403. Rotterdam en MPS De Zonnebloem

Er is voor vrijwilligers een mogelijkheid om te kijken op het vakantieschip MPS De Zonnebloem. De wereldhavendagen zijn in Rotterdam een mooie gelegenheid om het schip van de Zonnebloem te presenteren. En dat het niet zomaar een schuitje is blijkt als we er aan komen. MPS de Zonnebloem is 115 meter lang en 11.50 meter breed.

Al enige tijd vooraf reserveerden we kaartjes voor het bezoek. Je krijgt een tijd toegewezen en mag een half uurtje op het schip vertoeven. Voor ons is dat op 2 september om 15:00uur.

We willen er een mooie Rotterdamdag van maken. Lekker op de fiets naar de Antoine Platekade fietsen, wat rondwandelen in Rotterdam en weer fietsend terug.

Via de App Fietsknoop zet ik de avond voorafgaand aan het bezoek de richting uit. 18,8km geeft de App aan. Een mooi ritje. We zijn wel afhankelijk van het weer. D.w.z. fietsen in de regen is geen optie, dan gaan we met de trein en metro.

De avond voorafgaand zijn we heerlijk gaan eten in Delft met onze jongens en schoondochter i.v.m. de verjaardag van René. Ook op de fiets, dat is het makkelijkst. Heen is het heerlijk om de pedalen rond te trappen, wanneer we echter om half tien terug willen, hoost het van de regen. Trouwens, wanneer niet als we fietsen? Drijfnat komen we thuis aan. De accu’s moeten worden opgeladen, want met een volle accu weet je zeker dat het goed te doen is. Met m’n natte zooitje nog aan hang ik ze aan de prik.

De volgende dag geeft geen regen, zeggen de weerApp’s. Vol goede moed stappen we op de e-bikes. Wanneer we echter halverwege de Zouteveenseweg rijden kom ik tot de ontdekking dat mijn accu die nacht niet goed is opgeladen. Ik heb het zelf gedaan, dus kan er niemand de schuld van geven. Maar met zo weinig streepjes op de display gaan we het niet redden. Gaan we terug? “Nee”, zegt Wilma, “we rijden naar het station van Schiedam en stappen daar op de trein om te vervolgen met de metro.” Zogezegd, zo gedaan. Maar als zoiets is dat niet loopt zoals ik dat graag wil, ben ik geen vrolijke jongen. Misschien wel de meest irritante die er bestaat. Het zijn niet de mooie woorden die uit de mond komen, nee, ik ben goed chagrijnig. “Zullen we maar teruggaan”, zegt vrouwlief. Het is voor haar niet leuk met mij. We fietsen echter door, maar de angst dat ik straks zonder ondersteuning kom te staan houd me gedurende de rit bezig. Zo af en toe zet ik mijn ondersteuning uit omdat het even voor de wind gaat. Je hebt nog 34km, geeft de display aan.

Maar nu? Hoe komen we bij het station van Schiedam. We fietsen door het dorpje Kethel en volgen de bordjes Centrum. We zijn het spoor nog niet gepasseerd, die richting moet ik uit. Dan ben ik een avonturier en blijf fietsen. “Vraag het nou effen”, zegt Wilma. Eigenwijs blijf ik fietsen, tot ik het zelf ook niet meer weet. “Meneer u gaat naar de A20 toe en dan blijft u het Hazepad volgen”, zegt een mevrouw die ik aanspreek. Dat pad komen we tegen. We rijden onder het spoor door en zitten dus aan de verkeerde kant van het station. Bij het stoplicht een student. Hij neemt ons mee naar het station, moet er zelf ook heen.

De OV-kaarten komen tevoorschijn en we stappen in. “Rotterdam Centraal of Blaak”, vraagt mijn lief. “Rotterdam CS”, geef ik aan. “Daar pakken we de metro.”

Tot zover gaat het goed. Ik kijk op mijn telefoon welke metro ik moet hebben. Blijkt ook deze zo goed als leeg. U begrijpt het al, denk ik….. Even vragen aan een perronhulp en we kunnen de metro pakken. “Leuvenhaven”, zeg ik, “daar stappen we uit.” Opnieuw fout. Het had Wilhelminaplein moeten zijn. We wandelen de Erasmusbrug over en komen aan de overzijde van de Nieuwe Maas. Daar zien we de MPS De Zonnebloem liggen. Maar het is nog veel te vroeg.

We doen een cappuccino bij hotel New York. Een stukje gebak erbij, dat maakt weer wat goed. Wanneer het op is, worden we bijna weggekeken. Het is prachtig weer, dus de bankjes langs de binnenhaven waar de Watertaxi’s liggen is heerlijk. De zon schijnt strak in het gezicht. Hij is fel, dat merken we ’s avonds. We hebben allebei een verbrand gezicht, ik meer dan vrouwlief, zij heeft zich ingesmeerd, ik niet.

Rond kwart voor drie wandelen we naar het Zonnebloemschip. We zijn niet de enigen. We melden ons met het kaartje en krijgen een keycord om. Geel is voor de hele uren, blauw voor de halve. Het is nog even wachten. Mijn lief zet zich op een bankje, ik hang wat tegen een prullenbak. Wanneer ik daar weg wil lopen, blijft mijn jasje wat hangen. Heb ik tegen een plakkaat kauwgom aan gestaan. Het kan er nog wel bij.

Inmiddels ontmoeten we er een oud-vrijwilligster van Zonnebloem Schipluiden met haar collega. Zij is al vele malen meegevaren als vrijwilliger en weet alles van het schip. Dan mogen we aan boord. Met oranje pijlen is de looproute aan gegeven. We wandelen achter de Schipluidense aan en doen zo veel indrukken op. In de stuurhut staat ook de kapitein van het schip. Men wil foto’s van hem maken. Hij vindt het goed, maar niet op ‘vleesboek of Instagram’ geeft hij mee. Als afsluiting van de rondleiding doen we een kopje koffie. Nog even kletsen we met elkaar. Ik heb echter zoveel indrukken opgedaan dat het is gaan kriebelen. Ik wil graag een keer als vrijwilliger mee gaan. Dezelfde avond nog stuur ik een e-mail richting Breda.

De terugweg verloopt zoals de heenweg. Metro en trein tot Schiedam en dan de kortste weg naar Schipluiden. Mijn display loopt terug en ook in eco-stand kan ik niet voorkomen dat het de vraag blijft of ik ondersteund ga halen of niet. Thuis aangekomen heb ik nog 2km ondersteuning. Mijn telefoon is leeg, ik heb nog wel wat foto’s kunnen schieten en een berichtje op ‘Vleesboek’ kunnen zetten.

Gelukkig heeft mijn lief in Rotterdam wel nieuwe sneakers en een broek gevonden. Dat maakt het nog een beetje goed.

251. Volledig in de watten gelegd

Lot&Daan, zomaar twee voornamen of toch niet. Lot&Daan is een horecaonderneming op het Gelderseplein op nr. 11 in Rotterdam. Charlotte Ham en Daan Middelman startten er op 9 september hun onderneming. Wij raken er bij betrokken door Horeca Crowdfunding. Een bedrag investeren in een jong bedrijf dat op die manier hun ideeën ten uitvoer kan brengen en waar wij daar doorgaans ook nog een mooie rente voor krijgen. Afgelopen zaterdag brachten we hen een bezoek.

Onze fietsen zijn opgeladen, het is maar 23 km, de afstand tussen ons woonadres en het adres van de horecaonderneming. De knooppunten bepalen de route. Als we echter uit de slaap ontwaken geeft dat niet veel goeds aan. Er staat regen op het menu. Gaan we of gaan we niet? We besluiten om maar met de trein te gaan, de fietsen worden afgekoppeld. Zonder even op 9292OV te kijken rijden we richting station Delft-Zuid. Hier kan je, zeker op zaterdag, makkelijk de auto parkeren.

Bij het station aangekomen is de intercity drie minuutjes weg. Het wordt ruim 25 minuten wachten op de volgende gele kolos. ‘Door werkzaamheden aan het spoor zijn er een aantal treinen uitgevallen’, zegt de mevrouw door de speaker. Wij merken het. Als de trein komt, rijden we van Delft-Zuid naar Rotterdam-Blaak.

Bij Blaak wordt de Ov-kaart uitgeklokt. €3,30 staat er op het scherm. Daar kan je geen auto voor rijden en parkeergeld betalen in Rotjeknor. Op de IPhone wordt Google Maps opgestart. Waar ligt het Gelderseplein? Het blijkt op loopafstand.

Er staat bij Lot&Daan nog een goodiebag op ons te wachten. We kunnen deze opgestuurd krijgen of zelf ophalen. Wat is er leuker dan persoonlijk even binnen te stappen en mogelijk kennis te maken met de initiatiefnemers. We wandelen even door Rotterdam om daarna een kopje koffie te drinken in ‘onze’ onderneming, waar we investeerder van zijn. Het is die dag weer typisch VanMeursvakantieweer, regen dus.

“Hoe ga je aangeven wie we zijn en waar we voor komen”, vraagt mijn lief. Dat weet ik nog niet, ter plekke wordt me dat vanzelf ingegeven.

Mijn lief kiest een plekje, ik bestel. “We zijn crowdfunders”, zeg ik tegen de vrouw aan de andere kant van de bar. “Welkom”, zegt ze, “waarmee kan ik u van dienst zijn?” Ik bestel twee cappuccino met wat lekkers. “We hebben momenteel alleen cheesecake”, zegt de vrouw die mij bedient. “We zijn nog druk bezig. Ik zal even kijken of ik u er een bolletje bij kan serveren.” Ik weet niet wat ‘een bolletje’ is, maar ga uit dat het goed komt. We kijken wat rond in de fris ingerichte zaak. Strak, modern interieur en op speelse wijze lampen aangebracht. Op de grote wand een muurschildering van een vrouw. Een klimop groeit als een haardos om de schildering heen. Het moet nog wat tijd krijgen om de afrolook te verwezenlijken. De stopcontacten zijn voorzien van USB-oplaadmogelijkheden voor telefoon of tablet. Men zet duidelijk in op jong publiek. Onze eerste indruk is prima. Het wachten is op de koffie.

Als de cappuccino wordt gebracht is er geen ‘bolletje’ bij, zelfs geen klein koekje. Er wordt een glas water bij geserveerd waar komkommer en citroen het smaakje heeft gegeven. Een lekkere cappuccino met geklopte melk. Even later komt mevrouw vragen naar onze naam. “U heeft nog recht op een goodiebag”, zegt ze. “ik ga even zoeken”. Ze blijft wat langer weg dan we verwachten, waardoor ik ga afrekenen. Dan komt eigenaar Daan erbij. We raken in gesprek, een leuk gesprek. Een jonger meisje vraagt nogmaals naar mijn naam en gaat op zoek in de bakken met gratis tasjes met inhoud. Als ze de tas heeft gevonden ga ik met Daan naar mijn vrouw. Daan wil ook haar spreken. Wat attent. Dan geeft de eigenaar aan dat in de goodiebag een bon zit voor een gratis lunch. Wat een mooie geste. We besluiten die later op de dag te gebruiken.

Het is even droog geworden en we maken van de gelegenheid gebruik om naar de Markthallen te lopen en de markt even te bezoeken. Omdat de regen, volgens buienradar zo’n tien minuten binnen de wolken blijft wordt het eerst een bezoek aan de markt voordat we de hallen binnenstappen. Exotische vruchten en groentes, veel stoffen, bloemen en planten, vis- en kaaskramen, kleding en elektronische apparatuur. Een markt met een grote diversiteit. Als het gaat regenen stappen we de Markthallen binnen. Eettentjes, visrestaurants, chocolade, divers. Omdat we het idee hebben om onze lunch te verzilveren bij Lot&Daan houden we het op de geuren die onze neus verrassen. Terug naar het Gelderseplein.

Het regent als we bij Lot&Daan aankomen. We worden door Daan direct herkend. “Leuk dat jullie terug zijn”, zegt hij. We krijgen de menukaart voorgeschoteld. Ik bestel een karnemelk, maar dat staat niet op de kaart. Het wordt een flink glas melk en voor mijn vrouw een muntthee. De bedienster loopt direct weg als de drank is opgenomen. Maar wat is een gratis lunch? Is dit van de hele kaart of is dit al samengesteld. Het blijkt van de hele kaart. Ik bestel een speltbol kip: red chard, pittige kaas, nachos, avocado en rode ui. Mijn partner gaat voor een speltbol rosbief: gegrilde courgette, zoete aardappel, geitenkaas. Twee heerlijke broodjes die in een diep bord worden opgediend. Een zeer smakelijke lunch. Opnieuw komt Daan even langs, niet alleen wij maar ook andere gasten krijgen de aandacht. Hier staat persoonlijke bediening nog hoog. Even een praatje, belangstelling. Dat heeft hier een mooi plekje gekregen.

Na het broodje probeert Daan ons nog te porren voor een salade, maar de lunch is voldoende, al kunnen we niet om een overheerlijke smoothie heen. Daan legt ons volledig in de watten. En ik weet, we zijn investeerder maar als even later op alle tafels een kom met hapjes van gepureerde, gefrituurde kikkererwten (falafalballetjes) en een dressing van rode bietjes op tafel wordt gezet, is het overduidelijk: er is voor iedereen aandacht. Een heerlijke afsluiting van een hele fijne kennismaking met de horecagelegenheid Lot&Daan. Na een afsluitende zwaai, verlaten we met een heel mooi gevoel deze zaak.

Lot&Daan is een gastvrij, toegankelijke horecagelegenheid waar de klant op nummer één staat. Een aanrader dus. Zij zijn alle dagen open van 07:30 tot 17:00uur met uitzondering van vrijdag en zaterdag dan sluit men 19:00uur.

Nog even zoeken we een kringloopwinkel op. De winkel Piekfijn. Het staat er allemaal netjes gesorteerd, uiteraard vinden we altijd wel weer iets, dit keer Starbucksbekers. Dan nog één keer over de bloemenmarkt. We gaan die vanavond op visite, daar hoort een bloemetje bij. Dan aanvaarden we de terugreis. Het was weer een erge leuke en feestelijke dag.

109. Een dagje buitenspelen

Ik mag vandaag een dagje buitenspelen. D.w.z. ik ga naar de uitleg van het onlangs afgesloten Sectorale Arbeidsvoorwaardenregeling Waterschappen in een bijeenkomst van de gezamenlijke vakbonden. Tenminste afgesloten, dat is ie nog steeds niet. Tekstueel moet er nog wat aan worden geschaafd.

Ik besluit minder milieubelastend te reizen en rijd eerst met de auto naar station Delft-Zuid om vandaar mijn reis te vervolgen richting Woerden. Nu is het rittenpatroon Rotterdam – Woerden er niet één die regelmatig wordt gereden. Nou, ja, wel regelmatig maar niet regelmatig in de zin van veel. Als je in Rotterdam de trein mist moet je in ieder geval een half uur blauwbekken voordat de volgende komt. Echter in Delft Zuid gaat het al direct mis. De thuis uitgestippelde route via de app. 9292 wordt in Delft-Zuid al danig verstoord.

Om even over acht uur stap ik mijn huis uit kom ik bij mijn auto aan.  De ruiten van mijn auto zijn bevroren. Dat is een tegenvaller. Ik zoek de krabber op en zet tegen beter weten in, alvast de motor even aan. Ook aan de binnenkant heeft de ijskoning grip gekregen op de ruiten. Na wat te hebben gekrabbeld rijd ik voorzichtig naar het station, niet wetend of het elders op mijn route ook glad kan zijn.

Aangekomen bij Delft-Zuid hebben meer mensen de auto genomen, dat tot gevolg heeft dat een plekje vinden wel even tijd kost. Na mijn auto weg te hebben gezet loop ik rustig naar het station om via de trap naar de overzijde te gaan. Een vriendelijke mevrouw hoor ik beneden mij omroepen dat de voor mij uitgestippelde trein er tussen uit is gevallen. Gevallen, hoe doet een trein dat, ik begrijp het niet. Ik check in en wacht onder het koude treinviaduct dan maar op de volgende.

Intussen kom ik een oud-collegaatje tegen die nu bij de RBG werkt en naar haar nieuwe locatie gaat in Schiedam. We praten even om daarna in Schiedam afscheid te nemen. Zij stapt uit, ik vervolg mijn route. Als ik in Rotterdam aan kom probeer ik mijn trein te halen die volgens het schema de juiste is. Met een beetje doorlopen kom ik aan op spoor 16. De trein staat er nog. Het bord erboven vermeldt geen Woerden, dus ik vraag het even aan een lieftallige NS-medewerker. “Jazeker meneer, deze gaat naar Woerden.” Waarschijnlijk i.v.m. de kou zijn alle deuren gesloten. Als ik echter op het knopje druk gaan deze open en krijg ik de kans om in te stappen. De trein is nog vrij leeg dus er is zitplaatskeuze genoeg. Ik probeer wat aan het nieuwe werken te doen en de WI-FI te gebruiken in de trein. Het scherm er voor komt wel op maar meer dan dat is niet mogelijk. Nu heb ik net geleerd dat je eigen telefoon als hotspot gebruiken te gevaarlijk is, dus de  IPad gaat terug in de tas.

Als ik enige tijd voor me uit heb zitten staren in een bijna lege trein, komen er twee meisjes binnenlopen. Ik zeg meisjes omdat ik niet goed weet hoe oud ze zijn en ze zien er nog jong uit. “Mogen wij hier zitten,” vraagt één van hen. Ik heb er geen bezwaar tegen. Het vragende meisje trekt haar jas uit en gaat zitten. Dan weet ik even niet waar ik kijken moet. Zo, die heeft een korte jurk aan, nee een ultra korte jurk. Ik probeer er geen acht op te slaan en kijk naar buiten. De dames gaan vervolgens druk aan de keuvel.

Na een kwartier in de trein te hebben gezeten, roept een man in de trein om, dat er een storing is aan dit treinstel. “Een momentje, nog”, zegt de man. Ik kijk even op mijn 9292 maar zie dat overstappen naar de naast staande trein geen optie is. Deze gaat een kwartier later pas weg en ik vertrouw de NS, afspraak is afspraak en dus is een momentje een momentje. Dit had ik niet moeten aannemen. Als zo’n tien minuten later opnieuw wordt omgeroepen dat de trein niet vertrekt proberen mensen naar buiten te gaan. Maar de NS houdt van zijn reizigers vasthouden en dus gaan de deuren niet meer open. Weer vijf minuten later. Ik zit inmiddels een half uur in de trein en op tijd op mijn afspraak  komen lukt ook niet meer, daar hoef ik me geen zorgen meer over te maken. Als dan ineens één van de deuren kan worden geopend wordt er omgeroepen dat de trein niet meer vertrekt en dat men de trein moet nemen die naast ‘ons’ spoor staat.

Binnen een paar minuten is het treinstel, waar ik in zit, leeg en heeft iedereen een plekje gekregen in de reeds gereedstaande trein. Ik zit nauwelijks als de twee meiden aan mij vragen of zij tegenover mij mogen zitten. “U heeft een vertrouwd gezicht”, zegt de andere langharige puber. Opnieuw gaan de jassen uit en krijgen de meiden het druk over ‘het dispuut’ en shoppen en Jessie die niet kan koken. Er zit wel een aardappeltje in het keeltje van de meiden, maar ik hoor het geanimeerd aan. Als één van de meiden een make-uptasje uit haar DKNY-tasje haalt, die nog veel te strak is (nog nieuw), neem ik eens goed in mij op hoe dat gaat. Ik ben dat niet gewend, mijn jongens gebruiken het niet en mijn vrouw is er ook niet echt van. Na een ‘versleten’ poederkwast, komt het spiegeltje tevoorschijn. Met wat nonchalante streken worden beide wangen wat geschilderd. Het gesprek gaat ondertussen gewoon door, over de commissie van financiën en die van gezamenlijke eten die ruzie hebben over geld. Vrouwen kunnen dus toch twee dingen tegelijk. Kwasten en praten. Dan worden de wenkbrauwen wat bijgetipt, de mond krijgt nog een stiftje en de wimpers worden wat strakker in een ronding gebracht. Als de borstel te voor schijn komt hangen de haren er aan. Na even door het haar heen te zijn gegaan zit de scheiding niet in het midden op het hoofd, maar misschien hoort dit zo. De oogleden krijgen als laatste een zacht borsteltje langs zich heen.

Even later gaan vader en moeder over de tong. Ze praten over het Blaricumse en hoe de pa van één van hen een nieuwe vriendin heeft. Het gaat om een ‘tang’, niet iemand om mee samen te kunnen leven. Het zijn dus Gooise meisjes, nooit eerder had ik ze van zo dichtbij gezien, maar nu in de trein, wat een ervaring.

Nadat het meisje E.K. uit B. haar gezichtje heeft bijgewerkt moet ze nog even bellen met de ING. Je zult je vast afvragen waarom en hoe kom je aan die initialen. Het meisje wil haar rekening laten omzetten en dat doet ze in de trein. “U kunt een e-mailtje sturen naar E……….K……@gmail.com.” Even dacht ik flauw, zal ik er direct ook een sturen, maar dat is inderdaad flauw. De trein heeft zich inmiddels in beweging gezet en we rijden. Het boemeltje van Purmerend, alle  stations hebben een stopplaats. Om over half tien kom ik aan in Woerden. Ik zeg de meisjes gedag en zij, zij lachen heel lief naar mij terug.

Als ik onderweg wandel richting FNV-gebouw in Woerden, voel ik de toetsen al weer onder mijn vingers branden. Ik kan het u niet onthouden. Lees ze en dankjewel Elisabeth (met een S) K. uit Blaricum. Ik weet nu ook hoe ik me in de trein kan opmaken.