335. Gaan voor kleine prijsjes, maar lukt dat altijd?

Het blijft altijd een spannend gebeuren. Waar komen we dit keer mee thuis en kunnen we de lijstjes van diverse ‘klanten’ dit keer van de bucketlist afstrepen. Bij een rommelmarkt van 400 kramen moet het toch lukken.

Al vroeg loopt de wekker af. De rommelmarkt van Hattem staat op het programma. Al voor de derde keer huren we hetleukstevakantiehuisje in Wapenveld om er met de grootste rommelmarkt te zijn. Van verscheidene kanten hebben we een lijstje meegekregen om te zoeken. Het is half zeven. Nog even een broodje en dan op weg. De temperatuur: 6 graden. Nog net geen handschoenenweer als we bij knooppunt 82 linksaf slaan. Het is nog stil op het fietspad.

Om even over zeven rijden we in een rap tempo het fietspad af. Het is 2,8km. Met de auto word je buiten het centrum gehouden. Met de fiets mag je bijna de kramen binnenrijden. Op woensdag al staan er voor auto’s borden: ‘Hier parkeren bij het evenement’. En een evenement is het. Ruim 400 kramen verspreid over het stadje staan mannetje aan mannetje langs de geveltjes van Hattem. De winkelstraat is een echt handelscentrum geworden. Ook de plaatselijke horeca doet er goede zaken. Er is van alles in de aanbieding.

Verkeersregelaars sturen en wijzen de weg. Wij hebben inmiddels ons vaste plekje voor onze fietsen al gevonden. Automobilisten die de car op de speciaal daarvoor bestemde weilanden hun voertuig kwijt kunnen komen in drommen naar de handelsmarkt toe. Van diverse kanten komt men aan wandelen.

Van ver ruik je al de oliebollenbakker, de palingroker en de frietboeren. Al vroeg eet men een broodje bal met mayonaise, een broodje hamburger met ui, of friet van verse aardappelen. Kraamhouders mogen vanaf vijf uur hun tent inrichten en dat maakt hongerig. Wanneer we een kraamhoudster haar sjaal om zien doen, geeft ze aan dat het flink fris was die ochtend. Ze was er al om vijf uur en ook de handelaren waren er die met een zaklamp op het hoofd al kwamen neuzen, zei ze. Niet normaal. Om zes uur begint de markt, maar een handelaar slaapt niet.

Het is een gekkenhuis als we over de markt lopen. Dames met truttenkarren, bolderwagens en lege buggy’s rijden tegen je aan, of over je tenen. Een vrouw die pardoes met haar naaldhak op mijn voet/schoen staat, verblikt of verbloosd niet als ik “au”, zeg. Er hangt verder een gezellig en gemoedelijk sfeertje. Het taaltje doet mij denken aan de Achterhoek. Men vergeet de ‘e’ bij kijk’n, maar zegt ook “kiek’n”. “Kiek’n, kiek’n, moar nie kop’n”.

We zoeken Jan van Haasterenpuzzels, maar als je in een stad bent waar Jan een tentoonstelling heeft, weet men ook de prijs. Het wordt dit jaar geen score van Jan. De verzameling boeken wordt uitgebreid. Thrillers, van Linda van Rijn, of Jaarsma. We hebben een lijst bij ons van wat we hebben en nog willen hebben. We zoeken een telraam voor een nicht, puzzeltjes voor een kinderdagverblijf en Pools aardewerk. Het worden alleen wat boeken en een telraam. De doosjes van de puzzels zijn veelal kapot, of er ontbreekt een stukje, dan gaan ze niet mee.

Ook wij gaan voor een kopje koffie op de markt. We zijn daarin niet de enigen. We vinden een plekje op zo’n scoutingbank, dat als de buitenste gaat staan de rest met de kont op de straat ligt. Het is dus even afstemmen bij het opstaan. Bij de oliebollenkraam staat een rij te wachten. Netjes rond gebakken exemplaren drijven in het vet. Er is geen Spoetnik te zien. Hoe doet die bakker dat? Het is ook vechten voor een zitplekje en dat niet alleen bij de koffieboer, ook bij de dixi’s staan mensen te wachten. Er zijn er naar mijn mening, veel te weinig waar men de behoefte kan doen. En met z’n tweëen tegelijk past niet.

Na ruim vier uur is het genoeg. Om 12:00 uur besluiten we huiswaarts te gaan. Moe van het sloffen langs de kramen. Ik hoef de auto niet te gaan halen voor het door ons gescoorde materiaal. Het kan in de fietstas. Wanneer we thuis zijn aangekomen, stelt vrouw lief voor om om 16:00 uur nog even terug te gaan. De prijzen zijn dan gedaald en men wil niets mee terugnemen naar huis. Het is een goed plan, maar of we het ook doen, weet ik nog niet. Al hoor ik vaak zeggen, daar moeten jullie het van hebben, toch, die kleine prijsjes?

De uitdaging is toch te groot, we doen het niet. We hebben genoeg gescoord en laten het erbij.

324. Cultuursnuiven op de Veluwe, toch net even iets anders

In de zomermaanden is het in Barneveld feest. Alle donderdagen zijn er de Veluwse marktdagen. In klederdracht, met dansers, muziek, standwerkers, oude ambachten en publiek, veel publiek. Cultuursnuiven hoort een beetje bij vakantie. Mensen kijken ook. En zo fietsen we al vroeg richting Barneveld, zo’n 14 km van ons vakantieadres.

De route gaat over smalle binnenwegen, bospaden, geasfalteerd en in zand. Hier en daar zijn de wegen opgebroken. Aan de uitgezette knooppuntroute hebben we deze keer weinig. Het is meer de meute volgen en het bordje centrum in de gaten houden.

Aangekomen in Barneveld stallen we onze fietsen betaald. Twee mensen die niet uit Holland komen hebben de verantwoording voor het veilig stallen. Men houdt alles strikt in de gaten. Als je de display vergeet van de fiets te halen waarschuwen ze ervoor. Een vrouw die haar fiets zelfs niet op slot wil achterlaten, wordt getipt het sleuteltje uit de fiets te halen.

We laten ons door de massa meevoeren het centrum in. Mensen achter de kraam hebben de moeite genomen om de kledingkast in te duiken en terug te gaan in het verleden. Zelfs de standwerker die we in Delft ook ooit zijn tegengekomen heeft de boerenkiel aan. Verder veel dames in het zwart, niet modern en de rok tot ver over de knie. Meisjes in jurken waar men bij ons veel meer voor de spijkerbroek zou kiezen. Maar het is hier Barneveld.

Dat het kennelijk lucratief is om op deze markt te staan, blijkt uit de vele standwerkers. Rad van tong en spullen aanprijzen en verkopen die vaak thuis niet het gewenste resultaat opleveren. Maar soms gun zo’n iemand, alleen om zijn grappige verhaal al, vijf euro voor iets. Zo zijn we dus ook de trotse eigenaar geworden van een siliconen schuurspons, waar 120 jaar garantie op wordt gegarandeerd, nooit slijt en geen bacteriën in zich opneemt. Een prima koop lijkt me.

Met de meute meelopend betreden we de kinderrommelmarkt. Druk, vreselijk druk. En spullen, handelswaar dat grif van hand tot hand gaat. We kopen er dit keer niets. Hoe nemen we het mee? En waar hebben we het voor nodig? Jan van Haasterenpuzzels die we tegenkomen staan voor veel te duur op het kleedje.

Als we de rommeltjesmarkt zijn afgelopen komen we voor het gemeentehuis uit. De dansgroep De Stedeker Daansers voeren hun historische dansen uit. Een Diepenheimer groep die de ‘Driekusman’ en ‘twee emmertjes water halen’ ten tonele brengen. Er wordt uitleg gegeven over de kledingstukken die men aan heeft. Er straalt enthousiasme uit bij de veelal oudere dansers en danseressen. De klompen tikken op de maat van de accordeonist.

We lopen verder over de markt die steeds drukker wordt. Moeders met grote gezinnen waar de kinderen als kuikens achter moeder de kloek aan lopen. Ook hier dames die prachtige kappen op hebben en een mandje aan de arm, al betreft het hier de doordeweekse dracht. Ik ben benieuwd naar de zondagse, al heb ik begrepen dat het hier anders is dan bijvoorbeeld in Zeeland, waar men ook spiegels draagt naast de kap. Het kettinkje dat men om heeft is niet van bloedkoraal.

Het is er gezellig en gemoedelijk. Iedereen heeft tijd. We komen een vrouw tegen die knotjes maakt in haren. Ze doet dat met een speciale speld die helpt bij de lange haren maken tot een knotje. Jonge meiden vinden het prachtig. Velen hebben een knot of een vlecht. Het is een geliefd hebbedingetje. Een van de meisjes vertelt dat zij kortgeleden haar staart heeft gedoneerd aan KiKa. Ze droeg het haar tot op haar billen. Nadat de knot is gezet en men er ook een staartje doorheen heeft gehaald voelt het meisje zich zeer gelukkig. Ze straalt erbij als ze de spiegel achter zich krijgt. Haar moeder ‘doneert’ zes euro en het meisje is eigenaar van een knottenmaker.

Na goed tweeënhalf uur te hebben rondgelopen is het tijd voor het meegebrachte broodje. We gaan even in de schaduw zitten en zien dan aan de overkant een boelhuis. Gebekt als hij is vertelt de speaker het verhaal achter het object dat door een in zwarte klederdracht gestoken meisje wordt getoond. “Er zitten handelaren tussen”, zegt een man die op een papier alle biedingen noteert. Hij koopt zelf niks, heeft een schuur vol met objecten die zo op de veiling mee zouden kunnen. Leuk om te zien dat bijvoorbeeld een uit 18e eeuw daterende pijp ‘slechts’ 35 euro opbrengt.

Het is tijd om de fietsen op te zoeken. Wanneer we richting de stalling lopen komt er een boerenorkest aan. Mannen en vrouwen op klompen. Het gezelschap wordt voorafgegaan door een veldwachter in origineel kostuum. Ik herken er een Bromsnor in, uit de serie Swiebertje. Achter de muziek een hele rits kinderen in klederdracht, jongens en meisjes. Ook zij lopen op klompen, sloffend soms omdat de klomp te groot is. Peter Vermeulen zou er met zijn klompenhandel goede zaken kunnen doen. In de stoet ook moeders met oude kinderwagens, mannen op oude fietsen en een heuse brancard waar een slachtoffer wordt voortgetrokken door een broeder met een stethoscoop om de nek. Grappig hoe men de cultuur hoog wil houden.

Een leuke dag waar ik op de Veluwe heb gezien hoe men met respect met elkaar omgaat. Jeugd gaat staan als een oudere een plekje zoekt op een bank. En ‘nee’ is ‘nee’ zonder commentaar wordt het geaccepteerd, of is dit alleen uiterlijk schijn.

Nog tot half augustus kunt u zelf beleven wat ik heb meegemaakt. Cultuursnuiven, cultuur proeven. Het is er nog, maar voor hoelang?

233. Knooppunten of paddestoelen?

Het is qualitytime. Heerlijk vakantie. Net als vorig jaar zitten we in De Kiel. Waar is dat, kan je je afvragen. Dat ligt bij Schoonoord, Drenthe. Een fantastisch fietsgebied en daar houden wij van. Vorig jaar zaten we in het kabouterhuisje, ik schreef daar een blog over, waar ik regelmatig een deuk opliep in mijn hoofd. Lage deuren voor grote mannen dat gaat niet samen. Dit keer zitten we op het 45+ vakantiepark De Eeke. Heerlijk rustig in een chalet met alles erop en eraan.

Het is zondagmorgen, we kijken op internet wat er in de buurt te doen is. Maar we kijken ook wat het weer gaat doen. Het is wisselvallig, een buitje hier een buitje daar, er is geen peil op te trekken. We moeten het maar wagen. Nat kan je maar een keer worden, en doornat is net zo nat als nat. In Schoonloo, zo’n 7 á 8 km van ons logeeradres is een rommelmarkt annex braderie. Daar kunnen we naar toe. We doen tegenwoordig alles via knooppunten, ik heb daar een gratis app voor geïnstalleerd op mijn telefoon. Na een route te hebben uitgezet worden de fietsen uit de blokhut gehaald die bij ons chalet staat. Ze hebben vannacht weer aan de pruttel gestaan en zijn goed opgeladen.

Om even over 10en zitten we al weer op de fiets. Wij slapen niet uit en onze fietsen dus ook niet. We gaan het park af, een stukje zandpad over om het eerste knooppunt op te zoeken. Het is duidelijk dat er vannacht heel wat water is gevallen. De plassen op de weg liggen er nog en vanaf de zandpaden spuit nat zand onder de wielen vandaan tegen de onderkant van onze fietsen. Dat wordt vanavond bij thuiskomst wederom cleanen.

We rijden door dorpjes die ik alleen ken omdat ik er vorig jaar ook doorheen ben gereden, Odoorn, Elp. Sleen, Ees, Grollo, zegt het u iets? Er heerst nog een serene rust. De kerk is denk ik net begonnen. Op de fietspaden komen we een paar tourfietsers en wat wielrenners tegen. Iedereen groet netjes. Als we net in Elp zijn aangekomen verdwijnt de zon achter de wolken. Een donkere lucht valt over ons heen. Toch, regenen gaat het niet. We besluiten om van de knooppunten af te wijken en de ANWB-paddestoelen te volgen. Aangekomen in Schoonloo, valt de activiteit tegen. Meer mensen zullen gedacht hebben dat regen de spelbreker zou worden. Toch valt de bui niet, ondanks een regenalarm. Een kopje koffie en dan langs die paar kramen. Vrouwlief vindt altijd iets, zo ook nu. Wat kleine dingetjes.

We besluiten verder te gaan, richting Westerbork. Knooppunt 51 is het startpunt door de prachtige bossen over geasfalteerde fietspaden. Wat een prachtig gebied is het Drentse landschap. Onderweg komen we de runderen tegen, met hun lange horens, grazend over de Drentse heide. Het is een prachtig rustig gezicht. Onderweg krijgen we druppels op ons kop, de bomen schudden zich uit. Het lijkt er op alsof we constant tegenwind rijden. Af en toe is het weg, maar dan rijden we door de bossen. Het is oppassen voor de takken die vannacht naar beneden zijn gekomen, want het heeft gewaaid en gehoosd. 

We rijden door Westerbork waar alles in gereedheid wordt gebracht voor de fietsvierdaagse. Deze start dinsdag. Langzaam wordt ook dit dorpje wakker. Winkeliers zetten hun waar buiten. Onze maag vraagt voeding. Een stop bij het Wapen van Westerbork om iets te eten. Een tosti en een uitsmijter worden bij ons op tafel gezet. Een klein stukje verderop worden de fietsen neergezet van twee dames die hebben besloten om dit jaar voor het eerst met fietsvakantie te gaan. Ze hebben hun eerste 77 km er op zitten. Nog 10 km resten. Het viel hen mee, al was hun tentje die nacht wel zeiknat geworden en weer tussen de rest van de vakantiespullen en kleding gestopt. Het zou mijn vakantie niet zijn. Aan de andere kant van het terras twee motorrijders die zojuist zichzelf hebben gepeld uit hun motorjack, sjaal, helm en broek. Als ze even later weer vertrekken, gaat het lederen pak weer aan. Als men op de motor zit wordt het gesproken woord gecontroleerd. Beide helmen zijn met een communicatiesysteem uitgerust met elkaar. De motor is gestart en wordt draaiend gehouden nabij het terras, terwijl wij er nog zitten te eten. Nog weer wat verderop twee wielrensters. Strak in het wielrenpak. Alle rondingen zijn mooi geaccentueerd.

Wanneer het eten op is rijden we via de kortste weg terug naar De Kiel. We fietsen door het dorpje Orvelte, waar de tijd heeft stilgestaan. Het is er druk. Winkeltjes met bediendes in schort. Ouderwetse maar zeer commerciële winkeltjes die voor een erg goede, lees dure, prijs artikelen verkopen die bij Appie toch echt voor de helft gaan. Daar heb je ook niet eens een bonuskaart voor nodig. Bezoekers willen het kennelijk betalen, want de winkeltjes van vorig jaar zijn er nog steeds. Het is een gehobbel over de kleine Drentse keitjes, waar de straatjes mee zijn belegd. Het hoort erbij. Langs één van de straatjes hangen de lange hemden nog aan de lijn. Keihard, die hangen er al even en zullen nooit een lichaam kleden.

Het dorpje uit kiezen we weer voor knooppunten. Terug naar ‘ons’ huis. De regendreiging wordt groter. Even schuilen we onder een boom, als het begint te spetteren, om even later weer droog verder te fietsen.

Vier uur na de start zijn we terug op de plaats waar we zijn gestart. 40 km onder de banden. Inmiddels staat het aantal op 120 km in drie dagen. We zijn nog maar net binnen, als men boven de schuif opentrekt. Druppels, en hagelstenen komen naar beneden. We vluchten naar binnen. Het boek komt bij vrouwlief op tafel en ik, ik hou u op de hoogte van onze belevenissen.

190. Toevalstreffer op een rommelmarkt?

Wij zijn van rommelmarkten. Naast het feit dat mijn vrouw als vrijwilliger verbonden is aan de kringloopwinkel ‘de Habbekrats’ in De Lier, bezoeken wij regelmatig rommelmarkten en kringloopwinkels. De leukste spulletjes, waar mensen op zijn uitgekeken, liggen voor kleine prijsjes in de stelling of op de rommelmarktkraam.

Zo gingen we afgelopen weekend naar een rommelmarkt elders in het land. Het was er druk. De parkeerplaats was overvol. Er was moeilijk ruimte te krijgen om op de kraam te kijken en al helemaal om te kopen. Aan alle kanten werd je weg geduwd. Rommelmarktmensen zijn hebberig en willen niet vlak voor hun neus iets zien wegkapen waar zij ook hun oog op hebben laten vallen. Er is meestal maar één exemplaar van een stuk, anders dan in een winkel, waar men ook nog een magazijn heeft. Zo ontstaan er wel eens heftige discussies aan de kraam. Doorgaans is het op een rommelmarkt overigens gezellig en gaat het er gemoedelijk aan toe.

Waar gaan we voor? De Jan van Haasterenpuzzels, drukke tafereeltjes in kleine stukjes gestanst. “Compleet”? “Altijd”, is het standaard antwoord. We beleven dat wel eens anders. Een ‘complete’ puzzel kan weleens 10 stukjes missen. Maar ook wel één of twee stukjes zijn niet aanwezig. Zo hebben we naast onze complete serie, zo’n 130 verschillende, ook een twintigtal incomplete. “Wat moet je daar dan mee?” wordt wel gevraagd. We kopen ze uiteraard altijd compleet. Je komt er pas achter als de puzzel is gelegd, of het moeten de kantstukjes zijn, dan heb je het eerder in de gaten, maar meestal puzzel je tot het einde door om dan tot de ontdekking te komen dat je stukjes mist. Als de puzzel compleet is en we deze al in de verzameling hebben gaat ie weer de verkoop in. Gelukkig hebben we hulp bij het leggen, mensen die zich spontaan aanbieden. Zij helpen ons dan weer van de voorraad af. Er is een redelijk afzetgebied. Niet alleen in onze eigen woonplaats maar ook ver daar buiten. Soms krijgen we zelfs een e-mail of telefoontje of we nog voorraad hebben. Een levendige handel dus.

Voor de incomplete hebben we ook weer iemand die puzzels komt halen. Er wordt niet voor betaald, maar wij raken zo wel van incompleet speelgoed af. Zij is creatief met puzzels en maakt er hoeden van, of belegd er een dienblad mee, waarna ze het blad met een dikke laag transparante verf of vernis, waterbestendig maakt. Onderzetters worden er van gemaakt. Je kunt het zo gek niet bedenken of mevrouw maakt het. Zo krijgt zo’n puzzel een derde leven. Incomplete puzzels compleet maken door stukjes van twee dezelfde puzzels in elkaar te leggen is meestal geen optie. De stansing van de ene puzzel verschilt van de andere. En een puzzel verkopen die niet echt lekker in zijn vel zit, of waarvan de afbeelding verspringt, is de kluit belazeren. Die gaat de incomplete collectie in.

Waar zoeken we nog meer naar? Mijn vrouw heeft een heel lijstje waar je ze naar zoekt. Opdrachtgevers hebben haar gevonden en doen bestellingen. Ze willen soms unieke exemplaren van wat? Je kunt het zo gek niet bedenken of ze krijgt er een zoekopdracht voor. Zo heeft ze mij waarschijnlijk ook gevonden. Weliswaar niet op een rommelmarkt. Vrienden en bekenden sparen bepaalde dingen. Monopolyspellen, bepaalde mokken, Engels servies, kleine vogelkooitjes, boeken, tassen, of incidenteel: kinderlaarsjes, klompjes, kleding, vazen, glaswerk. Je kunt het zo gek niet bedenken of ze gaat er naar op zoek. Soms gaan kinderen op kamers wonen, dan is een koffiezetapparaat, Senseo, broodrooster, tosti-ijzer, strijkijzer en andere huishoudelijke apparaten van pas komende spullen, haar zoekopdracht. En ze vindt het, soms niet direct maar na enige tijd komt ze er triomfantelijk mee thuis.

Ikzelf was op zoek naar een mooi wit overhemd, dat ik draag onder mijn trouwtoga. Op één van de kramen, lag een stapeltje, keurig netjes nog in de folie. XXL stond er op met lange mouw en normale snit. Een overhemd dat mij perfect zou passen. We informeren naar de prijs. “€2,50”, zegt de al wat oudere mevrouw achter de kraam. “U moet weten ze zijn van de politie geweest”, gaat mevrouw verder. Mijn schoonzoon heeft er altijd bij gewerkt. “Ze hebben het labeltje uit de nek geknipt, zodat je niet kan zien dat ze door de politie zijn uit geleverd”. “Doe er maar twee”, zegt mijn vrouw, “altijd makkelijk”. “Twee mogen voor €4,00”, biedt mevrouw aan. Een man naast mij, medelander, hoort de prijs en koopt de andere drie. Mevrouw is voor wat de overhemden betreft los. “Dit is een koopje”, zegt mijn vrouw lachend. Ze kent de prijzen. Verder kopen we nog wat kleine dingetjes op de markt om er na ruim anderhalf uur van af te gaan en huiswaarts te keren.

Thuis aangekomen wil ik een overhemd direct passen. De folie gaat er af, de spelden worden losgehaald en dan komen de mouwen tevoorschijn. Twee grote politie-emblemen sieren het overhemd. Op de schouders een lusje en gouden knoopje voor de uitmonstering van de rang van de agent. Ik hoor het die mevrouw nog zeggen: “Ze hebben het labeltje uit de nek geknipt, zodat je niet kan zien dat ze door de politie zijn uit geleverd”.

De volgende dag sla ik de krant open en wat blijkt: Politie-uniformen worden door koeriersdiensten niet op de juiste plek afgeleverd, waardoor ze in het criminele circuit terecht komen. Met grote koppen staat het in de krant. Wij weten intussen beter. Oom agentpolitie-emblemen verkoopt zijn spullen op een rommelmarkt.

Op mijn gemak heb ik de emblemen met een tarnmesje van de mouw afgehaald. Het gouden knoopje gaat in een laatje. Als bewijs stuur ik een foto mee. Mij zal je niet met een herkenbaar politie-overhemd zien rondlopen. Een ding is wel jammer: Het labeltje is uit het overhemd geknipt. Nu is het kledingstuk voor mij onverkoopbaar

108. Koningsdag 2016, niet voor Schipluidenaren

Langzaamaan heb ik het zien gebeuren. Schipluiden is Koningsdagmoe. Niet om Koningsdag op zich, maar om het organiseren. Zo lijkt het er op dat het op 27 april 2016 angstig stil zal zijn in Schipluiden. Al jaren proef je dat de spirit en energie die een klein aantal organisatoren er nog in wil steken ook wegebt. Het hoeft voor Schipluidenaren niet meer. Dat hele Koningsdaggebeuren kan hen gestolen worden, lijkt het.

Al ruim 10 jaar doe ik de ledenadministratie van Oranjevereniging Juliana uit Schipluiden. Een vereniging die 106 jaar bestaat, maar ter ziele dreigt te gaan. Het aantal leden loopt terug, overlijden en verhuizen zijn de belangrijkste redenen dat het aantal leden net niet meer boven de 600 uitkomt. Wanbetalingen is er ook één van. Niet afmelden en ook niets meer betalen. Niet netjes, maar het gebeurt. Aanmaningen sturen heeft al geen zin meer, men reageert gewoon niet. Dat is de trend waardoor het ledental afloopt. Jonge mensen worden geen lid, oudere zien er het nut niet meer van in.

Afgelopen woensdag was er de jaarvergadering van deze vereniging. Ondanks een bijna pagina grote advertentie in de Schakel Midden-Delfland, waren er slechts twee mensen op de vergadering: de voorzitter en de penningmeester. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik door een andere vrijwilligersactiviteit ook niet aanwezig was. Het wegblijven op de jaarvergadering was ook een tendens. Afgelopen jaarvergaderingen was het bestuur aanwezig en één of twee vrijwilligers die het een ‘must’ vonden om er naar toe te gaan. Het aantal vrijwilligers nam ook zienderogen af. Een klein groepje moest de ballen in de lucht houden. Dat houd je even vol, maar je wordt moe, hebt er de kracht niet meer toe en het motiveert ook niet als je dan ook nog eens commentaar krijgt dat het programma, dat volgens beterweters, ‘niet van deze tijd is of niet meer past bij wat er landelijk plaatsvindt’. Nu staan de beste stuurlui altijd aan wal. Maar deze stuurlui hebben nog niet één keer een handje toegestoken. Al was het alleen maar om wat ideeën aan te leveren of hier en daar een klein beetje ondersteuning te leveren.

Nee, Schipluiden heeft afgelopen woensdag haar Oranjevereniging ten grave gedragen, zonder er bij te zijn geweest. Met omfloerste en stille trom is er aan een lange traditie een einde gekomen. Na 106 jaar is het over en uit. Geen initiatiefnemers meer die er zijn of haar schouders onder willen zetten. Geld is er en leden ook maar de trekkers hebben zich niet meer laten zien.

Koningsdag 2016 Schipluiden: geen aubade meer, geen muziekvereniging St. Cecilia, geen kinderspelen meer, geen activiteiten meer rond de vijver aan de Burgemeester Musquetiersingel, geen rommelmarkt meer. De bakker hoeft zijn moorkoppen niet meer met slagroom te vullen. Niks vier voor de prijs van drie. Ook de oranje tompoezen hoeven niet de toonbank meer over. De mensen die gedecoreerd zijn met een Koninklijke onderscheiding komen niet meer op het bordes. De burgemeester hoeft zich niet meer in allerlei bochten te wringen om naar drie dorpen te gaan. Hij hoeft maar naar twee dorpen om ‘hoera’ te roepen voor de verjaardag van Koning Willem-Alexander. Het wordt een gewone dag zoals de anderen. De gezelligheid in het dorp is over. Het zal stil zijn op het dorp.

(Naschrift: Op 15 februari 2016 zal er om 20:00uur in de Dorpshoeve een brainstormbijeenkomst worden georganiseerd. Komt allen en laat je horen!!!)

(Naschrift 2: Helaas Schipluiden viert dit jaar geen Koningsdag 2016. Op de uitnodiging van de brainstormavond hebben de inwoners het massaal laten afweten. Op twee bestuursleden van de Oranjevereniging, de Burgemeester, twee bestuursleden van scouting Schipluiden, twee bestuursleden van het Oranjecomité Maasland, een gemeenteambtenaar, een oud bestuurslid van de Oranjevereniging en ikzelf na, waren er geen inwoners op af gekomen.)

92. De kerstboom staat. Ik ben er klaar voor

Het is elk jaar weer een crime. De Kerst komt er aan en de versiering moet achter het luik vandaan komen. Het begint eigenlijk al met de aanschaf van de kerstboom. Waar haal ik deze dit keer vandaan? Ga ik naar de Ikea waar ik voor één euro een boom heb, wordt het de Hornbach of toch maar weer Gamma, dat zeg ik.

Op mijn vrije vrijdag wordt het de Gamma in Delft. Als ik er naar toe rijd met mijn auto ligt de weg naar waar onlangs de Irenetunnel stond volledig open. Met verkeersregelaars wordt het verkeer de goede kant op geleid. Na de afslag naar de Gamma volgt de weg waar ik de borden 30km tegen kom. Waarom men deze borden heeft neergezet is mij een raadsel. Op dezelfde weg liggen 3 heuvels op het wegdek waar men in Garmisch Partenkirchen jaloers op is. Harder dan 30km is schansspringen met een wereldrecord. Aangekomen bij de Gamma is de herdershut leeg. De man die er normaliter zou moeten staan heeft het te druk met zijn mobieltje. Intussen is het zachtjes gaan regenen. Ik loop het parkeerterrein op en ga zelf op zoek naar een boom. Die vind ik. De mobiele beller ziet mij staan maar gaat op het gemak verder met zijn gesprek. “Is goed schat”, hoor ik hem zeggen, “…………..ik ook van jou”. Dit gesprek is niet zakelijk, constateer ik. Wat ga ik doen? Ik besluit naar hem te toe te lopen en het gesprek mee te luisteren. De man gaat onverstoorbaar verder. Hij kijkt mij aan op een manier van: ‘Ga uit mijn buurt’. Even later eindigt hij toch zijn gesprek. “Je kunt beter in je hutje gaan staan,” zeg ik hem, “dan sta je droog.” De man lacht en knikt. Ik heb Inmiddels mijn boom uitgezocht en zet deze tegen het hek aan. “Binnen afrekenen”, zegt de boomverkoper. Hij geeft mij een bonnetje dat ik bij de kassa moet laten zijn. Bij de kassa is het erg druk. Er schijnt een storing met het kassasysteem. ‘Nog acht wachtende voor u’, denk ik bij mezelf. Bij Jumbo had ik mijn boom gratis meegekregen. Als ik aan de beurt ben, zegt het kassameisje naast mijn betaalpunt: “De eerst volgende mag bij mij komen”. Te laat dus.
Buiten laat ik eerst een stoel van mijn auto zakken, zodat mijn boom in de auto kan. De boom heeft intussen een net gekregen en kan makkelijk worden meegenomen. Op naar huis. Thuis aangekomen mag de boom een nachtje logeren in de schuur. Hij is nat en krijgt een rustplekje.

Twee dagen later is het dan zover. Ik haal mijn boomstandaard te voorschijn die ik vorig jaar heb gekocht op de rommelmarkt in Schipluiden. Ik wilde wat mij vorig jaar is overkomen niet nogmaals meemaken. Zie mijn blog: Het sprookje van de kerstboom en de rode vinger. In deze kerstboomstandaard past zelfs de boom die op de Markt in Delft staat. Met een stevige tik valt de stam van de boom in de gevaarlijk uitziende punt in het midden van de standaard. De schroeven worden stevig aangedraaid waarna de boom stevig op zijn poot staat.

De berging in ons huis moet worden uitgeruimd om een luik te openen. Als de weg vrij is komen de kerstdozen te voorschijn. Zes dozen en opbergkratten met kerstshizzle. Wat kan een mens verzamelen. Alle dozen moeten naar beneden. Wat zit er in welke doos? De kratten zijn doorzichtig. Wordt het dit jaar een rode, blauwe, gouden of zilveren boom? Elk jaar stel ik me die vraag. Dit jaar ga ik voor rood en zilver. Twee dozen vallen al direct af en verdwijnen terug achter het luik. De lichtjes komen uit de dozen. Zitten wederom volledig in de klit. Na wat puzzelen heb ik die strengen uitgerold in de kamer liggen. Het wordt wat draaien met de boom, zodat de mooiste kant voor komt te staan, dan de lampjes er in om vervolgens wisselend rode en zilveren ballen aan een ijzeren haakje op te hangen. Twee zilverkleurige slingers maken het geheel bijna compleet. De piek, zilverkleurig, maakt het helemaal af. De boom krijgt zijn plaats. De op die plek staande planten worden verbannen naar boven. Ze horen er dit jaar zoals gebruikelijk niet bij en brengen geen kerstsfeer.

De overige dozen worden opengemaakt. In krantenpapier komen de beeldjes uit de kerststal te voorschijn. Ik kijk even naar de kranten. Er zitten er tussen uit 1997. Oud nieuws maar als verpakking doet dit al heel lang dienst. De beeldjes zijn nog veel ouder. Een erfstuk van mijn oma en opa, richting 1920/1925. De herder heeft zijn nek als eens gebroken, bij Jozef is er een stukje van zijn neus af. De os heeft zijn zijkant geschaafd. Wat kale plekken zijn met waterverf bijgewerkt. Maar het is bijna een eeuw oud, dan is een mens ook niet meer puntgaaf. Elk jaar opnieuw is de vraag, komen de drie koningen ook al in de stal of wacht ik tot 6 januari, wanneer ze werkelijk naar de stal komen? We besluiten hen nu maar direct hun standaard plekje te geven. De kameel net buiten de stal, de koningen er rondom heen. Een neonlichtje dat brandt geeft een arme gloed. Zo is er ook ’s nachts licht. Éénmaal aan gaat dit lichtje niet meer uit tot de stal verdwijnt. De stal heeft ook al eens een metamorfose ondergaan, zij het dat het dak enige jaren geleden van nieuw riet is voorzien. De plaatselijke rietdekker heeft de stal ooit opgeknapt. De engel aan de voorkant van stal hangt aan het spijkertje. Ook de stal is nu compleet en af.

De rest van de dozen worden nog even geopend om de overige kerstspullen te bekijken. Een strengetje met lichtjes komt buiten te hangen. Een kitscherig kerstboompje met lichtjes siert het raampje in de keuken. De kerstkaarsjes krijgen een plekje. Mijn kerst kan niet meer kapot.

Als de boom twee dagen staat, begint het rond de kerstboom plots te stinken. Even later gaat er een hele lichtstreng uit. Een van de verplichtingen heeft het begeven. Shit, de hele kerstboom leeghalen, nee toch? Ik probeer voorzichtig de verlichting te verwijderen. De ballen vallen uit de boom. Klets, daar gaat er één aan diggelen. Had ik toch niet beter eerst de hele boom leeg moeten halen. Onze jongste zoon zit op de bank te gniffelen als ik bezig ben, zit me wat te stangen en probeert me boos te krijgen. Helaas, geen Lau en Tiny taferelen in huize Van Meurs. Waar ik wel eens impulsief kan handelen gun ik hem niet de lol van boos worden. Met wat prutsen hang ik er een nieuwe verlichting in. De ballen krijgen weer een plekje. Twintig minuten later kan de boom terug naar zijn plek. Weliswaar een bal minder, maar daar valt overheen te komen. Alleen zoonlief heeft er nog een opmerking over.

Kerst kan wat mij betreft komen.

Wat er nu als versiering staat heeft eigenlijk niets met het werkelijke Kerstmis te maken. Er wordt een kerstkind geboren. Het stenen kerstkind in mijn stal ligt als symbool voor de geboorte van dat kind, armpjes wijd gespreid. Een kind dat de vrede moet brengen. Vrede tussen volken, vrede tussen mensen. Laten we respectvoller met elkaar omgaan en Kerstmis vieren in liefdevolle genegenheid. Ik wens u een vredevolle Kerst toe.