272. December toen en nu

December 2017. Ik loop als Sinterklaas door de straten en zie hier en daar al een opgetuigde kerstboom. De bloemen- en plantenhandel heeft op 3 december zijn etalage al aangepast aan de geboorte van het kerstkind. Kerstbomen, afgezaagd en op een houten kruis gespijkerd, staan te pronken voor de winkel. De groencentra hebben alles al uit kast gehaald voor kerst. Heeft Sinterklaas al afgedaan, of is er voor hen geen handel in deze branche in Sinterklaastijd?

De feestverlichting hangt in de straten. December feestmaand. Ik kan me de tijd thuis, bij mijn ouders, nog precies voor de geest halen. Met Sinterklaas zingen bij de schoorsteen. Vader Lau strooit als moeder het raam aan de achterzijde iets los heeft gezet. Pardoes slaat hij met de eerste strooi ook al een kopje en schotel door de kamer met de zwiep die hij doet. Moeder Agnes is vergeten om het kopje weg te halen uit het raamkozijn. Als de kleinkinderen inmiddels kunnen lopen, strooit hij gewoon van onder uit de stoel. Hij heeft een zak strooigoed verstopt in zijn stoel, haalt er een handje uit en strooit terwijl hij in de stoel zit.

Aan cadeautjes doet men thuis wel, maar mondjesmaat. Er is geen geld, dus door het jaar heen wordt van de kinderbijslag wat nuttige dingetjes gekocht. Een pyjama, sokken, handschoenen en een klein cadeautje. Verder wel een chocoladeletter. We zijn er zeer tevreden mee. De volgende dag op school zie je pas wat anderen hebben gekregen, we worden erop aangekeken. Het deert ons niet, we zijn niet anders gewend.

Van de week mogen we als Sint en Piet bij één van de bezoeken zelfs negen zakken mee naar binnen sjouwen. Slechts vijf kinderen maar een overdaad aan cadeaus. Hele families zitten er bij elkaar. Er wordt gefilmd, foto’s gemaakt, maar aandacht voor het ‘hoge’ bezoek is er nauwelijks. Uitzonderingen daargelaten. Als ik voor elke gemaakte foto een euro zou krijgen en doneren aan scouting, zou de opbrengst meer dan verdrievoudigd zijn.

Terug naar december in mijn jongensjaren. Mijn vader moet de zaterdagochtend voor kerst nog werken. ‘s Middags fietst hij naar de ‘Burgwal’kerk waar hij gaat biechten. Op de Burgwal staat men met de laatste kerstbomen die geen of weinig goedkeuring kunnen wegdragen bij vorige kopers. Deze bomen zijn niet zo duur en ze moeten weg, want later worden ze niet meer verkocht. Voor mijn vader zijn ze prima. Trots komt hij met een boom thuis die niet eens kan staan in de woonkamer. Veel te groot. Dezelfde dag worden de glazen ballen, vogeltjes, belletjes, piek en lichtjes een plek gegund in de boom en zo is alles nog op tijd in sferen.

Met kerst is het de gewoonte om op de kerstavond, de avond voor kerst, een rondgang te doen in het St. Jorisgasthuis, waar we als familie verbonden zijn aan de muziekvereniging Kunst na Arbeid. Tijdens de rondgang blijven we op de hoek van een straat in Joris stilstaan om er kerstliedjes te spelen. Patiënten komen naar buiten, soms zonder jas terwijl het vriest. Het is dan soms zelfs zo koud dat de ventielen en pijpen van het instrument vastvriezen. Een scheutje jenever in de trompet doet wonderen. Wij als kinderen krijgen het er goed warm van en de ventielen behouden de beweging. Na het buitengesticht gaan we naar het binnengesticht aan het Koningsplein. Ook daar spelen we kerstliedjes en koralen. De deuren van de paviljoens komen van slot en patiënten staan luisterend in de gang. Als kind van een jaar of tien, elf, vind ik het zielig dat men mensen opsluit. “Het kan niet anders”, zegt mijn vader, “ze zijn een gevaar voor zichzelf en voor anderen als ze loslopen”. Na afloop is er warme chocomelk en een stukje banketletter. Rond de klok van tien zijn we weer thuis waar moeder al bezig is met de tafel feestelijk dekken.

Na onze mooie kleren te hebben aangedaan wandelen we rond halftwaalf naar de kerk waar om twaalf uur de feestelijke hoogmis werd opgedragen. Mijn pa heeft een betaalde plek achter een pilaar waardoor je eigenlijk weinig kan zien. Wij moeten elders een plekje zoeken, één of twee kinderen mogen ingeschoven naast mijn pa. Waar normaal slechts acht plekken beschikbaar zijn in een bank zitten er nu gerust tien. Het plekje is ook nog eens achter in de kerk, hij is tuinarbeider, dan koop je of kan je geen betere plaats kopen. Ben je heel vroeg en zit je op een plek die eigenlijk een betaalde is, dan word je rustig uit de bank gezet als de ‘eigenaar’ om één minuut voor twaalven binnenkomt lopen. Je moet dan drie uur staan achter in de kerk. Er zijn onvoldoende zitplekken, ook nadat men er stoelen heeft bijgezet. De eerste mis gaat volledig in het Latijn. Mannen zingen van hoog achter uit de kerk. Je ziet alleen de hoofden van de zangers, de rest zit achter een muur. We begrijpen er niets van, maar doordat we soms meerdere keren per week naar de kerk gaan kunnen we alles fonetisch mee zingen en bidden. Meestal is het een mis met drie heren, een pastoor met twee kapelaans, of de pastoor met een kapelaan en een pater die toevallig uit de West of Oost over is en ‘thuis’ kerst komt vieren.

Na de hoogmis komen er nog twee stille missen achteraan. Hier bidt men voornamelijk, vandaar het woord ‘stille’. Twee priesters zijn verdwenen en één doet de volgende twee missen. Dat kan alles bij elkaar rustig tot drie uur duren. Je hebt een zere kont van het zitten op de hard eiken banken, al doet het knielkussentje vaak dienst om onder je kont te leggen.

Na drie uur kerk is het tijd om huiswaarts te gaan waar de kaarsjes op tafel aan zijn aangestoken, de lichtjes in de kerstboom zijn ontstoken en het beschuitje met blauwe muisjes op het bord is gelegd. Er komen wat puntjes en een krentenbrood op tafel en een eitje staat in het eierdopje te wachten om getikt te worden.

Na een uurtje is het bedtijd. We mogen uitslapen waar vader en moeder op eerste kerstdag opnieuw rond negen uur naar de kerk gaan.

Met de koffie/limonade is er een kerstkransje bij. Vader Lau haalt ‘s middags zijn accordeon te voorschrijf en speelt bekende kerstliedjes. Wij zingen mee. ‘s Avonds is er rollade, aardappeltjes en doperwten met peen. Een pudding gekookt en uitgegoten in een puddingvisvorm wordt overgoten met Tova aardbeiensaus. Een geweldige maaltijd.

We hebben in die tijd geen tv, dus de spelletjesdoos komt tevoorschijn. Halma, mens-erger-je-niet of een spelletje ganzenbord. Als we wat ouder zijn wordt het klaverjassen, dan staat de tv er inmiddels wel.

De eerste of tweede kerstdag ga je op familievisite. Opa en oma Delft, de ouders van mijn moeder worden met een bezoek vereerd. Tantes en ooms met hun kinderen zijn er ook. Een gezellig gebeuren maar ook spannend want op de kleine fietsjes richting Delft was altijd een hele onderneming.

De tweede kerstdag moeten we opnieuw ‘s morgens naar de kerk. Opnieuw een heilige mis volgen, om ‘s middags naar het kindje wiegen te gaan. Het kerstverhaal wordt verteld en er worden liedjes gezongen.

De decembermaand een gezellig gebeuren. Waar het nu veel meer om luxe gaat. Luxe cadeautjes, luxe kleding, luxe eten en dan vooral veel. Veel eten, veel cadeaus. Niet meer weten wat Kerst betekend. Geen afgeladen kerken meer. Het is de tijd die de oude gewoontes heeft ingehaald. Nog steeds de gezelligheid, al draait het veel meer om commercie. Elke tijd zijn charmes. Ik wens je een fijne decembermaand toe.