332. Heeft u ook gehoorschade?

De Zomerfeesten zijn inmiddels weer voorbij. Ik blik terug op zaterdagavond 18 – 8 – 18. (Het is een mooie datum om te trouwen, ik heb er echter geen aanvraag voor gehad.) Ik ben wederom aanwezig als EHBO-er bij de Zomerfeesten in Schipluiden. Het wordt een vroege ochtend als ik huiswaarts keer. En, de afterparty is het leukste.

Voor de tweede keer deze week was het mijn taak om voor de afhandeling van eventuele lichamelijk letsels te zorgen. De avond begint voor een EHBO-er om 20:30uur. Ik wandel dan ook om even over acht uur richting feestterrein. Met de geelblauwe hes in de hand wordt me niet gevraagd wat ik kom doen, er staat trouwens nog niemand bij de toegangspoort. Na het groeten van een aantal feestgangers ga ik direct door naar de balie waar ik die avond mijn plekje heb. Ik trek mijn hesje aan en ga op zoek naar de koffiekan. Na de koffie haal ik de AED, de EHBO-tas en een deken naar de plek waar ik die avond mag zitten.

Het is nog vrij rustig. Gasten komen zo tegen negenen/halftien het terrein op. Kort na mijn aankomst komt ook mijn collega aan. Even zoeken naar een hesje voor haar en zorgen voor een bakkie. De barkrukken achter de balie zijn aangevuld en nu kan ik zitten, waar dat op donderdag bijna onmogelijk was.

We kletsen nog even over onze kids en die van haar, als ik een jonge dj richting draaitafel zie wandelen. Wanneer hij net achter de desk staat gaat de powerknop op max. Godsamme wat een een tering herrie, sorry voor de woorden, ik gebruik ze normaal gesproken nooit, maar dit, ja dit is echt tering hard. Het is alsof hij een opstijgende F-16 moet overstemmen. We kunnen elkaar niet meer verstaan. Dit is ineens geen goede plek meer voor een EHBO-er. Ik heb geen decibelmeter bij me, maar ben er van overtuigd dat KNO-artsen hier hun afschuw over zouden uitspreken, ja zelfs wachtlijsten moeten opstellen omdat er vele klanten zijn bijgekomen. Deze dj begrijpt absoluut niets van het opbouwen van set en moet nog veel, heel veel leren. Zelf staat hij met een koptelefoon op en is alleen bezig met zijn muziek, hij kijkt niet naar zijn zijn publiek, zij zijn bijzaak. Gasten lopen mopperend de tent uit: “Dit is niet normaal”, hoor ik verscheidende keren zeggen. “Als ik straks gehoorschade heb, krijgt ie een claim”, zegt een jonge gozer die bij mij komt staan. Even later komt iemand om oordopjes vragen. Gelukkig wordt er na wat nummers ingegrepen, er is kennelijk voldoende geklaagd.

Aan het werk, want de man van donderdag, zie blog, met de blaar wil wederom door mij geholpen worden aan een ‘tepie’.

Naast ons hebben de muntverkopers het druk. Het is goed ingeschat, nu geen twee maar drie verkopers. Gasten pinnen alsof het niets kost. Als ik na afloop vraag hoe de verdeling pin/contant is krijg ik als antwoord 40 om 60.

Inmiddels is op het andere terrein een band gaan spelen, gewoon lekker hard. Als je dan in het midden op het terrein staat heb je een kakofonie van geluiden van uit de tent binnen en vanaf het buitenterrein. Een experiment van anders opstellen van podia wordt zeker geëvalueerd, is mijn inschatting. Zo regelmatig worden we van een broodje of natje voorzien. De EHBO-tassen blijven verstopt staan. Het is een rustige avond.

Dan plots word ik opmerkzaam gemaakt op het feit dat er iemand op de grond zit met twee vriendinnen ernaast. Ze zitten vlak naast onze balie. Ik kijk wat er zoal gebeurt en neem nog geen actie. Het zittende meisje huilt, ik zie en hoor het boven de kakofonie van geluid uit. Als ik het even heb aangekeken zak ik door mijn hurken om te begrijpen wat er aan de hand is. Het blijkt iets met liefde te zijn. Of eigenlijk ontrouw. Daar moet je natuurlijk bij een trouwambtenaar helemaal niet mee aankomen. Het meisje is niet te troosten. Een beker water wil ze niet, ze wil geen gesprek. Het is leiden in last. Ik ga omhoog en laat haar maar even. Haar vriendinnen blijven troosten. Na een goed kwartier zie ik een van de vriendinnen de telefoon uit de tas van huilertje halen. Ze loopt er mee weg. Het andere meisje is al eerder vertrokken. Opnieuw ga ik door de knieën en probeer een gesprek aan te gaan. Het lukt me niet, al wil ze nu wel water. Plots springt ze in paniek op als ze haar telefoon niet kan vinden. Ik leg haar uit dat deze is meegenomen door een vriendin. Ze gaat er achteraan om even later weer bij ons in de kleermakershouding op de grond te gaan zitten. Het is opnieuw janken. Ik vraag haar op een kruk te komen zitten. Dat doet ze. Ze Whatsappt wat en dan plots verdwijnt ze uit mijn gezichtsveld. Voor mij even tijd om een straf colaatje te nemen.

Het blijft rustig die avond. Een jongen die wat dieper in het glaasje heeft gekeken, komt tot driemaal vragen of we ook munten verkopen, waar de muntverkoop allang is gestaakt. Maar daar blijft het bij.

Om kwart voor een gaat de tap ook dicht. Er wordt nog wat apart gezet voor het barpersoneel en dan loopt het van lieverlee naar het einde.

Dan om even voor enen een jongeman die komt vragen om een glas water. Zijn vriendin heeft dringend water nodig. Ik denk dan aan medicijnen. Ik schenk hem een glas water in en loop hem achterna. Benieuwd wat nou de oorzaak is dat het dringend is. Het meisje zit op de grond in een kring van jongelui. Ik vraag of er hulp nodig is. Maar hier is de drank de oorzaak. Ik druip af.

Om even voor enen wordt ook ineens de muziek bij de dj’s stilgelegd. Wat daar de oorzaak van is wordt door een van de medewerkers uitgelegd. Ik heb het niet kunnen verstaan, maar klachten van overlast zouden er zomaar de oorzaak van kunnen zijn. Of de kwaliteit. Er vallen verschillende stiltes bij overnames. Een dj-collectief die duidelijk niet op elkaar is ingewerkt.

Om een uur trekt de bezem door de tent en wie er voor de voeten loopt krijgt een schop, ik heb het zien gebeuren. Langzaamaan loopt de tent leeg. Al sputtert er altijd nog wel een tegen.

Wie het ook soms moeilijk hebben zijn jonge medewerkers. Zijn al dagen in touw tot laat in de avond of vroeg in de ochtend en worden ‘smorgensvroeg weer op het terrein verwacht. Een jongeman in kippenpak heeft het niet meer. Loopt als een zombie over het terrein, niet wetend wat hij moet gaan doen. “Gaat het”, vraag ik hem. “Nee”, zegt hij, “ik ben kapot”. Ik heb te doen met hem, maar hij wordt aangespoord aan te pakken.

Opeens is er veel bedrijvigheid op het terrein. Mensen lopen, sjouwen, breken af, timmeren, schroeven, vervoeren, klimmen op cabines, vegen, maken schoon. Het is een lust om te zien hoe er wordt aangepakt. Structuur ontdek ik echter nergens. Het zal goed zijn afgesproken eerder die dag.

Dan horen we een klap en blijkt een van de medewerkers een behoorlijk jaap in de muis van zijn hand te hebben. Het bloedt hevig. Met een andere EHBO-er, die toevallig ook nog in huis is, verbinden we de gewonde netjes. Even later heeft hij zijn hele hand in de ducktape gezet en zie je niets meer van de wond.

Nog even blijf ik na omdat er nog steeds gewerkt wordt waar men moe is en dan ligt een ongelukje in een klein hoekje. Het valt allemaal mee. De EHBO-tassen en deken kunnen terug in de kast. Nog even nakletsen en een biertje.

Het is gezellig op het terrein anders dan twee dagen ervoor heeft men gewacht tot er weer wat mag worden gedronken. De voorzitster staat op een stoel en dankt iedereen voor zijn/haar inzet. Tijd voor een broodje en drankje. Als ik op mijn klokje kijk is deze de half vier gepasseerd. Het is mooi geweest, in goed gezelschap wandel ik over de Paardenbrug naar de ‘goede’ kant van het dorp.

Ik wil de organisatie complimenteren met wat men heeft neergezet. Ga er maar aan staan, met een jong team zo’n Zomerfeest organiseren. Natuurlijk zijn er hier en daar wat steekjes gevallen in het mooie breiwerk. Maar van alle kanten hoor ik niets dan lof. Er zullen evaluatiegesprekken plaatsvinden, misschien harde noten, maar Schipluiden kan uitzien naar een volgend Zomerfeest. Een Zomerfeest dat wederom zal spetteren. Een duim omhoog.