387. Een geslaagde farm- en countryfair

Een aantal weken geleden werden we gevraagd of we het leuk zouden vinden om op een farm- en countryfair te komen helpen. Een fair die wordt georganiseerd door Clemens Soszna van Kijk op het Westland.

“Wat houdt het in?”, is mijn eerste vraag. “Nou pannenkoeken bakken en verkopen. U moet weten pannenkoeken bakken is wel een favoriete bezigheid van mij maar alleen als ik dat zelf aangeef en er de tijd voor heb. Nee, dat is niet de bedoeling. Er moet op de fair worden gebakken. ‘Dat is behelpen’, bedacht ik me. Hoe kan dat anders? Ik stel voor om vooraf te bakken dat is een beter idee. Het probleem is dat ik een drukke week heb met daar ook Koningsdag nog eens tussen. Ik heb dus weinig tijd. (Je zal maar met pensioen zijn) Maar goed een dag daarvoor zou eventueel ook nog kunnen. De ingrediënten voor de pannenkoeken komen uit het gebied. Boter en melk van de Zuivelboerderij Van Winden, pannenkoekenmix van de molen De drie Lelies en eieren van Jolanda van de Zwethkade. De afspraak is gemaakt.

Dan blijkt het logistiek niet handig dat ik de pancakes vooraf bak. Dus worden ze elders alvast voorgebakken. Ik hoef ze alleen maar te verkopen.

Nog even is er contact met Jolanda van de eieren, Zwethkade Zuid 38, voordat we van huis gaan. Een tas met spullen gaat mee. De dreiging van regen is er. We pakken de tuut. We zitten net aan in de auto als de spetters op de voorruit vallen. Een goede keuze gemaakt. We rijden naar de Zwethkade Zuid en parkeren daar onze auto bij onze neef. Hij brengt ons dan door naar boerderij Dichtbij, omdat er weinig tot geen parkeergelegenheid is. De kramen zijn zo goed als ingericht als we arriveren. Het oranje zeil dat de achterkant dichtzet wordt nog even stevig verankerd. We bedenken de tactiek van de dag. De magnetron wordt ingeschakeld, dat blijkt niet te werken. Met veel mensen aan de kraam duurt dit te lang. Het meegenomen gasstel is een alternatief. Het wordt au bain marie.

Inmiddels is ook Marja, de bezige bij van Fietsen voor m’n Eten, gearriveerd met haar vers-fiets. De fiets gaat op de kraam. Vlaggetjes erlangs en ter plekke nog wat dingetjes bijeen sprokkelen voor het pakket dat is te winnen. Een winpakket waarbij je onder leiding van Marja van der Ende fietsend langs de gulle gevers het cadeautje gaat ophalen. Syl’s heerlijkheden staan een stukje verderop. Ik mag de pannenkoeken ermee versieren. Appel-kaneeljam, perenjam, appel-frambozenjam en stoofpeertjesjam. Toppings naast het gewone stroop en poedersuiker. Ik moet oppassen niet steeds het lepeltje af te likken, zo lekker zijn die jams. Verder heeft Sylvia o.a. eier- en chocoladeroom bij zich en boerenjongens en -meisjes. Bij mij is het gratis proeven, bij Syl is het kopen. Wil je echt iets aparts, rijdt even bij haar langs aan de Oudecampsweg 29 in De Lier. Op de fair ook de tekenaar van Ben de Westlandse bij, Richard de Rijke. Hij verkoopt er zijn stripboekje. Direct naast mij staat Jolanda van de eieren van ‘de Zweth, niet op zondag open’ Ze heeft gewone en grote eieren bij zich. De laatste plek is voor Patricia Booister van My Cakes uit Monster. Heerlijke macarons en cupcakes. Even verderop staat nog een sjaaltjeskraam en een kraam van Oriflame. Al met al een bont gezelschap.

De boerenzakdoek gaat om de nek, het feest kan beginnen. Langzaam komt de fair op gang. Tegen het middaguur krijg ik het zelfs druk. Er is trek. Maar dat geldt ook voor de kraampjes naast me. Veel inschrijvingen voor de winwedstrijd, maar ook aan de andere zijde, gaan de bakmixen, eieren en kaas grif van de kraam. Voor Sylvia gaat het zo goed dat er een nieuwe voorraad moet komen. Even bellen en haar spullen worden aangevuld.

De vogelshow van Roofvogelsenuilen gaat beginnen. Even een momentje rust. Terwijl de uil Nelson rondvliegt en men vanuit het publiek wordt ingeschakeld is het rustig. Tijd om ook even elders te kijken. Een kleinvee presentatie onder de veranda. Kleine cavia’s, kippen, duiven, konijnen. Het is nu niet druk, maar wel gezellig. Er is tijd voor een praatje.

Op de kraam naast me kan men stukjes kaas proeven. Een mannetje van een jaar zes/zeven graait en neemt een hele hand. Als je er wat van zegt grijpt zijn moeder in. Tenminste, ze zegt: “ach het zijn er maar een paar.” Mijn moeder zou gezegd hebben: “twee stukjes is wel genoeg hoor, Aadje.” Er is toch wel het e.e.a. veranderd.

Het aantal pannenkoeken neemt af. De au bain marie methode werkt, tot ik tot de ontdekking kom dat het water uit de onderste pan is verdampt en de bodem is verkleurd. Sissend houd ik hem onder de kraan. De volgende stapel wordt aangebroken. Het gaat als een speer. Niet alleen de pannenkoeken, maar ook de proefcakejes waar de jams op zitten. Stoofpeertjes is toch wel favoriet. “Smaakt net als bij mijn moeder thuis”, zegt een veertiger tegen zijn vrouw.

Het is gezellig druk, niet overmatig, maar gestaag wandelt men langs de kraampjes, al merk ik dat de sjaaltjes- en Oriflamekraam weinig klandizie hebben.

Omdat er wat dreiging in de lucht zit, wordt de tweede voorstelling van de roofvogels naar voren getrokken. De Afrikaanse oehoe met de roepnaam Nelson doet zijn dansje op een stok, de Kapgier Magier, wandelt rustig met de begeleider rond over het grasveld. De Amerikaanse zeearend Antje vliegt rakelings over de hoofden van de aanwezigen. De camera’s en mobieltjes leggen alles vast. Een indrukwekkend schouwspel.

De laatste fase van de fair breekt aan. Mijn laatste pannenkoeken gaat op het vuur. Nog even is het druk. Dan is het tijd om op te breken. Het wordt frisser en ik voel mijn voeten van lieverlee.

Met vereende krachten ontmantelen we de kramen. Aangebroken verpakkingen worden verdeeld onder de kraamhouders. Het kleinvee is al eerder weg. We worden door neef weer netjes bij hem thuis afgezet. Een geslaagd festijn, maar met iets meer publiciteit zou het wel geslaagder zijn geweest. Een bord bij de Bonte Haas zou al een opsteker kunnen zijn. Een tip voor de volgende keer.

Ik hoef u overigens niet te vragen wat we ’s avonds hebben gegeten: Juist ja, pannenkoeken.

382. Geworteld zijn, het thema van Kom’s Hoorn 2019

Geworteld zijn is het thema dat geldt voor Kom’s Hoorn in 2019. Kom’s Hoorn een eetavond die wordt georganiseerd door Cultuurstek in Den Hoorn. Het is de bedoeling dat je op drie verschillende locaties gaat dineren. Een uurtje babbelen, wat eten, op de fiets om vervolgens naar het hoofdgerecht te rijden en daarna naar een volgende plek alwaar het toetje klaar staat.

In 2018 deed ik er ook aan mee. Het thema Liefde stond toen centraal. Ik schreef er een blog over.

Dit keer mag ik aanschuiven op een adres aan de Dijkshoornseweg te Den Hoorn, of Delft, ik weet het eigenlijk niet zo goed. Sinds de Dijkshoornseweg is opgesplitst in 2004, moet ik altijd even nadenken. Zo’n drie weken voorafgaand aan het evenement neem ik even contact op met mijn gastgezin. Ik stap op de fiets om kennis te maken met de bewoners. Ik schiet binnendoor over de Ommedijk richting Den Hoorn om aan de Achterdijkshoorn de wijk in de rijden. Via een sluiproute kom ik aan op mijn eetadres. “Het bordje Delft staat aan de goede kant”, zegt de bewoner als ik aan kom en binnen stap. “Wij wonen in het goedkope gedeelte, Den Hoorn, van de Dijkshoornseweg.” “Wil je koffie of thee?”, vraagt de man des huizes. Ik bestel koffie. Dat gaat even niet lukken. Als de bewoner tracht een bakkie voor mij te zetten weigert de koffiemachine. Het nieuw aangeschafte koffiezetapparaat heeft vermoedelijk de verkeerde bonen te eten gehad. Het wordt een kopje thee. “Houd je van vis”, vraagt de opperkok. “Nou niet echt”, is mijn antwoord. “Een stukje zalm gaat er wel in en een lekkerbekkie sla ik ook niet af.” “Dat laatste is geen vis”, zegt opperkok. Tijdens het gesprek krijg ik te horen dat mijn gastgezin ook kookworkshops doet, je kan hier informatie krijgen. Het is gezellig aan de grote tafel waar straks ook gegeten gaat worden. We praten een heerlijk verhaal. Ik leer de mensen kennen en zij leren mij wat beter kennen. We hebben elkaar nog nooit gezien. Als we zo’n uurtje aan de praat zijn, vraagt mevrouw: “Krijgen de gasten ook nog wat te vertellen of ben je de enige die praat?” Ze heeft me heel snel leren kennen. “Uiteraard, krijgen de gasten alle kans”, geef ik haar mee. Na zo’n anderhalf uur is het genoeg en ga ik weer naar huis.

Ook het meissie doet dit keer mee. Niet op dezelfde locatie als waar ik ga eten, maar elders. Ze heeft een zwemmaatje gevonden die het een uitdaging vindt om een heerlijke maaltijd op tafel te zetten. Ze wil het echter niet alleen doen. De eerste ideeën zijn er al. Als we even ons eten op de fiets gaan halen bij Santé in De Lier loopt ze tegen kleine potjes aan. Deze mevrouw maakt o.a. jams en mijn lief wil hier haar toetje in maken. Ze krijgt gratis 15 potjes mee. Op een prachtig mooie vrijdagmiddag ‘bekookstooft’ ze samen met haar zwemmaatje een heerlijk diner bij ons thuis. Alleen het weer op die mooie vrijdagmiddag slaat om en in een plensbui moest medekookster terug. Ze is niet bang voor water.

Ik ontvang een e-mail van Cultuurstek. ‘Fijn dat je weer meedoet, Aad’, is de eerste zin. Het thema is geworteld zijn. Met dit thema kan je alle kanten op. Kom je er niet uit dan kunnen wij je helpen.

De volgende dag open ik mijn internet op zoek naar geworteld zijn. Al heel snel kom ik uit bij bijbelse teksten. Maar ook synoniemen van geworteld zijn: geworteld zijn in, ontspruiten uit, stammen van, voortspruiten uit, voortkomen uit, wortelen in. Eigenlijk heb ik al bedacht waar over het zal gaan. Ik ben gestekt in Den Hoorn, ben er een groot deel van mijn leven geworteld om vervolgens te worden verpoot. Er was geen geschikte grond beschikbaar in Den Hoorn om daar te worden verplant en dat was er wel in Schipluiden. Samen met een andere Hoornse boom zijn we geënt en zijn we weer aan het stekken gegaan. En daar zijn weer twee mooie bomen uit ontsproten, René en André. Mijn verhaal staat vast, daar gaat het over die avond.

Mijn lief is de dag voorafgaand aan het evenement al de hele dag in de keuken van die ander bezig. ‘Pffffff’, schrijft ze me, ‘nog een heel werk.’ Ze komt die middag pas tegen etenstijd thuis. “Morgen de rest”, zegt ze, als ze weer thuis is.

Op zaterdag de 30e maart is het zover. Om half drie vertrekt het meisje. Ze neemt nog wat borden mee en moet onderweg nog bestek scoren. “Nou, tot vanavond”, zegt ze als ze hoek om rijdt, en “eet ze.”

Voor mij gaat het om half vijf pas beginnen. Na een douche en schone kleding fiets ik naar het Hoornse. Ik ben benieuwd wat er op tafel komt.

Om even half vier gaat de telefoon. “Hoi, met mij, zou jij de kappertjes even willen brengen, die ben ik vergeten”. Het is mijn eega. Ik vertrek iets eerder om naar de Laan van Groenewegen te rijden. Daarna door naar mijn vertellocatie.

Als ik voor het raam sta bij mijn vertellocatie is opperkok nog druk bezig met uien snijden. Hij duurt even voor hij mij in de gaten heeft. Eenmaal binnen zie ik dat de tafel al gedekt is. In de keuken wordt nog hard gewerkt. Een mangovoorafje met aangebakken ham. De glazen worden netjes op dezelfde hoogte afgevuld. Daarna een tweede voorafje: spinaziesoep.

Terwijl het gezelschap binnenkomt is de kok nog druk bezig. “Jij hier”, zegt een van de gasten tegen mij, “dan hoeven wij niet veel te zeggen.” Iedereen krijgt een plekje geen stelletjes naast elkaar. Heel spontaan vindt het gesprek plaats. Ik hoef er niet veel voor te doen. Na een korte stilte voor gebed kan men ‘aanvallen’. Wanneer het gesprek even stil valt kan ik mijn verhaal kwijt. Het is gezellig, op tijd wordt niet gelet tot het moment dat de gastheer op vriendelijke manier ‘verzoekt’ om het pand te verlaten. Nog even blijft men voor het huis napraten om even later te vertrekken naar een volgend adres.

De laatste gast staat nog niet op de pedalen als de eerste gasten voor het hoofdgerecht al weer aan komen fietsen. Eigenlijk te kort om even een nieuwe tafel te dekken en het hoofdgerecht klaar te maken. De ribeye ligt al te rusten op de plank. De uien zijn gesnipperd, zijn alvast gefruit en liggen boven op de snijboontjes. De aardappel staat gesneden in de pan. Snel de tafel fatsoeneren. De witte en rode wijn komt op tafel. Het advies van de kok is rood, maar smaken verschillen. Mijn gastgezin is druk in de keuken bezig als ik mijn verhaal kan doen. Maar ook het aanwaaiend gezelschap heeft het al druk met elkaar. De borden komen op tafel. Er wordt gesmuld van het lekkers. Voor je het weet is de tijd om en krijgt men wederom het verzoek om te vertrekken.

Ook nu wat snelle renners. Ik zou een rondje doen, maar hier is dat anders. Als ik naar buiten kijk zie ik tweetallen voorbij rijden. Er zijn veel mensen op pad met hetzelfde doel. Dit keer mag ik de mensen ontvangen en hun jas ophangen. Ook nu wordt er al snel contact gemaakt. Een van de gasten heeft een aardigheidje meegenomen voor de gastvrouw een ander vertelt vandaag jarig te zijn en zo een prachtige verjaardag ervaart. Nu komt er een heerlijke panna cotta op tafel. Panna cotta wordt gezien als de Italiaanse tegenhanger van de crème brulee. E.e.a. Is afgemaakt met aardbeien. Een feestelijk dessert. Tot slot een kopje koffie.

Als alle gasten zijn vertrokken praten we nog even na in de keuken. Alsof er een bom is ontploft, staan pannen, glazen, borden en bestek op het aanrecht. Ik bied aan om even te helpen opruimen, maar de gastvrouw gaat voor de vaatwasser staan. Dan neem ik afscheid en dank hen voor een heerlijke avond.

Nu nog even onze spullen ophalen aan de Laan van Groenewegen. Daar is men nog druk aan ‘t afwassen. Ook hier is het zeer geslaagd geweest. Er is zelfs nog het e.e.a. over. We krijgen mee voor de dag van morgen. Nog even een glaasje en dan op weg naar huis.

Een prachtig evenement dat zeker moet blijven. Er zijn nieuwe contacten gemaakt. Lekker kleinschalig, al hoor ik mensen zeggen: “ik had ook graag mee willen doen, maar het was al vol. De afterparty hebben we niet gehaald.