. Opnieuw een energie gevend gebeuren.

Voor 26 november ben ik gevraagd om voor het ’t Feesthuis in Wateringen te werken. ’s Morgens al vroeg op pad voor bedrijfsbezoeken die zijn aangemeld bij deze winkel. Voor het eerst met een roetveeg Piet. Toch wel apart. Alles gaat net even anders dan waarmee ik al twintig jaar bekend ben bij mijn eigen scoutinggroep. Ik moet ook een ander Sinterklaaspak aan. Er worden wenkbrauwen geplakt, waar ikzelf altijd mijn eigen wenkbrauwen een witte kleur geef, met een tandenborstel. Het is een kwestie van wenkbrauw sparen en tegen de vleug opmaken. De ring van Sint moet rechts, terwijl de traditie voorschrijft, links. Kleine dingetjes, maar wel die het net even anders maken. Bij aankomst van het eerste bedrijvenbezoek krijg ik van ouders de opmerking: ‘Een roetveeg Piet, wat jammer’. De kinderen malen er niet om en weten al niet anders meer. Één kindje maakt de opmerking: “Mam, dat is een nepper”. Dat het gaat veranderen is mij intussen wel duidelijk. Met de zingPiet maken we er een leuk programma van. Na een uur terug naar de schminklocatie. Dan 3,5 uur wachten en dan op naar het volgende bezoek. Piet rijdt hier zelf, waar dat bij ons uit den boze is. Voor dit bezoek heeft men geen informatie over de kinderen en moet Sinterklaas proberen zonder iets van tekst een goed uur vol te praten. Wanneer ik met mijn Pieten probeer de ouders er ook bij te betrekken, lukt me dat niet. In een auditorium blijft men zitten en is het trekken aan een dood paard. Dat kan ook aan mij liggen, maar leuk is het niet echt. Als we weer naar buiten komen, komt er een man van Marokkaanse afkomst op mij af. “Sinterklaas wilt u a.u.b. met mij lopen naar de auto. We hebben u een uur geleden zien komen en zijn in de auto blijven wachten tot u terug zou komen. Mijn kinderen willen zó graag met Sinterklaas op de foto.” We lopen met de man mee en voldoen uiteraard aan zijn verzoek. Met een diepe buiging brengt hij zijn dank over. Wat mooi.
Die dag verloopt verder zonder overige hoogtepunten en na een lange dag neem ik afscheid van de organisator van ’t Feesthuis. Als ik thuis kom, komt mijn maag in opstand en rammelt. De hele dag niets te eten gehad, dat ben ik niet gewend. Verder is mijn wenkbrauw en mijn bovenlip beschadigd van de lijm die is aangebracht. Met een crème probeer ik dit te verzachten. Ik zou er langer last van houden.

Op 27 november geeft een vriendengroep met kinderen hun Sinterklaasfeest in een school. Met één Piet die al langer aan de organisatie verbonden is en twee jongere Pieten gaan we op stap. Direct nadat we binnen zijn, valt me op dat het bier rijkelijk vloeit bij de mannen. De vrouwen doen het met kleine glaasjes en schenken rode en witte wijn. De kinderen hollen als ongeleide projectielen door de school heen. Bij het bier wordt de één na de ander uit de krat getrokken. Als ik tegen hun kinderen praat, kletst men er gewoon doorheen, waardoor het een rommeltje wordt. Twee kinderen die in een keurturngroepje zitten en meedoen aan de Nederlandse kampioenschappen, doen wat oefeningen op de mat. Pieten proberen het na te doen, maar dat leidt tot niets of iets hilarisch. Dan als ik even niet oplet, maakt één van de vaders een biertje open aan de staf. Respectvol? Toch ga ik er met een goed gevoel vandaan. De klant is super tevreden, zegt ze. De nieuwe Pieten laten een leuke indruk bij mij achter, mogen wat mij betreft meer mee. Waar ik nu last van ga krijgen is van mijn stem. Elk jaar opnieuw gebruik ik mijn stem verkeerd. Ondanks vele waarschuwingen ben ik eigenwijs en denk ik dat de stem die ik gebruik meer bij Sinterklaas past. Bij terugkomst op de schminklocatie moet opnieuw de snor los. Mijn bovenlip raakt meer en meer geïrriteerd.

Op 30 november mag ik wederom aan de bak. Een bedrijf waar ik inmiddels al meerdere jaren kom is verheugd als ik mijn ‘snuit’ er weer laat zien. Hier heb ik kinderen van klein naar puber zien groeien. Een jong bedrijf, maar waar het aantal kinderen terugloopt, dat wel. Dit keer is de A13 ons gezind en kunnen we achter elkaar doorrijden, waardoor we iets eerder op locatie zijn dan de afgesproken tijd. Een hartelijk ontvangst valt ons ten deel. Mijn Pieten, twee jonge meiden, hebben er zin in en maken er al snel een dolle boel van. Als Sinterklaas echter het woord krijgt zitten de kinderen rondom hem heen en luisteren aandachtig wat hij over ieder kind weet te vertellen. Ouders horen gedisciplineerd aan wat er zoal wordt gezegd en zo wordt het een mooi samenspel tussen ons koppeltje en ouders en kinderen. Het is hier altijd een stukje cabaret en de lachers drukken een groot stempel op het feest. Als niet alle kinderen binnen de afgesproken tijd kunnen worden besproken, lopen we gewoon wat langer uit. Als we uiteindelijk vertrekken krijgen we nog even de nodige vitamines mee in de vorm van wat mandarijnen. Het blijft leuk bij dit bedrijf. Een superleuke e-mail valt de volgende dag in mijn digitale brievenbus.

Op 2 december slechts twee bezoeken, ver uit elkaar dus tweemaal schminken en ook weer afschminken. ’s Morgens bij een kinderdagverblijf, aan het eind van de middag een bedrijf in Rotterdam.

Bij het kinderdagverblijf krijg ik kinderen in mijn armen gedrukt die nog niet eens van hun eigen bestaansrecht afweten. Van één maand tot een jaar of vier. Veel ouders van Aziatische afkomst, maar kennelijk kennen zij onze traditie en geven hun kind aan de goedheiligman. Soms is het oppassen dat er niets gebeurt met de attributen die ik op en om heb. Een klein knuisje die even in de baard grijpt en het haar ook stevig vasthoudt tot het grijpen naar de mijter. Foto’s worden er geschoten voor thuis en misschien wel voor overzee. Sinterklaas mag meedoen: speculaaspop versieren en wandelt verder wat door het verblijf heen. Hier en daar wordt een high-five uitgedeeld, dit is kennelijk meer ingeburgerd dan gewoon een hand geven. Schattig om te doen.

’s Middags, bijna tegen de avond richting Rotterdam, waar een huizenverhuurder een Sinterklaasfeest heeft georganiseerd. D.w.z. er is geen budget, maar het personeel heeft geld ingezameld bij deelnemers en niet deelnemers om het feest toch door te kunnen laten gaan. Een mooi initiatief. Opnieuw kan ik me beroepen op de buurvrouw uit de straat. Zij werkt er en is één van initiatiefneemster. Ook haar dochtertje komt op het feest, gelovig nog, dus spannend. Ze blijkt echter niets in de gaten te hebben. Er heerst klimaatbeheersing, maar één van een schandalige kwaliteit. Het is er zo warm. Een aanslag op het welzijn van de Sint. Na het uitdelen van de cadeautjes vertrekken we terug naar de basis.
Die avond wordt het vroeg naar bed, tenminste dat is de bedoeling. Echter voor de volgende dag staan er huisbezoeken op het programma waarbij nog niet alle teksten van de gezinnen binnen zijn. Dat moet ook nog worden uitgedraaid voordat we op pad gaan.

3 december. Al vroeg op pad voor een optreden bij de plaatselijke supermarkt. Er zijn schoentjes afgeleverd die moeten worden gevuld en weer terug gegeven. Mijn stem laat het nu echt afweten. Ik geef alles wat ik heb en probeer er het beste van te maken. Vooraf geef ik bij elk bezoek de aanleiding hoe dit is ontstaan, al weet ik natuurlijk dondersgoed dat het mijn eigen schuld is. Alleen ik krijg er wat koorts bij. “Jouw parcetamolspiegel moet worden opgetrokken”, zegt een verpleegkundige uit het ziekenhuis, die ik onderweg tegen kom. Dat doe ik dan maar en neem elke vier uur twee paracetamolletjes in.
Bij de Appie aangekomen is het lekker druk. Ze hebben er wat van gemaakt. Kinderen kunnen er kleuren en hun eigen kruidnootjes bakken. Ze smaken zeker niet slecht. Na ruim tachtig kinderen bij Sinterklaas te hebben gehad vertrek ik om elders in Schipluiden even te pauzeren.
Dan start de toer van zes huisbezoeken. Het is altijd een crime om binnen de tijd te blijven. Gezinnen geven rustig negen kinderen op die binnen 20 minuten ‘behandeld moeten zijn’. Gelukkig heb ik een super strakke chauffeuse die op subtiele wijze de tijd in de gaten houdt en mij dat aangeeft.
Bij één van de bezoeken krijg ik te lezen dat betrokken kereltje dat naast mij staat een knuffelbeertje is. Als ik vraag of hij met Sinterklaas wil knuffelen doet hij dat met veel plezier en drukt hij zich stevig tegen mij aan. Er verschijnt een brede glimlach op zijn gezicht als ik hem weer los laat. Zo lief.

Het laatste bezoek is het mooiste. Waar de vader van een aanwezige dochter Sinterklaas voor zijn karretje spant om zijn schoonzoon te bewegen om zijn lief ten huwelijk te vragen. ‘Dat moet wel op slinkse wijze’, had hij gezegd, want ze moeten wel in liefde met elkaar verder. De aangeleverde teksten pasten in het verzoek en ik maakte de afspraak, dat ik naast Sinterklaas ook graag het huwelijk zou willen voltrekken. Na een lange dag ben ik gebroken en is het banken als ik thuis kom. Gelukkig heb ik een hele fijne en lieve vrouw die mij tot in de puntjes verzorgd. Het is niet altijd makkelijk met mij, kan ik verzekeren. Deze avond ook het zelfde ritueel als de dag ervoor. Teksten van de website afhalen en in het boek stoppen.

4 december de stem is helemaal weg. Toch later op de dag komt deze wel weer wat terug. Ook nu weer zes huisbezoeken. De één wat makkelijker dan de andere. Als we bij een huisbezoek vertrekken worden we staande gehouden door twee mensen, kennelijk wel van Nederlandse komaf maar met een Engels accent. Het blijken Canadezen te zijn die op familiebezoek zijn. Dit moet even op de gevoelige plaat worden vastgelegd. Van de mensen van een huisbezoek waar ik een minder een gevoel over heb, krijg ik al snel een appje. Het was helemaal super. Mooier kan je het niet hebben. Deze dag zit er ook een echt familiebezoek bij, d.w.z. van mijn familie. Leuk om te doen, men keek er helemaal naar uit en het slaagde naar verwachting. Geweldig. Het laatste bezoek is het intensiefste. Opnieuw negen kinderen, waarvan er slechts één nog echt geloofde de anderen zijn pubers die stoer zijn totdat….ze bij Sinterklaas mogen komen. Na ruim zeven uur weer in het pak, dooft het kaarsje. Opnieuw vangt mijn thuisfront mij op. Ik kan niet meer praten en daardoor geen verslag uitbrengen van mijn belevenissen. Intussen stromen de eerste foto’s binnen van mensen die mij kennelijk hebben herkend of weten dat ik deze hobby heb.

Vandaag, 5 december, mag ik me voor één bezoek nog een keer in het pak hijsen. Mensen waar ik inmiddels al zo’n jaar of zes/zeven kom. Ook hier heb ik de kinderen groot zien worden. Het is weer een ongekend feest met opa’s en oma’s. Hier spreek ik met een jong meisje die aan Sinterklaas vraagt hoe ze Pietje kan worden. Ik beloof haar er op terug te komen en een keer uit te nodigen

Dan is Sinterklaas 2016 echt weer voorbij. Het pak gaat weer achter de kastdeur. Het was intensief en erg vermoeiend. Elk jaar opnieuw zeg ik dat ik ermee ga stoppen, maar rond de datum kriebelt het weer. Toch moet ik ook een keer voor mijzelf kiezen en wat minder druk op mijn schouders nemen. Al geeft het me wel de nodige energie. Volgend jaar word ik 65 jaar, Sinterklaas met pensioen? Nee, dat zeker niet. Want er staat al weer één optreden gepland, maar wel minder, dat is een ding dat zeker is. Ik dank iedereen die mij heeft geassisteerd om te kunnen doen, wat ik zo graag doe. Ik dank ook iedereen die het vertrouwen heeft gehad in de organisatie van Sinterklaas en hem boekt om langs te komen.