359. Wandel je mee met Sinterklaas?

Het is een drukke tijd geweest voor de Sint. Jongste zoon heeft aangegeven een dagje mee te gaan. Ooit heeft hij het afgezworen. Hij is niet zo gek als zijn vader, maar zijn liefde vindt het leuk en dus doen ze het samen. Na een feestje in een naast gelegen dorp slapen ze de nacht bij ons. De wekker loopt vroeg af. Op tijd schminken om daarna naar Appie op het dorp te gaan. Ze komen er geweldig uit, uit de schmink. Grappig ook. Daar moet een foto van worden gemaakt. Bij Albert Heijn staan moeders en vaders met hun kroost al te wachten. Waar blijft de Sint? In de winkel heeft men een spellencircuit uitgezet. Pieten die lesgeven over cadeautjes in schoorstenen gooien, over daken lopen en andere allerhande activiteiten. Voor de Sint is er een plekje ingeruild bij de vleeswaren. Hier worden chocoladeletters versierd en speculaaspoppen. Er liggen kleurenplaten en de ingeleverde schoentjes staan netjes gesorteerd in het rek. De schoen wordt gevuld met een spelletje en mandarijn. Een enkel kind krijgt zijn capuchon vol met strooigoed. Er worden foto’s gemaakt met kids op schoot of een moeder met ‘n kind op de hurken naast de Sint. Ik zie mensen vragen: “Wie is het”. “Aad”, hoor ik zeggen. Iemand zegt: “Die van het Algemeen Dagblad”. Het artikel is veel gelezen hoor ik gedurende mijn metamorfose. Na een uurtje zitten wordt het rustig, nog even een half uurtje volhouden. Mijn zoon en schoondochter vermaken zich prima. Hier en daar worden winkelwagentjes extra gevuld. Ze stralen naar kinderen toe. Ik voel mij trots. Ook de Pieten van Albert Heijn Buckers doen heel enthousiast hun spelletjes. Het is weer een feest om hier te mogen zijn. Toch dreigt het even uit te lopen op een relletje. Een oudere vrouw snauwt me toe dat ik niet goed bezig ben door Zwarte Pieten mee te hebben genomen. Ze weigert door te lopen en wil me een hand geven. Ik negeer haar en stuur haar door naar de eigenaar van Appie. Om 12 uur geeft mijn chauffeur het teken dat het tijd is om te gaan.

We gaan even naar het Pietenhuis bij scouting Schipluiden. Een leuk initiatief. Na wat rondwandelen en een breaker, als voeding, wordt het voor mij tijd om afscheid te nemen van mijn Pieten. Ik ga naar huis in afwachting van wat meer drukte in het Pietenhuis, dan mag ik mijn gezicht laten zien. Thuis blijft alles aan en op. Even onderuit in de bank. Het sloopt je, maar even een uurtje rust dan kom je daar wel weer bovenop.

Om half drie staat mijn chauffeur weer voor de deur. Het is druk in het scoutinggebouw, annex Pietenhuis. Bij binnenkomst zingt men, de kruidnootjes lucht komt me tegemoet. Kinderen hollen en vliegen. Jongste en liefde doen druk mee. Een ieder hangt aan hen. Twee andere Pieten liggen languit op de slaapmatrassen. Kinderen stoeien met de Pieten. Van slapen komt niet veel. Opnieuw foto’s maken en even meedoen met het spel twister. Dat is voor Sint niet helemaal lekker, als zijn ene been langzaam wegglijdt. Spagaat gaat niet meer. Na een half uurtje ga ik weer naar mijn eigen stekkie. Ik ben daar in afwachting van mijn chauffeur voor wat vervolgbezoeken.

Om half vijf gaat de telefoon. “We komen eraan.” Nu op weg voor twee huisbezoeken. Eerst naar Delft dan naar De Lier. In Delft een bezoek met vier kleine kinderen. De zakken staan op zolder, Cadeautjes Piet heeft ze handig boven gezet. Kleine Piet, schoondochter, vindt het niks, zo grasduinen in iemands privé. Ze komt naar beneden. “Niets gevonden, Sinterklaas”, zegt ze. Andere Piet, zoon, neemt de kinderen mee naar boven en komt met drie zakken tegelijk naar beneden. Het uitreiken van de cadeautjes kan beginnen. Daar hoort wel een verhaaltje bij. Positief liefst, al wil men de Sint soms opvoeren als de boeman. Ik draai dat altijd de andere kant op. Na 20 minuten is het tijd voor het afscheid en op naar De Lier. Een familie met zes kinderen en zes volwassenen. Een behoorlijke drukte dus. Een ouder, man, begint plots flink te lachen. “Binnenpretje”, vraag ik hem. “Die eikel van de staf, wat een bijzonder ding”. Ik maak er een gênante opmerking over. Waarom een tweeling een tweeling is kunnen twee jongetjes niet uitleggen. Na voor alle kids een cadeautje te hebben uitgereikt neem ik afscheid. Een flink aantal cadeaus blijft achter. Die mogen ze zelf doen. Nu op naar huis. Na negen uur in ‘t pak is het welletjes.

De volgende dag. Opnieuw aan de bak. Met nieuwe Pieten, waar ik vaker mee op pad ben geweest en een nieuwe chauffeuse. Het is een 75% Boeier aangelegenheid. Een buufpiet en een buufchauffeur. We gaan op weg naar Ypenburg, alwaar een Pietenbezoek. Dat betekent in de auto blijven, daar heb ik geen zin in. Ik ga mee naar binnen. Ook hier vier kinderen. Een van de kinderen wil graag Zwarte Piet worden. Hij krijgt alvast een grote veer voor op zijn Pietenmuts. Een hele lieve jongen die straalt als hij zijn cadeautje krijgt. De camera’s draaien aan een stuk door. We rekenen af en vertrekken richting Den Hoorn. Een opbreking van de weg noopt ons voor een deel te moeten lopen. Een huis vol en zenuwachtige oma. Tot driemaal geeft ze me een hand en heet mij welkom. Het is een gezin waar ik al een aantal jaren kom. Ik ken hen ook persoonlijk. Hier kan ik net ietsjes meer dan elders. Na alle kinderen te hebben gesproken gaan we naar de Lier. De TomTom wordt op de straat ingesteld, niet-wetend dat we op het laatste nummer moeten zijn. Een forse wandeling brengt ons op de plaats van bestemming. De huiseigenaar staat ons al zwaaiend op te wachten. De cadeautjes komen uit de naast het huis staande auto. Hier al wat grotere kinderen, dat gaat gemakkelijker. Dat er Westlands wordt gesproken in de Lier is mij nu ook duidelijk. Ik herhaal de tekst, er wordt om gelachen. Na 25 minuten is het tijd om te gaan. We zijn uit het schema gelopen. Een belletje naar het volgende adres is verstandig. Daar ontmoet ik vier kinderen, de oudste is vier, twee kindjes van drie en één van zes maanden. Oei, hier kan ik niet echt veel mee. Ze geven geen antwoord en vader of moeder moet antwoorden geven op door hen aangeleverde zelfde gemaakte tekst. Eigenlijk zijn ze te klein, vanaf een jaar of zes wordt het leuk, een kleintje ertussen maakt dan niet uit, maar alleen zo klein en geen tekst van volwassenen is een verzoeking. We voldoen aan de 20 minuten en hebben de tijd weer teruggepakt. We gaan op weg naar Rijswijk. Het is harder gaan waaien. Hoor de wind waait door de bomen. Aangekomen in Rijswijk stappen we uit en wandelen een flat in op zoek naar huisnummer 481. Dat kunnen we niet vinden. Dat kan ook niet anders, We staan in de verkeerde flat. Nu wordt het wandelen. Ik heb mijn handen nodig om mijn baard in het gareel te houden, de staf mee te nemen en de mijter op het hoofd te houden. Kunst en vliegwerk, dus. Voor de flat waar we moeten zijn, worden we verwelkomd door een schoondochter. We moeten even beneden wachten. Zij gaat eerst naar boven, naar de 16e. We laten de lift naar beneden komen. In de hal komt een oudere man aanlopen. Hij heeft zijn eten gehaald bij de afhaalchinees. Als ik aan hem vraag of hij chinees gaat eten, gaat de deur open en komt er een Chinese vrouw binnen. “Wie vroeg om een Chinees”, vroeg ze. Dat is lachen geblazen. Hier een bezoek met grote familie. Acht volwassen, acht kinderen. Een heerlijk bezoek dat wordt afgesloten met een baby van zes maanden op schoot. Wanneer we weg willen rijden, begint de auto plots te piepen, blijkt er een teckel voor de beveiligingscamera te lopen. Wederom lachen als de eigenaar rukt en trekt om het beestje weg te halen. Dan op weg naar huis. Het zit erop. Terug naar de verkleedbasis. Een fantastisch leuke dag.

Op maandag brengen we een bezoek aan een kinderdagverblijf in Ypenburg. Ik kom er al jaren. Veelal allochtone ouders die hun kind graag bij Sinterklaas op schoot zetten. Een foto schieten voor het thuisfront en vriendelijk lachen. In de middag vrijaf.

Dinsdag een dagje MUSSEN even iets anders. Mijn bovenlip tekent. Het plakwerk van de snor geeft mijn gezicht een rode streep boven de mond.

Op woensdag moet ik in mijn eentje de huisbezoeken doen. Een lange dag en veel bezoeken. Ik probeer binnen de tijd te blijven, dat valt niet altijd mee. Hier en daar moeten we wat smokkelen met de tijd. Waar we niet snel genoeg over de Hoornse brug kunnen rijden, nemen mijn Pieten het heft in handen en loodsen onze auto snel naar de overkant. Tijdens de rit hebben we een Pietenchange. We gaan met vijf Pieten naar binnen. Een hoop koude drukte ineens in de kamer. Dan verdwijnen er twee Pieten en ga ik met drie totaal onbekende jongens op pad. Ze spelen alle drie voor de eerste keer, de première is niet zoals ik hem graag zou zien. Als dooie dienders kijken ze rond en zitten als stille muizen te wachten wat er gebeurd. Dat kan beter, stukken beter. Een van hen heeft het in zich om volgend jaar weer mee te doen, bij de anderen heb ik mijn twijfels. In Delft krijgen we drie zakken in handen gedrukt voor een adres waar we niet hoeven te zijn. Net op tijd kunnen we naar het afgesproken adres, een oud-collega. Ik ontmoet er een leuke spontane dochter die zo in haar sas is dat de Sint eindelijk eens bij hen aankomt. Wat een leuk bezoek. Het is ons laatste bezoek van 2018. Tegen zeven uur zijn we thuis. Er staat een frietje te wachten.

Ik kan terugkijken op een drukke tijd met veel bezoeken, veel leuke mensen ook die ik heb leren kennen. Hier en daar heb ik mogelijk wel eens een opmerking gemaakt die ik beter niet had kunnen maken. Soms floept het eruit en word ik er aan herinnerd. Je moet ad rem zijn. Alert op wat er gebeurt. Het is cabaret maken en toneelspelen. Met veel plezier heb ik Sinterklaas 2018 afgerond. Ik ben de organisatoren, mijn Pieten, chauffeurs, grimeurs dankbaar dat zij hun tijd beschikbaar hebben gesteld om dit mooie en leuke sprookje te kunnen spelen. Dank ook aan hen die de kleedlocatie beschikbaar stellen. Wie ik zeker niet mag vergeten is mijn lief. Vaker wassen, alleen eten, vaak alleen zitten. Het wordt weleens vergeten wat de achterban betekent.

Doe ik het volgend jaar nogmaals? Ik ga het per jaar bekijken, maar in goede gezondheid is het niet uitgesloten dat je me volgend jaar gewoon weer tegenkomt.