398. Koetsen en paarden, de Zonnebloem geniet

1 augustus, de tweede rolstoelwandeling 2019 van de Zonnebloem Schipluiden. Terwijl ik mijn boterham op eet valt de regen met bakken uit de hemel. ‘Dat wordt niks om met gasten het dorp in te gaan’, gaat er door mijn hoofd. Ik zoek mijn regenjack op. Zoals gebruikelijk kan ik die niet vinden. Mijn vrouw is niet thuis, dus vragen kan ook niet. Ik vind die van vrouwlief. Hij past.

De warmte hangt nog in de lucht, niet druk maken want voor je het weet heb je een nat shirt aan, is het niet van het zweet, dan is het van de regen. Met de jas aan ga ik naar mijn afgesproken gast. Ik hoef niet te bellen, ze staat al met haar winterjas aan in de gang, de deur is los. Nog even help ik met het op slot doen van de voordeur. Dan wandel ik met haar in de rolstoel richting Korpershoek. “Heb ik mijn deur op slot gedaan?”, vraagt ze me. Ik kan haar geruststellen. “Waar gaan we heen?”, vraagt ze aan mij als we net onderweg zijn. Ik kan er geen antwoord opgeven, ik weet het ook niet.

De rolstoelwandelingen van de Zonnebloem worden altijd in het geniep geregeld. Alleen de indelingscommissie weet het en uiteraard degene die de wandeling heeft voorbereid.

Langzaam komen de vrijwilligers aan wandelen bij het verzamelpunt. “Zou het droog blijven?”, hoor ik, terwijl we wachten. Ik kijk nog even op buienradar. Geen blauw streepje op de App. Dat komt goed. Ik gooi gauw mijn jas uit.

Dan vraagt de organisator het woord. “We gaan naar het koetshuis”, zegt hij, “wie weet waar dat is?” Het blijft angstig stil.

Eenmaal buiten komt de zon tevoorschijn. Het wordt heerlijk weer. We boffen. We lopen het zwarte pad af richting Akkerleven. Dan linksaf de Holierhoek op. “Van Dorp”, hoor ik iemand zeggen, “we gaan naar Van Dorp.”

Via de ijsbaaningang komen we op de Zouteveenseweg. De verkeersregelaars letten goed op bij het oversteken. Dan het bedrijfsterrein op bij Van Dorp. Er wordt een rouwkoets naar buiten gereden. Er ligt nog een bloemstuk op. De koets krijgt de aandacht van de gasten. Dan lopen we verder en via de achteringang rijden we het koetshuis in. Er staat een prachtig crèmekleurige koets buiten waar Jan van Dorp ons koninklijk paar in heeft vervoerd. Ook binnen staan er nog een aantal. Een oude Spijker, een Tilbury, nog wat andere rijtuigen, een Jan Plezier en wat arrensleeën. Aan de muur hangen schilderijen met koetsen, met paarden. Er hangen hoofdstellen, lampen voor op de koets, pluimages voor de paarden aan de muur van het koetshuis.

Terwijl de koffie met wat lekkers wordt rondgedeeld klimt koetsier Dirk op de bok. Hij heeft zich er speciaal voor aangekleed. Lange blauwe jas met epauletten, zwarte broek, witte sjaal en hoge hoed. In zijn hand een zweepje. Hij verhaalt over de verschillende koetsen. Voor arme maar ook voor rijke mensen. Nog altijd wordt er gereden met de koetsen, een rouwtje of een trouwtje. Soms een verjaardag of speciale gelegenheden met de koning en de koningin.

Voor de koets twee paarden. Mooie donkere Friezen. Het zweepje gebruikt hij alleen om de aandacht van het paard te houden. Paarden zijn nieuwsgierige beesten, is er iets op rechts dan zijn ze geneigd daarop aan te trekken. Een aai van het zweepje bij het linker paard haalt de aandacht weg. Verder wordt de zweep gebruikt voor richting geven. Een enkele keer wordt er wel eens een corrigerend tikje gegeven, maar nooit een mishandeling, zoals men soms denkt als men de zweep van de koetsier ziet.

Even haalt hij de zwarte koets aan die buiten staat. De rouwkoets. “U bent allemaal potentiële klant”, merkt hij gekscherend op.

De koffie en thee doen het goed. Ook het lekkere koekje, beschikbaar gesteld door de familie Van Dorp, wordt bij een tweede kopje van de schaal gepakt.

Wanneer er over de arrensleeën wordt gesproken laat vader Jan de bellen rammelen. “Herkent u het”, zegt hij. Er wordt geknikt.

Het wordt tijd om verder op het bedrijf te kijken. Na een dankwoord aan de familie Van Dorp en Dirk, overhandigt Janus hen een flesje wijn. De groep wandelt achter Lisette en Miran aan naar de paarden. Vader Jan zet zich in zijn blauwe golfkarretje. Lisette haalt twee zwarte paarden uit de stal en laat ze ravotten in de zandbak. Rollend door het zand spelen ze. De gasten van de Zonnebloem zien het met een glimlach op het gezicht. Dan gaan we even door de stallen, de paardenhoofden komen toch wel heel dichtbij. Het is helemaal spannend als een paard dat met zijn snuit bijna tegen je gezicht aankomt. We nemen wat afstand. Vrolijk vliegen de zwaluwen door de stal ook dat geeft soms een schrikeffect. Nog even maken we een foto. Opletten dat de buiten lopende paarden hun oortjes omhoog hebben staan, dan nemen we afscheid.

We hebben nog even tijd en maken een ommetje langs de golfbaan en het gemeentehuis. Dan linksaf richting Singel, waar vrijwilligers bezig zijn om de corsoboot Schipluiden op te tuigen. De voorzitter komt er aan met de dozen met ijsjes. Ook de vrijwilligers doen mee. Als afsluiting een lolly of toffee.

Het is inmiddels etenstijd. We wandelen rustig terug. Een geslaagde rolstoelwandeling is ten einde Onze dank gaat uit naar de familie Van Dorp, Dirk, Miran en onze vrijwilligers die de gasten hebben geduwd. Het was weer een feest.

De volgende rolstoelwandeling is op 7 augustus.