343. Voor mij geen griepprik dit jaar

Vorige week lag ie weer in de brievenbus. De anonieme enveloppe met daarin een brief van mijn huisarts. Ik dacht eerst dat het zou gaan om de veranderingen in de praktijk. Dr. Trui neemt afscheid, dr. Jasje blijft zitten en er komt een dr. Rokje bij. Maar dat was niet de inhoud van de brief. Nee, het was de oproep om weer deel te nemen aan de griepprik. De zo hoognodige, geldverslindende griepprik.

Het afgelopen jaar heb ik voor het eerst geen griepprik gehaald en dat is me, moet ik zeggen, prima bevallen. Voor het eerst in lange tijd ben ik in de winter niet ziek geweest. Mijn keel en smaakpapillen hebben het dit jaar niet laten afweten. Ik heb geen snotterige en zweterige toestanden gehad, waar ik meestal direct na de toediening van zo’n prik wel last van had.

Het is altijd een heel gedoe met die prik. Met velen in de rij staan om iets gratis te krijgen. Gratis voor de klant, maar wie betaalt dat? De klant toch, indirect via zijn verzekering. Aan de lopende band zitten assistentes en artsen te prikken alsof ze het leuk vinden. Effen dat venijnige naaldje in je arm duwen. Nou laat ik er vaker een naald inzetten doordat ik donor plasmaferese ben bij de bloedbank, Sanquin. Ik heb er dus geen moeite mee, maar ik heb bij prikbeurten gestaan dat men met zweet op het voorhoofd in afwachting was van de prik. Er werd nog net geen snoepje opgelegd om te troosten.

Nou viel mijn oog op een site die deze griepprik juist afraadt. Een griepprik gaat namelijk gepaard met tal van neveneffecten en ze bevatten grote hoeveelheden giftige chemicaliën, zo lees ik. Wat is dan de zin van zo’n prik.

Het artikel vertelt verder dat de griepprik je juist ziek maakt. En dat onderschrijf ik. Je wordt er ziek van omdat het griepvirus in het lichaam binnenkomt en het lichaam probeert er zich hiertegen vervolgens te verzetten. Met als resultaat dat dit op de lange termijn kan leiden tot een verzwakking van het immuunsysteem. Nou begrijp ik wel dat de griepprik wordt toegediend aan mensen die een verhoogd risico hebben tot ziek worden, maar om het proces met zo’n prik dan te beïnvloeden, vind ik kwalijk. Wil men het immuunsysteem zodanig beïnvloeden dat men er eerder onderdoor gaat? Lekker dan.

De griepprik bevat het griepvirus, maar daarnaast bevat het nog tal van andere schadelijke ingrediënten. Het gaat onder meer om kwik, wat een zwaar metaal is met zware neveneffecten zoals depressies, hartproblemen, geheugenverlies, ademhalingsproblemen, en nog vele andere problemen. Dus waarom? Ik heb wederom besloten af te zien van de griepprik

67. Het geven van Plasmaferese

Het is even over half vijf, ik moet opschieten. Ik heb om vijf uur een afspraak bij Sanquin, de bloedbank. Als ik over de Westvest rijd en aankom bij het stoplicht om de Zuidwal over te steken, komen er net twee ambulances aanrijden. Met loeiende sirene probeert men door de kris-kras stilstaande auto’s heen te komen. Even verderop komt een politiewagen aanzetten. Ook deze laat van ver al horen dat ie er aan komt. ‘Is het hiervoor dat ik het doe’, vraag ik me af. Als het licht op groen springt, wurm ook ik me door de fietsenmassa heen. Zonder richting geven gaat men naar links waar ik naar rechts moet. Het is oppassen geblazen. Ik rijd de Hooikade op en ga in de richting van de bloedbank. Aangekomen bij de bloedbank, parkeer ik mijn fiets in de rekken en wandel naar boven. Ik ben die dag kennelijk het eerste ‘slachtoffer’, al zie ik dat zelf niet zo. Als ik me om kwart voor vijf meld bij de balie, is men nog niet ingelogd. “Gaat u daar maar even zitten”, zegt de vrouw achter de balie en ze wijst me naar de wachtruimte. Ik zie de medewerkers nu één voor één binnenkomen. Ze zien er toch anders uit dan dat je ze in het witte pak met roze kraag ziet. Haar los en sommige in hippe kleding.

Er komen nog meer bloedgevers binnen. Eén voor één worden ze naar de wachtruimte verwezen. Een vrouw uit mijn eigen dorp komt naast me zitten en maakt een praatje. Intussen lees ik wat in de Telegraaf van die ochtend.

Klokslag vijf uur, de afgesproken tijd, word ik als eerste geroepen. Ik krijg het formulier mee om in te vullen. Ik begin er aan en praat intussen verder. Ik weet eigenlijk al jaren dat ik geen twee dingen tegelijk kan doen en vul op het formulier ergens ‘ja’ in waar het ‘nee’ moet zijn. Want drugs gebruikt of met mannen naar bed, nee, dat is iets wat niet bij mij hoort, maar waar ik wel ‘ja’ invul. Ik ga terug op het formulier en breng mijn verbeteringen aan. Na ondertekening leg ik de gele ‘plasmaferesemap’, waar het formulier in zit, terug in een stapelbakje.

Om kwart over vijf hoor ik mijn naam, “Meneer Van Meurs”, zegt de medewerkster die mijn medisch dossier op orde moet brengen. Als ik naar haar toe loop steekt ze haar hand uit, “hallo”, zegt ze. Ik ga zitten en knoop alvast het knoopje van mijn mouw los. “Ik moet eerst nog inloggen, hoor”, zegt de medewerkster. Ik kijk hoe dat gaat. Je moet de tijd hebben. “We hebben net een nieuw systeem,” zegt de medewerkster, “is traag.” Na tweemaal inloggen en een scan van de QR-code op mijn formulier komen mijn gegevens op het scherm. Ze neemt nu mijn middelvinger en rolt die wat heen en weer tussen duim en wijsvinger. Daarna pakt ze een prikkertje en knijpt opnieuw in mijn middelvinger. Dan gaat het prikkertje er in. ‘Au’, ik vind dit gemener dan de naald die ik later ga krijgen. Omdat ik veel typewerk doe, heb ik er vaak de volgende dag ook nog last van. Na nog wat knijpen vangt ze met een plastic plaatje een bloedmonstertje op. Hierna gaat het een meetapparaatje in. De meter kan dan in een halve minuut vaststellen of mijn Hb te laag is. De waarde is 9.3. Dat is goed.

Ze loopt nu met mij het formulier door dat ik heb ingevuld. Ze kijkt me aan en vraagt of ik echt geen drugs heb gebruikt of met een man sex heb gehad en begint te lachen. Dan wordt de bloeddruk gemeten. Ik ontbloot mijn rechterarm en laat gewillig een band om mijn bovenarm spannen. We kletsen intussen gezellig door. Inmiddels heb ik na 77 keer bloed of plasmaferese te hebben gegeven al wel een band opgebouwd. Sommige medewerkers begroeten me zelfs met ‘hoi Aad’. De medewerkster vraagt of ik nog steeds huwelijken voltrek.

De bloedrukmeter is kennelijk van slag want bij de eerste meting geeft deze bij de bovendruk een ‘Err’. We proberen het een tweede keer. “We praten even niet”, zegt de medewerkster van Sanquin. Opnieuw heeft het apparaat er geen zin in. Opnieuw ‘Err’. Ik vraag wat dit  betekent. “Ik weet het ook niet”, zegt de medewerkster. Ik stel voor om de andere arm aan te bieden. Ik maak opnieuw een knoopje los en stroop mijn mouw op. De band wordt gespannen en na enige tijd komen de waarden tevoorschijn: 145/101. ‘Oei’, dat is hoog. De medewerkster kijkt op het formulier naar vorige waarden bij eerdere afnames. “U mag op dit moment geen bloed geven”, zegt mevrouw tegen me. “U kunt nog even naar de wachtruimte en een kwartiertje gaan zitten. Enne…geen koffie drinken, dan proberen we het straks opnieuw.” Straks opnieuw? Ik heb in de avond nog een afspraak staan en heb totaal geen zin om er langer op te gaan zitten wachten. Ik stel voor direct een tweede bloeddrukmeting te doen. “Dat heeft vorige keer ook geholpen”, geef ik mee. De medewerkster haalt de band van mijn arm en spant hem opnieuw. Ik besluit geen woord te zeggen en dat helpt. Nieuwe waarden 138/92. Intussen vraag ik me af hoe het dan precies zit met deze meting. Kan het per minuut schelen, of misschien wel per seconde. Wat heb je aan zo’n waarde als dit zo snel kan verschillen? “Ja, hoor, u mag. Neem nog even plaats in de tweede wachtruimte”, zegt mevrouw. “Zullen we nog een nieuwe afspraak maken”, vraagt de medewerkster, als ik ga staan. Ik pak mijn telefoon en ga naar de agenda-app. “Ik wil er eigenlijk mee stoppen”, geef ik de vrouw mee. “Ik vind het zo jammer dat je niet meer op vrijdag kan komen.” Mevrouw beaamt dat ze dat meer hoort. “Ik heb geen zin om ’s middags eerst naar huis te gaan en vervolgens weer terug te komen”, geef ik haar mee. “Zo aansluitend aan mijn werk is ook niet even handig omdat je dan laat thuis bent.” Maar om er direct mee te stoppen, vind ik ook zo wat. Ik maak toch een afspraak voor direct na het werk. Ik neem met een handdruk afscheid en ga zitten in de fauteuils vlakbij het afnamepunt. Ik zit nauwelijks als ik opnieuw “Meneer van Meurs”, hoor zeggen. Ik vergeet een boekje mee te nemen om tijdens de bloedafname te lezen. De medewerkster die me de naald in de arm gaat prikken geeft me de keuze op welke stoel ik wil gaan liggen. Ik kies voor links prikken, daar ligt mijn ader iets hoger dan rechts. Mevrouw vraagt naar mijn geboortedatum en vraagt of de afname vorige keer goed is gegaan. Die vraag heb ik overigens al op het formulier beantwoord. Ik beantwoord de vraag met een ‘ja’. Na wat voorbereiding met kabeltjes en leidingen maakt ze mijn arm schoon met een tinctuur. De afnamemedewerkster tikt nog een keer op mijn aderen en zoekt of ze kennelijk wakker zijn. Om mijn bovenarm wordt een band aangebracht en komt de naald er aan. Heel rustig laat ze me een wit staafje zien, waarin de naald zit verborgen. Zachtjes voel ik dat de naald naar binnen glijdt. Fijn? Nou dat niet, maar er zijn ergere dingen, zoals de vingerprik. Ik krijg een balletje in mijn handen gestopt waarmee ik mag spelen. Maar alleen als deze is vol gepompt, anders moet ik stil liggen met mijn hand. De medewerkster vraagt of ik een flesje water wil. Als ik deze heb aangenomen, valt het dopje op de grond. Ik kan er niet meer bij. Nu moet ik in de gaten houden dat het flesje netjes tussen mijn benen in blijft staan. Zou zonde zijn als die omvalt en in mijn kruis zou lopen.

Op het apparaat kan je volgen hoe lang je al ligt en hoever je bent met geven van plasmaferese. Het apparaat staat verkeerd, waardoor ik overeind moet om de waarden af te kunnen lezen.

Naast me ligt een man te spelen met zijn arm. Hij spant hem soms aan en buigt de arm. De Naald buigt niet mee en geeft daardoor een beschadiging aan de arm. Hij roept de medewerkster erbij en wijst op zijn arm. Met haar vingers voelt ze de arm af. De plasmaferese loopt nog steeds. “Stil liggen met uw arm, dan kijken we hoever we komen”,  zegt de assistente. Op een gegeven moment gaat het met meneer niet meer. Hij krijgt een ijskompres in een washandje op zijn arm gebonden en moet even rustig blijven zitten. Aan de overkant waar vol bloed wordt gegeven, maakt een jonge vrouw kenbaar dat ze het moeilijk heeft. Haar stoel gaat in de achterover stand. Er wordt iets te eten aangereikt en ze krijgt een koud flesje water. Bij mij gaat het voorspoedig. Na 35 minuten is de zak met gele vloeistof vol. Nog even wordt het apparaat gespoeld. Dan gaat het toetertje dat ik klaar ben.

Een andere medewerkster haalt me van het apparaat af. Het zit er weer op. Mijn volgende afspraak staat. Nog even een kopje koffie en een roze koek en ik heb mijn plicht weer gedaan. ‘Zouden veel meer mensen moeten doen’, denk ik bij mezelf. Fluitend fiets ik naar huis. Ik heb weer een goede daad gedaan, tot volgende keer.

6. Sanquin

Als je bent uitgenodigd om plasmaferese te geven, ben je gespannen.

Aangekomen bij het gebouw hangt de vlag te wapperen, voor zover je van een vlag kan spreken. Het is een dundoek, dat aan alle kanten is gerafeld door weersinvloeden en volledig is vergaan. Als dit de kwaliteit moet uitstralen van het werk van Sanquin, dan belooft het niet veel goeds. Ik meld me aan de balie, toon mijn oproepkaart en geef mijn legitimatiebewijs. Er wordt gevraagd naar mijn geboortedatum. Als ik die heb genoemd kijkt mevrouw me aan. ‘Jarig geweest van de week?’ vraagt ze. Een onnodige vraag als je in de week van je verjaardag komt. Ik knikte. Je ontvangt een formulier om in te vullen, d.w.z. alleen de ja/nee vakjes aankruisen. Je mag uit je slof schieten door de datum en handtekening te plaatsen.

Daarna kan je plaatsnemen aan de tafel om opgeroepen te worden. Na enige tijd valt je naam, je mag mee. Opnieuw wordt gevraagd naar je geboortedatum. Volgens mij kan je er niet tussendoor schieten en kan een ander in jouw plaats bloed geven, vanwaar die vraag? Misschien wil iedereen feliciteren? Na het opnemen van de bloeddruk, het nakijken van het HB-gehalte wordt het formulier nog even nagekeken. ‘Goed,’ zegt de zuster. Ik begrijp dat ik de juiste kruisjes heb gezet en ben geslaagd.

Wederom wordt me gevraagd plaats te nemen. Na enige tijd hoor ik mijn naam vallen. Ik neem een Grazia mee. Naar later bleek van ruim zes maanden oud. Badr Hari leefde nog in vrijheid en vrolijkheid met Estelle. Ik neem plaats op het ligbed. Wederom wil de zuster weten of ik echt deze week jarig was en vraagt naar mijn geboortedatum. Nu moet ik ook mijn voorletters zeggen. De zuster maakt mijn arm schoon met een wattenstokje met alcohol. Kennelijk heb ik vuile armen, want ze doet dat nog een keer. Ze bindt mijn arm af met een band en staat klaar met de naald. Ze twijfelt en roept haar collega. Ze vraagt aan haar collega de naald te zetten. Zonder pardon doet deze dat. ‘Jezus, au,’ denk ik. ‘Ik heb er niets van gevoeld,’ zei de zuster geruststellend. Na 45 minuten is de zak vol. Ik mag van de bank. ‘U mag nog iets drinken voorin,’ zegt de zuster. Gelukkig, daar kwam ik voor, een lekkere kop cappuccino met een glacékoek. Mijn dag kan niet meer stuk.