395. Een paar lelijke woorden kunnen soms helpen

12 juli 2019. Ik sta geboekt voor een solexrit van de Tuinderij. Het gaat ‘s morgens goed mis met het weer. Van Weeronline krijg ik de mededeling dat er een kans op onweer is. Dat hoeven ze me niet te melden want de lichtflitsen en Donar houden flink huis. Mijn lief is onderweg. Ik weet, hier houdt ze niet van, ik trouwens ook niet. Via een app kan ik haar volgen, ik gooi de schuur alvast los. Net op tijd rijdt ze het achterstraatje op. Dan valt de bui. Grote druppels doen onze achterplaats veranderen in een meer. De vlinderstruik is zo zwaar dat de takken op straat liggen.

Ik houd angstvallig de Weerapps in de gaten. Regen en solexen gaan niet bepaald samen. Een natte weg is meestal wat glad en dan moet ik mensen meenemen die mogelijk voor het eerst op zo’n voertuig zitten. Zou het door gaan?

Om half twee is het bijna droog. Wat lichte spetters. Ik rijd naar de Tuinderij. De solexen staan netjes in het gelid. Hans zit op zijn platte kont op de werkvloer en heeft een rijdende WC-pot uit elkaar gehaald. De groep is nog niet aanwezig. Ik zoek mijn gele hesje, de portofoonhouder, het oortje en de portofoon. Ik besluit om ook een leren jasje aan te trekken. Mijn lievelingsjasje hangt er nog. Ik loop langs mijn solex. Ze zijn vergeten om de benzinedop terug te plaatsen. Het wachten is op de deelnemers.

Daar zijn ze. 24 stoere bouwvakkers die werken voor een timmerbedrijf. Stuk voor stuk stevig gebouwd, al loopt er ook een ‘kleine’ smalle jongen tussen. Leerling is hij zegt ie. Als een pact lopen ze het terrein op. Wanneer Eric zijn feestkar wil verzetten, houden ze hem van achteren tegen. Oh, zo’n groep is het dus, denk ik.

De groep verzamelt zich achterin de grote zaal. Een deelnemer is er nog niet. Daar wachten we op. Wanneer de groep compleet is heet Eric hen wederom welkom. Het gebruikelijke praatje. Nog even naar het toilet, alvorens de verkleedpartij gaat plaatsvinden. ‘In de tand des tijds.’ Dat betekent lange leren jas en pothelm op de knar.

De mannen lopen achter mij aan. Altijd een hilarisch gebeuren. Het niet kunnen kiezen van jas of hoofddeksel. Het duurt even maar dan kunnen we naar de uitleg. Een van de mannen heeft wat velletjes met plaksnorren bij zich. Hij verbergt deze onder zijn jas.

Wanneer we bij de solexen staan komen de snorren tevoorschijn. Rode, grijze, hang, Hitler en zwarte snorren. Sommige hebben er een van zichzelf. Eenmaal opgeplakt, vallen de plakkertjes op de grond, een van de medewerkers van de Tuinderij ruimt ze even op. Dan komt de uitleg.

Terwijl er de voorstelronde van de begeleiders is, staat men elkaar te fotograferen. Een van de mannen moet nog even naar het toilet. Zenuwen?

Na de uitleg naar het oefenrondje. Netjes rijden ze achter mij aan. Na een tweede oefenronde rijd ik direct door, dan slaat de solex ook niet af en kunnen we direct door. Ik heb het idee dat het weleens een snelle rit kan worden. Bravoure is maatgevend.

Voor mij uit rijdt de feestkar met twee werknemers achterop. Beiden hebben hun hand in het verband. In de vinger gezaagd? Geen idee. Een van de mannen achterop met het Hitlersnorretje steekt zijn arm gestrekt naar voren. Dit vind ik ongepast en absoluut niet kunnen. Ik zwaai met mijn vingertje naar hem, waarop hij stopt en zijn hand naar beneden doet.

We rijden richting Dorppolderweg. Als ik over de brug rijd zie ik de laatste nog onderdoor rijden. Het wordt even wat snelheid minderen om in een groep te rijden. Dan gaat het fout. Een blonde bouwvakker stuurt zijn solex de graskant in en rijdt een greppel in die vol water staat. Stoer? Echt niet. Het water dat die ochtend is gevallen spettert alle kanten op. Een onverantwoorde actie. Ik stop de groep, stap af en spreek de man op niet mis te verstane wijze aan en zeg dat ik dit niet tolereer. Zijn maten roepen hem eveneens tot de orde. We rijden door maar ze weten nu ook dat ik me verantwoordelijk voel en niet van dit soort acties houd.

Wanneer we even rijden krijg ik een melding dat een begeleidende bromfiets zijn benzinedop is verloren. Ook is bij een van de solexen de gaskabel losgeschoten. Bromfiets gaat terug, solex wordt gewisseld.

We rijden net in het Kraaienest als men de hemel weer open gooit. Zachte regen tot gevolg. Mijn bril zit vol druppels. De groep blijft netjes achter me rijden. We nemen het Kralingerpad als het wat door gaat regenen. We steken de Westgaag over om richting Schipluiden te rijden. “Kunnen we niet harder”, vraagt een van mijn volgers. Ik antwoord dat we zo hard gaan als de langzaamste rijdt.

Op het Gaagpad gaat het wederom fout. Een van de solexers gaat onderuit. Gelukkig geen vervelende gevolgen. Op naar het Raadhuis voor een kopje koffie of een glaasje fris. Alcohol is door baas jr. verboden te drinken. Een goede beslissing.

De Trambrug ligt er af. Er is een vervangend traject gefabriceerd. Omdat we wat tijd zijn verloren sjezen we door het dorp. Niet echt handig, de school komt net uit.

Bij Het Raadhuis zit er geen snelheid in. Geen eigenaren aanwezig en vrij jong personeel. Het is wachten en wachten. Excuses worden aangeboden, maar we lopen achter op het schema en moeten een alternatief bedenken voor het vervolg naar de tweede stop.

Ik kies voor richting Den Hoorn, we steken de A4 over om direct linksaf te slaan. De Ommedijk rijden we af. Om daarna de Harnaskade te nemen. We nemen even afscheid van feestkar en bezemwagen. Ze mogen er niet rijden. Later komen we ze weer tegen als we via de Woudselaan de A4 weer over zijn gegaan. Dan het Meerpad op. Wederom een wissel van een solex. Even stoppen en dan weer op weg. Op weg naar ’t Woudt.

Onder de Woudseweg door richting De Lier. Hier gaat het plank gas. Links en rechts komen de solexen naast me rijden, slechts een berijder durft het aan om mij te passeren. We rijden naar Eetcafé De Witte.

Bij de Witte krijgen we de buitenbanken toegewezen. Ze staan nog onder de tafel. Als ik ze er onder vandaan wil halen guts er een plons water in mijn schoenen. Soppend kom ik die middag thuis.

Wanneer men de drankjes opneemt nemen we even contact op met baas jr. Mag er voor een biertje worden gekozen? Dat mag. Na een 25 minuten terug naar de basis. Via het Kralingerpad, de Kreekrug en de Berckenrode naar de Zijtwende om rechtsaf de Oostbuurtseweg in te rijden. Dan is het kwestie van gas geven en terug naar de basis. Na 25,7 km zijn we terug en kunnen de solexen naar binnen.

Nog even een foto en de diploma-uitreiking dan kunnen de jassen uit. De mannen hebben het naar de zin gehad. Een voor een geven ze de begeleiding een hand. Een mooie afsluiting. Soms moet je even laten zien wie je bent, al valt dat niet altijd mee. Morgen weer een rit.

362. Kerstwandelen met ouderen

“Aad heb jij donderdagavond nog tijd?” vraagt een vrijwilliger van Akkerleven, onderdeel van Pieter van Foreest. “We gaan die avond kerstwandelen met ouderen.” Tijd of niet, daar maak je tijd voor tenzij….je echt geen tijd hebt. Twee dagen voor de wandeling krijg ik een vrouw toegewezen uit het dorp. Dat betekent eerst ophalen en dan naar Akkerleven rijden. Het is de bewuste wandeldag een slechte regenachtige dag en dat duurt al vanaf die morgen vroeg. Zou het feest wel door gaan?

Het is donderdagavond, mijn lief heeft haar kerstdiner op het werk, voor mij is er erwtensoep, een winters goedje. Als ik op weg wil gaan hoost het van de hemel. Ik heb niet gehoord dat het niet door gaat. Ik ga gewoon. We gaan het zien.

Wanneer ik bij mijn mevrouw kom is ze nog niet klaar. “Het begint toch pas om zeven uur”, zegt ze. Ik heb de opdracht gehad om mevrouw op te halen en tussen half zeven en kwart voor zeven met haar in Akkerleven te zijn. Mevrouw trekt gauw haar schoenen aan. Ze heeft een deken opgezocht tegen de kou en heeft nog een plastic wegwerpregenjasje. We gaan op pad, maar nog geen tien meter na vertrek geeft ze al aan dat ze het koud heeft. “Wil je even mij dekentje pakken”, zegt ze. Ik haal hem uit haar tas en werp hem over haar schouders. “Ga er maar op zitten”, zeg ik haar en stop de buitenkanten onder haar benen. Nu kunnen we op weg. Nog geen 50 meter op weg begint het te regenen. Grote druppels vallen als parels naar beneden. “Ik heb nog een regenjasje in mijn tas”, zegt ze lief, “voor jou”. Ik stap stevig door maar we komen met natte schouders aan bij Akkerleven. “Doorlopen naar de kantine”, krijg ik mee.

In de kantine verzamelen de rolstoelers met hun vrijwilligers. Er worden kerstmutsen uitgereikt. De kerstman en zijn kerstvrouwtje lopen rond. Rolstoelen zijn versierd met een lichtjesstreng. Het is een vrolijk gezicht. Er wordt nog even gewacht tot het droog wordt. Buienradar is even belangrijk. Na een kwartiertje wordt het droog. Alhoewel, er vallen nog wat kleine druppeltjes. Met 40 rolstoelers gaan we op pad. Bij de uitgang bij Akkerleven krijgen de vrijwilligers een lichtgevend hesje. Geel of oranje. Bij de gele maakt men de opmerking over de commotie over het gele hesjesprotest.

Om de groep zoveel mogelijk bij elkaar te houden houdt men een halt bij het begin van het Windrecht. Verkeersregelaars zetten de kruispunten af. Veiligheid voor alles. Een auto probeert nog even voorbij te scheuren en wordt de wijk in gedirigeerd. Wanneer iedereen is aangesloten gaat de stoet van start. Sante Cees belt en roept: “Ho, ho, ho, Merry Christmas”. Hier en daar gaan de gordijnen open. Men zwaait als de groep langs komt. Het is gluren bij de buren. De ene kamer heeft een prachtige versiering. Op een ander adres is het volledig donker. Langzaam wandelen we het Windrecht af. Aan het eind slaan we linksaf langs Korpershoek en gaan we richting palviljoen ‘t Middelpunt. Sommige vrijwilligers moeten even een duwtje hebben om de kade op te komen. Daar zijn ook weer vrijwilligers voor. Bij het Middelpunt een prachtig versierd restaurant. Er zitten geen mensen binnen, de kok heeft tijd om uitbundig te zwaaien. We schieten de Vlaardingsekade op. Bij de voormalige Rabobank hebben ze een kerstgroep in het kozijn gezet. Hier is een rustpuntje. Dan het smalle stuk op. Er staat iemand in de deuropening. “Goed dat je de aankondiging op Facebook heb gezet, Aad”. Ook hier op verschillende plaatsen een kerstgroepje in het raam. Bij een huis is de hele kamer vol gezet met brandende kaarsjes er is niemand in de kamer. Bij Net even Anders is het langzaam voorbij lopen. Ook hier de etalages volledig in kerstsferen. We gaan de Keenenburgweg op.

Een pauzemoment bij de Dorpshoeve. Hier is warme chocolademelk, zelfgebakken cake, koek of kerststol. Op de chocolademelk hoort slagroom en daar wordt niet karig mee omgesprongen. Nog even een tweede kopje en dan de weer op pad.

Bij het oude Gemeentehuis staat een fiere kerstboom met lichtjes. Een mooie plek om even een foto te maken. We zijn wel breed met zoveel. Met een panoramafoto lukt het wel. Een trapje erbij en schieten maar. Er flitsen meer telefoons. Na een kort oponthoud gaan we weer verder, de B.M-singel op. Hier hebben de bewoners weinig voor met kerst. Bijna geen versiering en vooral gordijnen dicht. Voor de kerk gaan we linksaf. Om daarna direct rechts te gaan. “Breng mij maar naar huis”, zegt mijn gast, “dan kan jij ook naar huis.” Waar de groep linksaf gaat rijd ik rechtdoor. Voor mijn gast en mij zit het erop. Ik zet haar thuis af en wens haar prettige feestdagen. Ze gaat met vakantie vertelt ze me en komt na de Nieuwjaar pas weer thuis. We hebben het droog getroffen. Buienradar heeft het goed voorspeld.

Ik neem mijn fiets mee en rijd naar Akkerleven terug. Ik moet mijn muts nog inleveren. Dan haal ik de groep in. Wanneer men binnenkomt is er een aardigheidje voor de vrijwilliger. Attent. De dekens, mutsen en wielverlichting wordt weer ingeleverd. Een geweldig leuk initiatief is weer voorbij.

Terwijl de bewoners naar de kamer gaan, is er voor de vrijwilligers nog een koffiemoment. Nog even napraten en dan is het echt voorbij.

De dank gaat uit naar de vrijwilligers, de verkeersregelaars, de sponsoren: Albert Heijn Buckers, de Dorpshoeve, Paviljoen ’t Middelpunt, de bakkers en natuurlijk niet te vergeten de groep van mensen die de voorbereidingen hebben gedaan. Dankjewel ook voor spontane Sante Cees die al bellend de groep begeleidde. Kerst kan komen, de gedachte eraan zijn nog dieper geworden. Een vredige kerst toegewenst.

353. Veel regen en mooie momenten

De regen valt met bakken tegelijk uit de hemel. De weergoden zijn ons niet goed gezind. Ik heb MUS-dienst. De eerste rit staat vroeg gepland. Om 09:00uur moet ik mijn eerste klant ophalen. Mijn buitentemperatuurmeter (mooi scrabble woord) geeft aan dat het 3,8° Celsius is. Ik twijfel of ik mijn handschoenen aan zal doen. De MUS heeft geen verwarming dus misschien is het wel handig. Ik haal om halfnegen mijn fiets uit de schuur. Ik heb al snel een natte haardos. Snel, snel fietsen naar Akkerleven. Daar aangekomen gaat de deur niet open. Begint er niemand zo vroeg, en wat is vroeg, het is 08:35uur. Wanneer ik op de bel heb gedrukt gaat zonder woorden de deur open. Ik wil snel doorlopen en loop met mijn snufferd tegen de volgende deur aan. Dan zie ik de mededeling dat deze deur pas open gaat als de eerder gepasseerde deur is gesloten. Het zomerse weer is ook hier voorbij of heeft het met de wintertijd te maken? Ik haal de sleutel, de telefoon en de kenteken papieren van de MUS op en wandel naar het onder stroom staande voertuig. Als ik de deur open ligt er een plasje water voorin. Via de zijkant aansluitingen zie ik een straaltje water naar binnen lopen. Ik trek de stekker uit de wandcontactdoos. Mijn dag kan beginnen.

Omdat ik inmiddels de ervaring heb dat de snelheid invloed heeft op de duur van de accu, rijd ik als een slak het terrein af. Ik ga niet harder rijden dan 30 km vandaag en hoop daardoor de dag uit te kunnen zingen. Door het slechte weer gaat het licht aan en de ruitenwissers constant op heen en weer gaan, ook dat heeft invloed. Er staat wel het e.e.a. gepland voor vandaag. Terwijl ik rijd beslaan mijn ramen. Ik kan zo niet vegen dat het raam schoon blijft. Gelukkig is er weinig verkeer op het fietspad.

De eerste klant haal ik op in Den Hoorn. Betrokken klant moet worden afgezet bij het Reinier de Graafziekenhuis. Na een vakantie heeft mijn passagier wat ribbreuken over gehouden aan een quadrit. Hij gaat voor controle terug naar het ziekenhuis. In Den Hoorn moet ik tot tweemaal toe tussen wat paaltjes door. Dat is centimeterwerk. Men verbaast zich erover dat we er zonder kleerscheuren tussendoor kunnen. Bij het ziekenhuis geef ik betrokkene een kaartje mee met het rechtstreekse nummer van de MUS. De receptie is zo vriendelijk om mij direct te bellen als betrokkene klaar is zodat ik snel de klant weer op kan halen.

Ik heb nu een half uurtje pauze en rijd naar huis.

Mijn volgende klant haal ik op in Schipluiden. Een vrouw van de Zonnebloem die haar cheque op gaat halen van de stemmenactie die de RaboBank heeft georganiseerd. Ik ben wat aan de vroege kant, mede gezien het feit dat ik tegelijk een andere klant op moet halen. Het is een zgn. combinatierit. Wanneer ik heb gebeld duurt het even voor mevrouw naar buiten komt. De regen valt en valt. Een goed gebruik is om mensen te helpen met in en uitstappen. Omdat ik denk dat het snel zal gaan wacht ik buiten in de regen. Wanneer mevrouw is ingestapt geeft ze te kennen dat ze zich wat opgelaten voelt in mijn karretje. “Is dit wel voor mij bedoelt?”, vraagt ze zich hardop af. Er staat nergens dat je niet mee zou mogen en er is plek. Dan door naar mijn volgend adres. Het is even zoeken waar mevrouw ook al weer precies woont. Wanneer ik het heb gevonden bel ik aan. De rollator staat al pontificaal te wachten onder het afdak. De schoenen van meneer liggen ondersteboven op de buitenmat. Na de bel, roept mevrouw dat ze er aan komt. Ook zij gaat naar het ziekenhuis. Ze gaat alleen. “Ik mag niet mee”, zegt meneer. “Nee”, zegt mevrouw, “hij houdt niet van wachten en het kan vandaag wel even duren.” Wanneer mevrouw is ingestapt gaat de rollator ook achterin. Dan gaan we op weg. Eerst het ziekenhuis, dan de RaboBank. Bij het Reinier moet ik op een kaartje schrijven wat mijn rechtstreeks nummer is. Mevrouw heeft voor mij een potloodje, omdat de balpoints liggen verstopt. Wat ik wel vind is de anticondens spuitbus. Dat scheelt een slok op een borrel. Wanneer mevrouw klaar is belt ze me. Nu naar de Rabo om de andere vrouw af te zetten. Ik spreek met haar af om rond de klok van 11 weer terug te zijn.

Bij mijn schoonmoeder in Den Hoorn vind ik deze keer de koffiepauze. Hierdoor hoef ik niet helemaal naar Schipluiden en ben ik snel bij het ziekenhuis als er wordt gebeld.

Wanneer ik een half uurtje aan de koffie zit gaat de telefoon. Mijn eerste klant kan worden opgehaald. Ik ga opnieuw op pad. Bij het ziekenhuis staat er een file voor de parkeergarage. Ik ben blij dat ik daar geen gebruik van hoef te maken en te mogen staan op de afhaalplek. Mijn MUS-meerijder komt al aan wandelen. Ik breng hem weer naar huis. Hij heeft geen leuke boodschap gehad, als chauffeur van de MUS ben je de eerste uitlaadklep. Als ik de man heb thuisgebracht kan ik direct door naar de Rabo. Mevrouw komt met een mooie cheque naar buiten. Ik breng haar blij naar huis terug.

Ik ga wederom terug naar schoonmama. Mijn volgende rit start in Den Hoorn. Op tijd ga ik een vrouw ophalen. Zij heeft na 46 jaar huwelijk haar man moeten achterlaten in een verzorgingshuis. Na lange tijd zelf de verzorging te hebben gedaan is er geen terugweg meer. Als ze instapt ruik ik een lekker geurtje uit een van haar tassen. “Ik heb drie appeltaarten gebakken”, zegt ze. “Ik ga die oudjes lekker verwennen.” We hebben een indrukwekkend gesprek. Ze woont alleen en is blij met een luisterend oor, zegt ze. De rit gaat sneller dan mij lief is. Ik wil haar nog zoveel aanbieden, maar we zijn gearriveerd. “Tot 16:00uur”, zegt ze als ze het verzorgingshuis binnenwandelt. De appeltaarten gaan mee.

Omdat de accu toch harder leegloopt dan gedacht besluit ik om de MUS aan de prik te hangen. Ik heb zo’n anderhalf uur, dan kan het voertuig wat opladen. In de stromende regen fiets ik huiswaarts.

In afwachting van het telefoontje uit het ziekenhuis wacht ik het nu verder thuis af. Even een broodje eten en dan de middagsessie. Het telefoontje uit het ziekenhuis blijft uit. Waarom? Duurt het dan zo lang? Ik waag er een telefoontje aan en bel het telefoonnummer van mevrouw. Ze neemt zelf de telefoon op. Hoe kan dat? En waarom niet even gebeld dat ik niet hoeft te wachten? Ik vergeet er naar de vragen.

Om 14:00uur haal ik mijn vaste klant op. Altijd op dinsdag om 14:00uur staat de afspraak om meneer op te halen en bij Albert Heijn af te zetten. Daarna naar het appelvrouwtje voor het oude gemeentehuis. Wanneer ik in Akkerleven aan kom, zie ik geen klant, waar hij doorgaans al op zijn rollator zit te wachten. Ik wacht het even af. Als het echter een kwartier wordt vraag ik aan de receptie om hem te bellen. Hij blijkt een ‘slaapie’ te hebben gedaan en wordt wakker geschud door een verpleegkundige. Hij komt naar beneden. Dan komt direct de humor van de man weer naar boven en maakt hij zich er met een grap vanaf. We gaan op weg naar supermarkt die op de kleintjes let. Wanneer er een jongeman op een scooter van links komt denk ik mijn voorrang te krijgen. Dat is echter niet het geval. De jongeman rijdt met zijn voorband zachtjes tegen mijn deur. Hij steekt zijn middelvinger op. Ik weet dat het regent, maar daardoor veranderen de verkeersregels nog niet. De oude man naast me maakt er wederom een grap over. Bij Albert Heijn haal ik een winkelwagentje, zijn rollator, dan ga ik in het halletje achter de ingang staan. Mijn jas is nat, mijn handen en mijn voeten koud en hier brandt de kachel. Aan de overkant het appelvrouwtje. “Ga jij effe”, zegt meneer, “hier is mijn portemonnee. Ik wil 15 appels. Het meissie weet wel welke.” Ik doe wat me wordt opgedragen. Dan kunnen we terug naar huis. Nog een ritje, mevrouw ophalen uit het verzorgingshuis en haar dan weer naar huis brengen.

Om 10 voor vier ben ik al bij Akkerleven. Ik kijk op het gemak het aangeboden fotoboek door dat op de tafel ligt. Herkenbare plekken die men heeft vastgelegd en zo veel doet met mensen die niet meer echt in de maatschappij staan en zich soms het verleden nog wel herinneren en het heden niet.

Om 16:00uur exact komt mevrouw naar beneden. Ik help haar met instappen. Het tasje met de appeltaarten is er niet meer bij. Ik ga in gesprek met mevrouw, dan vertelt ze dat ze vandaag jarig is. Daarom wilde ze de mensen trakteren. Ze heeft geholpen met eten geven, ze heeft met bewoners gesjoeld, gesprekken gevoerd. Een mooi gesprek dat ik met haar kan voeren. Bij thuiskomst geeft ze aan dat haar zonen haar op komen halen. Ze hoeft niet te koken vanavond en wordt mee uit eten genomen.

Mijn dag zit erop als ik naar huis rijd. De regenachtige dag hebben me weer mooie contacten opgeleverd. Een luisterend oor heb ik geboden. De kou is uit mijn handen, mijn lichaam gloeit. Wat mooi dat ik me vandaag weer verdienstelijk heb mogen maken.

336. Houden Waterschappers niet van water?

In mijn activiteitenkalender staat een solexrit van Waterschappers gepland. Mensen die ik ken en oud-collega van mij zijn geweest. Ik heb er zin in.

Ik haal mijn Tuinderijshirt en -jack naar beneden. Er staat een beetje wind en het zonnetje zorgt voor een lekker temperatuurtje. Nog even wat gel in mijn haar en dan op de bike. Een lekker voordewindje. In het Westland hangen donkere wolken. Het zal toch niet gaan regenen? Op de site van het waterschap wordt aangegeven dat er voorgemalen is. Men verwacht veel regen.

Bij de Tuinderij staan de solexen netjes in het gelid opgesteld. De groep Waterschappers zit nog aan de lunch. Ik loop even bij hen naar binnen. Er is direct herkenning. Wat leuk. Dan terug naar de werkplaats voor de gele hes en de houder voor de portofoon. Ook ik wil een leren jasje scoren. Inmiddels begint het zachtjes te spetteren. De donkere wolken trekken over de kassen van het bedrijf. De solexgroep moet worden opgehaald voor de leren jas, de helm enne, de regenbroek. In de hoek van de giga kleedruimte hoor ik al gemor. “Ik ga echt de regen niet in”, zegt een van de mannelijke solexer. Ik kijk hem aan. “Je bent Waterschapper, toch?”, zeg ik hem, “en dan niet de regen in.” Wat zijn dit voor mannen die bij een Hoogheemraadschap werken?

Het duurt lang voor de juiste jas gevonden is. Nog een en nog een en dan nog een ander. De keuzemogelijkheid is kennelijk te groot. Een vrouwelijk deelnemer twijfelt of ze mee gaat rijden omdat ze het eng vindt. Ik kan haar overtuigen dat dit best meevalt. We rijden zo hard als de langzaamste solexrijder. Ze vindt een jas en trekt hem aan. De fototoestellen komen tevoorschijn. De historische beelden moet worden vastgelegd. Wanneer bijna iedereen een jas heeft gevonden, is het wachten op nog een deelnemer. Hij moet van een cursus komen en heeft nog niet gegeten.

De tijd loopt verder. Waar gestart moet worden om half drie is men om tien over halfdrie nog niet klaar. De cursusganger is inmiddels binnen, is de grootste en zwaarste van alle deelnemers. Een jas vinden is een crime. Hij krijgt zijn broodjes voorgeschoteld en propt deze naar binnen. Het is te hopen dat de kroket niet te heet is, anders brandt hij zijn gehemelte. Nu de jas nog. Er is er slechts één die redelijk past. Niet de fraaiste en waterdicht zeker niet.

Eenmaal buiten kan de uitleg gebeuren. De regen valt met dikke druppels naar beneden. Ook voor mij een leren kapje op het hoofd en een regenbroek. Mijn gehoorversterking mag niet nat worden. Na de uitleg vertrekken voor het oefenrondje. Dat gaat niet lekker. Het hoost van de hemel en als je solex dan niet starten wil, is dat niet leuk. Medewerkers springen bij. Het eerste oefenrondje lukt met vijf van de eenentwintig rijders. De rest komt niet weg. Weet niet hoe het moet of denkt dat gas geven de oplossing is zonder de motor op de band te zetten. Ook mijn eigen solex weigert plots. Regen, ik weet het niet. Ik ga terug om een andere solex op te halen.

Dan op weg. Slechts tien deelnemers volgen. De anderen komen maar niet, terwijl de regen met bakken naar beneden valt. ‘Niet de leukste rit’, gaat door mijn hoofd. We wachten op de brug en zien in de verte nog wat solexrijders aankomen. Dan een melding dat een van de rijders heeft besloten niet mee te gaan. De regen? Geen idee. Er wordt gemopperd op het weer en dat voor mensen die altijd met water bezig zijn. Ik krijg een signaal om gas te geven, daar gaan we dan eindelijk.

Het houdt op met hard regen, de druppels worden nog groter. Mijn schoenen zijn van lichtbruin in donkerbruin veranderd. De regenbroek is te kort en de onderkant van mijn spijkerbroek is zeiknat. De grote man komt naast mij rijden. “Heb je het een beetje naar je zin, nu je met pensioen bent”, vraagt hij. Ik kan het beamen. Het is leuk, maar nu even niet, ook voor mij niet.

Door de late start komt het schema van stops in de knoei. De rit moet worden aangepast. Ook de locatie verwacht op een bepaald moment de groep. Er is intussen al een solex gewisseld, de beugel van de motor is afgebroken. Ook krijg ik te horen dat de man met de grote jas doorweekt is. Er is geen reserve materiaal voorhanden.

Aangekomen bij het Raadhuis is men makkelijk. Natte jassen en broeken mogen worden uitgehangen. Als de jassen uitgaan blijkt dat er geen jas waterdicht is. Shirts vertonen vele natte plekken. Na een kopje koffie en een appeltaartje met een flink schep echte slagroom voor onze gasten, gaan we weer op pad. De regen is gestopt. De regenbroeken en kapjes gaan achterop de bezemwagen. De grote jas besluit om aan zijn blouse te gaan rijden en bij de Tuinderij af te haken. Nu zijn de solexrijders gretig en gaan voor mij uit rijden. Dat is niet de bedoeling. Gelukkig hebben we er een bromfietser bij rijden, hij kan de groep terug manen.

Als we de Tuinderij passeren verliezen we wederom een rijder. Hij heeft het koud gekregen en gaat naar binnen. We nemen een korte route naar de volgende stop. De Witte in de Lier. Onderweg vraagt men waar we zijn. Dit zijn duidelijk niet allemaal buitenmedewerkers.

Bij de Witte een drankje en dan op weg naar de thuisbasis. Dat gaat snel, al zijn er altijd langzame rijders die afstand willen houden en het gas niet open durft te trekken.

In de buurt van de thuishaven wordt nog eenmaal vaart gemaakt. Dan het terrein op en de loods in. De solexen gaan op de standaard. Iedereen is inmiddels weer droog. De stemming is goed, de regen is vergeten.

Het is verzamelen voor de groepsfoto en dan gaan de jassen terug op het rek. De regenbroeken en kapjes krijgen een plekje om te drogen, terwijl het gezelschap naar de warme maaltijd gaat. Nog even een diploma uitreiken en dan is het voor de begeleiders van de solexen afgelopen.

De man met het diploma heeft nog een tip. “Kunnen jullie geen oortjes verstrekken en wetenswaardigheden over het gebied vertellen.” Een goede suggestie, iets voor de ideeënbus. Al zal iedere solexbegeleider zich dan wel moeten inlezen.

Na een dankwoord van een der deelnemers voor de leuke rit, nemen we afscheid. Het is te hopen dat het niet verder gaat regenen, dan kan de groep Waterschappers op het gemak genieten van de warme prak en hoeven niet naar de Calamiteitenorganisatie van hun bedrijf.

234. Regen, regen, regen

Hoe komt het toch dat wij op vakantie altijd regen hebben? Voor het zesde vakantiejaar op rij vallen de buien gestaag naar beneden. Zegt de weerman dat er plaatselijk een bui valt, dan valt deze altijd net plaatselijk in de plaats waar wij vertoeven. Zegt de weerman dat het in het zuiden gaat regenen, dan hebben wij die plek net besproken. Valt er hier en daar een bui, dan is het steevast ‘hier’.

Gek worden we ervan. “Dan moet je niet in Nederland boeken”, hoor ik vrienden en collega’s regelmatig zeggen. Maar waarom valt de regen juist niet in de week ervoor en/of de week erna, maar precies in de week dat wij er zijn. Machteloos moet ik ook nu weer toekijken hoe de regendruppels opspatten op de tafel. Een klein vogeltje trippelt door een grote plas. “Goed voor de natuur”, zegt mijn overbuurman op het vakantiepark. “Ja, mehoela”, dat kan toch ook in de andere weken. Hij heeft er jaarrond een chalet en woont op fietsafstand, nog geen 40km, hiervan. Zint het hem niet dan crosst hij naar huis om die droge week later terug te komen.

Het gras is groen, de bomen en struiken staan erbij als nooit te voren. De eigenaresse heeft er schik in. “Het is hier zo prachtig”, zegt ze. Ja dat zie ik ook, vanachter de ramen of onder de luifel. Aanstalten maken om naar buiten te gaan is er niet bij. Met pijpenstelen komt de regen naar beneden. “Je kunt een overdekt winkelcentrum opzoeken”, is het advies van onze tijdelijke buurvrouw. Ja, zou kunnen, maar een week winkelen wordt wel eentonig. Eens ben je uitgekeken, het geld op, of heb je alles wat je hartje begeert.

We spraken af met iemand die had gezegd: “Je moet tegelijk met mij op vakantie gaan, dan komt het goed.” Ook hij heeft dit keer geen geluk, ook hij heeft regen. Zit op 1200km bij ons vandaan en klaagt steen en been. “Komt door jullie,” schreef hij mij. Nu ‘geniet’ ik ook van wat jullie elk jaar hebben. Ligt het dan echt aan ons.

De barbecue staat te wachten in het schuurtje. Het vlees is de vriezer weer ingegaan. Het nodigt niet uit om buiten te gaan zitten en gezellig aan een stukje vlees te knabbelen of aan een biertje te tjolken. Ik denk erover om het maar in de koekenpan te doen. De TV aan, een kaarsje aan een boek erbij en binnen genieten, van wat er buiten valt. De meegebrachte Jan van Haasterenpuzzel ligt al bijna af op tafel. Terwijl ik schrijf: “Whupup”, de melding dat de volgende bui er aankomt. Buienradar maakt bij ons tijdens de vakantie altijd overuren.

Ik weiger om tijdens de vakantie de auto van de staplek bij het chalet te rijden. Fietsen is het motto. Op verschillende plekken kochten we ooit een poncho omdat we dachten dat we wel een uurtje zouden kunnen fietsen zonder regen. Het zijn van die wegwerp dingen. Een keer gebruiken en dan goed voor de plasticbak. Een regenpak meenemen is, dacht ik, de goden verzoeken. Toch geloof ik dat ik het pak maar standaard in de fietstas meeneem. Elk jaar opnieuw.

Als ik naar mijn werk fiets heb ik het pak altijd bij mij. Zelden komen de schoentjes, de broek en het jasje uit de felblauwe zak. Ben ik dan echt zo naïef om te denken dat het dit jaar wel lukt zonder regenpak.

Vandaag hebben we besloten dat we niet meer in Nederland op vakantie gaan. Nou in augustus a.s. dan nog een keer. Maar daarna wordt het een vliegtuig. Ik hoop alleen niet dat de bui aan een touwtje aan mij verbonden zit en ons ook daar ‘schoon’regend. 

Mijn auto staat er weer stralend bij de harde druppels hebben het stof en zand van het mobiel afgeregend. Straks naar huis rijd ik met een blinkende auto. Dat is het enig voordeel van regen.

Fijne vakantie mocht je nog gaan, maar doe het pas de volgende week, want vrijdag gaan we pas naar huis.

80. Dijkinspectie

Door de grote droogte heeft mijn werkgever, Hoogheemraadschap van Delfland, de dijkinspectie ingesteld. Met twee mensen loop je op en onder de dijk langs het water om te controleren of er door te weinig regenval scheuren zijn ontstaan in kades en dijken. Op 10 augustus jl. mocht ik er ook aan deelnemen.

Aan het begin van mijn vakantie komt er een e-mail langs waarin wordt gevraagd om je op te geven voor dijkinspectie. Omdat mijn vakantie slechts één dag oud is en ik niet kan vermoeden dat de periode van droogte zo lang zou aanhouden verwijder ik het e-mailtje. Als ik na mijn vakantie terugkom blijkt dat, ondanks mijn verregende vakantie, de dijkinspecties nog steeds doorgaan. Als één van mijn collega’s aangeeft op vakantie te zijn als hij een dienst moet lopen, bied ik me spontaan aan om zijn dienst over te nemen. Omdat ik echter het eerdere e-mailtje heb verwijderd weet ik niet goed hoe laat ik waar moet zijn en wat er van mij wordt verwacht. Te laat stuur ik één dag voordat ik ‘dienst’ heb een e-mail naar de coördinator van de activiteit. Er wordt niet meer op gereageerd.

Op de dag dat ik mee moet lopen met de dijkinspectie ben ik al vroeg op het werk. Aan één van mijn collega’s vraag ik of hij weet hoe laat ik waar moet zijn. Tot mijn schrik blijkt dit in Kijkduin te zijn. Omdat ik op de fiets naar mijn werk ben gegaan zal het me niet lukken om op tijd op de locatie te komen. Ik krijg de suggestie mee om bij één van mijn naaste collega’s te informeren die ook is ingedeeld. Ik ga naar hem op zoek, maar hij blijkt rechtstreeks te gaan. Ik baal, verdorie waarom heb ik niet eerder gereageerd. Als ik langs de receptie loop krijg ik een ingeving. Misschien is er iemand die een auto heeft gereserveerd om naar Kijkduin te rijden. Dat blijkt zo te zijn. Betrokken reserveerder heb ik eerder die ochtend gezien, hij is dus nog niet weg. Ik besluit hem te bellen. Tot tweemaal toe lukt het me niet om hem te bereiken. Ik ga in het gebouw naar hem op zoek. Hij blijkt de nodige cafeïne tot zich te willen nemen en staat bij de koffieautomaat. Als ik hem vertel graag met hem mee te willen rijden is de deal snel gemaakt.

Met de Delflandse auto rijden we richting Kijkduin. Daar aangekomen blijken meer collega’s te zijn uitgenodigd. Ook mensen van de dijkbewaking, burgers die zich spontaan hebben aangemeld en schouwmeesters zitten in de kantine wachtend wat er voor briefing zou komen. Men begint met de indeling van de teams. Er worden tweetallen gevormd. Één iemand die kennis heeft van dijken en kades en iemand die dat niet heeft. Ik heb dat dus niet. Die ochtend zullen er 18 teams lopen. Ik word gekoppeld aan iemand van het Projectenbureau.

Er worden tassen uitgedeeld met daarin: een gebiedskaart, een meetlint, veiligheidshesjes en een smartphone. Na te hebben verteld wat de bedoeling is, krijgen we uitleg over de app. die is geïnstalleerd op de telefoon. Een ingewikkelde en soms wat omslachtige activiteit. Gelukkig is er een A4-tje waar de instructie op staat. Uit een evaluatie kan de app. mogelijk worden aangepast, waardoor het simpeler kan. Na de uitleg kunnen we vertrekken. Ik loop met mijn collega naar de auto en neem onderweg de prikstok en een tasje met voedingsmiddelen mee. Dat is prima geregeld.

We moeten naar Nootdorp. De TomTom wordt ingesteld en we rijden naar de plaats der controle. De controle moet gebeuren aan de overzijde van het water, dat betekent dat je regelmatig op privéterrein van mensen komt. Als we de auto hebben geparkeerd lopen we langs de kade die hoog begroeid is met grasstengels, brandnetels, stekels en distels. Gelukkig heb ik een lange broek aan, want anders is het een pijnlijk klusje. Als we op de kaart kijken ontdekken we dat een deel van de kade die rood is aangegeven, het gebied dat we moeten controleren, niet (meer) bestaat. Is de kaart wel bij. Goed om er een aantekening van te maken. We stappen naar de overkant en klimmen over een hek heen om in de tuin van een bewoner onze controle te doen. Als we verder willen lopen, kunnen we door een schuur die er staat niet aan de slootkant komen. Een vrouw die er aan haar koffie zit, is bereid om de deur van de schuur van het slot te halen en ons door te laten. Een maal door de schuur heen komt ook haar man achter ons aan. “Kenne jullie ook iets aan die kreeffies doen”, vraagt hij, “het is hier stinkwater van die beessies”. We leggen uit dat we hier niet van zijn en alleen de controle op scheuren doen. We lopen verder en verlaten een eindje verder de tuin. Opnieuw is het door het hoge gras banjeren. Mijn schoenen zien er inmiddels niet meer uit, zijn drijfnat evenals de onderkant van mijn broekspijpen. We lopen verder proberen de kaart te volgen maar stranden als we opnieuw een stukje missen. De app. Kaarten op mijn Iphone wordt opgestart om te kijken of we op de juiste locatie zijn beland. Dat blijkt zo te zijn, maar de kaart is niet in evenwicht met wat de app. Kaarten aangeeft.

We gaan naar de volgende locatie zo’n 3,5km verderop en zetten de auto langs de weg. Het is niet altijd even makkelijk een logische parkeerplek te vinden. Een kaartje met een tijdelijke ontheffing biedt op zo’n moment wel voordelen. Opnieuw lopen we over privéterreinen, moeten over hekken klimmen en lopen door zompig delen van de kaden. Doordat hekken klimmen niet even gemakkelijk gaat schieten we er soms tussendoor. Als we over een mooi aangelegd terras lopen blijkt er kortgeleden een hemelwaterafvoer te zijn aangebracht. Dwars door de kade heen mondt deze uit net onder het wateroppervlak. Er wordt een foto van gemaakt. De overige terreinen blijken na inspectie geen scheuren te bevatten.

Opnieuw verplaatsen we ons. Bij het eerste terras waar we over heen lopen komt de eigenaar naar buiten. Hij wil weten wat we doen. We leggen het uit, waarop de man alleen even blijft kijken en weer vertrekt als we zijn terrein af zijn. Aan het eind van onze controlestrook staat een hek. Die barrière kunnen we niet nemen. Het bedrijf is dicht. We doen geen moeite, nemen een foto van het object en gaan terug naar de auto.

Van wandelen krijg je honger. Terug bij de auto wordt de goedgevulde etenstas geopend. Lekkere broodjes, een gevulde koek, een stukje fruit en wat te drinken doet ons goed. Heel even nemen we een korte pauze om vervolgens naar de volgende locatie te gaan.

Dan wordt het zoeken. De in de TomTom aangegeven locatie leidt ons naar een straat waar een water aan ligt, maar niet voorkomt op onze meegebrachte kaart. We stappen uit en nemen de moeite om deze locatie ook maar even te controleren. De beschoeiing ligt zo’n anderhalve meter van de slootkant af. De kant tussen de sloot en de beschoeiing is met klei en zand aangevuld, waardoor er een vreemde waterkant ontstaat. Halverwege de sloot staan in het midden van de watergang twee verdwaalde palen. Wat ze er doen en wat voor dienst te hebben, geen idee. Tijd voor een fotomomentje. Ook hier is de walkant overwoekerd met hoog gras en andere begroeiing waardoor moeilijk is te zien of er scheuren zijn. Ik moet wel oppassen met lopen, want de walkant tegen de stoep aan ligt zo’n 30 cm hoger dan aan de andere kant van de beschoeiing. Bij een misstap lig ik in het water.

Na deze controle gaan we op zoek naar ons volgende controlepunt. Er is weinig mogelijkheid tot parkeren. Mijn chauffeur doet dat op een privéplek. We lopen ook hier weer door het hoge gras. Fijn die natuurlijke begroeiing, maar voor de controle is het lastig. We vinden opnieuw geen scheuren.

Nu naar de laatste watergang. We kunnen het niet vinden, omdat het straatnaambordje dat op het kaartje wel staat aangegeven, ontbreekt. We houden de app. Kaarten naast de meegebrachte kaart en vinden uiteindelijk de kade. Na over hekken en schrikdraad te zijn geklommen schiet ik met mijn voet in een gat. Ik vertrouw het niet en steek mijn prikstok in het gat. Dan is het even flink doorlopen, want ik heb zitten rommelen in een wespennest. Niet gestoken wandelen we verder en klimmen opnieuw over een hek. Een boer die wat verderop aan de koffie zit, ziet ons aankomen en loopt ons tegemoet. “Zo, zijn jullie er nu al weer”, zegt hij, “In vier weken tijd zijn jullie het vierde paar dat hier op bezoek komt.” We geven aan dat het door de droogte hard nodig is dat er gecontroleerd moet worden. “Kijk je gelijk even naar de afzetting die ik heb geplaatst”, gaat hij verder. “Vorige keer waren hier twee dames die zeiden dat ik mijn schapen van de dijk moet houden, dat heb ik zo toch netjes gedaan.” De schrikdraadafrastering staat er, dus dat is prima in orde. Dan klaagt de man over al het puin dat in de dijk is gestort bij het vernieuwen van de kade. “Ik heb nou al twee keer mijn messen van mijn maaimachine kapotgereden op de stukken beton die in de dijk zitten. Het bedrijf dat deze kade heeft vernieuwd heeft er lekker aan verdiend en ik zit met de stukken.” Ik maak wat foto’s en beloof hem dat ik het door ga geven. “Hoor ik er dan nog wat van”, vraagt de man. Ik beloof hem nogmaals, andere hebben hem dit ook al gezegd, dat ik het zal doorgeven, ik hoop dan dat mijn collega’s van Waterbeheer e.e.a. met hem zullen terugkoppelen. “Nou succes verder”, zegt hij, “mijn koffie staat koud te worden”. Hij draait zich om en sloft over het weiland terug naar de koffietafel.

Hiermee is onze laatste locatie ook gecontroleerd. Terug naar Kijkduin. We vonden op geen enkele locatie sporen van scheuren.

Bij onze startlocatie geven we de tas met inhoud terug, ook onze prikstokken gaan terug in de kruiwagen. We melden ons af en geven de bevindingen die we onderweg hebben geconstateerd door. Hierop rijd ik met mijn collega terug naar het hoofdgebouw in Delft. Ik bel onderweg nog even met mijn collega waar ik eerder mee naar Kijkduin ben gereden. Hij geeft aan dat hij flink wat scheuren heeft ontdekt bij Schipluiden. Ook de volgende dag hoor ik van andere lopers dat er sporen zijn gevonden. Goed dat we dus gelopen hebben.

Het is intussen half vier. Ik voel de kilometers in de benen, maar moet nog tot kwart voor vijf. Langzaam aan heb ik moeite om mijn ogen open te houden, maar ik houd vol. Zo’n dag is eigenlijk net zo intensief als de dag waarover ik eerder schreef toen ik naar Latin Village ben geweest. Om kwart voor vijf keer ik terug naar huis. De trapondersteuning gaat op de hoogste stand. Ik heb er niet veel zin meer in, maar kan terugkijken op een leuke dag. Er is sprake van teambuilding, samenwerken met collega’s die je anders niet ziet en allemaal voor hetzelfde doel: Droge voeten. Mocht ik volgende keer weer nodig zijn, dan ben ik van de partij. Ik neem wel andere schoenen mee, want blauw suède met grasplekken is niet in de mode.