267. De mooie Veluwe bracht me even terug in mijn geboortedorp

Even, heel even was ik in gedachte terug in Den Hoorn. Eind jaren ‘50 begin jaren ‘60. Het kwam naar boven in Hoog Soeren, in het witte kerkje waar ik de boekpresentatie mocht bijwonen van Anne Nowee. Het boekje heet Geloof, hoop en… angst. Ze beschrijft daarin haar eigen jeugd, Hoe zij haar worstelingen, eenzaamheid en overgevoeligheid heeft doorleefd en verwerkt en daar weer ‘werk’ van heeft gemaakt. Met veel humor en lichtheid heeft zij dit boek beschreven.

Maar hoe kom je dan weer even terug in Den Hoorn, Aad. Toen ik Anne en haar zussen zag, herinnerde ik me hoe verdeeld Den Hoorn was in die tijd. Als je katholiek was, mocht je niet met protestanten, of met niets belijdenden omgaan. Of, mocht, nou niet ‘mocht’ maar toch liever niet. Ik denk dat dat andersom ook zo was. Gelukkig is die tijd niet meer en is dit voorbij. Ik liep aan de rechterkant van de stoep naar school. Eerst het huis uit, de poort onderdoor, oversteken bij Garage Kleyweg, langs de winkel van Loek Loomans en die van Cor van Dijk. Oversteken bij de boerderij en vrachtwagenbedrijf van Arie van den Berg, kortweg Arie Berg, genaamd langs de slijterij van Aad van Velzen naar het plein. Aan de overkant liepen de andersdenkenden in mijn ogen. Ik was niet van het matten, ik heb het gehoord. “We slaan ze in elkaar, die protestanten.” Het was jeugd die dat zei. Het zat vaak diep geworteld en waarom? Geen idee.

Nu zie ik Anne terug, met haar zussen. Ik ken haar niet. Weet dat er een familie Nowee woonde in de kleine straatjes, Willibrordus- of Van Marrewijkstraat. Vader Nowee noemde wij Prummeltje, dat was niet omdat hij uitblonk in lengte. De kleine Cor had een groot gezin. Dan heb je een familie Nowee in de kleine huisjes aansluitend aan de Beatrixstraat in de Dijkshoornseweg, waar ook ome Freek Steenks woont, die hoe oud ook, twee dagen voor het Sinterklaasfeest voor zwarte Piet speelt. Van die familie Nowee heet hun jongste zoon, Eddy. Hij sleutelt aan brommers. We komen hem ook vaak tegen met het schillen ophalen door de familie Schrier. Hij is volgens mij bevriend met de jongste jongen van de familie Schrier. Dan heb je nog een Nowee wonen in de buurt van de Prinses Margrietschool aan de Dijkshoornseweg, hier is de koordirigente Sonja van, meen ik. En dan heb je de meidenfamilie Nowee aan de Prins Bernhardstraat. Later als de grote woningen aan het Oranje Nassauplein gereed zijn verhuizen ze naar het middelste blok van de drie. Dat Anne zoveel zussen heeft, heb ik nooit geweten en dat er ook nog een jongen tussenin zit is mij echt helemaal ontgaan in die tijd. Ze zijn met zeven ontdek ik tijdens de boekpresentatie. Één ervan ken ik nog van gezicht, Rita is de naam. Ik kan me hun vader nog voor me halen. Een man met een bruin getint gezicht en zwarte wenkbrauwen. ‘Een echte Nowee’, beschreef een van de zussen van Anne me, tijdens de bijeenkomst.

Ik ben door Anne uitgenodigd omdat zij op mijn blog ‘Detailhandel in mijn jeugd in Den Hoorn’, is gekomen door Google en daar heeft ze delen uit verwerkt in bovenstaand boek. Een hele eer, dat zeker.

We zijn een dag voor de presentatie al afgereisd. Mijn lief heeft een hotelletje geboekt in Hoog Soeren. Een twee sterren knus en sfeervol familiehotel te midden van de kroondomeinen. Iets gedateerd, maar bij twee sterren mag je geen super-de-luxe verwachten. Het is gezellig aan de tafeltjes. Er heerst een warme sfeer bij de familie Piek. Ze hebben een Joost in de bediening lopen die zo bij Fawlty Towers zou passen een, zeg maar, Engelse butler. Met een wat kromme rug en brilletje half op de neus bedient deze flamboyante ‘butler’ de gasten van het restaurant. Er is nog meer aardig personeel en als we veel te vroeg arriveren is het geen probleem als we onze kamer al betrekken. Het is half elf, waar we normaliter pas om twee uur op de kamer mogen.

We zetten onze spulletjes op de kamer en gaan vervolgens fietsen. Eerst nog even een cappuccino voordat we weggaan. Nadat ik de fietsen van de drager heb gehaald, fietsen we op een knooppuntenroute richting Apeldoorn. Onderweg schieten we wat mooie plaatjes. De weg is niet overal veilig. Door de gevallen bladeren is het fietspad en de berm niet van elkaar te onderscheiden. Met een eerdere vervelende ervaring, niet prettig.

Zoals we gewend zijn, is ook de eerste bui al gevallen als we net op onze fietsen zitten. Het VanMeursvakantieweer is opnieuw weer van toepassing. Omdat het de goden verzoeken is om het regenpak mee te nemen is het pak in het hotel gebleven. Handig? Niet echt. Als we Apeldoorn binnenrijden bemerken we dat Sinterklaas hier net is aangekomen. Door de straten lopen pikzwarte Pieten. Krulletjes Pieten. Een Surinaamse man pakt een van de vrouwelijke Pieten beet en maakt een selfie. Zo kan het dus ook. Ook komen we twee roetveeg Pieten tegen. Ook zij hebben geen problemen met het winkelend publiek en kunnen zich zonder opmerkingen tussen hen bewegen.

Tijdens een tweede bui schuilen we in een winkelcentrum. De fietsen zoeken het maar even uit in de regen. Buienradar geeft echter aan dat het rest van de middag blijft regenen. Dan is blijven schuilen ook geen optie. We stappen van winkel naar winkel. Dan als we op de markt lopen, komt warempel ineens de zon. Zou het dan toch? Het wordt een gezellige middag. Wanneer we echter besluiten om terug te gaan en ik nog even wat snorrenlijm wil halen bij een feestwinkel, gaan de regenbakken wederom open. We fietsen maar terug naar de stad en drinken een kopje koffie. Als de blauwe regenpieken even weg zijn fietsen we wederom naar het hotel, om toch onderweg nog maar een buitje mee te pikken. De regen is net een magneet, als ie eenmaal aan je kleeft, blijft je er elke keer weer mee te maken krijgen.

In het hotel aangekomen gaan de jassen op de verwarming. We besluiten maar direct om hier te blijven eten. In het hotel hebben ze het restauratieve gedeelte losgekoppeld van het hotel. De naam is No. 15, refererend aan het huisnummer van het hotel. We gaan de deur niet meer uit, hoe mooi het op de Veluwe ook is.

Die avond hebben we heerlijk gegeten. De nacht is wat rumoerig omdat er een doorgang naar buiten is die direct aan onze slaapkamer is gelegen. Gasten kunnen kennelijk de deur niet vasthouden en gooien hem dicht. Tot laat in de nacht hebben we er last van.

De volgende ochtend willen we vroeg eten, om er nog een fietsrit tegenaan te gooien. Nu nemen we de regenpakken wel mee en dat is niet voor niets. We zijn nog geen tien minuten onderweg als we ons regenpak aan moeten doen. We besluiten deze de rest van de rit aan te houden. Als echter het zonnetje er door komt en de hei begint te dampen, gaat de jas uit. We krijgen nog tweemaal een bui op ons kop en vluchten er bij een ‘n uitspanning in.

Terug in het hotel lunchen we nog even om daarna naar de boekpresentatie te gaan. Opnieuw een flinke bui. Met natte jas en broek stappen we het witte kerkje in. Er is veel publiek dat aandachtig luistert als Anne wordt geïnterviewd. Een kennis van Anne zingt twee nummers, van Ramses Shaffy het lied ‘Laat me’ en van Frank Sinatra ‘I Did it My Way’. Twee heel toepasselijke nummers. De man heeft een mooie stem. Ondersteund door het meezingend publiek krijgen de nummers een eigen dimensie. En Anne straalt, straalt als ze ziet hoe iedereen meezingt.

Hierna is de verkoop van het boek. Ik kreeg er één vanwege mijn bijdrage uit mijn blog. Ze had het via WhatsApp met mij afgesproken. Op de kansel van het kerkje even een persoonlijk contact. Lieve woorden schrijft ze in het boek, dat ik vlak daarvoor heb ontvangen.

Zo wordt het een reuze fijn en bijzonder weekend, ondanks al die regen. Ik maakte mooie plaatjes onderweg en die koester ik. Het boek van Anne brengt mij terug naar Den Hoorn. Ik ga het aandachtig lezen. Mooi om erbij te zijn geweest.