377. Fietsen voor m’n eten doe je op de Huishoudbeurs

Opperfietser Marja van Fietsen voor m’n eten zoekt mensen die met haar mee willen naar de Huishoudbeurs. Niet om met een truttenkarretje of plastic big-shopper langs de diverse kramen te lopen en thuis alles weer in de vuilnisbak te sodemieteren, maar om een kraam te bemensen. Fietsen voor m’n eten staat samen met Boerenfluitjes in hal 7 op de stand van het NAGF, Nationaal Actieplan Groente en Fruit. ‘Leuk’, schrijft mijn lief. ‘Is dat een ja’, reageert Marja. En dan gaat het balletje rollen. Er zijn nog meer ja-ers. En binnen korte tijd heeft ze voor de drie dagen mede-enthousiastelingen die met haar het project Fietsen voor m’n eten willen promoten. Er vindt een levendige correspondentie plaats, waarop een messenger praatgroep wordt aangemaakt. Mijn lief heeft zich inmiddels voorgenomen om met Marja mee te reizen. Ja, je wordt opgehaald en nee, je hoeft er niet op eigen gelegenheid heen. En zo volgt de ene na de andere reactie.

De voorbereidingen zijn eigenlijk nog in volle gang. Het staat allemaal nog niet helemaal duidelijk vast. Het zou leuk zijn als iedereen in dezelfde outfit gaat. Maar hoe en wat? Marja heeft wel al leuke sleutelhangers van fietsjes gekocht die kunnen op de kleding worden bevestigd met een veiligheidsspeld. “En”, zegt ze, “ik maak naamplaatjes met het logo van Fietsen voor m’n eten.” Marja ventileert haar idee: Als we een donkerblauwe broek aan doen met een lichtblauw bloesje en sportieve comfortabele schoenen, want het grootste deel van de dag zul je staan, dan is dat een mooie geheel. Lukt dat jullie? Zelf doet ze haar witte sneakers aan om het sportieve van het fietsen te laten zien.

Ze zijn er nog niet helemaal uit. Wie heeft er een lichtblauw bloesje of een witte? Er wordt wat heen en weer geschreven. Dan komt het logo op de proppen. Daar moet je wat mee kunnen. Het treft wij hebben een hele lieve en handige buurvrouw, Joke, die T-shirts bedrukt. Joke is van Schoneveld Interieur. Misschien kan zij helpen. Marja stuurt het ontwerp van haar gedachte. Het wordt doorgestuurd naar onze Joke en binnen een uur heeft ze een ‘oké, doe ik’. Het wordt een wit T-shirt met aan de voor- en achterkant een opdruk. De matentabel gaat over internet en binnen no-time is de bestelling gepleegd. Joke kan aan de gang.

Als het eerste exemplaar klaar blijken de shirtjes dun van stof. Het is daarom wel handig om er ook een shirt met lange mouwen onder dragen. Inmiddels gaat Marja en Ester, van Boerenfluitjes verder met maken van promotiemateriaal voor hun stand. Er worden kaartjes gemaakt en een poster voor op de fiets, want die gaat uiteraard mee. De fiets is het belangrijkste attribuut van de actie. Er wordt een badge gemaakt voor op borsthoogte en er komen kaarten van het gebied en dan is het klaar.

Dan komt er een ziekmelding. De man die zondag meegaat meldt dat hij helaas niet mee kan. Brutaal weg vraagt Marja aan mijn lief of ik er geen interesse in heb. Anders moet ze opnieuw een oproep doen voor kandidaten. Wilma springt direct voor mij in de bres. Ik zal het vragen maar heb je dan wel zo’n groot shirt. Dat blijkt er te zijn. Er staat wel ‘Marja’ in. Ik heb al aangegeven dat ik het leuk vind om er naar toe te gaan, maar dan als bezoeker. Nu komt er echter een andere kans. Ik grijp die kans aan. “Maar gaat ie dan wel een leuk stukkie schrijven”, vraagt Marja. ‘Jaaaaa’, schrijft mijn echtgenote.

Een wit onder-shirt met lange mouwen heb ik niet. Vrouwlief gaat op winkeljacht. Warempel ze vindt een mooi shirt bij de Hema. Slim Fit, Organic Cotton Stretch, staat er op de verpakking. Marja geeft het een duim en nog milieubewust ook, schrijft ze.

Voor mijn echtgenote begint het avontuur op vrijdag de 22 februari. Ik mag nog twee dagen wachten. Rond de klok van negen staat Marja voor de deur. Ze heeft haar fiets achterop geladen. Het avontuur kan beginnen. In de loop van de dag stuur mijn vrouw wat berichtjes. ‘Het is vermoeiend’, schrijft ze. Het is ook een lange dag. Van 11:00 uur in de ochtend tot 10:00 uur in de avond. Gewoon een volledige werkdag met overuren. Als ze ’s avonds thuiskomt is het kaarsje dan ook al heel snel uit. De volgende ochtend bij het opstaan brandt beneden het licht nog. Ze was echt op.

Voor mij begint het op zondag. Mijn fiets moet mee. Wanneer ik een appje krijg met de woorden: we zijn er, neem ik mijn fiets mee naar vooraan de straat. Ik laad hem achterop en stap achterin de grote bolide. Daar gaan we, drie vrouwen en ik. Ester, Trudy, Marja en uw blogger. Onderweg vertelt Ester over haar project Boerenfluitjes. Hoe de connecties liggen tussen de twee projecten begrijp ik nog niet helemaal. Het heeft met eten te maken, dat is me duidelijk. Ik ga het beleven.

Aangekomen bij de RAI zijn we niet de enige. Ik haal mijn fiets van de drager en wandel met de dames mee naar binnen. Het is kennelijk niet vreemd als je met de fiets naar binnen wandelt, want niemand zegt er iets van. Er is al volop bedrijvigheid. Kramen worden weer ingericht, jonge mensen komen tegenover ons te staan, trekken hun witte shirt aan en verkopen Red Bull en dan bedoeling ik geen rode stier. Wel een contrast met het project om op een gezonde manier eten te halen en de energyverstrekker. Het is de foodhoek daar hoort het hele arsenaal van groente, fruit, en dranken bij.

We versieren mijn fiets met een slinger koninklijk oranje vlaggetjes en een slinger met gekleurde driehoeken. Mijn fiets is tevens de buffer tussen de plek die we bezetten en de wandelroute. Er werden op Marja’s fiets zoveel suggesties opgehangen van eetstalletjes, dat er een tweede bij moet komen en ook omdat men hutkoffers, truttenkarretjes en complete reiskoffers vult binnen onze stand. Er lopen mensen rond met koffers waar een vader en moeder met 12 kinderen mee op vakantie kunnen. Door de tweede fiets hebben we hiermee een mooie eigen plek. Eenmaal geïnstalleerd gaat het ‘Fietsen voor m’n eten’ shirt aan, en krijgen we de verdere instructies. Mensen aanspreken en bij hen een tip/locatie ontfutselen waardoor de site van fietsen voor m’n eten Nederland wijd wordt. Van Den Helder naar Maastricht van Aduard tot aan Sas van Gent.

Om 11:00uur gaan de deuren los en komt de meute binnen. Het is de mensen aankijken. Die kan ik wel en die hoef ik niet aan te spreken, al kan je je daar ook in vergissen. Red Bull drinkers zijn overwegend geen fietsers heb ik begrepen. Maar bij mijn allereerste ‘klant’ is het al direct raak. Midden-Beemster komt mevrouw vandaan. “Kaas, meneer, en eieren en vlees.” Mooi die kunnen we prikken. “Heeft u ook een adres”, vraag ik mevrouw. “Even aan mijn dochter vragen”, zegt ze. Die haalt haar telefoon tevoorschijn. Zo heb ik een exacte locatie. “Trouwens”, zegt mevrouw, “de kaas hier kan niet tippen aan de onze.” Ik verwijs haar nog even naar de Garlic-Stand die naast mij staat, waar men kaas met zwarte knoflook verkoopt. Maar eerst moet ze die pin in het bord planten. We hebben een kaart van Nederland staan waar men hun toplocatie mogen markeren door er een stekertje in te prikken. “Goed initiatief”, zegt mevrouw. Mijn eerste contact is lekker gelopen. Er zouden er nog velen volgen. Ik maak contact met Jerry Moerman en Maurice Wubben, beursdieren. Zij hebben er voor gezorgd dat Marja en Ester een plekje op de beurs hebben gekregen. Zij richten stands in. Helemaal leuk is dat Maurice onze zoon René kent. “Toffe peer, benaderbaar en zo gewoon gebleven. Doe hem de groeten”, zegt hij. Tijdens de dag pikken we er mensen uit. Jongeren voelen er niet zo voor. Dat begrijp ik niet. Maar ‘men heeft geen tijd’, ‘de supermarkt is lekker dichtbij’, ‘ik fiets nooit’, ‘ben je wel wijs, joh’. Ja ik heb het allemaal voorbij horen komen. Wanneer ik iemand aanspreek die er niets voor voelt en ik zeg dat het zo gezond is, wrijft hij over mijn buik. “Ik zie het”, zegt hij met een big-smile. “Ben je nu ook op de fiets”, vraagt een jolige vent. “Nee” antwoord ik hem. “met de fiets, we hebben hem meegenomen”. Over het algemeen zijn het toch ouderen die mee willen denken en adressen weggeven.

Tijdens de beurs bedenk ik me dat mijn fiets ooit naar Amsterdam zou gaan. Mijn oudste heeft een barrel die je normaliter al niet meer alleen tegen een boom zou durven zetten in de wetenschap, dat, al zet je de fiets niet op slot, nooit gepikt zou worden en zou vereenzamen. Hij wil mijn oude graag hebben. En nu ie toch in Amsterdam is, kunnen we misschien een deal maken dat de fiets hier blijft. Het is even wat appen en communiceren, maar dan komt het goed. “Als je hem aflevert, loop ik wel mee hoor”, zegt Marja. Geen enkel probleem. Hij is immers toegankelijk en bladibladi. En een selfie met een ‘bekendheid’, staat goed op je FacebookCV.

Tussendoor is het een snack-komkommertje eten een peer ophalen of een heerlijke aardbei naar binnen werken. Ja, we zijn gezond bezig. Mijn vrouw wil graag het tomatenprutje maken dat men op de stand naast ons maakt. De chef-kok is niks te beroerd om het even op mijn telefoon te typen. Er is ook nog kort tijd om even te lunchen. Weg uit de kakofonie van geluiden en wat rust opzoeken. We delen onze levens, Marja en ik. Ik bewonder haar energie, en dat zonder Red Bull.

Wanneer de beurs tegen half vijf loopt gaan mensen alleen nog spulletjes en gadgets ophalen. Doelgericht naar de stand waar men eerder is langs gelopen om de koffer of kar nog even af te vullen. Sommige mensen lopen met afgezakte schouders als ze aan twee kanten twee, drie of vier bigshoppers sjouwen. Voor ons is het tijd om de fietsen te ontmantelen. Kaartjes er weer netjes af, paperclips weer in het doosje en vlaggen oprollen.

Als de fiets weer rijklaar is wandelen we naar buiten. René zou buiten staan. Het bleek voor hem toch wat verder wandelen vanuit zijn woonhuis naar de RAI dan hij had ingeschat. Even wachten dus. Inmiddels rijden busjes, vrachtwagentje en stationcars af en aan. Iedereen komt tegelijk aanrijden. Er ontstaat zelfs een file. Dan komt René aan wandelen. Nog even met Marja op de foto, dan vertrekken we weer naar onze stand. Ook die moet worden ontmanteld.

De stand van Jerry en Maurice moet ook leeg. Daar weet Marja wel een plekje voor. Kratjes met groente en fruit worden gevuld. Die moeten mee in de auto naar het Westland. En voor de beursgangers van vandaag een heerlijk bakje aardbeien.

Als de stand leeg is wordt de fiets van Marja ingericht, zoals ik weleens eerder een fiets van haar heb gezien. Zwaar beladen aan het stuur, de fietstassen vol en tussen de spin achterop ook nog materialen. Ikzelf mag de kratjes meenemen op een karretje. Het is nog een aardig stukje lopen, maar dan kunnen we de auto inrichten. Banken plat en proppen, of netjes stapelen. Dat laatste dan maar. Als alles binnenboord is moet de fiets van onze Voorfietster nog op de drager. Daar gaan we dan. Gepakt en gezakt rijden we terug richting huis. “Zullen we bij La Place bij Hoofddorp nog even wat gaan eten?”, vraagt Marja. Even het thuisfront inlichten. Als afsluiting dus een gezamenlijk etentje. Alles passeert de revue. Ervaringen worden nog eens uitgewisseld.

Van lieverlee voel ik het kaarsje met een kleiner vlammetje gaan branden. De leeftijd eist z’n tol. Een druk weekend, de dag ervoor coördineerde ik het jubileumfeest van de Zonnebloem in Schipluiden. We rijden de A4 op en kletsen nog even na. Eenmaal thuis aangekomen verdelen we nog wat groente en fruit. Met een kus neem ik afscheid van Marja en krijgen Trudie en Ester van mij een hand. Een prachtige ervaring met bevlogen mensen, die alles uit hun leven halen wat er in zit. Door niets en niemand laten ze zich tegenhouden. Toppers zijn het. Ik heb er van genoten. En als het nodig is zal ik hen helpen. Ze weten me te bereiken.

149. De reis naar een nieuwe CAO

De CAO van de Waterschappen is bijna afgelopen. Op 1 januari 2017 moet er een nieuwe komen. Tijd om het er in het SectorGroepsBestuur Waterschappen, waar ik al enige tijd lid van ben, nog eens over te hebben. De leden komen in Amersfoort bijeen. In het adviesorgaan wordt door de leden van dat bestuur nog eens nadrukkelijk gekeken waar de vakbonden op gaan inzetten.

Het overleg begint om 14:00uur, dat betekent dat ik al om 12:00uur afscheid neem van mijn collega’s bij Delfland, om te vertrekken. Het ‘uitnodigende’ beleid (tarief) van de Gemeente Delft om de auto in de Phoenixgarage te zetten, staat mij niet aan, waarop ik richting Delft Zuid rijd. Hier is parkeren nog gratis (niet verder vertellen, want voor je het weet, is dit ook betaald parkeren). De trein wordt voor die dag mijn vervoerder.

Ik probeer de eerste trein die aankomt te nemen, sorry, in te stappen. Alleen heb ik me even misrekend op het meisje met het diep uitgesneden jurkje en waarvan haar jurkje ook nog bestaat uit een zeer kort rokje. Maar het mag met dit stralende weer. Zij kan kennelijk haar OV-kaart niet vinden, zet haar tas op de OV-scanner en zoekt uitgebreid in haar tas. Ze houdt daardoor de paal bezet. Twee medereizigers die ook met de trein mee willen, krijgen nog net aan de ruimte, maar voor mij is dat niet weggelegd. Ze gaat vervolgens door de knieën, zet haar tas voor de paal op de grond en gooit deze leeg op het perron. De trein vertrekt en ik blijf met haar achter. Als ze haar pas heeft gevonden, bleept ze en gooit alles weer in de tas. Haar kaart laat ze op de grond vallen en loopt weg. Ik roep haar even terug. Dan pas heeft ze in de gaten dat de trein intussen is vertrokken. “Shit”, hoor ik haar zeggen. Ik dacht hetzelfde.

We moeten nu 17 minuten wachten voor de eerst komende trein ook daadwerkelijk de deuren open gooit.

Een jong stelletje komt naast mij zitten en kan ondanks de warmte niet van elkaar af blijven. Smakgeluiden overheersen. Een oudere man, ouder dan ik ben, stoort zich er aan. “Nou, nou”, zegt hij hardop. Het stelletje trekt zich er niets van aan. Het blijft gelukkig bij zoenen.

Als de eerstvolgende sprinter in het schema heeft staan om ook op Delft Zuid te stoppen, stap ik in. Het is rustig en er is voldoende zitruimte om mijn reis aan te vangen.

In Rotterdam mag/moet ik er uit. Ik ga naar het perron waar vandaan, volgens de app 9292 OV mijn trein richting Amersfoort gaat. Het is de trein naar Leeuwarden. Ook hier voldoende ruimte om te zitten. Dat er al meer mensen gebruik hebben gemaakt van deze coupe is duidelijk. Een zakje brood, twee lege blikjes Red Bull, wat snoeppapiertjes, twee leeggedronken koffiebekertjes met daarin een bananenschil en vier keer de Metro op één bank. Komt goed uit, want ik heb ‘m nog niet gelezen. De rit duurt nog even dus ik heb de tijd om de krant uitgebreid te lezen.

We zijn net Rotterdam Alexandrium voorbij als ik van achter me: “Goedemiddag”, hoor zeggen. Een gebronsde stem die duidelijk aankondigt dat het om een controle gaat. Drie getinte jongens zijn vanuit Rotterdam bij mij in de buurt komen zitten, maar voelen zich niet op hun gemak bij zo’n vriendelijke begroeting. Eén van de jongens probeert ‘m te piepen. Dit lukt, hij schiet langs de man die de controle doet bij een van mijn medepassagiers. Een ander loopt voor de conducteur uit en vlucht naar een coupe verderop. De derde blijft zitten.

Als de conducteur bij deze jongen komt vraagt hij naar zijn OV-kaart. “Heeft hij niet”, zegt hij. Hij had een kaartje maar dat is verfrommeld en niet te controleren, zegt hij tegen de controleur. “Mag ik dat kaartje zien?”, vraagt de man van de controle. “Weggegooid”, zegt de jongen die in een paars joggingpak is gekleed, waarvan de rits tot aan zijn navel open staat. “Mag ik dan je ID?”, vraagt de NS-er. “Heb ik niet bij me”, zegt het joggingpak. “Waar ben je ingestapt?”, vraagt oom-controleur. “Weet ik niet, joh”, zegt de tiener. “In Rotterdam”, zegt. de controleur. “Als je het weet, waarom vraag je het me dan?”, meent joggingpak te moeten zeggen. “En waar ga je naar toe?”, vraagt de kaartjesscanner”. “Zeg ik niet”, geeft blote navel aan. “Dan ga ik schrijven”, zegt de controleur. “Doe het lekker, joh”, geeft joggingpak aan. “Ik betaal toch niet”. Dan kijkt hij mijn richting uit. Ik heb gelukkig een Metro waar ik achter kan duiken. “Ik bel assistentie”, zegt de NS-er en pakt zijn telefoon. Wanneer hij in gesprek is met zijn achterban, schreeuwt joggingpak ook nog even in de telefoon. “Tot straks”, roept hij. Wat een mentaliteit!

Aangekomen op Utrecht blijven de deuren dicht. Langs de trein lopen NS-agenten. Elke deur krijgt zijn beveiliger tot men weet waar de drie mannen, die zich intussen weer hebben verzameld, zich ophouden.

Eén voor één worden ze uit de trein gehaald. Een toevallig langslopend meisje zoekt haar telefoon uit haar tas en filmt het hele gebeuren. Dat verbalisanten vinden dit kennelijk leuk, want ze krijgt een opgestoken duimpje van de zojuist ondervraagde lieden. Agenten vinden het waarschijnlijk ook prima, want er wordt niet ingegrepen.

Langzaam vertrekt de trein uit Utrecht naar Amersfoort. Daar aangekomen is het maar kort wandelen naar het Waterschapshuis.

Ik ben duidelijk op tijd en tref slechts twee leden aan van de groep. Even later vult zich het gezelschap verder aan.

Een concept voor de inzet van een nieuwe CAO (SAW heet dat bij Waterschappen) ligt op tafel. Per onderwerp wordt kort even stil gestaan bij de beschreven tekst. Wat voor vakbondslieden als een vanzelfsprekendheid geldt, hoeft dat voor een werkgever, maar ook voor een werknemer niet zo te zijn. Regels moeten dus zó worden beschreven dat het niet voor tweeërlei uitleg mogelijk is. Er volgen nog wat aanvullingen. Sommige onderwerpen worden als wisselgeld opgenomen. Er moet nog wel wat water over Gods akkers vloeien alvorens het een definitieve inzet is geworden. Het overleg loopt uit en wel zodanig dat het wel eens een late thuiskomer kan gaan worden.

Na afloop wandel ik rustig aan naar het station. Als ik op station Amersfoort sta geeft de display aan dat de eerst volgende trein een vertraging heeft van 15 minuten. Dat worden er bijna 20. Ik kan dan wel blijven zitten tot aan Rotterdam. Bij Utrecht loopt de trein al een stuk voller, maar ik heb een zitplek.

Om 17:42 uur komt de trein aan in Rotterdam CS. Dan snel doorlopen want de eerstvolgende sprinter vertrekt om 17:47 uur. Dat blijkt een misrekening te zijn, want er vallen treinen uit en intercity’s gaan voor. Kortom om 18:14 uur kan ik opnieuw instappen. Het is vol. Een veel te korte trein moet veel mensen bergen. Het is hutje bij mutje. Uiteindelijk ben ik om 18:32 uur op station Delft Zuid en is mijn reis ten einde. Tenminste, dan nog even naar huis. Om kwart voor zeven stap ik thuis de voordeur weer in. Een reistijd van bijna vier uur, voor een overleg van 2,5 uur. Ik maakte wel een lange dag, begon om 06:49 uur.

Nu maar hopen dat de werkgevers al onze wensen gaan honoreren. Het is slechts voor één jaar, dat moet toch niet zo moeilijk zijn. Kom op dijkgraven en secretarissen van de Waterschappen, zoveel wordt er niet gevraagd van U. Alvast bedankt. Tof.