420. Corona en wat er allemaal omheen hangt

Dagen achtereen zit ik momenteel achter mijn Macbook. Mijn vrouw stoort zich er regelmatig aan. Ik heb echter ‘ja’ gezegd tegen de functie ‘ploegbaas’ en ‘beheerder’ van de facebook- en website van Fietsen voor mijn eten. “Je doet geen zak in huis”, hoorde ik haar zojuist tegen me zeggen. Ik moet het toegeven, het is zo. Mijn jongens verklaren me voor gek, maar als je me eenmaal hebt dan ben ik net een terrier. Ik bijt me er in vast om niet meer los te laten. Een valkuil, dat zeker. Zoals ik er meer heb, maar daar ga ik nu niets over schrijven, want dan wordt er misschien (mis)gebruik van gemaakt.

Wat een hectiek van de week in de facebookgroep Fietsen voor mijn eten. In een week tijd even 2500 nieuwe leden bijgeschreven. Het is net als bij een ijsclub, als er plots ijs komt melden leden zich spontaan aan om te kunnen schaatsen. Beheertechnisch kwam er behoorlijk wat aan te pas. Opletten dat er geen spamleden werden toegevoegd. Is het een account dat betrekking heeft op het Westland of Nederland in het algemeen.  Daarnaast kregen we verzoeken om stalletjes in te voeren. Soms voor maar eenmalig, voor zolang het Corona-virus heerst. Die verzoeken werden niet gehonoreerd. Ook voor bloemen dacht men bij de eerder genoemde site aan te mogen kloppen, maar ook daar gaven we geen gehoor aan. Inmiddels is de wind wat gaan liggen en kunnen we ons weer meer gaan toeleggen op verbeteringen op de site. Zaken waar u waarschijnlijk nog niet veel van merkt, maar wel degelijk plaatsvinden.

Dan kwam er ook de drastische maatregel dat er geen groepen van meer dan 100 mensen bij elkaar mochten komen. Men moest ook minimaal 1,5 meter tussenruimte hebben. Theaters, bioscopen, festivals maar ook kunstenaars, artiesten, DJ’s kregen ineens een behoorlijke tik. Maar ook veel ZZP-ers keken plots in een lege portemonnee. Beide zoons, René en André, grepen in hun haar. Wat nu? En dan ging het nog niets over het geld, maar meer over de creativiteit. Want waar moet je je artistieke kunsten vertonen, zonder theater, club of festival. Op internet, werd er gesuggereerd. Dat is voor beiden geen optie, want men heeft ook reacties nodig om de spanning er in te houden bij de artiest, dat is nou eenmaal een gegeven. Niks op de automatische piloot. Voor de een werden er wat voorstellingen verplaatst, voor de ander is er totaal geen compensatie. Geen nieuwe optredens, onzekerheid, afzeggingen en festivals die dit jaar niet meer terugkomen. Ik heb met hen te doen. Je zou ze willen pakken en vasthouden, maar ja, dat mag ook niet. Het is nu even uitzingen en straks hopen dat je nog steeds leuk gevonden blijft worden en dat jouw muziek nog steeds wordt opgepakt.

Mijn voorleesuurtje voor de Voorleesexpres is komen te vervallen. Het kan en mag niet. Ik zit er wel mee, want we hadden er zo lekker de gang in. Natuurlijk zijn er allerlei initiatieven om het digitaal te doen, woordspellen te spelen, of een soort scrabble op te starten, maar dat werkt bij mij niet.

Mijn verjaardag viel in duigen. Geen visite, geen handen schudden of knuffels geven. Zoenen is helemaal uit den boze. Uit eten, konden we uit ons hoofd zetten. Maar dan is internet weer goed, Ik ontving wel meer dan 400 gelukwensen, waarvoor alsnog mijn dank.

Waar ik echter ook mee geconfronteerd raakte was dat een aantal huwelijksbevestigingen geen doorgang kunnen vinden. Niet omdat de bruid of bruidegom het niet meer in elkaar zien zitten, maar omdat het huwelijksfeest volledig in duigen valt. De eerste afzeggingen heb ik al binnen. Verplaatsingen naar, ja, waar waarnaar? Het is afwachten hoe dat gaat verlopen.

Ik heb ook hele mooie initiatieven gezien. Kwekers die hun bloemen brachten naar verzorgingshuizen en ziekenhuizen. Er werden kaartenacties opgestart voor oma’s en opa’s in eenzaamheid. Men ging spontaan mondkapjes maken voor verzorgingshuizen, onze oude dekbedhoezen kregen weer een mooie bestemming. Hulde, Marianne Ruis. Kinderen gingen boodschappen doen voor ouderen. Ouderen moesten vroeger uit bed om boodschappen te kunnen doen. (Hoe krijgt de verzorgingssector dat voor elkaar? Moeten ze om vijf uur beginnen om iedereen gewassen en gestreken te krijgen?) Lessen die via de computer werden gegeven. Een oudere mevrouw vertelde me dat zij nu ’s morgens met Olga Commandeur meedeed, maar dat nog echt niet meevalt. Mevrouw is 89. Men is redelijk goed bezig.

We zijn er nog niet, nog altijd vallen er doden en neemt het aantal besmetting toe op het moment dat ik dit aan de computer toevertrouw. Zou men de regels wel meer in acht gaan nemen? Wordt die afstand van 1,5 meter in acht genomen? Wast men de handen, hoest, kucht of niest men in die elleboog? Wie zal het zeggen?  Ze zijn er en komen soms in de buurt, die besmettingen. Zo las ik ook van een besmetting van een wethouder van onze gemeente. Ik wens hem ook vanuit deze hoek heel veel sterkte toe, voor hemzelf, maar ook voor zijn gezin en naasten.

Let goed op jezelf, maar ook op je naasten. FaceTime, stuur elkaar een kaartje, bel elkaar wat vaker op, e-mail. Er zijn zoveel mogelijkheden om toch met elkaar in contact te blijven. Ik wens je sterkte om deze tijd door te komen.

415. Mijn belevenissen bij René van Meurs Hunkert

19 maart 2019. Nog een keer nagenietend van de laatste voorstelling ‘Ik beloof niks’. Nog een keer speelt hij de zo succesvolle voorstelling in de Veste te Delft. We zijn erbij, sluiten de reeks voorstellingen af met de hele club die heeft gewerkt aan de genomineerde voorstelling. Genomineerd voor de Nederlands Hoop prijs. René, zijn technici, zijn regisseur, zijn management en wij, zijn ouders, iedereen is er. Hij heeft een heerlijke maaltijd besteld, we eten met elkaar en praten over de geweldige voorstelling die die avond voor de laatste keer op de planken wordt gebracht.

Dan breekt er een tijd van stilte aan, tenminste voor ons. Wat broedt er in het hoofd van René. “Ik heb nog niets concreets”, geeft hij aan. “Eerst maar eens vakantie houden.” Hier en daar laat hij zich nog zien. Hij wordt uitgenodigd voor een toertje Indonesië. Expats in dat land zoeken wat vertier. Hij reist er heen met zijn vaste technicus Ramon, om er daarna alleen een periode aan vast te knopen op Bali. Niemand om hem heen, geen druktes, wandelen door de rijstvelden een beetje scooter rijden, zen zijn, het hoofd leegmaken en toch ook weer vullen. Zijn management heeft al met hem overlegd. De agenda van 2020 moet worden gevuld.

Mondjesmaat laat hij zijn ideeën bij ons achter. Er borrelt alweer wat. Het onderwerp, de liefde, zal de rode draad worden voor een nieuwe voorstelling. Het gaat niet makkelijk. Hij weet niet of dit het zal gaan worden. Hij gaat schrijven, bedenken, herinneren, schrappen, opnieuw schrijven en weer schrappen. Wanneer hij een concept heeft komt zijn regisseur erbij, Laurens Krispijn de Boer. Hij is degene die hem soms tot vervelends toe toespreekt, corrigeert, schrapt, tekst verplaatst en stuurt. Maar hij is wel de man die hem heeft gebracht tot waar hij nu staat. René kan niet om hem heen. Samen maken ze de voorstelling. De show krijgt een naam ‘René van Meurs Hunkert’. Technicus en maatje Ramon Rijsdijk sluit aan. Een lichtplan wordt gemaakt. De ideeën voor het decor worden verder uitgediept. Er mag niets ontbreken, alles moet tot op de laatste punt kloppen. De uitgetypte tekst ligt op de grond van zijn woonkamer. Het stoempen, leren en in zijn hoofd pompen van de teksten gaat beginnen. De eerste try-outs worden geboekt. Kleine zalen zijn de eerste theaters die de primeur hebben. Opnieuw vinden er aanpassingen plaats. Opnieuw gewijzigde teksten in het hoofd opslaan. Hij gaat wederom spelen. Er komen avonden bij door overboekingen. We mogen nog niet komen kijken. Het is nog niet klaar, nog lang niet.

In Naaldwijk, het WestlandTheater, mogen we komen kijken. De eerste 35 try-outs heeft hij achter de rug. Het decor is klaar, de zaal is groot genoeg. Het is onze thuisbasis. Het wordt een beladen voorstelling. Voor hem maar ook voor ons. Wat hij speelt hebben we voor een groot deel meegemaakt, bewust of omdat hij het ons heeft verteld. Er is spanning vanaf het toneel maar ook op de stoelen waar wij zitten. Een mooie voorstelling is het. We kijken uit naar de première.

Als René op een middag bij ons eet, vertelt hij dat er toch wel wat gaat veranderen. Hij legt het uit. Als ik hem, zoals vaak een ‘toi, toi, toi’ toewens, stuurt hij mij terug: ‘Komt goed pappie, ik heb een manier gevonden om de voorstelling relaxter te doen’. Ik heb er alle vertrouwen in.

Er komt een prachtig interview in het Algemeen Dagblad. Dennis Jansen legt de ziel van René bloot in zijn vraagstelling en publiceert dit op een mooie wijze. Er vallen kopieën van de krant in onze bus. Buren leven mee met ons, maar ook met René. Een buurvrouw die nog nooit is wezen kijken is om. Ze gaat ook kijken, met een vriendin.

22 februari 2020. De première voor intimi en overigen. Hij nodigt zo’n vijftig vrienden, bekenden en collega’s uit. Wij mogen ook met zoon André en schoondochter Lotte. Het wordt opnieuw een spannende dag.

We rijden met de auto naar de Brasserskade om van daaruit tramlijn 1 te pakken. Vroegtijdig zijn we in Den Haag. Nog even wat winkelen. Onderweg willen we een cadeautje kopen voor René, maar wat. We hebben het idee om hem een Jan van Haasterenpuzzeltje te geven. Een 500 stukjes, omdat als hij thuiskomt zijn hoofd leegmaakt door nog even aan een puzzel te gaan zitten. Wanneer we langs Diligentia lopen hangt daar meer dan levensgroot een poster van onze zoon. Niet ‘Hunkert’, maar ‘Prikt’ staat op de poster. Daar moeten foto’s van worden gemaakt. We spreken af met zoon en schoondochter en zoons schoonouders. Even eten bij Fratelli bij de Hofvijver. Het is gezellig, we rekken de tijd tot half acht, dan wandelen we richting het theater. We halen de geboekte kaartjes op en worden weldra aangesproken door bekenden. In een ooghoek zie ik ‘haar’ zitten. Deze vrouw is het onderwerp van de voorstelling. Het is een voor mij emotioneel weerzien. Ik loop op haar af. Nog even kletsen en elkaar sterkte wensen.

De show gaat beginnen, de lichten gaan uit. De telefoons doven en worden op stil gezet, nou ja, niet bij iedereen. Daar is ie. Met een explosie aan kracht en expressie wandelt hij over het podium. Hij vertelt zijn liefdesverhaal. Het verhaal dat zo dicht ook bij ons ligt. Opnieuw word ik gegrepen door de trilling die ik in zijn stem hoor. Een ander zou dat minder horen, maar ik ken hem, en niet zo’n beetje ook. Hij speelt vrij en neemt het publiek mee in de hunkering van de liefde. Bij mij in de buurt hoor ik lachen om grappen die naar mijn mening niet om te lachen zijn, maar dat komt door het dichtbije. Ik hoor hier en daar een snik. Maar wat ik bovenal hoor is lachen, lachen om de typetjes die hij neerzet, om de grappen die hij langs neus en lippen de zaal in mikt. Ik kreeg die dag al e-mailtjes van mensen, die eerder waren gegaan en de volgende dag last hebben van hun lachspieren. Soms kijkt mijn buurman, die weet dat ik de vader ben, mijn richting uit. Wil hij bevestiging over wat René vertelt? In een hoog tempo neemt hij zijn publiek mee in het leven van René van Meurs, om zijn voorstelling na goed anderhalf uur in het donker te eindigen. Al direct staan de eerste mensen op. Een staand applaus valt hem ten deel. De bloemen die hij krijgt zijn voor het echtpaar dat hij even heeft ‘geïnterviewd’. De zaal loopt leeg, waar wij blijven staan. We zijn uitgenodigd om na afloop even een drankje te doen in zijn kleedkamer.

In de kleedkamer heeft zijn management gezorgd voor een doos vol snoepjes en biertjes, gebrouwen door vrouwen. De doos is gemaakt van decorstukken. Wij overhandigen hem ons cadeautje. We toasten op de prachtige show, op het succes van vandaag, in de afgelopen maanden, maar ook op al die voorstellingen die nog volgen. Dan gaan we naar boven. Even een paar momenten rust voor de artiest.

In de foyer hebben we al snel de nodige complimenten te pakken. Er is familie en er zijn vrienden. Maar ook het meisje dat hem het hoofd op hol gebracht heeft. Ik wandel er naar toe om te horen hoe zij het heeft gevonden. “Het kwam wel binnen”, zegt ze “en doet me meer dan eerder voorstellingen die ik heb gezien.” We nemen afscheid van haar. Misschien zien we elkaar nog ergens, wie weet.

Nog even praten aan een hangtafel, dan gaan we naar huis. Een vriend van René neemt ons mee naar waar de auto staat. Geen terugtram.

Thuis nemen we nog een drankje, het is vermoeiend geweest, niet in lichamelijke zin, maar geestelijk. Het doet je wat, om te zien en te horen hoe iemand zo zijn leven openbaar maakt en zich daarmee heel kwetsbaar opstelt.

Er zijn er nog veel te gaan. Niet alleen dit seizoen, waar het bijna niet meer mogelijk is om nog aan kaarten te komen. Maar er is een reprise. Ook dan zal hij deze voorstelling nog veelvuldig spelen. Wil je gaan kijken check de website van René. En ik weet zeker dat je er geen spijt van zult krijgen. En ik zeg dat niet omdat ik zijn GROOTSTE fan ben.

379. Nog één keer “Ik Beloof Niks”

Nog één keer mogen we gaan kijken op 19 maart 2019. Nog één keer mogen we genieten, dan is het over en sluiten maar en opnieuw gaan brainstormen. Bijna 170 keer beloofde René helemaal niks in zijn 3e theatershow “Ik beloof niks”. Hij streepte de woorden wel door. Ondanks het feit dat er niks werd beloofd, stroomde de theaters vol. Nu komt er een einde aan. Waar het in Theater Diligentia begon, eindigt het in de Veste in Delft, een klein beetje zijn voormalig thuis. Soms vraag ik me af: Hoeveel mensen hebben de theatershow gezien? Hoeveel mensen vonden het zo leuk dat ze een tweede of zelfs een derde keer een plaatsbewijs kochten. Het is een ontzettend mooi anderhalf seizoen geweest. We hebben er van de zijlijn van mogen meegenieten. Het is niet altijd rozengeur en maneschijn geweest. Het is echt niet altijd halleluja geweest. Maar dat hij er van heeft genoten is zeker.

Buiten een prachtige en humoristische show geeft René in zijn optreden een boodschap mee. De etalage van de mens. Bij zichzelf blijvend fascineert hij zo’n 90 minuten lang zijn publiek. En dat het een successhow is geworden blijkt als hij ook nog wordt genomineerd voor Neerlands Hoopprijs. Ook dat is een geweldige opsteker geweest. We leven met hem mee en als hij je dan stiekempjes vertelt dat de nominatie er aan zit te komen, wil je het van de daken schreeuwen. Maar nee, er ligt een embargo op.

Zevenmaal ben ik bij hem wezen kijken. Waaronder een van de eerste try-outs, de première, een tussentijdse in Delft, Maassluis, Rijswijk, Vlaardingen en de finale ga ik kijken, wederom in Delft. Steeds opnieuw zie ik hem sprongen maken. De try-out haalt het bij lange na niet met die keer dat we erbij waren in bijvoorbeeld Vlaardingen. Bijzonder is het als je in de garderobe wacht en je ziet zo’n 650 mensen geduldig afwachten tot men naar binnen mag. Naar binnen voor jouw zoon.

Naast René zijn er nog meer mensen die het altijd hebben zien zitten in deze theatershow. Het theaterbureau De Mannen, Laurens Krispijn de Boer, zijn regisseur, maar ook de mannen van de techniek, Ramon, Geo en Sam van RR-Works. Mensen waar René mee kan lezen en schrijven en vrienden van hem zijn. De laatsten neemt hij vaak in de maling als hij niets te doen heeft en live van uit het theater te volgen is. Wie het ook in hem hebben zien zitten zijn de programmeurs en theaterdirecteuren. Ook daar ben je volledig van afhankelijk. Zien ze het niet in zitten, dan kom je niet aan de bak.

Veel theaters waren uitverkocht en dat waren niet de minste. Het Oude Luxor met 950 mensen, maar ook tweemaal de Kleine Komedie, om er maar een paar te noemen. Verscheidene keren werd de boeking in een kleine zaal omgezet naar de grote. Dat zegt iets over de populariteit. Of is het de nieuwsgierigheid van het publiek. We volgen uiteraard zijn posts op Instagram, Facebook, Twitter of zijn ge(de)monteerde stukjes die hij op You-Tube zet. De vele leuke reacties van zijn toehoorders zijn grappig, lief, humoristisch of soms gewoon schandelijk. Hij beantwoordt bijna elke reactie, bijt van zich af of maakt er weer een grap van. Ik neem er mijn petje voor af.

Toch zijn er nog altijd mensen die hem niet kennen als ik zijn naam noem. Als ik dan zijn foto laat zien, komt er soms wel en soms geen herkenning. “Oh, die rooie”, zegt men dan, of “nooit van gehoord”. Je zou hem ook kunnen kennen van die hardloopApp, of mannenziek, of Voetballen tegen Loosduinen.

We mogen nog een keer en eenmaal binnen ga we er weer voor zitten. Worden we herkend als zijn ouders, geloven mensen alles wat hij zegt? Maar wat is waar en wat totaal niet. Verrassend als iemand die meent ons te kennen, zegt: “Jullie zijn toch helemaal niet zo?” We moeten er om lachen. Wij zijn zijn echte ouders en niet die theaterouders, al zitten er best waarheden ook in de theaterouders. Welke? Daar mag je naar gokken, die geven we niet prijs.

Na Delft even niks, nou ja, niks, opnieuw schrijven, fantaseren, brainwashen en uitproberen. Niet niks als je te horen hebt gekregen dat je voor het volgende seizoen 110 keer aan de bak mag en er nog geen letter op papier staat. René kennende werkt hij het lekkerst onder spanning. Dat geldt tenminste bij het schrijven van. Eenmaal op de planken gaat hij altijd voor een 11. Dat is in zijn vak als cabaretier zo, dat was ook op school al zo. We hebben best onze twijfels gehad. ‘Stap in een gewoon vak’, maar zagen ook dat dit is wat hem een boost geeft. Spanning om hem heen, nooit op de automatische piloot. Improviseren, adequaat reageren, discussie voeren. Het ligt hem. Wat hem niet ligt is tegenslagen, negativiteit, daar kan hij moeilijk mee omgaan. Dat merken we als hij bij ons aan de bel trekt. Maar ook daar haalt hij weer energie uit om het nog beter, nog spannender te doen, dan dat hij al doet.

Bijna 170 keer reed hij alleen naar een voorstelling, om er tussen 200 en 950 mensen te ontmoeten, te amuseren en te verblijden, om daarna weer in zijn eentje huiswaarts te gaan. Wij hopen altijd maar dat het goed gaat. Dat er onderweg niets gebeurt. Het blijft toch je kind.

Nog één keer, dan is het over. We zullen genieten. Hem feliciteren met het behaalde resultaat. Wij hebben kaartjes voor de laatste keer. Ik kan het niet mooier maken, ze zijn verder uitverkocht. U zult moeten wachten tot oktober wanneer hij zich wederom zal verbinden aan zijn publiek. Ik denk, dat als je een kaartje wilt bemachtigen voor de vierde show, er bijtijds bij moet zijn. Ik ga nog één keer genieten van deze: “Ik beloof niks.” Toi, toi, toi.

377. Fietsen voor m’n eten doe je op de Huishoudbeurs

Opperfietser Marja van Fietsen voor m’n eten zoekt mensen die met haar mee willen naar de Huishoudbeurs. Niet om met een truttenkarretje of plastic big-shopper langs de diverse kramen te lopen en thuis alles weer in de vuilnisbak te sodemieteren, maar om een kraam te bemensen. Fietsen voor m’n eten staat samen met Boerenfluitjes in hal 7 op de stand van het NAGF, Nationaal Actieplan Groente en Fruit. ‘Leuk’, schrijft mijn lief. ‘Is dat een ja’, reageert Marja. En dan gaat het balletje rollen. Er zijn nog meer ja-ers. En binnen korte tijd heeft ze voor de drie dagen mede-enthousiastelingen die met haar het project Fietsen voor m’n eten willen promoten. Er vindt een levendige correspondentie plaats, waarop een messenger praatgroep wordt aangemaakt. Mijn lief heeft zich inmiddels voorgenomen om met Marja mee te reizen. Ja, je wordt opgehaald en nee, je hoeft er niet op eigen gelegenheid heen. En zo volgt de ene na de andere reactie.

De voorbereidingen zijn eigenlijk nog in volle gang. Het staat allemaal nog niet helemaal duidelijk vast. Het zou leuk zijn als iedereen in dezelfde outfit gaat. Maar hoe en wat? Marja heeft wel al leuke sleutelhangers van fietsjes gekocht die kunnen op de kleding worden bevestigd met een veiligheidsspeld. “En”, zegt ze, “ik maak naamplaatjes met het logo van Fietsen voor m’n eten.” Marja ventileert haar idee: Als we een donkerblauwe broek aan doen met een lichtblauw bloesje en sportieve comfortabele schoenen, want het grootste deel van de dag zul je staan, dan is dat een mooie geheel. Lukt dat jullie? Zelf doet ze haar witte sneakers aan om het sportieve van het fietsen te laten zien.

Ze zijn er nog niet helemaal uit. Wie heeft er een lichtblauw bloesje of een witte? Er wordt wat heen en weer geschreven. Dan komt het logo op de proppen. Daar moet je wat mee kunnen. Het treft wij hebben een hele lieve en handige buurvrouw, Joke, die T-shirts bedrukt. Joke is van Schoneveld Interieur. Misschien kan zij helpen. Marja stuurt het ontwerp van haar gedachte. Het wordt doorgestuurd naar onze Joke en binnen een uur heeft ze een ‘oké, doe ik’. Het wordt een wit T-shirt met aan de voor- en achterkant een opdruk. De matentabel gaat over internet en binnen no-time is de bestelling gepleegd. Joke kan aan de gang.

Als het eerste exemplaar klaar blijken de shirtjes dun van stof. Het is daarom wel handig om er ook een shirt met lange mouwen onder dragen. Inmiddels gaat Marja en Ester, van Boerenfluitjes verder met maken van promotiemateriaal voor hun stand. Er worden kaartjes gemaakt en een poster voor op de fiets, want die gaat uiteraard mee. De fiets is het belangrijkste attribuut van de actie. Er wordt een badge gemaakt voor op borsthoogte en er komen kaarten van het gebied en dan is het klaar.

Dan komt er een ziekmelding. De man die zondag meegaat meldt dat hij helaas niet mee kan. Brutaal weg vraagt Marja aan mijn lief of ik er geen interesse in heb. Anders moet ze opnieuw een oproep doen voor kandidaten. Wilma springt direct voor mij in de bres. Ik zal het vragen maar heb je dan wel zo’n groot shirt. Dat blijkt er te zijn. Er staat wel ‘Marja’ in. Ik heb al aangegeven dat ik het leuk vind om er naar toe te gaan, maar dan als bezoeker. Nu komt er echter een andere kans. Ik grijp die kans aan. “Maar gaat ie dan wel een leuk stukkie schrijven”, vraagt Marja. ‘Jaaaaa’, schrijft mijn echtgenote.

Een wit onder-shirt met lange mouwen heb ik niet. Vrouwlief gaat op winkeljacht. Warempel ze vindt een mooi shirt bij de Hema. Slim Fit, Organic Cotton Stretch, staat er op de verpakking. Marja geeft het een duim en nog milieubewust ook, schrijft ze.

Voor mijn echtgenote begint het avontuur op vrijdag de 22 februari. Ik mag nog twee dagen wachten. Rond de klok van negen staat Marja voor de deur. Ze heeft haar fiets achterop geladen. Het avontuur kan beginnen. In de loop van de dag stuur mijn vrouw wat berichtjes. ‘Het is vermoeiend’, schrijft ze. Het is ook een lange dag. Van 11:00 uur in de ochtend tot 10:00 uur in de avond. Gewoon een volledige werkdag met overuren. Als ze ’s avonds thuiskomt is het kaarsje dan ook al heel snel uit. De volgende ochtend bij het opstaan brandt beneden het licht nog. Ze was echt op.

Voor mij begint het op zondag. Mijn fiets moet mee. Wanneer ik een appje krijg met de woorden: we zijn er, neem ik mijn fiets mee naar vooraan de straat. Ik laad hem achterop en stap achterin de grote bolide. Daar gaan we, drie vrouwen en ik. Ester, Trudy, Marja en uw blogger. Onderweg vertelt Ester over haar project Boerenfluitjes. Hoe de connecties liggen tussen de twee projecten begrijp ik nog niet helemaal. Het heeft met eten te maken, dat is me duidelijk. Ik ga het beleven.

Aangekomen bij de RAI zijn we niet de enige. Ik haal mijn fiets van de drager en wandel met de dames mee naar binnen. Het is kennelijk niet vreemd als je met de fiets naar binnen wandelt, want niemand zegt er iets van. Er is al volop bedrijvigheid. Kramen worden weer ingericht, jonge mensen komen tegenover ons te staan, trekken hun witte shirt aan en verkopen Red Bull en dan bedoeling ik geen rode stier. Wel een contrast met het project om op een gezonde manier eten te halen en de energyverstrekker. Het is de foodhoek daar hoort het hele arsenaal van groente, fruit, en dranken bij.

We versieren mijn fiets met een slinger koninklijk oranje vlaggetjes en een slinger met gekleurde driehoeken. Mijn fiets is tevens de buffer tussen de plek die we bezetten en de wandelroute. Er werden op Marja’s fiets zoveel suggesties opgehangen van eetstalletjes, dat er een tweede bij moet komen en ook omdat men hutkoffers, truttenkarretjes en complete reiskoffers vult binnen onze stand. Er lopen mensen rond met koffers waar een vader en moeder met 12 kinderen mee op vakantie kunnen. Door de tweede fiets hebben we hiermee een mooie eigen plek. Eenmaal geïnstalleerd gaat het ‘Fietsen voor m’n eten’ shirt aan, en krijgen we de verdere instructies. Mensen aanspreken en bij hen een tip/locatie ontfutselen waardoor de site van fietsen voor m’n eten Nederland wijd wordt. Van Den Helder naar Maastricht van Aduard tot aan Sas van Gent.

Om 11:00uur gaan de deuren los en komt de meute binnen. Het is de mensen aankijken. Die kan ik wel en die hoef ik niet aan te spreken, al kan je je daar ook in vergissen. Red Bull drinkers zijn overwegend geen fietsers heb ik begrepen. Maar bij mijn allereerste ‘klant’ is het al direct raak. Midden-Beemster komt mevrouw vandaan. “Kaas, meneer, en eieren en vlees.” Mooi die kunnen we prikken. “Heeft u ook een adres”, vraag ik mevrouw. “Even aan mijn dochter vragen”, zegt ze. Die haalt haar telefoon tevoorschijn. Zo heb ik een exacte locatie. “Trouwens”, zegt mevrouw, “de kaas hier kan niet tippen aan de onze.” Ik verwijs haar nog even naar de Garlic-Stand die naast mij staat, waar men kaas met zwarte knoflook verkoopt. Maar eerst moet ze die pin in het bord planten. We hebben een kaart van Nederland staan waar men hun toplocatie mogen markeren door er een stekertje in te prikken. “Goed initiatief”, zegt mevrouw. Mijn eerste contact is lekker gelopen. Er zouden er nog velen volgen. Ik maak contact met Jerry Moerman en Maurice Wubben, beursdieren. Zij hebben er voor gezorgd dat Marja en Ester een plekje op de beurs hebben gekregen. Zij richten stands in. Helemaal leuk is dat Maurice onze zoon René kent. “Toffe peer, benaderbaar en zo gewoon gebleven. Doe hem de groeten”, zegt hij. Tijdens de dag pikken we er mensen uit. Jongeren voelen er niet zo voor. Dat begrijp ik niet. Maar ‘men heeft geen tijd’, ‘de supermarkt is lekker dichtbij’, ‘ik fiets nooit’, ‘ben je wel wijs, joh’. Ja ik heb het allemaal voorbij horen komen. Wanneer ik iemand aanspreek die er niets voor voelt en ik zeg dat het zo gezond is, wrijft hij over mijn buik. “Ik zie het”, zegt hij met een big-smile. “Ben je nu ook op de fiets”, vraagt een jolige vent. “Nee” antwoord ik hem. “met de fiets, we hebben hem meegenomen”. Over het algemeen zijn het toch ouderen die mee willen denken en adressen weggeven.

Tijdens de beurs bedenk ik me dat mijn fiets ooit naar Amsterdam zou gaan. Mijn oudste heeft een barrel die je normaliter al niet meer alleen tegen een boom zou durven zetten in de wetenschap, dat, al zet je de fiets niet op slot, nooit gepikt zou worden en zou vereenzamen. Hij wil mijn oude graag hebben. En nu ie toch in Amsterdam is, kunnen we misschien een deal maken dat de fiets hier blijft. Het is even wat appen en communiceren, maar dan komt het goed. “Als je hem aflevert, loop ik wel mee hoor”, zegt Marja. Geen enkel probleem. Hij is immers toegankelijk en bladibladi. En een selfie met een ‘bekendheid’, staat goed op je FacebookCV.

Tussendoor is het een snack-komkommertje eten een peer ophalen of een heerlijke aardbei naar binnen werken. Ja, we zijn gezond bezig. Mijn vrouw wil graag het tomatenprutje maken dat men op de stand naast ons maakt. De chef-kok is niks te beroerd om het even op mijn telefoon te typen. Er is ook nog kort tijd om even te lunchen. Weg uit de kakofonie van geluiden en wat rust opzoeken. We delen onze levens, Marja en ik. Ik bewonder haar energie, en dat zonder Red Bull.

Wanneer de beurs tegen half vijf loopt gaan mensen alleen nog spulletjes en gadgets ophalen. Doelgericht naar de stand waar men eerder is langs gelopen om de koffer of kar nog even af te vullen. Sommige mensen lopen met afgezakte schouders als ze aan twee kanten twee, drie of vier bigshoppers sjouwen. Voor ons is het tijd om de fietsen te ontmantelen. Kaartjes er weer netjes af, paperclips weer in het doosje en vlaggen oprollen.

Als de fiets weer rijklaar is wandelen we naar buiten. René zou buiten staan. Het bleek voor hem toch wat verder wandelen vanuit zijn woonhuis naar de RAI dan hij had ingeschat. Even wachten dus. Inmiddels rijden busjes, vrachtwagentje en stationcars af en aan. Iedereen komt tegelijk aanrijden. Er ontstaat zelfs een file. Dan komt René aan wandelen. Nog even met Marja op de foto, dan vertrekken we weer naar onze stand. Ook die moet worden ontmanteld.

De stand van Jerry en Maurice moet ook leeg. Daar weet Marja wel een plekje voor. Kratjes met groente en fruit worden gevuld. Die moeten mee in de auto naar het Westland. En voor de beursgangers van vandaag een heerlijk bakje aardbeien.

Als de stand leeg is wordt de fiets van Marja ingericht, zoals ik weleens eerder een fiets van haar heb gezien. Zwaar beladen aan het stuur, de fietstassen vol en tussen de spin achterop ook nog materialen. Ikzelf mag de kratjes meenemen op een karretje. Het is nog een aardig stukje lopen, maar dan kunnen we de auto inrichten. Banken plat en proppen, of netjes stapelen. Dat laatste dan maar. Als alles binnenboord is moet de fiets van onze Voorfietster nog op de drager. Daar gaan we dan. Gepakt en gezakt rijden we terug richting huis. “Zullen we bij La Place bij Hoofddorp nog even wat gaan eten?”, vraagt Marja. Even het thuisfront inlichten. Als afsluiting dus een gezamenlijk etentje. Alles passeert de revue. Ervaringen worden nog eens uitgewisseld.

Van lieverlee voel ik het kaarsje met een kleiner vlammetje gaan branden. De leeftijd eist z’n tol. Een druk weekend, de dag ervoor coördineerde ik het jubileumfeest van de Zonnebloem in Schipluiden. We rijden de A4 op en kletsen nog even na. Eenmaal thuis aangekomen verdelen we nog wat groente en fruit. Met een kus neem ik afscheid van Marja en krijgen Trudie en Ester van mij een hand. Een prachtige ervaring met bevlogen mensen, die alles uit hun leven halen wat er in zit. Door niets en niemand laten ze zich tegenhouden. Toppers zijn het. Ik heb er van genoten. En als het nodig is zal ik hen helpen. Ze weten me te bereiken.

371. ‘Over de Dijk’ van Cultuurstek Den Hoorn

“Beste Aad, zou jij mee willen doen met het Culturele festival Over de Dijk”. Zo komt de vraag bij mij binnen. Ik heb juist meegedaan aan Kom ’s Hoorn, van CultuurStek Den Hoorn. Ik ben altijd wel in om aan zulk soort activiteiten mee te doen. Maar waar moet het over gaan? “Zou je een verhaal kunnen vertellen over Den Hoorn en dan specifiek over de Dijkshoornseweg.” Ik moet er even over nadenken. Ik weet wel wat van de genoemde straat, maar of ik daar een vertelling over kan doen, weet ik niet. “Hoeveel tijd krijg?” vraag ik aan mijn vraagsteller. “Nou een half uurtje tot drie kwartier”, is het antwoord. Dat is nogal wat. Ik denk er even over na, heel even maar en geef er mijn fiat aan.

Omdat ik ooit een verhaal heb geschreven over de middenstand in Den Hoorn in de jaren zestig, heb ik al wat tekst dat ik mogelijk kan invoegen in mijn verhaal. Ik ga er aan zitten. Mijn geheugen is goed en ik weet, blijkt al gauw, nog veel naar boven te halen. Ik ga schrijven. In stukjes en beetjes komt mijn vertelling tot stand. Soms midden in de nacht word ik wakker en herinner ik iets waar ik eerder niet aan heb gedacht. Mijn document groeit.

Ik krijg de locatie door. Ik zal mijn vertelling doen op nr. 97. Het huis waar mijn overleden broer ooit heeft gewoond en waar zijn echtgenote nog steeds woont met haar nieuwe man. Een vertrouwde omgeving dus. Zij hebben aangegeven mee te doen als ik er kom vertellen. Ik ga er voor.

Inmiddels heb ik er een meester verteller bij gevonden, Dick Stammes. Stadsgids van Delft en een ras verteller. Ik ken hem van Delft Vertelt waar we samen al eens aan twee sessies hebben meegedaan. Hij is enthousiast maar geeft direct aan niets over de Dijkshoornseweg te weten. Het maakt niet uit hij mag zijn eigen verhaal doen.

Het is november 2018. Voor mij is de locatie bekend. Dick hoort niets. Ik informeer mijn contactpersoon. Dan gaat ook voor hem het balletje rollen.

Inmiddels krijg ik de mededeling van de eigenaresse van de locatie dat haar man drie dagen voor het festival zal worden geopereerd aan zijn knie. Ze heeft hulp nodig op die dag. Ook dat is geen probleem. We zijn er als het lastig is. We, mijn lief en ik, besluiten om vroeg op locatie te zijn en onze handen uit de mouwen te steken. Alles komt goed.

Intussen heb ik mijn tekst klaar. Ik plant er nog een stukje bij over mijn oma. Een stoere vrouw die op de Dijkshoornseweg mijn vader baarde in 1911. Dit stuk heb ik ook ooit eerder geblogd.

Dan krijg ik een e-mailtje van mijn contactpersoon. Nogmaals de locatie en tijden dat ik ben ingepland. Viermaal een half uur, staat er in de e-mail. Ik heb inmiddels mijn tekst geoefend en uitgesproken. Dat neemt bijna drie kwartier in beslag. Ik zal het wel zien. Twee dagen later kijk ik op de site van CultuurStek naar het programma en kom tot de ontdekking dat ik slechts een kwartier ben ingeroosterd. Hier waag ik een telefoontje aan, want dat betekent het hele stuk herschrijven, want stukken skippen heeft geen zin. Ik baal er een beetje van. Toch staat het programma vast en is er geen extra ruimte. Dat houdt tevens in dat ik dus ook niet mag uitlopen omdat bezoekers ook een schema gaan maken in het programma. Jammer, we gaan het zien.

In de week voorafgaand aan het evenement geeft men code geel door. Veel regen of sneeuw. Op locatie heeft men een duur houten parket. Daar wil men geen water of sneeuw op hebben. We wonen gelukkig naast de eigenaar van een vloerbedekking zaak Schoneveld Interieur. Eén e-mailtje naar de eigenaar en het is geregeld. Men heeft nog wat stukken zeil liggen dat we mogen hebben. Maar, schrijft de buurman, ik wil het niet terug. Wij zijn geholpen en kunnen met een gerust hart mensen ontvangen.

De donderdag voor het festival breng ik het zeil alvast op locatie evenals een koffiepot. Alle bezoekers krijgen nl. een bakkie of een koppie thee. We bedenken er ook koekje bij, een ‘kletskop’. Dat past wel een beetje bij mijn kletsgedrag.

Op de bewuste cultuurdag vertrekken we al vroeg naar de speellocatie. Het regent zachtjes, maar wij hebben geen pijn. We hebben zeil ter bescherming van de vloer.

De ‘Dijk’ is voorzien van wimpels aan de lantarenpalen. Er zijn sokken en mutsen aangebracht op hekken en paaltjes. De dixies worden voorbij gereden, hier en daar is een artiest bezig met opbouwen. Er is drukte op de weg. Dan om even over half vier komen de hekken op de weg en is de weg voetgangersterrein.

Op locatie spreken we af dat we maximaal 15 mensen tegelijk in huis toelaten. We zetten daar ook de stoelen voor klaar. Er staan er nog een peer als reserve. De organisatie verwacht lichtjes langs het parcours. Ook dat kan ik fiksen. De kerstverlichting is nog niet opgeborgen. Bij daglicht nog weinig van te zien, maar in de avond een fraai gezicht. De bekertjes staan op het dienblad, de koffie staat in afwachting. Het feest kan beginnen.

Ik ga nog even naar de opening door de burgemeesters, Marja van Bijsterveldt, van Delft en Arnoud Rodenburg, van Midden-Delfland. Peet Vermeulen komt met de Delftse burgemeester vanaf de Delftse kant aanwandelen, Petto Koop doet dat met de Midden-Delflandse burgemeester. Na wat prietpraat nog een gedicht door Tjitske de Haas. Dan kan de grensovergang worden opgetild en kan het spektakel beginnen.

Ik ga terug naar de locatie en ontmoet José van Winden. Zij verzorgt de eerste twee voorleessessies. Ze leest voor uit haar boek Weekendje weg. De zeventien neergezette stoelen zijn snel gevuld. Als ik terugkom van de opening zitten de eerste mensen al binnen.

Buiten gebeurt er van alles. Er komt een vreemd voertuig voorbij en even later een gezelschap dat een doodskist op de schouders draagt. De laatste activiteit is een voorbode voor het toneelstuk Coke aan de Look, een misdaadkomedie dat in Den Hoorn plaatsvindt en eind maart op de planken zal worden gebracht.

Het tweede optreden van José staat aan te vangen. Er zijn nog niet veel mensen. Na wat propperen is de huiskamer ook nu weer snel vol. Na het voorlezen is het voor José voorbij. Er blijven mensen zitten om naar mij te luisteren.

Om 18:00uur is het mijn beurt. Mijn Macbook gaat open, nog even lees ik door het stuk. Langzaamaan komen mensen binnen lopen. Er moeten stoelen bij. De koffie gaat rond, het knisperend koekje doet zich gelden. De deur gaat dicht, ik mag beginnen. Ik ben nog maar net bezig als er op het raam wordt getikt. Er staan nog eens 10 mensen buiten. Ze komen niet meer binnen. Het aantal van 15 is al ruim overschreden. Mijn tekst is te lang, te lang blijkt al na ruim een half uur. De eerste gast stapt al op. Ik moet het inkorten, zegt mijn lief. Nog een klein stukje, dan. Helaas ik mag mijn verhaal niet afmaken.

De laatste mensen zijn de deur nog niet uit of de volgende staan er al voor de tweede sessie. Men blijft lopen, 20, 25, 30, 38. Veel te veel, maar mensen kiezen er zelf voor om te blijven staan. Opnieuw voor iedereen koffie. Het aantal bekers raakt op. Dan maar omwassen. Opnieuw start ik mijn verhaal, wederom getik op de raam. Helaas mensen, we zijn echt hartstikke vol. Nogmaals mijn verhaal van nu 35 minuten. Ik kan niet korter. Ik sla kleine stukjes over. Ik heb een droge strot van het praten. Applaus na afloop. Lekker.

Er staan al mensen voor de deur als de tweede sessie nog niet eens over is. Voordeur in, achterdeur uit. “U bent toch de vader van René van Meurs”, vraagt een van de gasten. Opnieuw een groot gezelschap. Bekende personen komen plots via de achterdeur binnen. Opnieuw ruim 30 luisterende. De koffie en thee worden uitgeserveerd, de koekjes zijn bijna op. Ik begin iets eerder om tijd te winnen en toch mijn complete verhaal te kunnen doen. Ik haal het wederom niet. Ik krijg een aanvulling op mijn verhaal. Dat ga ik nog even toevoegen voor de laatste sessie van het verhaal. Ook nu een vet applaus.

Om 20:15uur kies ik er zelf voor om aan de deur te staan. Mensen die al eerder voor een dichte deur stonden komen nu binnen. Er is voor iedereen een zitplek. Ik krijg alle aandacht. Omdat het bijna is afgelopen kan ik mijn verhaal op een rustiger tempo doen. De koek is op, koffie is er nog wel. Tijdens mijn verhaal gaat tot tweemaal toe de deurbel. Er wordt niet meer opengedaan. Het verhaal gaat uit. Het is 21:00uur. Mijn eerder toegezegde tijd kan ik nu gebruiken. Er zelfs tijd voor nog meer aanvullingen. Daar is een heel belangrijke bij, die ik over het hoofd heb gezien bij het opstellen van het verhaal.

Nadat de laatste gast is vertrokken ruimen we de zeilen, de verlichting en de stoelen weer op. De kamer gaat in originele staat slapen. “Doen we een after-party”, zegt de locatie’manager’. “Prima”, geef ik aan. Ik heb niet meer de zin om na viermaal meer dan een half uur vertellen nog elders naar de afterparty te gaan. Met een lekker biertje sluit ik het festival af.

De volgende dag heb ik al de eerste e-mailtjes binnen of men de tekst kan krijgen van mijn verhaal. Ik moet het nog wat bewerken, de aanvullingen toevoegen en wat kleine aanpassingen doen. Ik heb besloten om het verhaal vooralsnog niet op mijn website te plaatsen.

Een fantastisch activiteit is ten einde. Leuk en lekker georganiseerd. CultuurStek een geweldige stichting die zo’n meerwaarde heeft op de leefbaarheid van Den Hoorn. Geweldig gemotiveerde mensen die er hun schouders onder durven te zetten en zo een levendig spektakel neer zetten. Het was TOP. Op naar de volgende activiteit: ‘Kom’s Hoorn 2019’. Zal ik er wederom aan mee mogen doen? Ik hoop het.

317. Een markante Schipluidenaar

Ik heb mijn wandelschoenen aan. Ben van plan om een flink rondje te lopen. Mijn ‘grote’ Sonycamera gaat mee. Ik wil dingen vastleggen. Wanneer ik de wijk uitloop kom ik uit op de Dorpsstraat. Ik schiet nog even een plaatje van onder de brug door en een van de Vlaardingsekade. Ik neem de Paardenbrug en dan…..

Wandelend langs de antiekzaak van Jan Holtkamp, ‘Jantiek’ staat de eigenaar onder aan de kade. “Moguh”, zegt hij tegen mij, “hoe is ie.” We raken aan de praat. Mensen die voorbij komen roept hij toe. “Fausto Coppi”, wanneer hij een oude wielrenner aan de overzijde voorbij ziet rijden. De al wat oudere wielrenner kent kennelijk zijn bijnaam en steekt zijn hand op. “Daar rijden dames uit Limburg”, zegt hij om zich daarna snel te verbeteren “oh nee, Friesland.” Ik vraag hem of hij iedereen kent. Hij lacht als ik die vraag stel.

Wanneer we even zitten komt er een voormalig Schipluidenaar voorbij. Met de fiets aan de hand probeert hij langs ons heen te wandelen. “Koffie”, vraagt Jan. “Nee, ik heb het druk”, antwoordt de gevraagde. ”Jij toch wel”, zegt hij als hij mij aankijkt. Het gesprek gaat nog even verder. “Schipluiden verzakt”, zegt Jan en laat de afstap zien die rond 2000 is aangelegd. “Waar je die balk ziet die nu zo’n 10 cm onderwater ligt, is ie aangelegd zo’n 10 cm boven de waterlijn.” “Ik houd mijn hart vast.” “Je mot eens mee naar binnenlopen, dan ken je zien dat er allerlei scheuren in mijn huis komen door de verzakkingen.”

Ik wandel mee zijn winkeltje in. Voor mij ligt alles ongeorganiseerd in zijn winkeltje. Hij weet alles feilloos te vinden. Er liggen boeken, schilderijen en wandplaten, er staan beelden, glas in loodtafereeltjes, snuisterijen en andere zaken waar Jan handel in ziet. Een man die ongecompliceerd zo af en toe een lelijk woord laat vallen. Hij heeft een mening over zaken uit het Schipluidense.

Ik ben nog op zoek naar foto’s van oud-Den Hoorn laat ik hem weten. “Op de vitrine in het winkeltje”, zegt hij, “maar loop eens mee.” Hij laat mij de scheuren zien in het halletje. “Deze is er van de week bij gekomen. Die had ik nog niet eerder gezien.” Dan laat hij mij alleen en baant zich een weg naar boven. “Sterk of slap”, roept hij naar beneden. Het gaat over de koffie. “Sterk”, geef ik hem te kennen, “zodat mijn haren overeind gaan staan.”

Even later staat hij met twee kopjes koffie beneden. “Loop eens mee”, zegt hij opnieuw, terwijl hij de kopjes koffie in zijn handen houdt. We wandelen door de winkel naar achter buiten waar ik in een natuurtuin terecht kom. Een smal wandelpad geeft toegang tot een grote schuur aan het eind van het pad waar hij nog meer handel heeft staan. “Die stoel gebruik ik om op het gemak mijn boeken uit te zoeken. Ik heb er net weer een aardige partij gekocht.” Hij wijst op een aantal bananendozen die tot aan de rand toe vol zijn met boeken. De kopjes koffie houdt hij in zijn hand terwijl hij blijft praten.

We wandelen weer naar de kade. “Welke wil je”, vraagt hij en houdt de kopjes wat hoger. Ze zijn kennelijk of allebei net zo sterk of net zo slap. We settelen ons op het bankje voor zijn huis. Een bank die inmiddels al veel keer een zitplaats heeft geboden aan Jan, maar ook voorbijgangers. Een van de uiteinde zou zomaar tot de antiekhandel kunnen behoren de stukken vallen er uit. Aan de overkant rijdt zijn dochter Mariska voorbij, ze roept wat en hij wat terug. Twee dames komen uit de zaak. “We komen nog een keer terug”, zegt er een, “dan komen we hier en daar”. Mevrouw maakt met haar hand en gebaar naar de zaak van zijn dochter Mariska, Het Raadhuis. “Best”, zegt Jan. “Zie je trouwens dat alle terrassen vol zitten”, zegt Jan, wijzend op het terras bij Hoek, bij de Vergulde Valk en bij Het Raadhuis. “Ze doen het zo goed, he, Mariska en Mark”, geeft hij nog even mee.

“Ze moeten toch eens nadenken over het verzakken van Schipluiden, want dat gaat echt niet goed.”, gaat hij zijn verhaal verder. De gemeente geeft er geen aandacht aan of houdt het stil, maar ook het Hoogheemraadschap denkt er te gemakkelijk over, vertelt hij. “Gelukkig hebben ze wel het aanzicht van de Vlaardingsekade kunnen behouden. Wilden ze de bomen weg hebben en er betonnen bankjes neerzetten. Daar hebben we gezamenlijk een stokje voor gestoken.”

Ik weet dat hij gecharmeerd is van onze René en vraag of hij het artikel heeft gelezen in het Algemeen Dagblad. “Natuurlijk”, zegt hij, “maar heb jij de uitzending van Nooit meer Slapen gehoord, waar René ook in was”. Ik moet ontkennen. “Een VPRO-programma, ’s nachts tussen 12:00 en 02:00. Ik heb mijn oortjes in en luister dat programma altijd. Hij deed het goed”, zegt hij. Dan plots begint hij weer over iets anders.

“Ik hoop één ding”, geeft hij mee, “dat Midden-Delfland bestaansrecht blijft houden en dat Jaap Smit (commissaris van de Koning), straks niet zegt: Maasland en Maassluis voegen we toe aan Rotterdam en Schipluiden en Den Hoorn gaan naar Delft.” “Of naar het Westland”, merk ik op. “Dan ben ik hier acuut weg en emigreer ik gelijk naar Frankrijk”, zegt hij met een lelijk gezicht.

Op de rand van de kade ligt een bosje witte hortensia’s. “Neem jij die mee”, zegt hij. “Ik heb ze gekregen, maar ga volgende week met vakantie”.

Het is een markante Schipluidenaar. Karakteristiek, met een mening. Ik mag hem wel, geeft ongezouten zijn mening en zegt wat hij denkt.

Van mijn wandeling kwam niets meer. Later die middag heb ik het stuk laten lezen. “Je bent de Volkskrant voor, die komt volgende week”, geeft hij aan. Mijn wandeling die middag was een mooie met de gedachte aan het gesprek met Jan.

306. 700 bezoekers in een uitverkochte Rijswijkse Schouwburg

Naar mate René met zijn theatertour meer in de buurt speelt worden wij daar ook meer bij betrokken. Mensen die kaartjes hebben gekocht voor een van zijn optredens schieten ons aan. We krijgen de complimenten. “Wat hebben we genoten.”. “Wat is ie gegroeid.” “Wat zit er een mooie boodschap in zijn show.” “Van wie heeft het?” Veel van de opmerkingen kunnen/moeten we bevestigend beantwoorden. Sommige vragen beantwoorden we ook. Maar soms ook komen er opmerkingen waarbij men niet helemaal begrijpt hoe het eigenlijk of werkelijk zit. “Hij doet altijd iets over jullie, wat vinden jullie daar nu van?” “Je werd weer behoorlijk te kakken gezet”, tegen mijn lief. “Is het allemaal werkelijkheid wat hij over jullie doet.” We lachen erom. Thuis is hij onze zoon, op het podium zijn wij zijn theaterouders. In het begin hebben we het er best lastig mee gehad, mijn lief meer dan ik. Maar we zijn er aan gewend geraakt. En zolang hij succes heeft met de grappen over ons is dat voor ons geen probleem. We kennen hem, door en door, en weten ook hoe hij van ons houdt. Nooit zal hij ons, de werkelijke ouders, te kakken zetten.

Wat we ook vaak te horen krijgen is: “Gaan jullie altijd mee?” of “Je hebt voor vanavond toch ook wel kaarten.” Mensen vragen ook of we moeten betalen voor een voorstelling die we bezoeken van René. En sterker nog: “Kan je voor ons geen kaartjes regelen.”

Een fenomeen is ook dat we foto’s toegestuurd krijgen als er iemand met hem op de foto is geweest. Men probeert spontaan Facebookvriend te worden met mij. Onbekenden die daar een verzoek toe doen. “Waarom”, vraag ik me af. Het blijven toch vreemde gebeurtenissen.

Toevallig waren we erbij in Delft. Daar waren bekenden, of vage kennissen die je dan op de schouder tikken. “Het was gaaf.” “We hebben genoten.” “Jullie kunnen trots zijn.” “Is ie thuis ook zo grappig?” Mensen die ons normaal niet groeten komen ineens een praatje maken, om de volgende dag het hoofd weg te draaien als je ze tegenkomt. Het blijft een vreemde wereld.

In Naaldwijk waren we er niet. “Waarom niet”, vraag een buurtgenoot, “hij is zo dichtbij.”. Ach je kunt niet alle shows volgen. En ook wij hebben ons eigen leven, met alles wat er omheen hangt.

Vanavond speelt hij ‘Ik Beloof Niks’, ‘één van zijn laatste solotour shows van dit seizoen. De Rijswijkse Schouwburg is ‘the place to be’.

We zijn erbij. We genieten. Zijn trots op wat hij op het podium van de theaters neer zet. Ik weet hoe ’n moeite het kost om zo’n show te maken, we krijgen het regelmatig van hem te horen. Grappig zijn is niet altijd even makkelijk. Het kost moeite en er zijn avonden dat het niet loopt zoals het moet lopen. Het publiek maakt wel degelijk deel uit van zijn show, je kunt zo rad van tong niet zijn, als men niet meedoet, maakt hij er ook niets van. Er zijn avonden geweest dat hij meer ziek dan beter was, waar de zaal het niet heeft gemerkt. Maar de show must go on. Er werd gespeeld en ook de derde helft liet hij zich van zijn beste kant zien. Want eens een artiest, altijd een artiest. Je kunt het geloven of niet, maar het podium is zijn thuis, meer nog dan zijn eigen appartement.

Het wordt vanavond opnieuw een feest, dat weet ik zeker. Mensen op het dorp, kennissen en familieleden hebben al aangegeven er vanavond bij te zijn. Bijna 700 genieters die bij ‘onze’ René komen kijken. Het is machtig. Vol trots bezetten we twee plaatsen en genieten opnieuw mee met wat we al een aantal keer hebben gehoord en gezien, maar het verveelt niet.

Voor wie gaat kijken wens ik een hele fijne en leuke avond toe.