415. Mijn belevenissen bij René van Meurs Hunkert

19 maart 2019. Nog een keer nagenietend van de laatste voorstelling ‘Ik beloof niks’. Nog een keer speelt hij de zo succesvolle voorstelling in de Veste te Delft. We zijn erbij, sluiten de reeks voorstellingen af met de hele club die heeft gewerkt aan de genomineerde voorstelling. Genomineerd voor de Nederlands Hoop prijs. René, zijn technici, zijn regisseur, zijn management en wij, zijn ouders, iedereen is er. Hij heeft een heerlijke maaltijd besteld, we eten met elkaar en praten over de geweldige voorstelling die die avond voor de laatste keer op de planken wordt gebracht.

Dan breekt er een tijd van stilte aan, tenminste voor ons. Wat broedt er in het hoofd van René. “Ik heb nog niets concreets”, geeft hij aan. “Eerst maar eens vakantie houden.” Hier en daar laat hij zich nog zien. Hij wordt uitgenodigd voor een toertje Indonesië. Expats in dat land zoeken wat vertier. Hij reist er heen met zijn vaste technicus Ramon, om er daarna alleen een periode aan vast te knopen op Bali. Niemand om hem heen, geen druktes, wandelen door de rijstvelden een beetje scooter rijden, zen zijn, het hoofd leegmaken en toch ook weer vullen. Zijn management heeft al met hem overlegd. De agenda van 2020 moet worden gevuld.

Mondjesmaat laat hij zijn ideeën bij ons achter. Er borrelt alweer wat. Het onderwerp, de liefde, zal de rode draad worden voor een nieuwe voorstelling. Het gaat niet makkelijk. Hij weet niet of dit het zal gaan worden. Hij gaat schrijven, bedenken, herinneren, schrappen, opnieuw schrijven en weer schrappen. Wanneer hij een concept heeft komt zijn regisseur erbij, Laurens Krispijn de Boer. Hij is degene die hem soms tot vervelends toe toespreekt, corrigeert, schrapt, tekst verplaatst en stuurt. Maar hij is wel de man die hem heeft gebracht tot waar hij nu staat. René kan niet om hem heen. Samen maken ze de voorstelling. De show krijgt een naam ‘René van Meurs Hunkert’. Technicus en maatje Ramon Rijsdijk sluit aan. Een lichtplan wordt gemaakt. De ideeën voor het decor worden verder uitgediept. Er mag niets ontbreken, alles moet tot op de laatste punt kloppen. De uitgetypte tekst ligt op de grond van zijn woonkamer. Het stoempen, leren en in zijn hoofd pompen van de teksten gaat beginnen. De eerste try-outs worden geboekt. Kleine zalen zijn de eerste theaters die de primeur hebben. Opnieuw vinden er aanpassingen plaats. Opnieuw gewijzigde teksten in het hoofd opslaan. Hij gaat wederom spelen. Er komen avonden bij door overboekingen. We mogen nog niet komen kijken. Het is nog niet klaar, nog lang niet.

In Naaldwijk, het WestlandTheater, mogen we komen kijken. De eerste 35 try-outs heeft hij achter de rug. Het decor is klaar, de zaal is groot genoeg. Het is onze thuisbasis. Het wordt een beladen voorstelling. Voor hem maar ook voor ons. Wat hij speelt hebben we voor een groot deel meegemaakt, bewust of omdat hij het ons heeft verteld. Er is spanning vanaf het toneel maar ook op de stoelen waar wij zitten. Een mooie voorstelling is het. We kijken uit naar de première.

Als René op een middag bij ons eet, vertelt hij dat er toch wel wat gaat veranderen. Hij legt het uit. Als ik hem, zoals vaak een ‘toi, toi, toi’ toewens, stuurt hij mij terug: ‘Komt goed pappie, ik heb een manier gevonden om de voorstelling relaxter te doen’. Ik heb er alle vertrouwen in.

Er komt een prachtig interview in het Algemeen Dagblad. Dennis Jansen legt de ziel van René bloot in zijn vraagstelling en publiceert dit op een mooie wijze. Er vallen kopieën van de krant in onze bus. Buren leven mee met ons, maar ook met René. Een buurvrouw die nog nooit is wezen kijken is om. Ze gaat ook kijken, met een vriendin.

22 februari 2020. De première voor intimi en overigen. Hij nodigt zo’n vijftig vrienden, bekenden en collega’s uit. Wij mogen ook met zoon André en schoondochter Lotte. Het wordt opnieuw een spannende dag.

We rijden met de auto naar de Brasserskade om van daaruit tramlijn 1 te pakken. Vroegtijdig zijn we in Den Haag. Nog even wat winkelen. Onderweg willen we een cadeautje kopen voor René, maar wat. We hebben het idee om hem een Jan van Haasterenpuzzeltje te geven. Een 500 stukjes, omdat als hij thuiskomt zijn hoofd leegmaakt door nog even aan een puzzel te gaan zitten. Wanneer we langs Diligentia lopen hangt daar meer dan levensgroot een poster van onze zoon. Niet ‘Hunkert’, maar ‘Prikt’ staat op de poster. Daar moeten foto’s van worden gemaakt. We spreken af met zoon en schoondochter en zoons schoonouders. Even eten bij Fratelli bij de Hofvijver. Het is gezellig, we rekken de tijd tot half acht, dan wandelen we richting het theater. We halen de geboekte kaartjes op en worden weldra aangesproken door bekenden. In een ooghoek zie ik ‘haar’ zitten. Deze vrouw is het onderwerp van de voorstelling. Het is een voor mij emotioneel weerzien. Ik loop op haar af. Nog even kletsen en elkaar sterkte wensen.

De show gaat beginnen, de lichten gaan uit. De telefoons doven en worden op stil gezet, nou ja, niet bij iedereen. Daar is ie. Met een explosie aan kracht en expressie wandelt hij over het podium. Hij vertelt zijn liefdesverhaal. Het verhaal dat zo dicht ook bij ons ligt. Opnieuw word ik gegrepen door de trilling die ik in zijn stem hoor. Een ander zou dat minder horen, maar ik ken hem, en niet zo’n beetje ook. Hij speelt vrij en neemt het publiek mee in de hunkering van de liefde. Bij mij in de buurt hoor ik lachen om grappen die naar mijn mening niet om te lachen zijn, maar dat komt door het dichtbije. Ik hoor hier en daar een snik. Maar wat ik bovenal hoor is lachen, lachen om de typetjes die hij neerzet, om de grappen die hij langs neus en lippen de zaal in mikt. Ik kreeg die dag al e-mailtjes van mensen, die eerder waren gegaan en de volgende dag last hebben van hun lachspieren. Soms kijkt mijn buurman, die weet dat ik de vader ben, mijn richting uit. Wil hij bevestiging over wat René vertelt? In een hoog tempo neemt hij zijn publiek mee in het leven van René van Meurs, om zijn voorstelling na goed anderhalf uur in het donker te eindigen. Al direct staan de eerste mensen op. Een staand applaus valt hem ten deel. De bloemen die hij krijgt zijn voor het echtpaar dat hij even heeft ‘geïnterviewd’. De zaal loopt leeg, waar wij blijven staan. We zijn uitgenodigd om na afloop even een drankje te doen in zijn kleedkamer.

In de kleedkamer heeft zijn management gezorgd voor een doos vol snoepjes en biertjes, gebrouwen door vrouwen. De doos is gemaakt van decorstukken. Wij overhandigen hem ons cadeautje. We toasten op de prachtige show, op het succes van vandaag, in de afgelopen maanden, maar ook op al die voorstellingen die nog volgen. Dan gaan we naar boven. Even een paar momenten rust voor de artiest.

In de foyer hebben we al snel de nodige complimenten te pakken. Er is familie en er zijn vrienden. Maar ook het meisje dat hem het hoofd op hol gebracht heeft. Ik wandel er naar toe om te horen hoe zij het heeft gevonden. “Het kwam wel binnen”, zegt ze “en doet me meer dan eerder voorstellingen die ik heb gezien.” We nemen afscheid van haar. Misschien zien we elkaar nog ergens, wie weet.

Nog even praten aan een hangtafel, dan gaan we naar huis. Een vriend van René neemt ons mee naar waar de auto staat. Geen terugtram.

Thuis nemen we nog een drankje, het is vermoeiend geweest, niet in lichamelijke zin, maar geestelijk. Het doet je wat, om te zien en te horen hoe iemand zo zijn leven openbaar maakt en zich daarmee heel kwetsbaar opstelt.

Er zijn er nog veel te gaan. Niet alleen dit seizoen, waar het bijna niet meer mogelijk is om nog aan kaarten te komen. Maar er is een reprise. Ook dan zal hij deze voorstelling nog veelvuldig spelen. Wil je gaan kijken check de website van René. En ik weet zeker dat je er geen spijt van zult krijgen. En ik zeg dat niet omdat ik zijn GROOTSTE fan ben.

379. Nog één keer “Ik Beloof Niks”

Nog één keer mogen we gaan kijken op 19 maart 2019. Nog één keer mogen we genieten, dan is het over en sluiten maar en opnieuw gaan brainstormen. Bijna 170 keer beloofde René helemaal niks in zijn 3e theatershow “Ik beloof niks”. Hij streepte de woorden wel door. Ondanks het feit dat er niks werd beloofd, stroomde de theaters vol. Nu komt er een einde aan. Waar het in Theater Diligentia begon, eindigt het in de Veste in Delft, een klein beetje zijn voormalig thuis. Soms vraag ik me af: Hoeveel mensen hebben de theatershow gezien? Hoeveel mensen vonden het zo leuk dat ze een tweede of zelfs een derde keer een plaatsbewijs kochten. Het is een ontzettend mooi anderhalf seizoen geweest. We hebben er van de zijlijn van mogen meegenieten. Het is niet altijd rozengeur en maneschijn geweest. Het is echt niet altijd halleluja geweest. Maar dat hij er van heeft genoten is zeker.

Buiten een prachtige en humoristische show geeft René in zijn optreden een boodschap mee. De etalage van de mens. Bij zichzelf blijvend fascineert hij zo’n 90 minuten lang zijn publiek. En dat het een successhow is geworden blijkt als hij ook nog wordt genomineerd voor Neerlands Hoopprijs. Ook dat is een geweldige opsteker geweest. We leven met hem mee en als hij je dan stiekempjes vertelt dat de nominatie er aan zit te komen, wil je het van de daken schreeuwen. Maar nee, er ligt een embargo op.

Zevenmaal ben ik bij hem wezen kijken. Waaronder een van de eerste try-outs, de première, een tussentijdse in Delft, Maassluis, Rijswijk, Vlaardingen en de finale ga ik kijken, wederom in Delft. Steeds opnieuw zie ik hem sprongen maken. De try-out haalt het bij lange na niet met die keer dat we erbij waren in bijvoorbeeld Vlaardingen. Bijzonder is het als je in de garderobe wacht en je ziet zo’n 650 mensen geduldig afwachten tot men naar binnen mag. Naar binnen voor jouw zoon.

Naast René zijn er nog meer mensen die het altijd hebben zien zitten in deze theatershow. Het theaterbureau De Mannen, Laurens Krispijn de Boer, zijn regisseur, maar ook de mannen van de techniek, Ramon, Geo en Sam van RR-Works. Mensen waar René mee kan lezen en schrijven en vrienden van hem zijn. De laatsten neemt hij vaak in de maling als hij niets te doen heeft en live van uit het theater te volgen is. Wie het ook in hem hebben zien zitten zijn de programmeurs en theaterdirecteuren. Ook daar ben je volledig van afhankelijk. Zien ze het niet in zitten, dan kom je niet aan de bak.

Veel theaters waren uitverkocht en dat waren niet de minste. Het Oude Luxor met 950 mensen, maar ook tweemaal de Kleine Komedie, om er maar een paar te noemen. Verscheidene keren werd de boeking in een kleine zaal omgezet naar de grote. Dat zegt iets over de populariteit. Of is het de nieuwsgierigheid van het publiek. We volgen uiteraard zijn posts op Instagram, Facebook, Twitter of zijn ge(de)monteerde stukjes die hij op You-Tube zet. De vele leuke reacties van zijn toehoorders zijn grappig, lief, humoristisch of soms gewoon schandelijk. Hij beantwoordt bijna elke reactie, bijt van zich af of maakt er weer een grap van. Ik neem er mijn petje voor af.

Toch zijn er nog altijd mensen die hem niet kennen als ik zijn naam noem. Als ik dan zijn foto laat zien, komt er soms wel en soms geen herkenning. “Oh, die rooie”, zegt men dan, of “nooit van gehoord”. Je zou hem ook kunnen kennen van die hardloopApp, of mannenziek, of Voetballen tegen Loosduinen.

We mogen nog een keer en eenmaal binnen ga we er weer voor zitten. Worden we herkend als zijn ouders, geloven mensen alles wat hij zegt? Maar wat is waar en wat totaal niet. Verrassend als iemand die meent ons te kennen, zegt: “Jullie zijn toch helemaal niet zo?” We moeten er om lachen. Wij zijn zijn echte ouders en niet die theaterouders, al zitten er best waarheden ook in de theaterouders. Welke? Daar mag je naar gokken, die geven we niet prijs.

Na Delft even niks, nou ja, niks, opnieuw schrijven, fantaseren, brainwashen en uitproberen. Niet niks als je te horen hebt gekregen dat je voor het volgende seizoen 110 keer aan de bak mag en er nog geen letter op papier staat. René kennende werkt hij het lekkerst onder spanning. Dat geldt tenminste bij het schrijven van. Eenmaal op de planken gaat hij altijd voor een 11. Dat is in zijn vak als cabaretier zo, dat was ook op school al zo. We hebben best onze twijfels gehad. ‘Stap in een gewoon vak’, maar zagen ook dat dit is wat hem een boost geeft. Spanning om hem heen, nooit op de automatische piloot. Improviseren, adequaat reageren, discussie voeren. Het ligt hem. Wat hem niet ligt is tegenslagen, negativiteit, daar kan hij moeilijk mee omgaan. Dat merken we als hij bij ons aan de bel trekt. Maar ook daar haalt hij weer energie uit om het nog beter, nog spannender te doen, dan dat hij al doet.

Bijna 170 keer reed hij alleen naar een voorstelling, om er tussen 200 en 950 mensen te ontmoeten, te amuseren en te verblijden, om daarna weer in zijn eentje huiswaarts te gaan. Wij hopen altijd maar dat het goed gaat. Dat er onderweg niets gebeurt. Het blijft toch je kind.

Nog één keer, dan is het over. We zullen genieten. Hem feliciteren met het behaalde resultaat. Wij hebben kaartjes voor de laatste keer. Ik kan het niet mooier maken, ze zijn verder uitverkocht. U zult moeten wachten tot oktober wanneer hij zich wederom zal verbinden aan zijn publiek. Ik denk, dat als je een kaartje wilt bemachtigen voor de vierde show, er bijtijds bij moet zijn. Ik ga nog één keer genieten van deze: “Ik beloof niks.” Toi, toi, toi.

269. Wat nou ‘Ik beloof niks’, het was top, supertof

Het was spannend afgelopen zaterdag. René heeft zijn première van zijn nieuwe voorstelling: ‘Ik beloof niks’. Ik was zelf al een keer bij een try-out gaan kijken. Maar toch, een ander en groter theater, een paar weken verder, veel meer en ander publiek. Allemaal factoren die een invloed kunnen hebben op zo’n voorstelling. Voor mijn lief is het volledig nieuw. Soms krijgen we de vraag of we bekend zijn met wat hij doet of voorbereid. Dat zijn we niet. Af en toe krijgen we wel iets mee, maar doorgaans doet hij alles zelf, in samenspraak met, deze keer, zijn theaterregisseur Laurens Krispijn de Boer.

Er is op bewuste zaterdag van alles aan de hand, Sinterklaas komt in het dorp, maar er is die avond ook de finale van Cameretten 2017. Ook Sara Kroos heeft haar première van haar voorstelling ‘Zonder verdoving’. Mogelijk een reden dat er geen belangstelling is van de pers en daardoor ook geen waardering voor de show van uit de nieuwsmedia. Al is het eigen publiek misschien nog wel veel belangrijker voor de waardering. Uitverkochte zalen is ook een waardering.

Twee avonden achtereen is René stijf uitverkocht in theater Diligentia. De programmeur heeft het aangedurfd om hem voor twee avonden te boeken. Dat getuigt van vertrouwen, maar ook van lef. Het drietal, Laurens, Ramon, zijn vaste technicus, en René, nemen op vrijdagmiddag bezit van het theater. Alles moet perfect, er mag niets aan het toeval worden overgelaten. Het moet top zijn niet alleen op vrijdag maar nog meer op zaterdag.

Op vrijdag, tijdens zijn voorstelling krijgen wij al lovende reacties op onze telefoon. Kennissen zitten in het theater. ‘Geweldig’, ‘subliem’. Na afloop nog even een fotootje met René. De volgende ochtend vroeg hebben we contact met onze oudste. Het is heerlijk verlopen, gisteravond. Goed gespeeld, fijn publiek en een enthousiast applaus. Dat belooft wat voor zaterdagavond.

Op zaterdag gaan we ruim op tijd weg. We willen wat gaan eten en dan door naar de voorstelling. Met de auto richting Brasserskade en daar op tramlijn 1 richting Scheveningen, om er bij Kneuterdijk uit te stappen. Inmiddels hebben we contact gehad met onze jongste. We gaan gezellig met z’n drieën eten. Na het eten nog ergens een kopje koffie en dan door naar het theater.

Bij het theater aangekomen zijn we vroeg. Ook de echtgenote van de technicus ontmoeten we. Zij heeft haar twee kinderen meegenomen. Bij binnenkomst heeft René ons direct in de gaten en worden we spontaan door hem begroet. We halen gelijk de kaartjes op en kijken even in de zaal. Daar komen we Ramon en Laurens tegen. Als het dochtertje van de technicus aan René vraagt hoeveel stoelen er in de zaal staan, laat hij haar gokken. “80”, zegt ze. “Nee 450”, zegt René. Heel even schrikt ze. Omdat ze niet bleu is en graag zelf ook op de voorgrond staat, wordt haar gevraagd of ze zou durven optreden in zo’n zaal. Ze is overigens pas tien jaar. Dat durft ze en haalt een briefje uit haar zak, waarop haar huiswerk staat. Ze doet even een vertaalquiz om af te sluiten met een goocheltruc. “Ik heb niet eerder zo’n relaxte laatste voorbereiding gehad op een voorstelling”, zegt René. Even later is hij weg, weg voor zijn echte voorbereiding.

Wij verlaten de zaal om even later opnieuw als bezoeker de zaal in te gaan. Als we aan een tafeltje staan komt er iemand bij ons staan. Ze kent ons oppervlakkig en vraagt van wie onze jongens het talent hebben. Dat zit ergens in de genen, van wie exact is niet te zeggen. Ik schreef er eerder een blog over.

Als we onze plek hebben ingenomen word ik aangesproken door een oud-dorpsgenoot. “Je bent zeker wel trots”, zegt hij. Ik beaam het. Er vindt nog even een gesprek plaats. De man naast me luistert mee en vraagt op een gegeven moment of ik de vader ben. Ook dat beaam ik.

Dan gaat het licht uit en hoor ik René praten. De show is begonnen. Ook dit keer schrijf ik niets over de inhoud van de voorstelling. Het is verrassend en niet iedereen heeft echt in de gaten wat echt is en wat niet. Hij maakt een mooie metafoor tussen een winkel en magazijn en de mens met zijn eigenheid. Mooie voorbeelden en beeldspraak. Hij geeft er een boodschap in mee en geeft zich bloot.

Terwijl hij al speelt komen er nog steeds mensen binnen wandelen. Dat gaat niet bepaald geruisloos. Het publiek, maar bovenal de cabaretier wordt erdoor gestoord. Even later gaat iemand op het gemak een zak chips leeg zitten eten. “Dat stoort, beste mensen.” Als je geconcentreerd moet spelen word je hierdoor echt uit je concentratie gehaald. Heb respect, ga op tijd van huis en laat je etenswaren thuis evenals je telefoon, calamiteiten uitgezonderd. Maar zet ook die devices uit en probeer niet stiekem een foto of zelfs een filmpje te maken van het product van de spelende artiest.

De voorstelling gaat geweldig. Momenten van hartelijke lach, een tussentijds applaus maar ook een uiterst geconcentreerde stilte. Men wordt meegenomen in een hele goede voorstelling.

Ook deze keer eindigt de voorstelling weer met een geweldig staand applaus. Hij heeft het naar mijn mening weer perfect gedaan.

We blijven even in de zaal hangen terwijl het theater leegloopt. Er is uiteraard een dronk op de première. Een toast op een fantastische voorstelling maar ook op een hele leuke en mooie tour voor de rest van het seizoen. Er zijn hele gave woorden vanuit zijn impresariaat, De Mannen. Er zijn bloemen, niet alleen voor hem, zijn regisseur en zijn technicus maar ook voor ons. Ook wij worden gefeliciteerd. Dat is dan alleen omdat we hem op de wereld hebben gezet, want meer hebben we er niet aangedaan.

Dan naar boven. In de foyer van het theater drinkt het publiek nog een drankje. Sommige mensen wachten op de komst van René. Er wordt druk gepraat over de voorstelling. Ook wij worden daarin betrokken. Stukjes uit de voorstelling die op ‘ons’ van toepassing zijn worden duidelijk aangehaald. Soms kan men het niet scheiden. ‘Gaat het om zijn echte ouders of zijn het nep-berichten.’ We worden daar vaker over aangesproken.

Het is tijd voor een drankje, mijn jongste broer is er met zijn hele gezin. Leuk. Daar sluiten we aan. Ook hier gaat het gesprek over de topsport die René zojuist heeft bedreven. Want topsport is het. Ga maar eens ruim anderhalf uur op het podium staan en vertel en houdt het publiek bij de les maar doe dat ook nog eens boeiend. Voor mij is het gelukt, voor mij heeft hij Olympisch goud gewonnen.

René zwerft inmiddels tussen het publiek. Er vinden omhelzingen plaats zie ik vanuit een ooghoek. Knuffels ook en kussen. Hij wordt gefeliciteerd met het behaalde resultaat. Gaaf om te zien. Dat doet me wat. Iedere ouder is trots op zijn kind, maar ‘ons’ kind is toch altijd wel specialer. Dat zal iedereen zeggen en dat is niet meer dan normaal.

We hebben afgesproken om met René mee terug te rijden naar Delft. Hij blijft vannacht bij ons slapen en morgen ontbijten. Het loopt bij hem uit. We besluiten om met mijn broer mee te rijden terug naar Delft, maar niet eerder dan dat ik van programmeur Frank Heijman twee posters van de theatershow heb ontvangen. In de ex-kamer van René thuis, hangen alle posters van zijn programma’s, daar hoort deze ook tussen.

Om halftwee zijn we thuis. Even later schiet René binnen. Nog even een afterdrankje en dan slapen.

De volgende morgen is het om negen uur alweer dag. Het ontbijt staat op tafel en ook onze oudste is beneden. Het wordt een lummeldag, lekker nietsdoen, de cooling downdag. Een beetje Jan van Haasteren, onze hobby met legpuzzels. Lekker keuvelen, bankhangen en genieten van gisteravond.

Na het avondeten gaat hij René terug naar waar hij vandaan kwam, Amsterdam. Even een weekje rust, even een weekje opladen voor de voorstellingen die komen gaan. Het was top, supertof. We mogen trots zijn en dan niet alleen op hem, maar even zo goed op nr. 2. Want hij doet het net zo goed, al zijn we daar wat minder direct bij betrokken. Machtige kinderen hebben we. We zijn echt dankbaar en trots.