373. Een keer prijs of eigenlijk twee keer prijs

Het is 13 februari 2018. Ik open mijn Facebook en zie er een filmpje op staan van Schoneveld Interieur. Eigenaresse Joke heeft een glazen vaas voor zich staan. Ze steekt haar hand er in en trekt een lot uit de vaas. Het bedrijf bestaat twintig jaar en zij geven aan hun Facebookvrienden een trapbekleding cadeau. De eigenaren hebben van alle Likers op Facebook een briefje gemaakt en die in de vaas gedeponeerd. Als het briefje uit de vaas komt staat de camera aan en haalt Joke er een papiertje uit met Wilma van Meurs er op. Dolgelukkig zijn we. Op een stuk chocolade van Toni Chocolonely na, gewonnen bij de Postcodeloterij, vallen wij nooit in de prijzen. Nu dus wel.

Dan ontstaat er even wat twijfel bij Joke. Hoe zullen hun klanten hierop reageren en de Facebooklikers? Wij zijn bevriende buren en is het geen doorgestoken kaart? Is dit wel de eerste keer dat ze gaat trekken? En nog erger, zitten er niet alleen maar briefjes met Wilma van Meurs in de vaas? Er is ook geen notaris bij, dus gaat het wel eerlijk? Joke heeft het er even moeilijk mee. Ze kan nu twee dingen doen. Het filmpje vernietigen en doen of de trekking nooit heeft plaatsgevonden, of toch de prijs gewoon toekennen. Bij de eerste optie durft ze mijn lief nooit meer recht in de ogen te kijken en bij de tweede krijgt ze misschien wel klanten op haar dak. Ze besluit dat eerlijkheid het langst duurt en kent de prijs aan ons toe.

Nu we deze prijs hebben gewonnen besluiten we overigens om dan maar meteen alle twee de trappen te laten bekleden en de overloop er ook maar bij te doen. Het is tenslotte slechts een keer uitzoeken en dan hebben we weer een mooi geheel.

Dan kom ik in beeld. De trapbekleding wordt gratis geleverd als de oude trap kaal is. Ik ben geen handige Harry en kijk nog eens naar de trap en denk, ‘echt nie, dat krijg ik nie voor mekaar’. Zo sta ik een paar keer voor de trap, maar de trap zegt niets terug en spontaan van de trede springt de vloerbedekking ook niet. “Wanneer ga je de trap aanpakken”, vraagt men bij Schoneveld, alsof de vloerbedekking ligt te branden in de zaak. “Ja, ja”, zegt ik met een geërgerde stem, “het komt goed.” Ik probeer er toch wat aan te doen. Zet er een stanleymes in en steek er een plamuurmes achter, maar geplakt is geplakt en ik krijg het niet los. Ik laat het op zijn beloop en nog een keer. Ik zie het niet zitten. Dan hoor ik om mij heen dat het zo’n probleem niet moet zijn. Wanneer mijn echtgenote op een zaterdag weg is zet ik er een schroevendraaier in en verdraaid, het lukt. “Al doe je maar twee trede per dag”, had mijn vrouw me meegegeven. Als de eerste trede eraf is, doe ik de tweede en de derde ook maar gelijk. De afgestoken vloerbedekking kiep ik direct naar buiten. Wanneer mijn eega thuis komt kijkt ze verbaast. “Wat is dat nou?” vraagt ze. “Het lukt”, zeg ik triomfantelijk. Zo pak ik de klus direct aan en heb in een vloek en zucht toch mijn trap schoon. De overloop blijft nog even in oude doen.

Nu alles eraf is neem ik de kwast ter hand en krijgen de leuningen, het hekje, de plinten en de onderkant van de trap een flinke lik verf. Ik mag knoeien. Dat lukt ook, gelukkig. Druppels op de trap en de rand van het dekseltje is zichtbaar op de kale trap. De overloop verf ik wat later. De vloerbedekking weghalen betekent op het koude beton lopen. Hier moeten ook de spanlatten nog weg. Als dat allemaal gebeurd is ziet het er weer netjes uit. Het is tijd om nieuwe vloerbedekking uit te zoeken.

Als we aankomen bij de Winkel van Schoneveld Interieur is Joke druk in overleg met Mike. Mike is vertegenwoordiger bij Belakos Flooring. Belakos Flooring levert sinds 1960 tapijt- en pvc-vloeren aan woninginrichters en projectinrichters. Bij binnenkomst omhelst Joke ons. “Dit zijn onze lieve buurtjes”, zegt ze lachend, “ze hebben vorig jaar een trapbekleding gewonnen.” Mike steekt zijn duim op. “Maar we willen graag allebei de trappen en de overloop”, geef ik te kennen. “Nou”, zegt Mike, “als je de vloerbedekking van Belakos neem, sponsor ik mee.” Dat is een mooie binnenkomer. Dat betekent dus tweemaal in de prijzen. Wilma en Joke zoeken wat stofjes en kleuren uit en komen uit bij supersterke Strong van Belakos, in de kleur blauw. Helemaal gelukkig gaan we de deur uit. De datum van opmeten is bekend en de dag dat er zal worden bekleed wordt in de agenda genoteerd. Zo hebben we een heerlijke afsluiting van de wandeling die we die dag maakten.

Wim Schoneveld komt bij ons opmeten en is er eigenlijk al direct uit. We hebben dezelfde huizen, dus opmeten is eigenlijk niet nodig, dat kan hij thuis ook doen.

Twee dagen later hebben we de offerte in huis. Keurig netjes de eerste trap gecrediteerd en een mooie korting op het tapijt van Mike. Geen loze belofte dus. Het is geen kwestie van nadenken maar direct “ja” zeggen.

Op dezelfde dag, maar dan een jaar nadat we de prijs hebben gewonnen gaat om 9:00 uur de bel. Wim komt binnen met zijn gereedschapskist. Even later komt hij met de vloerbedekking onder de arm binnen. Er is nog even tijd voor een kopje koffie, even gaan eten bij de ‘buurvrouw’ en een kopje thee. Maar tijd verspillen is er niet bij. Alleen wanneer hij zijn huissleutel even niet kan vinden zie ik toch een bedrukt gezicht. Gelukkig komen ze boven tafel, niet dat ze er onder lagen overigens.

Als Wim om 17:00 uur de achterdeur achter zich dicht trekt hebben wij onze vloerbedekking in huis. Het resultaat mag er zijn. Geweldig gewerkt, netjes en snel. Zo hebben we toch nog eens een keer een mooie prijs gewonnen, of eigenlijk twee. Schoneveld Interieur en Belakos Strong samen, een aanrader.

371. ‘Over de Dijk’ van Cultuurstek Den Hoorn

“Beste Aad, zou jij mee willen doen met het Culturele festival Over de Dijk”. Zo komt de vraag bij mij binnen. Ik heb juist meegedaan aan Kom ’s Hoorn, van CultuurStek Den Hoorn. Ik ben altijd wel in om aan zulk soort activiteiten mee te doen. Maar waar moet het over gaan? “Zou je een verhaal kunnen vertellen over Den Hoorn en dan specifiek over de Dijkshoornseweg.” Ik moet er even over nadenken. Ik weet wel wat van de genoemde straat, maar of ik daar een vertelling over kan doen, weet ik niet. “Hoeveel tijd krijg?” vraag ik aan mijn vraagsteller. “Nou een half uurtje tot drie kwartier”, is het antwoord. Dat is nogal wat. Ik denk er even over na, heel even maar en geef er mijn fiat aan.

Omdat ik ooit een verhaal heb geschreven over de middenstand in Den Hoorn in de jaren zestig, heb ik al wat tekst dat ik mogelijk kan invoegen in mijn verhaal. Ik ga er aan zitten. Mijn geheugen is goed en ik weet, blijkt al gauw, nog veel naar boven te halen. Ik ga schrijven. In stukjes en beetjes komt mijn vertelling tot stand. Soms midden in de nacht word ik wakker en herinner ik iets waar ik eerder niet aan heb gedacht. Mijn document groeit.

Ik krijg de locatie door. Ik zal mijn vertelling doen op nr. 97. Het huis waar mijn overleden broer ooit heeft gewoond en waar zijn echtgenote nog steeds woont met haar nieuwe man. Een vertrouwde omgeving dus. Zij hebben aangegeven mee te doen als ik er kom vertellen. Ik ga er voor.

Inmiddels heb ik er een meester verteller bij gevonden, Dick Stammes. Stadsgids van Delft en een ras verteller. Ik ken hem van Delft Vertelt waar we samen al eens aan twee sessies hebben meegedaan. Hij is enthousiast maar geeft direct aan niets over de Dijkshoornseweg te weten. Het maakt niet uit hij mag zijn eigen verhaal doen.

Het is november 2018. Voor mij is de locatie bekend. Dick hoort niets. Ik informeer mijn contactpersoon. Dan gaat ook voor hem het balletje rollen.

Inmiddels krijg ik de mededeling van de eigenaresse van de locatie dat haar man drie dagen voor het festival zal worden geopereerd aan zijn knie. Ze heeft hulp nodig op die dag. Ook dat is geen probleem. We zijn er als het lastig is. We, mijn lief en ik, besluiten om vroeg op locatie te zijn en onze handen uit de mouwen te steken. Alles komt goed.

Intussen heb ik mijn tekst klaar. Ik plant er nog een stukje bij over mijn oma. Een stoere vrouw die op de Dijkshoornseweg mijn vader baarde in 1911. Dit stuk heb ik ook ooit eerder geblogd.

Dan krijg ik een e-mailtje van mijn contactpersoon. Nogmaals de locatie en tijden dat ik ben ingepland. Viermaal een half uur, staat er in de e-mail. Ik heb inmiddels mijn tekst geoefend en uitgesproken. Dat neemt bijna drie kwartier in beslag. Ik zal het wel zien. Twee dagen later kijk ik op de site van CultuurStek naar het programma en kom tot de ontdekking dat ik slechts een kwartier ben ingeroosterd. Hier waag ik een telefoontje aan, want dat betekent het hele stuk herschrijven, want stukken skippen heeft geen zin. Ik baal er een beetje van. Toch staat het programma vast en is er geen extra ruimte. Dat houdt tevens in dat ik dus ook niet mag uitlopen omdat bezoekers ook een schema gaan maken in het programma. Jammer, we gaan het zien.

In de week voorafgaand aan het evenement geeft men code geel door. Veel regen of sneeuw. Op locatie heeft men een duur houten parket. Daar wil men geen water of sneeuw op hebben. We wonen gelukkig naast de eigenaar van een vloerbedekking zaak Schoneveld Interieur. Eén e-mailtje naar de eigenaar en het is geregeld. Men heeft nog wat stukken zeil liggen dat we mogen hebben. Maar, schrijft de buurman, ik wil het niet terug. Wij zijn geholpen en kunnen met een gerust hart mensen ontvangen.

De donderdag voor het festival breng ik het zeil alvast op locatie evenals een koffiepot. Alle bezoekers krijgen nl. een bakkie of een koppie thee. We bedenken er ook koekje bij, een ‘kletskop’. Dat past wel een beetje bij mijn kletsgedrag.

Op de bewuste cultuurdag vertrekken we al vroeg naar de speellocatie. Het regent zachtjes, maar wij hebben geen pijn. We hebben zeil ter bescherming van de vloer.

De ‘Dijk’ is voorzien van wimpels aan de lantarenpalen. Er zijn sokken en mutsen aangebracht op hekken en paaltjes. De dixies worden voorbij gereden, hier en daar is een artiest bezig met opbouwen. Er is drukte op de weg. Dan om even over half vier komen de hekken op de weg en is de weg voetgangersterrein.

Op locatie spreken we af dat we maximaal 15 mensen tegelijk in huis toelaten. We zetten daar ook de stoelen voor klaar. Er staan er nog een peer als reserve. De organisatie verwacht lichtjes langs het parcours. Ook dat kan ik fiksen. De kerstverlichting is nog niet opgeborgen. Bij daglicht nog weinig van te zien, maar in de avond een fraai gezicht. De bekertjes staan op het dienblad, de koffie staat in afwachting. Het feest kan beginnen.

Ik ga nog even naar de opening door de burgemeesters, Marja van Bijsterveldt, van Delft en Arnoud Rodenburg, van Midden-Delfland. Peet Vermeulen komt met de Delftse burgemeester vanaf de Delftse kant aanwandelen, Petto Koop doet dat met de Midden-Delflandse burgemeester. Na wat prietpraat nog een gedicht door Tjitske de Haas. Dan kan de grensovergang worden opgetild en kan het spektakel beginnen.

Ik ga terug naar de locatie en ontmoet José van Winden. Zij verzorgt de eerste twee voorleessessies. Ze leest voor uit haar boek Weekendje weg. De zeventien neergezette stoelen zijn snel gevuld. Als ik terugkom van de opening zitten de eerste mensen al binnen.

Buiten gebeurt er van alles. Er komt een vreemd voertuig voorbij en even later een gezelschap dat een doodskist op de schouders draagt. De laatste activiteit is een voorbode voor het toneelstuk Coke aan de Look, een misdaadkomedie dat in Den Hoorn plaatsvindt en eind maart op de planken zal worden gebracht.

Het tweede optreden van José staat aan te vangen. Er zijn nog niet veel mensen. Na wat propperen is de huiskamer ook nu weer snel vol. Na het voorlezen is het voor José voorbij. Er blijven mensen zitten om naar mij te luisteren.

Om 18:00uur is het mijn beurt. Mijn Macbook gaat open, nog even lees ik door het stuk. Langzaamaan komen mensen binnen lopen. Er moeten stoelen bij. De koffie gaat rond, het knisperend koekje doet zich gelden. De deur gaat dicht, ik mag beginnen. Ik ben nog maar net bezig als er op het raam wordt getikt. Er staan nog eens 10 mensen buiten. Ze komen niet meer binnen. Het aantal van 15 is al ruim overschreden. Mijn tekst is te lang, te lang blijkt al na ruim een half uur. De eerste gast stapt al op. Ik moet het inkorten, zegt mijn lief. Nog een klein stukje, dan. Helaas ik mag mijn verhaal niet afmaken.

De laatste mensen zijn de deur nog niet uit of de volgende staan er al voor de tweede sessie. Men blijft lopen, 20, 25, 30, 38. Veel te veel, maar mensen kiezen er zelf voor om te blijven staan. Opnieuw voor iedereen koffie. Het aantal bekers raakt op. Dan maar omwassen. Opnieuw start ik mijn verhaal, wederom getik op de raam. Helaas mensen, we zijn echt hartstikke vol. Nogmaals mijn verhaal van nu 35 minuten. Ik kan niet korter. Ik sla kleine stukjes over. Ik heb een droge strot van het praten. Applaus na afloop. Lekker.

Er staan al mensen voor de deur als de tweede sessie nog niet eens over is. Voordeur in, achterdeur uit. “U bent toch de vader van René van Meurs”, vraagt een van de gasten. Opnieuw een groot gezelschap. Bekende personen komen plots via de achterdeur binnen. Opnieuw ruim 30 luisterende. De koffie en thee worden uitgeserveerd, de koekjes zijn bijna op. Ik begin iets eerder om tijd te winnen en toch mijn complete verhaal te kunnen doen. Ik haal het wederom niet. Ik krijg een aanvulling op mijn verhaal. Dat ga ik nog even toevoegen voor de laatste sessie van het verhaal. Ook nu een vet applaus.

Om 20:15uur kies ik er zelf voor om aan de deur te staan. Mensen die al eerder voor een dichte deur stonden komen nu binnen. Er is voor iedereen een zitplek. Ik krijg alle aandacht. Omdat het bijna is afgelopen kan ik mijn verhaal op een rustiger tempo doen. De koek is op, koffie is er nog wel. Tijdens mijn verhaal gaat tot tweemaal toe de deurbel. Er wordt niet meer opengedaan. Het verhaal gaat uit. Het is 21:00uur. Mijn eerder toegezegde tijd kan ik nu gebruiken. Er zelfs tijd voor nog meer aanvullingen. Daar is een heel belangrijke bij, die ik over het hoofd heb gezien bij het opstellen van het verhaal.

Nadat de laatste gast is vertrokken ruimen we de zeilen, de verlichting en de stoelen weer op. De kamer gaat in originele staat slapen. “Doen we een after-party”, zegt de locatie’manager’. “Prima”, geef ik aan. Ik heb niet meer de zin om na viermaal meer dan een half uur vertellen nog elders naar de afterparty te gaan. Met een lekker biertje sluit ik het festival af.

De volgende dag heb ik al de eerste e-mailtjes binnen of men de tekst kan krijgen van mijn verhaal. Ik moet het nog wat bewerken, de aanvullingen toevoegen en wat kleine aanpassingen doen. Ik heb besloten om het verhaal vooralsnog niet op mijn website te plaatsen.

Een fantastisch activiteit is ten einde. Leuk en lekker georganiseerd. CultuurStek een geweldige stichting die zo’n meerwaarde heeft op de leefbaarheid van Den Hoorn. Geweldig gemotiveerde mensen die er hun schouders onder durven te zetten en zo een levendig spektakel neer zetten. Het was TOP. Op naar de volgende activiteit: ‘Kom’s Hoorn 2019’. Zal ik er wederom aan mee mogen doen? Ik hoop het.

175. Kerstmarkten

Kerstmarkten, ik ben er eigenlijk niet van. Maar toch.

Afgelopen zaterdag nodigde het niet echt uit om naar de kerstmarkt in Schipluiden te gaan. Het is druilerig weer, het regent niet maar droog is het ook niet. “Zullen we nog gaan”, zegt mijn vrouw. Eigenlijk hoeft het niet, maar het is een stukje sociaal gebeuren dat je niet mag laten schieten. Vlak voor de valbrug staat al een dranghek, zo’n hek dat mensen tegenhoudt bij concerten, bij de inkomst van Sinterklaas en nu dus voor de kerstmarkt. Een verkeersregelaar staat er in zijn kanariegele pak aan met knalrode kerstmannenmuts op achter en houdt het verkeer tegen en wijst hen een alternatieve weg het dorp in of door. “Goedenavond meneer en mevrouw Van Meurs”. Het welkom is in ieder geval hartelijk.

Als we bij de eerste kraam komen, wordt er kennelijk iets gratis weggegeven. Hoeve Bouwlust heeft er iets leuks van gemaakt en trekt mensen. Het is er te druk om je er door heen te worstelen. We wandelen verder. De dierenzadenhandel staat er met een kraam met kerstcadeautjes. Even verderop een volgende cadeautjeskraam. Veelal houten kerstbomen en kerstattributen sieren de kraam. Vervolgens staat er een koortje te zingen met elektronische begeleiding. Het klinkt mooi, al verdwijnt het stemmige in de massa die achter mij staat te ouwe kleppen. We lopen verder. Bij de Dorpshoeve heeft het Kikkertje voor kleintjes workshops georganiseerd, we lopen er aan voorbij. Hier en daar ruik je vuur, vonkspetters vliegen de lucht in. Een kraam met eigen gemaakte kaarten staat er levenloos bij. Twee mensen achter en niemand voor de kraam. Zouden zij de huur van de kraam er uit halen? Even verderop staat scouting met zijn traditionele vuurkorf waar kinderen een marshmallow kunnen branden/smelten. We blijven even staan omdat ik hier lange tijd aan verbonden ben geweest en probeer wat te zeggen boven de kakofonie van geluid. Het lukt me niet, de Sinterklaasstem staat het niet toe. Fluisteren kan beter, maar ik heb gelezen dat dit niet goed is. Rust is het beste wat er is.

Bakker Holtkamp heeft het druk met zijn oliebollen. Dit jaar doet hij wederom mee aan de oliebollentest. We kopen een paar exemplaren en proeven er die avond alvast van voor. Daar kom ik iemand tegen waar ik op huisbezoek ben geweest als de Sint. Men probeert een verhaal te doen hoe leuk het was, antwoorden geven kan ik niet. En dan zijn we plots al aan het eind van de kerstmarkt. We keren om en maken de ‘terugreis’. Intussen heeft de boerenkapel de Knotwilgen zich geïnstalleerd naast de oliebollenkraam voor wat Kerstmis Carrolls. De eerste nummers worden ingezet. Langs de andere kant van de kramenrij komen we een handelaar tegen met allerhande speeltjes en lichtjes. Een laser spuugt rode en groene lichtjes op de straat. Een geinig gezicht. Dan langs de kraam van twee dames uit het dorp die zich dit keer op de sjaals en mutsen hebben gestort, waar zij normaal met kettingen, oorbellen en armbanden staan. Er heerst een gemoedelijke sfeer op de markt, waar het langzaam aan vol loopt.

Bij Appie heeft men een kaas neergelegd. ‘Hoe zwaar is deze kaas’, staat er bij de kraam. “Til maar even op”, zegt Sven van Albert Heijn. Ik probeer het. Er is geen beweging in te krijgen, nou ben ik niet sterk, maar meer dan 30/35 kilo moet het zeker zijn. We geven er een gewicht aan. Nog even naar de speciale nootjes, ook van Albert Heijn. Voor het gemak hebben alle notenpakketjes de naam van de franchise-nemer gekregen. We kopen een zakje gesorteerde noten.

Het begint iets meer te druppelen en we besluiten om tussen twee kramen door even naar binnen te gaan bij onze buren, Schoneveld Interieur. Daar kunnen we plaatsnemen aan de tafel. De diverse smeerkaasjes, en patés worden uitgeserveerd. Even kleppen een biertje en een wijntje en dan stappen we weer op.

Terug naar de overkant van de weg. Een lege kraam doet geen goed aan de toch wel gezellige sfeer. We lopen nog even langs een optreden van een klasje met jonge danseresjes. Eén van de meiden die met mij als Zwarte Piet heeft geholpen, danst er als begeleidster mee. Ze knipoogt als ze me ziet staan. Een schattig gezicht die kleine hummeltjes die geen benul van ritme en muziek hebben, maar wel keurig dansend over het pakketje heen stappen dat zij even tevoren tijdens de dans in handen hebben gehad.

Nog even wat kijken in wat kramen en dan wordt het tijd om huiswaarts te keren.

De volgende dag, zondag 11. Je kunt op de bank blijven zitten, maar ook iets ondernemen. Mijn lief had gelezen dat er een kerstmarkt is in Maassluis. De fietsen komen uit de schuur en tegen het windje in fietsen we richting ‘sluis. Daar aangekomen is het even zoeken om de fietsen op een veilige manier weg te zetten. Daar hebben meer mensen last van en zo is het opletten en snel zijn.

Langs de grachten staan de kraampjes opgesteld. Typisch Kerst, nou nee. Kramen met rommelmarktspullen, een kraam met gereedschap, een electronicakraam. En ja, hier en daar een kerstkraam. Hier worden we even op handen gedragen of in de verdrukking gedrukt. Het is er schreeuwend druk. Muziek knalt over de grachten heen. Aan de overkant komt een Dickensgroep naar buiten. Vader en moeder met acht op de zelfde wijze geklede kinderen. Ze moeten zich aan een touw vasthouden en lopen als eendjes achter vader en moeder aan. Meer Sluizers hebben hun oude kleding opgezocht en lopen alsof ze uit de Dickenstijd komen over de markt. Het is er gezellig. Hier en daar treedt een koortje op of een dansgroepje.

Even verderop staat een schreeuwerige zanger Tom Jones en Engelbert Humperdinck liedjes te brallen. Een veel te hard geluid schalt over de gracht. Mensen deinen mee op de maat van de muziek. Zijn optreden wordt afgewisseld door een modeshow. Even verderop staat een visboer zijn haring schoon te maken. De ketels met glühwein ruiken over de gracht. Als de lucht gaat betrekken besluiten we om heerlijk voor de wind de terugreis op te pakken.

A.s. vrijdag heb ik me laten overhalen om mee te gaan naar Düsseldorf, Duitsland. De Personeelsvereniging van ons bedrijf regelt de bus. Voor €10,00 per persoon incl. lunchpakket mag je drukte van de kerstmarkt aldaar opsnuiven. Ik laat me daar voortduwen en vecht me straks door de mensenmassa heen om iets te kunnen zien. Het zal een vermoeiende dag worden. Maar dan is het weer voor een kerstmarktenjaar voorbij. Kerstmarkten, ik heb er niet zoveel mee, of toch….?