347. Wanneer het weer in oktober nog mooi is

Het moest er maar weer eens van komen. Een wandeling door het Midden-Delflandse. Mijn wandelschoenen staan in afwachting op het schoenenkastje te trappelen. Mijn telefoon is opgeladen voor eventuele mooie plaatjes. Het zonnetje staat hoog aan de lucht. Ik ga het gewoon doen.

Voordat ik vertrek zet ik mijn Endomondo aan. Een van de wandelapps op mijn telefoon. Het is hierdoor makkelijk om terug te zien, waar je hebt gelopen, hoe lang je onderweg bent geweest, maar ook hoeveel kilometer je hebt gelopen. Ik kan starten.

Ik ben nog geen 200 meter onderweg als ik word opgehouden, tenminste dat wil men, maar de vraag die mevrouw mij stelt kan ik ook wandelend beantwoorden. “Zo niks te doen, vandaag?”, vraagt ze me. Dan denk ik: ‘is dit niks doen dan’. “Nee”, antwoord ik beleefdheidshalve. “Geen activiteiten.” “Oké, wandel ze”, geeft ze me mee.

Wanneer ik de Brugstraat uitloop en over wil steken komt er een auto aan rijden. De bestuurder mindert geen gas, maar dan plots vlak voor het zebrapad zet hij zijn voertuig tot stilstand. Hij ziet dat ik niet over durf te steken en steekt alsnog zijn duim op.

Ik wandel over de Paardenburg en sla rechtsaf langs het water. Nog geen 100 meter verder ligt er een hoop hondenkak midden op het pad. Er is kennelijk al iemand geweest die het niet heeft opgemerkt. Aan de zijkant is de hoop platgetrapt. Maar er is ook iemand die zijn mentaliteit heeft vergeten door zo’n drollenbaars niet op te ruimen. Ik vervolg mijn wandeling over het met grit en schelpen gevuld pad verder en zie dat aan de overkant het terras van ’t Middelpunt goed gevuld is. Doordat ik naar de overkant kijk heb ik achteropkomend fietsers niet aan zien of -horen komen. Geen belletje maar een schreeuw. Ik spring in de kant en laat hen langsfietsen. Ik ga met het water mee de bocht om en zie in de verte de prachtige Korpershoekmolen draaien. Twee dames zitten op een bankje en genieten van het prachtige oktoberweer.

De Trambrug komt in zicht. De ingezaaide Honey Highway staat er droef bij. Uitgebloeide bloemen zijn in de meerderheid. Hier en daar een paars bloemetje kalefatert het geheel nog wat op. Aan de waterkant staren twee vissers naar hun dobber. Het kabbelende water laat hun dobber meebewegen op de golfjes. Er komen twee plezierjachten aan. Ze varen wat aan de kant van de vissers. Even verderop wederom een visser. De dobber zie ik niet, maar hij heeft een apparaatje voor op de hengel zitten die kennelijk een signaal geeft. Wanneer de tweede boot bij hem in de buurt komt gaat hij staan en zwaait naar de bootsman dat hij naar de overkant moet gaan met zijn jacht. De bootsman heeft het niet in de gaten. Hij krijgt het in de gaten als de visser schreeuwt: “Hey klootzak, ga godverdomme aan de andere kant varen.” De man aan het stuur verontschuldigt zich en wijkt af van zijn rechte lijn. De visser gaat weer zitten, maar heeft intussen wel zijn lijn binnen gehaald.

Bij de Trambrug drie kereltjes ze doen een spelletje met vingers. Geven elkaar een boks en laten dan vingers aan elkaar zien.

Ik wandel verder en kom op de Y-splitsing. Het fietspad Vrouw Avenpad kruist hier de Vlaardingsekade. Nooit geweten dat dit pad een naam had. Het is zelfs niet te vinden op Google Maps en als die het niet weet, dan weet niemand het. Het pad versmalt wat, dat merk ik als er een visser op een bromfiets met aanhanger aan komt rijden. Ik moet de heg in om niet te worden aangereden. Ik blijf bovenop lopen en zie hoe de eenden en zwanen gezamenlijk optrekken en zich al peddelend voortbewegen. Ik wandel rustig de dijk af in de richting van het Laantje van Van der Ende. Daar sla ik linksaf om deze af te lopen. De koeien kijken me niet eens verbaasd aan en grazen rustig verder. Ik hoor hen met de tong en ondertanden het gras afdraaien. Er staan mooie exemplaren tussen.

Wanneer ik het pad heb afgelopen wandel ik linksaf de Zouteveenseweg op. Nu is het oppassen geblazen. Auto’s razen voorbij zowel van voren als van achteren. Een klein meisje dat aan komt fietsen kan ternauwernood de kant inschieten en wordt net niet aangereden. ‘Is hier geen snelheidsbeperking?’ vraag ik me af. Ik weet ik loop hier op een verkeerde plaats en tijd. Het is naar-huis-gaan-tijd. Een jongetje dat op zijn telefoon kijkt terwijl hij fietst, is ook niet veilig. Wat wordt hier hard gereden.

Ik neem even een kijkje op de oude staal. De plek waar vroeger het vuilnis werd gestort. Een ouder echtpaar heeft er een picknick. Ik blijf even over die mooie polder kijken om vervolgens terug te gaan naar de weg. Wat is Midden-Delfland toch mooi. In de sloot drie reigers die de zojuist gekante sloot afstruinen naar voeding. Dan komt er een groep wielrenners mij tegemoet. De voorste geeft met rechterhand aan dat ik er loop. De rest wijkt netjes uit.

Bij de Zijdekade schiet ik het fietspad op. Hier loop ik wat veiliger. Voor de golfbaan schiet ik linksaf. Mijn telefoon heeft al driemaal de kilometer aangegeven. Een golfspeler zoekt in de kant naar zijn balletje. Hij vindt hem niet terug. Er komt een ruiter tegemoet, ze groet me. Even verderop ligt een opper poep. Zou deze van haar paard zijn en heeft ze de hoop niet opgeruimd? Dit gebeurt vaker en niemand ruimt het op. Waarom wordt hier nooit iets aangedaan. De regen doet vaak het werk en spoelt het de kant in. Midden op de weg ineens een Amerikaanse rivierkreeft, Twee meisjes gillen als ze er voorbijrijden. Vorige week heb ik er ook al een gezien, toen ik een solexrit had. Met zijn scharen in de hoogte maakt hij/zij mij angstig. Ik heb het er niet op. Ik loop snel door.

Ik verbaas me over een bankje dat langs de weg staat en dat je volledig tegen de rietkraag aan laat kijken als je erop gaat zitten. De bomen zijn nog fraai groen, de herfst is hier nog niet ingetreden. Dan linksaf langs het Gemeentehuis. De brug over de Gaag is weer gemaakt, ik kan oversteken. Een auto die vanuit het dorp komt geeft geen voorrang aan de fietser die over wil steken. Het blijft een tricky plek. Gelukkig is er nog niet veel gebeurd. Dan opnieuw links langs de Rijksstraatweg die overloopt in de Dorpsstraat.

Het mooie dorp in. Een vrijwilliger schoffelt de tuin bij de kerk. Hij gaat op in zijn werk en heeft niet in de gaten dat ik hem groet. Langzaam loop ik naar beneden, richting Valbrug. Een vrachtwagen is aan ’t steken om er overheen te gaan. Ik ga eraan voorbij. Bij de Vergulde Valk is een gevuld terras. Het zijn meest ijseters. Ook Bakkerij Hoek heeft klandizie. Ik sla voor de afwisseling rechtsaf en ga de Bakkerstraat in. Nog een kleine doorsteek dan ben ik thuis.

Wanneer ik mijn achterplaats op ga heb ik 5.01km gelopen in 53 minuten. Een prachtige wandeling met een natte rug. Het is woensdag 10 oktober 2018, mijn wandelschoenen kunnen uitrusten.