410. Verdwijnt straks het bibliotheekservicepunt?

Nederland leest veel minder, tenminste de jeugd t/m 15 jaar leest veel minder. Minder dan 10 jaar terug. Mensen ouder dan 65-jaar zijn daar dan weer een uitzondering op. Zomaar een berichtje uit de krant van afgelopen week. Het gaat dan met name om mensen die laaggeletterd zijn, jongvolwassenen en tieners. Zo constateerde het Sociaal en Cultureel Planbureau. Nou moet ik eerlijk bekennen dat ik tot geen van de eerder genoemde doelgroepen behoor die minder leest, maar wel tot de doelgroep 65-plus, maar ook bij mij schiet het er weleens bij in. Met uitzondering van de krant, die lees ik van achter naar voor en terug.

Sinds ruim een jaar doe ik mee aan Voorleesexpress, een project waarbij je jonge kinderen met een taalachterstand voorleest uit boeken in het Nederlands. Daardoor ga ik wekelijks bij de bibliotheek langs om boeken op te halen. Een nuttige aanvulling op het onderwijspakket waar zij ook mee te maken krijgen. En ik zie vorderingen. Waar ik voor het eerste kom, leest men nauwelijks, maar na een paar weken zie en hoor ik dat men het leuk vindt om te lezen en gaat men met sprongen vooruit. Ik neem daarbij ook de ouders mee, want zij moeten er achter staan. Ik neem ze mee naar de bibliotheek of servicepunt om hen kennis te laten maken met de voorzieningen die er nu nog zijn. Een bibliotheekpas waar men gratis boeken kan halen en lezen. Maar ook voor ouders de mogelijkheid om gebruik te maken van het project Taalmaatje.

Zo regelmatig moet ik boeken reserveren omdat het servicepunt in Schipluiden dit boek niet heeft. Er wordt dan hard aan gewerkt om het boek zo snel mogelijk bij zo’n servicepunt te krijgen. Nog altijd word je daarbij ondersteund door een opgeleid bibliotheekmedewerkers. Maar hoe gaat dat straks, wanneer in 2021 de subsidie vanuit de gemeente met €50.000,00 wordt gekort.

Ik vrees met grote vreze dat het servicepunt helemaal gaat verdwijnen, en Schipluidense lezers naar Den Hoorn moeten, waar Maaslandse mensen naar Maassluis zullen moeten. Scholen zullen op de fiets moeten stappen omdat er geen gelegenheid meer is boeken te halen. Ouderen zullen de MUS moet pakken om hun thriller, roman of oorlogsboek op te gaan halen. En hoe gaat het met de medewerkers, gaan ze minder uren werken, moet men weg, wordt het uit noodzaak opgepakt door vrijwilligers?

Ik denk dat men nog minder gaat lezen, voor een boek ga je geen 4 km heen en terug. Maar ook voor die vrijwilliger die zich nu inzet om jonge mensen mee te nemen in een Nederlands boek, zal het boek halen meer tijd en kilometers gaan kosten. Buiten de voorbereidingstijd die men er aan besteed.

Een ongezonde zaak die terug moet worden gedraaid. Natuurlijk is het een kwestie van keuzes maken bij de Gemeente. Geld dat je niet hebt kan je ook niet uitgeven. Maar als ik lees dat er ruim twee-en-een-kwart ton wordt uitgetrokken voor een veranda aan het Tramstation dan heb ik daar toch wel mijn bedenkingen bij. Ik misgun het hen niet, maar ben persoonlijk van mening dat de bibliotheek een veel grotere prioriteit heeft dan de veranda, omdat deze er vroeger ook zat. Vroeger reden er ook treinen op het spoor daar, zou er dan ook niet een locomotief voor het gebouw gezet moeten worden. Nee gemeente, prioriteiten stellen is nadenken en niet het probleem neerleggen bij een ander.

Inmiddels gaat er een petitie rond waarbij men aan kan geven dat men de bibliotheek in stand moet houden. Dat betekent niet uitbreiden, dat is niet nodig, maar behouden wat er nu is.

Beleidsmakers, college en raadsleden, ga nog eens op zoek naar geld en behoudt wat goed is, wat in een grote behoefte voorziet. Ik wens u succes.

Wilt u de petitie ondertekenen doe dit dan hier. Delen van de link wordt op prijs gesteld.

367. Een huis voor Harry

“Hey Aad, zou je willen voorlezen bij de Nationale Voorleesdagen?” Zo krijg ik vanuit de bibliotheek de vraag voorgeschoteld. Ik krijg een aantal dagen en locaties op waaruit ik een keuze kan maken. De keuze wordt niet moeilijk. Ik ga op 28 januari voorlezen in de bibliotheek van Den Hoorn. Een dag later kom ik tot de ontdekking dat ik een dubbele afspraak heb gemaakt en besluit ik dit aan de medewerker van de bieb mede te delen. Ik geef op dat ik wel op een andere dag kan in Maasland. Daar wordt kort op geantwoord. Helaas daar heeft men geen voorlezers nodig. De groepen 7 en 8 lezen daar voor en dat wil men graag in ere houden. Dan twee dagen later een berichtje dat de groepen 7 en 8 niet in de gelegenheid zijn. “Wil je alsnog?”  is de vraag. “Houdt er rekening mee dat het wel een pr-momentje kan worden want wethouder Wendy Renzen komt ook.” Inmiddels ben ik wel gewend aan pr-momentjes, dat is dus geen probleem.

Een paar dagen voor het voorlezen rijd ik op de fiets naar de bieb. Het weer ziet er goed uit, maar als ik goed en wel vanuit Schipluiden onderweg ben naar Den Hoorn zijn de weergoden mij niet zo welgezind en begint het te regenen. Geen kleine druppels, nee, gewoon een heftige regen. Er is geen moment en gelegenheid tot schuilen, ik moet er helaas doorheen. Aangekomen bij de bibliotheek blijkt deze donker. Zou er niemand zijn? Ik probeer de bel en wacht. Als je niemand ziet moet je even bellen, had de biebmedewerkster mij gezegd. Het wachten leverde geen resultaat op. Nog maar eens bellen, binnen twee minuten ben ik bij je, had ze er achteraan gezegd. De deur bleef echter potje dicht. Dan maar weer naar huis. Ik stuurde de medewerkster een e-mail dat ik voor niks naar Den Hoorn ben geweest en kletsnat weer thuis kwam. “Je had me ook even moeten bellen, dat had ik toch gezegd”, zegt ze als ze me opbelt. “Ik heb jouw telefoonnummer niet”, gaf ik als antwoord. En zo heeft bellen twee betekenissen en ontstaat er een spraakverwarring. De volgende dag stap ik opnieuw op de fiets. Nu is de bibliotheek wel open.

We nemen samen even door wat de bedoeling is van mijn voorleesverhaal. Ik krijg het boek in handen, dat moet worden voorgelezen en nog een aantal top-10 boeken, die als alternatief er achteraan kunnen. “Ik vind het wel leuk dat ik nu eens een man heb die gaat voorlezen. Dat is voor ons uniek.”

Op de voorkant van het boek staat een kat afgebeeld. Harry. ‘Een huis voor Harry’, zo heet het boek. Thuis gekomen lees ik en kijk ik de plaatjes uit het boek. Een leuk verhaal met weinig tekst, maar wel leuke plaatjes. Ik probeer me in te beelden hoe e.e.a. zal gaan.

Op woensdag 23 januari mag ik aan de bak. Ik ben al vroeg op. Moet om half negen bij een school zijn waarin het servicepunt is gevestigd en ik moet ook de auto nog ontdoen van sneeuw. Omdat ik niet weet hoe het pad is wil ik er op het gemak heen. Om even voor half negen parkeer ik mijn auto, waar mijn navigatie zegt dat het servicepunt van de bibliotheek is. Ik blijk er zo’n 150 meter bij vandaan te zijn. Ik vraag het nog even aan een mevrouw met een kinderwagen en kleuter aan de kar. “Meneer u bent veel te ver gereden”, zegt ze, “en de bibliotheek is slechts beperkt open.” Ik geef haar aan dat ik voor de Nationale Voorleesdagen kom. “Oh, goed dat u het zegt”, geeft ze aan, “dat kunnen we vanmiddag wel eens gaan doen.” En ze kijkt naar haar zoontje. Al glibberend loop ik terug naar de locatie. Hier is geen schoon pad geveegd.

Bij de locatie aangekomen is mijn contactpersoon al volop in beweging. Ze is voor het eerst sinds lange tijd met de bus gekomen. Een mijl op zeven. Er staat een theatertje op de springkast in de gymzaal, er hangen doeken gedrapeerd over het wandrek. De gymbanken staan in een schuine hoek opgesteld. De ambiance is gecreëerd. Nog even het theater bekijken. Hoe werkt het. De wethouder mag dat doen. Na een kopje koffie is het tijd om de kinderen te ontvangen. Dan krijgt de medewerkster te horen dat de buitenschoolse opvang haar eigen programma heeft georganiseerd. Geen kinderen uit deze hoek dus. Dat is een tegenvaller. Ze gaat even overleggen bij groep 1/2. Er komen vijf kleine mensjes luisteren.

Even later komen ze hand in hand binnen. Ze nemen plaats op de gymbank. Ik vertel het verhaal van Harry. Harry is een kat die nog nooit naar buiten is geweest en tikkertje gaat spelen met Vera Vlinder. Dat dit fout zou lopen staat al vast. Gelukkig vindt ze vriendjes en komen ze Vera weer tegen. Het komt uiteindelijk allemaal op z’n pootjes terecht.

Terwijl ik het verhaal vertel doen de kinderen leuk mee. Ik vind de afstand tussen de kleintjes en mijzelf te groot en laat me op mijn platte gat zakken. Nu zitten ze bijna in het boek. Ik vind het leuk en word steeds enthousiaster. De biebmedewerkster zie ik meelippen als ik iets voorlees. Als het boek uit is doen de kinderen een zelfverzonnen liedje met de medewerkster van de bieb. Daarna gaan de kinderen terug naar de klas. Het wachten is op de grotere groep en de wethouder.

Nog even een kopje koffie. De wethouder komt binnenlopen. Ze heeft er zin in, zegt ze. Ik vertel nogmaals het verhaal van Harry die een huis wil. De kinderen letten heerlijk op. En als Wendy even later het theater bedient met de platen, krijgt ze een goed verhaal terug. Leuk om te zien hoe enthousiast ze kinderen betrekt bij het verhaal.

Dan mogen de kinderen knutselen of naar buiten. De wethouder gaat weer terug aan het werk. De helft van het gezelschap kiest voor naar buiten, de anderen kiezen voor knutselen. Een kat kleuren of een vlinder maken. Storm heeft het snel voor elkaar. Hij moet plassen en neemt zijn werkstukken mee naar het toilet. Even later komt het vierjarig mannetje huilend terug. Hij heeft over zijn kunstwerkjes geplast. Snel even helpen om voor hem nieuwe werkstukjes te maken. Zijn natte vlinder en poes verdwijnen in de prullenbak.

In de middag opnieuw een kindertal dat komt luisteren. Oma’s en mama’s brengen hun kinderen en blijven. Een papa neemt zijn papadag heel letterlijk. Hij dropt zijn dochtertje en verdwijnt. “Tot half vier toch”, zegt hij.

Opnieuw lees ik het verhaal van Harry voor. De biebmedewerkster doet het theater. Het is weer een succes. Daarna mogen de kinderen knutselen met vilt of een kleurplaat maken. Er komen leuke werkjes uit. Ze krijgen een glaasje limo en zijn korte tijd later zeer zelfverzekerd aan het werk. Hier en daar helpt oma of mama mee. Om half vier is het afgelopen en komt ook de papa binnenlopen. Hij vraagt zijn dochter wat ze er van vond. Ze straalt en heeft een leuke kat gemaakt op een rietje met een echt oogje.

Tijd om op te ruimen. Dat gaat als een speer. Alles gaat in mijn auto. Ik breng de Hoornse medewerkster even terug naar de basis. We wisselen wat foto’s uit. In het kader van de privacy mogen ze niet worden geplaatst.

Een leuke activiteit en een dag onder de pannen. Voorlezen is belangrijk, niet alleen in de bibliotheek ook thuis. Even een paar minuten in een boek. Ik heb gezien en geluisterd hoe leuk men het vindt. Het was een Topstart van de Nationale Voorleesdagen, schrijft de medewerkster van de bibliotheek.