391. Hoe ernstig is het en moet ik me druk maken?

Het bevolkingsonderzoek naar darmkanker. Door sommige wordt er nogal lacherig over gedaan. Andere gooien die paarse enveloppe gewoon weg. Stoer? Echt niet, meer de kop in ‘t zand steken. Ik niet, ik doe mee. Hoe spannend is dan de dag dat je een witte enveloppe krijgt met daarop de tekst ‘bevolkingsonderzoek, Zuid-West, voor vroege opsporing van kanker’.

Op de 18e april valt de paarse enveloppe bij mij op de mat. ‘Wat doe ik ermee?’ schiet er even door mijn hoofd. Ik mankeer toch niks, buiten wat kleine kwaaltjes. Ik leg de enveloppe even opzij. Het is altijd een heel gedoe, hoe vang je ontlasting op en hoe ga je er dan mee verder. Op de 20e april geef ik me er aan over. Het is even aanklooien, met het stokje roeren in het kokertje stoppen en weer opsturen. Nog even gaat het in de koelkast, zoals wordt aangeraden. Het is een zonnige dag en om de enveloppe met kokertje in een warme brievenbus te gooien, lijkt me niks. Later op de dag is het zover. Weg is ie.

Op de 27 april ligt er een witte enveloppe in de brievenbus. Een enveloppe van eerder genoemde organisatie. Wat is de uitslag? Er zit een boekje bij, dat had ik vorige keren niet. Je leest de tekst door en dan schrik je. Is het wat het is, bloed in de ontlasting. Dat kan niet. Ik heb nergens last van.

Na het doorlezen van de brief, blijkt dat men al een intake-afspraak ook heeft gemaakt. De Keizer kliniek in Ypenburg is waar ik naar toe moet. Ik informeer wat om me heen. Er zijn er meer die ooit zo’n brief hebben gehad. “Niet te druk maken, Aad”, zegt iemand uit mijn kennissenkring. “Het kan van alles zijn.” Dat is het juist: Het kan van alles zijn. Ik lees het boekje nog een keer door.

Op de bewuste dag van de intake rijd ik over de A4 en A12 richting de kliniek. Mijn auto mag in een beveiligde garage onder het gebouw. Krappe parkeerplaatsen, net aan goed voor een mini. Met wat passen en meten rijd ik mijn auto achteruit in het vak. Dan met de lift naar etage 3.

Ik ben aan de vroege kant maar mag direct doorlopen. Ik noem mijn naam en de mevrouw achter de balie herhaalt het. Ik moet mijn legitimatie tonen. Waarom, je gaat er echt niet voor je lol heen, een ander zal echt jouw plaats niet innemen. De pas gaat onder de scanner. “U kunt daar wachten”, zegt mevrouw.

Vrij snel word ik gehaald, ik loop achter de verpleegkundige aan. “Van Meurs, uit Schipluiden, familie van?”, zegt de verpleegkundige. “Van wie?”, vraag ik haar naar de bekende weg. Niet professioneel vind ik. Ik kom er niet voor een cabaretprogramma.

Mevrouw stelt me vragen over mijn gewicht. “Valt u veel af, of komt u veel aan?”, vraagt ze. “Komt er kanker voor in de familie?” Oei, dat is confronterend. “Nee”, antwoord ik, “dat komt niet voor in de familie.” Ze vraagt of ik een roesje wil en of ik word opgehaald op de dag van de endoscopie. Ik stel haar gerust, mijn lief komt mee. “Als u een roesje krijgt, mag u nl. niet zelf rijden.”

Nadat ze heeft uitgelegd hoe e.e.a. in zijn werk gaat, krijg ik een macht aan formulieren en documentatie mee. “Lees alles eens goed door”, zegt de mevrouw achter de tafel. Met twintig minuten sta ik weer buiten. Ik mag over 22 dagen terug komen voor het eigenlijke onderzoek.

Ik probeer er zo weinig mogelijk aan te denken. Hier en daar laat ik vallen dat ik voor het onderzoek ben uitgenodigd. Er zijn er die het als heftig hebben ervaren. Andere doen er vrij nuchter over en zeggen er weinig van te hebben meegemaakt. Mijn huwelijksgesprekken gaan gewoon door, mijn solexritten ook. Ik zoek mijn afleiding en verder zie ik het wel. Mijn MUS-dag zeg ik af. Het is niet handig om laxeermiddelen in te nemen en op het karretje te rijden.

Drie dagen voor het onderzoek gaat het beginnen. Vanaf 08:00 uur geen volkorenbrood meer, geen vleeswaren, geen vezelachtige producten, geen vezelachtige groente, geen koffie. Maar wat dan wel? Daar heb ik een lijstje van mee gekregen. Dan word je er keihard op gewezen en benadrukt dat het leven even niet meer is wat het was. Die nacht heb ik voor het eerst rupsen in mijn maag, geen vlinders. Ik voel ze kruipen.

Als ik ‘s ochtends op ben, neem ik nog een croissantje, een wit afbakbroodje en een beschuitje jam. De aardbeien liggen me op de schaal aan te kijken, maar het mag niet. Jam, dat mag wel. Het is vandaag thee drinken, waar koffie mijn favoriet is. De hele dag thee drinken maakt je weeïg. Mijn vrouw haalt witte rijst en kipfilet bij de Appie, dat is geen straf. Op tafel komt de chicken-tonight, dat mag dan weer even niet.

Nog één dag ‘normaal’ eten. In de avond de eerste twee tabletten Bisacodyl (dulcolax), hiermee wordt de darm geactiveerd. Slapen zal er mogelijk weinig van komen. Dat blijkt ook, niet dat ik er uit moet, maar ik slaap om wat voor reden onrustig.

De voorlaatste dag voor het onderzoek. De dulcolax heeft geen invloed gehad. Nu gaan we aan de @Moviprep beginnen. Twee liter klaarmaken. Anderhalve liter binnen anderhalf uur opdrinken en aanvullen met één liter heldere dranken. Na een uur heb je een abonnement op het toilet. Waar het vocht eerst van voor eruit komt, gebeurt dat nu vanaf de achterkant. De @Moviprep heeft geen onaangename smaak maar na anderhalf uur is een biertje toch lekkerder. De vocht toevoeging komt inmiddels mijn neusgaten spreekwoordelijk uit. Van achteren gebeurt dat met hoge druk. Een maandverband geeft wat vertrouwen in de processen. Ik benijd vrouwen niet met zo’n ding in je onderbroek. Die nacht zou een hele slechte worden.

Om vijf uur loopt de wekker af. Wederom die zoete weeïge drank drinken en opnieuw een liter helder vocht erachteraan. Al vroeg zit ik achter de tv. Ik doe de verjaardagen in Facebook even af en wacht tot het meissie beneden komt. En opnieuw is het toilet mijn domicilie. Ik neem brood mee voor na het onderzoek. Dat krijg je niet verstrekt.

Om kwart voor acht gaan we. Enige stress in de auto. Spanning. Om even over achten check ik in om kort daarop te worden opgehaald door dr. Verburg. Tot driemaal toe moet ik vertellen wie ik ben en of ik kunstheupen heb of een pacemaker. En ze willen steeds weten wanneer ik jarig ben. Zou ik gebak krijgen? Na mijn onderbroek uit te hebben getrokken neem ik plaats op een operatiebed. Er ligt een kraammatje op het bed. “U mag op uw rug liggen”, zegt de assistente die zich netjes voorstelt. Ook aan de andere kant een verpleegkundige. Ook van haar een hand en voorstellen. Ik krijg een bloeddrukband om en een zuurstofclip op de vinger. Aan de andere arm gaat een naaldje naar binnen voor een roesje. “5”, zegt de verpleegkundige. Ik weet niet wat het betekent. Maar hij zit er in voor ik het weet. Ik krijg een licht gevoel in mijn hoofd. “U mag op links gaan liggen”, zegt de verpleegkundige.

Terwijl de arts de slang naar binnen schuift kijk ik mee op het scherm. Een vreemd stelsel daar van binnen. Langzaam komt de slang weer terug. Niets van gevoeld overigens. Na een half uurtje mag ik met de benen naast het bed en de dokter aankijken. “Ik mag u feliciteren”, zegt hij, “ik heb niets gevonden.” Hij heeft een Colonoscopie tot in het terminale ileum (laatste deel dunne darm) gedaan. Ik vraag hem hoe het dan kan dat er bloedsporen in de ontlasting zitten. Dat kan al door een klein wondje, een aambei, of poliepje. Met een heerlijk gevoel kleed ik me weer aan. Alle doemscenario’s kunnen de ijskast in en diep gevroren worden weg gezet. Nog even bijkomen van het roesje en dan weer naar huis. Een dag geen gebruik maken van het verkeer, een dag geen alcohol, geen gevaarlijke machines bedienen en geen belangrijke beslissingen nemen.

Tegen allen die de paarse enveloppe ontvangen, wil ik hiermee aangeven. Doe niet stoer, wees niet angstig, het hoeft niets te zijn, maar is het wel wat dan ben je er in ieder geval vroegtijdig bij. Maak de paarse enveloppe open en doe mee aan het darmonderzoek. Mijn dank gaat uit naar de Keizer Kliniek voor de prettige behandeling. Met een blij gevoel stapte ik thuis weer binnen. Mijn lief haalt gebak, dat is wel lekker na drie dagen vezelarm. Zeker iets om te vieren.