383. De man in de blauwe vale jas

Al langere tijd volg ik hem, omdat ik hem vaker tegenkom. Nog altijd die vale blauwe jas aan. Ongeschoren gezicht ook. Je komt hem overal en nergens tegen. Zittend in een portiek, hangend op een bank langs de gracht of wandelend met een opgehouden hand. Een zwerver, dakloze of wat is het? Iemands man, ex-man, zoon of vader? Wie zal het zeggen.

Tijdens de fotocursus die ik doe wandelen we met de groep door Delft. We gaan op zoek naar mooie, fraaie maar ook bijzondere dingen. Startend bij de bioscoop Pathé leggen we onderweg de bijzondere zaken vast op de gevoelige plaat. Fietsen gedumpt in het water, bijzondere varens langs de kademuur, een hoeveelheid fietsen niet gestald, maar gestapeld. Oranje fietsen hangend tegen een boom of gewoon neergelegd. Maar ook levert het prachtige beelden op van bruggen en gebouwen, schaduwen in het water. We lopen langs de Brabantse Turfmarkt. Op het terras zitten de eerste gasten al buiten, is het omdat het mooi weer is? Nee, de sigaret dwingt hen om buiten in de kou te genieten van en te inhaleren. Op de hoek bij voormalig Van der Seip, nu Lenta heeft men een grafitti op de muur aangebracht. Een vuilcontainer wordt even opzij gereden om dit beeld vast te leggen.

De ogen goed de kost geven om het moois, het bijzonders vast te leggen. “Kijken met ander ogen”, zegt de docent. Rustig aan wandelen we richting Markt. Het is er vrij stil, nou ja stil, geen warenmarkt. Volgens mij zijn er meer fotocursussen, tenminste ik kom er veel mensen tegen met een camera voor het oog. Fotogeniek Delft. En er is veel te zien op de markt. Torens, teksten op gevels, een prachtige Hugo, groen uitgeslagen, dat wel. Een geweldig mooi stadhuis en de Nieuwe kerk, waar de koninklijke familie hun laatste rustplaats heeft. Boven de huizen uit steken de torens van de Maria van Jessekerk. Aan de overzijde schuin de toren en klok van de Oude Jan. Een gaper aan de gevel bij de Salamander. Het houdt niet op. Na wat raak schieten slenteren we verder langs het stadhuis richting visbanken. Bij Koos hangen de Friese doorlopers aan een rek. €7,50 vraagt hij er voor. Aziatische mensen denken kennelijk dat de Nederlanders daar wereldkampioen op zijn geworden en kopen ze. Ik had het moeten weten, ik heb er ook nog in de schuur liggen, alleen voor de nostalgie. Bij de visbanken staan mensen met een haring boven het gezicht. Vastleggen die happers. Jammer, de geur krijg ik niet vastgelegd.

Wandelen brengt dorst met zich mee en het is fris. Een koffiezaak op de hoek van de Hippolytusbuurt en de Nieuwstraat biedt uitkomst. Vanuit een ooghoek zie ik dan de man in de blauwe jas voorbij lopen. Hij klampt toeristen aan, houdt zijn hand op. Heel even denk ik: ‘man ga toch werken’, maar de realiteit zegt me dat ik zo niet mag denken.

De koffie is op, het gebakje naar binnen gewerkt. Tijd om op te stappen en verder te gaan met de cursus. Een fietsvangboot komt aanvaren. Mannen van de gemeente die er een sport van maken, noodgedwongen omdat men kennelijk veel fietsen parkeert in het water, om te fietsvissen. Er liggen er zo’n dertig op. Menig sportvisser zou jaloers zijn op zo’n vangst van vissen. De boot wordt vereeuwigd met mijn camera. We lopen verder langs de grachten om het moois vast te leggen. Daar loopt hij weer blauwjas. Ongeschoren, ongewassen ook. Ik wil hem vastleggen, maar krijg de kans niet. Hij houdt zijn hand voor mijn camera. “Een euro”, zegt hij, terwijl hij zijn hand ophoudt, “en van de zijkant”. Ik trek mijn portemonnee. “Niet op internet”, zegt baardmans. In het kader van AVG zal ik dit nooit doen. Nadat ik één plaatje heb geschoten, schiet hij weg.

In mijn herinnering komt de vrouw naar boven die in de zestiger jaren in soort gelijke situatie verkeerde. De hele stad kende haar. Zoekend en eten uit de vuilnisbakken zwierf zij door het Delftse. Je kwam ze tegen in de binnenstad maar ook in de Hoven. Versleten schoenen, waar haar tenen doorheen steken en vieze en vuile kleding. Ze zal altijd in mijn herinnering blijven hangen, net als deze man. Zijn gezicht staat gegriefd in mijn geheugen en op mijn geheugenkaartje.

Wat bezielt zo iemand, hoe is het zo gekomen in een welvaartsstaat waarin we leven? Het programma waarin Beau mensen volgde heeft me eerder meer inkijk gegeven in hun leven.

Langzaam lopen we terug naar ons startpunt. Mooie indrukken van Delft vastgelegd op het kaartje in de camera. Voor mij is de mooiste foto die van de man met het ongeschoren gezicht. Fijn dat ik hem een euro heb gegeven, wat hij er ook mee gaat doen.

21. Een zwarte bladzij uit het dagboek van mijn leven, 23 juli 2014

Het raam van mijn werkkamer naar de Oude Delft staat open. De warmte glipt tussen het raam en het kozijn naar buiten. Soms ben ik mijn gordijnen even kwijt, doordat ze naar buiten waaien. Toeristen lopen de hele dag al voor mijn raam langs. Soms een gids die iets te luid vertelt wat de St. Hieronymus Poort betekent. Ik hoor Engels, Frans, Duits, Italiaans, maar ook talen die ik niet kan thuisbrengen. Het zou zo maar Oekraïens kunnen zijn.

Soms volg ik wat er gezegd wordt, soms word ik door het open raam aangeroepen. Ik geef mijn antwoorden voor zover ik het weet. De hele dag heb ik Nu.nl als tweede scherm op mijn pc draaien. Ik wil zien en lezen wat er gebeurt met de lichamen van de MH17, het vervoer met de trein, het vliegtuig en alles er omheen. Met de alt-tab toetsen switch ik regelmatig naar het tweede scherm.

Als mijn collega binnen komt vraagt hij of de vlag aan ons gebouw halfstok hangt. Met mijn hoofd tussen de gleuf van mijn open raam probeer ik waar te nemen of dat het geval is. Nog even moet ik verder met mijn hoofd naar buiten om het goed te kunnen zien. Als ik net verder ben en zie dat ook mijn werkgever de vlag heeft hangen, tikt een toeristengids met zijn antenne, die hij in zijn hand heeft, op mijn hoofd. Lachend loopt hij verder en roept iets in een buitenlandse taal.

Het is bijna kwart voor vier. Plots hoor ik dat de zware klokken van de Oude Jan zijn opgestart. Een slag en drie seconden, een slag en twee seconden, opnieuw een slag en dan, dan heeft hij de cadans te pakken en luid. Het galmt over de gracht. Mensen op de Oude Delft kijken naar boven. Bij de begrafenis van Prins Bernard in 2004 werden de klokken voor het laatst gebruikt. Ik luister er naar en zie dat er op de gracht bij de kerk filmopname worden gemaakt. Ik kijk op mijn scherm naar Nu.nl en zie dat de vliegtuigen nog onderweg zijn. Dan vrij plotseling stopt het luiden van de Bourdon. Misschien net aan vijf minuten en dan is er stilte. Sommige mensen staan stil op de gracht, anderen kletsen er rustig op los en gaan gewoon verder waar ze mee bezig zijn. Dan hoor ik van een andere kant opnieuw kerkklokken luiden.

Mijn radio die de hele dag al gepaste rustige muziek laat horen, begint na korte tijd te ruisen. Opnieuw alt-tab voor Nu.nl. Nu lees ik dat het eerste vliegtuig is geland. De ruis van mijn radio gaat over in het Last Postsignaal. Ik ga naast mijn tafel staan en onderga wat er op de gracht gebeurt. Een jongen van een jaar of 10 – 11 schreeuwt over de gracht naar een vriendje. Een fietser stapt af en staat naast zijn rijwiel en een groep toeristen stoort zich negens aan en wandelt al keuvelend hun cultuurroute af. De auto van de uitspanning uit de buurt komt aan rijden en heeft maling aan de fietser. Hij kan hem net ontwijken. Een oudere man die naar binnen kijkt ziet mij naast het bureau staan. Hij stoot zijn buurman-wandelaar aan, waarop de groep plots stil houdt. De klokken van de Delftse kerken slaan hun laatste slagen en verstommen.

Als ik om kwart voor vijf naar huis ga loop ik langs de vergaderzaal. De beamers staan aan, de beelden worden op grote schermen geprojecteerd. Er is niemand die naar de beelden kijkt. De zaal is verlaten. Zouden er collega’s zijn wezen kijken, ik weet het niet.

Ik fiets naar huis en hoor een vliegtuig over gaan. ‘Zou het er zo een zijn geweest’, vraag ik me af.

Thuisgekomen staat de televisie aan. Mijn vrouw kijkt naar de beelden. Koning Willem-Alexander pakt de hand van Koningin Maxima. Er is emotie, er is medeleven. Premier Rutte kijkt strak voor zich uit. De militaire dragen, zonder pet op, de kisten naar de lijkwagens. Er is discipline. Ik kan me indenken dat het een moeilijke klus is om dit te doen. De beelden van de televisie spreken voor zich. Zonder commentaar worden de beelden Nederland ingestuurd.

Dan de rit naar Hilversum. ‘Live’, lees ik rechts in beeld. Mensen die applaudisseren, mensen die huilen, die bloemblaadjes werpen. Lijkauto’s die de snelweg ‘bewandelen’ met lichamen van onbekenden. 40 auto’s die in ganzenpas achter elkaar rijden. Alleen de namen zijn genoemd en in de kranten en de andere media weer gegeven. Nederland is in rouw. Solidariteit en eensgezindheid in de grootste zin van het woord.

Ik pak de krant zie de zwarte voorpagina van het AD. ‘Dag van nationale rouw’. Het pakt me, zeker als ik de korte stukjes lees over de slachtoffers. Dan de zwarte rouwadvertentie van Malaysia. Onuitwisbaar de indrukken die blijven.

In de Oekraïne gaat de strijd door. Het is vechten om te blijven bestaan om te overleven misschien. Vechten om vrijheid, vechten om een ideaal. Maar welk ideaal? Zullen wereldleiders ooit beseffen dat je het met oorlogvoeren niet oplost? Zullen ze ooit beseffen wat men nabestaanden aandoet? Wat als het hun eigen familielid of vriend is die door oorlogvoeren wordt omgebracht? Zullen ze ooit……???

Vraagtekens blijven. Een zwarte bladzijde uit het dagboek van mijn leven, 23 juli 2014.