369. Nationale vogelteldag

Ik heb op internet en in de krant gelezen dat de vogeltjes in de tuin moeten worden geteld. Er is wel een restrictie. Vogeltjes moeten tegelijkertijd in de tuin aanwezig zijn. Een vogeltje dat 10 keer per dag een zaadje komt halen telt dus niet voor 10 en mag dus slechts als een worden meegeteld. Is het hetzelfde vogeltje, dat weet je niet. Het is dus niet salderen van alle vogeltjes die je hebt gezien.

Om negen uur zet ik me voor het raam aan de achterzijde van ons huis. De regen doet goed zijn best. Druppels vallen met bakken tegelijk naar beneden. Ik heb moeite om goed naar buiten te kunnen kijken. Het nodigt niet uit om naar buiten te gaan. Mijn fototoestel ligt in de aanslag op de rand van de leuning van de bank. Een foto toevoegen is toch ook wel leuk.

Tegen tienen nog steeds geen musjes, vinkje, meesje of spreeuw gezien. De vlinderstruik achter in de tuin zwiept met de wind tegen de schutting. De vetbol die we hebben opgehangen ligt inmiddels achter de vuilnisbak. Zou het wat worden? Waar normaal toch regelmatig die vliegertjes even langs komen blijft het stil. Zouden ze met vakantie zijn naar een warmer oord?

Tijdens de koffie opeens een mus. Hij zet zijn pootjes rond een tak van de vlinderstruik, klemt zich goed vast en laat zich heen en weer zwiepen. Één, tel ik. Niet veel dus en van enige waarde voor de organisatie Tuinvogeltelling, ik weet het niet.

Op de site van organisatie heb ik gelezen dat er een mooie prijs is te winnen, een tuinopfrisbeurt. Nou daar wil ik wel een dagje voor banken. Mijn aandacht gaat voortdurend naar buiten, maar ook de bakjes waar vogelzaad in zit blijven onaangeroerd.

Het gaat harder waaien en in de middag verslapt mijn aandacht. De wedstrijd Feyenoord – Ajax gaat beginnen. Als Ajax-fan heb ik er alle vertrouwen in. Dit zou een makkie worden, maar niets is minder waar. Zeer terecht wint Feyenoord en ik gun het ook Van Persie en de zijne. Prachtig om te zien hoe de speler geniet en het publiek opzweept.

Het is rust als er plots een hele groep nijlganzen over komt vliegen. Tellen die ook mee? Ik ga naar de website van de telling. Maar dan zijn ze al weer overgevlogen. Te weinig voorbereid, dit had ik eerder moeten inventariseren.

‘Formeel mag u alleen de vogels op uw balkon of in uw tuin meetellen, zo staat er op de website. ‘Vogelbescherming kan niet voor iedere individuele situatie adviseren wat u wel en niet mag meetellen omdat iedere tuin of balkon anders is. Gebruik vooral uw eigen gezond verstand!’ Die laatste zin bevalt me niet zo, alsof ik dat niet altijd doe.

Mijn humeur zakt met de wedstrijd al moet ik eerlijk bekennen dat Ajax speelt als een krant en Feyenoord zich meer en meer de meester op het veld waant en toont.

Wanneer het eind signaal heeft geklonken wordt het weer tijd voor de tuin. Een rukwind en daar gaat mijn vogelvoerbakje over de straat, een kleine gieter dwarrelt over de tegels, alsof het een veertje is, rinkeldekinkel. Komen er nog vogels. Het wordt donker en de verlichting op de achterplaats gaat aan en uit door het zwiepen van de takken. Ik kan er helaas niet meer dan één opgeven aan de telorganisatie. Daar win je vast geen prijs mee.

De volgende dag kan ik de rotzooi op de achterplaats opruimen. Mijn tuin krijgt toch een opfrisbeurt, alleen heb ik die niet gewonnen, maar neem ik het zelf maar ter hand.

313. Eten klaarmaken is een kunst

Terwijl de zuiveringsinstallatie van het zwembad een ronkend geluid maakt, huppen musjes langs de rand van het zwembad. Even een slokje chloorwater, nekje strekken en weer weg. Het is een komen en gaan van deze beestjes. Op de rand van het groene doek, dat de werkzaamheden achter het hotel moet camoufleren, zit een musje te kwetteren. Mijn gehoorondersteuning vindt dat niet fijn, tenminste mijn oren protesteren.

Het is druk aan de rand van het zwembad. Alle ligbedden staan in dezelfde richting. De zon staat hoog en dan wil men genieten. Rood verbrand soms, of zo bruin dat het bruiner echt niet kan worden. Naast ons wachten twee ligbedden al enige tijd op hun handdoekeigenaren. Even verderop probeert een vrouw haar twee jongens of meisjes terug te stoppen in een veel te klein topje. Dames die ik normaal niet in dit soort outfits zie rondwandelen schamen zich nergens voor en lopen in badkleding rond, waar men normaal gesproken niet eens onder de eigen douche durft.

Voor mij is de zon eigenlijk niet nodig, ik verknetter al als de maan tevoorschijn komt. Ik zoek dan ook meestal een parasol op. Dan nog moet ik me insmeren, want zelfs de wind en de lucht geven je een kleurtje.

Het is tijd voor een broodje. “Neem maar één tosti hoor”, had een van de aanwezige als advies meegegeven. “Ze zijn zo groot daar kan je makkelijk met z’n tweeën van eten.” Ik laat me graag adviseren of ik het ook opvolg is aan mij. Als ik om mij heen kijk, heb ik de neiging het advies toch op te volgen. Ik bestel er één en reken direct bij witstaartje af. Nu had ik al een beetje in de gaten dat men niet de snuggerste achter het buffet hadden gezet. Een meisje met een donkere coupe, met een wit staartje. Wanneer mijn lief ook naast me komt zitten bestelt ze tweemaal Jus. Ze betaalt ook direct bij snuggere. Dan is het wachten.

Na een kwartier zijn we aan de beurt. We krijgen onze lunch en het drinken erbij. Naast de tosti ligt chips. Een ongekende combinatie. Na verloop van tijd gaan ook wij terug naar de ‘gereserveerde’ stoelen. Wanneer ik al onderweg ben word ik teruggeroepen door het witte staartvrouwtje. Ik zou niet betaald hebben. Ze is dus inderdaad niet snugger. Met handen en voeten leg ik uit bij haar te hebben betaald. Met de staart tussen de benen, druipt ze af.

Inmiddels waan ik me in een Hollandse enclave. Ik maak nog al eens makkelijk een opmerking en moet dus oppassen dat niet te doen.

Terug bij onze ligbedden word ik aangesproken door de bedliggers naast me. Zeventigers, schat ik in. Mannen, nou ja mannen met wat vrouwelijk hormonen. “De badmeester heeft ons aangesproken dat we te lang zijn weggebleven”, zegt de meest bruingekleurde man. “Belachelijk”, zegt de ander man in de Dries Roelvink Speedo, “we zijn net aan een uurtje weggeweest”. “We hebben een waarschuwing gekregen.” Innerlijk moet ik er om lachen, was dat niet waar ik eerder een blog over schreef.

Het wordt tijd om een duik te nemen het zwembad in. Eerst even de zwembroek ophalen. Wanneer ik terug ben bij het zwembad heb ik mijn gehoorapparaten op de kamer achter gelaten. Mijn horloge heb ik nog om. Ik sla voorzichtig mijn voet wat door het water en voel dat het water koud is, steenkoud. Langzaam zak ik van het trapje af om mij plots achterover te laten vallen, kopje onder. Ik voel alles in mij verschrompelen. Zelfs mijn zwembroek wordt ineens een maat kleiner. Nu begrijp ik ook waarom die borsten van die vrouw nog nauwelijks in haar topje passen, haar topje was ook kleiner geworden. Ik doe een paar slagen en merk dat ik mijn niet waterdichte horloge nog om heb. Ik zwem naar de kant en spring er als de wiedeweerga weer uit. “Wat is er”, zegt mijn lief. “Ik heb mijn horloge nog om.” ‘Dat is de tweede keer’, geeft ze me mee. Bij een eerdere vakantie was ik met gehoorapparaten het water in gedoken. Het viel gelukkig mee, het horloge blijft lopen. Ik ga niet meer terug het water in.

Als we ‘s avonds in het dorp gaan eten komt aan alle kanten de frituurlucht naar buiten. We kiezen voor een klein knijpje in een voetgangersgebied. “Doe maar een toeristenmenu”, zeg ik tegen een popie Jopie ober. “Today I am the Boss”, zegt hij en slaat zich op de borst. Wanneer hij echter het vlees van mijn vrouw op tafel zet, is het rood, vuurrood, niet gaar en het heeft zelfs het vet niet geraakt. Ik krijg een portie piri-piri waarbij mijn frietjes in het vet drijven. We roepen de ‘Boss’ terug en confronteren hem met het rode vlees. Hij neem het reeds afgesneden vlees mee om het opnieuw te bakken. Opnieuw probeert hij het met een grapje op te lossen. Naast ons nemen twee Portugese dames plaats aan ons tafeltje. Een ervan spreekt wat Frans, de ander alleen Portugees. Dan is Google Translate ineens een uitkomst. Er vindt een gezellig gesprek plaats.

Wanneer de ‘Boss’ terug komt met hetzelfde schoteltje is er niets mee gebeurd. “Ik hoef hier niet te eten”, zegt mijn vrouw. Opeens is de ober de ‘Boss’ niet meer als we hem opnieuw confronteren met deze bagger. Hij probeert het nog goed te maken met een schaaltje aardbeien met slagroom.

Het moment van afrekenen is daar. Ik loop naar binnen en krijg een vrouw tegenover me. Ze haalt een handgeschreven briefje tevoorschijn, en toont me het bedrag dat ik moet aftikken. Van tevoren had ik echter al een prijs in mijn hoofd genomen. Meer zou ik echt niet betalen. Tweemaal touristmenu, twee drankjes, twee schaaltjes aardbeien = €27,85.

Dat was beduidend meer dan ik in mijn hoofd had zitten. Ik geef aan het menu van mijn vrouw niet te betalen. Ze gaat opnieuw rekenen en komt uit op €16,45. Dat ligt al wat meer in mijn richting. Ik geef echter met een ‘no’ aan dit nog steeds teveel te vinden. Opnieuw pakt ze een briefje, schrijft er wat bedragen onder elkaar en komt uit op €14,85. Dat vind ik acceptabel. Ik trek de knip en betaal.

Mijn lief heeft de volgende dag nog even kunnen genieten op het toilet van wat ze bij El Sol in Monte Gordo heeft gegeten. Gelukkig hebben we diarreeremmers bij ons.

De andere dagen hebben we het beter getroffen. Hebben tegen alle voorspellingen in een zonnig weertje en goed eten kunnen bemachtigen. De vakantie zit er weer op. We kijken uit naar de volgende.