319. Westlandse Molendag bijna voltooid

Het laatste weekend van juni is er veel te doen. De haring- en bierfeesten in Vlaardingen. Veteranendag in Den Haag, Ter Heide heeft haar dorpsfeest met rommelmarkt. Het is Buitenhof Zomer Festival in Delft. In Maassluis gaan er tweedehands spullen over de kramen. En er is de Westlandse Molendag. Wij kiezen voor het laatste evenement.

Het is verzamelen bij ons thuis. Oud-collega Willem en Wilma’s aangetrouwde nicht Ria fietsen mee en wij, mijn lief en ik stappen straks eveneens op de pedalen. Na een kopje koffie is het om halfelf tijd om te gaan. We overleggen even welke route we gaan rijden en besluiten om bij molen Korpershoek in Schipluiden te starten. Aangekomen bij de Schipluidense molen is het nog rustig. Er ligt een schriftje op de tafel hoeveel mensen er zijn komen stempelen. Stempels krijg je als je bij de molenaar een kaart hebt gekocht met de route. Meefietsenden worden evenwel ook meegeteld. Zijn aantal is op dat moment 43. “Niet onaardig”, geeft hij aan, “het is nog vroeg.”

Mijn oud-collega Willem loopt met mij mee naar boven. Een enge trap, die we meermalen tegen zullen komen in molens, leidt ons naar boven. Een giga tandrad draait in de rondte. Tandwiel in tandwiel geven de wieken de draaikracht om te malen. We zijn beland in een korenmolen die als zodanig geen dienst meer doet. Ik wil weten hoe het zit met de financiële ondersteuning. Zelf kan men de molen niet draaiend houden, geeft de molenaar aan. Er is een stichting opgericht waar de molenaar met zijn vrouw de scepter zwaaien. Regelmatig ontvangt men subsidies.

Ondertussen gaat de handel gewoon door. Een zoon verkoopt er voeding voor dieren. Voor de kat, de hond, het paard, het konijn en de koe kan men er terecht. Ook stro voor het konijnenhok is er te verkrijgen. Na een kort gesprekje krijgen we nog mee dat Starbucks een beker heeft uitgegeven met de beeltenis van de Korpershoekmolen erop. Waarom? Hij kan het niet aangeven.

Tijd om de Groeneveldsche molen op te zoeken. De routekaart geeft aan hoe te rijden. Nu ben ik vrij bekend in het Delflandse gebied dus dat is een makkie. Aangekomen bij de molen heeft men er werk van gemaakt. Twee punttenten geven enige verkoeling. Hier is koffie, een hapje en een drankje te koop. De Haagsche modelboot vereniging heeft er haar domicilie. In de grote plas varen allerlei boten en bootjes. De weide met kleine molentjes is in trek bij de jeugd. Het waterorgel vraagt om enige spierkracht. Rob, de molenaar, heeft zijn best gedaan om er weer iets moois van te maken. Bij een stand met promotiemateriaal is alles gratis, waar we er verderop in de route, soms flink voor moeten betalen. Er blijkt weinig afstemming, of is het ieder houdt zijn eigen broek op en hoe je dat doet, mag jezelf bepalen. Na een lang gesprek, Rob is nooit kort van stof, maar dat is zijn passie voor molens, gaan we wederom op de pedalen. “Doe Herman de groeten”, roept hij ons nog na. Herman werkt vrijwillig op het volgende gemaal dat we bezoeken.

We nemen het nieuwe fietspad dat uitkomt bij De Zwet. Nog niet alles is met asfalt bekleed maar dat komt er a.s. maandag. We rijden langs de Veilingroute richting de Lier en gaan op zoek naar het gemaal van de Oude Lierpolder. Een prachtig gepoetste machine doet in een oorverdovend geluid haar werk. Een beauty uit 1929, die niet meer elke dag dienstdoet. Een oud-medewerker heeft er deze week nog wat uren aangegewerkt om het gemaal draaiende krijgen. Er moesten leertjes worden vervangen. Herman, de oud-medewerker, vertelt over het gemaal. “De geur van olie is zo lekker”, zegt hij. Het is een hobby geworden om mee te draaien tijdens de Westlandse Molendag.

Vanuit De Lierpolder maken we doorstart richting Maasland. Het Kralingerpad is helverlicht, d.w.z. de zon heeft een enorme kracht en brandt. Ik voel mijn voorhoofd. Tijd voor een petje. Een geweldige temperatuur zorgt ongetwijfeld voor verbrandingen. Bij Maasland gaan we via een binnenpad naar de Dijkmolen. De molenaar, Henk, zit op het gemak de krant te lezen. Het is nog niet druk geweest. De kindertasjes met kleurplaten staan onaangeroerd in een hoek van de schuur. Geen nevenactiviteiten hier. “Je komt toch voor de molen”, zegt Henk. “Sommigen komen voor het stempeltje en fietsen direct door.” Als één van de bezoekers iets wil weten over de molen en het scheprad, komt Henk in zijn rol. Hij vertelt hoeveel water er wordt ‘geschept’ in dringende tijden. “Jullie draaien voor de prins”, zegt de bezoeker. Een bekend gezegde dat stamt uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog. De molenaar beaamt het. “Laat ie maar langskomen”, zegt hij. We nemen afscheid en gaan naar de molen de Drie Lelies even verderop.

Bij de Drie Lelies staat een nog jonge vrijwillig molenaar te draaien. Hij is weinig spraakzaam. Geconcentreerd schuift hij het meel dat naar beneden komt in zakken. In een oude kast staan papieren zakken met diverse soorten meel. Broodmeel, appeltaartmeel en cakemeel. Er wordt een zak broodmeel en een zak cakemeel gekocht. Het is niet goed met de wind zegt de molenaar. Wisselende winden zorgen ervoor dat de wieken regelmatig stil staan, waar men de vlaggetjes wil horen wapperen. We gaan door naar de Wippersmolen te Maassluis

Via de Wipperskade, (vanwaar die naam?), fietsen we langs het water en komen we uit bij de Wippersmolen. Opnieuw een oud-collega, Tim met een compaan. Zij beheren vandaag de oude molen in Maassluis. “Er zijn al 135 mensen langs geweest”, zegt de compaan, “voorwaar een mooi resultaat.” “Je hebt nu vijf molens bezocht, neem alvast een medaille mee, voordat ze straks op het eind op zijn.” Dat is niet tegen dovemansorgen gezegd. Nog even een praatje en een tomaatje, overigens staan die bij elke molen, en dan weer op de pedalen. We gaan naar molen de Hoop in Maassluis.

Bij molen de Hoop, staat men pannenkoeken te bakken van meel dat zojuist is ‘geoogst’. Het is inmiddels al over enen en een pannenkoek gaat er best in. Men mag kiezen uit vier smaken suiker voor het zoeten van de pannenkoek. We zoeken even de schaduwzijde van de molen om op het grasveld de pannenkoek op te eten. Een is niet genoeg, we nemen een tweede. Na de rustpauze maken we de grote oversteek naar Hoek van Holland. Langs de Nieuwe Waterweg, met een windje in de rug en stralende zon voel je niet dat je bijna kookt. De wind over het water zorgt voor enige verkoeling. Onderweg komen we een opvang van zwanen tegen. Zij moeten worden verzorgd i.v.m. een olielek na een aanvaring. Een enkele zwaan zwemt nog in de Waterweg en is kennelijk niet opgevallen. Ze heeft wel degelijk nog olie aan het verenpak.

De kolossale molen van Nieuwland staat te pronken in de zon. De stempelpost heeft men op de eerste etage. Jonge vrijwilligers beheren de molen. De molen is vol in bedrijf, tenminste hij draait. Er is te weinig water om te malen, krijgen we mee. We maken er een korte stop van want we willen zoveel mogelijk molens aandoen. Op naar ’s Gravenzande. De molen van Maat is onze volgende stempelpost.

Bij de molen van Maat, de korenmolen van ’s Gravenzande, is men zeer gastvrij. Er is gratis koffie en een koekje. Het toilet staat ter beschikking en het waterflesje mag worden bijgevuld. De wieken zijn weer terug, waardoor de molen zijn aanzien weer terug heeft. Op 6 februari 2014 valt het wiekenkruis tijdens een harde wind naar beneden. Exact twee jaar later, op 6 februari 2016, wordt de molen opnieuw in bedrijf gesteld. Maar wederom zijn er problemen. Begin deze maand is opnieuw een wiekenkruis geplaatst. Op de dag van de Westlandse Molendag is eerst proefgedraaid. Als we er arriveren is de molen vol in bedrijf. Hier nemen we even rust. Onze billen hebben het zwaar, maar ook het lichaam begint te protesteren. De temperatuur is inmiddels opgelopen naar 29 graden. We appen de vrijwillig molenaar van de Vier Winden te Monster. ‘We komen eraan. Zorg voor een koud biertje’. ‘Geen bier’, is de reactie.

Aangekomen bij de Vier Winden loopt er internationaal gezelschap rond. Duitsers en Engelsen. De molen draait en het meel wordt gevangen in zakken. Garrit, onze collega is ook zo’n enthousiaste vrijwillig molenaar. Ook hier is allerlei soorten meel te koop. We zijn reeds voorzien en laten het voor wat het is. De clown die er voor de molen werkt is moe, zegt ze. Ze loop op veel te grote schoenen, merk ik op. Nu is het opschieten om de molen in Wateringen nog te halen.

Onderweg komen we tomaten- en komkommerstalletjes tegen, maar ook diverse plantenkarren staan er aan de weg. De temperatuur heeft er op sommige plaatsen geen goed aan gedaan. Bloemetjes hebben het kopje laten hangen, €2,50 staat er op het bijgeplaatste labeltje. We laten het toch maar staan. Maar nu wordt het echt een race tegen de klok. Om vijf uur stoppen de molens. De dames blijven wat achter hangen. De mannen zetten de vaart erin. Klokslag vijf uur komen we aan bij de molen Windlust in Wateringen. Het stempeltje is al opgeborgen maar wordt tevoorschijn gehaald. Hier kan men appeltaartjes en brood kopen, gebakken met meel uit de molen. Omdat ze gaan afsluiten, krijgen we twee halfjes brood mee. “Doe maar wat in de molenpot”, zegt een van de vrijwilligers.

Het wordt tijd voor een uit mout gebrouwen drankje, een koud biertje, dat ons goed zal doen. De rit is rond als we thuis aankomen. Nog even dat kouwe biertje en dan is de Molentocht volbracht. We hebben drie molens niet kunnen bezoeken, maar we hebben wel 60 km rond gepedaleerd. Het is genoeg. De voetjes gaan op de bank, het is een mooie dag geweest.