69. Nationale lintjesdag

In 2009 besluit een bekende van mij om één van mijn buurmannen een Koninklijke onderscheiding te bezorgen. Na het invullen van een aantal formulieren is het zaak om medestanders te vinden die dit verzoek ook willen ondersteunen. Zo gezegd, zo gedaan. Ik ben één van de ondersteuners en schrijf mijn motivatie. Voor 1 augustus moet alles bij de gemeente binnen zijn. Na diverse contacten hebben we nog vier andere ondersteuners. Dan wordt het afwachten of het hare Majesteit het ook heeft behaagd.

Een dag of wat voor 30 april komt het verlossende woord. Koningin Beatrix heeft besloten om zo’n kleine 3000 onderscheidingen uit te reiken. Ik denk dat ze er een dagtaak aan heeft gehad om alle formaliteiten ook daadwerkelijk te onderzoeken, maar ze zal het ongetwijfeld niet allemaal zelf hebben gedaan. Ook onze genomineerde zit er tussen. Er ligt een zwaar embargo op. Niemand, maar dan ook niemand mag het weten. Ook ik niet, want ik ben geen initiatiefnemer. Maar de opstarter fluistert me bij een gelegenheid in het oor dat het is gelukt.

Dan gebeurt er iets geks. Eén van mijn buren komt langs voor een kleine bijdrage voor een bloemetje voor de buurman die een Koninklijke onderscheiding gaat krijgen. Dat is vreemd, niemand mocht het immers weten. Er is dus kennelijk gelekt, maar door wie? Ik besteed er verder geen aandacht aan.

Mijn vrouw vraagt me een paar dagen van te voren of ik ook nog naar de uitreiking ga. Ik ben het niet van plan. Er ligt nog aardig wat werk en dat wil ik graag afmaken. Mijn vrouw blijft echter aandringen. “Ga dan alleen even naar de uitreiking”, zegt ze, “je hebt er eigenlijk wel wat werk aan gehad en het is toch leuk als er iemand uit de straat ook bij is”. Ik ben het niet van plan.

Drie dagen voor de uitreiking word ik gebeld. De initiatiefneemster heeft een blessure aan haar voet en ziet geen kans om naar de uitreiking te gaan. “Wil jij het niet overnemen”, vraagt ze me. Ik twijfel. Ik bespreek het nogmaals met mijn vrouw die opnieuw vindt dat ik er echt naar toe moet gaan. “Je kunt dan meteen de initiatiefneemster meenemen”, geeft ze aan.

Ik besluit uiteindelijk om op mijn werk aan te geven de dag van de uitreiking niet aanwezig te zullen zijn.

De dag van de festiviteiten zoek ik ’s morgens een jasje op, een overhemd en een spijkerbroek. Mijn vrouw vindt het geen goed plan. “Trek je driedelig aan”, zegt ze, “het is wel een speciale gelegenheid”. Met enig gemor laat ik me overhalen. Als ik weer beneden ben, zoek ik naar mijn fotocamera. Ik kan deze nergens vinden. Ik begrijp het niet, of eigenlijk wel, want opruimen is niet mijn sterkste punt. Ik vraag er naar bij mijn echtgenote. Zij weet altijd alles terug te vinden. Heel bijzonder dat ook zij niet weet waar de camera is gebleven. Ik word er nijdig over. Maar ik zal het best zelf niet hebben opgeruimd.

Een uur voor de festiviteiten pak ik mijn autosleutels om naar de uitreiking te gaan. Ik haal de geblesseerde initiatiefneemster op en rijd er mee naar Maasland. In het Trefpunt zal de burgemeester de uitreiking verrichten.

Als ik net binnen ben zie ik een aantal bekende mensen van scouting in de zaal zitten. Ik neem mijn medepassagier mee en zoek aan een tafeltje een plek. Ik kijk nog even in het rond of ik de buurman zie zitten. Hij is er nog niet. Even later komt hij met zijn vrouw binnen en komt bij mij in de buurt zitten. Ik vraag verwonderd aan hem bij welke gelegenheid hij hier is, waarop hij toefluistert dat mijn medepassagier ook genomineerd is en een lintje zal ontvangen. Ik ben verbaasd, dat ik daar niets van wist.

De koffie wordt ingeschonken en er komt een heerlijk gebakje bij. De zaal loopt hoe langer hoe voller. Ik ga nog eens staan om te kijken wie er mogelijk nog meer gedecoreerd zouden kunnen worden. Dan zie ik plots dat mijn eigen familie, vrouw, zoons en een vriendin van een zoon ook in de zaal zitten. ‘Verdorie, ik hoor er dus kennelijk zelf ook tussen’, schiet er door mijn hoofd. Zo vallen er allerlei kwartjes. Het mee moeten gaan, het driedelig pak, de camera die zoek is.

De één na de ander wordt door de burgemeester in het zonnetje gezet. Zo ook mijn persoontje. De informatie klopt er is geen speld tussen te krijgen. Achteraf hoorde ik dat ik de informatie zelf had verstrekt aan één van mijn zoons die er mee aan de haal was gegaan naar de aanvrager voor mijn lintje.

Opeens ben je zelf gedecoreerde en het zonnetje in huis. Ik mag wel zeggen zeer onverwachts. Ik had er geen flauw idee van er ooit toe te mogen behoren, de club van gedecoreerde. Als een trotse bezitter gaat het lintje op mijn pak bij officiële gelegenheden.

Die dag hebben we onvoldoende vazen voor de bloemen die zijn overhandigd.

De volgende dag staat mijn foto in de krant. Er wordt opnieuw een bos bloemen bezorgd die afkomstig is van de Rabobank. Van zowel de gemeente, de kerk en scouting krijg ik bloemen overhandigd. Ik voel me die dagen een prins met een lintje op. Op Koninginnedag opnieuw een bos bloemen, nu van de Oranjevereniging. In de middag pak ik mijn vrijwilligerswerk weer op. Het lintje op mijn scoutingtrui gespeld. Het kan eigenlijk niet, maar mijn trots wint het van het protocol. Aan het eind van de dag zit mijn zegelring van mijn ringvinger in mijn middelvinger van het vele handen schudden. Wat een gave dag.

Als ik twee dagen later weer naar mijn werk ga, vangt het gewone leven weer gewoon aan. Ze weten het daar niet eens. Of eigenlijk wel, want men heeft ook info aan moeten leveren. Er wordt echter geen aandacht aan besteed, de dagen gaan weer voorbij zoals ze ook voorbij gaan voordat ik de onderscheiding heb gehad.

Een paar jaar later vraag ik met een aantal anderen opnieuw een lintje aan. Een vrouw die veel voor de gemeenschap doet, mag naar mijn mening best eens in het zonnetje worden gezet. Het kost me veel tijd om het voor elkaar te krijgen. Ik moet meerdere motivaties insturen. Over de tijdsbesteding, men moet verklaren dat er geen betalingen mee zijn gemoeid en meer van die soort zaken. Kortom naar mijn mening wordt er erg zorgvuldig mee om gegaan. Ook zij krijgt haar onderscheiding.

Het is 2015. Ik lees in de krant en zie op de tv dat een man een onderscheiding krijgt uitgereikt die er geen recht op heeft. Medewerkers van het programma RamBam hebben bij de gemeente Utrecht een onderscheiding aangevraagd voor een niet bestaande persoon. Een onsmakelijke actie al wordt hiermee misschien wel aangetoond wat de kwaliteit is van het gemeentekorps ter plaatse. De gemeenteambtenaren daar hebben er kennelijk zitten slapen en hebben niet zoals in onze gemeente gedegen onderzoek gedaan naar de achtergronden. Ik kan me er boos over maken. De waarde van het lintje krijgt hierdoor voor mij wel een andere betekenis. Ik zal mijn lintje echter altijd met gepaste trots dragen, want hier is wel onderzoek naar gedaan, dat weet ik zeker. Ook al heb ik de informatie zelf aangereikt.