367. Een huis voor Harry

“Hey Aad, zou je willen voorlezen bij de Nationale Voorleesdagen?” Zo krijg ik vanuit de bibliotheek de vraag voorgeschoteld. Ik krijg een aantal dagen en locaties op waaruit ik een keuze kan maken. De keuze wordt niet moeilijk. Ik ga op 28 januari voorlezen in de bibliotheek van Den Hoorn. Een dag later kom ik tot de ontdekking dat ik een dubbele afspraak heb gemaakt en besluit ik dit aan de medewerker van de bieb mede te delen. Ik geef op dat ik wel op een andere dag kan in Maasland. Daar wordt kort op geantwoord. Helaas daar heeft men geen voorlezers nodig. De groepen 7 en 8 lezen daar voor en dat wil men graag in ere houden. Dan twee dagen later een berichtje dat de groepen 7 en 8 niet in de gelegenheid zijn. “Wil je alsnog?”  is de vraag. “Houdt er rekening mee dat het wel een pr-momentje kan worden want wethouder Wendy Renzen komt ook.” Inmiddels ben ik wel gewend aan pr-momentjes, dat is dus geen probleem.

Een paar dagen voor het voorlezen rijd ik op de fiets naar de bieb. Het weer ziet er goed uit, maar als ik goed en wel vanuit Schipluiden onderweg ben naar Den Hoorn zijn de weergoden mij niet zo welgezind en begint het te regenen. Geen kleine druppels, nee, gewoon een heftige regen. Er is geen moment en gelegenheid tot schuilen, ik moet er helaas doorheen. Aangekomen bij de bibliotheek blijkt deze donker. Zou er niemand zijn? Ik probeer de bel en wacht. Als je niemand ziet moet je even bellen, had de biebmedewerkster mij gezegd. Het wachten leverde geen resultaat op. Nog maar eens bellen, binnen twee minuten ben ik bij je, had ze er achteraan gezegd. De deur bleef echter potje dicht. Dan maar weer naar huis. Ik stuurde de medewerkster een e-mail dat ik voor niks naar Den Hoorn ben geweest en kletsnat weer thuis kwam. “Je had me ook even moeten bellen, dat had ik toch gezegd”, zegt ze als ze me opbelt. “Ik heb jouw telefoonnummer niet”, gaf ik als antwoord. En zo heeft bellen twee betekenissen en ontstaat er een spraakverwarring. De volgende dag stap ik opnieuw op de fiets. Nu is de bibliotheek wel open.

We nemen samen even door wat de bedoeling is van mijn voorleesverhaal. Ik krijg het boek in handen, dat moet worden voorgelezen en nog een aantal top-10 boeken, die als alternatief er achteraan kunnen. “Ik vind het wel leuk dat ik nu eens een man heb die gaat voorlezen. Dat is voor ons uniek.”

Op de voorkant van het boek staat een kat afgebeeld. Harry. ‘Een huis voor Harry’, zo heet het boek. Thuis gekomen lees ik en kijk ik de plaatjes uit het boek. Een leuk verhaal met weinig tekst, maar wel leuke plaatjes. Ik probeer me in te beelden hoe e.e.a. zal gaan.

Op woensdag 23 januari mag ik aan de bak. Ik ben al vroeg op. Moet om half negen bij een school zijn waarin het servicepunt is gevestigd en ik moet ook de auto nog ontdoen van sneeuw. Omdat ik niet weet hoe het pad is wil ik er op het gemak heen. Om even voor half negen parkeer ik mijn auto, waar mijn navigatie zegt dat het servicepunt van de bibliotheek is. Ik blijk er zo’n 150 meter bij vandaan te zijn. Ik vraag het nog even aan een mevrouw met een kinderwagen en kleuter aan de kar. “Meneer u bent veel te ver gereden”, zegt ze, “en de bibliotheek is slechts beperkt open.” Ik geef haar aan dat ik voor de Nationale Voorleesdagen kom. “Oh, goed dat u het zegt”, geeft ze aan, “dat kunnen we vanmiddag wel eens gaan doen.” En ze kijkt naar haar zoontje. Al glibberend loop ik terug naar de locatie. Hier is geen schoon pad geveegd.

Bij de locatie aangekomen is mijn contactpersoon al volop in beweging. Ze is voor het eerst sinds lange tijd met de bus gekomen. Een mijl op zeven. Er staat een theatertje op de springkast in de gymzaal, er hangen doeken gedrapeerd over het wandrek. De gymbanken staan in een schuine hoek opgesteld. De ambiance is gecreëerd. Nog even het theater bekijken. Hoe werkt het. De wethouder mag dat doen. Na een kopje koffie is het tijd om de kinderen te ontvangen. Dan krijgt de medewerkster te horen dat de buitenschoolse opvang haar eigen programma heeft georganiseerd. Geen kinderen uit deze hoek dus. Dat is een tegenvaller. Ze gaat even overleggen bij groep 1/2. Er komen vijf kleine mensjes luisteren.

Even later komen ze hand in hand binnen. Ze nemen plaats op de gymbank. Ik vertel het verhaal van Harry. Harry is een kat die nog nooit naar buiten is geweest en tikkertje gaat spelen met Vera Vlinder. Dat dit fout zou lopen staat al vast. Gelukkig vindt ze vriendjes en komen ze Vera weer tegen. Het komt uiteindelijk allemaal op z’n pootjes terecht.

Terwijl ik het verhaal vertel doen de kinderen leuk mee. Ik vind de afstand tussen de kleintjes en mijzelf te groot en laat me op mijn platte gat zakken. Nu zitten ze bijna in het boek. Ik vind het leuk en word steeds enthousiaster. De biebmedewerkster zie ik meelippen als ik iets voorlees. Als het boek uit is doen de kinderen een zelfverzonnen liedje met de medewerkster van de bieb. Daarna gaan de kinderen terug naar de klas. Het wachten is op de grotere groep en de wethouder.

Nog even een kopje koffie. De wethouder komt binnenlopen. Ze heeft er zin in, zegt ze. Ik vertel nogmaals het verhaal van Harry die een huis wil. De kinderen letten heerlijk op. En als Wendy even later het theater bedient met de platen, krijgt ze een goed verhaal terug. Leuk om te zien hoe enthousiast ze kinderen betrekt bij het verhaal.

Dan mogen de kinderen knutselen of naar buiten. De wethouder gaat weer terug aan het werk. De helft van het gezelschap kiest voor naar buiten, de anderen kiezen voor knutselen. Een kat kleuren of een vlinder maken. Storm heeft het snel voor elkaar. Hij moet plassen en neemt zijn werkstukken mee naar het toilet. Even later komt het vierjarig mannetje huilend terug. Hij heeft over zijn kunstwerkjes geplast. Snel even helpen om voor hem nieuwe werkstukjes te maken. Zijn natte vlinder en poes verdwijnen in de prullenbak.

In de middag opnieuw een kindertal dat komt luisteren. Oma’s en mama’s brengen hun kinderen en blijven. Een papa neemt zijn papadag heel letterlijk. Hij dropt zijn dochtertje en verdwijnt. “Tot half vier toch”, zegt hij.

Opnieuw lees ik het verhaal van Harry voor. De biebmedewerkster doet het theater. Het is weer een succes. Daarna mogen de kinderen knutselen met vilt of een kleurplaat maken. Er komen leuke werkjes uit. Ze krijgen een glaasje limo en zijn korte tijd later zeer zelfverzekerd aan het werk. Hier en daar helpt oma of mama mee. Om half vier is het afgelopen en komt ook de papa binnenlopen. Hij vraagt zijn dochter wat ze er van vond. Ze straalt en heeft een leuke kat gemaakt op een rietje met een echt oogje.

Tijd om op te ruimen. Dat gaat als een speer. Alles gaat in mijn auto. Ik breng de Hoornse medewerkster even terug naar de basis. We wisselen wat foto’s uit. In het kader van de privacy mogen ze niet worden geplaatst.

Een leuke activiteit en een dag onder de pannen. Voorlezen is belangrijk, niet alleen in de bibliotheek ook thuis. Even een paar minuten in een boek. Ik heb gezien en geluisterd hoe leuk men het vindt. Het was een Topstart van de Nationale Voorleesdagen, schrijft de medewerkster van de bibliotheek.

290. De halve marathon van Midden-Delfland

Een ijzige wind blaast uit oostelijke richting. Voor de wind een heerlijke rit maar tegen vreselijk koud. Het is 23 februari 2018. Op sommige sloten ligt een ijslaagje. Waar de wind vat heeft op het water kabbelt het tegen de ijslaag aan en snoept stukjes van wat aangevroren is weer lekker terug. Het is de dag van de 10 km en de halve marathon van Midden-Delfland. De organisatie is in handen van de Hardloper uit Schipluiden en Thof uit Maasland. Ik heb me opgegeven om als EHBO-er mee te fietsen.

Al vroegtijdig krijg ik een verzoek om mee te doen. Niet persoonlijk maar een algemene e-mail voor hulp bij bovenstaande activiteit. Na jarenlang als EHBO-er actief te zijn geweest bij mijn werkgever, heb ik me nu weer aangesloten bij de EHBO-vereniging in ons dorp Schipluiden. Als ras-vrijwilliger besluit ik om me beschikbaar we stellen. Ik deel mezelf in als EHBO-fietser bij de halve marathon. Met de buurman even verderop uit de straat maak ik een afspraak om samen op te fietsen naar het naastgelegen dorp Maasland waar de start is. Kort voor de dag van de marathon komt de indeling mijn kant op, als mede de route die moet worden gelopen.

Lekker voor de wind gaat die zaterdag de rit langs de Gaagweg richting Maasland. Gezellig kletsend komen we aan bij de sporthal de Hofstede van waaruit e.e.a. wordt gecoördineerd. Sporters zijn er al genoeg. Men komt er het startnummer halen om zich vervolgens in de sportoutfit te hijsen. Anderen doen het in omgekeerde volgorde. Ik meld me bij de post waar een bordje EHBO boven de tafel hangt. De tassen en dekens worden uitgereikt, alsmede het herkenbare gele hesje met het verenigingslogo. Nog even nemen we de route door en dan is het op weg naar de start, nabij de Schilpen, in de kern van Maasland. Sporters van de 10km en de halve marathon stellen zich door elkaar heen op achter de startvlag. Tot op 30 seconden voor het startsein komen er nog sporters aanlopen. Sommigen hebben zich winters gekleed. De handschoenen aan, de muts op. Anderen lopen in een korte broek en zelfs een hempje. Ik moet er niet aan denken. Met mijn jas aan is het al koud.

Om 13:00uur klinkt het startsein. Al hollend gaat de meute langs mij heen. De grond onder de voeten beweegt mee op de cadans van de lopers. Een flink aantal deelnemers heeft zich aangemeld en doet een gooi naar zijn of haar persoonlijk record. Als iedereen voorbij is sluiten mijn medefietser en ik achteraan aan. Al snel ontstaat er een kopgroep. De laatsten moeten hun eerste passen nog maken als de eersten al 300 meter weg zijn. Eenieder kiest zijn of haar tempo. Ik vind het knap als je de moed hebt verzameld om mee te hollen.

Na de start gaat het via de Herenstraat het dorp uit. Langs de geitenwei en tennispark richting Schipluiden. Ik rijd met mijn mede-EHBO-er samen nog achteraan en zien de eerste lopers al langs de molens over het Molenpad lopen terwijl wij net aan de bocht om komen. Een verschil van zomaar 800 meter tot een kilometer en we zijn slechts zeven minuten onderweg. Ik bespreek even met mijn medebegeleider om langzaam naar voren te sluipen en ergens halverwege het peloton te gaan rijden. De eerste lopers zijn vaak geoefende sporters terwijl de laatste plezierlopers zijn. Zij zullen het vermoedelijk het moeilijkst krijgen. Onderweg zijn we al de nodige verkeersregelaars tegen gekomen. Zij zorgen voor de veiligheid van de loper en loopster. Bij de oversteek Molenweg/Gaagpad worden er flink wat auto’s tegen gehouden als we de oversteek maken. Nu pal de tegenwind in. Een gevoelstemperatuur van -4°C. De groepen vallen uit elkaar. Hier en daar praat men met elkaar, op andere plekken is het muisstil en probeert men in elkaars cadans te stappen. Een loper met oortjes in is onbereikbaar, de muziek hoor ik uit de oortjes komen. Bij de Kwakelweg vindt de scheiding plaats, de 10 km gaat rechtsaf, de lopers van de halve marathon vervolgen hun weg naar Schipluiden. Over het Gaagpad de Trambrug op, een scherprechter, meer groepen vallen uit elkaar. De eerste lopers zie ik onder de brug doorlopen terwijl de lopers voor mij de aanloop de Trambrug op nog moeten inzetten. Dan om Akkerleven heen. Een fouragepost met water en banaan. De bekertjes worden hier en daar weggegooid en waaien over straat heen. Dan op naar de Vlaardingsekade. Ik merk dat ik in de weg rijd als een groep lopers achter mij in mijn nek hijgen, ik geef hen de ruimte.

Nog even door Schipluiden heen om vervolgens het dorp te verlaten en voor de wind de terugtocht te aanvaarden. Het tempo gaat omhoog geeft mijn kilometerteller aan. Met een lekker zonnetje in het gezicht en windje mee gaan we op weg naar de Duifpolder. Als we linksaf slaan staat er een gure snijdende wind. Een gemene wind is voor de lopers niet fijn, maar ook bij mij komen de koude tranen. “Bij elkaar blijven”, roept één van de mannelijke lopers. Dat scheelt, je loopt makkelijker in een groep dan alleen. Dan gaat het met één van de lopers niet helemaal goed. Hij haalt een reep of iets uit zijn zak, maakt deze open, wil er een beet in nemen, maar bijt in zijn vinger. Een pleister erop en hij kan weer verder.

Eenmaal de bocht om wordt het windvriendelijker. Langs het water richting Maasland. Als ik aan loper vraag of hij lekker heeft gelopen, zegt hij dat de wind spelbreker is in zijn verwachting een goede tijd neer te zetten. Door het dorp Maasland staat de weg bezaaid met verkeersregelaars. Hier en daar een fotograaf die eenieder op de gevoelige plaat vastlegt. Nog eenmaal links en rechts en dan de Herenstraat op. Het finishdoek hangt boven de straat en is in zicht. Nog eenmaal zet de loper voor mij aan, nog eenmaal alles geven dat hij heeft. Met opgeheven handen passeert hij de finishlijn. Geen winnaar, maar voor zichzelf een enorme prestatie. Een prachtige glimlach doet mij beseffen dat de loper zeer tevreden is.

Ik ga me nu afmelden in de sporthal. Een van de lopers vertelt mij 1 uur en 27 minuten te hebben gelopen, voor hem een toptijd. Verder is het er stil en verlaten. Waar zijn al die sporters gebleven? De 10 km is al lang afgehandeld. De prijsuitreiking van de winnaars staat te wachten. De laatste lopers zijn nog niet eens binnen, als de eerste lopers met hun prijs huiswaarts gaan. Voor de vrijwilliger is er ook een prijs. Een taartje voor de hulp. Ik kan thuiskomen.

Nu voor ons, EHBO-ers, nog de terugreis. De wind is nog guurder geworden. Het waait harder en venijniger. De accu van mijn fiets heeft ook moeite met de kou en is leeg. Het laatste stukje zonder trapondersteuning. Thuis aangekomen voel ik mijn hoofd gloeien, gloeien van de kou. Het was een gezonde bezigheid, niet gelopen, maar gefietst. Ik heb het met plezier gedaan.

Voor de uitslagen van de 10km: zie hier. Die van de halve marathon vind je hier.

213. Total en ABNAMRO laten het makkelijk afweten

Het is 2 mei 2017 ik ben op weg naar een huwelijksgesprek in Maasland. Omdat ik toch langs de benzinepomp van de Total in Schipluiden rijd, stop ik er even om mijn tank bij te vullen. Zoals gewoonlijk stop ik mijn pinpas in het apparaat kies een pomp en tik mijn pincode in. Ik loop naar de pomp, hang de slang in mijn auto en laat de benzine mijn auto in stromen. Aan de rand van het dorp wordt een bootje gedoopt. De hele familie staat er bij te kijken, camera’s in de aanslag en de champagnefles wordt ontkurkt. Ik sla het hele tafereel gade terwijl ik op mijn gemak mijn tank laat vol lopen. ‘Tik’ de pomp slaat af, nu kan ik handmatig voorzichting in het pistool knijpen en de laatste druppels er in laten lopen, zodat ik op een rond bedrag uit kom. €45,00 geeft de display aan. Waar ik normaliter altijd een bonnetje trek, laat ik dat nu achterwege.

Ik vervolg mijn weg naar mijn bruidspaar.

Als ik na het gesprek met mijn bruidspaar huiswaarts rijd, kijk ik nog even op mijn telefoon. Een app-je dat ik heb geïnstalleerd geeft me een melding dat er geld is bijgeschreven. Het geeft een kleine 1 boven de app. Als ik er naar kijk zie ik tevens dat er om 19:15uur een bedrag van €45,00 is afgeschreven.

De volgende dag vraagt mijn lief of ik tweemaal ben gaan tanken, en dan ook nog eens voor hetzelfde bedrag. Ik maak de beide pinbetalingen open en zie dat er exact dezelfde gegevens op de specificatie staan. Hoe is dat nou mogelijk?

Omdat het al wat later in de avond is, besluit ik de volgende dag even bij de Totalpomp langs te gaan. Het zint me overigens niks.

De volgende ochtend ben ik al vroeg op, heb slecht geslapen en maakte me boos. Ik fiets naar het benzinestation en tref daar de medewerker. Ik leg hem uit wat er is gebeurd en verwacht daar een oplossing van hem. “U moet naar de Total bellen, meneer”, zegt de man, “wij hebben niks meer van doen met deze pomp”. Ik vraag hem om een telefoonnummer. Dat heeft hij niet. “Dat kunt u toch opzoeken op internet”, is zijn meedenkende antwoord. Dat is je er makkelijk van af maken. “Oh ja”, zegt hij, “we hebben nog wel de filmbeelden dat u niet tweemaal bent wezen tanken”. Zo, daar heb ik wat aan. Ik fiets terug naar huis en ga op zoek via Chrome.

Ik stuit op de website van Total.nl. Daar staat een telefoonnummer op. Als ik dat nummer heb gebeld, krijg ik een alleraardigste mevrouw aan de lijn. “Goedemorgen met H*****, waarmee kan ik u van dienst zijn”. Ik leg haar uit wat er is gebeurd. Zij geeft mij de tip om naar de website te gaan een contactformulier in te vullen en in te dienen. Mooi, daar ben ik mee geholpen. “Ja,”, zegt ze er achteraan, “dit komt weleens vaker voor”. “U krijgt na het indienen een e-mail ter bevestiging en binnen vijf werkdagen wordt het dubbele bedrag aan u terugbetaald”. Dat is een goed bericht, zij het dat als het vaker voorkomt dat er dubbele afschrijvingen plaatsvinden mij dat geen goed gevoel geeft.

Ik open het contactformulier en vul er de gegevens als e-mail, telefoonnummer en klacht op in. Van mijn bankafschriften maak ik twee screenshots om mee te sturen. Ik klik op indienen en weg is mijn contactformulier. Nu ga ik zitten wachten op de reactiee-mail. Die komt er niet. Ik wacht nog tot ’s avonds een uur of vijf, maar wat er binnen komt geen e-mail van Total. Ik probeer het nogmaals, opnieuw het hele formulier ingevuld en op indienen geklikt. Het verdwijnt opnieuw vrij snel. Zou het wel worden verstuurd, vraag ik mij af.

Dan de bank maar een bankmail sturen, zij zijn tenslotte ook deelgenoot in deze. Ik vind het bericht later terug onder verzonden items. Dat is tenminste nog wat.

Ik wacht opnieuw een dag, maar wederom van beiden geen reactie. Dan maar een twitterbericht met de hashtag Total. Misschien reageert men daarop. Dat is wederom niet het geval. Het is nu vrijdagavond. Ik verwacht er niet veel meer van. Maandag toch maar weer eens bellen. Er zit weinig gang in het Totalpersoneel en ook mijn bank denkt waarschijnlijk, ‘Waar praat je over’. Het is slecht gesteld met de service, zelf ben ik zo niet, maar daar hebben zij kennelijk lak aan. (Wordt vervolgd)

 N.B. In een reactie op mijn bankmail komt een reactie van ABNAMRO.

Geachte heer Van Meurs,

Hartelijk dank voor uw vraag over een dubbele betaling.

U geeft aan dat u een betaling heeft gedaan bij een tankstation en dat vervolgens de volgende dag deze transactie nogmaals is afgeschreven. Dit is bij ons een bekende storing. Mijn excuses voor het ongemak.

De betaling wordt automatisch na 4 dagen gecorrigeerd.

Met vriendelijke groet, 

ABN AMRO Bank N.V.

Iris B*****

187. Varend Corso gooit het roer de andere kant op, nee toch?

Hoe kan dat nou? Wat gaan we nu krijgen? Het Varend Corso gooit het roer om. Niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk. Het hele schema van dagen gaat op de schop, omdat men Den Haag ook aan wil doen. Ik kan het maar moeilijk bevatten. Geen vrijdagse Rijnmondroute, geen zaterdagse Westlandroute, geen zondagse Delflandroute meer. Om het overslaan van de kernen Maasland en Maassluis ook maar even te vergeten op een route. Wie heeft er zitten slapen toen dit ter sprake is gebracht.

Het Varend Corso 2017 raakt uit koers. De gemeente Den Haag moet worden opgenomen in de route. Dat geeft meer elan aan het festijn. Het moet groter en groter. Voor wie, vraag ik me af. Vol ongeloof las ik het in de krant. Ik kan het niet geloven. Daar waar het corso zijn oorsprong heeft, geeft men het gewoon een draai. Gemeente en vrijwilligers die jaren het vuur uit de sloffen hebben gelopen om dit feest tot iets groots te maken worden geshockeerd door deze omwenteling.

Een nieuwe voorzitter, een nieuwe route heeft men bedacht. Maar doet dit gestalte aan al die toeschouwers die jaren achtereen vol enthousiasme hebben geapplaudisseerd voor het spektakel. Publiek dat bereid was om de duit voor een schuit te steunen en zo liet merken hoe zeer dit spektakel werd gewaardeerd. Wordt het nu omgegooid om Den Haag te plezieren en vergeet je dan je oude deelnemers. Dit kan toch niet?

Tot zeven keer toe mocht ik als figurant deelnemen aan het grootste evenement van het WESTLAND. Westland in hoofdletters geschreven, waar de oorsprong van dit Varend Corso ligt. Waar ik heb kunnen genieten van de vrijdagse begindag door Schipluiden, Maasland, Maassluis en Vlaardingen. Waar het spektakel werd opgeluisterd door de zeemanskoren. Waar de prijsuitreiking plaatsvond. Waar men langs de waterkant hutje aan mudje stond om de langsvarende schepen en schuiten te bewonderen om de bloemenpracht. Deelnemende dorpskernen vertegenwoordigden de gemeenschappen uit die kernen. Soms met veel moeite en inspanning een boot kunnen presenteren, maar er wel zijn.

Op zaterdag de oergezellige Westlandroute. Barbecues aan de kant, activiteiten in de dorpen. Al lang van te voren staat men te wachten tot de prachtig versierde westlanders voorbij komen. De Westlandse zaterdag staat gegriefd in de agenda van de toeschouwer. Hier kan en mag toch niet van worden afgeweken?

De zondagse Delflandroute. Ook die staat als een huis. Gelukkig staan de mensen op de kant anders is er geen doorkomen aan. Met groot enthousiasme worden de schuiten binnen gehaald. De Buitenwatersloot organiseert er een heel festijn omheen. Het zal toch niet verloren gaan door deze dag naar de vrijdag te halen.

Gelukkig ben ik niet de enige die er moeite mee heeft dat dit spektakel gaat veranderen. Veranderen is geen probleem, maar de manier waarop het nu gaat, is zo desastreus.

Ik voel dit een beetje als de Zwarte Pietendiscussie. Ook daar een groot verzet. En, heus het zal wel weer wennen, dat geloof ik wel. Alleen het vergeten van dorpen, dat zal nooit wennen. Daar moet een mouw aan worden gepast. En, nee, ik heb niet de oplossing. Als dat zo zou zijn dan had ik me wel aangeboden om zitting te nemen in het bestuur. Maar met veel knappe koppen in het Varend Corsobestuur zou ik nog maar eens om te tafel gaan zitten en een GOED alternatief bedenken. Ik wens u wijsheid en daadkracht toe.

Naschrift: Op 24 januari 2017 besluit het bestuur van het Varend Corso om dit jaar nog geen wijzigingen aan te brengen in de te varen routes. Een wijs besluit. Of mijn blog mede deel heeft uitgemaakt van de vele protesten die bij het bestuur zijn binnen gekomen, weet ik niet. Maar ik ben er wel blij mee dat men deze beslissing heeft genomen.

103. Burgemeester buiten spel gezet

Het gemeentehuis is nog donker als ik er op 27 januari 2016 om 7:00uur langs rijd. Normaliter brandt er al één of branden er meerdere lichten. Zou het personeel vandaag unaniem besluiten om niet te werken nu hun coach is weggestemd?

Ik hoor Ed Roeling de avond ervoor op WOS-tv zeggen dat de vertrouwenscommissie van de gemeente Midden-Delfland heeft besloten om Burgemeester Arnoud Rodenburg een derde termijn te gunnen. Wat schetst mijn verbazing dat de raad hier niet mee eens is en dat men bij stemming besluit om hem weg te sturen. Onbegrijpelijk.

Ik ken Arnoud als een man van het volk, hij kent de wateren, hij kent de straten, hij kent de gebouwen, maar bovenal hij kent zijn inwoners. Het maakt niet uit of je uit Maasland, Den Hoorn of Schipluiden komt. Het maakt niet uit van welke vereniging je bent, hij weet waar je bij hoort. Hij is een betrokken bestuurder. Natuurlijk zijn er altijd zaken waar men het niet mee eens is, maar als je zoals hij al 12 jaar de coaching doet van een mooie gemeente en je doet het op de manier waarop hij dat heeft gedaan, dan komt dit als een mokerslag aan.

Ik schakel om 23:00uur over naar de WOS-tv. Zie hoe Arnoud met grote emotie de raad toespreekt. Daar zijn verbijstering uitspreekt en een traan moet wegslikken. Begrijpelijk. Ik zie ook dat leden van Partij van de Arbeid en van de VVD hun spullen pakken en achter Arnoud aangaan de raadszaal uit. Leden van CDA, OGP en Mijn Partij blijven zitten.

Hoe heeft dit kunnen gebeuren? En is er gedaan aan dossieropbouw, heeft men op persoonlijke titel gestemd omdat men hem niet mag? Is er een collectief dat hiertoe heeft besloten? Heeft men enige kennis van hoe de Midden-Delflandse bevolking hierin staat. Ik heb er nog geen reactie over gehoord.

Het persoonlijke kan ik toelichten. Toen onze zoon in 2012 deel had genomen aan Cameretten en daar zijn eerste prijs wegsleepte, was Arnoud één van de eerste die mij daarmee feliciteerde. Ik moest zijn adres opgeven en namens Midden-Delfland werd hem een prachtige bos bloemen bezorgd. René was immers net als Arnoud: Ambassadeur van Midden-Delfland, door de naam van het dorp te noemen in zijn programma.

Facebook staat inmiddels vol van de adhesiebetuiging naar Arnoud toe. Een grote waardering wordt uitgesproken naar een man die, net als Marja van Bijsterveldt, Midden-Delfland op de kaart heeft weten te zetten en te houden. Inwoners pikken het niet en zijn bezig om te onderzoeken hoe men onze burgervader kan behouden. Een opgestart facebookaccount tot behoud van deze Burgemeester wordt veelvuldig geliket. Ook onder het door Arnoud zelf geschreven stuk op zijn eigen facebookaccount, stomen de medelevens en verbijsteringen binnen.

Het vervolg: Hoe gaat Arnoud om met het feit dat, als hij terug mag komen omdat de Commissaris van de Koning het ontslag, want dat is het, niet overneemt. Kan hij deze raad dan nog wel voorzitten. Maar ook omgekeerd kunnen raadsleden die nu aangeven niet met Arnoud verder te gaan straks onder zijn leiding verder, of schaamt men zich zo diep dat men unaniem uit de raad stapt. Mijn verwachting is dat er bij de eerstvolgende gemeenteraadsverkiezingen wel eens een grote verschuiving zou kunnen plaatsvinden.

Ik wens Burgemeester Arnoud Rodenburg en zijn gezin een sterke tijd toe. Weet dat je geliefd bent bij velen onder ons, al is dat een schrale troost.

 

69. Nationale lintjesdag

In 2009 besluit een bekende van mij om één van mijn buurmannen een Koninklijke onderscheiding te bezorgen. Na het invullen van een aantal formulieren is het zaak om medestanders te vinden die dit verzoek ook willen ondersteunen. Zo gezegd, zo gedaan. Ik ben één van de ondersteuners en schrijf mijn motivatie. Voor 1 augustus moet alles bij de gemeente binnen zijn. Na diverse contacten hebben we nog vier andere ondersteuners. Dan wordt het afwachten of het hare Majesteit het ook heeft behaagd.

Een dag of wat voor 30 april komt het verlossende woord. Koningin Beatrix heeft besloten om zo’n kleine 3000 onderscheidingen uit te reiken. Ik denk dat ze er een dagtaak aan heeft gehad om alle formaliteiten ook daadwerkelijk te onderzoeken, maar ze zal het ongetwijfeld niet allemaal zelf hebben gedaan. Ook onze genomineerde zit er tussen. Er ligt een zwaar embargo op. Niemand, maar dan ook niemand mag het weten. Ook ik niet, want ik ben geen initiatiefnemer. Maar de opstarter fluistert me bij een gelegenheid in het oor dat het is gelukt.

Dan gebeurt er iets geks. Eén van mijn buren komt langs voor een kleine bijdrage voor een bloemetje voor de buurman die een Koninklijke onderscheiding gaat krijgen. Dat is vreemd, niemand mocht het immers weten. Er is dus kennelijk gelekt, maar door wie? Ik besteed er verder geen aandacht aan.

Mijn vrouw vraagt me een paar dagen van te voren of ik ook nog naar de uitreiking ga. Ik ben het niet van plan. Er ligt nog aardig wat werk en dat wil ik graag afmaken. Mijn vrouw blijft echter aandringen. “Ga dan alleen even naar de uitreiking”, zegt ze, “je hebt er eigenlijk wel wat werk aan gehad en het is toch leuk als er iemand uit de straat ook bij is”. Ik ben het niet van plan.

Drie dagen voor de uitreiking word ik gebeld. De initiatiefneemster heeft een blessure aan haar voet en ziet geen kans om naar de uitreiking te gaan. “Wil jij het niet overnemen”, vraagt ze me. Ik twijfel. Ik bespreek het nogmaals met mijn vrouw die opnieuw vindt dat ik er echt naar toe moet gaan. “Je kunt dan meteen de initiatiefneemster meenemen”, geeft ze aan.

Ik besluit uiteindelijk om op mijn werk aan te geven de dag van de uitreiking niet aanwezig te zullen zijn.

De dag van de festiviteiten zoek ik ’s morgens een jasje op, een overhemd en een spijkerbroek. Mijn vrouw vindt het geen goed plan. “Trek je driedelig aan”, zegt ze, “het is wel een speciale gelegenheid”. Met enig gemor laat ik me overhalen. Als ik weer beneden ben, zoek ik naar mijn fotocamera. Ik kan deze nergens vinden. Ik begrijp het niet, of eigenlijk wel, want opruimen is niet mijn sterkste punt. Ik vraag er naar bij mijn echtgenote. Zij weet altijd alles terug te vinden. Heel bijzonder dat ook zij niet weet waar de camera is gebleven. Ik word er nijdig over. Maar ik zal het best zelf niet hebben opgeruimd.

Een uur voor de festiviteiten pak ik mijn autosleutels om naar de uitreiking te gaan. Ik haal de geblesseerde initiatiefneemster op en rijd er mee naar Maasland. In het Trefpunt zal de burgemeester de uitreiking verrichten.

Als ik net binnen ben zie ik een aantal bekende mensen van scouting in de zaal zitten. Ik neem mijn medepassagier mee en zoek aan een tafeltje een plek. Ik kijk nog even in het rond of ik de buurman zie zitten. Hij is er nog niet. Even later komt hij met zijn vrouw binnen en komt bij mij in de buurt zitten. Ik vraag verwonderd aan hem bij welke gelegenheid hij hier is, waarop hij toefluistert dat mijn medepassagier ook genomineerd is en een lintje zal ontvangen. Ik ben verbaasd, dat ik daar niets van wist.

De koffie wordt ingeschonken en er komt een heerlijk gebakje bij. De zaal loopt hoe langer hoe voller. Ik ga nog eens staan om te kijken wie er mogelijk nog meer gedecoreerd zouden kunnen worden. Dan zie ik plots dat mijn eigen familie, vrouw, zoons en een vriendin van een zoon ook in de zaal zitten. ‘Verdorie, ik hoor er dus kennelijk zelf ook tussen’, schiet er door mijn hoofd. Zo vallen er allerlei kwartjes. Het mee moeten gaan, het driedelig pak, de camera die zoek is.

De één na de ander wordt door de burgemeester in het zonnetje gezet. Zo ook mijn persoontje. De informatie klopt er is geen speld tussen te krijgen. Achteraf hoorde ik dat ik de informatie zelf had verstrekt aan één van mijn zoons die er mee aan de haal was gegaan naar de aanvrager voor mijn lintje.

Opeens ben je zelf gedecoreerde en het zonnetje in huis. Ik mag wel zeggen zeer onverwachts. Ik had er geen flauw idee van er ooit toe te mogen behoren, de club van gedecoreerde. Als een trotse bezitter gaat het lintje op mijn pak bij officiële gelegenheden.

Die dag hebben we onvoldoende vazen voor de bloemen die zijn overhandigd.

De volgende dag staat mijn foto in de krant. Er wordt opnieuw een bos bloemen bezorgd die afkomstig is van de Rabobank. Van zowel de gemeente, de kerk en scouting krijg ik bloemen overhandigd. Ik voel me die dagen een prins met een lintje op. Op Koninginnedag opnieuw een bos bloemen, nu van de Oranjevereniging. In de middag pak ik mijn vrijwilligerswerk weer op. Het lintje op mijn scoutingtrui gespeld. Het kan eigenlijk niet, maar mijn trots wint het van het protocol. Aan het eind van de dag zit mijn zegelring van mijn ringvinger in mijn middelvinger van het vele handen schudden. Wat een gave dag.

Als ik twee dagen later weer naar mijn werk ga, vangt het gewone leven weer gewoon aan. Ze weten het daar niet eens. Of eigenlijk wel, want men heeft ook info aan moeten leveren. Er wordt echter geen aandacht aan besteed, de dagen gaan weer voorbij zoals ze ook voorbij gaan voordat ik de onderscheiding heb gehad.

Een paar jaar later vraag ik met een aantal anderen opnieuw een lintje aan. Een vrouw die veel voor de gemeenschap doet, mag naar mijn mening best eens in het zonnetje worden gezet. Het kost me veel tijd om het voor elkaar te krijgen. Ik moet meerdere motivaties insturen. Over de tijdsbesteding, men moet verklaren dat er geen betalingen mee zijn gemoeid en meer van die soort zaken. Kortom naar mijn mening wordt er erg zorgvuldig mee om gegaan. Ook zij krijgt haar onderscheiding.

Het is 2015. Ik lees in de krant en zie op de tv dat een man een onderscheiding krijgt uitgereikt die er geen recht op heeft. Medewerkers van het programma RamBam hebben bij de gemeente Utrecht een onderscheiding aangevraagd voor een niet bestaande persoon. Een onsmakelijke actie al wordt hiermee misschien wel aangetoond wat de kwaliteit is van het gemeentekorps ter plaatse. De gemeenteambtenaren daar hebben er kennelijk zitten slapen en hebben niet zoals in onze gemeente gedegen onderzoek gedaan naar de achtergronden. Ik kan me er boos over maken. De waarde van het lintje krijgt hierdoor voor mij wel een andere betekenis. Ik zal mijn lintje echter altijd met gepaste trots dragen, want hier is wel onderzoek naar gedaan, dat weet ik zeker. Ook al heb ik de informatie zelf aangereikt.