311. Wat een onding is mijn telefoon eigenlijk

Wat een onding is mijn telefoon toch eigenlijk. Nou ja, onding, ik ben eraan verslaafd, ik durf het gerust te bekennen. Elke keer als ik dat piepje hoor, zeggen mijn hersenen dat ik moet kijken. Ook op trilstand zetten is geen optie. Je staat met iemand te praten en in je broek- of borstzak voel je die trilling. Afgeleid, en niet meer bij het gesprek, ben je al bezig met wie het zal zijn. Maar ook zonder geluid of trilling brandt zo’n telefoon in je broekzak, tenminste bij mij wel. Stiekem kijken of gewoon zo op tafel leggen dat ik zie dat het scherm oplicht.

Facebook, Instagram, Whatsapp, Twitter, e-mail. Wie heeft mijn Facebookberichtje geliked, wie heeft er een berichtje ondergezet, waarom brandt er een rood 1-tje, 2-tje of 3-tje boven het symbooltje van één van bovenstaande apps. Iemand heeft gekeken, gereageerd. Wie dan? Dat wil je weten.

Eigenlijk verafschuw ik mijn eigen telefoon. 24 uur per dag was hij mijn tipgever, mijn afleider, mijn pleaser, mijn onding. Zelfs ’s avonds ging ie mee naar het nachtkastje, bang dat ik iets zou missen. Het leek er zelfs op dat ik erop ging slapen. Dat deed ik ook. Mijn telefoon lag op een gegeven moment onder mijn hoofdkussen om de ’s nachtse bewegingen te rapporteren. Zogenaamd om mijn slaapritme te kunnen vastleggen. Ook daar heb je een app. voor. Het minste geringste geluidje of trilling onderbrak mijn slaap waardoor ik rechtop in bed zat. Ik ben er mee gestopt. Laat de telefoon tegenwoordig beneden liggen, daar mag ie gaan tot ie een ons weegt, ik hoor het apparaat niet en slaap weer rustig een nacht door.

Ook de avonden zijn niet meer zoals ze vroeger waren, Wordfeuden op elk tijdstip want mijn tegenspelers slapen kennelijk niet, nooit. Alle applicaties kan je uitzetten, toch kijk je ongemerkt. Zou die ander al een zet gedaan hebben?

Ergens is het de uitvinding van de eeuw. Toch betrap ik mezelf erop dat ik mijn rust niet meer neem. Je blijft altijd in contact met wie dan ook. Iedereen kan je bereiken, overal, altijd. Heel even heb ik overwogen om mezelf van Facebook af te gooien, maar wat ga ik missen? Degene die nooit op Facebook heeft gezeten zal zeggen, “nou gewoon niks”. Maar als je er al zo’n vijf/zes jaar aan verbonden bent is dat niet makkelijk.

Voor vrienden hoef je geen Facebook te hebben. Want Facebook vrienden zijn geen echte vrienden, zijn net als ik benieuwd naar wat de andere kant van de lijn doet/beleefd. Nieuws, face-to-face, is er niet meer. “Oh, las ik al op Facebook.”

Laatst betrapte ik me erop dat ik zelfs drie kilometer terug fietste omdat ik mijn telefoon was vergeten, lag nog thuis. Ik verwachtte niets, maar ging toch gewoon terug. Eigenlijk te zot voor woorden.

Vanmorgen zat ik in het ziekenhuis te wachten. Ik zat er met zo’n dertig mensen in de wachtkamer, waaronder twaalf van (naar schatting) onder de dertig jaar. Zij hielden constant hun telefoon in de hand. Zo erg zelfs dat toen de display M016 aangaf, betrokken patiënt zijn beurt voorbij liet gaan toen deze op de display passeerde omdat zij constant met de telefoon bezig was. Ze moest een nieuw nummertje ophalen. Maar ook ouderen hadden meer aandacht voor hun telefoon dan rechtuit.

Waar het wel goed voor is is voor het noodnummer of 112. Dat zijn nummers die nog van enige betekenis zijn. Zoals ook de app. Hartveiligwonen, een prachtige app. is.

De hele dag door krijg ik via verschillende media mee welke bijzondere en waardevolle apps. er nu weer op de markt zijn verschenen. ‘Gratis. Moet je beslist downloaden’, staat er dan bij. Echter na twee weken gratis zit je aan een abonnement vast voor de prijs van €4,95 p/m.

Ik word er een beetje moe van. Ik wil met mezelf afspreken slechts tussen 08:00 – 10:00 uur en tussen 20:00 – 22:00 uur te kijken. De rest van de dag laat ik het ding links liggen, of rechts. Tenzij het een telefoongesprek is, daar maak ik een uitzondering op. Dus krijg je niet snel een antwoord van mij dan weet je, wat daar de reden van is. En heus de geest is gewillig, maar het vlees is zwak, ik zal dus best nog weleens zondigen, maar de spelregels zijn duidelijk.

265. Trampoline springen of zumbales volgen?

Afgelopen vrijdag opnieuw een feestje. D.w.z. een medewerkersuitje voor de personeelsleden van de Tuinderij. In trainings- of joggingpak staat er in de uitnodiging. Ik weet niet goed wat ik me er bij moet voorstellen of van moet verwachten.

Ik zoek mijn trainingspak op, mijn sportshirt en korte broek en sportschoenen. “Doe niet zo gek, man”, zegt mijn vrouw nog, “je bent veel te volgzaam. Je zal zien dat al die oudere medewerkers niet in zo’n outfit rondlopen.” Ik ben inderdaad volgzaam en ze schrijven dat niet voor niets voor.

Om even voor vijf uur komt de fiets uit de schuur. Met een fikse tegenwind, kleine versnelling en hoge ondersteuning trotseer ik de storm langs de Zijde richting de Tuinderij. Als ik bij het tunneltje rijd, haal ik een oudere sleutelaar in. Het is voor hem stumpen. In zijn derde versnelling pompt hij zijn trappers rond. “Ja, z’n één en twee doen het niet”, zegt hij. Een beetje sleutelaar maakt dat toch even?

Aangekomen bij de evenementenlocatie van de familie Van Mil, is het nog vrij rustig. Er staat toch echt dat het feest om 17:00uur zal beginnen maar wel met een uitloop tot 18:00uur. Dat zijn vage aankondigingen. Ik weet nooit goed wat ik daarmee aan moet.

Eenmaal binnen is een deel van de personeelsleden al gearriveerd. Sommige inderdaad in sportoutfit, anderen met een spijkerbroek aan. Dat valt me direct op bij de ouderen, mijn vrouw heeft weer eens gelijk, zoals zo vaak. Een Engels/Duits sprekende butler loopt langs de tafeltjes en doet er zijn act. Hij komt regelmatig terug met een verscheidenheid aan trucs. Op de tafel bij de ingang liggen stickers met je naam er op. Dat is handig, want zo vaak zie je elkaar niet, al is dat voor de voornamelijk Lierse jeugd natuurlijk anders.

Ik sluit me aan bij mensen die ik regelmatig tegenkom als ik op de solex mag voortoeren. Er ontstaan tafelgroepjes met oudere mannen, oudere vrouwen en jongeren onder de 25. Als een complete meidengroep gekleed in korte broek, flitsende maillots en sportshirts binnenkomt brengen ze direct sfeer mee. Mijn meefietser heeft intussen een Feyenoordshirt aangetrokken. Dat was nog wel een dingetje. Dat is zeker niet mijn kleur en smaak. Ik maak direct kennis met meer Van Millen, er is een flink aantal van. Neven, broers, ooms, maar ook een Van Mil die er toevallig is terecht gekomen. Een mooie familie.

De koelkasten waar drank in staat met een promillage hoger dan 0,0% blijven dicht. De glazen frisdrank komen grif uit de koelkast. We doen een voorstelrondje aan onze tafel en krijgen zo meer inzicht met wie we die avond op zullen trekken. Inmiddels lopen er koks rond die bezig zijn met het lopende buffet. De geur van stoofvlees bereikt de neus.

Nog steeds komen er jonge mensen binnen. Rond de klok van zes komt de briefing. Men wordt nog eens op de verantwoordelijkheid gewezen. Werken bij de Tuinderij is een voorrecht. Je hebt rechten maar ook plichten. ‘Verjaardagen in het weekend mag je vergeten’. Om beurten wordt er door de drie leidinggevende even een kort woordje gedaan. Het is de bedoeling dat je regelmatig van tafel wisselt, maar daar is niet veel van te merken. Er wordt ook direct aangegeven dat alcohol tot aan 22:00uur uit den boze is, gezien de activiteit die nog op stapel staat.

Er worden rode haarbanden uitgedeeld, de herkenning van deze avond. Dan gaat het buffet open. Heerlijke gerechten staan te dampen op lange tafels. Er is genoeg en een tweede of een derde keer langs behoort zeker tot de mogelijkheden. Voor het uitbuiken kiezen een aantal ouderen de libertystoelen achter in de locatie.

Om half acht is het tijd om de bus in te gaan, maar niet eerder dan wanneer je de mobiele telefoon hebt ingeleverd. Een grote tas met mobieltjes is die avond de brandkast van een behoorlijke hoeveelheid digitaal.

Eenmaal in de bus gaat het richting Ridderkerk. Daar aangekomen worden de bussen gestald bij Jump XL. Een groot trampolineparadijs waar een oud medewerker van de Tuinderij de directie voert. Het wordt een hartelijk welkom, waar vele medewerkers ooit hebben samengewerkt met de oud medewerker.

Er wordt niet gewacht tot er enige uitleg is, de speciale sokje worden opgehaald of men staat al te trappelen om het parcours op te gaan. Dat gaat even niet door. Onder begeleiding is er de mogelijkheid om meest gekke sprongen te maken. Niet voor mij overigens, en ook niet voor andere wat ouderen. Voor hen is er een zumba-salsa les. Soepel bewegend vanuit de heupen bewegen. Kleine pasje en die sensuele beweging.

Als het startsignaal klinkt voor de sportende medewerkers worden de trampoline in bezit genomen door de jonge mensen. Je haalt ze er direct uit, de gymnasten. Ik zie ze salto’s maken, uit de ballenbak klimmen, een snel parcours afleggen en sprongen maken van een hoogte op een kussen. Maar er zijn er ook die alleen wat sprongen vooruit maken en gewoon een kunstje doen. Dat het vermoeiend is kreeg ik al snel te horen. Aan de zijkant de zumbales.

Dan plots enige paniek. Een van de springsters heeft haar enkel verzwikt. Na het koelen wordt ze van de baan afgehaald en in de kussens gezet. Het gaat niet goed met haar, ze heeft pijn, flinke pijn. De tranen lopen over haar wangen. Men brengt een zwachtel aan en geeft het slachtoffertje een paar paracetamolletjes, dat moet de pijn wegnemen. Ik probeer er als EHBO-er op aan te dringen om foto’ s te laten maken, “maar dat is niet nodig”, zegt de student sportarts, tevens barman, die zich er mee bemoeit. Ik weet niet hoe het verder is afgelopen, maar laat de verantwoordelijkheid bij de behandelaar. Zij hebben vaker met het bijltje gehakt, krijg ik te horen.

Om 22:00uur gaan de trampolines dicht, de tap gaat open, d.w.z. de kratjes Grolsch worden aangesleept. De dansvloer druppelt vol en de jeugd gaat uit haar dak. Het wordt een gezellig feest, de voetjes gaan van de vloer en de DJ heeft succes.

De al wat ouderen kijken het af. Terugdenkend, mogelijk aan hun eigen jeugd. Vanavond is het niet aan hen besteedt. Aan de tafel wordt heerlijk gekletst onder het genot van een biertje, wijntje en een knabbeltje. Als op een gegeven moment een aantal meiden wat ouderen komt halen voor de dans lopen zij gewillig aan hun arm mee.

Om klokslag 01:00uur gaat de bar dicht. Wat men ook probeert, tijd is tijd. Na een laatste nummer van de DJ wandelt men snel naar de bussen terug. In de bus nog een kleine promenade en dan op weg naar huis. Thuis aangekomen gaat de tas met mobieltjes weer open. Even graaien in voor sommigen het kostbaarste bezit en dan heb je hem weer terug. Het is een rustige avond geworden, al zag ik een al wat oudere medewerker wel stiekem wat foto’s en een videootje maken. Burgerlijk ongehoorzaam.

Het pand moet worden geopend maar er is geen sleutel. Dan loop je even om en kan je er alsnog in. De shawls, tassen en andere attributen worden opgehaald. Men neemt afscheid van elkaar. Het was een zeer geslaagde avond.

De hoeveelheid fietsen in de stalling is nog even een klein probleempje, maar ook daar is snel een oplossing voor. Met de wind in de rug terug naar waar ik die avond vandaan kwam. Thuis aangekomen nog even nazitten voordat ik naar bed wilde. Nog eenmaal de indrukken de revue laten passeren, om tot de conclusie te komen dat ze het bij de Tuinderij prima voor elkaar hebben.

99. Tante Janny en de mobiele brigade

Vandaag is het echt zover. Mijn tante Janny is jarig en wordt 65. Nou ja, mijn tante Janny, van mijn vrouws kant. Ze besluit er een groter feest van te maken dan alle eerdere verjaardagen, al kan ze helaas nog niet met pensioen. Alhoewel, ze kan wel maar ze moet daar zoveel geld voor inleveren dat ze dat niet doet. “Ze heeft er niet voor niets ruim negenveertig jaar voor aan het arbeidsproces deelgenomen”, zegt ze. Het kabinet is er de oorzaak van. Het vertrouwen in deze Hagenaars is ze al veel langer kwijt. De laatste zes maanden kunnen er ook nog wel bij. Rond de kerstdagen komt ze met het plan van het etentje en neemt ze het besluit om met haar kinderen en kleinkinderen het plaatselijk restaurant aan te doen. Ook ik, als aangetrouwde kouwe kant neef, mag mee. Er is één voorwaarde om mee te gaan. Het mobieltje blijft thuis. Bij de jongelui komen er al snel protesten. “Dan ga ik niet mee”, zegt Bas het oudste kleinkind van zeventien volgende nakomelingen, “ik wil altijd bereikbaar zijn.” “In onze tijd was niemand bereikbaar en gebeurde er echt geen ongelukken”, laat tante weten en probeert daar mee de discussie te sluiten.

Nu moet u weten tante Janny heeft met manlief Hans jarenlang een tuindersbedrijf gerund. De laatste jaren heeft de oudste zoon het bedrijf overgenomen, maar tante is altijd in de snijbloemen blijven werken. Het mobieltje was hierbij niet noodzakelijk.

Als het eetvoorstel ter tafel komt zijn er nog veel meer protesten. “Oma”, zegt zoon Carel, het tweede kind van tante Janny. We leven in een 24-uurs economie en dat vraagt dat je overal en altijd ter beschikking en bereikbaar moet zijn. Tante Janny begrijpt hier niets van en wil het ook niet begrijpen. “Als de mobieltjes meegaan, dan geen feest”, had ze gezegd. Ze wil niet luisteren naar al die argumenten van haar kinderen en kleinkinderen. “Jullie zijn net van de mobiele brigade”, zegt ze, “er is geen gezelligheid meer aan.”

Na veel gemor komt het er vandaag dan toch echt van. Het verzamelen is bij tante zelf om vandaar uit te wandelen naar het restaurant ‘De Gouden Pollepel’, net om de hoek bij tante. Langzaamaan komen kinderen en kleinkinderen bij haar thuis binnen wandelen. Op de eettafel staat een rieten mandje. ‘Inleverpunt Mobieltjes’ had tante op een sticker geschreven en op geplakt. Neefjes en nichtjes wijzen naar dit onzinnige attribuut. “Doe jij het?”, vraagt kleindochter Simone aan haar net zo oude nichtje Priscilla. “Papa heeft gezegd dat we moeten”, geeft ze te kennen. Voorzichtig leggen ze als eersten hun telefoon in het mandje. “Hoe gaan we ze straks uit elkaar houden”, vraagt Priscilla, “want er komen er nogal wat in.”

Als Kees binnenkomt, de jongste zoon van Hans en Janny, vraagt hij of hij toch zijn mobiel mag meenemen. Hoe oud de kinderen ook zijn, tante maakt nog steeds de dienst uit. “Nee”, zegt tante Janny, “dat is niet de afspraak.” Kees geeft aan dat hij storingsdienst heeft voor het bedrijf waarvoor hij werkt. “Dat had je toch kunnen ruilen”, zegt tante. Dat bleek helaas niet mogelijk. Maar tante Janny is onverbiddelijk, ‘mobieltje mee, niet mee eten’. Kees belt daarop zijn collega om hem te vragen hem voor een paar uurtjes te vervangen tijdens de storingsdienst. Als Kees heeft uitgelegd waarom, blijkt dat dit wel mogelijk is. Ook Kees legt zijn mobiel in het mandje. Ook alle andere binnenkomende kinderen, aanhang en kleinkinderen leveren één voor één hun mobieltje in. Het mandje is bijna te klein. Ook ik.

“Wat een hoop geld ligt er in dit mandje met al die mobieltjes”, zegt de 10-jarige Dave en met dat hij het zegt gaat er een telefoon af. ‘Van wie is ie?’, is de vraag. Er blijken dezelfde ringtones te zijn geïnstalleerd. Na enig zoeken blijkt het de telefoon van kleindochter Doris. Het vriendje van Doris vraagt waar hij moet zijn. Ook hij is van de kouwe kant maar staat wel dichter bij tante dan ik. Als de hele club zich heeft verzameld, wandelt men naar het restaurant. Hier aangekomen staat er een hele lange tafel gereed om de familie bij elkaar te houden. Als men net aan binnen is komt de jongeman, die werkt in het restaurant, aan met een bak. Hij spreekt tante aan en vraagt of ze gebruik wil maken van hun speciale actie. Tante kijkt hem verbaasd aan, speciale actie? “Ja,” zegt de jongeman, “als u uw mobieltje inlevert tijdens het eten dan krijgt u een tientje korting per persoon op het couvert.”

Tante schrikt hiervan, doet heel voorzichtig haar tas open en haalt hier haar mobieltje uit om die in de bak te leggen. Stiekem had tante wel haar eigen mobieltje mee genomen. Nou ja, mobieltje, koelkast hadden de kleinkinderen gezegd. Van alle kanten komen de commentaren vanuit het gezelschap. Waarom tante wel en de rest niet? “Er hoeft er maar één bereikbaar te zijn”, probeert ze zich er uit te redden. “Maar ik kijk er niet op”, zegt ze. De bediende van het restaurant kijkt er van op dat er niet meer mobieltjes worden ingeleverd. “Ik heb dit nog nooit meegemaakt dat er op een zo’n groot gezelschap slechts één een mobiele telefoon bij zich heeft. Tante kijkt de tafel rond, houdt wijselijk haar mond en telt 51 personen, waarvan 39 een telefoon hebben, dat betekent €380,00 misgelopen. “Ach”, zegt ze, “op zo’n groot bedrag, maakt die €380,00 ook niet meer uit.” De verontwaardiging van uit de groep is echter groot als tante haar mobiele telefoon heeft ingeleverd.

Als de borden van het voorafje worden opgehaald gaat er plots een telefoon af. Het geluid komt uit de bak waar het mobieltje van tante in ligt. Ze schrikt er van. Ze wordt nooit gebeld. “Je mag hem niet opnemen, Oma”, zegt Dave met een big smile. Een van de kinderen kijkt toch even in de bak. Het blijkt een vriendin te zijn van jongste dochter Chantal. Chantal die wist dat haar moeder altijd een mobiele telefoon in haar tas had zitten, had haar vriendin opdracht gegeven om Chantals moeder te feliciteren, maar wel onder het eten. Tijdens het diner gaat het al die tijd over de mobieltjes actie van tante. Zo had tante zonder dat ze het had gewild een leuk onderwerp voor tijdens het eten.

Ik moet wel zeggen het is wel relaxed om te kunnen eten zonder mobiel. Meer restaurants zouden zo’n actie in hun pakket moeten hebben.